<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR453329_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Strijen 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2017, 96615</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Strijen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-06-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening Strijen 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><structuurtekst><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen……………………………………………………7 </al><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn </al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag </al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen </al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing </al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing </al><al>Artikel 1:7 Termijnen </al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden </al><al>Hoofdstuk 2 Openbare orde …………………………………………………………… 9 </al><al>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden……………………………………………………….. 9 </al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden </al><al>Afdeling 2 Betoging………………………………………………………………………………………. 9 </al><al>Artikel 2:2 Optochten </al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn </al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens </al><al>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken……………………………………………………… 10 </al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                            of </al><al>afbeeldingen </al><al>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg………………………………………………………………. 10 </al><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. </al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening </al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. </al><al>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg………………………………………………….. 11 </al><al>Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg </al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                            veranderen </al><al>van een weg </al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg </al><al>Afdeling 6 Veiligheid op de weg………………………………………………………………........... 12 </al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid </al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes </al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. </al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. </al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen </al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen </al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting </al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn </al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs </al><al>Afdeling 7 Evenementen…………………………………………………………………………………. 14 </al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2:24A Definiëring evenementen categorieën</al><al>Artikel 2:25 Vergunningplicht categorie A-, B- of C- evenement </al><al>Artikel 2:25A Meldingsplicht categorie 0-evenement</al><al>Artikel 2:25B Termijnen</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring </al><al>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen……………………………………………………… 17 </al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting </al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd </al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting </al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen </al><al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen </al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring </al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al><al>Afdeling 8A Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld</al><al>in de Drank- en Horecawet……………………………………………………………….. 19</al><al>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                            nachtverblijf…………………… 19 </al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie </al><al>Artikel 2:37 Nachtregister </al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister </al><al>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden…………………………………………………………. 19 </al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden </al><al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten </al><al>Afdeling 10A Recreatieterreinen…………………………………………………………………………... 20 </al><al>Artikel 2:40A Recreatieterreinen</al><al>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid………………………………………….
                            21 </al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal </al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden </al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. </al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen </al><al>Artikel 2:44A Vervoer geprepareerde voorwerpen</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. </al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. </al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik </al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen en pleinen</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten </al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. </al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                            e.d. </al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen </al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur </al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren </al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties </al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden </al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden </al><al>Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren </al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren </al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee </al><al>Artikel 2:63 Duiven </al><al>Artikel 2:64 Bijen </al><al>Artikel 2:65 Bedelarij </al><al>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van
                            goederen………………………………… 26 </al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister </al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek
                            van Strafrecht </al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen </al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven </al><al>Afdeling 13 Vuurwerk……………………………………………………………………………………… 27 </al><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                            verkoopdagen</al><al>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling </al><al>Artikel 2:73A Carbidschieten</al><al>Afdeling 14 Drugsoverlast………………………………………………………………………………… 28 </al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat </al><al>Artikel 2:74A Openlijk gebruik drugs</al><al>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                            cameratoezicht op </al><al>openbare plaatsen en gebiedsontzegging………………………………………………29 </al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding </al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden </al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen</al><al>Hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante
                            onderwerpen 30</al><al>Afdeling 1 Algemene bepalingen……………………………………………………………………….30 </al><al>Artikel 3:1 Afbakening </al><al>Artikel 3:2 Begripsbepalingen </al><al>Afdeling 2 Vergunning seksbedrijf…………………………………………….……………………….31 </al><al>Artikel 3:3 Vergunning</al><al>Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen </al><al>Artikel 3:5 0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal
                            seksinrichtingen </al><al>Artikel 3:6 Aanvraag</al><al>Artikel 3:7 Weigeringsgronden </al><al>Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning </al><al>Artikel 3:9 Intrekkingsgronden </al><al>Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden </al><al>Artikel 3:11 Verlenging vergunning </al><al>Afdeling 3 Uitoefenen seksbedrijf…………………………………………………………………….. 35 </al><al>Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven</al><al>Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang </al><al>Artikel 3:13 Adverteren</al><al>Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en
                            prostituees………………………………… 35</al><al>Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor
                            onvergund prostitutiebedrijf</al><al>Artikel 3:15 Bedrijfsplan</al><al>Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte</al><al>Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder
                            prostitutiebedrijf</al><al>Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie………………………………………………………………..
                            38</al><al>Artikel 3:18 Raamprostitutie</al><al>Artikel 3:19 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie</al><al>Afdeling 4 Overige bepalingen…………………………………………………………………………. 38</al><al>Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten</al><al>Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                            erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke </al><al>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                            het </al><al>uiterlijk aanzien van de gemeente ………………………………………………………. 39</al><al>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting……………………………………………………………….. 39</al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek </al><al>Artikel 4:5A Traditioneel schieten</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder </al><al>Artikel 4:6A Mosquito</al><al>Artikel 4:6B (Geluid)hinder door dieren</al><al>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging………………………………………………. 42 </al><al>Artikel 4:7 Straatvegen </al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen </al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                            riolen en putten buiten gebouwen </al><al>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden………………………………………………………… 43 </al><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</al><al>Artikel 4:11A Afstand erfgrens</al><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege</al><al>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast………………………………………
                            43 </al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. </al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen </al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame </al><al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame </al><al>Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen……………………………………………………. 44 </al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling </al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen </al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen </al><al>Artikel 4:20 Nachtvissen</al><al>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
                            45</al><al>Afdeling 1 Parkeerexcessen…………………………………………………………………………….. 45 </al><al>Artikel 5:l Begripsbepalingen </al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen </al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen </al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken </al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen, aanhangers e.a </al><al>Artikel 5.6A Overnachten in voertuigen</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen </al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen </al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen </al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen </al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen </al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets </al><al>Afdeling 2 Collecteren……………………………………………………………………………………. 48 </al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen </al><al>Afdeling 3 Venten…………………………………………………………………………………………. 49 </al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5:15 Ventverbod </al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting </al><al>Afdeling 4 Standplaatsen………………………………………………………………………………… 50 </al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden </al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende </al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen </al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht </al><al>Afdeling 5 Snuffelmarkten………………………………………………………………………………. 50 </al><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt </al><al>Afdeling 6 Openbaar water……………………………………………………………………………… 51 </al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water </al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen </al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats </al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats </al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken </al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen </al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water </al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen </al><al>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                            natuurgebieden…………. 53 </al><al>Artikel 5:31A Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen </al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden </al><al>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken……………………………………………………………………... 54 </al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                            anderszins vuur </al><al>te stoken </al><al>Afdeling 9 Verstrooiing van as…………………………………………………………………………. 55 </al><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen </al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast </al><al>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen ………………………………55 </al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling </al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders </al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen </al><al>Artikel 6:4 Intrekking oude verordening </al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 6:6 Inwerkingtreding</al><al>Artikel 6:7 Citeertitel </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk </label><nr>1</nr><label>. </label><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 1:1 </nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn
                                        vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet
                                        1994;</al></li><li nr="-"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen
                                        van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als
                                        bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende
                                        omgevingsvergunning;</al></li><li nr="-"><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                        Bouwverordening;</al></li><li nr="-"><al>bevoegd bestuursorgaan: bestuursorgaan dat bevoegd is tot
                                        het nemen van een besluit op basis van de Algemene
                                        Plaatselijke Verordening;</al></li><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                        Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                        diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel
                                        belang te dienen;</al></li><li nr="-"><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of
                                        op andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="-"><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                        manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                        krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="-"><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                        Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>1:2</nr><titel> Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                    verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist
                                    wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel
                                    2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11,
                                    tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:11. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                    beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                    strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen
                                    in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                    verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na
                                    te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens
                                deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of
                                gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                        vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege
                                        het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                                        vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                        voorschriften en beperkingen niet zijn of worden
                                        nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                        gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                        ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                        termijn; of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij
                                de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de
                                vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het
                                    bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de
                                    aanvraag daarvoor minder dan 6 weken voor de beoogde datum van
                                    de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke
                                    behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk </label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>1</nr><label>. </label><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die op een openbare plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing;</al></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of een
                                        buitengewoon opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of
                                        zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                        bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                        manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging
                                        en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                        schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al> naam en adres van degene die de betoging
                                                houdt;</al></li><li nr="b."><al> het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al> de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al> de plaats en, voor zover van toepassing, de route
                                                en de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al> voor zover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling; en</al></li><li nr="f."><al> maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt
                                        op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                        algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                        uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                        voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                        eerste lid genoemde termijn verkorten en op verzoek een
                                        kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                        stukken of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                        plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis
                                        verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of
                                        geschreven stukken en afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                                        eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:7 </nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te
                                        treden op door de burgemeester in het belang van de openbare
                                        orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het
                                        milieu aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te
                                        gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan,
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan
                                                de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                                belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan
                                                vormen voor het beheer of onderhoud van de weg;
                                                of</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                                welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in
                                        ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang
                                        van 1.5 m wordt gelaten op voetpaden en van 3.5m op de
                                        rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de
                                        woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van
                                        terrassen, uitstallingen en reclameborden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                        verbod in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een
                                        omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid
                                        bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als
                                        bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet
                                        algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>winkeluitstallingen binnen 80 centimeter vanaf de
                                                gevel;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;</al></li><li nr="d."><al>nader door het college aan te wijzen categorieën van
                                                voorwerpen; en</al></li><li nr="e."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                                regeling een vergunning voor het gebruik van de weg
                                                is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                        1994, of de provinciale wegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                        veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                                of voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam
                                        publieke taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                        beheer Rijkswaterstaatswerken, de provinciale
                                        wegenverordening, de Waterschapskeur, de
                                        Leidingenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                        gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:12</nr><titel> Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college
                                        een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in
                                        een bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de
                                        vergunning slechts geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de
                                                weg;</al></li><li nr="b."><al>indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van
                                                een openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien door de uitweg het openbaar groen op
                                                onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel
                                                dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de
                                                aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een
                                                openbare parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale
                                        wegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 2:14</nr><titel> Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is
                                        verplicht deze:</al><lijst><li nr="a."><al>te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                                herkenningsteken, en</al></li><li nr="b."><al>terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit
                                                de omgeving van dat bedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op
                                        een openbare plaats achter te laten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van
                                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp </titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan voetgangers en het wegverkeer
                                    het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze
                                    voor voetgangers en het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat dan
                                    wel op enige wijze hinder voor beheer-werkzaamheden oplevert.
                                    Dit is ook van toepassing op de wortels van de beplanting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d. </titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                    behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar
                                    te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                        gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar
                                        voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1. of 3.
                                        van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in bossen of veengronden of binnen een
                                        afstand van dertig meter daarvan:</al><lijst><li nr="a."><al>te roken gedurende een door het college aangewezen
                                                periode;</al></li><li nr="b."><al>Voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                                smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen
                                                of te laten liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                        onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het
                                        roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:19</nr><titel> Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                        verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                        verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                        Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                        weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                        bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                        houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken
                                        als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te
                                        hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de
                                        elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn
                                        dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel
                                        uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                                verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren
                                                of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde
                                                ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>7.</nr><titel>Evenementen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                                verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het geven van gelegenheid tot dansen in een
                                                inrichting in de zin van de Drank- en
                                                Horecawet;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van
                                                deze verordening</al></li><li nr="g."><al>activiteiten in openbare inrichtingen als bedoeld in
                                                artikel 2:27 van deze verordening, die in de
                                                uitoefening van de inrichting gebruikelijk
                                                zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht (niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                artikel 2:3 van deze verordening) op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                                de weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement als bedoeld in artikel 2:25A van
                                                deze verordening;</al></li><li nr="f."><al>een vuurwerkevenement;</al></li><li nr="g."><al>een huwelijksfeest buiten een openbare
                                                inrichting.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:24A</nr><titel>Definiëring evenementen categorieën</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Evenementen als bedoeld in artikel 2:24 worden als volgt
                                        aangeduid en geclassificeerd:</al><lijst><li nr="a."><al>onder categorie 0-evenement wordt verstaan: een
                                                meldingsplichtig evenement (kleinschalig evenement
                                                zonder noemenswaardig risico en waarbij geen extra
                                                capaciteit van de hulpdiensten is vereist);</al></li><li nr="b."><al>onder categorie A-evenement wordt verstaan: een
                                                regulier evenement (evenement met een laag risico,
                                                waarbij sprake is van een beperkte impact op de
                                                omgeving en/of beperkte gevolgen voor het verkeer en
                                                tevens een geringe extra capaciteit van de
                                                hulpdiensten is vereist);</al></li><li nr="c."><al>onder categorie B-evenement wordt verstaan: een
                                                aandacht-evenement (evenement met een verhoogd
                                                risico, waarbij sprake is van een verhoogde impact
                                                op de omgeving en/of gevolgen voor verkeer en tevens
                                                extra capaciteit van de hulpdiensten is
                                                vereist);</al></li><li nr="d."><al>onder categorie C-evenement wordt verstaan: een
                                                risico-evenement (risicovol evenement, waarbij
                                                sprake is van een grote impact op de omgeving /
                                                regio / en/of verkeer en tevens extra capaciteit van
                                                de hulpdiensten is vereist.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De classificering van de categorie van een evenement wordt
                                        bepaald aan de hand van het uitvoeren van een risicoscan
                                        zoals vastgelegd in de Regionale Handreiking
                                        Publieksevenementen Zuid-Holland Zuid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:25</nr><titel> Vergunningplicht categorie A-, B- of C-evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        van de burgemeester een A-, B- of C-evenement te
                                        organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan
                                        deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of
                                        C-evenement indien de organisator:</al><lijst><li nr="a."><al>onder curatele staat;</al></li><li nr="b."><al>in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of</al></li><li nr="c."><al>de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft
                                                bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 kan de burgemeester
                                        de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren,
                                        tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen
                                        indien naar zijn oordeel:</al><lijst><li nr="a."><al>dit noodzakelijk is voor de openbare orde en
                                                veiligheid of de bescherming van het woon- en
                                                leefklimaat in de omgeving van het evenement;</al></li><li nr="b."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen
                                                of goederen niet kan worden gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan
                                                worden gewaarborgd;</al></li><li nr="d."><al>het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op
                                                de dag van het evenement of daags voor het evenement
                                                met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven
                                                niet wenselijk is dat de activiteiten worden
                                                verricht of voortgezet;</al></li><li nr="e."><al>de bescherming van een krachtens de Gemeentewet
                                                ingestelde markt nodig is;</al></li><li nr="f."><al>de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid
                                                noodzakelijke politie- en betreffende
                                                hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op
                                                de beschikbare bezetting doet;</al></li><li nr="g."><al>tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een
                                                bestuurlijke sanctie is genomen;</al></li><li nr="h."><al>de inhoud of uitstraling van het evenement niet past
                                                in het evenementenbeleid, het imago of de belangen
                                                van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslissing op een aanvraag van een vergunning als bedoeld
                                        in artikel 2:25, eerste lid kan worden opgeschort als de
                                        aanvraag is ingediend in samenhang met een andere
                                        vergunningplichtige activiteit, zolang op die andere
                                        vergunningaanvraag nog niet is beslist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een
                                        wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien
                                        wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet
                                        1994.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de
                                        openbare veiligheid, en de woon- en leefomgeving ten aanzien
                                        van evenementen nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de woon- en leefomgeving,
                                        het milieu, het aanzien van de gemeente en de
                                        volksgezondheid ten aanzien van evenementen nadere regels
                                        stellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:25A</nr><titel> Meldingsplicht categorie 0-evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een categorie 0-evenement
                                        (klein evenement), indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de organisator daarvan melding heeft gedaan aan de
                                                burgemeester en daarvan een ontvangst bevestiging
                                                kan tonen, en</al></li><li nr="b."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                                personen, en</al></li><li nr="c."><al>het evenement op 1 dag tussen 9:00 en 24:00 uur
                                                plaatsvindt, en</al></li><li nr="d."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 9:00 uur
                                                of na 23:00 uur, en</al></li><li nr="e."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                                (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins voor
                                                zover dit een belemmering vormt voor het verkeer van
                                                de hulpdiensten, en</al></li><li nr="f."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                                oppervlakte van maximaal 18 m2 per object, met 1
                                                bouwlaag en maximale hoogte van 3 meter, en</al></li><li nr="g."><al>er een organisator is die ter plaatse geldt als
                                                aanspreekpunt voor toezichthouders en personeel van
                                                de hulpdiensten, en</al></li><li nr="h."><al>er geen vuurwerk wordt afgestoken. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen zeven dagen na ontvangst van de
                                        melding van een klein evenement, als bedoeld in het eerste
                                        lid, besluiten het kleine evenement te verbieden, indien er
                                        aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de
                                        openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in
                                        gevaar komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:25B</nr><titel> Termijnen</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 gelden ten aanzien
                                    van evenementen de volgende indieningstermijnen:</al><lijst><li nr="a."><al>de melding van een categorie 0-evenement dient uiterlijk
                                            14 dagen voor aanvang van het evenement ingediend te
                                            zijn;</al></li><li nr="b."><al>De aanvraag voor een categorie A-evenement dient
                                            uiterlijk 6 weken voor aanvraag van het evenement
                                            ingediend te zijn;</al></li><li nr="c."><al>De aanvraag voor categorie B- of C-evenementen dient
                                            uiterlijk 10 weken voor aanvang van het evenement
                                            ingediend te zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:26</nr><titel> Ordeverstoring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                        ambtenaren, politie, brandweer en buitengewone
                                        opsporingsambtenaren in het belang van de openbare orde en
                                        veiligheid terstond en stipt op te volgen. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: </al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                                snackbar, afhaalgelegenheid, discotheek, buurthuis
                                                of clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                                ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang b.
                                                alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt
                                                of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen
                                                voor directe consumptie worden verstrekt of
                                                bereid;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de
                                                openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta-
                                                of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                                vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                                spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid
                                                of verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                        besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel
                                        daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                        waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                        spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                        verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:28</nr><titel> Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
                                        zonder vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie
                                        van de openbare inrichting in strijd is met een geldend
                                        bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                        voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het
                                        eerste lid, indien de houder geen verklaring omtrent gedrag
                                        overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de
                                        vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                        burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk
                                        weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                        de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare
                                        inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                        nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die
                                        zich bevindt in</al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                                Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                                openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van
                                                de winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum; </al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of – restaurant; </al></li><li nr="e."><al>een kerk;</al></li><li nr="f."><al>een rouwcentrum of crematorium.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                        is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:29</nr><titel> Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 01:00 uur en
                                        06:00 uur. Terrassen zijn gesloten van maandag tot en met
                                        zondag tussen 23.00 uur en 08.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
                                        geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten
                                        verblijven na sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan aan de houder van een openbare
                                        inrichting ontheffing verlenen van de sluitingstijd, voor
                                        een openstelling voor bezoekers op vrijdagavond en
                                        zaterdagavond - en als naar zijn oordeel sprake is van een
                                        bijzonder geval op andere dagen. Bij de beslissing op een
                                        aanvraag betreffende een ontheffing let de burgemeester in
                                        het bijzonder op de woon- en leefsituatie in de omgeving van
                                        het horecabedrijf en/of de openbare orde. Alvorens de
                                        burgemeester overgaat tot verlening van een ontheffing dient
                                        allereerst een veiligheidsplan ter beoordeling te worden
                                        overlegd aan de politie. Aan een ontheffing worden
                                        voorschriften verbonden. Deze voorschriften hebben in elk
                                        geval betrekking op het tijdstip tot wanneer nieuwe
                                        bezoekers mogen worden toegelaten, het tijdstip waarop geen
                                        alcohol meer verstrekt mag worden, het omlaag brengen van
                                        het geluidsniveau en op het ontsteken van alle verlichting.
                                        Een ontheffing wordt verleend voor de periode van maximaal 3
                                        jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28,
                                        vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor
                                        de winkel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op
                                        situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                        voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:30</nr><titel> Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere
                                        omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                        tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                        sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:31</nr><titel> Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd
                                            dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van
                                            een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
                                            personen die geen gebruik maken van het terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:32</nr><titel> Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
                                        een handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                        inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige
                                        andere wijze overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:33</nr><titel> Ordeverstoring</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:34</nr><titel> Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                    gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                    Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel
                                    2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>8A.</nr><titel> Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                    Drank- en Horecawet</titel></kop><structuurtekst><al>[gereserveerd] </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>9.</nr><titel> Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                    nachtverblijf </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:35</nr><titel> Begripsbepaling </titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan
                                    niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of
                                    bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of
                                    gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:36</nr><titel> Kennisgeving exploitatie </titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                    exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                    verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis
                                    te geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:37</nr><titel> Nachtregister </titel></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:38</nr><titel> Verschaffing gegevens nachtregister </titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de
                                    kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk
                                    leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid
                                    naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, dag van
                                    aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>10.</nr><titel> Toezicht op speelgelegenheden </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:39</nr><titel> Speelgelegenheden </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een
                                        voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar
                                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is
                                        de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen,
                                        waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                        worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                                30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de
                                                Kansspelen vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van
                                                de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te
                                                verlenen; en</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                                om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van
                                                de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen
                                                op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
                                                Wet op de kansspelen, of de handeling als in artikel
                                                1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                                verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning als bedoeld in het tweede lid van dit artikel
                                        is geldig voor de duur van vijf jaren mits de exploitatie
                                        van de speelgelegenheid niet verandert ten opzichte van het
                                        moment van het verlenen van de vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                                de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                                speelgelegenheid of de openbare orde op
                                                ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                                exploitatie van de speelgelegenheid; of</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                                beheersverordening, exploitatieplan of een
                                                voorbereidingsbesluit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:40</nr><titel> Kansspelautomaten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel
                                                30, onder c, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten
                                        toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                        toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning als bedoeld in artikel 30, onder c van de Wet,
                                        is geldig voor de duur van drie jaren mits de exploitatie
                                        van de inrichting niet verandert ten opzichte van het moment
                                        van het verlenen van de vergunning. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>10A.</nr><titel> Recreatieterreinen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:40A</nr><titel> Recreatieterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder
                                        recreatieterrein verstaan een als zodanig kenbaar terrein
                                        dat bestemd is voor openbare recreatie door kinderen en/of
                                        volwassenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zich op een recreatieterrein zodanig te
                                        gedragen dat andere gebruikers van het terrein daarvan
                                        klaarblijkelijk hinder ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een speeltoestel of andere voorziening op
                                        een recreatieterrein te gebruiken, anders dan met in
                                        achtneming van de daarbij aangegeven leeftijdsgrenzen en/of
                                        gebruiksvoorschriften, of anderszins te gebruiken op wijze
                                        die klaarblijkelijk niet overeenstemt met de bestemming van
                                        het speeltoestel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden op een recreatieterrein voertuigen,
                                        inclusief fietsen en bromfietsen, te parkeren of te plaatsen
                                        anders dan de daarvoor aangegeven plaatsen, respectievelijk
                                        de daarvoor geboden voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is een eigenaar of houder van een hond verboden, die
                                        hond te laten verblijven of te laten lopen op een
                                        recreatieterrein:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder dat die hond is aangelijnd;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat die hond is voorzien van een halsband of
                                                door middel van een aangebracht
                                                identificatiekenmerk, die/dat de eigenaar of houder
                                                duidelijk doet kennen.</al></li></lijst><al>Het college kan hiervan ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod gesteld in artikel 4:8 is eveneens van toepassing
                                        op een recreatieterrein.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>11.</nr><titel> Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:41</nr><titel> Betreden gesloten woning of lokaal </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                        lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                        voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                        aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende
                                        reden noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:42</nr><titel> Plakken en kladden </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                        bekrassen of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen
                                                aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                        gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                        aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die
                                        aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering
                                        terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:43</nr><titel> Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig
                                        aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                        verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:44</nr><titel> Vervoer inbrekerswerktuigen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen
                                        te vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde
                                        werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich
                                        onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                        verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                        verbreken, diefstal door middel van braak te
                                        vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:44A</nr><titel> Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                        vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er
                                        kennelijk toe is uitgerust om het plegen van
                                        (winkel)diefstal te vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat
                                        lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid
                                        bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:45</nr><titel> Betreden van plantsoenen e.d. </titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                    bevinden of vernielingen aan te richten in, aan of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde plantsoenen, bomen, bossages en
                                    groenstroken of in aanleg zijnde grasperken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:46</nr><titel> Rijden over bermen e.d. </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                        rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de
                                        zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden
                                        redelijkerwijs wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                                        provinciale wegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:47</nr><titel> Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                                                monument, overkapping, constructie, openbare
                                                toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                                afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet
                                                bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere
                                                gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare
                                                plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                                                berokkent;</al></li><li nr="c."><al>zich op het terrein van een gemeentelijke
                                                speelvoorziening, een skatevoorziening of dergelijke
                                                voorziening te bevinden gedurende de tijden waarop
                                                deze blijkens de aanduiding gesteld bij de toegang
                                                tot de voorziening gesloten is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door artikel 424 , 426bis of 431 van het Wetboek
                                        van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                        1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:48</nr><titel> Verboden drankgebruik </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar
                                        hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel
                                        uitmaakt van een door het college aangewezen gebied,
                                        alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen,
                                        blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
                                                en</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld
                                                onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens
                                                artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:49</nr><titel> Verboden gedrag bij of in gebouwen en pleinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen;</al></li><li nr="c."><al>zich zonder redelijk doel op een schoolplein of
                                                speeltuin op te houden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                        flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                        meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek
                                        toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van dat gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:50</nr><label/><titel> Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                        ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                    hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                    toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te
                                    gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is
                                    bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen:
                                    portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar
                                    vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:51</nr><titel> Neerzetten van fietsen e.d. </titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een
                                    bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een
                                    raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang
                                    van een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van
                                            de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:52</nr><label/><titel> Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                        kermisterrein e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                    burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                    bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                    terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                    plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                    kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:53</nr><titel> Bespieden van personen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een
                                        gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                        kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in
                                        dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te
                                        bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig
                                        ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw,
                                        woonwagen of woonschip bevindt te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:54</nr><titel> Bewakingsapparatuur </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:55</nr><titel> Nodeloos alarmeren </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:56</nr><titel> Alarminstallaties </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:57</nr><titel> Loslopende honden </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide of op een andere door het college
                                                aangewezen plaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet
                                                is aangelijnd;</al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom op een door het college
                                                aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd;
                                                of</al></li><li nr="d."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                                halsband of een ander identificatiemerk dat de
                                                eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op
                                        door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van
                                        toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                                of sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                                geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:58</nr><titel> Verontreiniging door honden en paarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond of paard op een openbare plaats
                                        begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen
                                        van die hond of dat paard onmiddellijk worden
                                        verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of
                                        houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een
                                        geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond of paard is verplicht een
                                        deugdelijk opruimmiddel bij zich te hebben dat geschikt is
                                        voor het verwijderen van de uitwerpselen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:59</nr><titel> Gevaarlijke honden </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder
                                        van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en
                                        muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                        loopt op een openbare plaats of op het terrein van een
                                        ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met
                                        een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste
                                        1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
                                        die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig
                                                leer of van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond
                                                de hals is aangebracht dat verwijdering zonder
                                                toedoen van de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten,
                                                dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe
                                                opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen
                                                binnen de korf aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d,
                                        dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te
                                        zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
                                        uniek identificatienummer door middel van een microchip die
                                        met een chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:60</nr><titel> Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
                                    </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                        aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de
                                        Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide
                                        dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                                de door het college in het aanwijzingsbesluit
                                                gestelde regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                                aanwijzing is aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is
                                        aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:61</nr><titel> Wilde dieren </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:62</nr><titel> Loslopend vee </titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens
                                    (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat
                                    niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering,
                                    is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen
                                    worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:63</nr><titel> Duiven </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat
                                        die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00
                                        uur in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt
                                        tussen 1 maart en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het gebod in het
                                        eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door de provinciale ophokverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:64</nr><titel> Bijen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                        toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van
                                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                                        Provinciale wegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                        verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:65</nr><titel> Bedelarij </titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of
                                    aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te
                                    bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>12.</nr><titel> Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:66</nr><titel> Begripsbepaling </titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar
                                    als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur
                                    op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:67</nr><titel> Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                    </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin
                                        onverwijld op te nemen:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                                het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het
                                                goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                                voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer
                                                van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                                overdracht van het goed; en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                                verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                        verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:68</nr><label/><titel> Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek
                                        van Strafrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is
                                        verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in
                                                kennis te stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                  vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                  bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1,
                                                  bedoelde adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                  uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat
                                                  redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of
                                                  voor de rechthebbende verloren is gegaan.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn
                                                administratie of register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken
                                                te hebben waarop zijn naam en de aard van de
                                                onderneming duidelijk zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste
                                                vijf dagen in bewaring te houden in de staat waarin
                                                het goed verkregen is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:69</nr><titel> Vervreemding van door opkoop verkregen goederen </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:70</nr><titel> Handel in horecabedrijven </titel></kop><al>[Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op openbare
                                    inrichtingen) onder artikel 2:32]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>13.</nr><titel> Vuurwerk </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:71</nr><titel> Begripsbepaling </titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                    hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari
                                    2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                    professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:72</nr><titel> Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                        de verkoopdagen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                        nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen
                                        dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden,
                                        zonder een vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                        jaarwisseling</titel><subtitel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet
                                        van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                                        artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:73A</nr><titel> carbidschieten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een
                                        (melk)bus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden
                                        van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                        calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met
                                        vergelijkbare eigenschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om carbid te schieten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod uit het tweede lid is niet van toepassing op 31
                                        december tussen 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het
                                        daarop volgende jaar buiten de bebouwde kom:</al><lijst><li nr="a."><al>waarbij gebruik gemaakt wordt van bussen met een
                                                maximale inhoud van 40 liter; </al></li><li nr="b."><al>een handeling wordt verricht of nagelaten waarvan
                                                degene die het carbidschieten verricht weet of
                                                redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor
                                                gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen
                                                of voor de omgeving;</al></li><li nr="c."><al>binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond
                                                de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt in
                                                totaal niet meer dan twee bussen worden gebruikt dan
                                                wel gebruiksklaar aanwezig worden gehouden voor
                                                carbidschieten;</al></li><li nr="d."><al>het vrijschootsveld tenminste 75 meter bedraagt en
                                                daarin geen openbare paden en/of wegen zijn
                                                gelegen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of
                                        overlast, of in het belang van de natuurbescherming,
                                        plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het
                                        derde lid niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet
                                        milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet
                                        milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke
                                        stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing
                                        zijn.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>14.</nr><titel> Drugsoverlast </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:74</nr><label> Drugshandel op straat </label></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op
                                    een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om
                                    middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of
                                    daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te
                                    leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te
                                    zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel </label><nr>2:74 A</nr><titel> Openlijk gebruik van drugs</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek
                                    toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw,
                                    middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te
                                    gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te
                                    verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of
                                    stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en gebiedsontzegging</label></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:75</nr><titel> Bestuurlijke ophouding </titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van
                                    door hem aangewezen groepen van personen op een door hem
                                    aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikelen
                                    2:1, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 2:73A of 5:34 van de Algemene
                                    Plaatselijke Verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 2:76</nr><titel> Veiligheidsrisicogebieden </titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                    Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de
                                    aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                    ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen
                                    voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                                    erven, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:77</nr><titel> Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:78</nr><titel> Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                        voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of
                                        beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de
                                        veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de
                                        zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of
                                        openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel
                                        geven zich gedurende ten hoogste 72 uur niet in een of meer
                                        bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te
                                        houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid
                                        of met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan
                                        de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal
                                        een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw
                                        één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat of
                                        strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen
                                        verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 4 weken
                                        niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een
                                        openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden
                                        gegeven als de overtreding of het strafbare feit of de
                                        openbare orde verstorende handeling binnen 6 maanden na het
                                        geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste
                                        of tweede lid, plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid
                                        gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                        omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                        burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen
                                        van een bevel.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK </label><nr>3.</nr><titel>REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
                            </titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>1.</nr><titel> ALGEMENE BEPALINGEN </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:1</nr><titel> Afbakening</titel></kop><al>De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 t/m 1:8 zijn niet van toepassing op
                                    het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:2</nr><titel> Begripsbepalingen </titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die
                                            een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van
                                            het publiek brengt;</al></li><li nr="-"><al>beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant
                                            is aangesteld voor de feitelijke leiding van een
                                            seksbedrijf;</al></li><li nr="-"><al>bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het
                                            betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                                            behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de
                                            Gemeentewet, de burgemeester;</al></li><li nr="-"><al>escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het
                                            bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de
                                            vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;</al></li><li nr="-"><al>exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van
                                            een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot
                                            vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde
                                            natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een
                                            seksbedrijf wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="-"><al>klant: degene die gebruik maakt van de door een
                                            exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee
                                            aangeboden seksuele diensten;</al></li><li nr="-"><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                            verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                            betaling;</al></li><li nr="-"><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
                                            verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                            betaling;</al></li><li nr="-"><al>prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het
                                            bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;</al></li><li nr="-"><al>raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het
                                            bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij
                                            het werven van klanten gebeurt door een prostituee die
                                            zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke
                                            plaats;</al></li><li nr="-"><al>seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het
                                            bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot
                                            het verrichten van seksuele handelingen voor een ander
                                            tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van
                                            vertoningen van erotisch-pornografische aard in een
                                            seksinrichting tegen betaling;</al></li><li nr="-"><al>seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten
                                            ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;</al></li><li nr="-"><al>werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van
                                            seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een
                                            ander tegen betaling worden verricht.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>2.</nr><titel> VERGUNNING SEKSBEDRIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:3</nr><titel> Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder
                                        vergunning van het bevoegde bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een
                                        onpartijdige en transparante verlening van beschikbare
                                        vergunningen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken
                                        beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken
                                        worden verlengd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet
                                        van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning kan mede voor één tot het seksbedrijf
                                        behorende seksinrichting worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning wordt voor een periode van twee jaar verleend
                                        aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is
                                        niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vergunning kan één maal voor een periode van twee jaar
                                        worden verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:4</nr><titel> Concentratie seksinrichtingen</titel></kop><al>Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor
                                    het vestigen van een seksinrichting geen vergunning wordt
                                    verleend. Daarbij kan worden bepaald dat de aanwijzing slechts
                                    geldt voor seksinrichtingen van seksbedrijven van een nader
                                    aangewezen aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:5</nr><titel> 0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal
                                        seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt
                                        geen vergunning verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er wordt in de Hoeksche Waard voor in totaal ten hoogste één
                                        seksinrichting [prostitutiebedrijf, niet zijnde
                                        raamprostitutiebedrijf] vergunning verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:6</nr><titel> Aanvraag </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door
                                        gebruikmaking van een door het bevoegde bestuursorgaan
                                        vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit
                                        vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de
                                        volgende gegevens en bescheiden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>het nummer van inschrijving in het handelsregister
                                                bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="c."><al>of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de
                                                exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is
                                                geweigerd of een aan de exploitant verleende
                                                vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;</al></li><li nr="d."><al>het adres waar het seksbedrijf wordt
                                                uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>het adres van de onder het seksbedrijf vallende
                                                seksinrichting;</al></li><li nr="f."><al>het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor
                                                het seksbedrijf zal worden gebruikt;</al></li><li nr="g."><al>een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel
                                                1 van de Wet op de identificatieplicht van de
                                                exploitant;</al></li><li nr="h."><al>indien van toepassing, de verblijfstitel van de
                                                exploitant;</al></li><li nr="i."><al>een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming
                                                fiscale verplichtingen, verstrekt door de
                                                Belastingdienst;</al></li><li nr="j."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                                is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de
                                                uitoefening van het seksbedrijf;</al></li><li nr="k."><al>indien van toepassing, de plaatselijke ligging van
                                                de seksinrichting waarvoor vergunning wordt
                                                aangevraagd, door middel van een situatieschets met
                                                een noordpijl en schaalaanduiding;</al></li><li nr="l."><al>indien van toepassing, de plattegrond van de
                                                seksinrichting waarvoor vergunning wordt
                                                aangevraagd, door middel van een tekening met een
                                                schaalaanduiding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder
                                        a, b, c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de
                                        beheerder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of
                                        bescheiden verlangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:7</nr><titel> Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder onder curatele
                                                staat;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant of de beheerder is ontzet uit het
                                                ouderlijk gezag of de voogdij;</al></li><li nr="c."><al>de exploitant of de beheerder onherroepelijk is
                                                veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor
                                                mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht
                                                levensgedrag is;</al></li><li nr="d."><al>de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21
                                                jaar nog niet heeft bereikt;</al></li><li nr="e."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de
                                                feitelijke toestand niet met het in de aanvraag
                                                vermelde in overeenstemming zal zijn;</al></li><li nr="f."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de
                                                aanvrager in strijd zal handelen met aan de
                                                vergunning verbonden beperkingen of
                                                voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf
                                                personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als
                                                het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21
                                                jaar hebben bereikt, als het overige personen
                                                betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben
                                                bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of
                                                verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij
                                                of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;</al></li><li nr="h."><al>de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar
                                                geleden voor de dag dat de vergunning wordt
                                                aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van meer dan zes maanden;</al></li><li nr="i."><al>de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar
                                                geleden voor de dag dat de vergunning wordt
                                                aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak
                                                of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of
                                                meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van
                                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                                                van:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de
                                                Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze
                                                APV;</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417,
                                                417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en
                                                429quater van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>artikel 69 van de Algemene wet
                                                rijksbelastingen;</al></li><li nr="4."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                                juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                weerkorpsen;</al></li><li nr="j."><al>een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is
                                                bereikt;</al></li><li nr="k."><al>de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf
                                                strijd op zal leveren met een geldend
                                                bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat
                                                ter inzage is gelegd, een beheersverordening, of de
                                                aanwijzing in artikel 3:4.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h,
                                        wordt gelijk gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige
                                                voorwaardelijke straf;</al></li><li nr="b."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan € 375,-- bedraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h
                                        en i, wordt bij de intrekking van een vergunning
                                        teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze
                                        vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in
                                        het eerste lid, onder h en i, telt de periode waarin een
                                        onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet
                                        mee.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond
                                                van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot
                                                en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met
                                                f, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld
                                                in artikel 3 van de Wet bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
                                                is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar
                                                na de intrekking;</al></li><li nr="b."><al>als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel
                                                3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag,
                                                mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de
                                                aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan
                                                gestelde termijn aan te vullen;</al></li><li nr="c."><al>als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking
                                                heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf
                                                in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning
                                                is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder
                                                zonder vergunning een prostitutiebedrijf is
                                                uitgeoefend;</al></li><li nr="d."><al>als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de
                                                veiligheid en de gezondheid van prostituees of
                                                klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid
                                                van de seksinrichting waarvoor de vergunning is
                                                aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15,
                                                eerste en tweede lid;</al></li><li nr="f."><al>als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de
                                                bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal
                                                naleven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:8</nr><titel> Eisen met betrekking tot vergunning </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>De naam van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing, die van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>voor welke activiteit de vergunning is
                                                verleend;</al></li><li nr="d."><al>het adres waar het seksbedrijf wordt
                                                uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor
                                                het seksbedrijf zal worden gebruikt;</al></li><li nr="f."><al>indien van toepassing, het adres van de onder dat
                                                seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de
                                                vergunning mede is verleend;</al></li><li nr="g."><al>de voorschriften of beperkingen die aan de
                                                vergunning zijn verbonden;</al></li><li nr="h."><al>de geldigheidsduur van de vergunning;</al></li><li nr="i."><al>het nummer van de vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een
                                        afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting
                                        waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan
                                        de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij
                                        over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:9</nr><titel> Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning wordt ingetrokken als:</al><lijst><li nr="a."><al>de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig
                                                blijken te zijn dat op de aanvraag een andere
                                                beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling
                                                daarvan de juiste gegevens bekend waren
                                                geweest;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning in strijd met een wettelijk
                                                voorschrift is gegeven;</al></li><li nr="c."><al>is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13,
                                                aanhef en onder a, 3:14, tweede lid, 3:15 en 3:17,
                                                eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdelen b en
                                                e;</al></li><li nr="d."><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan
                                                die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven
                                                van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare
                                                orde of veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in
                                                artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i;</al></li><li nr="f."><al>de vergunninghouder dat verzoekt;</al></li><li nr="g."><al>de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert
                                                met een geldend bestemmingsplan, een
                                                beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in
                                                artikel 3:4.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:</al><lijst><li nr="a."><al>is gehandeld in strijd met aan de vergunning
                                                verbonden voorschriften of beperkingen;</al></li><li nr="b."><al>in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften,
                                                gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de
                                                bescherming van de belangen met het oog waarop het
                                                vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan
                                                het belang van de vergunninghouder bij behoud van de
                                                vergunning;</al></li><li nr="c."><al>een niet in de vergunning vermelde persoon
                                                exploitant of beheerder is geworden;</al></li><li nr="d."><al>is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of
                                                krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen,
                                                onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;</al></li><li nr="e."><al>is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan
                                                beschreven maatregelen;</al></li><li nr="f."><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan
                                                die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van
                                                de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en
                                                leefomgeving of de gezondheid van prostituees of
                                                klanten;</al></li><li nr="g."><al>de exploitant of de beheerder het toezicht op de
                                                naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert
                                                of bemoeilijkt;</al></li><li nr="h."><al>er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn
                                                die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een
                                                gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;</al></li><li nr="i."><al>gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is
                                                gemaakt van de vergunning.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:10</nr><titel> Melding gewijzigde omstandigheden</titel></kop><al>De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn
                                    seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond
                                    van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen
                                    gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegd bestuursorgaan.
                                    Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan
                                    de vereisten voldoet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:11</nr><label> Verlenging vergunning</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de
                                        artikelen 3:3, 3:5, 3:6, 3:7, 3:8 en 3:15, derde lid, van
                                        overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele
                                        gegevens en bescheiden waarover het bevoegd bestuursorgaan
                                        al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te
                                        worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn
                                        van de vergunning verlenging van de vergunning is
                                        aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de
                                        aanvraag om verlenging is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING </label><nr>3.</nr><titel> UITOEFENEN SEKSBEDRIJF</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>3.1</nr><titel> REGELS VOOR ALLE SEKSBEDRIJVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:12</nr><titel> Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid;
                                            toegang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden een
                                            seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of
                                            daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                            tussen op andere tijdstippen dan van 06.00 uur tot 24.00
                                            uur. Op vrijdagavond en zaterdagavond wordt het genoemde
                                            tijdstip van 24.00 uur met twee uur verlengd. Het
                                            bevoegd orgaan kan in een vergunning andere
                                            sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich
                                            daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting
                                            gesloten dient te zijn voor bezoekers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is een prostituee verboden zich te bevinden in een
                                            seksrichting tussen 5.30 uur en 0.30 uur. Op
                                            vrijdagavond en zaterdagavond wordt het genoemde
                                            tijdstip van 0.30 uur met twee uur verlengd. Het bevoegd
                                            orgaan kan in een vergunning andere tijden
                                            vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden personen
                                            die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe
                                            te laten of te laten verblijven in een
                                            seksinrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:13</nr><titel> Adverteren</titel></kop><al>Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al>geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer,
                                                bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het
                                                nummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i,
                                                en van de bedrijfsnaam;</al></li><li nr="b."><al>vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer
                                                dan bedoeld onder a, en</al></li><li nr="c."><al>als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige
                                                seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees
                                                die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij
                                                zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>3.2</nr><titel> REGELS VOOR ALLE PROSTITUTIEBEDRIJVEN EN
                                        PROSTITUEES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:14</nr><titel> Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod
                                            werken voor onvergund prostitutiebedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee
                                            die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een exploitant verboden een prostituee voor of
                                            bij zich te laten werken die:</al><lijst><li nr="a."><al>nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft
                                                  bereikt;</al></li><li nr="b."><al>in Nederland verblijft of werkt in strijd met
                                                  het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet
                                                  2000. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is een prostituee verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>te handelen in strijd met het eerste lid; </al></li><li nr="b."><al>werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan
                                                  wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is
                                                  verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:15</nr><titel> Bedrijfsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan,
                                            waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen
                                            de exploitant treft:</al><lijst><li nr="a."><al>op het gebied van hygiëne;</al></li><li nr="b."><al>ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid
                                                  en het zelfbeschikkingsrecht van de
                                                  prostituees;</al></li><li nr="c."><al>ter bescherming van de gezondheid van de
                                                  klanten;</al></li><li nr="d."><al>ter voorkoming van strafbare feiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in
                                            het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de
                                                  algemene eisen die hiervoor in de branche gelden
                                                  en dat dit controleerbaar is;</al></li><li nr="b."><al>inzichtelijk en controleerbaar is welke
                                                  maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering
                                                  en inrichting van de werkruimten treft voor
                                                  gezonde en veilige werkomstandigheden voor
                                                  prostituees;</al></li><li nr="c."><al>in de werkruimten te allen tijde voldoende
                                                  condooms met een CE-markering voor gebruik
                                                  beschikbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>in de werkruimten voor de prostituees een goed
                                                  functionerende alarmvoorziening aanwezig is;</al></li><li nr="e."><al>de prostituee zich regelmatig kan laten
                                                  onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen
                                                  en door de exploitant voldoende geïnformeerd is
                                                  over de mogelijkheden van een dergelijk
                                                  onderzoek;</al></li><li nr="f."><al>de prostituee niet gedwongen wordt zich
                                                  geneeskundig te laten onderzoeken;</al></li><li nr="g."><al>de prostituee vrij is in de keuze van de
                                                  arts(en) die zij wil bezoeken;</al></li><li nr="h."><al>de prostituee klanten en diensten kan weigeren
                                                  zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden
                                                  gevolgen heeft;</al></li><li nr="i."><al>de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te
                                                  gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden
                                                  gevolgen heeft;</al></li><li nr="j."><al>aan de voor de exploitant werkzame beheerder
                                                  voldoende professionele eisen op het gebied van
                                                  agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden
                                                  gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing
                                                  hierin;</al></li><li nr="k."><al>de exploitant zich een oordeel vormt over de
                                                  mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat
                                                  deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te
                                                  stellen of zij voldoet aan de eisen die hij
                                                  hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft
                                                  opgenomen;</al></li><li nr="l."><al>de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame
                                                  prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of
                                                  arbeidsvoorwaarden zij haar diensten
                                                  aanbiedt;</al></li><li nr="m."><al>de exploitant of beheerder zich er regelmatig
                                                  van vergewist dat de prostituee niet door derden
                                                  gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit
                                                  kader informatie van hulpverleningsinstanties ter
                                                  beschikking stelt;</al></li><li nr="n."><al>de exploitant aan de voor of bij hem werkzame
                                                  prostituees informatie ter beschikking stelt over
                                                  de mogelijkheden om hulp te krijgen als een
                                                  prostituee wil stoppen met haar werk in de
                                                  prostitutie;</al></li><li nr="o."><al>de overlast aan de omgeving van de onder het
                                                  seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt
                                                  wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een
                                            vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het
                                            bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegd bestuursorgaan.
                                            De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegd
                                            bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan
                                            aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die
                                            overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een
                                            bedrijfsplan worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op
                                            grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en
                                            in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke
                                            prostituee die werkzaam is voor of bij de
                                            exploitant.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en
                                            voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt </al><al>dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en
                                            mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:16</nr><titel> Minimale verhuurperiode werkruimte</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:17</nr><titel> Verdere verplichtingen van de exploitant en
                                            beheerder prostitutiebedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de
                                            uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt
                                            uitgeoefend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg
                                            voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                                  prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden
                                                  kunnen bepalen;</al></li><li nr="b."><al>er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt
                                                  gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen
                                                  van in ieder geval;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                                  prostituees;</al></li><li nr="2."><al>de verhuuradministratie;</al></li><li nr="3."><al>met betrekking tot alle voor of bij het
                                                  prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de
                                                  documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming
                                                  van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid,
                                                  bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k;</al></li><li nr="4."><al>de werkroosters van de beheerders.</al></li><li nr="c."><al>de bedrijfsadministratie met inachtneming van de
                                                  wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen
                                                  tijde beschikbaar is voor toezichthouders;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>medewerkers van de gemeentelijke
                                                  gezondheidsdienst en van andere door de
                                                  burgemeester of het college aangewezen
                                                  instellingen worden toegelaten tot
                                                  seksinrichtingen als ze voornemens zijn
                                                  voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te
                                                  voeren of voorlichtingsmateriaal te
                                                  verspreiden;</al></li><li nr="e."><al>onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder
                                                  signaal van mensenhandel of andere vormen van
                                                  dwang en uitbuiting;</al></li><li nr="f."><al>onverwijld aan het bevoegd bestuursorgaan wordt
                                                  gemeld als gedurende ten minste één maand geen
                                                  gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze
                                                  melding vermeldt de reden en de verwachte
                                                  duur;</al></li><li nr="g."><al>gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang
                                                  van zaken binnen het prostitutiebedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>3.3</nr><titel> RAAM- EN STRAATPROSTITUTIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:18</nr><titel> Raamprostitutie</titel></kop><al>Het is een prostituee verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een
                                                gebouw aan klanten die zich op of aan de weg
                                                bevinden beschikbaar te stellen; en</al></li><li nr="b."><al>passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan
                                                passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of
                                                vrijwel ongekleed achter het raam van een
                                                seksinrichting of in de toegang tot een
                                                seksinrichting op te houden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:19</nr><titel> Straatprostitutie</titel></kop><al>Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een
                                        andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een
                                        seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, op te
                                        houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen
                                        voor prostitutie of op of aan de weg ontuchtige handelingen
                                        te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van
                                        prostitutie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:20</nr><titel>Handhaving straatprostitutie</titel></kop><al>Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in
                                        artikel 3:19, eerste lid, kan door een politieambtenaar of
                                        toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in
                                        een bepaalde richting te verwijderen.</al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING </label><nr>4.</nr><titel> OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:21</nr><titel> Verbodsbepalingen klanten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten
                                        met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet
                                        vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan
                                        wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is
                                        verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere
                                        voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de
                                        diensten van een prostituee.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3:22</nr><titel> Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                        erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                        dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de
                                        rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                        tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare
                                        orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van het
                                        tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk </label><nr>4.</nr><titel> Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                                uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>1.</nr><titel> Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:1</nr><titel> Begripsbepalingen </titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="-"><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in
                                            het Besluit;</al></li><li nr="-"><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                            bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                            drijft;</al></li><li nr="-"><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek
                                            aan één of een klein aantal inrichtingen is
                                            verbonden;</al></li><li nr="-"><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                            gebonden is aan één of een klein aantal
                                            inrichtingen;</al></li><li nr="-"><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op
                                            grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
                                            aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met
                                            uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende
                                            inrichting;</al></li><li nr="-"><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                            artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                            geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van
                                            terreinen behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="-"><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                            versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:2</nr><titel> Aanwijzing collectieve festiviteiten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden
                                        niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                        collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                        dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                        van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                        3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
                                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                        kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in
                                        een of meer delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidniveau LAeq, gemeten en beoordeeld op
                                        een afstand van 25 meter vanaf de geluidboxen mag niet meer
                                        bedragen dan 90 dB(A) in geval van live-muziek, en mag
                                        maximaal 75 dB(A) bedragen in het geval dat een DJ wordt
                                        ingezet of bij andere soorten muziek. De metingen,
                                        berekeningen en beoordeling van dit geluidniveau dienen
                                        plaats te vinden overeenkomstig de Handleiding meten en
                                        rekenen industrielawaai. Voor de beoordeling van het
                                        geluidniveau worden geen geluidscorrecties toegepast. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                        gehore brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk een
                                        half uur voor sluitingstijd te worden beëindigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:3</nr><titel> Kennisgeving incidentele festiviteiten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 10 incidentele
                                        festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                        geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening met 20
                                        dB worden verhoogd, mits de houder van de inrichting ten
                                        minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
                                        langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten
                                        waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van
                                        toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                        kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk een
                                        half uur voor sluitingstijd beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het eerste lid geldt voor het
                                        bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                        buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                        deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten
                                        van personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:4</nr><titel> Verboden incidentele festiviteiten </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:5</nr><titel> Onversterkte muziek </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                                gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren
                                                of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                                terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                                voor zover het woningen betreft, gelden in
                                                geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld
                                                in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                                toegepast;</al></li><li nr="e."><al>tabel</al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colwidth="10*"/><colspec colname="col2" colwidth="8*"/><colspec colname="col3" colwidth="1*"/><colspec colname="col4" colwidth="21*"/><colspec colname="col5" colwidth="18*"/><colspec colname="col6" colwidth="41*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col4"><al><vet>7.00-19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>19.00-23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>23.00-7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col4"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col5"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col6"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col4"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col5"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col6"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col4"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col5"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col6"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col4"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col5"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col6"><al>45B(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en
                                        incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en
                                        artikel 4:3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:5A</nr><titel> Traditioneel schieten </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:6</nr><titel> Overige geluidhinder </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze
                                        toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                        handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de
                                        omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                        openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de
                                        Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is tevens niet van toepassing op carbidschieten
                                        conform artikel 2:73A.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:6A</nr><titel> Mosquito </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een
                                        apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke
                                        hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg
                                        te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de
                                        burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op
                                        een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken
                                        ernstige overlast door jongeren op die plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar
                                        gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                        overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten
                                        hoogste 6 maanden. De burgemeester kan die periode telkens
                                        met een periode van ten hoogste 6 maanden verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6B</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                    veroorzaakt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>2.</nr><titel> Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:7</nr><titel> Straatvegen </titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                    werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                    weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                    laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats
                                    zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde
                                    plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                        riolen en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten
                                    buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die
                                    gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of
                                    hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>3.</nr><titel> Het bewaren van houtopstanden </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:10</nr><titel> Begripsbepalingen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
                                                bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                                opnieuw op de stronk uitlopen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                                        ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:11</nr><titel> Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
                                    </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                        houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld
                                        op de door het college vastgestelde Bomenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden
                                        geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                                dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
                                                of</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
                                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester
                                        toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in
                                        verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of
                                        een direct gevaar voor personen of goederen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder
                                        nader te stellen voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:12</nr><titel> Vergunning van rechtswege </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>4.</nr><label/><titel> Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:13</nr><titel> Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
                                    </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een
                                        inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                        openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen
                                        op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                                onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                                hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                                anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels
                                        stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                        krachtens de Provinciale Verordening of de
                                        Afvalstoffenverordening van de Regionale Afvalstoffendienst
                                        Hoeksche Waard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:14</nr><titel> Stankoverlast door gebruik van meststoffen </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:15</nr><titel> Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame
                                        te maken of te voeren door middel van een opschrift,
                                        aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar
                                        wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de
                                        omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het Activiteitenbesluit
                                        Milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:16</nr><titel> Vergunningplicht lichtreclame </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>5.</nr><titel> Kamperen buiten kampeerterreinen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:17</nr><titel> Begripsbepaling </titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een
                                    onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor
                                    het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd
                                    of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt
                                    voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:18</nr><titel> Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
                                    </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan,
                                        de beheersverordening, exploitatieplan of een
                                        voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
                                        terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stads- of dorpsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:19</nr><titel> Aanwijzing kampeerplaatsen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter
                                        bescherming van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde
                                        lid, onder a en b.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>4:20</nr><titel> Nachtvissen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te nachtvissen op door het college
                                        aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Daar waar nachtvissen is toegestaan gelden de volgende
                                        voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>De visser dient te beschikken over een schriftelijke
                                                toestemming om te mogen vissen van de rechthebbende
                                                van het water.</al></li><li nr="b."><al>Het is verboden de oever en de oevervegetatie te
                                                beschadigen.</al></li><li nr="c."><al>Het is niet toegestaan om kampeermiddelen, waaronder
                                                een tent, te plaatsen.</al></li><li nr="d."><al>Het plaatsen van een paraplu –al dan niet voorzien
                                                van daarbij behorende flappen- is uitsluitend
                                                toegestaan indien deze een maximale afmeting van 3
                                                bij 3 meter en een neutrale groene, bruine of
                                                camouflagekleur heeft.</al></li><li nr="e."><al>De afstand tussen de paraplu als bedoeld in het
                                                bepaalde onder d. en de waterkant mag niet groter
                                                zijn dan 3 meter. Als waterkant wordt gerekend daar
                                                waar het water de oever raakt.</al></li><li nr="f."><al>Het is de sportvisser verboden alcohol te gebruiken,
                                                geluidsoverlast te veroorzaken, muziek te maken of
                                                af te spelen en open vuur te stoken.</al></li><li nr="g."><al>Afval moet worden verzameld en moet bij het verlaten
                                                van de visplek worden meegenomen.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk </label><nr>5.</nr><titel> Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
                            </titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>1.</nr><titel> Parkeerexcessen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:1</nr><titel> Begripsbepalingen </titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder
                                            al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                            (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals
                                            kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac,
                                            van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                            1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:2</nr><titel> Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                                gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt
                                                voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het
                                                derde lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                middelpunt een van deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:3</nr><titel> Te koop aanbieden van voertuigen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                        voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan
                                        te bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:4</nr><titel> Defecte voertuigen </titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                    eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                    langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                    parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:5</nr><titel> Voertuigwrakken </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:6</nr><titel> Kampeermiddelen, aanhangers e.a. </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
                                        anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen
                                                (binnen de bebouwde kom) op de weg te plaatsen of te
                                                hebben;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te
                                                parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor maximaal 2 weken per kalenderjaar
                                        ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, aanhef
                                        en onder a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal
                                        wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:6A</nr><titel> Overnachten in voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, behoudens op door het college aangewezen
                                        plaatsen, de weg als slaapplaats te gebruiken of op een
                                        openbare plaats een voertuig als slaapplaats te gebruiken,
                                        daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden.
                                    </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:7</nr><titel> Parkeren van reclamevoertuigen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan op door het college aangewezen plaatsen van
                                        het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:8</nr><titel> Parkeren van grote voertuigen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op de openbare weg binnen
                                        de bebouwde kom, met uitzondering van door het college
                                        aangewezen plaatsen, waar dit naar zijn oordeel schadelijk
                                        is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                        08.00 tot 18.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing
                                        op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor
                                        zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende
                                        dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij afzonderlijk besluit kan het college bepalen dat voor
                                        het parkeren van een groot voertuig op daarvoor door hen
                                        aangewezen terreinen ter verdeling van de parkeerruimte een
                                        vergunning is vereist. Een vergunning wordt alleen verleend
                                        aan de eigenaar, houder of bestuurder van een voertuig, die
                                        naar genoegen van het college heeft aangetoond geen
                                        mogelijkheid te hebben op eigen terrein of op het terrein
                                        van de in de gemeente woonachtige werkgever te
                                        parkeren.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:9</nr><titel> Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen
                                        anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:10</nr><titel> Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                        stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:11</nr><titel> Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                        plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                        groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                                door of vanwege de overheid; en</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                                bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:12</nr><titel> Overlast van fiets of bromfiets </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of
                                        bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                        plaatsen te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen
                                        fietsen of bromfietsen langer dan een door het college
                                        vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>2.</nr><titel> Collecteren </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:13</nr><titel> Inzameling van geld of goederen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Om in aanmerking te komen voor een vergunning en/of
                                        doorlopende vergunning moet de instelling beschikken over
                                        een CBF Keurmerk of het Goede Doelen Keurmerk.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in het vierde lid is niet van toepassing voor
                                        verenigingen/stichtingen binnen de Hoeksche Waard. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden te collecteren op zondag, feestdagen en
                                        maandag t/m zaterdag tussen 20.00 en 09.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig
                                        beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>3.</nr><titel> Venten </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:14</nr><titel> Begripsbepaling </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                        uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                        verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een
                                        openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan
                                        huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van
                                                de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel
                                                1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                                jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                                eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel
                                                5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                                standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:15</nr><titel> Ventverbod </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten op een door het college, in het
                                        belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                        volksgezondheid of het milieu, aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondag, feestdagen en maandag
                                        t/m zaterdag tussen 20:00 en 09:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                                        eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste en tweede lid, is
                                        niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven
                                        stukken waarin gedachten en gevoelens worden
                                        geopenbaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:16</nr><titel> Vrijheid van meningsuiting </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>4.</nr><titel> Standplaatsen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:17</nr><titel> Begripsbepaling </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals
                                        een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
                                                bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder
                                                h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                                artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:18</nr><titel> Standplaatsvergunning en weigeringsgronden </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                                eisen van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel van de gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning voor een standplaats voor
                                                het verkopen van goederen een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                                gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig
                                        beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:19</nr><titel> Toestemming rechthebbende </titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                    daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                    ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:20</nr><titel> Afbakeningsbepalingen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van
                                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is
                                        niet van toepassing op bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:21</nr><titel> Aanhoudingsplicht </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING </label><nr>5.</nr><titel> SNUFFELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:22</nr><titel> Begripsbepaling </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een
                                        markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar
                                        hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                        verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                                        standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                                eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                                Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:23</nr><titel> Organiseren van een snuffelmarkt </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                        nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in
                                        de zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig
                                        beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>6.</nr><titel> Openbaar water </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 5:24</nr><titel> Voorwerpen op, in of boven openbaar water </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente
                                        gebruikelijke wijze van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                        Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                        Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het
                                        bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:25</nr><titel> Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen
                                        of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                        beschikbaar te stellen op door het college aangewezen
                                        gedeelten van openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                        stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op
                                        niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van
                                        openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                                orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en
                                                het aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                                vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Vaarwegenverordening
                                        Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:26</nr><titel> Aanwijzingen ligplaats </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                        aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
                                        veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                                        openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne
                                        en het aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                        vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot
                                        het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                        volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Vaarwegenverordening
                                        Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:27</nr><titel> Verbod innemen ligplaats </titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of
                                    beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26,
                                    tweede lid bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:28</nr><titel> Beschadigen van waterstaatswerken </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens,
                                        dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                                        oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen,
                                        waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens
                                        of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Vaarwegenverordening
                                        Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:29</nr><titel> Reddingsmiddelen </titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                    daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                    ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te
                                    maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:30</nr><titel> Veiligheid op het water </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:31</nr><titel> Overlast aan vaartuigen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan
                                        een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich
                                        daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>7.</nr><titel> Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                    natuurgebieden </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:31A</nr><titel> Begripsbepalingen </titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                            artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                            verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="-"><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                            1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet
                                            1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:32</nr><titel> Crossterreinen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                        voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit
                                        te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen,
                                        dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                        kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
                                        nadere regels stellen voor het gebruik van deze
                                        terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                                aanzien van de omgeving en ter bescherming van
                                                andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers
                                                van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en
                                                ritten of van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                        het Besluit geluidproduktie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:33</nr><titel> Beperking verkeer in natuurgebieden </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets, een paard
                                        een bespannen wagen of kar of een onbespannen wagen of kar
                                        die wordt voortgetrokken door een vlieger, bestuurd door 2
                                        of meer lijnen of door een zeil. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
                                        nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in
                                        het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                                hulpverlening en van andere krachtens artikel 29,
                                                eerste lid, Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister
                                                aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                                of exploitatie van de terreinen als in het eerste
                                                lid bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die
                                                krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                                uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters
                                                van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen
                                                als in het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                                verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                        toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste
                                                lid bedoelde gebieden of terreinen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale
                                                verordening 'Stiltegebieden' aangewezen
                                                stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                                'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>8.</nr><titel> Verbod vuur te stoken </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:34</nr><titel> Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                        anderszins vuur te stoken </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor
                                        de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                                geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                        Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling </label><nr>9.</nr><titel> Verstrooiing van as </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:35</nr><titel> Begripsbepaling </titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele
                                    asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op
                                    de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n)
                                    gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:36</nr><titel> Verboden plaatsen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>sportvelden;</al></li><li nr="c."><al>speelterreinen;</al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                                crematoriumterreinen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                        andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid
                                        asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg
                                        draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>5:37</nr><titel> Hinder of overlast </titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                    overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk </label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>6:1</nr><titel> Strafbepaling </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van een artikel in deze verordening en de op
                                        grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                        beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste
                                        drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan
                                        bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                                        rechterlijke uitspraak.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op
                                        de economische delicten van toepassing op overtreding van
                                        het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid,
                                        2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>6:2</nr><titel> Toezichthouders </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                        krachtens deze verordening bepaalde, zijn belast de bij
                                        besluit van het college of de burgemeester aangewezen
                                        personen.</al></li><li nr="2."><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere
                                        personen belasten met dit toezicht.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van
                                        politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek
                                        van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de
                                        naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                        voorschriften. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>6:3</nr><titel> Binnentreden woningen </titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                                van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                                veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van
                                personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder
                                toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>6:4</nr><titel> Intrekking oude verordening </titel></kop><al>De Algemene plaatselijke verordening Strijen 2010 wordt
                                ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>6:5</nr><titel> Overgangsbepaling </titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                                die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                                verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten
                                kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>6:6</nr><titel> Inwerkingtreding </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>6:7</nr><titel> Citeertitel </titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                                verordening Strijen 2017.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Strijen gehouden op 28 maart 2017. </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>M.A. Bourdrez drs. J.B. Waaijer</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>