<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>454913_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam </dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Vervoerregio Amsterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-14</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiële bekendmakingen van de 15 deelnemende gemeenten</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam</dcterms:alternative><dcterms:issued>2016-03-15</dcterms:issued><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:c:BWBR0003740&amp;artikel=hoofdstuk I&amp;g=2016-01-01">Wet gemeenschappelijke regelingen, hoofdstuk I</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:c:BWBR0036043&amp;g=2016-01-01">Wet afschaffing plusregio's</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-09-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging naar aanleiding van de samenvoeging van de gemeenten Zeevang en Edam-Volendam met ingang van 1 januari 2016 en aanpassing als gevolg van het vervallen van de voormalige plus-taken (9e wijziging GR)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Stadsregio
                                        Amsterdam;</al></li><li nr="b."><al>de Stadsregio Amsterdam: de gemeenschappelijke regeling,
                                        bedoeld in hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke
                                        regelingen, dat ziet op "Regelingen tussen gemeenten";</al></li><li nr="c."><al>gedeputeerde staten: gedeputeerde staten Noord-Holland;</al></li><li nr="d."><al>de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="e."><al>de deelnemende gemeenten: de gemeenten, gelegen in het
                                        samenwerkingsgebied.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige
                                andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing
                                worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van "de
                                gemeente", "de raad", "het college", en "de burgemeester",
                                onderscheidenlijk: de Stadsregio Amsterdam, de regioraad, het
                                dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>De Stadsregio Amsterdam</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Er is een gemeenschappelijk openbaar lichaam, genaamd: de Stadsregio
                            Amsterdam.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Stadsregio Amsterdam is gevestigd te Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het grondgebied van
                                de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Stadsregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten
                                in de regio Amsterdam en wordt gevormd door de gemeenten Aalsmeer,
                                Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam,
                                Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend,
                                Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Te behartigen belangen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Stadsregio Amsterdam heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen
                                in deze regeling is bepaald, die belangen te behartigen, welke
                                verband houden met de verkeers- en vervoerstaak die voortvloeit uit
                                de Wet afschaffing plusregio's, de AMvB (Staatsblad 2014, nummer
                                559) en de Wet lokaal spoor.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde belang betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verkeer en vervoer.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel></titel></kop><al>Ter behartiging van het in artikel 4 genoemde belang, alsmede ter
                            uitvoering van de wet en daarop berustende wettelijke
                            (uitvoerings-)maatregelen, is de Stadsregio Amsterdam bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het aangeven van hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van
                                    het gebied door middel van planning, sturing en
                                    coördinatie;</al></li><li nr="b."><al>uitvoering van gemeentelijke taken, die aan de Stadsregio
                                    Amsterdam zijn overgedragen;</al></li><li nr="c."><al>het verlenen van diensten;</al></li><li nr="d."><al>uitoefening van taken van rijk en/of provincie(s), wanneer de
                                    Stadsregio Amsterdam daartoe in staat wordt gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel></titel></kop><al>De taken, als bedoeld in artikel 5, onder a, houden het volgende
                            in:</al><al></al><al>Verkeer en vervoer</al><lijst><li nr="a."><al>De regioraad stelt een regionaal verkeers- en vervoersplan vast,
                                    dat met het oog op de bevordering van de bereikbaarheid en de
                                    leefbaarheid richting geeft aan de door het dagelijks bestuur te
                                    nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer en op grond waarvan
                                    het dagelijks bestuur aan de deelnemende gemeenten aanwijzingen
                                    kan geven met betrekking tot het door die gemeenten terzake te
                                    voeren beleid.</al></li><li nr="b."><al>De deelnemende gemeenten dragen, voorzover zij daarover
                                    beschikken, hun bevoegdheden inzake lokaal openbaar vervoer over
                                    aan de Stadsregio Amsterdam.</al></li><li nr="c."><al>De Stadsregio Amsterdam draagt ter uitvoering van het regionaal
                                    verkeers- en vervoersplan zorg voor de verwerving en verdeling
                                    van rijksmiddelen op grond van de wet, de Wet personenvervoer
                                    2000 en de Wet en het Besluit Infrastructuurfonds en andere
                                    wettelijke regelingen, zoals bepaald in het Besluit
                                    Vervoerregio.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overgedragen taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder b, van de regeling
                                houdt in, dat het dagelijks bestuur taken en bevoegdheden uitoefent,
                                welke door de deelnemende gemeenten zijn overgedragen met toepassing
                                van artikel 50 van de regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam behoren, met
                                betrekking tot de in het eerste lid bedoelde taken, alle aan de
                                gemeentebesturen toekomende bevoegdheden, voor zover niet bij de
                                regeling of de wet uitgezonderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover een op grond van dit artikel vastgestelde verordening
                                voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een
                                deelnemende gemeente, regelt eerstbedoelde verordening de onderlinge
                                verhouding. De regioraad kan daarbij bepalen, dat de verordening van
                                een deelnemende gemeente voor het hele gebied, danwel voor een
                                gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder c, van de regeling
                                houdt in dat de Stadsregio Amsterdam desgevraagd en wanneer de
                                regioraad daarmee instemt, diensten kan verlenen ten behoeve van één
                                of meer deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot dienstverlening vermeldt de wijze van
                                kostenverrekening en de overige voorwaarden, waaronder tot de
                                gevraagde dienstverlening wordt overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een afschrift van dit besluit wordt ter kennis van de deelnemende
                                gemeente gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bevoegdheden, als bedoeld in artikel 5, onder d, van de regeling
                                zijn bevoegdheden van rijk en/of provincie, die hetzij in
                                medebewind, hetzij door overdracht, hetzij door aanvaarding op basis
                                van overeenkomst of gemeenschappelijke regeling, aan de Stadsregio
                                Amsterdam worden toegekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 50 van de regeling is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Voor de behartiging van het in artikel 4 genoemde belang is het
                            dagelijks bestuur bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het reageren op rijks- en provinciale nota's en plannen, die
                                    voor het samenwerkingsgebied van belang zijn;</al></li><li nr="b."><al>het vertegenwoordigen van het samenwerkingsgebied;</al></li><li nr="c."><al>het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam komen alle
                                bevoegdheden toe, die het gemeenschappelijk openbaar lichaam van
                                rechtswege bezit om als rechtspersoon aan het maatschappelijk
                                verkeer deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam kunnen de uitoefening
                                van bevoegdheden als bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 2 van de
                                regeling voor het gebied van een of meer gemeenten opdragen aan de
                                bestuursorganen van een of meer deelnemende gemeenten, indien dit in
                                het belang is van een verbetering van de praktijk van de uitoefening
                                van die bevoegdheden en voor zover die bevoegdheden zich naar hun
                                aard en schaal daartoe lenen en die bestuursorganen daarmee
                                instemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel></titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel></titel></kop><al>De Stadsregio Amsterdam kan deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen,
                            als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel></titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel></titel></kop><al>Ter uitvoering van de taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de
                            wet, algemene maatregel van bestuur, dan wel deze regeling aan de
                            Stadsregio Amsterdam zijn opgedragen, heeft het Dagelijks Bestuur de
                            bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang, overeenkomstig Titel III,
                            hoofdstuk VIII, paragraaf 4, van de Gemeentewet en hoofdstuk 5 Algemene
                            wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15a</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het opstellen van een ontwerp van een plan pleegt het dagelijks
                                bestuur, voor zover daarvoor geen andere wettelijke voorschriften
                                gelden, overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van
                                de deelnemende gemeenten en met daarvoor in aanmerking komende
                                besturen, instellingen, diensten en personen en doet hiervan in een
                                bijlage bij dit ontwerp verantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al></al><lijst><li nr="a."><al>Het dagelijks bestuur stelt het ontwerp van een plan
                                        voorlopig vast.</al></li><li nr="b."><al>Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van een plan na de
                                        voorlopige vaststelling aan de raden van de deelnemende
                                        gemeenten, die hun beschouwingen binnen drie maanden ter
                                        kennis van de regioraad brengen.</al></li><li nr="c."><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de
                                        informatievoorziening en het maken van afspraken ten behoeve
                                        van de inspraak over een ontwerpplan. De regioraad kan
                                        daartoe algemene regels stellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al></al><lijst><li nr="a."><al>Binnen drie maanden na het verstrijken van de in het vorige
                                        lid vermelde termijn beslist de regioraad omtrent de
                                        vaststelling van het plan.</al></li><li nr="b."><al>Indien tegen het ontwerp van een plan bezwaren zijn
                                        ingediend of de regioraad bij de vaststelling van het plan
                                        afwijkt van het ontwerp, wordt het besluit tot vaststelling
                                        met redenen omkleed.</al></li><li nr="c."><al>Een plan wordt terstond na de vaststelling door de regioraad
                                        medegedeeld aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan
                                        gedeputeerde staten.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Het bestuur</titel></kop><afdeling><kop><label></label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel></titel></kop><al>Het bestuur van de Stadsregio Amsterdam bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur zijnde de regioraad;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>a</nr><titel>De regioraad</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De samenstelling van de regioraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de regioraad worden door de raden van de
                                        deelnemende gemeenten, uit hun midden de voorzitters
                                        inbegrepen en uit de wethouders aangewezen. Daarbij wordt de
                                        volgende maatstaf in acht genomen:</al><lijst><li nr=""><al>voor gemeenten tot 20.000 inwoners 1 lid</al></li><li nr=""><al>voor gemeenten van 20.000 tot 40.000 inwoners 2
                                                leden</al></li><li nr=""><al>voor gemeenten van 40.000 tot 60.000 inwoners 3
                                                leden</al></li><li nr=""><al>voor gemeenten van 60.000 tot 80.000 inwoners 4
                                                leden</al></li><li nr=""><al>voor gemeenten van 80.000 tot 100.000 inwoners 5
                                                leden</al></li><li nr=""><al>en voor elke volgende 40.000 inwoners of een
                                                gedeelte daarvan 1 lid extra</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden, aangewezen door de raden van gemeenten met minder
                                        dan 20.000 inwoners, kunnen zich laten vervangen door een
                                        als zodanig door de raad van de desbetreffende gemeente,
                                        gelijktijdig aangewezen plaatsvervangend lid. Op
                                        plaatsvervangende leden zijn de bepalingen van deze afdeling
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden
                                        aangehouden de laatstelijk door het Centraal bureau voor de
                                        statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 8, tweede lid, van de Gemeentewet is van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel></titel></kop><al>Het lidmaatschap van de regioraad is onverenigbaar met de
                                    betrekking van ambtenaar door of vanwege het bestuur van de
                                    Stadsregio Amsterdam of van een gemeente aangesteld of daaraan
                                    ondergeschikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel></titel></kop><al>De raden van de deelnemende gemeenten bevorderen, dat de
                                    politieke representativiteit van de regioraad zoveel mogelijk
                                    overeenkomt met de politieke verhoudingen in het
                                    samenwerkingsgebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad van een deelnemende gemeente beslist in de eerste
                                        vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van
                                        een nieuw lid c.q. nieuwe leden van de regioraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na de aanwijzing van de leden door de
                                        gemeenteraden, doch uiterlijk binnen twee maanden daarna,
                                        komt de regioraad in eerste vergadering bijeen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de regioraad eindigt op de dag waarop
                                        de regioraad in nieuwe samenstelling voor de eerste
                                        vergadering bijeenkomt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats van een lid van de regioraad
                                        openvalt, wijst de gemeenteraad die het aangaat in zijn
                                        eerstvolgende vergadering of indien dit niet mogelijk is,
                                        ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders van de
                                        desbetreffende deelnemende gemeente geeft van een benoeming
                                        binnen acht dagen schriftelijk kennis aan de regioraad en
                                        aan de benoemde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel></titel></kop><al>Indien de aanwijzing van een lid van de regioraad tussentijds
                                    niet meer in overeenstemming is met artikel 17, eerste lid, van
                                    de regeling wijst c.q. wijzen de raad c.q. de raden van de
                                    desbetreffende gemeente(n), zo spoedig mogelijk een nieuw lid
                                    aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel></titel></kop><al>Het lid, dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van
                                    aftreding opengevallen plaats tot lid van de regioraad is
                                    benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens
                                    plaats het is benoemd, zou hebben moeten aftreden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel></titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 20, derde lid, van de
                                    regeling eindigt het lidmaatschap van de regioraad eveneens op
                                    het moment van uittreding uit de gemeenschappelijke regeling van
                                    de gemeente die het lid vertegenwoordigt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de regioraad kan te allen tijde ontslag nemen.
                                        Hij deelt dit mede aan de voorzitter. Deze geeft hiervan
                                        onverwijld kennis aan de raad van de gemeente, die hem heeft
                                        aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij, die zijn ontslag heeft genomen, blijft zijn functie
                                        waarnemen, totdat zijn opvolger is benoemd en deze de
                                        benoeming heeft aanvaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij, die ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad van
                                        een deelnemende gemeente, houdt tevens op lid te zijn van de
                                        regioraad, het dagelijks bestuur of een commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een gemeenteraad kan een door hem aangewezen lid tussentijds
                                        ontslaan als dit het vertrouwen van de gemeenteraad niet
                                        meer bezit. Daarbij wordt gehandeld overeenkomstig de
                                        artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>De werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het houden en de orde van de vergaderingen van de
                                        regioraad is het gestelde in artikel 22 van de wet van
                                        toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 22, tweede lid, van de
                                        wet vergadert de regioraad voorts zo dikwijls de voorzitter
                                        of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of wanneer
                                        tenminste tien leden van de regioraad zulks nodig achten. In
                                        het laatste geval wordt de vergadering gehouden binnen een
                                        maand nadat de met redenen omklede aanvraag daartoe de
                                        voorzitter heeft bereikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel></titel></kop><al>Met betrekking tot het opleggen van geheimhouding is artikel 23
                                    van de wet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk lid van de regioraad heeft in de vergadering één
                                        stem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een overdrachtsregeling, als bedoeld in artikel 50 van de
                                        regeling, kan worden bepaald dat een lid van de regioraad
                                        met betrekking tot de desbetreffende taak c.q. bevoegdheid
                                        in de vergadering geen stem heeft.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de regioraad kunnen een door de regioraad vast
                                        te stellen tegemoetkoming in de kosten en, voor zover zij
                                        niet de functie van wethouder, burgemeester, vervullen, een
                                        vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Bij de
                                        vaststelling van deze tegemoetkoming en vergoeding wordt het
                                        gestelde in artikel 21 van de wet in acht genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regioraad kan voorts een tegemoetkoming in of vergoeding
                                        van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen
                                        vaststellen, die verband houden met de vervulling van het
                                        lidmaatschap van de regioraad.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel></titel></kop><al>De regioraad bepaalt de wijze waarop openbare bekendmakingen als
                                    bedoeld in deze regeling plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de regioraad geeft de gemeenteraad, die hem of
                                        haar als lid heeft aangewezen, schriftelijk danwel op nader
                                        door die raad te bepalen wijze, de door één of meer leden
                                        van die raad verlangde inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de regioraad is aan de gemeenteraad, die hem of
                                        haar als lid heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd
                                        voor het door hem of haar in de regioraad gevoerde beleid.
                                        Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens door de
                                        betrokken gemeenteraad nader te stellen regels.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regioraad geeft binnen drie maanden aan de raden van de
                                        deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die
                                        raden schriftelijke gevraagde inlichtingen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Bevoegdheden van de regioraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel></titel></kop><al>Aan de regioraad behoren alle bevoegdheden die niet bij of
                                    krachtens deze regeling en met inachtneming van het bepaalde in
                                    artikel 33 van de wet, zijn opgedragen aan het dagelijks
                                    bestuur, de voorzitter of een commissie.</al><al></al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>b</nr><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De samenstelling van het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel></titel></kop><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van de regioraad
                                    en zes door de regioraad uit zijn midden aan te wijzen leden,
                                    met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="-"><al>twee leden afkomstig zijn uit Amsterdam;</al></li><li nr="-"><al>één lid afkomstig is uit Zaanstreek;</al></li><li nr="-"><al>twee leden afkomstig zijn uit de gemeenten, die deel
                                            uitmaken van het Amstelland- en Meerlandenoverleg;</al></li><li nr="-"><al>één lid afkomstig is uit de gemeenten, die deel uitmaken
                                            van het Intergemeentelijk samenwerkingsorgaan
                                            Waterland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 33 van de regeling genoemde aanwijzing van de
                                        leden van het dagelijks bestuur vindt plaats op voordracht
                                        van de colleges van de deelnemende gemeenten via de
                                        voorzitter van de regioraad, met inachtneming van het
                                        bepaalde in artikel 33.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de leden van het dagelijks bestuur zijn
                                        de artikelen 40, 41, 46 en 47 van de Gemeentewet van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag
                                        waarop de regioraad de leden van het nieuw te vormen
                                        dagelijks bestuur aanwijst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur
                                        beschikbaar komt kiest de regioraad zo spoedig mogelijk een
                                        nieuw lid. Artikel 33 van de regeling is daarbij opnieuw van
                                        toepassing. Gaat het openvallen van een plaats in het
                                        dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats
                                        in de regioraad, dan kan deze raad het kiezen van een nieuw
                                        lid in het dagelijks bestuur uitstellen totdat de
                                        opengevallen plaats in de regioraad weer zal zijn
                                        bezet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene, die als lid van het dagelijks bestuur tussentijds
                                        ontslag neemt, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn
                                        opvolger zijn benoeming heeft aanvaard.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tussentijds verlies van en schorsing in het lidmaatschap van
                                        de regioraad brengt verlies van, onderscheidenlijk schorsing
                                        in het lidmaatschap van het dagelijks bestuur mede.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel></titel></kop><al>Indien afwezigheid van een lid van het dagelijks bestuur van
                                    langdurige aard wordt verwacht, dan wel de voorzitter gedurende
                                    een naar verwachting langdurige termijn wordt vervangen op een
                                    wijze, bedoeld in artikel 42, derde lid, van de regeling kan de
                                    regioraad in de tijdelijke vervanging van dat lid c.q. van hem
                                    die de voorzitter vervangt voorzien.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>De werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of
                                        tenminste twee leden dit nodig oordelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al></al><lijst><li nr="a."><al>Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de
                                                vergadering één stem.</al></li><li nr="b."><al>De artikelen 22, 28, en 56 t/m 59 van de Gemeentewet
                                                zijn van overeenkomstige toepassing, met dien
                                                verstande dat bij staking van stemmen anders dan
                                                over personen voor het doen van benoemingen,
                                                voordrachten of aanbevelingen, de voorzitter geen
                                                doorslaggevende stem heeft. In dat geval is artikel
                                                32 van de Gemeentewet van toepassing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn
                                        vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan de
                                        regioraad wordt toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 60 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel></titel></kop><al>Ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur is het
                                    gestelde in artikel 29 van de regeling van toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>De taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het dagelijks bestuur is opgedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van alles waarover in de
                                                vergadering van de regioraad zal worden beraadslaagd
                                                en besloten;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van de besluiten van de
                                                regioraad;</al></li><li nr="c."><al>het beheer van de inkomsten en uitgaven van de
                                                Stadsregio Amsterdam;</al></li><li nr="d."><al>de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen voor
                                                de controle op het geldelijk beheer en de
                                                boekhouding;</al></li><li nr="e."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen, ook
                                                alvorens is besloten tot het voeren van een
                                                rechtsgeding en het doen van alles, wat nodig is ter
                                                voorkoming van verjaring en verlies van recht of
                                                bezit; het bezit daartoe de wettelijke bevoegdheden,
                                                artikel 160 van de Gemeentewet is van
                                                toepassing;</al></li><li nr="f."><al>het, binnen het raam van de door de regioraad
                                                vastgestelde formatie van het personeel van de
                                                Stadsregio Amsterdam, benoemen c.q. te werk stellen
                                                op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het
                                                schorsen en ontslaan van personeel in dienst van de
                                                Stadsregio Amsterdam, een en ander behoudens het
                                                bepaalde in artikel 49 van de regeling en verder
                                                voor zover de regioraad zich de desbetreffende
                                                bevoegdheden niet heeft voorbehouden.</al></li><li nr="g."><al>het houden van een gedurig toezicht op al wat de
                                                Stadsregio Amsterdam aangaat;</al></li><li nr="h."><al>het voorstaan van de belangen van de Stadsregio
                                                Amsterdam bij hogere overheden en andere
                                                instellingen, diensten of personen, waarmee contact
                                                voor de Stadsregio Amsterdam van belang is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur oefent, indien de regioraad daartoe
                                        besluit en naar door deze te stellen regels, alsmede met
                                        inachtneming van het bepaalde in artikel 33 van de wet, de
                                        aan de regioraad toekomende bevoegdheden uit, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen en wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de jaarrekening;</al></li><li nr="c."><al>vervallen</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer medewerking aan de uitvoering van wetten, algemene
                                        maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen aan de
                                        orde is, wordt deze medewerking verleend door het dagelijks
                                        bestuur, tenzij deze uitdrukkelijk van de regioraad of de
                                        voorzitter wordt gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking bestaande uit het maken van verordeningen,
                                        wordt evenwel verleend door de regioraad, tenzij deze
                                        uitdrukkelijk van het dagelijks bestuur of van de voorzitter
                                        wordt gevorderd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden geeft de
                                        regioraad de door één of meer leden daarvan gevraagde
                                        inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met
                                        het openbaar belang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden legt op verzoek
                                        van de regioraad verantwoording af over het door het
                                        dagelijks bestuur of door hem of haar gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regioraad kan een lid van het dagelijks bestuur ontslaan
                                        als deze het vertrouwen van de regioraad niet meer bezit.
                                        Daarbij wordt gehandeld conform artikel 50 van de
                                        Gemeentewet. Artikel 49, tweede volzin, van de Gemeentewet
                                        is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt de regioraad jaarlijks vóór 1
                                        juli een verslag van de werkzaamheden van de Stadsregio
                                        Amsterdam over het afgelopen jaar ter vaststelling aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt het verslag binnen veertien
                                        dagen na de vaststelling toe aan de raden van de deelnemende
                                        gemeenten en aan gedeputeerde staten.</al><al></al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>c</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De verkiezing van de voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regioraad wijst uit zijn midden de burgemeester van
                                        Amsterdam aan tot voorzitter van de Stadsregio
                                        Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt hij
                                        vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn
                                        midden aan te wijzen lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel></titel></kop><al>De voorzitter van de Stadsregio Amsterdam is tevens voorzitter
                                    van de regioraad.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel></titel></kop><al>Ten aanzien van de vergoeding van zijn werkzaamheden en het
                                    toekennen van een tegemoetkoming in de kosten is het gestelde in
                                    artikel 29 van de regeling van toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>De taken en bevoegdheden van de voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen
                                        van de regioraad en het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij tekent de stukken, die van de regioraad en het dagelijks
                                        bestuur uitgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de Stadsregio Amsterdam in en
                                        buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door
                                        hem aan te wijzen gemachtigde opdragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien hij behoort tot het bestuur van een deelnemende
                                        gemeente die partij is in een geding of bij een
                                        buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij de Stadsregio
                                        Amsterdam is betrokken, oefent een ander door het dagelijks
                                        bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur die bevoegdheid
                                        uit.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter geeft aan de regioraad de door één of meer
                                        leden daarvan gevraagde inlichtingen, waarvan het
                                        verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang en/of
                                        wettelijke bepalingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter legt op verzoek van de regioraad
                                        verantwoording af over het door hem gevoerde beleid.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Commissies en portefeuillehoudersoverleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regioraad kan commissies van advies en/of commissies met het oog
                                op de behartiging van bepaalde belangen en/of
                                commissiesinstellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van commissies wordt artikel 24, onderscheidenlijk
                                artikel 25 van de wet toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Portefeuillehoudersoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het in artikel 4 van de regeling genoemde belang en voorts voor
                                daartoe door de regioraad te bepalen belangen, kan een overleg
                                bestaan van portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten en/of
                                vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden van deelnemende
                                gemeenten, genaamd: portefeuillehoudersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg is het dagelijks
                                bestuurslid dat het werkterrein van het portefeuillehoudersoverleg
                                in dat bestuur behartigt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regioraad regelt de samenstelling, de werkwijze en de
                                openbaarheid van vergaderingen van een portefeuillehoudersoverleg,
                                met in achtneming van het bepaalde in dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een portefeuillehoudersoverleg bespreekt desgewenst de
                                ontwikkelingen op zijn werkterrein en kan gevraagd en ongevraagd
                                advies uitbrengen aan de bestuursorganen van de Stadsregio
                                Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Adviezen aan de deelnemende gemeentebesturen worden door tussenkomst
                                van het dagelijks bestuur uitgebracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Personeel en Organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de Stadsregio Amsterdam heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd
                                waarvan een secretaris staat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regioraad beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de
                                secretaris.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regioraad kan voor de secretaris een instructie vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris staat de regioraad, het dagelijks bestuur en de
                                voorzitter, alsmede de door hen ingestelde commissies en de
                                portefeuillehoudersoverleggen bij de uitoefening van hun taak
                                terzijde. Hij is in de vergaderingen van de regioraad en het
                                dagelijks bestuur aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De regioraad regelt de vervanging van de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Alle stukken uitgaande van de regioraad en het dagelijks bestuur
                                worden door de secretaris mede ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De regioraad regelt de bezoldiging van de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Hoofdstuk VII van de Gemeentewet is op de secretaris van
                                overeenkomstige toepassing, voorzover de voorgaande bepalingen niet
                                reeds voorzien in het in dat hoofdstuk geregelde.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De overige ambtenaren, alsmede het personeel, werkzaam op
                                arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden benoemd, geschorst
                                en ontslagen door het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De regioraad stelt een verordening vast omtrent de ambtelijke
                                organisatie.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De regioraad regelt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 125
                                en 134 van de Ambtenarenwet de rechtspositie van de ambtenaren en
                                van het personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                recht.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Voor de in het vorige lid bedoelde rechtspositie, gelden zolang de
                                regioraad daarin niet zelf heeft voorzien, de rechtspositieregels
                                van de gemeente Amsterdam.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Uitbreiding belangen / verandering bestaande bevoegdheden /
                            overdracht nieuwe gemeentelijke bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op initiatief van een van de bestuursorganen van een gemeente of van
                                de Stadsregio Amsterdam kan:</al><lijst><li nr="a."><al>uitbreiding van het belang als bedoeld in artikel 4, tweede
                                        lid van de regeling;</al></li><li nr="b."><al>verandering in bevoegdheden als bedoeld in artikel 6 van de
                                        regeling;</al></li><li nr="c."><al>overdracht van nieuwe gemeentelijke bevoegdheden als bedoeld
                                        in artikel 7 van de regeling plaatsvinden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur pleegt daartoe overleg met alle colleges en
                                eventueel met andere daarvoor in aanmerking komende besturen,
                                instellingen, diensten en personen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur legt de in het eerste lid bedoelde uitbreiding
                                van het belang dan wel verandering in bevoegdheden vast in een
                                ontwerp-wijziging van de regeling. Artikel 67 van de regeling vindt
                                daarbij toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval van overdracht van een nieuwe gemeentelijke bevoegdheid met
                                daarbij behorende overige bevoegdheden wordt deze opgenomen in een
                                overdrachtsregeling welke aan de betrokken bestuursorganen van de
                                deelnemende gemeenten wordt voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorstellen vermelden in elk geval voor welke gemeenten de
                                overdrachtsregeling zal gelden, alsmede de wijze van kostenverdeling
                                en bevat een bepaling over het al dan niet deelnemen aan stemmingen,
                                voortvloeiende uit de overdrachtsregeling voor leden, afkomstig uit
                                niet aan de overdrachtsregeling deelnemende gemeente(n).</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De regioraad beslist over aanvaarding van een door gemeenten
                                overgedragen bevoegdheid en regelt de daaruit voortvloeiende
                                gevolgen, de financiële en personele daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de bestuursorganen van een deelnemende gemeente van mening
                                zijn dat een overdracht als bedoeld in dit artikel voor hun gemeente
                                ongedaan moet worden gemaakt, wenden zij zich met een gemotiveerd
                                verzoek tot de regioraad.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De regioraad beslist omtrent dit verzoek. Deze beslissing wordt met
                                redenen omkleed ter kennis gebracht van de betrokken gemeente.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij inwilliging van het verzoek, regelt de regioraad, de gevolgen
                                van het in het vorige lid bedoelde besluit, de financiële gevolgen
                                daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij wijziging van een overdrachtsregeling vindt artikel 67 van de
                                regeling toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Mededelingsplicht van de besturen van de deelnemende
                            gemeenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de
                                burgemeesters van de deelnemende gemeenten doen het dagelijks
                                bestuur mededeling van bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen
                                en plannen, die voor de taakvervulling van de Stadsregio Amsterdam
                                van belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde bestuursorganen kunnen over bij hen in
                                voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de
                                taakvervulling van de Stadsregio Amsterdam van belang zijn het
                                gevoelen vragen van het betrokken bestuursorgaan van de Stadsregio
                                Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam kunnen hun zienswijze
                                omtrent maatregelen en plannen als bedoeld in het eerste lid, ook
                                ongevraagd aan het betrokken gemeentebestuur kenbaar maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde bestuursorganen zijn verplicht te
                                voldoen aan een verzoek van de bestuursorganen van de Stadsregio
                                Amsterdam inlichtingen te verschaffen omtrent plannen en maatregelen
                                die voor de Stadsregio Amsterdam van belang zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regioraad stelt regels vast met betrekking tot de organisatie
                                    van de financiële administratie en van het beheer van de
                                    vermogenswaarden van de algemene dienst van de Stadsregio
                                    Amsterdam. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van
                                    doelmatigheid en controle wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van de controle op de administratie en op het beheer
                                    van de vermogenswaarden van de algemene dienst, is artikel 213
                                    van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de verordeningen, bedoeld in het
                                    eerste en het tweede lid, binnen twee weken na vaststelling aan
                                    gedeputeerde staten.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>De begroting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regioraad stelt jaarlijks vóór 1 juli de begroting vast voor
                                    het eerstvolgende begrotingsjaar. Alvorens hiertoe over te gaan
                                    wordt de procedure als omschreven in de artikelen 34, 34a, 34b
                                    en 35 van de wet gevolgd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april van het jaar
                                    voorafgaande aan dat jaar waarvoor de begroting dient, de
                                    algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige
                                    jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke
                                    deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting
                                    betrekking heeft, verschuldigde bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage
                                    wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar,
                                    voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor
                                    de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de
                                    door het Centraal bureau voor de statistiek vastgestelde
                                    bevolkingscijfers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot
                                    jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van
                                    de in het eerste lid bedoelde bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten waarborgen de betaling van rente en
                                    aflossing van de geldleningen, aan te gaan door de Stadsregio
                                    Amsterdam voor de uitvoering van zijn taak, in verhouding tot
                                    het inwonertal op 1 januari van het dienstjaar waarin de
                                    geldlening wordt aangegaan (uitgedrukt in een veelvoud van
                                    duizend naar boven afgerond). Zodanige geldleningen mogen de
                                    geldgevers geen rendement geven dat hoger is dan het rendement
                                    van de geldleningen, welke tegelijkertijd worden aangeboden door
                                    de NV. Bank Nederlandse gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de vaststelling van de begroting wordt terstond mededeling
                                    gedaan aan de besturen van de deelnemende gemeenten, die ervoor
                                    zorgdragen dat het in deze begroting voor de gemeente als
                                    bijdrage in de kosten van de Stadsregio Amsterdam geraamde
                                    bedrag, in de gemeentebegroting wordt opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na
                                    vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus, aan
                                    gedeputeerde staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel></titel></kop><al>Met betrekking tot wijziging van de begroting zijn de voorgaande
                                artikelen, alsmede artikel 57 van de regeling zoveel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing met uitzondering van het bepaalde in
                                artikel 53 van de regeling voor zover het wijzigingen betreft van de
                                begroting, die geen invloed hebben op de bijdragen van de
                                deelnemende gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel></titel></kop><al>Wanneer aan de regioraad blijkt, dat de raad van een deelnemende
                                gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 55,
                                eerste lid, van deze regeling verzoekt de regioraad gedeputeerde
                                staten over te gaan tot toepassing van artikel 194 van de
                                Gemeentewet.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>De jaarrekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de inkomsten en uitgaven van de Stadsregio Amsterdam over
                                    het afgelopen jaar wordt door het dagelijks bestuur
                                    verantwoording gedaan aan de regioraad onder overlegging van de
                                    door een ambtenaar, aangewezen bij de regels als bedoeld in
                                    artikel 52 van de regeling, overeenkomstig deze regels
                                    aangeboden jaarrekening met de daarbij behorende
                                    bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag als bedoeld in
                                    artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet, alsmede een door
                                    het dagelijks bestuur opgemaakt verslag ter verantwoording van
                                    het financieel beheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regioraad onderzoekt jaarlijks de jaarrekening over het
                                    afgelopen jaar zonder uitstel en stelt haar vóór 1 juli
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De jaarrekening wordt binnen twee weken, doch in ieder geval
                                    voor 15 juli, met alle bijbehorende stukken aan gedeputeerde
                                    staten toegezonden. Van de vaststelling doet het dagelijks
                                    bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende
                                    gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het besluit tot vaststelling ontlast de leden van het dagelijks
                                    bestuur, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden,
                                    ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 201 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemende
                                    gemeenten over het desbetreffende dienstjaar werkelijk
                                    verschuldigde bedrag opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten worden over de deelnemende gemeenten verdeeld naar het
                                    inwonertal op 1 januari van het jaar waarop de kosten betrekking
                                    hebben. Artikel 54, tweede lid, tweede volzin, van de regeling
                                    is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 54,
                                    derde lid, van de regeling betaalde voorschot en het werkelijk
                                    verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de
                                    kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling
                                    van de jaarrekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr><titel></titel></kop><al>De regioraad kan besluiten tot vorming van een fonds, strekkende tot
                                het reserveren van andere dan gemeentelijke gelden. De met gelden in
                                het fonds gekweekte rente wordt in dit fonds gestort. De begroting
                                inzake de verrekening met de gemeenten dient in verband hiermede te
                                worden aangepast.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XI</nr><titel>Geschillen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regioraad beslist omtrent geschillen over de toepassing, in de
                                ruimste zin, van de regeling, voorzover zij niet behoren tot die,
                                vermeld in artikel 112, eerste lid, van de Grondwet of tot die,
                                waarvan de beslissing krachtens artikel 112, tweede lid, van de
                                Grondwet is opgedragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan
                                gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. Artikel 28 van
                                de wet is niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens een beslissing, als bedoeld in het eerste lid, te nemen
                                legt de regioraad een dergelijk geschil om advies voor aan een
                                daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen
                                en brengt advies aan de regioraad uit over de mogelijkheden partijen
                                tot overeenstemming te brengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hangende het onderzoek van het geschil kan het besluit, dat
                                onderwerp van het geschil uitmaakt, op verzoek van het
                                belanghebbende bestuur door de regioraad worden geschorst op grond
                                dat de uitvoering van het besluit voor dat bestuur een onevenredig
                                nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een
                                onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang. Deze
                                schorsing vervalt, zodra door de regioraad is beslist op het geschil
                                of op een ander tijdstip, door de regioraad aangegeven bij de
                                beslissing van het geschil.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Stadsregio Amsterdam kent een klachtenregeling voor klachten over
                                de wijze waarop de Stadsregio Amsterdam zich in een bepaalde
                                aangelegenheid jegens een klager heeft gedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de behandeling van klachten op grond van artikel 9:18, eerste
                                lid van de Algemene wet bestuursrecht is de Gemeentelijke Ombudsman
                                te Amsterdam aangewezen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XII</nr><titel>Het archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>64</nr><titel></titel></kop><al>Ten aanzien van de archiefbescheiden van de Stadsregio Amsterdam zijn de
                            voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer daarvan,
                            alsmede die omtrent het toezicht daarop, zoals deze voor de gemeente
                            Amsterdam zijn of nader zullen worden vastgesteld, van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIII</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>65</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding van gemeenten kan plaatsvinden op verzoek van de
                                regioraad en op hun verzoek bij een besluit van de raad, het college
                                van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de
                                desbetreffende gemeente, indien de raden, het college van
                                burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste twee
                                derden van het aantal deelnemende gemeenten het verzoek
                                inwilligen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de toetreding kunnen door de regioraad voorwaarden worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand nadat de
                                besturen van de deelnemende gemeenten op de gebruikelijke wijze
                                hebben zorg gedragen voor de bekendmaking van de regeling, met
                                inachtneming van de datum van ingang vermeld in het besluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de
                                nodige benoemingen overeenkomstig artikel 17 en volgende van deze
                                regeling. Behoudens eerdere beëindiging van het lidmaatschap treden
                                de benoemden af op het tijdstip waarop de dan zitting hebbende leden
                                van de regioraad aftreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>66</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending van een
                                daartoe strekkend besluit van de bestuursorganen van die gemeente
                                aan de regioraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij de regioraad een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding
                                niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede
                                kalenderjaar nadat de uittreding door besturen van de deelnemende
                                gemeenten op de gebruikelijke wijze hebben zorg gedragen voor de
                                bekendmaking, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in
                                het besluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regioraad regelt de gevolgen van de uittreding, de financiële en
                                personele gevolgen daaronder begrepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>67</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door
                                de regioraad, al dan niet op initiatief van de bestuursorganen van
                                een deelnemende gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een wijziging is tot stand gekomen zodra de raden, de colleges en de
                                burgemeesters van tenminste twee derden van het aantal deelnemende
                                gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derden van het aantal
                                inwoners van het verzorgingsgebied op 1 januari van dat jaar, tot
                                deze wijziging hebben besloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gemeentebestuur van Amsterdam maakt de wijziging van de regeling
                                tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de
                                inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van
                                overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wijziging van de regeling treedt in werking op de in de regeling
                                aangegeven dag en treedt niet in werking voordat zij is
                                bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>68</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al></al><lijst><li nr="a."><al>De regeling wordt opgeheven zodra de raden, de colleges van
                                        burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste
                                        twee derden van het aantal deelnemende gemeenten,
                                        vertegenwoordigende tenminste twee derden van het aantal
                                        inwoners van het samenwerkingsgebied op 1 januari van dat
                                        jaar, tot deze opheffing hebben besloten.</al></li><li nr="b."><al>Een besluit, als bedoeld onder a, kan niet eerder worden
                                        genomen dan nadat de regioraad daarover zijn mening heeft
                                        kenbaar gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opheffing gaat niet eerder in dan nadat de besluiten door de
                                besturen van de deelnemende gemeenten op gebruikelijke wijze zijn
                                bekend gemaakt, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in
                                het besluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval van opheffing van de regeling besluit de regioraad tot
                                liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van
                                de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door de regioraad, de bestuursorganen van
                                de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en
                                overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Zonodig blijven de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam ook
                                na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is
                                beëindigd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIV</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>69</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemeentebestuur van Amsterdam draagt zorg voor de toezending,
                                als bedoeld in artikel 26 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besturen van de deelnemende gemeenten dragen zorg voor de opname
                                in het gemeentelijke register, als bedoeld in artikel 27 van de wet
                                binnen 14 dagen na bekendmaking van de regeling met in achtneming
                                van het bepaalde in het derde lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gemeentebestuur van Amsterdam maakt de regeling tijdig in alle
                                deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan
                                in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De regeling blijft van kracht en terugwerken tot 1 mei 1992
                                behoudens de onderdelen die op een later moment zijn gewijzigd en in
                                werking getreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>70</nr><titel></titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel "Gemeenschappelijke
                            regeling Stadsregio Amsterdam".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>