<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR456871_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening gemeente Krimpenerwaard 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-114899.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150619%26epd%3d20150619%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dKrimpenerwaard%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=3&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 05-07-2017, Nr. 114899</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening gemeente Krimpenerwaard 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 150 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-05-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-07-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-12-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ZK17001895/ 17-0008694</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>inspraakverordening gemeente krimpenerwaard 2017</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening gemeente Krimpenerwaard 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al> Inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                gegeven;</al></li><li nr="c."><al> Beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
                            inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
                            beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                    vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                    uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid
                                    heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                    spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van
                                    de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen
                                    in de samenleving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de inspraak
                            wordt geregeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                            op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                    mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                    wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van
                                    het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <cursief>‘Inspraakverordening
                            gemeente Krimpenerwaard 2017’</cursief>.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Krimpenerwaard, gehouden op 9 mei 2017.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, drs. K.E. Driehuijs</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, mr. R.S. Cazemier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop><vet>Algemene toelichting</vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet>Artikel 150 van de Gemeentewet</vet></tussenkop><al>Sinds 1 januari 1994 is in artikel 150 van de Gemeentewet aan de gemeenteraad de
                    verplichting opgelegd een Inspraakverordening vast te stellen. </al><al/><tussenkop><vet>Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb</vet></tussenkop><al>Met deze herziening is tevens beoogd de Inspraakverordening aan te passen aan de
                    Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Stb. 2002, 54). In deze wet
                    wordt afdeling 3.4 van de Awb grondig herzien en artikel 150 van de Gemeentewet
                    gewijzigd. </al><al/><tussenkop><vet>Afdeling 3.4 Awb (oud/nieuw)</vet></tussenkop><al>Afdeling 3.4 Awb bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze
                    afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en
                    het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. Bij het inwerkingtreden van
                    de Awb in 1994 bestond naast deze afdeling nog een afdeling 3.5 die een
                    uitgebreidere voorbereidingsprocedure kende. Met de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb is beoogd deze twee procedures ineen te schuiven en
                    tegelijkertijd te vereenvoudigen. In de wet zelf is afdeling 3.4 van toepassing
                    verklaard op de inspraak bij provincies en gemeenten. </al><al/><al>Uit de laatste zinsnede van het nieuwe tweede lid van artikel 150 van de
                    Gemeentewet blijkt dat afwijkingen van afdeling 3.4 Awb zijn toegestaan (zie ook
                    de memorie van antwoord (MvA) Eerste Kamer, 2000-2001, 27 023, nummer 177b, blz.
                    3). In de memorie van toelichting (MvT) op de wet (TK 1999-2000, 27 023, nummer
                    3, blz. 31) is te lezen dat in de Inspraakverordening zowel geheel als
                    gedeeltelijk kan worden afgeweken van afdeling 3.4 Awb. Dit laatste kan
                    bijvoorbeeld geschieden in gevallen waarin het wenselijk is om wel een ontwerp
                    ter inzage te leggen, maar de inspraak daarover op andere wijze te organiseren
                    dan via het mondeling naar voren brengen van zienswijzen of door te werken met
                    andere termijnen, aldus de MvT.</al><al/><tussenkop><vet>Inspraakprocedure/deregulering</vet></tussenkop><al>Aan inspraak kan op zeer uiteenlopende manieren worden vormgegeven. De VNG heeft
                    gekozen voor een sobere regeling mede met het oog op het door haar ondersteunde
                    dereguleringsstreven van opeenvolgende kabinetten. De gemeente Krimpenerwaard
                    streeft dezelfde principes na. Door het van toepassing verklaren van de
                    procedureregeling van afdeling 3.4 van de Awb en het weghalen van overbodige
                    bepalingen (zoals het beklagrecht) en de onnodige paragraafindeling, is de
                    verordening ten opzichte van de voormalige verordeningen verder gedereguleerd
                    tot een bondige en leesbare verordening. Bovendien maakt een globale
                    raamregeling het mogelijk dat recht wordt gedaan aan de behoefte van insprekers
                    en gemeentebestuur mede in relatie tot de aard, schaal en reikwijdte van het
                    beleidsvoornemen waarop inspraak plaatsvindt. Een gedetailleerde en daardoor
                    rigide wijze van regelgeving dient niet de belangen van insprekers.</al><al/><tussenkop><vet>Alternatieven voor inspraak</vet></tussenkop><al>Inspraak moet onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die men heeft om
                    zich tot het gemeentebestuur te wenden. Te denken valt hierbij aan het
                    spreekrecht bij raads- en commissie-vergaderingen (regeling via het Reglement
                    van orde of de Verordening op de raadscommissies). Andere mogelijkheden die
                    buiten de inspraak vallen zijn: het schrijven van brieven, het bezoeken van
                    spreekuren, het houden van informatiebijeenkomsten enz. </al><al/><al>Inspraak is uiteraard ook van een andere orde dan de mogelijkheid om de
                    uitkomsten van de beleidsvaststelling aan te vechten door middel van bezwaar en
                    beroep.</al><al/><al/><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></tussenkop><al/><lijst><li nr="a."><al><cursief>Inspraak</cursief>:</al></li></lijst><al>Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel
                    opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de
                    Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van
                    het gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan
                    belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens
                    kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk
                    hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                    belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet
                    'eenzijdig' gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen gedachtewisseling met het
                    bestuursorgaan is inbegrepen. In deze verordening is echter het tweezijdige
                    element van gedachtewisseling in de inspraakprocedure opgenomen, omdat hiermee
                    een derde doel wordt gediend, te weten het creëren van draagvlak voor
                    beleidsvoornemens (zie ook de algemene toelichting, onder Alternatieven voor
                    inspraak, over interactieve beleidsvorming).</al><al/><lijst><li nr="b."><al><cursief>Inspraakprocedure</cursief>:</al></li></lijst><al>De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt
                    ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. Zoals in de algemene
                    toelichting is vermeld, is in de verordening afdeling 3.4 Awb van toepassing
                    verklaard. Artikel 4, tweede lid, geeft het bestuursorgaan ruimte om een andere
                    procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor
                    uitvoering, de nadere regeling en organisatie van de inspraak.</al><al/><lijst><li nr="c."><al><cursief>Beleidsvoornemen</cursief>:</al></li></lijst><al>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                    bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk
                    zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of
                    maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden
                    gebaseerd.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</vet></tussenkop><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                    gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1,
                    eerste lid, van de Awb. Het omvat in elk geval raad, college en burgemeester.
                    Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan inspraak
                    onderwerpen. In de MvT (TK 1999-2000, 27 023, nummer 3, blz. 20) is vermeld dat
                    het ter volledige beoordeling van de gemeenteraad blijft ten aanzien van welke
                    beleidsvoornemens inspraak wordt verleend. Omdat het in bepaalde gevallen
                    doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld
                    spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste
                    lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze
                    van inspraak wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is
                    een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt.</al><al/><al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                    wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Hieronder hebben wij opgesomd welke
                    wettelijke verplichtingen gelden. Wij hebben ervan afgezien om dit op te nemen
                    in de tekst van artikel 2 zelf, omdat in de eerste plaats bij een nieuwe
                    wettelijke verplichting direct de verordening moet worden aangepast en in de
                    tweede plaats het een dermate uitgebreide opsomming is dat de verordening
                    hiermee onoverzichtelijk wordt.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</vet></tussenkop><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst
                    van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb zijn de woorden 'in de gemeente een belang hebbende
                    natuurlijke en rechtspersonen' vervangen door: belanghebbenden. Het begrip
                    'belanghebbende' is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook
                    gelding voor wetgeving buiten de Awb.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 4 Inspraakprocedure</vet></tussenkop><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb
                    van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17 (tot de
                    inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb:
                    artikel 3:11 tot en met 3:13) Awb is de inspraakprocedure te vinden. Na
                    terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden
                    gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen.
                    In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet,
                    dan kan op grond van het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 5 Eindverslag</vet></tussenkop><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In artikel
                    3:17 (tot de inwerking-treding van de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure: artikel 3:13, vijfde lid) Awb wordt namelijk slechts
                    bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de inspraakprocedure
                    mondeling naar voren is gebracht.</al><al/><al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                    inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                    afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage
                    gelegd enz.?</al><al/><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                    bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                    schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de MvT
                    bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met een korte
                    zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de
                    personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht.</al><al/><al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                    bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al/><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt. De bekendmaking van de resultaten van de
                    inspraak is uitermate belangrijk. Het ligt voor de hand om degenen die hebben
                    ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het
                    eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke
                    website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het
                    volstaan met een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de
                    inspraakavond al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 7 Citeertitel</vet></tussenkop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <cursief>‘Inspraakverordening gemeente
                        Krimpenerwaard 2017’</cursief>. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>