<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR459241_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Rotterdam 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-122415.html">gmb-2017-122415</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Rotterdam 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035362&amp;artikel=2.1.3">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.1.3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=2.10">Jeugdwet, art. 2.10</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=47">Participatiewet, art. 47</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=42">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=42">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-06-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad 2017, nummer 89</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt per 1 augustus 2017 de <extref doc="1.1:CVDR361769_1">Verordening cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rotterdam 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Rotterdam
            2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Rotterdam,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 april 2017
                        (raadsvoorstel nr. 17bb3156); raadsstuk 17bb4633;</al><al>gelet op <extref doc="1.0:v:BWBR0035362&amp;artikel=2.1.3" struct="BWB">artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                            2015</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=2.10" struct="BWB">artikel 2.10 van de Jeugdwet</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=47" struct="BWB">artikel 47 van
                            de Participatiewet</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=42" struct="BWB">artikel 42 van
                            de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            werkloze werknemers</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=42" struct="BWB">artikel 42 van
                            de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            gewezen zelfstandigen</extref> en <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149" struct="BWB">artikel 149
                            van de Gemeentewet</extref>;</al><al>overwegende, dat het vanwege de onderlinge samenhang tussen de
                        beleidsterreinen gewenst is cliëntenparticipatie in het sociale domein onder
                        te brengen bij één commissie;</al><al><vet>besluit vast te stellen:</vet></al><al><vet>Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Rotterdam
                        2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>cliënt:</cursief></al><lijst><li nr="1°"><al> persoon, als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0035362&amp;artikel=1.1.1" struct="BWB">artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet
                                            maatschappelijke ondersteuning 2015</extref>; of</al></li><li nr="2°"><al> persoon aan wie jeugdhulp wordt verleend als bedoeld in
                                            <extref doc="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=1.1" struct="BWB">artikel 1.1 van de Jeugdwet</extref>;
                                        of</al></li><li nr="3°"><al> persoon, als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=7" struct="BWB">artikel 7, eerste lid, onder a, van de
                                            Participatiewet</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al><cursief>college:</cursief></al></li><li nr=""><al>college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Rotterdam;</al></li><li nr="c."><al><cursief>directeur:</cursief></al></li><li nr=""><al>concerndirecteur van of directeur binnen het cluster van de gemeente
                                Rotterdam, die bevoegd is voor het beleidsterrein waarop de
                                advisering betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al><cursief>sociaal domein:</cursief></al></li><li nr=""><al>de beleidsonderwerpen die vallen onder de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">Jeugdwet</extref>, de
                                    <extref doc="1.0:v:BWBR0035362" struct="BWB">Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning 2015</extref>, de <extref doc="1.0:v:BWBR0015703" struct="BWB">Participatiewet</extref>, de <extref doc="1.0:v:BWBR0004044" struct="BWB">Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers</extref>, de <extref doc="1.0:v:BWBR0004163" struct="BWB">Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    gewezen zelfstandigen</extref>, het armoedebeleid en de
                                schulddienstverlening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Commissie voor cliëntenparticipatie sociaal domein</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een commissie in die belast is met
                            cliëntenparticipatie in het sociale domein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie heeft als taak:</al><lijst><li nr="a."><al>het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college en de
                                    directeur over onderwerpen binnen het sociale domein, die zowel
                                    betrekking kunnen hebben op de beleidsvoorbereiding als
                                    uitvoering daarvan;</al></li><li nr="b."><al>het in co-creatie met beleidsadviseurs ontwikkelen van beleid
                                    binnen het sociale domein.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd te adviseren over individuele situaties,
                            klachten of bezwaarschriften van cliënten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de commissie hebben ingezetenen van de gemeente Rotterdam zitting,
                            waaronder in ieder geval cliënten of vertegenwoordigers van
                            cliënten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat cliënten, genoemd in artikel 1,
                            onder a, per categorie voldoende in de commissie zijn
                            vertegenwoordigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Werkwijze commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de commissie vroegtijdig wordt
                            betrokken bij de voorbereiding van beleid en regelgeving door:</al><lijst><li nr="a."><al>haar te informeren over onderwerpen waarop wijziging van beleid
                                    of regelgeving verwacht wordt;</al></li><li nr="b."><al>waar mogelijk in gezamenlijkheid te komen tot voorstellen voor
                                    beleid of regelgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten de commissie niet te betrekken bij de
                            voorbereiding van beleid of regelgeving indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van ondergeschikte herzieningen van eerder
                                    vastgesteld beleid;</al></li><li nr="b."><al>inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                    uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>er sprake is van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan
                                    geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="d."><al>de invoering of wijziging van beleid of regelgeving het gevolg
                                    is van een rechterlijke uitspraak, contractuele of andere
                                    schriftelijke afspraken;</al></li><li nr="e."><al>de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is
                                    dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>ten aanzien van de uitvoering en beleidsvoorbereiding een eigen
                                    cliëntenraad of adviesraad bestaat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverlet de vorige leden kan het college besluiten dat ten aanzien van
                            een beleidsonderwerp een aanvullende inspraakprocedure wordt
                            gevolgd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ondersteuning commissie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat de commissie, om haar taken naar behoren
                        te kunnen vervullen, wordt ondersteund door personen van buiten de
                        gemeentelijke organisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bestuurlijk overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie of een afvaardiging daarvan heeft ten minste éénmaal per
                            jaar overleg met de wethouders die verantwoordelijk zijn voor de
                            beleidsterreinen waarop zij adviseert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zowel de wethouders als de commissie kunnen voor het overleg, bedoeld in
                            het eerste lid, bespreekpunten aandragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere regels op,
                        waarin ten minste wordt geregeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de samenstelling, benoeming en ontslag van de leden en de voorzitter
                                van de commissie;</al></li><li nr="b."><al>de openbaarheid van de adviezen;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop de commissie wordt ondersteund in haar
                                werkzaamheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekking en wijziging regelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de Verordening Jeugdhulp Rotterdam 2015 vervalt artikel 11.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de Verordening maatschappelijke ondersteuning Rotterdam 2015 vervalt
                            artikel 40.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De <extref doc="1.1:CVDR361769_1" struct="CVDR">Verordening
                                cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rotterdam 2015</extref> wordt
                            ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene vergoedingsverordening leden commissies Rotterdam 2005 wordt
                            als volgt gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>In Bijlage 2 wordt ‘Brede Raad Rotterdam’ vervangen door: Brede
                                    Raad 010.</al></li><li nr="b."><al>Bijlage 3 komt te luiden:</al><al><cursief>Bijlage 3 Bijzondere vergoedingen ex artikel 2, vijfde
                                        lid</cursief></al><al>Brede Raad 010</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al>Naam of functie</al></entry><entry colname="col2"><al>vergoeding per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lid</al></entry><entry colname="col2"><al>bedrag ter hoogte van één twaalfde van het
                                                  jaarbedrag zoals genoemd in artikel 7, onder h,
                                                  van de Regeling Participatiewet, IOAW en
                                                  IOAZ.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op
                        de maand waarin deze wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening cliëntenparticipatie
                        sociaal domein Rotterdam 2017.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2017-06-01">Aldus vastgesteld in de openbare vergadering
                            van 1 juni 2017.</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>J.M. vanMidden</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.Aboutaleb</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel> Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Op 1 juli 2015 is door het college op grond van artikel 84 Gemeentewet een
                    commissie ingesteld, die primair tot taak heeft om door middel van advisering en
                    het betrekken van burgers, bij te dragen aan de voorbereiding en de uitvoering
                    van het stedelijk beleid binnen het sociale domein, primair met betrekking tot
                    de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Jeugdwet. Deze
                    commissie is zich Brede Raad 010 gaan noemen.</al><al>De gemeenteraad heeft in de motie “Brede adviesraad inclusief Participatiewet”
                    (nummer 14bb5400) overwogen, dat:</al><lijst><li nr="•"><al>er een significante samenhang is tussen de Wmo 2015, de Jeugdwet en de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="•"><al>toegankelijkheid ook over werk gaat; en</al></li><li nr="•"><al>Rotterdammers met een arbeidshandicap vaak te maken hebben met
                            Wmo-voorzieningen.</al></li></lijst><al>De wettelijke bepalingen over cliëntenparticipatie zijn voor de Participatiewet
                    hetzelfde geregeld als voor de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening
                    oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Het
                    beleid in het kader van de Participatiewet heeft in veel gevallen dezelfde
                    uitwerking voor de IOAW en IOAZ. Om die reden is ook het beleid in het kader van
                    deze twee wetten in de uitbreiding van taken van de commissie opgenomen.</al><al>In de praktijk is gebleken dat het zinvol is om de Brede Raad 010 ook te
                    betrekken bij twee andere onderwerpen waar cliënten in het kader van de
                    Participatiewet, Wmo 2015 en Jeugdwet vaak mee te maken hebben, namelijk het
                    armoedebeleid en schulddienstverlening. Met deze verordening worden ook deze
                    twee beleidsterreinen formeel tot het sociale domein en daarmee tot het
                    adviesdomein van de Brede Raad 010 gerekend.</al><al>Er is voor gekozen om met één nieuwe Verordening cliëntenparticipatie sociaal
                    domein Rotterdam 2017 de kaders te geven waarbinnen de commissie en het college
                    opereren en de kaders die in de verordeningen op grond van de diverse wetten
                    waren geregeld, te laten vervallen c.q. in te trekken.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In onderdeel a, sub c wordt alleen verwezen naar artikel 7, eerste lid, onder a,
                    van de Participatiewet. In dat artikel wordt echter duidelijk dat hier ook
                    werkloze werknemers in de zin van de IOAW, alsmede gewezen zelfstandigen in de
                    zin van de IOAZ worden verstaan.</al><tussenkop>Artikel 2 Commissie voor cliëntenparticipatie sociaal
                    domein</tussenkop><al>De commissie die het college instelt, is een commissie ex artikel 84 van de
                    Gemeentewet en krijgt daarmee een formele status als gemeentelijke
                    commissie.</al><al>De vergoeding voor de leden van de commissie wordt dan ook geregeld in de
                    daarvoor bedoelde verordening, de Algemene vergoedingsverordening leden
                    commissies Rotterdam 2005.</al><al>In het tweede lid is beschreven dat de commissie allereerst betrokken wordt bij
                    de beleidsvoorbereiding. Daarnaast kan de commissie advies geven over de wijze
                    waarop binnen de gemeente Rotterdam uitvoering wordt gegeven aan de wetgeving
                    binnen het sociale domein.</al><al>De commissie is een commissie van het college en brengt ook advies uit aan het
                    college of de directeur die beleidsverantwoordelijk is voor het betreffende
                    onderwerp. Dit neemt niet weg dat in stukken die het college voor besluitvorming
                    aan de raad aanbiedt, wel het advies van de commissie wordt opgenomen.</al><al>In het derde lid is opgenomen dat de raad uitdrukkelijk geen taak heeft bij de
                    behandeling van klachten of bezwaarschriften van individuele cliënten. Deze
                    cliënten dienen doorverwezen te worden naar de bestaande klacht- en
                    bezwaarprocedures.</al><tussenkop>Artikel 3 Samenstelling commissie</tussenkop><al>De Participatiewet, IOAW en IOAZ schrijven voor dat cliënten betrokken moeten
                    worden bij de beleidsvoorbereiding en -uitvoering van de wet. In de Wmo 2015 en
                    de Jeugdwet is opgenomen, dat in de verordening moet worden bepaald op welke
                    wijze ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers,
                    worden betrokken bij de uitvoering van deze wetten. Het begrip ingezetene is
                    breder dan cliënten en betreft feitelijk alle inwoners van de gemeente
                    Rotterdam. Ook voor de Wmo 2015 en Jeugdwet moeten echter cliënten
                    vertegenwoordigd zijn. Wat een cliënt is, is gedefinieerd in artikel 1, onder
                    a.</al><al>Het college krijgt de opdracht erop toe te zien dat cliënten voor alle hiervoor
                    genoemde wetten vertegenwoordigd zijn in de commissie, zodat de commissie in
                    staat is binnen het brede sociaal domein mee te denken en te adviseren.</al><tussenkop>Artikel 4 Werkwijze commissie</tussenkop><al>Het is de intentie dat de commissie waar mogelijk wordt gevraagd vanaf de
                    voorkant mee te denken bij de totstandkoming van beleidsvoorstellen, zodat de
                    input van de commissie betrokken kan worden bij de uiteindelijke voorstellen die
                    worden aangeboden aan de directeur, het college of de gemeenteraad.</al><al>Ook is het mogelijk dat de commissie zelf met voorstellen komt voor verbetering
                    van beleid of uitvoering van beleid. Om die reden is het belangrijk dat de
                    commissie tijdig en volledig wordt geïnformeerd over wat er binnen het sociale
                    domein speelt of gaat spelen.</al><al>In bepaalde situaties is het niet mogelijk of niet noodzakelijk de commissie te
                    betrekken bij de voorbereiding van beleid of regelgeving. Deze situaties zijn
                    benoemd in het tweede lid.</al><al>In het derde lid is geregeld dat het college ook op andere manieren input en
                    advies kan vragen over een beleidsonderwerp. Dit kan een reguliere
                    inspraakprocedure zijn op grond van de verordening waarin de gemeentelijke
                    inspraakprocedure is geregeld, advisering door de gebiedscommissies of het
                    rechtstreeks benaderen van bij de uitvoering van het beleid betrokken
                    belanghebbenden, zoals zorgaanbieders, jeugdhulpverleners of werkgevers.</al><tussenkop>Artikel 5 Ondersteuning commissie</tussenkop><al>De ondersteuning van de commissie waar het college zorg voor draagt vindt plaats
                    door personen van buiten de gemeentelijke organisatie om de onafhankelijkheid
                    van de commissie zoveel mogelijk te waarborgen. Daarnaast zijn er vanuit de
                    gemeente één of meerdere personen die als contactpersoon optreden voor de
                    commissie.</al><tussenkop>Artikel 7 Nadere regels</tussenkop><al>In dit artikel is een aantal onderwerpen genoemd die het college ten minste bij
                    nadere regels moet regelen.</al><al>Bij de samenstelling en benoeming van de leden en de voorzitter van de commissie
                    gaat het om zaken zoals:</al><lijst><li nr="•"><al>wat het minimum en maximum aantal leden van de commissie is; en</al></li><li nr="•"><al>wie de leden en de voorzitter van de commissie benoemen en
                            ontslaan.</al></li></lijst><al>Daarnaast regelt het college in hoeverre de adviezen van de commissie openbaar
                    zijn.</al><al>Ook regelt het college hoe de commissie wordt ondersteund en gefaciliteerd in
                    haar werkzaamheden.</al><tussenkop>Artikel 8 Intrekking en wijziging regelingen</tussenkop><al>In de Verordening Jeugdhulp Rotterdam 2015 en de Verordening maatschappelijke
                    ondersteuning Rotterdam 2015 stonden in respectievelijk artikel 11 en artikel 40
                    de kaders opgenomen voor de commissie, zoals deze nu in deze verordening staan
                    opgenomen. Om die reden kunnen deze twee artikelen vervallen met de
                    inwerkingtreding van deze verordening.</al><al>De Verordening cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rotterdam 2015 kan worden
                    ingetrokken, nu de kaders voor de cliëntenparticipatie in het kader van de
                    Participatiewet, de IOAW en IOAZ in deze verordening zijn geregeld.</al><al>In de Algemene vergoedingsverordening leden commissies Rotterdam 2005 is de
                    vergoeding van de leden van de Brede Raad geregeld. Nu de Brede Raad
                    tegenwoordig Brede Raad 010 wordt genoemd, is de naam in bijlage 2 bij de
                    vergoedingsverordening gewijzigd.</al><al>In bijlage 3 is de vergoeding geregeld van de leden van de commissie.</al><al>Voor commissies wordt in zijn algemeenheid uitgegaan van vergaderingen en
                    presentiegeld. De werkwijze van deze commissie is echter afwijkend en niet
                    gebaseerd op het bijwonen van vergaderingen. Artikel 2, vijfde lid, van de
                    Algemene vergoedingsverordening leden commissies Rotterdam 2005 biedt de
                    mogelijkheid een andersoortige vergoeding vast te stellen. Daarvan wordt in dit
                    geval gebruik gemaakt.</al><al>De hoogte van de vergoeding is afgeleid van de maximale vrijwilligersvergoeding
                    voor vrijwilligers die niet gekort hoeft te worden op de uitkering in het kader
                    van de Participatiewet, IOAW en IOAZ. Daarnaast kan deze vergoeding, als gevolg
                    van de hoogte en wijze van betaalbaarstelling, onbelast worden verstrekt.</al><al>Dit gemeenteblad 2017, nummer 89, is uitgegeven op 28 juni 2017 en ligt op
                    dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het
                    Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis,
                    Halve Maanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)</al><al>(Zie ook: <extref doc="www.bis.rotterdam.nl " struct="INTERNET"><onderstreept>www.bis.rotterdam.nl</onderstreept></extref>– Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)</al></bijlage></regeling></body></cvdr>