<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR456079_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brielle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brielle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-103010.html">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0037521/#Hoofdstuk3">Erfgoedwet, art. 3.16</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0037521/#Hoofdstuk9">Erfgoedwet, 9.1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0024779/#Hoofdstuk2">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art. 2.1 en 2.2.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-01-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-06-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-05-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Erfgoedverordening 2017</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Erfgoedverordening 2017</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Brielle;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 03-01-2017;</al><al>gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, gelezen in samenhang
                        met de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1
                        en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de navolgende '<vet>Erfgoedverordening 2017</vet>'.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij
                            anders is bepaald, verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is
                                    ingeschreven in het gemeentelijk erfgoed register;</al></li><li nr="-"><al>minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li><li nr="-"><al>omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel
                                    2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="-"><al>stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van
                                    algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge
                                    ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun
                                    wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke
                                    groepen zich één of meer monumenten bevinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gemeentelijk erfgoedregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen
                                gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening
                                onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk
                                erfgoedregister).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gemeentelijk erfgoedregister bevat gegevens over de inschrijving
                                en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel
                                erfgoed.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en
                            verzamelingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde
                                gemeentelijke verzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een
                                cultuurgoed dat van bijzondere cul-tuurhistorische of
                                wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat
                                als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het
                                gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of
                                dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als
                                beschermd gemeentelijk cultuurgoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een
                                verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke
                                betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen
                                die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als
                                onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het
                                gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of
                                die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als
                                beschermde gemeentelijk verzameling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die
                                aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de
                                eigenaar vereist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of
                                tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd
                                gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling
                                of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en
                                wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van
                                de Erfgoedwet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Dit artikel is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als
                                        bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en</al></li><li nr="b."><al>cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een
                                        provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17,
                                        eerste lid, van de Erfgoedwet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als
                                beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke
                                verzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als
                                bedoeld in artikel 3, eerste of twee-de lid, ambtshalve wijzigen of
                                intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige
                                toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis
                                betreft of het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing
                                betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het cultuurgoed
                                of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt
                                aangewezen als:</al><lijst><li nr="a."><al>beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld
                                        in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of</al></li><li nr="b."><al>beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale
                                        erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid,
                                        van de Erfgoedwet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing
                                onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het
                                gemeentelijk erfgoedregister.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzing gemeentelijk monument</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanwijzing als gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of
                                archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente
                                vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                                cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument.1.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Dit artikel is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>rijksmonumenten, en</al></li><li nr="b."><al>monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen
                                        op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld
                                        in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voornemen tot aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5 wordt door
                                burgemeester en wethouders schrifte-lijk bekendgemaakt aan alle
                                zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de
                                openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de
                                Kadasterwet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren
                                burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de
                                eigenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bescherming van paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing op
                                het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een
                                voornemen als bedoeld in artikel 6 is bekendgemaakt.1. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment
                                van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk
                                erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt
                                herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Advies gemeentelijke adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing
                                te geven aan artikel 5 advies aan een gemeentelijke adviescommissie
                                waarbinnen enkele leden deskundig zijn op het gebied van de
                                monumentenzorg. Van de adviescommissie maken geen deel uit leden van
                                het gemeentebestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden
                                die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het
                                advies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De gemeentelijke adviescommissie brengt binnen acht weken na
                                ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk en deugdelijk
                                gemotiveerd advies uit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Op een aanvraag om aanwijzing dient te worden besloten binnen 26
                                weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van
                                het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale
                                aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en
                                inschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk
                                gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare
                                registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Zodra een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt deze
                                onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een
                                monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig
                                gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval
                                aan de gemeentelijke adviescommissie advies gevraagd over de
                                vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26
                                weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit
                                hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat
                                belanghebbenden schriftelijk in kennis worden gesteld van het
                                besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het
                                monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk
                                monument. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op deze
                                aanwijzing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Wijziging gemeentelijk erfgoed register, vervallen aanwijzing
                                monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke
                                monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten ambtshalve
                                wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is
                                paragraaf 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of
                                het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als
                                zodanig is tenietgegaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of
                                het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is
                                ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal
                                erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de
                                Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld
                                bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Bescherming gemeentelijk monument</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument</titel></kop><al> Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te
                            vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding
                            daarvan noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Omgevingsvergunning gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en
                                wethouders een gemeentelijk monument:</al><lijst><li nr="a."><al>te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht
                                        te wijzigen, of</al></li><li nr="b."><al>te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een
                                        wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover
                                        detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en
                                        kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de
                                        aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt,
                                        of</al></li><li nr="b."><al>inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een
                                        onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van
                                        monumentenzorg zonder betekenis is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de
                                monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de
                                uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze
                                regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld
                                in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Intrekken van de omgevingsvergunning</titel></kop><al>De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 14, eerste lid, kan door
                            burgemeester en wethouders worden ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al> als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en
                                    de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
                                    geleid;</al></li><li nr="b."><al> voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking
                                    tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend,
                                    zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde
                                    voortzetting van die activiteit verzetten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument wordt niet
                                verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel> Advies omgevingsvergunning rijksmonument</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van de
                            ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als
                            bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de adviescommissie,
                            bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en derde lid, zijn
                            van overeenkomstige toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Gemeentelijke stads- en dorpsgezichten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en
                                dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeesteren wethouders,
                                stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads-
                                of dorpsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de
                                adviescommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede
                                en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het
                                voorstel, bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld
                                opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en
                                dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 35, eerste
                                lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als
                                bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als
                                beschermd gemeentelijke stads- en dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders,
                                een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 18, eerste lid,
                                wijzigen of intrekken. Artikel 18, tweede en derde lid, is hierop
                                van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van
                                ondergeschikte betekenis betreft of het stads- en dorpsgezicht
                                waarop aanwijzing betrekking heeft heeft als zodanig is
                                tenietgegaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- en
                                dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen
                                als:</al><lijst><li nr="a."><al>beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35,
                                        eerste lid, van de Monumentenwet 1988, of</al></li><li nr="b."><al>beschermd stads- en dorpsgezicht op grond van een
                                        provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 2.2,
                                        eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene
                                        bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing
                                onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het
                                gemeentelijk erfgoedregister.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verbodsbepaling en aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht verboden
                                om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste
                                lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht, een bouwwerk te slopen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar
                                het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat
                                op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of
                                zal worden gebouwd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een
                                verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de
                                Woningwet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Handhaving en toezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene die handelt in strijd met artikel 13 of het bepaalde krachtens
                            artikel 14, derde lid, van deze verordening wordt gestraft met een
                            geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de door het bevoegd gezag aangewezen
                                toezichthouders.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De 'Monumentenverordening 2012' wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een krachtens de 'Monumentenverordening 2012' aangewezen en
                                geregistreerd gemeentelijke monument, worden geacht aangewezen en
                                geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om vergunningen die zijn ingediend voorafgaand aan de
                                inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met
                                inachtneming van de 'Monumentenverordening 2012'.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                                bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze verordening wordt aangehaald als: 'Erfgoedverordening
                                2017'.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de gemeenteraad van Brielle</ondertekening><ondertekening>in de openbare vergadering van 24-01-2017</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, L.C.M. van Steijn</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, G.G.J. Rensen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>