<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR45283_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening vertrouwenscommissie benoeming burgemeester</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht (Utr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Utrecht 2007, nr. 6</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening vertrouwenscommissie benoeming burgemeester</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=61">Gemeentewet, art. 61</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=84">Gemeentewet, art. 84</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-02-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>vervallen van rechtswege</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel jaargang 2007, nr. 23</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is van rechtswege vervallen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening vertrouwenscommissie benoeming burgemeester</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet> (raadsbesluit van 8 februari 2007)</vet></al><al>De raad van de gemeente Utrecht, gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 22
                        januari 2007</al><al>Besluit</al><al>gelet op artikelen 61 en 84 van de Gemeentewet en op de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al>gezien de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en
                        Koninkrijksrelaties, gericht aan de gemeentebesturen en de commissarissen
                        van de Koningin, d.d. 2 november 2005 inzake “procedureregels benoeming
                        burgemeester”;</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>VERORDENING</vet> vertrouwenscommissie benoeming burgemeester</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties</al></li><li nr="b."><al>de commissaris: de commissaris van de Koningin in de provincie
                                Utrecht</al></li><li nr="c."><al>de commissie: de vertrouwenscommissie als bedoeld in artikel 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling en taak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt uit zijn midden een commissie samen die belast is met de
                            beoordeling van kandidaten voor het ambt van burgemeester van de
                            gemeente Utrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie heeft tot taak de geschiktheid van kandidaten voor het ambt
                            van burgemeester van de gemeente Utrecht te beoordelen en daarover
                            schriftelijk en gemotiveerd verslag uit te brengen aan de raad en de
                            commissaris.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie voert daartoe gesprekken met de kandidaten die door de
                            commissaris in beginsel geschikt worden geacht voor benoeming en met
                            eventueel andere op de lijst van sollicitanten voorkomende kandidaten.
                            De commissie onderzoekt de bereidheid van kandidaten om zich aan een
                            raadplegend referendum te onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan besluiten een door de commissaris als geschikt geachte
                            kandidaat niet te ontvangen; in dat geval stelt de commissie de
                            commissaris en de kandidaat van dit besluit op de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie doet het in het tweede lid genoemde verslag vergezeld gaan
                            van een concept aanbeveling aan de raad van twee kandidaten die naar
                            haar oordeel voor benoeming in aanmerking komen, een en ander zoals
                            bedoeld in artikel 61 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de beoordeling van de kandidaten laten de leden van de commissie
                            zich leiden door de profielschets, zoals deze is vastgesteld door de
                            raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Overleg commissaris</titel></kop><al>De commissie kan de commissaris vragen in de gelegenheid te worden gesteld
                        zijn op schrift gestelde opvattingen over de kandidaten mondeling toe te
                        lichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat bij voorkeur uit de voorzitters van de fracties die
                            deel uitmaken van de gemeenteraad; een fractie kan bepalen een ander
                            raadslid voor te dragen als lid van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van het presidium is technisch voorzitter van de
                            commissie; hij is geen lid van de commissie en heeft geen stemrecht. De
                            commissie kiest uit zijn midden een vice-voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier of diens plaatsvervanger fungeert als secretaris van de
                            commissie en verleent, waar nodig, ambtelijke bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Vanuit het college van burgemeester en wethouders worden de loco
                            burgemeester, alsmede de gemeentesecretaris in de gelegenheid gesteld
                            aan de beraadslagingen van de commissie deel te nemen als adviseurs. Zij
                            zijn geen lid van de commissie en hebben geen stemrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie kan besluiten te vergaderen zonder de in het vierde lid
                            genoemde adviseurs.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert zo dikwijls als tenminste drie leden dit
                            noodzakelijk achten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie vergadert alleen in beslotenheid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van elke vergadering wordt door de voorzitter tenminste twee dagen
                            tevoren aankondiging gedaan aan de leden van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan gebruik maken van externe deskundige ondersteuning in
                            de voorbereiding op de sollicitatieprocedure.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie kan gebruik maken van externe deskundige ondersteuning voor
                            de beoordeling van kandidaten ten aanzien van persoons- en
                            bestuursstijlkenmerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle leden van de commissie, de voorzitter, de secretaris en de
                            adviseurs van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingplicht omtrent
                            hetgeen direct of indirect als lid, voorzitter, secretaris of adviseur
                            van de commissie, aan hen mondeling of schriftelijk ter kennis is
                            gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie legt in elke vergadering overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 86 Gemeentewet geheimhouding op omtrent de inhoud van de stukken
                            en omtrent het behandelde tijdens de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter ziet er op toe dat aan het gestelde in het eerste en
                            tweede lid wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan raadsleden die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen
                            wordt inzage of informatie verstrekt inzake de stukken en handelingen
                            die aan de commissie worden toevertrouwd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Noch de commissie, noch de gemeenteraad zal de geheimhouding waartoe het
                            tweede lid oproept opheffen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van
                            kracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert niet indien niet tenminste de helft van de leden
                            aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanbeveling, bedoeld in artikel 2, wordt bij meerderheid van stemmen
                            vastgesteld, waarbij ieder lid van de commissie één stem heeft. De
                            commissie streeft naar unanimiteit bij de besluitvorming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij staking van stemmen over de uit te brengen aanbeveling wordt het
                            nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Staken
                            de stemmen ook in die volgende vergadering, dan tellen de stemmen naar
                            rato van de grootte van de fracties in de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in de schriftelijke
                            rapportage aan de raad en de commissaris vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorzitter en secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar
                            buiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle stukken voor de commissie worden aan het privé adres van de
                            secretaris gericht, dan wel persoonlijk aan hem overhandigd en op zijn
                            adres bewaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de secretaris naar
                            het privé adres van de leden, de voorzitter en de adviseurs verzonden of
                            door hem persoonlijk aan hen overhandigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontbinding commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag
                            volgende op die waarop aan de raad is bekend gemaakt dat in de benoeming
                            is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie draagt er zorg voor, dat op het in het
                            eerste lid bedoelde tijdstip alle archiefbescheiden die de commissie
                            heeft opgemaakt, op last van burgemeester en wethouders onverwijld in
                            verzegelde enveloppe en gerubriceerd als "geheim" worden overgebracht
                            naar de krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats.
                            Hij draagt er eveneens zorg voor dat uitvoering wordt gegeven aan het
                            bepaalde in de navolgende leden van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de in het tweede lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring van
                            overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995
                            opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met
                            toepassing van artikel 15, eerste lid, sub a. en c. van de Archiefwet
                            1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode
                            van 75 jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De originele bescheiden die de commissie heeft ontvangen van de
                            commissaris of van de kandidaten worden onmiddellijk aan dezen
                            teruggezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Alle overige bescheiden van de commissie en alle kopieën van de in dit
                            artikel bedoelde bescheiden worden onmiddellijk vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In alle gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist de
                        commissie met inachtneming van het bepaalde in de circulaire van de minister
                        van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 november 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag waarop de
                                vacature voor het ambt van burgemeester van Utrecht ontstaat.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening vervalt op de dag waarop de burgemeester is
                                benoemd, behoudens het gestelde over de geheimhouding in artikel
                                6.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                vertrouwenscommissie benoeming burgemeester 2007.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 8
                        februari 2007.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Drs. A.A.H. Smits Mr. A.H. Brouwer-Korf</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Publicatie is geschied op 21 februari 2007.</vet></al><al><vet>Deze verordening is in werking getreden met ingang van de dag waarop de
                        vacature voor het ambt van burgemeester van Utrecht is ontstaan.</vet></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>