<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR45955_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen Ouder-Amstel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Amstelgids, 05/03/2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen Ouder-Amstel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-02-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/03</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen Ouder-Amstel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 januari 2009,
                        nummer 2009/03,</al><al><vet>s t e l t v a s t:</vet> De ‘verordening kwaliteitsregels
                        peuterspeelzalen Ouder-Amstel.’ </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan
                                    kinderen van twee en een half tot vier jaar gedurende een of
                                    meer dagdelen per week van maximaal 3 uur met als doel de
                                    ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te
                                    laten spelen; </al></li><li nr="b."><al>peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk
                                    plaatsvindt; </al></li><li nr="c."><al>houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert; </al></li><li nr="d."><al>beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal werkzaamheden
                                    verricht die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk
                                    geldende CAO en die beschikt over een voor deze werkzaamheden
                                    passende beroepskwalificaties; </al></li><li nr="e."><al>begeleider/vrijwilliger: degene die anders dan als beroepskracht
                                    is belast met de begeleiding van kinderen bij een
                                    peuterspeelzaal.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>MELDINGSPLICHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><al>Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen
                            binnen de gemeente doet daarvan melding aan het college. De melding
                            vindt plaats met behulp van een door het college vastgesteld en
                            beschikbaar gesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Ambitieniveau van het
                                peuterspeelzaalwerk</titel></kop><al>De houder geeft in de melding aan het college aan voor welk
                            ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest, waarbij de volgende
                            ambitieniveaus worden onderscheiden: </al><lijst><li nr="a."><al>ambitieniveau 1: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’;
                                </al></li><li nr="b."><al>ambitieniveau 2: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en
                                    ondersteunen’.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijn van in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen
                                    binnen <cursief>vier weken </cursief>na het tijdstip van de
                                    melding. </al></li><li nr="2."><al>Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in
                                    artikel 17, eerste lid, eerder is gebleken dat de exploitatie
                                    redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de
                                    bepalingen in hoofdstuk 3 van deze verordening, kan de
                                    exploitatie vanaf dat moment plaatsvinden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verbod op het in exploitatie nemen van een
                            peuterspeelzaal</titel></kop><al>Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien uit
                            het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17, eerste lid,
                            blijkt dat niet aan de eisen van de verordening wordt voldaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Register</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt een register bij van gemelde peuterspeelzalen.
                                    In dit register worden na een melding onmiddellijk de gegevens
                                    opgenomen die ingevolge artikel 2, tweede lid, en artikel 3 zijn
                                    verstrekt. </al></li><li nr="2."><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de
                                    peuterspeelzaal in het register heeft plaatsgevonden. </al></li><li nr="3."><al>Het register ligt op het gemeentehuis kosteloos voor een ieder
                                    ter inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigingen van gegevens</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de melding
                                    zijn verstrekt, onmiddellijk mededeling aan het college. </al></li><li nr="2."><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat de wijzigingen
                                    in het register zijn aangetekend. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>DE KWALITEITSEISEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Algemene kwaliteitseisen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk aan
                                    dat bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind
                                    in een veilige en gezonde omgeving. </al></li><li nr="2."><al>De houder organiseert het peuterspeelzaalwerk op zodanige wijze,
                                    voorziet de peuterspeelzaal zowel kwalitatief als kwantitatief
                                    zodanig van personeel en materieel, draagt zorg voor een
                                    zodanige verantwoordelijkheidstoedeling en voert een zodanig
                                    pedagogisch beleid, dat een en ander leidt of moet leiden tot
                                    verantwoord peuterspeelzaalwerk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid</titel></kop><al>De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de
                            gezondheid van de op te vangen kinderen in elk door hem geëxploiteerde
                            peuterspeelzaal zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder legt, voor
                            zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en
                            regelgeving, in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke
                            risico’s de opvang van kinderen met zich meebrengt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oppervlakte speelruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor ieder kind is minimaal 3,5 m<sup>2</sup> bruto-oppervlakte
                                    aan binnenspeelruimte beschikbaar. </al></li><li nr="2."><al>Voor ieder kind is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de
                                    bruto-oppervlakte minimaal 4 m<sup>2</sup> per kind bedraagt en
                                    die voor kinderen bereikbaar is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Groepen en groepsgrootte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in passend
                                    ingerichte vaste afzonderlijke ruimtes. </al></li><li nr="2."><al>In een groep zijn ten hoogste vijftien kinderen gelijktijdig
                                    aanwezig. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het aantal beroepskrachten of begeleiders per groep is
                                    afhankelijk van het door de houder gekozen ambitieniveau. </al></li><li nr="2."><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 1: ‘spelen,
                                    ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’ zijn er in elke groep ten
                                    minste één beroepskracht en één begeleider aanwezig. </al></li><li nr="3."><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 2: ‘spelen,
                                    ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’ zijn er in
                                    elke groep ten minste twee beroepskrachten aanwezig. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overeenkomst tussen houder en ouder</titel></kop><al>Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een schriftelijke
                            overeenkomst tussen de houder en een ouder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Informatieplicht aan de ouders</titel></kop><al>De houder van een peuterspeelzaal informeert de ouder voorafgaand aan
                            het aangaan van deze overeenkomst in ieder geval over: </al><lijst><li nr="a."><al>de plaatsingsprocedure en leveringsvoorwaarden; </al></li><li nr="b."><al>het gekozen ambitieniveau als bedoeld in artikel 3; </al></li><li nr="c."><al>het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid en
                                    gezondheid, alsmede het pedagogisch beleid waarin vanuit de
                                    visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de omgang met
                                    kinderen is beschreven; </al></li><li nr="d."><al>de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na plaatsing
                                    van het kind bij de peuterspeelzaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verklaring omtrent het gedrag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Personen die als beroepskracht werkzaam zijn bij een
                                    peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het
                                    gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens. </al></li><li nr="2."><al>Deze verklaring wordt aan de houder overlegd voordat een persoon
                                    zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het moment dat
                                    zij wordt overlegd niet ouder dan twee maanden. Indien de houder
                                    of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat een persoon
                                    niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een
                                    verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die
                                    persoon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die
                                    niet ouder is dan twee maanden. De desbetreffende persoon
                                    overlegt de verklaring binnen een door de houder vast te stellen
                                    termijn. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>HET GEMEENTELIJK TOEZICHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanwijzing van toezichthouders</titel></kop><al>Het college wijst toezichthouders aan. De GGD functioneert als
                            toezichthoudende instantie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in
                                    artikel 2, eerste lid, binnen <cursief>vier weken</cursief> of
                                    de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in
                                    overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                    verordening. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder
                                    jaarlijks of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt
                                    in overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                    verordening. </al></li><li nr="3."><al>Naast het onderzoek bedoeld in het eerste en tweede lid kan de
                                    toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving
                                    door een houder van de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                    verordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Het inspectierapport</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
                                    onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
                                </al></li><li nr="2."><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de
                                    voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen worden
                                    nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport. </al></li><li nr="3."><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de
                                    houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen
                                    en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder
                                    vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het
                                    rapport. </al></li><li nr="4."><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
                                    houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
                                    legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats. </al></li><li nr="5."><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie
                                    weken na de vaststelling daarvan openbaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aanwijzing en bevel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven
                                    indien op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de
                                    voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoende mate
                                    naleeft. </al></li><li nr="2."><al>In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op
                                    welke punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden
                                    nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.
                                </al></li><li nr="3."><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang
                                    bij een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van
                                    maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de
                                    toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een
                                    geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden
                                    verlengd. </al></li><li nr="4."><al>De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing
                                    onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt in het register de peuterspeelzalen op die op
                                    het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening over een
                                    vergunning op grond van de Verordening kinderopvang 1990
                                    beschikken. </al></li><li nr="2."><al>Een houder van een peuterspeelzaal als bedoeld in het eerste lid
                                    verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens die nodig
                                    zijn voor het register. </al></li><li nr="3."><al>Beroepskrachten die op het tijdstip van inwerkingtreding van
                                    deze verordening werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal, leggen
                                    aan de houder binnen twee maanden na de inwerkingtreding een
                                    verklaring omtrent het gedrag over. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht per 1
                            januari 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels
                            peuterspeelzalen Ouder-Amstel.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 5 februari 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.J. Heijlman</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>