<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR45658_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering gemeente Diemen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Nieuws, 01-07-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Diemen 2010.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, artikel 8, 19 lid 5, 23 lid 3 en 35.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>wet inburgering</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering gemeente Diemen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al>Geen.</al><al/><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><al>1.Wet inburgering, artikel 8, 19 lid 5, 23 lid 3 en 35.</al><al/><al/><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al>Geen. </al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al/><al><vet>Datum</vet></al><al><vet>inwerkingtreding</vet></al><al>01-07-2010</al><al/><al><vet>Terugwerkende kracht t/m</vet></al><al/><al><vet>Betreft</vet></al><al>nieuwe regeling</al><al/><al><vet>Datum ondertekening</vet></al><al><vet>Bron bekendmaking</vet></al><al>23-06-2010</al><al>Diemer Nieuws</al><al>d.d. 01-07-2010</al><al/><al><vet>Kenmerk voorstel</vet></al><al>-</al><al/><al/><al/><al><vet>Verordening Wet Inburgering gemeente Diemen 2010</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Diemen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, </al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid, 24f
                        en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid, van het Besluit
                        inburgering;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening Wet inburgering gemeente Diemen 2010</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. de wet: de Wet inburgering en daarop gebaseerde regelgeving.</al><al>b. het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Diemen;</al><al>c. voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening.</al><al>d. uitkering: een uitkering op basis van sociale zekerheidswetten of
                                sociale zekerheidsregelingen.</al><al>e.vrijstellend examen: het examen zoals bedoeld in art. 2.3 van het
                                besluit inburgering.</al><al>f. participatietraject: een traject, afhankelijk van zijn
                                capaciteiten en ambitie, variërend van het volgen van een vervolg-
                                of vakopleiding, het toeleiden naar de arbeidsmarkt tot het
                                deelnemen aan activiteiten in de wijk;</al><al>g. PIB: persoonlijk inburgeringsbudget.</al><al/><lijst><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                        regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                        verordening worden gebruikt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                                vrijwillige inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de
                                vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze
                                worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de
                                wet en over het aanbod van en de toegang tot de voorzieningen.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars in ieder geval
                                gebruik van de volgende middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>intakegesprekken met inburgeringsconsulenten van het team
                                        Sociale Zaken;</al></li><li nr="b."><al>advertenties in de plaatselijke media;</al></li><li nr="c."><al>het beschikbaar stellen van schriftelijk
                                        informatiemateriaal</al></li><li nr="d."><al>informatie op de website www.diemen.nl</al></li><li nr="e."><al>voorlichtingsbijeenkomsten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de drie jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars, en
                                rapporteert daarover aan de raad. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst, naast de groepen inburgeringsplichtigen die de
                            gemeente verplicht een inburgeringsvoorziening moet aanbieden, de
                            volgende groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan bij voorrang een
                            inburgeringsvoorziening wordt aangeboden. Deze prioritaire doelgroepen
                            zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>inburgeringsplichtigen met een bijstandsuitkering;</al></li><li nr="b."><al>inburgeringsplichtigen met een opvoedingstaak;</al></li><li nr="c."><al>inburgeringsplichtigen zonder werk en zonder uitkering;</al></li><li nr="d."><al>inburgeringsplichtigen die zich melden voor een
                                    inburgeringstraject.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de
                                inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden, de
                                maatschappelijke positie en de ambitie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening omvat in ieder geval een traject ter voorbereiding
                                op het inburgeringsexamen of een vrijstellend examen en het eenmaal
                                kosteloos afleggen van een van deze examens. Voor asielgerechtigde
                                vluchtelingen bevat de voorziening ook maatschappelijke begeleiding.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de inburgeraar een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                                wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de
                                inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de inburgeraar een participatietraject wordt aangeboden
                                draagt het college er zorg voor dat het traject, afhankelijk van
                                capaciteiten en ambitie, zich richt op deelname aan de samenleving.
                                Dit kan variëren van het volgen van een vervolg- of vakopleiding,
                                het toeleiden naar de arbeidsmarkt tot het deelnemen aan
                                activiteiten in de wijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19 eerste of tweede
                                lid, van de wet, schriftelijk door middel van het trajectplan van de
                                taalaanbieder. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan deelt, door
                                middel van het al dan niet ondertekenen van het trajectplan van de
                                taalaanbieder, aan het college mede of hij het aanbod aanvaardt. De
                                ondertekening vindt plaats tijdens een persoonlijk gesprek waarin de
                                voorziening en de rechten en verplichtingen worden toegelicht of via
                                de post.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen 8 weken na ontvangst van deze mededeling het besluit
                                tot vaststelling van de voorziening overeenkomstig het gedane
                                aanbod. Dit wordt verwerkt in een beschikking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige om in
                                aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een
                                persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende wijze: </al><lijst><li nr="a."><al>Tijdens het intakegesprek met de inburgeringsconsulent wordt
                                        de mogelijkheid voor het PIB besproken indien het reeds
                                        ingekochte aanbod aan voorzieningen niet passend blijkt te
                                        zijn.</al></li><li nr="b."><al>De inburgeringsplichtige krijgt het formulier voor de
                                        aanvraag van een persoonlijk inburgeringsbudget
                                        overhandigd.</al></li><li nr="c."><al>Op het aanvraagformulier dient de inburgeringsplichtige aan
                                        te geven hoe hij de voorziening tot een succesvol einde
                                        denkt te brengen en zijn beweegredenen voor taalverwerving.
                                    </al></li><li nr="d."><al>De taalaanbieder brengt een offerte uit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het
                                volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit
                                programma: </al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en </al></li><li nr="b."><al>wordt verzorgd door een taalaanbieder die bij voorkeur
                                        voldoet aan het keurmerk inburgeren of een universitaire
                                        onderwijsinstelling met onder andere Nederlandse taalgericht
                                        onderwijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het
                                volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze
                                taalkennisvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis
                                        van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk
                                        is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau
                                        1 of 2; en </al></li><li nr="b."><al>wordt verzorgd door een taalaanbieder die bij voorkeur
                                        voldoet aan het keurmerk inburgeren of een universitaire
                                        onderwijsinstelling met onder andere Nederlandse taalgericht
                                        onderwijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit het college een
                                overeenkomst met de taalaanbieder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de voorziening bevat in ieder geval: </al><al>een beschrijving van de voorziening;</al><lijst><li nr="a."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="b."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of vrijstellend examen
                                    moet zijn behaald;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="d."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de inburgeringsconsulent;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige die op grond van de rijksregels verplicht
                                is voor de voorziening een eigen bijdrage te betalen, betaalt deze
                                na (voortijdige) beëindiging van de voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Betaling in termijnen is niet mogelijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                voorziening of de wijze van betaling van de eigen bijdrage vast.
                                Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene
                                bijstand wordt dat in de beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Beloning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kent de inburgeringsplichtige die de in artikel 2.8
                                genoemde eigen bijdrage moet betalen en binnen de afgesproken
                                termijn het inburgeringsexamen of vrijstellend examen heeft afgelegd
                                een beloning toe van € 270,-.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige niet in staat is het examen te halen
                                en het college ingevolge artikel 31, tweede lid onder c van de Wet
                                inburgering de inburgeraar mag ontheffen heeft deze recht op een
                                beloning van € 270,-.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 150,- indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 300,- indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in
                                artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld
                                in artikel 2.6 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 300,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a en b, van de wet verlengde
                                termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 3.1,
                                eerste lid van deze verordening bedraagt ten hoogste € 250,- indien
                                de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 3.1,
                                tweede lid van deze verordening bedraagt ten hoogste € 500,- indien
                                de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen
                                heeft behaald. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 800,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen
                                heeft behaald. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige
                            inburgeraars</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen vrijwillige inburgeraars aan waaraan hij
                            bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende
                            criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige inburgeraars met een bijstandsuitkering;</al></li><li nr="b."><al>vrijwillige inburgeraars die zich melden voor een
                                    inburgeringstraject; </al></li><li nr="c."><al>vrijwillige inburgeraars met een opvoedingstaak</al></li><li nr="d."><al>vrijwillige inburgeraars zonder werk en zonder uitkering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt in overleg met de vrijwillige inburgeraar,
                                uitgezonderd geestelijke bedienaren, de samenstelling van de
                                voorziening. De voorziening wordt afgestemd op het startniveau en de
                                vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke
                                positie van de vrijwillige inburgeraar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening omvat in ieder geval een traject ter voorbereiding
                                op het inburgeringsexamen en het eenmaal kosteloos afleggen van het
                                inburgeringsexamen of een traject ter voorbereiding op het
                                staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de vrijwillige inburgeraar een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de vrijwillige inburgeraar een participatietraject wordt
                                aangeboden draagt het college er zorg voor dat het traject,
                                afhankelijk van capaciteiten en ambitie, zich richt op deelname aan
                                de samenleving. Dit kan variëren van het volgen van een vervolg- of
                                vakopleiding, het toeleiden naar de arbeidsmarkt tot het deelnemen
                                aan activiteiten in de wijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college behandelt het verzoek van een vrijwillige inburgeraar om
                                in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een
                                persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende wijze: </al><lijst><li nr="a."><al>Tijdens het intakegesprek met de inburgeringsconsulent wordt
                                        de mogelijkheid voor het PIB besproken indien het reeds
                                        ingekochte aanbod aan voorzieningen niet passend blijkt te
                                        zijn.</al></li><li nr="b."><al>De vrijwillige inburgeraar krijgt het formulier voor de
                                        aanvraag van een persoonlijk inburgeringsbudget
                                        overhandigd.</al></li><li nr="c."><al>Op het aanvraagformulier dient de vrijwillige inburgeraar
                                        aan te geven hoe hij de voorziening tot een succesvol einde
                                        denkt te brengen en zijn beweegredenen voor taalverwerving.
                                    </al></li><li nr="d."><al>De taalaanbieder brengt een offerte uit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor
                                het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit
                                programma: </al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en </al></li><li nr="b."><al>wordt verzorgd door een taalaanbieder die bij voorkeur
                                        voldoet aan het keurmerk inburgeren of een universitaire
                                        onderwijsinstelling met onder andere Nederlandse taalgericht
                                        onderwijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor
                                het volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze
                                taalkennisvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis
                                        van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk
                                        is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau
                                        1 of 2; en </al></li><li nr="b."><al>wordt verzorgd door een taalaanbieder die bij voorkeur
                                        voldoet aan het keurmerk inburgeren of een universitaire
                                        onderwijsinstelling met onder andere Nederlandse taalgericht
                                        onderwijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                                bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet, waarin de
                                voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget is
                                opgenomen, heeft gesloten, sluit het college een overeenkomst met de
                                taalaanbieder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vrijwillige inburgeraar die op grond van artikel 23, tweede lid,
                                van de wet een eigen bijdrage moet te betalen, betaalt deze na
                                (voortijdige) beëindiging van de voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Betaling in termijnen is niet mogelijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt in de overeenkomst de wijze van betaling van de
                                eigen bijdrage vast. Indien overeen gekomen is dat het college de
                                eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de
                                overeenkomst, bedoeld in artikel 4.7 vastgelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Beloning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kent de vrijwillige inburgeraar die de in artikel 4.4
                                genoemde eigen bijdrage moet betalen en binnen de afgesproken
                                termijn het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede
                                taal I of II heeft afgelegd een beloning toe van € 270,-.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vrijwillige inburgeraar naar oordeel van het college niet
                                in staat is het examen te halen heeft deze recht op een beloning van
                                € 270,-.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                            bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet een of meer van de
                            volgende verplichtingen opnemen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de inburgeringsconsulent;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de overeenkomst kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d,
                            tweede lid, van wet bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige
                                    inburgeraar;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen; </al></li><li nr="d."><al>de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de
                                    verplichtingen niet worden nagekomen, en indien van
                                    toepassing:</al></li><li nr="e."><al>de wijze van betaling van de eigen bijdrage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst</titel></kop><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd
                            in de overeenkomst niet of in onvoldoende nakomt, kan het college hem de
                            volgende sancties opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>een boete van maximaal € 500,- wanneer de vrijwillige
                                    inburgeraar geen of onvoldoende medewerking verleent aan de
                                    uitvoering van de inburgeringsvoorziening.</al></li><li nr="b."><al>een boete van maximaal € 500,- wanneer de vrijwillige
                                    inburgeraar niet binnen de afgesproken termijn het
                                    inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I
                                    of II heeft behaald. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                                inburgeraar</titel></kop><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan
                            de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                            identificatieplicht. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 01 juli 2010</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Diemen 2010.</al><al/><al/><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><al/><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN INFORMATIEVERSTREKKING</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Omwille van leesbaarheid van de verordening wordt het begrip ‘voorziening’
                        gebruikt (eerste lid, onderdeel c). Een voorziening kan zowel een (duale)
                        inburgeringsvoorziening als een taalkennisvoorziening inhouden. </al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                        gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en
                        de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige
                            inburgeraars</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige
                        inburgeraars in haar gemeente goed te informeren over de rechten en plichten
                        die voortvloeien uit de Wet inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf
                        te bepalen op welke wijze de informatievoorziening wordt georganiseerd. Wel
                        bepalen de artikelen 8 WI en 24f WI dat de gemeenteraad bij verordening
                        regels vaststellen over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                        respectievelijk inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars ter zake
                        van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet. Ten aanzien van
                        inburgeringsplichtigen dienen ook regels te worden vastgesteld ter zake van
                        het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. De gemeente heeft
                        ervoor gekozen om in de verordening alleen de kaders vast te stellen voor
                        een adequate informatievoorziening door het college aan
                        inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars.</al><al>Het derde lid verplicht het college de raad periodiek te rapporteren over de
                        doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>HET AANBIEDEN VAN EEN VOORZIENING AAN INBURGERINGSPLICHTIGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college kan aan alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen voor een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel 19, eerste lid,
                        WI). Het college is echter verplicht een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en een
                        inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren. </al><al>Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst <cursief>bij
                            voorrang </cursief>een voorziening krijgen aangeboden. Dit betekent dat
                        het college de ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een voorziening aan
                        te bieden aan inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of
                        groepen die hij heeft aangewezen. Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen
                        die behoren tot de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan
                        deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van een aanbod,
                        bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen die hij aanwijst een
                        voorziening <cursief>kan</cursief> aanbieden. </al><al>Op grond van de actieve informatieplicht van het college aan de raad
                        (artikel 169, tweede lid, Gemeentewet) ligt het voor de hand dat het college
                        zijn besluit aan welke groepen inburgeringsplichtigen bij voorrang een
                        aanbod zal worden gedaan ter kennisname aan de raad aanbiedt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                        vaststelling door het college van een passende (duale)
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de
                        totstandkoming en samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde lid,
                        onderdeel b, WI). In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het
                        college de opdracht heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in
                        aanmerking komt, een op de persoon toegesneden voorziening samen te stellen. </al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                        voorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid van een
                        voorziening kunnen de volgende factoren een rol spelen:</al><lijst><li nr="-"><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                                Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit.</al></li><li nr="-"><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                                vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht
                                aan het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van
                                kinderen.</al></li><li nr="-"><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                                bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                                inburgeringsplichtige moet vervullen. </al></li></lijst><al>Voor de mogelijkheden van het aanbieden van duale inburgeringsvoorzieningen
                        wordt verwezen naar de toelichting bij het Besluit inburgering.</al><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                        wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de
                        mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke
                        bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een
                        voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen
                        opleveren de voorziening daarmee te combineren. </al><al>De Wet inburgering bepaalt dat de voorziening gecombineerd
                            <onderstreept>moet</onderstreept> worden met een voorziening gericht op
                        arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een voorziening wordt
                        aangeboden aan een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of een
                        uitkering ontvangt op grond van een andere socialezekerheidswet of
                        socialezekerheidsregeling én deze verplicht is om arbeid te verkrijgen of te
                        aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Het college is verantwoordelijk
                        voor het aanbieden van de gecombineerde voorziening (artikel 20, tweede lid,
                        WI). </al><al>Artikel 19, vierde lid, WI draagt het college op om er voor te zorgen dat de
                        voorziening wordt afgestemd op de mogelijkheden van betrokkene tot
                        arbeidsinschakeling. De voorziening dient dus te worden afgestemd op de
                        reïntegratievoorziening. Aangezien de reïntegratievoorziening in het kader
                        van de uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of
                        –regelingen ook door andere partijen dan het college wordt verstrekt, zal
                        het college afspraken moeten maken met de verantwoordelijke uitvoerders van
                        de socialezekerheidswet of –regeling: het Uitvoeringsinstituut
                        werknemersverzekeringen (UWV), eigenrisicodragers of overheidswerkgevers
                        (artikel 21 WI). </al><al>Het tweede lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                        onderdeel van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan
                        opnemen. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder
                        geval moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het inburgeringsexamen of
                        het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos
                        afleggen van het desbetreffende examen (artikel 19, derde lid, WI). </al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook
                        maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de voorziening
                        (artikel 19, zesde lid, WI). Wat betreft de bijkomende faciliteiten die het
                        college als onderdeel van de voorziening voor inburgeringsplichtigen kan
                        opnemen, kan worden gedacht aan trajectbegeleiding of het (periodiek) houden
                        van voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtigen. Ook kan worden
                        gedacht aan een uitbreiding van de opleiding, bijvoorbeeld in de vorm van
                        een maatschappelijke stage of een aparte module die gericht is op het
                        verwerven van kennis van de Nederlandse samenleving. </al><al>Trajectbegeleiding en het houden van voortgangsgesprekken zullen vooral van
                        belang zijn bij inburgeringsplichtigen die geen voorziening in combinatie
                        met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling krijgen. Bij
                        voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling vormen dergelijke faciliteiten
                        reeds een vast onderdeel. </al><al>Ten overvloede wordt gewezen op het feit dat het inburgeringsexamen ook een
                        praktijkgericht deel omvat, waarin de praktische (taal)vaardigheden worden
                        getoetst. Het is vanzelfsprekend dat bij de samenstelling van de voorziening
                        ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van deze vaardigheden.
                        Daarbij zal de inzet van duale trajecten een belangrijke rol vervullen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen
                        dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang
                        omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het goed is –
                        leidt tot een besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening. </al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod
                        van een voorziening aan de inburgeringsplichtige heeft neergelegd bij de
                        taalaanbieder. De taalaanbieder stelt na een intakegesprek met de
                        inburgeringsplichtige een trajectplan op. Het trajectplan wordt ter
                        goedkeuring voorgelegd aan de gemeente.</al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                        uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met
                        het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot het
                        vaststellen van de voorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt
                        opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het
                        aanbod (het vierde lid). </al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige
                        het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                        meedeelt (het derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke
                        mededeling geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen door de
                        inburgeringsplichtige van het trajectplan dat door de gemeente is opgesteld. </al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente
                        meldt dat hij wel een voorziening wil, maar dat hij gelet op zijn situatie
                        bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod van de
                        gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het gedane aanbod
                        moeten aanpassen. Aanpassing kan door middel van het wijziging in het
                        trajectplan van de taalaanbieder maar ook door aanmelding bij een andere
                        taalaanbieder of het aanbieden van het persoonlijk inburgeringsbudget (PIB). </al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                        inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                        voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er
                        geen termijn vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het
                        inburgeringsexamen moet hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het
                        college in een dergelijke situatie een handhavingsbeschikking neemt: een
                        besluit op grond van artikel 26 WI waarmee de termijn van start gaat
                        waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moeten hebben
                        behaald (vijf jaar na aanvang van deze termijn). Het verdient de aanbeveling
                        dat het college deze handelwijze vastlegt in beleidsregels, zodat tevoren
                        voor betrokkenen duidelijk is (of zou kunnen zijn) wat de gevolgen zijn van
                        het weigeren van een aanbod voor een voorziening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                            inburgeringsbudget</titel></kop><al>Op grond van artikel 19, tweede lid, WI kan het college de voorziening
                        aanbieden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget als de
                        inburgeringsplichtige daarom verzoekt. Op grond van het vijfde lid van
                        artikel 19 WI moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen over de
                        procedure die door het college wordt gevolgd bij het behandelen van
                        verzoeken om een persoonlijk inburgeringsbudget en de criteria die worden
                        gehanteerd bij het toekennen van een persoonlijk inburgeringsbudget. </al><al>In het eerste lid is vastgelegd op welke wijze verzoeken van
                        inburgeringsplichtigen om toekenning van een persoonlijk inburgeringsbudget
                        worden behandeld. Het belangrijkste criterium voor het toekennen van een PIB
                        is dat de reguliere trajecten die door de gemeente zijn ingekocht niet
                        passend zijn. </al><al>Verder gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="·"><al>de inburgeraar dient voorafgaande aan de voorziening een gemotiveerd
                                verzoek tot een PIB in te dienen;</al></li><li nr="·"><al>het traject moet leiden tot een succesvol afgelegd
                                inburgeringsexamen of een van de inburgeringsplicht vrijstellend
                                examen;</al></li><li nr="·"><al>de inburgeraar mag niet al in een ander gemeentelijk
                                inburgeringstraject zitten;</al></li><li nr="·"><al>de kosten van het traject zijn niet hoger dan € 6.000,-;</al></li><li nr="·"><al>de doorlooptijd is gesteld binnen de gestelde
                                inburgeringstermijn;</al></li><li nr="·"><al>de aanbieder van de voorziening moet een erkend taalinstituut of
                                re-integratiebedrijf zijn (hierbij wordt aangesloten bij de
                                keurmerken van Boaborea en/of het keurmerk inburgering) </al></li><li nr="·"><al>de aanbieder van de voorziening moet zijn ingeschreven bij de Kamer
                                van Koophandel.</al></li></lijst><al>Op grond van artikel 4.27, tweede lid, Besluit inburgering moet het college
                        het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een
                        inburgeringsprogramma of taalkennisvoorziening goedkeuren. Dit voorstel zal
                        in de praktijk worden opgesteld door de taalaanbieder. Het tweede en derde
                        lid van dit artikel leggen de twee criteria vast aan de hand waarvan het
                        college het voorstel voor het volgen van respectievelijk een
                        inburgeringsprogramma en een taalkennisvoorziening goedkeurt. De eerste eis
                        is dat het inburgeringsprogramma naar het oordeel van het college passend is
                        om de inburgeringsplichtige voor te bereiden op en toe te leiden naar het
                        inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II. De
                        taalkennisvoorziening dient gericht te zijn op de verwerving van de kennis
                        van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                        beroepsopleiding (MBO 1 en 2).</al><al>Het tweede vereiste is dat het inburgeringsprogramma of de
                        taalkennisvoorziening wordt verzorgd door een taalaanbieder die bij voorkeur
                        voldoet aan het keurmerk inburgeren of door een onderwijsinstelling met
                        onder andere Nederlandse taal-gericht onderwijs. </al><al>De consulent inburgering beoordeelt het door de inburgeraar ingediende
                        inburgeringsplan en kan het plan goed- of afkeuren. Een afwijzingsbesluit
                        dient zorgvuldig gemotiveerd te zijn. </al><al>Artikel 4.27, derde lid, Besluit inburgering bepaalt dat de gemeenteraad bij
                        verordening bepaalt wie met de taalaanbieder een overeenkomst met betrekking
                        tot de inburgering van de inburgeringsplichtige sluit. Dit kan de
                        inburgeringsplichtige zijn, het college,het college en de
                        inburgeringsplichtige, een andere partij of een combinatie van de hiervoor
                        genoemde partijen gezamenlijk. In het vierde lid van dit artikel is geregeld
                        dat het college de overeenkomst sluit met de taalaanbieder.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het vaststellen van een voorziening is een beschikking. Dit
                        betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit
                        besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke
                        onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende voorziening en de daaraan verbonden
                        rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden
                        vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn
                        medewerking te verlenen aan de uitvoering van de voorziening (artikel 23,
                        eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen
                        van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene
                        (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt. </al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald, ligt vast in de wet. Deze termijn is drieënhalf jaar
                        (artikel 7, eerste lid, WI). In de beschikking hoeft (en kan) van deze
                        termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c). </al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                        termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                        plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                        bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 2.7 van de verordening.</al><al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor inburgeringsplichtige
                        oudkomers. Indien het college een voorziening vaststelt voor een oudkomer,
                        dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop
                        de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel
                        22, tweede lid, juncto artikel 26 WI). Binnen drieënhalf jaar ná deze datum
                        moet de betreffende oudkomer het inburgeringexamen hebben behaald. Het
                        college kan zelf bepalen wanneer de termijn van handhaving van de
                        inburgeringsplicht van start gaat. Het ligt voor de hand om deze termijn
                        direct te laten ingaan (en bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop
                        de voorziening van start gaat). De precieze datum waarop de voorziening van
                        start gaat, zal niet altijd bekend zijn op het moment dat deze wordt
                        toegekend. Bovendien past het vaststellen van een datum van aanvang van
                        handhaving van de inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop
                        met de voorziening kan worden begonnen bij het uitgangspunt van de wet dat
                        de betreffende persoon als oudkomer inburgeringsplichtig is en in beginsel
                        zelf verantwoordelijk is voor voldoen aan de inburgeringsplicht. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt
                        dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten
                        van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Dit
                        artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in
                        het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                        voorziening op te leggen. Het college legt in de beschikking tot de
                        vaststelling van de voorziening deze verplichtingen vast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening worden regels gesteld die betrekking hebben op de inning
                        van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de
                        mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De
                        hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit
                        bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23,
                        tweede lid, WI). </al><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de
                        inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal
                        termijnen te betalen. Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij
                        inburgeringsplichtigen die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het
                        college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Als het college wil
                        overgaan tot verrekening, moet dat worden vastgelegd in de beschikking tot
                        vaststelling van de voorziening. </al><al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV ontvangt, kan het
                        college het UWV verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te
                        houden op de uitkering van het UWV (artikel 24, tweede lid, WI). In dit
                        geval int het UWV de eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. Deze wijze
                        van verrekening geschiedt door het UWV en niet door de gemeente, en wordt
                        dus niet in deze verordening geregeld. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Beloning</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van gemeentelijk beleid om geen onnodige
                        belemmeringen voor deelname aan de inburgeringsvoorziening op te werpen. De
                        gemeente beloont daarom de inburgeringsplichtige die het traject heeft
                        doorlopen en binnen de vastgestelde termijn heeft deelgenomen aan het
                        inburgeringsexamen of vrijstellend examen met een bonus ter hoogte van de
                        eigen bijdrage. Om onnodige administratieve verwikkelingen te voorkomen is
                        bepaald dat dit bedrag niet daadwerkelijk wordt uitbetaald, maar dat de
                        bonus wordt verrekend met de te betalen eigen bijdrage. Het betaalmoment van
                        de eigen bijdrage is daarom verplaatst naar het betaalmoment van de bonus
                        door de gemeente. </al><al>Het tweede lid is opgenomen om de inburgeringsplichtige die ondanks
                        aantoonbaar geleverde inspanningen niet in staat is het examen te halen en
                        derhalve wordt ontheven van de inburgeringsplicht de bonus wel toe te
                        kennen.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>DE BESTUURLIJKE BOETE</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende
                        overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De
                        gemeente Diemen heeft de maximumbedragen uit artikel 34 WI niet overgenomen
                        en heeft lagere maximumbedragen (variërend van € 150,- tot € 300,-)
                        bepaald.</al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen
                        en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de
                        bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de
                        mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het
                        college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder
                        de overtreding is gepleegd (artikel 5:46, tweede lid, Algemene wet
                        bestuursrecht). Deze bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke
                        op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend is,
                        gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                        inburgeringsplichtige. Bij het opleggen van de bestuurlijke boete voor de
                        overtreding genoemd in artikel 3.1 van de verordening dient het college zich
                        ervan te vergewissen dat belanghebbende de uitnodiging voor het onderzoek
                        ter vaststelling van de inburgeringsplicht heeft ontvangen.</al><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie- en
                        inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging
                        (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens
                        te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een
                        bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op
                        grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van
                        een boete of maatregel op grond van een andere scocialezekerheidswet of –
                        regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling voor deze samenloop. In dit
                        artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete
                        kan opleggen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                            overtreding</titel></kop><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                        overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 3.1
                        mogelijk is. Het eerste en tweede lid kunnen alleen in de verordening worden
                        opgenomen als in artikel 3.1, eerste en tweede lid, lagere maximum
                        boetebedragen zijn opgenomen dan de maximumbedragen in de wet. De verhoogde
                        boetebedragen ingeval van herhaling van de overtreding mogen uiteraard niet
                        hoger zijn dan de maximumbedragen die in artikel 34 WI worden genoemd. </al><al>Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de
                        overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne voordoen. Gekozen is
                        voor een tijdspanne van 12 maanden. </al><al>Artikel 34, onderdeel d, WI biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de
                        bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500 naar maximaal € 1000 in
                        het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de
                        verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen.
                        Dit is geregeld in het derde en vierde lid van dit artikel. </al><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                        inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                        boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel
                        3.1, derde lid, van de verordening (€ 300,-). Op grond van artikel 32 WI
                        moet het college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen
                        waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet
                        behalen. Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het
                        inburgeringsexamen niet heeft behaald, maakt het derde lid het mogelijk dat
                        het college een hogere boete vaststelt (€ 500,-). Het wettelijk maximum
                        bedraagt € 1000 (artikel 34, onderdeel d, WI). Ook in dat geval zal in de
                        boetebeschikking een nieuwe termijn moeten worden opgenomen waarbinnen de
                        inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet behalen. </al><al>Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het
                        inburgeringsexamen niet heeft behaald, regelt het vierde lid dat het college
                        wederom een hogere bestuurlijke boete (€ 800,-) kan opleggen. De
                        maximumboete in het vierde lid geldt ook voor alle hierop volgende
                        overschrijdingen van termijnen door de inburgeringsplichtige. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>HET AANBIEDEN VAN EEN VOORZIENING AAN VRIJWILLIGE
                            INBURGERAARS</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>In dit artikel worden de criteria genoemd op grond waarvan het college
                        categorieën vrijwillige inburgeraars kan aanwijzen die bij voorrang in
                        aanmerking komen voor een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening.
                        Het ligt voor de hand om bij vrijwillige inburgeraars dezelfde criteria te
                        hanteren als bij inburgeringsplichtigen (artikel 2.1 van de verordening).
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><al>Zie de toelichting bij artikel 2.2 van de verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                            inburgeringsbudget</titel></kop><al>Zie de toelichting bij artikel 2.4 van de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>Op grond van artikel 24e WI is de vrijwillige inburgeraar met wie een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is overeengekomen een eigen
                        bijdrage verschuldigd. De hoogte van deze bijdrage is geregeld in artikel
                        23, tweede lid, WI. Artikel 24f bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                        regels moet stellen over de eventuele inning van de eigen bijdrage door het
                        college en de mogelijkheid van betaling in termijnen. Artikel 15 van deze
                        verordening is de uitwerking van deze verplichting. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Beloning</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van gemeentelijk beleid om geen onnodige
                        belemmeringen voor deelname aan de inburgeringsvoorziening op te werpen. De
                        gemeente beloont daarom de vrijwillige inburgeraar die het traject heeft
                        doorlopen en binnen de overeengekomen termijn heeft deelgenomen aan het
                        inburgeringsexamen of vrijstellend examen met een bonus ter hoogte van de
                        eigen bijdrage. Om onnodige administratieve verwikkelingen te voorkomen is
                        bepaald dat dit bedrag niet daadwerkelijk wordt uitbetaald, maar dat de
                        bonus wordt verrekend met de te betalen eigen bijdrage. Het betaalmoment van
                        de eigen bijdrage is daarom verplaatst naar het betaalmoment van de bonus
                        door de gemeente. </al><al>Het tweede lid is opgenomen om de vrijwillige inburgeraar die ondanks
                        aantoonbaar geleverde inspanningen niet in staat is het examen af te leggen,
                        de bonus wel toe te kennen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>In dit artikel zijn de verplichtingen voor een vrijwillige inburgeraar
                        neergelegd die het college kan opnemen in de overeenkomst met een
                        vrijwillige inburgeraar. Het gaat om dezelfde verplichtingen als de
                        verplichtingen die het college kan opnemen in de beschikking waarmee een
                        voorziening voor een inburgeringsplichtige wordt vastgesteld (zie artikel
                        2.6 van de verordening). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar over het toekennen van een
                        voorziening zal dezelfde onderwerpen bevatten als de beschikking tot het
                        vaststellen van een voorziening voor inburgeringsplichtigen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst</titel></kop><al>Op grond van artikel 24f moet de raad bij verordening regels stellen over de
                        niet-nakoming van de overeenkomst. In dit artikel legt de raad de sancties
                        vast die het college kan toepassen als de vrijwillige inburgeraar de
                        verplichtingen die zijn neergelegd in de overeenkomst niet nakomt. De
                        sanctie is een maximale boete van € 500,- die het college kan opleggen als
                        een inburgeringsplichtige de verschillende verplichtingen niet nakomt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                            inburgeraar</titel></kop><al>Artikel 24f WI draagt de gemeenteraad op om bij verordening regels te
                        stellen over het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                        inburgeraar. Dit artikel van de verordening is een uitwerking van deze
                        verplichting. Dit artikel is gelijk aan artikel 27 WI, waarin is geregeld op
                        welke wijze het college de identiteit van een inburgeringsplichtige
                        vaststelt. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>