<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR459263_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels subsidies Peuterspeelzaalwerk en Voorschoolse Educatie 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bodegraven-Reeuwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bodegraven-Reeuwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2017, 128765</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels subsidies Peuterspeelzaalwerk 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;artikel=Titel 4.2&amp;g=2017-07-04">Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR157551_1">Algemene subsidieverordening Bodegraven-Reeuwijk 2011, art. 2.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-07-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-07-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z-17-54754</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>kinderopvang, peuteropvang</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels subsidies Peuterspeelzaalwerk en Voorschoolse Educatie
                2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                        Bodegraven-Reeuwijk;</al><al/><al>gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2.2 van de
                        Algemene subsidieverordening Bodegraven-Reeuwijk 2011;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende Nadere regels subsidies Peuterspeelzaalwerk en
                        Voorschoolse Educatie 2018 met inbegrip van de daarbij behorende
                        bijlagen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze nadere regels wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>(Doelgroep)peuters: in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk woonachtige
                                kinderen van 2 jaar en 3 maanden tot 4 jaar (zonder recht op
                                kinderopvangtoeslag).</al></li><li nr="b."><al>Bestuursrechtelijke handhaving: handhaving in de vorm van een
                                genomen besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom,
                                bestuursdwang of een bestuurlijke boete. </al></li><li nr="c."><al>College: het college van burgemeester en wethouders. </al></li><li nr="d."><al>Doelgroeppeuter: kind dat op indicatie van de JeugdGezondheidsZorg
                                (JGZ) in aanmerking komt voor een peuterplek VVE. </al></li><li nr="e."><al>DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, onderdeel van het Ministerie van
                                Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. </al></li><li nr="f."><al>Houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de
                                Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt
                                begrepen een in Bodegraven-Reeuwijk gevestigde locatie voor
                                kinderopvang waar peuterspeelzaalwerk wordt uitgevoerd en die in het
                                LRKP staat geregistreerd als kinderdagverblijf. </al></li><li nr="g."><al>Inkomensverklaring (voorheen IB 60): een officiële verklaring van de
                                Belastingdienst inzake de inkomensgegevens van een persoon in een
                                bepaald belastingjaar. </al></li><li nr="h."><al>Kinderdagverblijf: locatie waar dagopvang voor kinderen tussen de 0
                                en 4 jaar wordt gerealiseerd, volgens de eisen van de Wet
                                kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. </al></li><li nr="i."><al>Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van het Rijk aan ouders
                                bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRKP
                                geregistreerde kinderopvang. </al></li><li nr="j."><al>Kwaliteitskader VVE: Bijlage bij deze nadere regels, waarin de eisen
                                die we in Bodegraven-Reeuwijk stellen aan het VVE-aanbod en de
                                uitvoering ervan staan opgesomd. 2017 geldt als overgangsjaar bij de
                                toepassing van de kwaliteitseisen. </al></li><li nr="k."><al>LRKP: Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen: Register
                                waarin kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen zijn opgenomen
                                die voldoen aan de wettelijke eisen. </al></li><li nr="l."><al>Ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders moeten betalen voor
                                de afname van een peuterplek (hetzij regulier, hetzij VVE) voor hun
                                kind, afgestemd op het verzamelinkomen van het huishouden. </al></li><li nr="m."><al>Ouderbijdragentabel: een door het college opgesteld overzicht van de
                                ouderbijdrage per inkomensgroep. </al></li><li nr="n."><al>Ouders: ouder(s) of verzorgers van de peuter. </al></li><li nr="o."><al>Gecertificeerd volgsysteem (bijv. Peuterestafette):
                                overdrachtsinstrument waarmee pedagogisch medewerkers op een
                                systematische manier hun beeld van de ontwikkeling van een peuter
                                beschrijven. Dit document wordt vervolgens besproken met ouders en
                                overgedragen naar de toekomstige basisschool. </al></li><li nr="p."><al>Peuterplek regulier: plek van één of twee dagdelen per week voor
                                peuters vanaf 2 jaar en 3 maanden tot het moment waarop zij
                                uitstromen naar de basisschool, gedurende 40 weken per jaar. Het
                                aantal uren per peuterplek per week is 5. De plek bevindt zich op
                                een peuteropvanglocatie die in het LRKP staat geregistreerd als VVE
                                gecertificeerd. </al></li><li nr="q."><al>Peuterplek VVE: plek voor doelgroeppeuters vanaf 2 jaar en 3 maanden
                                tot het moment waarop zij uitstromen naar de basisschool, van twee
                                tot vier dagdelen per week, verspreid over minimaal 2 weekdagen,
                                gedurende 40 weken per jaar. Het aantal uren varieert van 10- 10,5
                                (= maximaal). De plek bevindt zich op een peuteropvanglocatie die in
                                het LRKP staat geregistreerd als VVE gecertificeerd. </al></li><li nr="r."><al>Peuterspeelzaalwerk: educatieve opvang voor kinderen vanaf 2 jaar en
                                3 maanden tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen,
                                gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de
                                basisschool en die voldoet aan de eisen uit de Wet kinderopvang en
                                kwaliteitseisen peuterspeelzalen met het daarbij behorende Besluit
                                basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
                                Peuterspeelzaalwerk wordt uitgevoerd op peuterspeelzaalwerklocaties
                                in groepen van maximaal 16 peuters per groep. De ontwikkeling van
                                alle peuters wordt gevolgd middels een observatiesysteem. </al></li><li nr="s."><al>Vereiste taalniveaus: de landelijk gehanteerde eisen aan de
                                taalniveaus van pedagogisch medewerkers op de
                                peuterspeelzaalwerklocaties, te weten 2F voor schrijfvaardigheid en
                                3F voor spreek- en luistervaardigheid. Deze eisen zijn afkomstig uit
                                de Referentieniveaus taal van de commissie Meijerink. </al></li><li nr="t."><al>Verzamelinkomen: Door de Belastingdienst gehanteerde term voor het
                                jaarinkomen uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de
                                aftrekposten. Het betreft hier het jaarinkomen van het hele gezin.
                            </al></li><li nr="u."><al>VVE (voor- en vroegschoolse educatie): hier opgevat als
                                peuterspeelzaalwerk voor kinderen vanaf 2 jaar en 3 maanden tot het
                                moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, waarin via een
                                VVE-programma op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten
                                worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van
                                kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en
                                sociaal-emotionele ontwikkeling. </al></li><li nr="v."><al>VVE-programma: erkend VVE-programma.</al></li><li nr="w."><al>Peuterspeelzaalwerklocatie: de locatie, geregistreerd als
                                kinderdagverblijf in Bodegraven-Reeuwijk in het LRKP, waar de houder
                                peuterspeelzaalwerk uitvoert. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Deze nadere regels hebben als doelstelling het mogelijk maken van de
                        uitvoering van gesubsidieerd peuterspeelzaalwerk, inclusief VVE, voor het
                        jaar 2018.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanvrager</titel></kop><al>Een subsidieaanvraag kan enkel worden ingediend door een houder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag van een houder moet door de gemeente zijn ontvangen op 15
                            september voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking
                            heeft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alleen aanvragen die in de periode genoemd in het eerste lid, dus
                            inclusief alle bijlagen, zijn ontvangen, worden in behandeling
                            genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het aanvragen van subsidie dienen de volgende gegevens en stukken
                            overgelegd te worden:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen formulier aanvragen subsidie 2018 van de Gemeente
                                    Bodegraven-Reeuwijk inclusief gevraagde bijlagen;</al></li><li nr="b."><al>het Format Subsidieaanvraag Peuterspeelzaalwerk 2018 Gemeente
                                    Bodegraven-Reeuwijk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvragen van houders die in de voorafgaande subsidieperiode geen
                            subsidie voor peuterspeelzaalwerk hebben ontvangen en bij aanvragen voor
                            nieuwe, nog niet eerder gesubsidieerde locaties, van houders die in de
                            voorafgaande periode wel subsidie ontvingen, moeten de volgende
                            documenten worden aangeleverd:</al><lijst><li nr="a."><al>de VVE-certificaten van de pedagogisch medewerkers van de
                                    peuterspeelzaalwerklocatie(s) waarvoor subsidie wordt
                                    aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>bewijzen van de taalniveaus van de pedagogisch medewerkers van
                                    de peuterspeelzaalwerklocaties waarvoor subsidie wordt
                                    aangevraagd, dan wel bewijzen van lopende deelname aan
                                    taalscholing die tot doel heeft de vereiste taalniveaus te
                                    bereiken</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie is beschikbaar voor de volgende peuters:</al><lijst><li nr="a."><al>peuters die een peuterplek regulier bezetten, en waarvan de
                                    ouders aantoonbaar geen recht hebben op
                                    kinderopvangtoeslag;</al></li><li nr="b."><al>doelgroeppeuters die een peuterplek VVE bezetten en waarvan de
                                    ouders aantoonbaar geen recht hebben op
                                    kinderopvangtoeslag;</al></li><li nr="c."><al>doelgroeppeuters die een peuterplek VVE bezetten en waarvan de
                                    ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Houders zijn verplicht bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar
                            gekomen peuterplek doelgroeppeuters voorrang te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college subsidieert peuteropvang met een maximum van € 7,20 per uur
                            minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college subsidieert de VVE met een maximum van € 9,00 per uur minus
                            de inkomensafhankelijke ouderbijdrage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college subsidieert per maand per bezette peuterplek. Voor de in
                            artikel 6 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale
                            subsidiebedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de in artikel 6, eerste lid, onder a genoemde doelgroep
                                    bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar: 7
                                    uren per week * maximaal € 7,20 per uur * 40 weken minus de
                                    geldende ouderbijdrage als bedoeld in artikel 11;</al></li><li nr="b."><al>voor de in artikel 6, eerste lid, onder b genoemde doelgroep
                                    bedraagt de maximale subsidie per bezette VVE peuterplek per
                                    jaar: 10,5 uren per week * maximaal € 9,00 per uur * 40 weken
                                    minus de geldende ouderbijdrage als bedoeld in artikel 11;</al></li><li nr="c."><al>voor de in artikel 6, eerste lid, onder c genoemde doelgroep
                                    bedraagt de maximale subsidie per bezette VVE- peuterplek per
                                    jaar: 10,5 uren per week * maximaal € 9,00per uur * 40 weken
                                    minus de geldende ouderbijdrage als bedoeld in artikel 11.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode,
                            op basis van de gegevens uit de eindrapportage van de houder, inclusief
                            het ingevulde Format Eindrapportage Peuterspeelzaalwerk 2018, door het
                            college vastgesteld. Deze vaststelling vindt plaats op basis van
                                he<vet>t </vet>werkelijke aantal bezette peuterplekken (daaronder
                            wordt hier begrepen het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette
                            peuterplek (regulier en VVE), het werkelijk gehanteerde uurtarief, het
                            aantal doelgroeppeuters waarvoor (naar rato) het VVE-jaarbedrag wordt
                            ontvangen en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen) en kan een
                            terugvordering tot gevolg hebben als houder minder bezette peuterplekken
                            heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de
                            subsidieverlening was gebaseerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is toegestaan de werkelijke invulling van de plekken als reguliere
                            of VVE-plek ten opzichte van de aantallen genoemd in de
                            subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode, aan te passen aan de
                            vraag van ouders. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Subsidieverdeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieverlening voor peuterplekken geschiedt volgens de volgende
                            verdeelcriteria:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvragen voor peuterspeelzaalwerklocaties worden beoordeeld op
                                    passendheid binnen deze nadere regels. Als randvoorwaarde geldt
                                    ook dat de instelling voor peuteropvang VVE aanbiedt binnen haar
                                    totale dienstverlening in onze gemeente;</al></li><li nr="b."><al>indien er meer subsidies worden aangevraagd dan het
                                    subsidieplafond toelaat worden organisaties die in het verleden
                                    subsidie hebben ontvangen tijdelijk bevoorrecht . Dit is bedoeld
                                    als overgangsregeling. Als subsidieplafond geldt het bedrag dat
                                    de gemeente van het Rijk ontvangt voor peuteropvang (in 2017 €
                                    336.000,-). In 2018 is 25% van de totaal aangevraagde subsidie
                                    peuterspeelzalen bestemd voor de bevoorrechte organisaties.
                                    Vanaf 2019 geldt deze voorkeursbehandeling niet meer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voortvloeiend uit het eerste lid, onder a, zal er vanaf 2018 per
                            kwartaal gemonitord worden welke aantallen VVE en reguliere peuteropvang
                            worden aangeboden. Hiervoor gelden de data 1 januari, 1 april, 1 juli en
                            en 1 oktober. Per datum dient de subsidie ontvangende organisatie binnen
                            2 werkweken na de hier genoemde data de actuele cijfers over VVE plekken
                            en regulier plekken aan de gemeente te overleggen. Zonodig vindt er
                            overleg plaats tussen de gemeente en betrokken organisaties, naar
                            aanleiding van deze rapportages.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan houders die voldoen aan de
                            voorwaarden uit het kwaliteitskader VVE ten aanzien van
                            VVE-certificering, taalniveau van de pedagogisch medewerkers, het
                            gebruik van een gecertificeerd volgsysteem plus warme overdracht van
                            doelgroeppeuters en samenwerking met één of meer basisscholen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd de weigeringsgronden als bedoeld in Hoofdstuk 4 van de
                            Algemene subsidieverordening Bodegraven-Reeuwijk 2011 en de
                            subsidievoorwaarden als opgenomen in deze nadere regels, kan de subsidie
                            in ieder geval worden geweigerd indien voor één van de vestigingen van
                            de houder in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk vanaf het moment van
                            subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening
                            bestuursrechtelijke handhaving van kracht is of wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Toetsing recht op een gesubsidieerde peuterplek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een
                            gesubsidieerde peuterplek dient de houder vast te stellen of ouders
                            recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van
                            de Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag in combinatie met een
                            inkomensverklaring van beide ouders 2016 (zie Bijlage 2).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het verwachte verzamelinkomen over 2017 wijzigt ten opzichte van
                            het verzamelinkomen dat is aangegeven op de Inkomensverklaring(en) over
                            2016, dient deze verklaring aangevuld te worden met documenten waaruit
                            de hoogte van het verwachte verzamelinkomen over 2018 blijkt. Dit kunnen
                            zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring,
                            verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken
                            dat de inkomenswijziging structureel is, en in ieder geval geldt voor de
                            maand voorafgaand aan plaatsing op een peuterplek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De houder houdt een administratie bij van de documenten aan de hand
                            waarvan de toetsing recht op een gesubsidieerde plek is gedaan, en van
                            bevindingen van deze toetsing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De ouderbijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de ouderbijdrage wordt door de houder bepaald op basis van
                            het verwachte verzamelinkomen over 2017. Dit verwachte inkomen wordt
                            bepaald aan de hand van de door ouders te overleggen Inkomensverklaring
                            als bedoeld in artikel 10, eerste lid , over 2016 en eventueel
                            aanvullende documenten zoals genoemd in artikel 10, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na bepaling van het verwachte verzamelinkomen over 2017 stelt houder de
                            hoogte van de ouderbijdrage vast aan de hand van de tabel in Bijlage
                            1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor peuteropvang betaalt een ouder zonder recht op kinderopvangtoeslag
                            de inkomensafhankelijke ouderbijdrage tot € 7,20 plus het verschil
                            tussen het fiscaal maximum en de kostprijs van de organisatie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de VVE betaalt een ouder:</al><lijst><li nr="a."><al>met recht op kinderopvangtoeslag: voor de eerste 5 uur het
                                    fiscaal maximum aan de aanbieder (7,20) en vraagt
                                    kinderopvangtoeslag terug bij de belastingdienst. Voor de
                                    overige 5,5 uur betaalt deze ouder 0,43 per uur;</al></li><li nr="b."><al>zonder recht op kinderopvangtoeslag: voor de eerste 5 uur een
                                    inkomensafhankelijke bijdrage aan de hand van de tabel in
                                    Bijlage 1. Voor de overige 5,5 uur betaalt deze ouder €0,43 per
                                    uur.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een tijdig en compleet ingediende
                            subsidieaanvraag binnen zes weken na 15 september 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft
                            voor de betreffende peuterspeelzaalwerklocatie bestuursrechtelijke
                            handhaving van kracht wordt, kan dat het herzien of intrekken van het
                            besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie
                            geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft
                            tijdens controle door gemeente, GGD en/of onderwijsinspectie blijkt dat
                            de betreffende peuterspeelzaalwerklocatie niet voldoet aan de
                            voorwaarden uit het Kwaliteitskader VVE, wordt van de houder verwacht
                            dat aantoonbare inspanningen worden gepleegd om in de subsidieperiode
                            wel aan de voorwaarden te gaan voldoen. Indien deze inspanningen niet
                            worden gepleegd, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot
                            subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of
                            gedeeltelijk worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Houders die subsidie ontvangen zijn verplicht om uiterlijk op de datum
                            van de start van de te subsidiëren activiteiten op hun website een
                            overzicht van de geldende ouderbijdragen per inkomensgroep en per soort
                            peuterplek, die voor de betreffende peuterspeelzaalwerklocatie gelden,
                            te publiceren. Indien houder niet aan deze verplichting voldoet, kan dat
                            het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot
                            gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden
                            teruggevorderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verantwoording subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder levert op uiterlijk 1 mei 2019 een eindrapportage aan het
                            college aan, middels het Format Eindrapportage Peuterspeelzaalwerk
                            2018.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor subsidies van € 125.000 - en hoger dient de eindrapportage voorzien
                            te zijn van een controleverklaring.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor subsidies tot € 125.000 geldt dat het college bij houder nadere
                            gegevens kan opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de
                            subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is
                            houder is verplicht de het college desgewenst inzage te geven in diens
                            administratie betreffende onder meer:</al><lijst><li nr="a."><al>inkomensverklaringen of andere bewijzen hoogte
                                    gezinsinkomen;</al></li><li nr="b."><al>verklaringen Geen recht op kinderopvangtoeslag (zie Bijlage 2)
                                    van ouders;</al></li><li nr="c."><al>plaatsingsovereenkomst peuter waaruit aantal uren, soort
                                    peuterplek, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum
                                    blijken;</al></li><li nr="d."><al>VVE-indicaties, afgegeven door de JGZ, voor plaatsingen van
                                    doelgroeppeuters.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><al>De vaststelling van de subsidie vindt plaats door toepassing van de formules
                        uit artikel 7, derde lid op de informatie uit de eindrapportage zoals
                        genoemd in artikel 13 , eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken
                        van de bepalingen van deze nadere regels, indien toepassing ervan tot
                        onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels subsidies
                        Peuterspeelzaalwerk 2018.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze nadere regels treden in werking op de eerste dag na de dag van
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><titel/></kop><al><cursief>N.B. Het in de artikelen 7 en 11 en in bijlage 1 genoemde tarief
                            van € 7,20 per uur zal worden aangepast aan het landelijke tarief voor
                            2018.</cursief></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Bodegraven, 4 juli 2017.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris,</ondertekening><ondertekening>drs. J.G. de Jager</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>mr. C. van der Kamp</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1.</nr><titel>Tabel ouderbijdrage peuterwerk 2018</titel></kop><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>