<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR45872_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tot afstemming van de hoogte van de bijstand op het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan door belanghebbenden aan wie bijstand en/of langdurigheidstoeslag wordt of kan worden verleend.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wereldregio, 17 februari 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Schouwen-Duiveland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">Wet werk en bijstand, art. 8, 8a, 9, 17, 18, 36, 48, 49, 51, 54, 55, 56;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen, art. 28, 29;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Artikel 8a, 8b en 8c</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>26-01-2012/10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen0</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening tot afstemming van de hoogte van de bijstand op het betoonde
                besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan door
                belanghebbenden aan wie bijstand en/of langdurigheidstoeslag wordt of kan worden
                verleend. 
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11
                        mei 2005;</al>
          <al>gelet op de Wet werk en bijstand, Staatsblad 2003, nummer 375;</al>
          <al>gelet op de artikelen 8, 8a, 9, 17, 18, 36, 48, 49, 51, 54, 55 en 56 van de
                        Wet werk en bijstand; </al>
          <al>gelet op de artikelen 28 en 29 van de Wet structuur uitvoeringsorganisaties
                        werk en inkomen;</al>
          <al>de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet; </al>
          <al>besluit vast te stellen de volgende gewijzigde verordening:</al>
          <al>Verordening tot afstemming van de hoogte van de bijstand op het betoonde
                        besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan door
                        belanghebbenden aan wie bijstand en/of langdurigheidstoeslag wordt of kan
                        worden verleend. </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand (Staatsblad 2003, 375);</al></li>
                <li nr="b."><al>wet Suwi: de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en
                                        inkomen (Staatsblad 2001, 692);</al></li>
                <li nr="c."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Schouwen-Duiveland;</al></li>
                <li nr="d."><al>belanghebbende: degene, waaronder ook wordt verstaan diens
                                        gezin, wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                                        betrokken;</al></li>
                <li nr="e."><al>fraude: het verwijtbaar informatie achterhouden, of
                                        verwijtbaar onjuiste informatie verstrekken, met het doel
                                        een (hogere) uitkering te ontvangen anders als waar men op
                                        grond van de juiste en/of volledige informatie recht op zou
                                        hebben;</al></li>
                <li nr="f."><al>inlichtingenverplichting: de in artikel 17 lid 1 van de wet
                                        genoemde verplichting;</al></li>
                <li nr="g."><al>benadelingsbedrag: het netto bedrag dat als gevolg van het
                                        niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                        inlichtingenverplichting ten onrechte is verleend als
                                        bijstand;</al></li>
                <li nr="h."><al>grens aangiftebedrag Openbaar Ministerie: het bruto
                                        uitkeringsbedrag waarvoor de gemeente is benadeeld door een
                                        belanghebbende en waarboven het college aangifte doet bij
                                        het Openbaar Ministerie;</al></li>
                <li nr="i."><al>recidive: het binnen een in deze verordening benoemde
                                        termijn opnieuw plegen van een verwijtbare handeling uit
                                        dezelfde of hogere categorie;</al></li>
                <li nr="j."><al>norm: de som van de norm zoals genoemd in hoofdstuk 3,
                                        paragraaf 2 van de wet, de gemeentelijke toeslag en de
                                        periodiek bijzondere bijstand voor de algemene kosten van
                                        het bestaan, inclusief vakantiegeld, zonder rekening te
                                        houden met verlagingen als gevolg van schaalvoordelen wegens
                                        het kunnen delen van woonkosten of het ontbreken hiervan of
                                        andere inkomstenkortingen;</al></li>
                <li nr="k."><al>langdurigheidstoeslag: toeslag als bedoeld in artikel 36 van
                                        de wet. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor zover daar in deze verordening niet van wordt afgeweken, zijn
                                de gehanteerde begrippen gelijk aan die in de wet.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Afstemmingsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Indeling in categorieën met betrekking tot bepaalde verwijtbare
                                gedragingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Ten aanzien van belanghebbenden, die naar het oordeel van het
                                college blijk geven van een tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan dan wel de
                                uit deze wet dan wel de wet Suwi voortvloeiende verplichtingen niet
                                of onvoldoende nakomen, wordt de ernst van het verwijtbare gedrag
                                onderverdeeld in de navolgende categorieën.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>
                <vet>Categorieën</vet>:</al>
              <lijst>
                <li nr="A."><al>
                    <vet>Categorie 1</vet>: het niet dan wel onvoldoende nakomen
                                        van de aan de uitkering verbonden verplichtingen en
                                        voorwaarden, dan wel het niet dan wel onvoldoende verlenen
                                        van gevraagde medewerking aan de uitvoering van de wet die
                                        nodig is voor een adequate en juiste wetstoepassing en een
                                        efficiënte gemeentelijke uitvoering. Daaronder wordt in
                                        ieder geval verstaan:</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>niet ingeschreven staan of blijven bij het Centrum voor Werk en
                                Inkomen (CWI);</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>het niet direct uit eigen beweging of binnen de door of namens het
                                college of het CWI daartoe gestelde termijn verstrekken van
                                informatie die van belang is of kan zijn voor de verlening van
                                bijstand of de voortzetting hiervan;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>het niet of niet tijdig voldoen aan een oproep om i.v.m. de
                                inschakeling in de arbeid of (sociale) activering of ter
                                informatieverstrekking op een aangegeven plaats en tijdstip te
                                verschijnen in verband met de uitvoering van de wet;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>het niet op verzoek tonen van een identiteitsbewijs;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>het langer dan is toegestaan met vakantie gaan;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>het niet of niet tijdig melden van het verrichten van
                                vrijwilligerswerk of wijzigingen daarin.</al>
              <lijst>
                <li nr="B."><al>
                    <vet>
                      <cursief>Categorie 2</cursief>
                    </vet>
                    <cursief>: niet of
                                            onvoldoende meewerken aan (de voorbereiding op) de
                                            </cursief>
                    <cursief> arbeidsinschakeling en (sociale)
                                            activering - waaronder begrepen onderzoek naar de
                                            mogelijkheden daartoe – of deze belemmeren, dan wel niet
                                            of onvoldoende meewerken aan het bewerkstelligen van
                                            mogelijke verlaging van de te verstrekken bijstand.
                                            Daaronder wordt in ieder geval verstaan:</cursief>
                  </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>
                <cursief>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan onderzoek
                                    naar mogelijkheden m.b.t. scholing, (sociale) activering en/of
                                    arbeidsinschakeling;</cursief>
              </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>
                <cursief>een aangeboden trajectplan niet ondertekenen of niet of
                                    niet tijdig retourneren;</cursief>
              </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>
                <cursief>het niet of onvoldoende trachten arbeid in dienstbetrekking
                                    te verkrijgen;</cursief>
              </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>
                <cursief>het niet voldoen aan verplichtingen, niet zijnde die op
                                    grond van hoofdstuk 2 van de wet, die het college op grond van
                                    artikel 55 van de wet oplegt aan belanghebbende;</cursief>
              </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>
                <cursief>het niet vragen van alimentatie conform artikel 56 van de
                                    wet indien de verplichting hiertoe door het college is
                                    opgelegd;</cursief>
              </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>
                <cursief>het door belanghebbende niet of onvoldoende meewerken aan
                                    een minnelijk traject dat het college in diens naam
                                    noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand
                                    verricht;</cursief>
              </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>
                <cursief>het als zelfstandige niet voeren van een behoorlijke
                                    administratie;</cursief>
              </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al>
                <cursief>het niet behoorlijk meewerken aan het vestigen van een
                                    krediethypotheek of andere zekerheidstelling.</cursief>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="C."><al>
                    <vet>Categorie 3</vet>: het in ernstige mate verwijtbaar
                                        handelen ten aanzien van het verkrijgen of behouden van
                                        algemeen geaccepteerde arbeid of een andere vorm van
                                        inkomen. Daaronder wordt in ieder geval verstaan:</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>het niet aanvaarden of door eigen toedoen niet verkrijgen van
                                arbeid;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde
                                arbeid;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>het door eigen toedoen verwijtbaar verliezen van een inkomstenbron,
                                anders dan onder 2.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Hoogte en wijze van de afstemming en recidive</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De verlaging van de norm als gevolg van verwijtbaar handelen van
                                belanghebbende zoals bedoeld in artikel 2 is voor:</al>
              <al>
                <onderstreept>Categorie 1:</onderstreept>
              </al>
              <table>
                <tgroup cols="2">
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-eerste keer:</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>0% en waarschuwing;</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-bij 1<sup>e</sup> recidive:</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>10% gedurende 1 maand;</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-bij herhaalde recidive:</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>verhoging van het eerder opgelegde percentage
                                                  met 10%;</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-recidiveperiode</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>12 maanden</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
              <al>
                <onderstreept>Categorie 2:</onderstreept>
              </al>
              <table>
                <tgroup cols="2">
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-eerste keer :</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>20% gedurende 1 maand;</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-bij 1<sup>e</sup> recidive:</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>40% gedurende 1 maand;</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-bij herhaalde recidive:</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>verhoging van het eerder opgelegde percentage
                                                  met 20%;</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-recidiveperiode</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>24 maanden.</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
              <al>
                <onderstreept>Categorie 3:</onderstreept>
              </al>
              <table>
                <tgroup cols="2">
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-eerste keer :</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>100% gedurende 1 maand;</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-bij 1<sup>e</sup> recidive:</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>100% gedurende 2 maanden;</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-bij herhaalde recidive wordt een individueel
                                                  besluit genomen met als uitgangspunt uitsluiting
                                                  van het recht op bijstand gedurende minimaal 3
                                                  maanden;</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al/>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>-recidiveperiode:</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al/>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
              <al>
                <cursief>
                  <onderstreept>Categorie 4:</onderstreept>
                </cursief>
              </al>
              <table>
                <tgroup cols="2">
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>
                          <cursief>- eerste keer</cursief>
                          <cursief>
                                                  :</cursief>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>
                          <cursief>100% gedurende 3
                                                  maanden;</cursief>
                        </al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>
                          <cursief>- bij</cursief>
                          <cursief> recidive wordt
                                                  een individueel besluit genomen met als
                                                  uitgangspunt uitsluiting van het recht op bijstand
                                                  gedurende minimaal 3 maanden;</cursief>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al/>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>
                          <cursief>- recidiveperiode:</cursief>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>
                          <cursief>36 maanden</cursief>
                        </al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de hoogte en wijze
                                van verlaging van de norm zoals genoemd in lid 1 en wordt de
                                afstemming geëffectueerd conform artikel 48 lid 2 sub b van de
                                wet.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Onverantwoord omgaan met vermogen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien er sprake is van onverantwoord interen van het eigen vermogen
                                tot het vrij te laten vermogen ex artikel 34 lid 3 van de Wet Werk
                                en Bijstand, vindt afstemming plaats door het verstrekken van de
                                bijstand als renteloze lening gedurende de periode dat de
                                belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht
                                heeft op bijstand.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Als criterium voor het verantwoord interen van het vermogen wordt
                                1,5 maal de voor betrokkene(n) geldende bijstandsnorm en toeslag
                                verminderd met genoten inkomsten gehanteerd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Deze norm en toeslag kunnen eventueel worden gecorrigeerd met de
                                woonlasten waarvoor geen huursubsidie kan worden verkregen en de
                                eventueel verschuldigde premie voor een particuliere
                                ziektekostenverzekering.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Door het verstrekken van bijstand in de vorm van een renteloze
                                lening kan de verstrekte bijstand worden teruggevorderd ook indien
                                de belanghebbende geen bijstand meer ontvangt omdat hij/zij niet
                                meer in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeert. De termijnen
                                dienen te worden vastgesteld op al datgene waarmee de beslagvrije
                                voet wordt overschreden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Gedurende de periode van bijstandsverlening, worden de termijnen op
                                de uitkering in mindering gebracht. Na beëindiging van de bijstand
                                dient de belanghebbende zelf de termijnen tijdig te voldoen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Fraude en recidive</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr/>
              <al>Indien door het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                inlichtingenverplichting ten onrechte (te veel) bijstand wordt of is
                                verstrekt, wordt de bijstand verlaagd met:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>10 procent van de norm gedurende 1 maand indien het
                                        benadelingsbedrag minder bedraagt dan € 500,00.</al></li>
                <li nr="2."><al>25 procent van de norm gedurende 1 maand indien het
                                        benadelingsbedrag minder bedraagt dan € 2000,00 maar meer
                                        bedraagt dan of gelijk is aan € 500,00.</al></li>
                <li nr="3."><al>25 procent van de norm gedurende 2 maanden indien het
                                        benadelingsbedrag minder bedraagt dan het netto bedrag van
                                        de grens aangiftebedrag Openbaar Ministerie, maar meer
                                        bedraagt dan of gelijk is aan € 2000,00.</al></li>
                <li nr="4."><al>Bij recidive binnen een periode van 36 maanden na het
                                        vaststellen van een eerste fraude, wordt de bijstand
                                        verlaagd met 50 procent van de norm gedurende 2 maanden
                                        ongeachte de hoogte van het benadelingsbedrag.</al></li>
                <li nr="5."><al>Bij herhaalde recidive wordt een individueel besluit genomen
                                        met als uitgangspunt uitsluiting van het recht op bijstand
                                        gedurende minimaal 3 maanden.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Het zich jegens het college zeer ernstig
                                misdragen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een belanghebbende zich jegens het college, dan wel diens
                                vertegenwoordigers, verbaal zeer ernstig misdraagt, wordt de
                                bijstand verlaagd conform de verlaging benoemd in artikel 3 onder
                                categorie 1.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien een belanghebbende jegens het college, dan wel diens
                                vertegenwoordigers, zich fysiek - al of niet in combinatie met het
                                zich verbaal misdragen - zeer ernstig misdraagt, wordt de bijstand
                                verlaagd conform de verlaging benoemd in artikel 3 onder categorie
                                2.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De respectievelijke recidiveperioden zoals genoemd in artikel 3
                                gelden ook voor de gedragingen zoals benoemd in lid 1 en 2 van dit
                                artikel.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij meermalen binnen de recidiveperiode het zich fysiek, al of niet
                                in combinatie met het zich verbaal, zeer ernstig misdragen van
                                belanghebbende wordt een individueel afstemmingsbesluit genomen.
                                Tijdelijke uitsluiting van het recht op bijstand behoort daarbij tot
                                de mogelijkheden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Cumulatie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij samenloop van gedragingen die een verlaging van de bijstand tot
                                gevolg hebben zoals genoemd in de artikelen 3 tot en met 6 vindt
                                cumulatie plaats van de percentages.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien dit leidt tot cumulatie boven de 100 procent wordt de
                                verlaging gemaximaliseerd op 100 procent.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan op grond van individuele bijzondere omstandigheden
                                besluiten af te wijken van lid 2. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Incidentele (bijzondere) bijstand</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bijstand ten behoeve van goederen of diensten die naar het oordeel
                                van het college niet kunnen worden voldaan uit het reguliere inkomen
                                en het beschikbare vermogen, wordt verstrekt in de vorm van een
                                geldlening of borgtocht indien de noodzaak tot bijstandsverlening
                                het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
                                voor de voorziening in het bestaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bijstand ten behoeve van gehele of gedeeltelijke aflossing van een
                                schuld wordt verstrekt in de vorm van een geldlening of borgtocht
                                tenzij artikel 49 sub b van de wet van toepassing is.</al>
              <al/>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>2a</nr>
            <titel>Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van
                            de WIJ per 1 januari 2012</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8a</nr>
              <titel>Wijziging betekenis begrippen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’,
                                ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf
                                1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of
                                ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                                betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk
                                ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8b</nr>
              <titel>Onvoldoende meewerken aan plan van aanpak</titel>
            </kop>
            <al>Onder ‘gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren’ als
                            bedoeld in artikel 2, wordt vanaf 1 januari 2012 mede verstaan: het
                            onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren dan wel evalueren van
                            een plan van aanpak.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8c</nr>
              <titel>Intrekking WIJ</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De bepalingen van deze verordening zijn vanaf 1 januari 2012 evenzo
                                van toepassing op personen van 18 jaar en ouder doch jonger dan 27
                                jaar.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een verlaging op grond van gedragingen, benoemd in deze verordening,
                                kan eveneens worden toegepast op de bijzondere bijstand die aan
                                belanghebbenden op grond van artikel 12, van de wet, wordt
                                verstrekt.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf 3 Slotbepalingen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Uitvoering</titel>
            </kop>
            <al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze
                            verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Hardheidsclausule en onvoorziene
                                omstandigheden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot
                                onredelijkheid of onbillijkheid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Citeerartikel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Afstemmingsverordening Wet
                            werk en bijstand Gemeente Schouwen-Duiveland".</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze gewijzigde verordening treedt in werking één dag na de dag waarop
                            zij is bekend gemaakt.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn openbare
                        vergadering van 30 juni 2005,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de waarnemend voorzitter, </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Nota-toelichting</label>
        </kop>
        <tussenkop>bij de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand
                    Gemeente Schouwen-Duiveland</tussenkop>
        <tussenkop>
          <vet>1. Algemeen</vet>
        </tussenkop>
        <tussenkop>Beginsel en opzet van de
                    afstemmingsverordening</tussenkop>
        <al>Deze verordening is geschreven vanuit het beginsel dat verwijtbaar gedrag niet
                    lonend mag zijn, maar dat niet elk verwijtbaar gedrag meteen moet leiden tot een
                    financiële maatregel. Zij is bedoeld als een richtlijn voor de uitvoerders en is
                    onder meer afgeleid van de regelgeving die onder de oude wet was vastgelegd in
                    het z.g. Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz, het Boetebesluit sociale
                    zekerheidswetten, en aanvullende gemeentelijke regelgeving. In deze verordening
                    is gekozen voor een indeling van verwijtbaar gedrag in drie categorieën. Hierbij
                    is gekozen voor een waarschuwing in gevallen waarbij er sprake is van
                    administratieve verzuimen zonder dat er ten onrechte uitkering is verleend, tot
                    uitsluiting wanneer belanghebbende door duidelijk verwijtbaar handelen een
                    beroep op bijstand moet doen, of dat als gevolg hiervan de
                    uitkeringsafhankelijkheid voortduurt. De omschrijving van het verwijtbare gedrag
                    en de indeling in een bepaalde categorie is verduidelijkt met voorbeelden. Het
                    is geenszins de bedoeling om deze opsommingen een limitatief karakter te
                    geven.</al>
        <tussenkop>Berekening van de maatregel</tussenkop>
        <al>Een maatregel moet worden berekend over de bijstandsnorm inclusief
                    vakantietoeslag, verhoogd met de maximale toeslag. Dat wil zeggen voor een
                    echtpaar 100%, een alleenstaande ouder 90% en een alleenstaande 70% van het
                    minimumloon. Het is niet de bedoeling om rekening te houden met verlagingen en
                    inkomsten. Een lagere gemeentelijke toeslag in verband met lagere woonlasten
                    geeft in principe een zelfde (vrij) besteedbaar inkomen en rechtvaardigt een in
                    absolute bedragen gelijke korting. Het is ook niet de bedoeling om rekening te
                    houden met mogelijke aanspraken op de langdurigheidstoeslag, noch hierop een
                    maatregel toe te passen. Deze kan immers al uitbetaald zijn of het recht hierop
                    in de toekomst kan nog onzeker zijn.</al>
        <tussenkop>Wettelijke basis</tussenkop>
        <al>De Afstemmingsverordening is door de wetgever verplicht gesteld in artikel 8,
                    lid 1 onder letter b van de Wet werk en bijstand. Verwezen wordt naar artikel 18
                    van de wet. Hierin is geregeld dat de bijstand en de daaraan verbonden
                    verplichtingen worden afgestemd op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen
                    van belanghebbende. In het tweede lid van artikel 18 van de wet is dwingend
                    voorgeschreven dat wanneer het college vindt dat belanghebbende een ongenoegzaam
                    besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan, dan
                    wel zijn verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, de bijstand verlaagd
                    wordt.</al>
        <tussenkop>Individualiseren</tussenkop>
        <al>Bijstand verlenen, maar vooral het afstemmen van bijstand, waaronder het
                    opleggen van maatregelen, vraagt van de gemeente een zorgvuldig taxeren van
                    omstandigheden, mogelijkheden en middelen, en afwegen of er sprake is van
                    verwijtbare aspecten in het gedrag van belanghebbende. Bij het ontbreken van
                    elke verwijtbaarheid wordt van zelfsprekend afgezien van een verlaging van de
                    bijstand.</al>
        <tussenkop>2. Artikelsgewijze
                    toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1: Begripsbepalingen</tussenkop>
        <al>In deze verordening zijn een aantal, niet in de wet gedefinieerde begrippen
                    omschreven om interpretatieverschillen te voorkomen. Voor de overige geldt
                    dezelfde omschrijving als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet
                    bestuursrecht.</al>
        <tussenkop>Lid 1, sub j: Norm</tussenkop>
        <al>Het is algemeen gebruik dat ingeval van co-ouderschap de bijstand ontvangende
                    ouder als alleenstaande wordt aangemerkt. Boven de norm wordt dan een toeslag
                    toegekend. In het kader van het afstemmingsbeleid wordt onder de norm bij
                    co-ouderschap mede begrepen de toeslag die in dit verband wordt ontvangen. Niet
                    onder de norm wordt de woonkostentoeslag gerekend.</al>
        <tussenkop>Artikel 2: Indeling in categorieën</tussenkop>
        <al>In dit artikel zijn diverse vormen van verwijtbaar gedrag ingedeeld in drie
                    categorieën. De opsomming is niet limitatief.</al>
        <tussenkop>Artikel 2, lid 2 sub a</tussenkop>
        <al>Categorie 1 bestaat uit een aantal administratieve handelingen die met name
                    toegespitst zijn op de vaststelling van de rechtmatigheid van de uitkering. Het
                    niet voldoen aan deze verplichtingen heeft tot gevolg dat een uitkering niet
                    wordt betaald (geblokkeerd) of opgeschort (artikel 54 WWB). Slechts in
                    uitzonderingsgevallen zal ten onrechte bijstand worden verleend c.q. uitbetaald.
                    Afstemming vindt plaats via een waarschuwing. Bij herhaling van verwijtbaar
                    gedrag binnen dezelfde categorie (binnen 12 maanden) volgt een maatregel van
                    10%, die bij herhaalde recidive procentueel wordt verhoogd.</al>
        <tussenkop>Artikel 2, lid 2 sub A punt 2</tussenkop>
        <al>Deze bepaling is bedoeld als een kapstokartikel en kan te zijner tijd ook worden
                    gebruikt om mensen te verplichten direct informatie te verstrekken wanneer de
                    rechtmatigheidonderzoeksformulieren worden vervangen door een mutatieformulier
                    dat alleen moet worden ingeleverd bij veranderde omstandigheden.</al>
        <tussenkop>Artikel 2, lid 2 sub A punt 3</tussenkop>
        <al>Onder verwijtbaar gedrag als hier genoemd, wordt verstaan de eerste nalatigheid
                    waarbij de belanghebbende niet vooraf inhoudelijk geïnformeerd of onvoldoende
                    duidelijk is wat het doel is van het gesprek. Wanneer het gesprek een
                    vervolgstap is in een opgesteld reïntegratietraject en belanghebbende frustreert
                    dit door hier geen medewerking aan te verlenen, valt dergelijk gedrag onder
                    categorie 2 nummer 1.</al>
        <tussenkop>Artikel 2, lid 2 sub B punt 2</tussenkop>
        <al>Categorie 2 wordt gevormd door verwijtbaar gedrag dat (de voortgang van)
                    trajecten belemmert waardoor de behoefte aan bijstand langer voortduurt. In deze
                    categorie wordt gekozen voor een kortdurende maar wel voelbare maatregel. In
                    vele gevallen zijn er behalve menskracht van de gemeente ook b.v.
                    reïntegratiebedrijven bij betrokken. Onvoldoende medewerking door de
                    uitkeringsgerechtigde aan een lopend reïntegratietraject heeft een grotere
                    impact op de voortgang hiervan dan bij een eerste oproep hiervoor. Bij recidive
                    (binnen 24 maanden) wordt verwijtbaar gedrag gesanctioneerd met een maatregel
                    van 40%, die bij herhaalde recidive procentueel wordt verhoogd. Hier is bewust
                    gekozen voor een langere recidive periode omdat er regelmatig trajecten langer
                    dan één jaar lopen.</al>
        <tussenkop>Artikel 2, lid 2 sub B punt 8</tussenkop>
        <al>Uit de toelichting bij de behandeling van de wet in de Eerste Kamer blijkt dat
                    de gemeente, indien zij dat noodzakelijk vindt, op grond van artikel 57 van de
                    wet volledig budgetbeheer kan toepassen zonder toestemming van belanghebbende.
                    Het verdient uiteraard aanbeveling één en ander in een minnelijk traject af te
                    spreken. Het verwijtbaar frustreren van dit traject leidt tot een maatregel als
                    hier omschreven.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 lid 2 sub C</tussenkop>
        <al>Categorie 3 wordt gevormd door verwijtbaar gedrag als gevolg waarvan de behoefte
                    aan bijstand ontstaat of langer voortduurt. Werkweigering, door eigen toedoen
                    niet verkrijgen van betaald werk, ontslag door eigen toedoen of het door eigen
                    toedoen verliezen van aanspraken op voorliggende inkomensvoorzieningen zijn de
                    meest voor de hand liggende voorbeelden. De recidivetermijn is hier bepaald op
                    36 maanden, omdat dergelijk manifest verwijtbaar gedrag sterk moet worden
                    ontmoedigd.</al>
        <al>Bij een uitsluiting worden eventuele inhoudingen ten behoeve van derden niet
                    uitgevoerd.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 lid 2 sub D</tussenkop>
        <al>Het uitgangspunt van de wetgeving en het daaruit voortvloeiende gemeentelijke
                    beleid is “werk boven inkomen”. Iedere uitkeringsgerechtigde die kan werken
                    dient alles in het werk te stellen zo snel mogelijk duurzaam aan het werk te
                    komen. Om uitkeringsgerechtigden hierbij te ondersteunen worden
                    reïntegratietrajecten ingezet. Het door belanghebbende verwijtbaar frustreren
                    van een ingezet reïntegratietraject dient zeer sterk te worden ontmoedigd. Deze
                    categorie betreft de situatie waarbij belanghebbende een door hem ondertekende
                    trajectovereenkomst zonder geldige reden niet na komt. Een dergelijk gedrag
                    heeft tot gevolg dat de uitkering van belanghebbende langer dan noodzakelijk
                    door moet lopen en dat de door de gemeente gepleegde investering in het
                    reïntegratietraject teniet wordt gedaan. De schadelast van de gemeente wordt
                    door het handelen van belanghebbende aanmerkelijk vergroot. Een zware sanctie is
                    derhalve op zijn plaats. Bij een uitsluiting worden eventuele inhoudingen ten
                    behoeve van derden niet uitgevoerd.</al>
        <tussenkop>Artikel 3: Hoogte en de wijze van de eerste afstemming en
                    bij recidive</tussenkop>
        <al>De in artikel 18, lid 3 WWB opgenomen verplichte heroverweging bij een maatregel
                    van drie maanden of langer hoeft zelden plaats te vinden. In voorkomend geval
                    zal een marginale beoordeling volstaan; het college moet beoordelen of het
                    redelijk is dat de opgelegde maatregel wordt voortgezet, mede gezien de
                    omstandigheden waarin betrokkene nu verkeert. Een nieuwe toets of er sprake van
                    een ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid was, ligt niet voor de hand.
                    Door de korte duur van de maatregelen komt het slechts in uitzonderlijke
                    individuele gevallen tot een maatregel van langer dan drie maanden. Dit laat
                    onverlet dat bij het einde van een maatregel van korter dan drie maanden,
                    beoordeeld kan worden of belanghebbende dan wel voldoet aan de verplichtingen
                    die opgelegd zijn. Een herbeoordeling na afloop van een maatregel richt zich met
                    name op de wijze waarop belanghebbende zijn verwijtbaar gedrag aantoonbaar
                    verbetert. Een recidiveperiode vangt in beginsel aan op de dag nadat de
                    beschikking waarin de opgelegde maatregel is opgelegd, is verzonden.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 lid 2</tussenkop>
        <al>Bij herhaalde recidive wordt een hoger percentage opgelegd, wanneer het gaat om
                    verwijtbaar gedrag in de categorieën 1 en 2. Er kunnen zeer dringende redenen
                    zijn om hiervan af te wijken. In een dergelijk geval kan de bijstand worden
                    verleend in de vorm van een geldlening.</al>
        <tussenkop>Artikel 4 Onverantwoord omgaan met vermogen</tussenkop>
        <al>De wijze waarop mensen hun beschikbaar vermogen hebben aangesproken in de
                    periode voorafgaande aan een bijstandsaanvraag kan grote gevolgen hebben voor de
                    aanspraak op bijstand. Soms is dergelijk gedrag te typeren als “profiteren” nu
                    het nog kan. Om te beoordelen of zo’n situatie zich voordoet zal de gemeente
                    goed moeten nagaan waaraan het geld is besteed en op basis daarvan tot een
                    standpunt komen of er in dat specifieke geval sprake van verwijtbaar gedrag is.
                    Essentieel is in deze gevallen of de behoefte aan bijstand kon worden voorzien
                    ten tijde van het te onderzoeken gedrag. Op basis van jurisprudentie wordt
                    acceptabel geacht dat iemand die van eigen vermogen leeft terwijl bijstand
                    voorzienbaar is, dit doet tot een gemiddeld niveau van 150 % van de
                    bijstandsnorm, verhoogd met de premie voor een eventuele verzekering tegen
                    ziektekosten. Soms kunnen noodzakelijke incidentele uitgaven die leiden tot een
                    hoger niveau acceptabel zijn. Bij het afstemmen van de bijstand moet de gemeente
                    rekening houden met de omstandigheden, de mogelijkheden en middelen van
                    belanghebbende. Logisch is dat de gemeente het beleid dusdanig inricht dat de
                    verwijtbare handelingen niet lonen. Met andere woorden, bij het opleggen van de
                    maatregel zal de gemeente ook rekening houden met alle resterende middelen.
                    Gekozen is voor het verstrekken van een uitkering in de vorm van een lening voor
                    de periode dat belanghebbende een bijstandsuitkering ontvangt in verband met het
                    onverantwoord interen van vermogen. Terugvordering vindt tijdens de
                    bijstandsperiode plaats tot maximaal 10% van de bijstandsnorm. Na beëindiging
                    van de uitkering zijn de maandelijkse termijnen afhankelijk van de inkomens- en
                    vermogenssituatie van belangebbende.</al>
        <tussenkop>Artikel 5: Fraude</tussenkop>
        <al>Gekozen is voor een systeem waarbij de zwaarte van de maatregel toeneemt bij
                    oplopende hoogte van de vastgestelde fraude. Naast de maatregel zal de gemeente
                    tot terugvordering kunnen overgaan. Het beleid op dit terrein wordt niet in deze
                    verordening geregeld. Bij herhaalde recidive zal het college een individuele
                    maatregel moeten opleggen, met uitsluiting als uitgangspunt; individuele
                    omstandigheden kunnen aanleiding geven hiervan af te wijken.</al>
        <tussenkop>Artikel 5, lid 5</tussenkop>
        <al>Bij een uitsluiting worden eventuele inhoudingen ten behoeve van derden niet
                    uitgevoerd.</al>
        <tussenkop>Artikel 6: Het zich jegens het college zeer ernstig
                    misdragen</tussenkop>
        <al>Bij misdragingen wordt gekozen voor een onderscheid tussen verbaal- en fysiek
                    geweld. Vooral bij verbaal geweld als gevolg van emoties zal de gemeente
                    uitermate terughoudend moeten zijn bij het opleggen van maatregelen. Slechts
                    wanneer er duidelijke bedreigingen worden geuit of wanneer manifest is dat
                    beledigingen een onderdeel van een strategie zijn, moet overwogen worden om een
                    maatregel op te leggen.</al>
        <tussenkop>Artikel 6 lid 2</tussenkop>
        <al>Fysiek geweld is nooit tolerabel. Een maatregel op grond van dit lid staat een
                    aangifte in het kader van het strafrecht niet in de weg. In de toelichting bij
                    artikel 18 WWB staat dat het kabinet van mening is dat verlaging van de
                    uitkeringin alle gevallen een reparatoire sanctie
                        is<cursief>.</cursief></al>
        <tussenkop>Artikel 6 lid 4</tussenkop>
        <al>Vooral bij fysiek geweld zal naast een financiële maatregel ook gezocht moeten
                    worden naar preventie. In dit kader kan ook een lokaal- en of contactverbod tot
                    de mogelijkheden behoren.</al>
        <tussenkop>Artikel 7: Cumulatie</tussenkop>
        <al>Bij samenloop van twee verwijtbare gedragingen, niet zijnde recidive, wordt de
                    maatregel verzwaard door de beide percentages bij elkaar op te tellen.</al>
        <tussenkop>Artikel 7, lid 3</tussenkop>
        <al>Bij samenloop van maatregelen waarbij de som van de percentages boven de 100
                    komt, kan in bijzondere gevallen gekozen worden voor afwijking van de
                    cumulatie.Dit betekent dat gekozen kan worden voor een matiging van de
                    maatregel of spreiding van de maatregel over meerdere maanden.</al>
        <tussenkop>Artikel 8: Incidentele (bijzondere) bijstand</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 8 lid 1</tussenkop>
        <al>In dit lid wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 48 WWB lid 2
                    biedt. Extra bijstand die verleend moet worden als gevolg van tekortschietend
                    besef van verantwoordelijkheid wordt ten allen tijde verleend als een
                    geldlening.</al>
        <tussenkop>Artikel 8 lid 2</tussenkop>
        <al>Dit lid verwijst naar artikel 49 WWB waarin is omschreven dat bij wijze van
                    uitzondering bijstand voor schulden kan worden verleend wanneer b.v. het
                    ontstaan daarvan het gevolg is van een inkomen onder bijstandsniveau of wanneer
                    er zeer dringende redenen aanwezig zijn. In beginsel zal dan bijstand verleend
                    moeten worden via een borgtocht voor een lening te verstrekken door een GKB of
                    een andere kredietverlenende instelling. Is dat niet mogelijk vanwege te gering
                    inkomen en is er sprake van zeer dringende redenen, dan kan bijstand om niet
                    worden verleend.</al>
        <tussenkop>Artikel 9: Uitvoering</tussenkop>
        <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
        <tussenkop>Artikel 10: Hardheidsclausule en onvoorziene
                    omstandigheden</tussenkop>
        <tussenkop>lid 1</tussenkop>
        <al>In zeer bijzondere omstandigheden kan het voorkomen dat ondanks een strikt
                    individuele toetsing van de objectieve criteria en omstandigheden, mogelijkheden
                    en middelen de toepassing van deze verordening toch tot een onredelijkheid of
                    onbillijkheid leidt. In dergelijke gevallen zal het college de mogelijkheid
                    moeten hebben om gemotiveerd van de onderhavige regelgeving af te wijken. Deze
                    mogelijkheid is geopend met het opnemen van het eerste lid.</al>
        <tussenkop>lid 2</tussenkop>
        <al>Het tweede lid geeft het college de mogelijkheid om niet beschreven verwijtbaar
                    gedrag toch te sanctioneren. Hierbij zal zo veel mogelijk moeten worden
                    aangesloten bij de algemene doelstellingen en beginsels van deze verordening,
                    zoals die hiervoor zijn omschreven.</al>
        <tussenkop>Artikel 11 Citeerartikel</tussenkop>
        <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
        <tussenkop>Artikel 12 Inwerkingtreding</tussenkop>
        <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>