<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR45799_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand (WWB) en Wet investeren in jongeren (WIJ)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-51139.html">Elektronisch Gemeenteblad, 12-06-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening Wet werk bijstand en Wet investeren in jongeren gemeente Waterland 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8a">Wet werk en bijstand, art. 8a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0027779&amp;artikel=12">Wet investeren in jongeren, art. 12, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-06-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>337-67</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR368917_1">Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Waterland 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand (WWB) en Wet investeren in jongeren (WIJ)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Waterland; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; </al><al/><al>gelet op artikel 147, eerste lid Gemeentewet, artikel 8a Wet werk en
                        bijstand en artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de Wet investeren in
                        jongeren; </al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen met
                        betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet
                        werk en bijstand en Wet investeren in jongeren; </al><al/><al>BESLUIT: </al><al/><al>De Handhavingsverordening Wet werk en bijstand (WWB)en Wet investeren in
                        jongeren (WIJ) vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>bijstand:</vet> de bijstand zoals genoemd in artikel 5
                                        van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al><vet>inkomensvoorziening:</vet> de inkomensvoorziening,
                                        bedoeld in artikel 24 Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="c."><al><vet>werkleeraanbod: </vet>het aanbieden van algemeen
                                        geaccepteerde arbeid, een voorziening gericht op
                                        arbeidsinschakeling, waaronder begrepen scholing, opleiding
                                        of sociale activering alsmede ondersteuning bij
                                        arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="d."><al><vet>het college:</vet> het college van Burgemeester en
                                        Wethouders van de gemeente Waterland;</al></li><li nr="e."><al><vet>hoogwaardig handhaven: </vet>bewerkstelligen dat de wet
                                        (spontaan) wordt nageleefd;</al></li><li nr="f."><al><vet>rechthebbende:</vet> degene die conform artikel 13 WIJ
                                        werkleeraanbod heeft aangevraagd dan wel ontvangt of heeft
                                        ontvangen of degene wie bijstand heeft aangevraagd dan wel
                                        ontvangt of heeft ontvangen; indien het een gehuwde betreft,
                                        wordt onder de uitkeringsgerechtigde elk van de echtgenoten
                                        verstaan. Wanneer het een ongehuwde betreft wordt
                                        aansluiting gezocht bij de betekenis van de begrippen zoals
                                        die in artikel 11 WWB is gegeven;</al></li><li nr="g."><al><vet>de wet:</vet> de Wet werk en bijstand en Wet investeren
                                        in jongeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (WWB) en de Wet investeren in jongeren (WIJ).</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Hoogwaardige handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Beleidsplan WWB en WIJ</titel></kop><al>Het college stelt het beleidsplan WWB en WIJ vast. Daarin wordt
                            vastgelegd welke preventieve en repressieve maatregelen worden genomen.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot de uitvoering
                            van deze verordening. Daarin wordt in ieder geval geregeld:</al><lijst><li nr="1."><al>Welke gegevens en bewijsstukken overhandigd dienen te worden
                                    door de rechthebbende bij een aanvraag of heronderzoek;</al></li><li nr="2."><al>De uitwerking op welke gronden terugvordering plaats vindt of
                                    dat er verhaal zal plaatsvinden;</al></li><li nr="3."><al>Uitvoeringsvoorschriften omtrent de terugvordering, waarin in
                                    ieder geval wordt opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>In welke gevallen er wordt afgezien van verhaal;</al></li><li nr="b."><al>Welke voorwaarden het college stelt aan kwijtschelding
                                            van een vordering;</al></li><li nr="c."><al>Welke voorwaarden het college stelt om af te zien van
                                            terugvordering.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Validering van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college voert bij de aanvraag en de vaststelling van (verder)
                                recht bestandsvergelijkingen uit waarbij actuele gegevens worden
                                gecontroleerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van de in lid 1 bedoelde controle kan de
                                bijstandsuitkering, werkleeraanbod, inkomensvoorziening of de
                                ondersteuning bij arbeidsinschakeling, na verificatie bij de
                                rechthebbende, worden aangepast aan de veranderde
                                omstandigheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college vordert de kosten van bijstand, kosten van het
                                werkleeraanbod of de inkomensvoorziening van de jongere, boven een
                                nader door het college te bepalen bedrag, terug in de gevallen die
                                in de artikelen 58 en 59 WWB, en de artikelen 54 tot en met 56 WIJ
                                zijn aangegeven voor zover zich hier geen andere wettelijke regeling
                                tegen verzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van bijstand, kosten van het werkleeraanbod of de
                                inkomensvoorziening bedoeld onder het eerste lid worden
                                teruggevorderd indien bij herhaling de inlichtingenplicht en
                                medewerkingplicht bedoeld in artikel 17 lid 1 WWB en de artikelen 44
                                en 45 WIJ door de rechthebbende niet is nagekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verhaal</titel></kop><al>Het college verhaalt de kosten van bijstand volgens de artikelen 56, 61
                            en 62 WWB en de kosten van de inkomensvoorziening conform artikel 57
                            WIJ, voor zover zich hier geen andere wettelijke regel tegen verzet.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Afzien van terugvordering / kwijtschelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt zich ten doel om de teruggevorderde en de op
                                derden verhaalde bijstand of de inkomensvoorziening maximaal terug
                                te vorderen voor zover zich hier geen andere regeling tegen
                                verzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten, op verzoek van de rechthebbende, om van
                                gehele of een gedeeltelijke invordering af te zien en tot
                                kwijtschelding van een vordering over te gaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Lid 2 is niet van toepassing indien een opgelegde periodieke
                                onderhoudsverplichting nog niet is beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan afzien van de in lid 2 bedoelde kwijtschelding.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Controle tijdens en na beëindiging van de bijstand of de
                                inkomensvoorziening</titel></kop><al>Het college voert onderzoeken uit om de rechtmatigheid van de uitkering,
                            het werkleeraanbod en de inkomensvoorziening te controleren. </al><al>In een onderzoeksplan legt het college vast op welke wijze de controle
                            tijdens en na de uitkering, werkleeraanbod en de inkomensvoorziening
                            plaatsvindt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Controlemiddelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het beleidsplan en de uitvoeringsvoorschriften beschrijft het
                                college ten minste de wijze van controle, de handelwijze bij
                                inconsistenties alsmede bij de beoordeling van inlichtingen die door
                                de rechthebbende zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt ter controle voorts gebruik van
                                bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de
                                samenloopsignalen die daaruit voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college onderzoekt overige signalen en tips die relevant zijn
                                voor het recht op bijstand conform de WWB of het recht op
                                werkleeraanbod met de mogelijk daarvan afgeleide inkomensvoorziening
                                conform de WIJ.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Gevolgen bij fraude</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verlaagt de bijstand of de inkomensvoorziening indien de
                                rechthebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen
                                inlichtingen verstrekt die van belang zijn voor de bepaling van de
                                hoogte, de duur en de voortzetting van de uitkering of de
                                inkomensvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur en de hoogte van de verlaging zijn vastgesteld in de
                                Maatregelenverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in
                                jongeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aangifte bij het Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Indien een gedraging van rechthebbende leidt tot benadeling van de
                            gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid de bijstand of
                            de inkomensvoorziening te verlagen en de ten onrechte ontvangen gelden
                            terug te vorderen, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in
                            overeenstemming met de door het Openbaar Ministerie op dit punt
                            gehanteerde uitgangspunten conform de Aanwijzing Sociale
                            Zekerheidsfraude. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht voor de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens
                            deze verordening zijn belast:</al><lijst><li nr="1."><al>volgens artikel 76a WWB en artikel 88 WIJ de bij besluit van het
                                    college aangewezen ambtenaren.</al></li><li nr="2."><al>de in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                                    opsporingsambtenaren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de bepalingen in
                            deze verordening, als strikte toepassing ervan zou leiden tot ernstige
                            onbillijkheid en mits de rechthebbende geen enkel verwijt van
                            nalatigheid in het nakomen van verplichtingen kan worden gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Handhavingsverordening Wet werk
                            bijstand en Wet investeren in jongeren gemeente Waterland 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht de dag na
                                    publicatie in “Ons Streekblad” per 1 oktober 2009 in werking.
                                </al></li><li nr="2."><al>De Handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2004 wordt
                                    ingetrokken op het moment dat de ‘Handhavingsverordening Wet
                                    werk en bijstand en Wet investeren in jongeren gemeente
                                    Waterland 2009’ in werking treedt.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Waterland, gehouden op 20 mei 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. E.G.H. Dijk mr. E.F. Jongmans</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al/><al><vet>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in
                        jongeren</vet></al><al/><al>Met deze verordening wordt invulling gegeven aan de in artikel 12 van de Wet
                    investeren in jongeren (WIJ) gegeven opdracht om regels te stellen met
                    betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet
                    investeren in jongeren. Het behoort tot de gemeentelijke beleidsvrijheid om
                    daarin eigen beleidskeuzes te maken. Het gemeentelijk beleid over misbruik en
                    oneigenlijk gebruik in het kader van de WWB is reeds in de
                    Handhavingsverordening Wet werk en bijstand vastgelegd. Vastgesteld is dat dit
                    beleidskader met enige aanpassingen ook toepasbaar is op de uitvoering van de
                    WIJ. Mede gelet op de grote verwantschap tussen beide wetten wordt voorgesteld
                    om het handhavingsbeleid voor de WIJ op te nemen in de Handhavingsverordening
                    WWB. Deze krijgt daardoor ook een andere naam en zal voortaan
                    ‘Handhavingsverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren’
                    heten. </al><al/><al>In artikel 8a van de WWB en artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de WIJ is
                    bepaald dat de gemeenteraad in het kader van het financiële beheer bij
                    verordening regels stelt voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van
                    bijstand, werkleeraanbod en de hiervan afgeleide inkomensvoorziening alsmede van
                    misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. De gemeente moet in de WWB en de WIJ
                    zelf bepalen op welke wijze het handhavingsbeleid wordt gevoerd. Bovengenoemde
                    artikelen in de wet stellen het vaststellen van handhavingsregels verplicht,
                    maar geven niet aan welke regels dit expliciet moeten zijn. </al><al>Zowel de WWB als de WIJ verlangt dat de gemeenteraad de regels voor het eigen
                    handhavingsbeleid op hoofdlijnen vaststelt in een verordening. Het college
                    krijgt daarmee de mogelijkheid om nadere invulling te geven aan de verordening
                    in de vorm van handhavingsregels.</al><al>Tot Hoogwaardige Handhaving behoren alle activiteiten van de gemeente die erop
                    gericht zijn dat regels worden nageleefd. In het geval van de WWB en WIJ gaat
                    het erom dat misbruik en oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk worden
                    voorkomen.</al><al>Hoogwaardig Handhavingsbeleid bestaat uit preventief en repressief beleid. </al><al>Preventie is een belangrijk onderdeel van handhaving, immers voorkomen is beter
                    dan genezen. Voorkomen moet worden dat mensen de wetten misbruiken. Preventie is
                    een belangrijk onderdeel van de poortwachterfunctie: nagegaan moet worden of
                    degene die bijstand aanvraagt inderdaad recht heeft op een bijstandsuitkering en
                    of de hoogte van deze uitkering correct kan worden vastgesteld.</al><al>Repressie heeft betrekking op de activiteiten die verricht worden nadat het
                    misbruik is vastgesteld: het toepassen van sancties en het terugvorderen van ten
                    onrechte betaalde uitkeringen. </al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 1 Begripsomschrijving</vet></al><al>Deze verordening behelst de uitwerking van twee wetten, namelijk de WWB en de
                    WIJ. Mede gelet op de grote verwantschap tussen beide wetten is het bestaande
                    handhavinginstrumentarium in het kader van de WWB met de nodige aanpassingen
                    evenzeer toepasbaar voor de WIJ. Bovendien geldt dat het handhavingsbeleid voor
                    bijstandsgerechtigden en jongeren niet of nauwelijks uiteen zal lopen. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2. Hoogwaardige handhaving</vet></al><al/><al>Met de inwerkingtreding van deze handhavingsverordening wordt het vigerende
                    beleidsplan WWB aangevuld met de WIJ-wetgeving. Tevens wordt in een hoofdstuk
                    naar hoogwaardige handhaving gerefereerd. Doel van dit hoofdstuk is te streven
                    dat alleen degene die daadwerkelijk recht op een uitkering, werkleeraanbod of
                    een inkomensvoorziening hebben, dit ontvangen in overeenstemming met de wet. </al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 2 Beleidsplan WWB en WIJ</vet></al><al>Dit artikel legt bij het college de verantwoordelijkheid neer voor een
                    rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wet werk en bijstand en de Wet
                    investeren in jongeren. Het vigerende beleidsplan WWB wordt aangevuld met de
                    WIJ.</al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 3 Nadere regels</vet></al><al>Voor de juiste uitvoering van de verordening kan het noodzakelijk zijn dat
                    nadere regels worden vastgesteld. Dit artikel geeft het college de bevoegdheid
                    om dergelijke regels vast te stellen. De leden geven aan waar in ieder geval
                    nadere regels over worden geformuleerd.</al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 4 Validering van gegevens</vet></al><al>Om zekerheid te krijgen over de volledigheid van de verstrekte gegevens en
                    inlichtingen, kunnen de gegevens bij andere externe instanties worden
                    gecontroleerd. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door middel van
                    bestandsuitwisseling of op cliëntniveau, bijvoorbeeld middels een
                    huisbezoek.</al><al/><al>Wanneer uit bestandsvergelijkingen onregelmatigheden blijken in de actuele
                    gegevens kan de bijstand of de inkomensvoorziening dan wel de ondersteuning bij
                    arbeidsinschakeling aangepast worden, waarbij eerst een controle bij de
                    rechthebbende dient plaats te vinden.</al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 5 Terugvordering</vet></al><al><onderstreept>Eerste lid</onderstreept></al><al>Sinds de invoering van de WWB ingaande 1 januari 2004 is terugvordering van
                    bijstand geen verplichting meer vanuit de wet. In dit artikel is bepaald dat de
                    gemeente de kosten van bijstand, werkleeraanbod of de inkomensvoorziening
                    terugvordert in de gevallen genoemd in de artikelen 58 en 59 van de WWB en de
                    artikelen 54 tot en met 56 van de WIJ. </al><al>Om te voorkomen dat teruggevorderd zou moeten worden in die gevallen waar een
                    wettelijke regeling zich verzet tegen dat besluit, is een nuance opgenomen. Te
                    denken valt aan de bepalingen omtrent verjaringen in het burgerlijk Wetboek of
                    de bepalingen rond het wettelijk traject van de Wet Schuldsanering Natuurlijke
                    Personen (WSNP). Deze opsomming is niet limitatief, en aangezien toekomstige
                    wetswijzigingen nog bepalingen kunnen toevoegen, is gekozen voor een algemene
                    formulering.</al><al/><al><onderstreept>Tweede lid</onderstreept></al><al>Artikel 17 lid 1 van de wet verplicht de rechthebbende dat deze op verzoek of
                    onverwijld uit eigen beweging mededelingen doet van alle feiten en
                    omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van
                    invloed kunnen zijn op de arbeidsinschakeling of het recht van bijstand of
                    werkleeraanbod aan het college. Deze verplichting geldt niet indien die feiten
                    en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij
                    wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden
                    verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij
                    ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van
                    toepassing is. </al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 6 Verhaal</vet></al><al>Deze verordening is in beginsel gericht op het nakomen van verplichtingen van de
                    cliënt. Deze verordening heeft echter ook ten doel oneigenlijk gebruik terug te
                    dringen. De maatschappij mag van een cliënt verlangen, en zelfs eisen, dat deze
                    gebruik maakt van voorliggende voorzieningen en dus ook dat deze probeert met
                    een onderhoudsbijdrage naar burgerlijk recht in zijn of haar bestaan te
                    voorzien. Wanneer de cliënt hiermee in gebreke blijkt, of wanneer dit niet lukt,
                    dan kan de gemeente in de plaats treden van de cliënt en verhaal zoeken op de
                    onderhoudsplichtige. Verhaal is een bevoegdheid van gemeenten geworden.</al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 7 Afzien van terugvordering /
                    kwijtschelding</vet></al><al>De bedoelde voorwaarden gesteld in dit artikel worden geregeld in de
                    uitvoeringsvoorschriften welke vermeld staan in het Handboek WWB van de
                    gemeente. </al><al/><al><onderstreept>Eerste lid</onderstreept></al><al>In artikel 7 wordt de wijze van invordering vastgesteld. Regel is dat op grond
                    van het eerste lid van artikel 7 het optimale wordt gedaan om in te
                    vorderen.</al><al/><al><onderstreept>Tweede lid</onderstreept></al><al>Uitgangspunt van verordening is en blijft dat schulden voldaan moeten worden.
                    Het college kan, maar is niet verplicht om van verdere terugvordering af te
                    zien. Dat het college uit eigen beweging moet beoordelen of aan de daarvoor
                    geldende voorwaarden is voldaan, zonder dat de rechthebbende een signaal afgeeft
                    dat aflossing problematisch is of dreigt te worden, kan niet worden verlangd. In
                    de verordening is dan ook opgenomen dat kwijtschelding op verzoek van de
                    rechthebbende kan worden verleend.</al><al/><al><onderstreept>Vierde lid</onderstreept></al><al>Het minimum terug te vorderen bedrag wordt genoemd in het handboek Wet werk en
                    bijstand van de gemeente. Dit bedrag wordt vastgesteld in het uitvoeringsbesluit
                    “Regeling terugvordering geringe bedragen” door de Minister van Sociale Zaken en
                    Werkgelegenheid.</al><al>De inlichtingenplicht en medewerkingsplicht conform artikel 17 lid 1 WWB en de
                    artikelen 44 en 45 WIJ hebben de meeste betekenis inzake de verlening van
                    bijstand of een inkomensvoorziening, echter het kan ook van belang zijn dat het
                    college kennis draagt van feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de
                    arbeidsinschakeling van de individuele rechthebbende. Om deze reden heeft de
                    inlichtingenverplichting betrekking op zowel de arbeidsinschakeling als het
                    recht op bijstand. Uitgangspunt blijft dat van de rechthebbende die een beroep
                    doet op een specifieke overheidsvoorziening verlangd kan worden dat hij
                    voldoende gegevens en inlichtingen verstrekt die het de uitvoerder van die
                    voorziening mogelijk maakt te beoordelen of het beroep op die voorziening
                    terecht wordt gedaan. Het feit dat het college niet alleen bij een aanvraag om
                    bijstand of om ondersteuning bij arbeidsinschakeling, maar ook in andere stadia
                    van bijstandverlening en arbeidsinschakeling concrete informatie en
                    bewijsstukken van de rechthebbende mag vragen, laat onverlet dat de
                    rechthebbende onverwijld uit eigen beweging inlichtingen dient te verstrekken
                    indien het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die feiten en
                    omstandigheden, of de daarin opgetreden wijzigingen, van invloed kunnen zijn op
                    zijn arbeidsinschakeling of zijn recht op bijstand. Verstrekt de rechthebbende
                    niet of niet alle gevraagde inlichtingen en bewijsstukken, dan heeft dat
                    gevolgen voor de beoordeling door het college en het recht op bijstand of
                    ondersteuning bij arbeidsinschakeling. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk3. Controle </vet></al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 8 Controle tijdens en na beëindiging van de
                        bijstand</vet></al><al>Dit artikel regelt dat het college in een onderzoeksplan beschrijft hoe de
                    controle bij de aanvraag, tijdens en na beëindiging van de bijstanduitkering,
                    werkleeraanbod en de inkomensvoorziening plaatsvindt. Een goede controle op de
                    aanvraag voorkomt dat rechthebbenden ten onrechte in de bijstand komen. </al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 9 Controlemiddelen</vet></al><al>Dit artikel omschrijft dat in het beleidsplan en de uitvoeringsvoorschriften
                    wordt uitgelegd hoe fraude wordt bestreden tijdens de uitkering. Controle op de
                    rechtmatigheid van de bijstandsverlening en de inkomensvoorziening wordt onder
                    andere vorm gegeven door huisbezoeken, bestandskoppelingen en de
                    samenloopsignalen die daaruit voortkomen, het gebruik van het Structuur
                    uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI)-net en het Inlichtingenbureau,
                    waarin actuele gegevens staan van (potentiële) rechthebbenden met betrekking tot
                    inkomen uit loon of uitkering. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4. Gevolgen bij fraude</vet></al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 10 Maatregel </vet></al><al>Onderdeel van handhaving is het verlagen van de uitkering op het moment dat een
                    arbeidsverplichting of inlichtingenverplichting niet of niet voldoende wordt
                    nagekomen. In de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren
                    in jongeren is opgenomen in welke gevallen, voor hoe lang en welk percentage een
                    persoon een verlaging op de uitkering krijgt.</al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 11 Aangifte bij het Openbaar Ministerie</vet></al><al>Als een verlagingswaardige gedraging tevens een strafbaar feit oplevert, dient
                    het college hiervan proces verbaal op te maken en aangifte doen bij het Openbaar
                    Ministerie indien het bedrag waarvoor is gefraudeerd boven de aangiftegrens
                    komt. Het Openbaar Ministerie bepaalt de aangiftegrens.</al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 12 Uitvoering</vet></al><al>Evenals de uitvoering van de WWB en de WIJ ligt de uitvoering van de
                    Handhavingsverordening bij het college.</al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 13 Toezicht</vet></al><al><onderstreept>Eerste lid</onderstreept></al><al>Met het toezicht op de naleving van de wetten zijn volgens artikel 76a WWB en
                    artikel 88 WIJ belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren. Door
                    ambtenaren aan te wijzen als toezichthouder ligt formeel vast dat zij bevoegd
                    zijn onderzoek te doen. Informatie ingewonnen door op grond van het college
                    aangewezen toezichthouders is een officiële en juridische basis voor een
                    beschikking. </al><al/><al><onderstreept>Tweede lid</onderstreept></al><al>Bijzondere opsporingsdiensten worden vermeld in artikel 142 Wetboek van
                    Strafvordering.</al><al>Ambtenaren van de Sociale Recherche zijn beëdigd als buitengewoon
                    opsporingsambtenaar voor opsporingsactiviteiten met betrekking tot fraude.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5. Slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 14 Onvoorziene omstandigheden </vet></al><al>Dit artikel mandateert aan het college de bevoegdheid een besluit te nemen in
                    gevallen waarin deze verordening onverhoopt niet voorziet.</al><al/><al/><al><vet>Toelichting bij artikel 15 Hardheidsclausule</vet></al><al>Dit artikel schept de mogelijkheid om bij onbedoelde situaties van
                    klaarblijkelijke hardheid af te wijken van (delen van) de verordening. Dit om
                    onwenselijke situaties op te kunnen lossen via maatwerk. Deze mogelijkheid geeft
                    tevens de verplichting om per geval na te gaan of er zich een situatie voordoet
                    waarbij de hardheidsclausule zou moeten worden toegepast. De hardheidsclausule
                    zal doorgaans alleen worden ingezet in gevallen waarbij in het voordeel van de
                    rechthebbende wordt afgeweken.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>