<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR46073_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Diemen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Nieuws, d.d.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsbesluiten</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Algemene plaatselijke verordening gemeente Diemen 2010 vastgesteld op 23 juni 2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening gemeente Diemen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al>Deze regeling vervangt de “Algemene plaatselijke verordening gemeente Diemen
                        2010” </al><al/><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><al>1.Gemeentewet, art. 149</al><al/><al/><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al>Uitvoeringsbesluiten </al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al/><al><vet>Datum</vet></al><al><vet>inwerkingtreding</vet></al><al>00-00-00</al><al/><al><vet>Terugwerkende kracht t/m</vet></al><al/><al><vet>Betreft</vet></al><al>Nieuwe regeling</al><al/><al><vet>Datum ondertekening</vet></al><al><vet>Bron bekendmaking</vet></al><al>25-11-2010</al><al>Diemer Courant</al><al>d.d. 00-00-00</al><al/><al/><al/><al><vet>Algemene plaatselijke verordening gemeente Diemen 2010</vet></al><al/><al>De gemeenteraad van Diemen in vergadering bijeen,</al><al>Gelet op de voordracht van het college d.d. 11 oktober 2010, om de Algemene
                        plaatselijke verordening Diemen 2010 gewijzigd vast te stellen;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de volgende Algemene plaatselijke verordening gemeente
                        Diemen 2010.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg : 1. de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                    van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als
                                    zodanig aangeduide parkeerterreinen;</al><lijst><li nr="2."><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                            toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
                                            plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                            natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                            vaartuigen;</al></li><li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                            portieken, gangen, passages en galerijen, die
                                            uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
                                            toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet</al><al> afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                            passages </al><al> en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd
                                            dat zij </al><al> niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk </al><al> recht bevoegd is, zijn afgesloten.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen vastgesteld door de
                                    gemeenteraad overeenkomstig artikel 20a, eerste lid, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                    gebezigd of tot woning bestemd;</al></li><li nr="i."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="j."><al>bestuursorgaan: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="k."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen</al><al> omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag
                                om een vergunning </al><al> als bedoeld in artikel 2.1.5.2. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste twaalf weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegd gezag of het
                            daartoe bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Lex silencio positivo</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beschikking</al><al> bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op de volgende
                                artikelen in deze</al><al> verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>Artikel 2.1.4.3: Ontheffing van het verbod optreden als
                                        straatartiest</al></li><li nr="b."><al>Artikel 5.2.4: Vergunning organiseren snuffelmarkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beschikking</al><al> bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende
                                artikelen in deze </al><al> verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>Artikel 2.2.2: Vergunning evenementen;</al></li><li nr="b."><al>Artikel 2.3.1.2: Exploitatievergunning horeca;</al></li><li nr="c."><al>Artikel 2.3.3.1: Exploitatievergunning
                                        speelgelegenheid;</al></li><li nr="d."><al>Artikel 3.2.1: Vergunning seksinrichting;</al></li><li nr="e."><al>Artikel 4.5.2: Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                        nachtverblijf buiten</al><al> kampeerterreinen;</al></li><li nr="f."><al>alle overige, niet in de leden 1 en 2 van dit artikel
                                        genoemde,</al><al> toestemmingsbepalingen in deze verordening.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Orde en veiligheid op de weg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf </label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan
                                            een samenscholing, onnodig op te dringen of door
                                            uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                            ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een
                                            voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                            ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding
                                            gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                            dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig
                                            is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een
                                            ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in
                                            de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op
                                            openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde gezag
                                            of het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de
                                            openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                            wanordelijkheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                            derde lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                            betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                            levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                            openbare manifestaties.</al></li></lijst><al>Paragraaf 2: Optochten en betoging</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.1</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>(vervallen. In verband met vereenvoudiging van de APV is dit
                                    artikel opgenomen onder de evenementenbepaling (artikelen 2.2.1
                                    en 2.2.2).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.2</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                            betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare
                                            aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging
                                            wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                            burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging
                                                  houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en
                                                  het tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al><lijst><li nr="3."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan
                                                  een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving
                                                  is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke
                                                  kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een
                                                  zaterdag, een zondag of een algemeen erkende
                                                  feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk
                                                  12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                                  voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden
                                                  de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en
                                                  een mondelinge kennisgeving in behandeling
                                                  nemen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.3</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2.1.2.2)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.4</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2.1.2.2)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3.1</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                        stukken of afbeeldingen (folderen en flyeren)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                        plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.1</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>(vervallen. Met het oog op het vereenvoudigen van de APV dit
                                    artikel opgenomen onder de evenementenbepaling (artikelen 2.2.1
                                    en 2.2.2).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.2</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.3</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te
                                        treden op door de burgemeester in het belang van de openbare
                                        orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het
                                        milieu aangewezen openbare plaatsen of wegen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5:</nr><titel>Bruikbaarheid van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.1</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen of stoffen op, aan of boven
                                        de weg in strijd met de publieke functie ervan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg
                                            of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                            overeenkomstig de publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze
                                                  geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor
                                                  personen of goederen en niet voor commerciële
                                                  doeleinden worden gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven
                                                  het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg
                                                  en mits:</al><lijst><li nr="-"><al>geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt;</al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel van het scherm, in welke stand
                                                  dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van
                                                  het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                                                  weg bevindt;</al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de
                                                  opgaande gevel reikt;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die
                                                  noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht
                                                  worden in verband met laden of lossen ervan en
                                                  mits degene die de werkzaamheden verricht of doet
                                                  verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het
                                                  beëindigen daarvan, in elk geval voor
                                                  zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                                  verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd
                                                  is;</al></li><li nr="d."><al>voertuigen;</al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of
                                                  gevoelens worden geopenbaard;</al></li><li nr="f."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;</al></li><li nr="g."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2.3.1.2, vijfde
                                                  lid en artikel 2.3.1.2a;</al></li><li nr="h."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is verboden op, aan, over of boven de weg een
                                            voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden
                                            geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben,
                                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>deze door zijn omvang of vormgeving, constructie
                                                  of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de
                                                  weg,</al></li><li nr="b."><al>gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
                                                  of voor het doelmatig en veilig gebruik van de
                                                  weg, of</al></li><li nr="c."><al>een belemmering vormt voor het doelmatig beheer
                                                  en onderhoud van de weg.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen
                                            voor het in het eerste lid</al><al> bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft
                                            als bedoeld in artikel 2.2, eerste </al><al> lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene
                                            bepalingen omgevingsrecht</al></li><li nr="5."><al>Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt
                                            onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet
                                            1994 daaronder verstaat.</al></li><li nr="6."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                            geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan
                                                  de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van
                                                  de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                                  daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor
                                                  het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                  hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                  redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                  overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                  gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li></lijst><al>7 Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al><lijst><li nr="a."><al>De weigeringsgrond van het zesde lid, onder a, geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het zesde lid, onder b, geldt
                                            niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het zesde lid, onder c, geldt
                                            niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien
                                            door de Wet milieubeheer.</al><lijst><li nr="8."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is
                                                  niet vereist indien voor het betreffende gebruik
                                                  een bouwvergunning ingevolge de Woningwet is
                                                  vereist.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.2</nr><titel> (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                        veranderen van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                            vergunning van het bevoegd gezag of het bevoegde
                                            bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding
                                            daarvan op te breken, in een weg te graven of te
                                            spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                            veranderen of anderszins verandering te brengen in de
                                            wijze van aanleg van een weg. Bedoelde werkzaamheden
                                            dienen zo spoedig mogelijk en ten minste veertien dagen
                                            vooraf te worden gemeld bij het college.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden
                                            bij het uitvoeren van hun publieke taak.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                            Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
                                            Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                            Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                            Telecommunicatieverordening.</al></li><li nr="4."><al>De vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt
                                            verleend: </al><al>a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                            indien de activiteiten zijnverboden bij een
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al><al>b.door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.3</nr><titel> Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college:</al></li><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                            verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                            daaronder verstaat.</al></li><li nr="3."><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang
                                            van:</al></li><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                            daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                            beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                            Provinciaal wegenreglement.</al><al/></li></lijst><al/><al/><al/><al><vet>Paragraaf 6: Veiligheid op de weg</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.1</nr><titel> Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.2</nr><titel> Winkelwagentjes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                            beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                            winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van
                                            de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken en
                                            de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op of
                                            langs de weg achtergelaten winkelwagentjes terstond te
                                            verwijderen of te doen verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te
                                            bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het
                                            bedrijf als bedoeld in het eerste lid of, indien het
                                            bedrijf gelegen is in een winkelcentrum, buiten de
                                            onmiddellijke omgeving van dat winkelcentrum. Als
                                            onmiddellijke omgeving van het bedrijf of winkelcentrum
                                            wordt aangemerkt</al></li><li nr="a."><al>de weg of het weggedeelte, grenzende aan dat bedrijf of
                                            dat winkelcentrum en tevens een aan die weg of dat
                                            weggedeelte aansluitende parkeerplaats, of</al></li><li nr="b."><al>de door het college als zodanig aangemerkte weg, het
                                            weggedeelte of een aan die weg of dat weggedeelte
                                            aansluitende parkeerplaats.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de
                                            weg, onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een
                                            daartoe bestemde plaats.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.3</nr><titel> Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of
                                    gevaar oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.4</nr><titel> Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting
                                    die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                    onzichtbaar te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.5</nr><titel> Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.6</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of
                                            veengronden dan wel in duingebieden of binnen een
                                            afstand van dertig meter daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan
                                            wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd
                                            meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft,
                                            brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg
                                            te werpen of te laten liggen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt
                                            niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het
                                            Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                            voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en
                                            aangrenzende erven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.7</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                            (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei
                                            wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere
                                            scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen
                                            lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad,
                                            puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere
                                            afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op
                                            van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn
                                            aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg
                                            verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                            daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                            daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                            van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.8</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.9</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te
                                            laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en
                                            overeenkomstig de aanwijzingen van het college,
                                            voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het
                                            openbaar verkeer of de openbare verlichting worden
                                            aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                            Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.10</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn
                                    </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                            weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                            bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                            houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te
                                            merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen
                                            of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde
                                            verbod ontheffing verlenen indien de elektrische
                                            spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                                            toelaat.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                            objecten die deel uitmaken van de
                                            hoogspanningslijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.11</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht
                                            of de op grond van artikel 42 van de Scheepvaartwet
                                            vastgestelde provinciale verordening.</al></li></lijst><al/><al/><al/><al><vet>Afdeling 2: Toezicht op evenementen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke
                                            voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                            uitzondering van:</al></li><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5.2.4 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3.1 van deze
                                            verordening.</al></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2.1.2.2 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li><li nr="3."><al>Onder klein evenement wordt verstaan: een kleinschalig
                                            evenement als bedoeld in artikel 2.2.2, derde lid, met
                                            een maximale duur van één dag.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                            een evenement te organiseren.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1.8 kan de vergunning worden
                                            geweigerd in het belang van:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse
                                            evenementen, indien een evenement voldoet aan alle
                                            onderstaande voorwaarden:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>het een kleinschalig evenement in de openlucht
                                            betref:</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>b. het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 50
                                            personen;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>het evenement tussen 09.00 en 23.30 uur
                                            plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>niet langer dan tot 23.30 uur (live-)muziek ten gehore
                                            wordt gebracht;</al></li><li nr="e."><al>de hulpdiensten te allen tijde doorgang wordt verleend,
                                            ook in het geval dat het evenement plaats kan vinden op
                                            de openbare weg;</al></li><li nr="f."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="g."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="h."><al>de organisator tenminste 7 werkdagen voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan een melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester;</al></li><li nr="i."><al>de wegafzetting, indien van toepassing, te allen tijde
                                            duidelijk zichtbaar is;</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een
                                            wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de artikelen 10 en 148 van
                                            de Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="5."><al>Indien van toepassing, geldt het bepaalde in artikel
                                            2.4.3a overeenkomstig.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al><al/><al/><al><vet>Afdeling 3: Toezicht op openbare inrichtingen</vet></al><al><vet>P</vet><vet>aragraaf 1: Toezicht op
                                    horecabedrijven</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke,
                                            besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang
                                            alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
                                            dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor
                                            directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een
                                            horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                            restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                            discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf
                                            wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend
                                            terras en andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                            liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid, verstrekt
                                            of genuttigd.</al></li><li nr="c."><al>houder: degene die een horecabedrijf exploiteert op
                                            grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2 of
                                            2.3.1.3.</al></li><li nr="d."><al>leidinggevende: de natuurlijke persoon, die algemene
                                            leiding geeft aan het</al><al> horecabedrijf, en de natuurlijke persoon, die
                                            onmiddellijke leiding geeft aan de </al><al>uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.2</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                            vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de
                                            vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de
                                            vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar
                                            zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                            leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of
                                            openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                            beïnvloed door de aanwezigheid van het
                                            horecabedrijf.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                            weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het
                                            karakter van de straat en de wijk, waarin het
                                            horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard
                                            van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het
                                            woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                            komen te staan door de exploitatie.</al><lijst><li nr="5."><al>a. De houder en de leidinggevende(n) van een
                                                  horecabedrijf:</al></li><li nr="·"><al>staan niet onder curatele of bewind en</al></li><li nr="·"><al>zijn niet in enig opzicht van slecht
                                                  levensgedrag.</al></li><li nr="b."><al> De leidinggevende heeft de leeftijd van
                                                  eenentwintig jaar bereikt</al></li><li nr="6."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.5.1
                                                  beslist de burgemeester in geval van</al></li></lijst><al>een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een
                                            of meer bij het horecabedrijf </al><al>behorende terrassen voorzover deze zich op de weg
                                            bevinden over de </al><al>ingebruikneming van die weg ten behoeve van het
                                            terras</al><lijst><li nr="7."><al>Onverminderd het gestelde in het derde en vierde
                                                  lid kan de burgemeester de in het zesde lid
                                                  bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve
                                                  van een of meer bij een horecabedrijf horende
                                                  terrassen weigeren:</al></li><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan
                                                  de weg dan wel gevaar oplevert voor de
                                                  bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en
                                                  veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden
                                                  voor het doelmatig beheer en</al><al> onderhoud van de weg.</al></li><li nr="8."><al>Het bepaalde in het zesde en zevende lid geldt
                                                  niet voorzover in het daarin</al><al>Geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                                  beheer rijkswaterstaatwerken of </al><al>het op grond van de Wegenverkeerswet 1994
                                                  vastgestelde provinciaal </al><al>wegenreglement.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.2a</nr><titel>Terrasvergunning zonder exploitatievergunning</titel></kop><lijst><li nr="d."><lijst><li nr="."><al>Artikel 2.3.1.2a Terrasvergunning zonder
                                                  exploitatievergunning</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de
                                                  burgemeester de openbare weg in gebruik te nemen
                                                  ten behoeve van een terras, behorende bij een
                                                  horecabedrijf waarvoor het bepaalde in artikel
                                                  2.3.1.2 niet geldt.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren
                                                  indien:</al></li><li nr="a."><al>naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                                  de woon en leefsituatie in de omgeving van het
                                                  horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare
                                                  wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid
                                                  van het horecabedrijf;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                  weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
                                                  van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                                  daarvan;</al></li><li nr="c."><al>dat gebruik een belemmering kan worden voor
                                                  het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></li><li nr="3."><al>Bij de toepassing van de in het tweede lid,
                                                  aanhef en onder a, genoemde weigeringsgrond houdt
                                                  de burgemeester rekening met het karakter van de
                                                  straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is
                                                  gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het
                                                  horecabedrijf en de spanning, waaraan het
                                                  woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot
                                                  zal komen te staan door de exploitatie van het
                                                  horecabedrijf.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt
                                                  niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                                  wordt voorzien door de Wet beheer
                                                  rijkswaterstaatwerken of het op grond van de
                                                  Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde provinciaal
                                                  wegenreglement.</al></li></lijst></li></lijst><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.3</nr><titel>Opheffing vergunningplicht</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in artikel
                                            2.3.1.2 niet geldt voor een of meer in dat besluit
                                            aangeduide soorten horecabedrijven of onderdelen van
                                            horecabedrijven in de gehele gemeente dan wel in een of
                                            meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De exploitatie van een horecabedrijf waarop een besluit
                                            als bedoeld in het eerste lid van toepassing is, moet
                                            zodanig geschieden dat daardoor de woon en leefsituatie
                                            in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde
                                            niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                            beïnvloed.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.4</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor
                                            bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
                                            laten of te laten verblijven op maandag tot en met
                                            vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur en op zaterdag en
                                            zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan door middel van een
                                            vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen
                                            voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe
                                            behorend terras.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor
                                            zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                            door op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                            voorschriften.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.5</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                            veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                            bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor
                                            een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de
                                            krachtens artikel 2.3.1.4 geldende sluitingstijden
                                            vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                            artikel 13b van de Opiumwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.6</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                    gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2.3.1.4 of
                                    ingevolge een op grond van artikel 2.3.1.5 genomen besluit
                                    gesloten dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.7</nr><titel>Handel in horecbedrijven</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de
                                            handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene
                                            maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
                                            lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat
                                            een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat
                                            bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig
                                            andere wijze overdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.8</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.9</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al/><al>Indien een horecabedrijf niet betreft een voor het publiek
                                    openstaand gebouw en daarbij behorende erf in de zin van artikel
                                    174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                    bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2.3.1.2 tot en met
                                    2.3.1.6.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                        nachtverblijf</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>inrichting : elke al dan niet besloten ruimte waarin, in
                                            de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                            mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                            kamperen wordt verschaft;</al></li><li nr="2."><al>houder : degene die een inrichting exploiteert dan wel
                                            daarin de feitelijke leiding heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.2</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het
                                    houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                                    daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                    burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.3</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.4</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al/><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de
                                    kampeerder is verplicht aan de exploitant of feitelijk
                                    leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid
                                    naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats,
                                    betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te
                                    verstrekken.</al><al/><al/><al><vet>Paragraaf 3: Toezicht op speelgelegenheden</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.1</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><al>1, Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke </al><al> gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                                    bedrijfsmatig is de </al><al> mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld
                                    of in geld </al><al> inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                    verloren.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                            een speelgelegenheid te</al><al> exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet
                                            van toepassing op:</al></li><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, </al></li></lijst><al>van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;</al><al>b, speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de
                                    Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al><lijst><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></li><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en</al><al> leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of
                                            de openbare orde op </al><al> ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                            exploitatie van de </al><al> speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.2</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de</al><al> Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn drie speelautomaten
                                            toegestaan, waarvan maximaal twee
                                            kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                            toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in
                                            het geheel niet zijn toegestaan.</al><al/><al/><al><vet>Afdeling 4: Maatregelen tegen overlast en
                                                baldadigheid</vet></al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.4.1 Betreden gesloten woning of
                                                lokaal</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van
                                                  de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor
                                                  publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning
                                                  of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de
                                                  Opiumwet gesloten woning, een niet voor het
                                                  publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of
                                                  dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                                  toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf
                                                  te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier
                                                  aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens
                                                  dringende reden noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Artikel 2.4.2 Plakken en kladden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een
                                                  onroerende zaak dat vanaf de weg</al><al> zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming
                                                  van de rechthebbende op de weg of op dat gedeelte
                                                  van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar
                                                  is:</al></li><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding
                                                  of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken,
                                                  op andere wijze aan te brengen of te doen
                                                  aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof
                                                  enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te
                                                  brengen of te doen aanbrengen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet
                                                  van toepassing indien gehandeld wordt krachtens
                                                  wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan plaatsen voor aanplakborden
                                                  aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen
                                                  en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde
                                                  aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van
                                                  handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het
                                                  aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen,
                                                  die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van
                                                  de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde
                                                  schriftelijke toestemming is verplicht die aan een
                                                  opsporingsambtenaar op diens eerste vordering
                                                  terstond ter inzage af te geven.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.3 Vervoer plakgereedschap
                                            e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de
                                                  weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te
                                                  hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk,
                                                  teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de
                                                  genoemde materialen of gereedschappen niet zijn
                                                  gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als
                                                  verboden in artikel 2.4.2.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.3a Verboden voorwerpen op
                                                evenemententerreinen</vet></al><al>Het is op door het college aangewezen
                                            evenemententerreinen verboden om flesjes, blikjes,
                                            steenachtig materiaal en overige, in het kader van de
                                            handhaving van de openbare orde en veiligheid op het
                                            evenemententerrein, mogelijk gevaarlijke voorwerpen bij
                                            zich te dragen of voorhanden te hebben.</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.4 Vervoer inbrekerswerktuigen en
                                                geprepareerde tassen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats
                                                  inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te
                                                  hebben;</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet
                                                  van toepassing indien de bedoelde
                                                  inbrekerswerktuigen, waaronder gereedschappen,
                                                  voorwerpen of middelen, niet zijn gebruikt of niet
                                                  zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                                  handelingen;</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op de weg in de nabijheid van
                                                  winkels te vervoeren of bij zich te hebben een tas
                                                  die er kennelijk toe is uitgerust om het plegen
                                                  van diefstal uit winkels te vergemakkelijken, dan
                                                  wel enig ander daartoe geprepareerd middel;</al></li><li nr="4."><al>Het in het derde lid gestelde verbod is niet van
                                                  toepassing indien redelijkerwijs kan worden
                                                  aangenomen dat de in dat lid bedoelde tas, dan wel
                                                  het geprepareerde middel, niet is bestemd voor het
                                                  plegen van de in dat lid bedoelde
                                                  handelingen.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.5 Betreden van plantsoenen e.d.
                                            </vet></al><al>(vervallen, zie artikel 2.4.17, vierde lid.)</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.6 Rijden over bermen e.d.</vet></al><al>(vervallen)</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.6a Slapen op of aan de weg</vet></al><al>1.Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of
                                            op of aan de weg of het</al><al>openbaar water een stilstaand voertuig, vaartuig,
                                            woonwagen, tent of ander </al><al>onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te
                                            overnachten of daartoe gelegenheid te bieden;</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing
                                                  verlenen;.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een woonschip als
                                                  bedoeld in artikel 1.1, onder h. dan wel</al><al> in de begripsomschrijving van een geldend
                                                  bestemmingsplan.</al></li></lijst><al>Artikel 2.4.7 Hinderlijk gedrag op openbare
                                            plaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te
                                                  bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                                  constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                                  hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair
                                                  en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden
                                                  dat aan weggebruikers of bewoners van nabij de weg
                                                  gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                                  veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                                  geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel
                                                  424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht
                                                  of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.8 Hinderlijk gebruik van drank en
                                                softdrugs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg, op het
                                                  openbaar water of in een voor publiek toegankelijk
                                                  gebouw alcoholhoudende drank te nuttigen en of
                                                  softdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te
                                                  hebben als dit gepaard gaat met gedrag dat de
                                                  openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat
                                                  aantast of anderszins overlast veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op door het college aangewezen
                                                  wegen of weggedeelten alcoholhoudende drank te
                                                  nuttigen of bij zich te hebben in aangebroken
                                                  flessen, blikjes en dergelijke.</al></li><li nr="3."><al>In dit artikel wordt verstaan onder softdrugs:
                                                  de middelen, bedoeld in lijst II, onderdeel b,
                                                  behorende bij de Opiumwet,</al></li><li nr="4."><al>het bepaalde in het tweede lid geldt niet
                                                  voor:</al></li><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf,
                                                  als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                                  Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als
                                                  bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
                                                  krachtens artikel 35 van de Drank- en
                                                  Horecawet.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.8a Openlijk gebruik en
                                            handel</vet></al><al>Het is verboden, op of aan de weg of in een voor publiek
                                            toegankelijk gebouw, vaartuig of</al><al>voertuig harddrugs te gebruiken of ten behoeve van dat
                                            gebruik voorwerpen of stoffen open-</al><al>lijk voorhanden te hebben.</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.9 Hinderlijk gedrag bij of in
                                                gebouwen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of
                                                  poort op te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een
                                                  raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten
                                                  of te liggen.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers
                                                  van flatgebouwen, appartementsgebouwen en
                                                  soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die
                                                  voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                                  zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                                  gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo'n
                                                  gebouw.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.10 Hinderlijk gedrag in voor publiek
                                                toegankelijke ruimten</vet></al><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor
                                            anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor
                                            het publiek toegankelijk portaal, telefooncel,
                                            wachtlokaal voor een openbaarvervoermiddel,
                                            parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                            soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan
                                            wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander
                                            doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is
                                            bestemd.</al><al/></li><li nr=""><al><vet>Artikel 2.4.10a Gebiedsontzegging</vet></al></li><li nr="1."><al>De burgemeester kan degene die, hetzij alleen, hetzij in
                                            groepsverband, de openbareorde ernstig verstoort door
                                            het plegen van strafbare feiten, of anderszins personen
                                            lastig valt of schade toebrengt uit het oogpunt van
                                            openbare orde het bevel geven zich te verwijderen en
                                            zich verwijderd te houden van of uit een door de
                                            burgemeester bij bevel gegeven plaats of gebied
                                            gedurende de tijd bij het bevel genoemd.</al></li></lijst><al>2.Het is verboden zich in het gebied te bevinden in strijd met
                                    een krachtens het eerste lid </al><al>gegeven bevel.</al><lijst><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bedoelde bevel geldt niet voor
                                            zover de persoon tot wie het bevel is gericht:</al></li><li nr=""><al>a. in het gebied blijkens opgave in het persoonsregister
                                            van de gemeente woonachtig is, of</al></li><li nr=""><al>b. aannemelijk maakt dat hij op de plaats of in het
                                            gebied werkzaam is, of</al></li><li nr=""><al>c. anderszins aannemelijk maakt dat hij een zwaarwegend
                                            belang heeft zich in dat gebied op te houden.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester bepaalt de plaats of het gebied waarvoor
                                            een gebiedsontzegging bij bevel opgelegd kan
                                            worden.</al><al>Artikel 2.4.11 Neerzetten van fietsen en
                                            bromfietsen/scooters</al><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een
                                            bromfiets/scooter te plaatsen of te laten </al><al>staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel
                                            van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde
                                                  wil van de gebruiker van dat gebouw of die
                                                  portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.11a Vastmaken van fietsen
                                            e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden fietsen, bromfietsen/scooters,
                                                  aanhangwagens, kruiwagens en andere dergelijke
                                                  kleine voertuigen, op of aan de weg vast te maken
                                                  aan bomen, boombeschermers, straatkolken en
                                                  rioolputten of aan lantaarnpalen, draden, zuilen
                                                  of andere inrichtingen of installaties, bestemd
                                                  voor de openbare dienst.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid
                                                  gestelde verbod ontheffing verlenen.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.12 Overlast van fiets of
                                                bromfiets/scooter op markt en kermisterrein
                                                e.d.</vet></al><al>Het is verboden op de door het college of de
                                            burgemeester aangewezen tijden zich met een fiets of
                                            bromfiets/scooter te bevinden op een door het college of
                                            de burgemeester aangewezen terrein waar een markt,
                                            kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                            wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan
                                            de bezoekers van het terrein.</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.12a Overlast van fiets of
                                                bromfiets/scooter</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen
                                                  aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk
                                                  aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                                  opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van
                                                  schade aan de openbare gezondheid, verboden is
                                                  fietsen of bromfietsen/scooters onbeheerd buiten
                                                  de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten
                                                  staan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen/scooters
                                                  die rijtechnisch in onvoldoende staat van
                                                  onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                                  verkeren en waarmee rijtechnisch en uit een
                                                  oogpunt van verkeersveiligheid niet kan worden
                                                  gereden, op de weg te laten staan.</al><al/></li></lijst><al><vet>A</vet><vet>rtikel 2.4.13 Bespieden van
                                                personen</vet></al><al>(vervallen)</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.14 Bewakingsapparatuur </vet></al><al>(vervallen)</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.15 Nodeloos alarmeren </vet></al><al>(vervallen)</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.16 Alarminstallaties</vet></al><al>(vervallen)</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.17 Loslopende honden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond
                                                  verboden die hond te laten verblijven of te laten
                                                  lopen:</al></li><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die
                                                  hond aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en
                                                  kennelijk als zodanig ingerichte
                                                  kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een
                                                  andere door het college aangewezen plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een
                                                  halsband of een ander identificatiemerk dat de
                                                  eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarvoor het
                                                  gestelde in het eerste lid, aanhef en onder a niet
                                                  geldt.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover de eigenaar of
                                                  houder van een hond zich vanwege zijn handicap
                                                  door een geleidehond laat begeleiden en de hond
                                                  als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of
                                                  indien een eigenaar of houder van een hond deze
                                                  aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                                  geleidehond.</al></li><li nr="4."><al>a. Het is de eigenaar of houder van een hond
                                                  verboden zich met zijn hond te</al><al> bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud
                                                  zijnde parken,</al><al>wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of
                                                  grasperken, buiten de daarin</al><al> gelegen wegen of paden, behoudens de ingevolge
                                                  lid 2 en artikel 2.4.18, lid 2, </al><al> aangewezen plaatsen.</al></li><li nr="b."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het
                                                  onder a. bedoelde verbod</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 2.4.18 Verontreiniging door
                                            honden</vet></al><al>1.De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor
                                            te zorgen dat die hond zich </al><al>niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of
                                                  mede bestemd voor het verkeer van
                                                  voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en
                                                  kennelijk als zodanig ingerichte
                                                  kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen
                                                  plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het
                                                  verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet
                                                  geldt.</al></li><li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in
                                                  het eerste lid gestelde gebod wordt</al><al>opgeheven indien de eigenaar of houder van de
                                                  hond er zorg voor draagt dat de </al><al>uitwerpselen onmiddellijk worden
                                                  verwijderd.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 2.4.18a Verontreiniging door andere
                                                dieren</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan wegen, weggedeelten en plaatsen
                                                  aanwijzen waar de eigenaar of houder van een bij
                                                  die aanwijzing nader te bepalen dier, niet zijnde
                                                  een hond, verplicht is ervoor te zorgen dat het
                                                  dier zich niet van uitwerpselen ontdoet.</al></li><li nr="2."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in
                                                  het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven
                                                  indien de eigenaar of houder van het dier er zorg
                                                  voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                                  worden verwijderd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in
                                                  het eerste lid gestelde verplichting.</al></li><li nr="4."><al>De in het eerste lid gestelde verplichting geldt
                                                  niet voor de eigenaar of houder van een
                                                  politiepaard.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 2.4.19 Gevaarlijke honden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond
                                                  verboden die hond te laten verblijven of te laten
                                                  lopen op of aan de weg of op het terrein van een
                                                  ander:</al></li><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan
                                                  de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat
                                                  het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een
                                                  aanlijngebod in verband met het gedrag van die
                                                  hond noodzakelijk vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                                  muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de
                                                  houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
                                                  gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
                                                  muilkorfgebod in verband met het gedrag van die
                                                  hond noodzakelijk vindt.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 2.4.17, aanhef en onder
                                                  c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid
                                                  bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een
                                                  optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                                  identificatiekenmerk in het oor of de
                                                  buikwand.</al></li><li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>muilkorf : een vlechtwerk om de bek van een
                                                  hond, vervaardigd van stevigkunststof, of van
                                                  stevig leer of van beide stoffen, dat door middel
                                                  van een stevige leren riem rond de hals zodanig is
                                                  aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de
                                                  mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht
                                                  dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de
                                                  afgesloten ruimte binnen de korf </al><al>een geringe opening van de bek toelaat en dat
                                                  geen scherpe delen binnen de korf aanwezig
                                                  zijn;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen : aanlijnen van een hond met een
                                                  lijn met een lengte, gemetenvan hand tot halsband,
                                                  die niet langer is dan 1,50 meter.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.20 Houden van hinderlijke of
                                                schadelijke dieren</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin
                                                  van de Wet milieubeheer plaatsen aanwijzen waar
                                                  het ter voorkoming of opheffing van overlast of
                                                  schade aan de openbare gezondheid verboden is
                                                  daarbij aangeduide dieren:</al></li><li nr="a."><al>aanwezig te hebben,of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming
                                                  van de door hengestelde regels, of</al></li></lijst><al>c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is </al><al>aangegeven.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid
                                                  aangewezen plaats daarbij aangeduide dieren
                                                  aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben
                                                  anders dan met inachtneming van de door het
                                                  college gestelde regels, dan wel aanwezig te
                                                  hebben in een groter aantal dan door het college
                                                  is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de rechthebbende op een
                                                  onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het
                                                  eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente
                                                  ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                                  gestelde verbod.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.21 Wilde dieren</vet></al><al>(vervallen)</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.22 Loslopend vee</vet></al><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een
                                            weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is
                                            afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                            verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen
                                            getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                            bereiken.</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.23 Duiven</vet></al><al>(vervallen).</al><al/><al><vet>Artikel 2.4.23a Voeren van duiven, eenden,
                                                zwanen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is in door het college aangewezen openbare
                                                  plaatsen en weggedeelten verboden wilde duiven,
                                                  eenden en zwanen te voeren.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in
                                                  het eerste lid gestelde verbod.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.24 Bijen</vet></al><al>(vervallen)</al><al/><al/><al><vet>Afdeling 5: Bepalingen ter bestrijding van heling
                                                van goederen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2.5.1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.2 Verplichtingen met betrekking tot het
                                                verkoopregister</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.3 Voorschriften als bedoeld in artikel
                                                437, eerste lid, van het Wetboek van
                                                Strafrecht</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.4 Vervreemding van door opkoop
                                                verkregen goederen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.5 Handel in horecabedrijven</vet></al><al>(verplaatst naar paragraaf 1: Toezicht op
                                            horecabedrijven, artikel 2.3.1.7. </al><al/><al><vet>Afdeling 6: Vuurwerk</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2.6.1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder
                                            consumentenvuurwerk:</al><al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari
                                            2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot
                                            consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit)
                                            van toepassing is.</al><al/><al><vet>Artikel 2.6.2 Ter beschikking stellen van
                                                consumentenvuurwerk</vet><vet>tijdens de
                                                verkoopdagen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de uitoefening van een
                                                  bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter
                                                  beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                                  beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een
                                                  vergunning van het college van de gemeente waar
                                                  het bedrijf is of zal worden gevestigd.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan
                                                  worden geweigerd in het belang van de openbare
                                                  orde en in het belang van het voorkomen of
                                                  beperken van overlast.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.3 Bezigen van consumentenvuurwerk
                                                tijdens de jaarwisseling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen
                                                  op een door het college in het belang van de
                                                  voorkoming van gevaar, schade of overlast
                                                  aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de
                                                  weg of op een voor publiek toegankelijke plaats te
                                                  bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan
                                                  veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                                                  gelden niet voorzover in het daarin geregelde
                                                  onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef
                                                  en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 7: Drugsoverlast</vet></al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.1</nr><titel>Openlijk gebruik en handel</titel></kop><al>(verplaatst naar artikel 2.4.8a)</al><al/><al><vet>Afdeling 8: Bestuurlijke ophouding,
                                        veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare
                                        plaatsen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.1</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de
                                    Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                    hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                    plaats indien deze personen het bepaalde in de artikelen
                                    2.1.1.1, 2.4.7, 2.4.10 of 2.4.10a van deze verordening
                                    groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.2</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden (in verband met de fouilleer-
                                        en andere controlebevoegdheden als bedoeld in de Wet wapens
                                        en munitie)</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de
                                    Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de
                                    aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                    ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen
                                    voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                                    erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.3</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                        Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                        een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een
                                        openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare
                                        manifestaties, zoals de weg,openbare plantsoenen, vrij
                                        toegankelijke passages en winkelgalerijen, stationshallen en
                                        stationsterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                        eerste lid eveneens ten aanzien van parkeerterreinen bij
                                        woningen en winkelcentra met het oog op de handhaving van de
                                        openbare orde ter plaatse: </al></lid></artikel></paragraaf></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het
                                college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen, waaronder mede wordt verstaan
                                het vaststellen van een aantal vergunningen als bedoeld in artikel
                                3.2.1, eerste lid, dat ten hoogste verleend kan worden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al></li><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant
                                        en de beheerder niet:</al></li><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                        toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
                                        ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of
                                        Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf
                                        waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                        hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek
                                        van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van:bepalingen gesteld bij of krachtens
                                        de Drank- en Horecawet, de </al></li></lijst><lijst><li nr=""><al> Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                        vreemdelingen;</al><al> de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en
                                        met 249, 252, </al></li><li nr=""><al>250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis,
                                        426,429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;</al><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of </al></li><li nr=""><al> juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al> de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
                                        Wet op de </al></li><li nr=""><al> kansspelen;</al><al> de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al><al> de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld:</al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder</al></li></lijst><al>a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a
                                van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                minder dan 375 euro bedraagt;</al><lijst><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                        geen exploitant of beheerder</al><al> geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor
                                        ten minste een maand door het </al><al> bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                        vergunning bedoeld in artikel </al><al> 3.2.1, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                        dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 06.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op zaterdag en zondag tussen 01.00 en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel</al><al> 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                                    sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende </al></lid><lid><lidnr/><al> de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of
                                    tweede lid, dan wel krachtens </al></lid><lid><lidnr/><al> artikel 3.2.4, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin </al></lid><lid><lidnr/><al> geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde </al></lid><lid><lidnr/><al> voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.4</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3, eerste of
                                    tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt</al><al> het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde
                                    besluit openbaar bekend </al><al> overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.5</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.6</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                    gebieden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.7</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>[optionele model bepaling niet overgenomen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.8</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.1</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.2</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                    3.2.2 gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.2.1, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3.2.6, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of – veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.1</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><al>1.De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de
                                vergunning vermelde </al><al>exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het
                                escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al><al>2.Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.2</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.1.1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.3.2, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer (Activiteitenbesluit);</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of</al><al> anderszins een inrichting drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen </al><al> is verbonden;</al></li><li nr="e."><al> incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal </al><al> inrichtingen;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit geldt
                                    niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.1</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde
                                plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3:</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>(gereserveerd, geregeld in de “Bomenverordening Diemen”)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4:</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4.5.1 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de toepasselijke Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1a</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.2</nr><titel>Vergunningsplicht handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een
                                    onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp
                                    van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan
                                    ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig
                                    gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
                                    zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken,
                                    daartoe aangewezen door de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste
                                    zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of
                                    verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende
                                    zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
                                    uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij
                                    het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn,
                                    mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in
                                    uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                    dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                    aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                    aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben, mits:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is
                                    gedaan aan het college;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                    kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken
                                    op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het
                                    verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving
                                    te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1.8 kan een vergunning
                                    als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband
                                    met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                    welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                    gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet voor
                                    bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist
                                    indien voor de betreffende</al><al> vorm van handelsreclame een omgevingsvergunning ingevolge
                                    artikel 2.7, lid 1, onder</al><al> a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is
                                    vereist.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5:</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.2</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.3</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4.5.2, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4.5.2, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                                Reglement </al><al>verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van
                                kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al><al>b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                Reglement </al><al>b. verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, of daartoe de gelegenheid
                                    te geven, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg een voertuig te parkeren met
                                    het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                    verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2b</nr><titel>Parkeren voertuigen zonder kentekenplaten</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig op of aan de weg te parkeren zonder dat
                                deze is voorzien van kentekenplaten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien</al><al> door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.5</nr><titel>Caravans, kampeerwagens, aanhangers e.a.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
                                        anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebruikt:</al></li><li nr="a."><al>langer dan op zeven achtereenvolgende dagen binnen de
                                        bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben;</al></li><li nr="b."><al>op de weg of op een plaats elders dan op de weg, te
                                        parkeren, waar dit naar</al><al> het oordeel van het college schadelijk is voor het
                                        uiterlijk aanzien van de </al><al> gemeente, dan wel buitensporig met het oog op de verdeling
                                        van de </al><al> beschikbare parkeerruimte.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde</al></li></lijst><al>onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                Provinciale </al><al>landschapsverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.6</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.7</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom een voertuig dat, met
                                    inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of
                                    een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een andere dan
                                    de daartoe door het college aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden of het
                                    verrichten van diensten waarvoor de aanwezigheid van het
                                    voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.8</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het </al></lid><lid><lidnr/><al> uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
                                    voertuig ter plaatse </al></lid><lid><lidnr/><al> noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.9</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.10</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets/scooter te
                                    rijden door dan wel deze te doen of te laten staan in een park
                                    of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering
                                    van werkzaamheden door of vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.11</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>(verplaatst naar artikel 2.4.12a)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.1</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan onder door hen te stellen voorschriften
                                    vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen
                                    instellingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet,
                                    op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.2.4 of bij
                                    evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1 en niet langer dan
                                    vijftien minuten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:2.3.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden te venten op de zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 21.00 en 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2a</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5.2.2, derde lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als een zelfstandig middel van
                                    bekendmaking of verspreiding, als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                                        middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                        2.2.1.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></li><li nr="4."><al>Het college weigert de vergunning indien het plaatsen van
                                        standplaatsen strijdig is met een geldend bestemmingsplan,
                                        behoudens de mogelijkheid van het verlenen van vrijstelling
                                        daarvoor.</al></li><li nr="5."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
                                        met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
                                        welstand;</al></li><li nr="b.."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                        gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                        verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor
                                        een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                                        verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                        komt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3a</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3b</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5.2.3, derde lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5.2.3, vijfde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.4</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt
                                        in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar
                                        hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                        verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                                        standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste
                                        lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        snuffelmarkt te</al><al> organiseren.</al></li><li nr="3."><al> Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                        nagenoeg geheel en </al></li><li nr=""><al> voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                                        Winkeltijdenwet.</al></li><li nr="4."><al> De vergunning wordt geweigerd Indien de snuffelmarkt
                                        frequent plaatsvindt en in strijd </al></li><li nr=""><al> is met een geldend bestemmingsplan, behoudens de
                                        mogelijkheid van het verlenen </al></li><li nr=""><al> van vrijstelling.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 3: Openbaar water</vet></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.1</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden zonder vergunning van het college een voorwerp,
                                        niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te
                                        plaatsen, aan te brengen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                        voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                        geopenbaard.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen
                                        waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
                                        plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun
                                        omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging
                                        gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar
                                        water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan
                                        wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en
                                        onderhoud van het openbaar water.</al></li><li nr="4."><al>De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voorzover
                                        in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                        Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening,
                                        de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.2</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen
                                        of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                        beschikbaar te stellen op door het college aangewezen
                                        gedeelten van openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                        stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op
                                        niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van
                                        openbaar water:</al></li><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                        volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien
                                        van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        of de Provinciale landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.3</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.3.2
                                        bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een
                                        vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
                                        veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                                        openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne
                                        en het aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                        vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot
                                        het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                        volgen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening.
                                        of de Provinciale landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.4</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5.3.2, tweede
                                lid, en 5.3.3 bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.5</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                        zijnde vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                        beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                        pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                        bakens of sluizen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.6</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.7</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.8</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan
                                        een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich
                                        daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Afdeling 4: Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                    natuurgebieden</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.1</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><al/><al>Artikel 5.4.1 Crossterreinen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                        trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en
                                        ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
                                        bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                                        sportmotoren.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.2</nr><titel>Beperking verkeer in
                                    natuurgebieden</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen:</al></li><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast in het belang van;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                                hulpverlening en van andere krachtens artikel 29,
                                                eerste lid, Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en
                                                Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                                of exploitatie van de terreinen als in het eerste
                                                lid bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die
                                                krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                                uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters
                                                van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen
                                                als in het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                                verzorging van de onder d. bedoelde personen.</al><al/><al>4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt
                                                voorts niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                                b, van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale
                                                verordening 'Stiltegebieden' aangewezen
                                                stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                                'toestel'.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het
                                                eerste lid gestelde verbod.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 5: Verbod vuur te stoken</vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5.1</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al></li><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                        dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                        afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden,en uitsluitend voor zover
                                        het in dit lidbepaalde onder a., b. en c. geen gevaar,
                                        overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
                                        het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Afdeling 6: Verstrooiing van as</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.1</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.2</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></li><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                        termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in
                                        het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg
                                        draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.3</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de voorgaande artikelen bepaalde en
                            de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete
                            van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de als zodanig bij de gemeentelijke
                                organisatie aangewezen personen en de bevoegde ambtenaren van
                                politie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner, onverminderd het bepaalde in de Algemene wet op het
                            binnentreden en het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Algemene plaatselijke verordening Diemen 2010” (vastgesteld bij
                                besluit van 23 juni 2010) wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                                tweede of derde lid, die golden op het moment van de
                                inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening
                                overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen
                                krachtens deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1.5.2 die zijn
                                ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.2 van
                                de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden afgehandeld volgens
                                het op dat tijdstip geldende recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op
                                grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede of derde
                                lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop
                                beslist volgens de toepasselijke verordening bedoeld in artikel 6.4,
                                tweede of derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Diemen 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten tijdens de gemeenteraadsvergadering van 25 november
                        2010,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>