<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR452692_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel onderwijs gemeente Utrecht 2018 </dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht (Utr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel onderwijs gemeente Utrecht 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-05-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregel onderwijs gemeente Utrecht 2018 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>BELEIDSREGEL ONDERWIJS GEMEENTE UTRECHT 2018</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Goed onderwijs voor de Utrechtse jeugd</titel></kop><structuurtekst><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht; </al><al>gelet op: </al><al>• artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 lid 2 Algemene subsidieverordening 2014 (ASV 2014) </al><al>besluit vast te stellen de volgende beleidsregel: BELEIDSREGEL ONDERWIJS GEMEENTE UTRECHT 2018, Goed onderwijs voor de Utrechtse Jeugd. </al><al>Inhoudsopgave</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2. Wat willen we bereiken? </al><al>Artikel 3. Hoe realiseren we het beoogde effect? </al><al>Artikel 4. Aanvraag </al><al>Artikel 5. Verantwoording </al><al>Artikel 6. Voorbereiden op startkwalificatie - 0-12 </al><al>Thema: Cognitie 0-12 16</al><al>Artikel 6.1.Versterken van taal. </al><al>Artikel 6.2.Taalschool: taal onderwijs voor nieuwkomers van 4 t/m 12 jaar. </al><al>Thema Zorg 0-12 </al><al>Artikel 6.3.Begeleiding zorgpeuter/kleuter bij overgang naar (speciaal) basisonderwijs. </al><al>Artikel 6.4.Leerlingbegeleiding PO </al><al>Artikel 6.5.Tegemoetkoming loonkosten conciërge in vaste dienst PO </al><al>Thema: Talentontwikkeling 0-12 </al><al>Artikel 6.6.Combinatiefunctie Brede School en activiteiten Talentontwikkeling </al><al> Primair Onderwijs </al><al>Artikel 7. Behalen van startkwalificatie - 12-23 </al><al>Thema: Cognitie 12-23 </al><al> Artikel 7.1.Internationale Schakel Klassen (ISK): taal onderwijs voor </al><al> nieuwkomers (VO) van 12 t/m 18 jaar . </al><al>Thema: Zorg 12-23 </al><al>Artikel 7.2.OPDC De Utrechtse school. </al><al>Artikel 7.3.Door- ontwikkelen passend en dekkend onderwijsvoorzieningenaanbod VO</al><al>Thema: Talentontwikkeling 12-23 </al><al>Artikel 7.4.Combinatiefuncties Brede School en activiteiten Talentonwikkeling VO </al><al>Thema: Schoolloopbaan 12-23 </al><al>Artikel 7.5.Overgang primair onderwijs (PO) naar voortgezet onderwijs (VO) </al><al>Artikel 7.6.Stedelijke coördinatie loopbaanoriëntatie Voortgezet Onderwijs (VO) naar Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)</al><al>Artikel 7.7. Regionale aanpak schooluitval (aanpak VSV) en jongeren in kwetsbare positie </al><al>Artikel 8. Cultuureducatie 'Cultuur voor ieder kind'</al><al>Artikel 9. Evaluatie </al><al>Artikel 10. Slotbepalingen </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze beleidsregel wordt verstaan onder:</al><al>aanvrager: Een (rechts-)persoon die op de voorgeschreven wijze een aanvraag indient om subsidie te verkrijgen.</al><al>actieve kunstbeoefening: het zelf beoefenen van een kunst- of cultuurdiscipline, zoals schilderen, toneelspelen of zingen.</al><al>Brede School PO: Een samenwerkingsverband van één of meer basisscholen met andere organisaties dat voldoet aan de in de Utrechtse Onderwijsagenda vastgestelde definitie en criteria van de Utrechtse Brede Scholen.</al><al>Brede School VO: Is een voortgezet onderwijs school die naast het schoolcurriculum in samenwerking met partners van zowel binnen als buiten het onderwijs talentontwikkeling aanbiedt/stimuleert, hetzij binnenschools hetzij buitenschools. De Brede School VO heeft daarbij indien mogelijk een relatie met de wijk.</al><al>De Brede School VO voldoet aan de criteria Brede School VO zoals vastgesteld in de notitie Meerwaarde Brede School VO uit 2013.</al><al>college: Het college van burgemeester en wethouders.</al><al>combinatiefunctionaris (CF): Een combinatiefunctie is een functie waarbij een werknemer, de combinatiefunctionaris, in dienst is bij één werkgever maar werk-zaamheden verricht ten behoeve van een combinatie van minimaal twee werkvelden/sectoren, waaronder het onderwijs.</al><al>creatief partnerschap: samenwerking tussen scholen en culturele organisaties gebaseerd op wederkerigheid, intensiteit en duurzaamheid.</al><al>creatief vermogen: het beïnvloeden van de houding van de deelnemers zodat zij zich-zelf in leersituaties binnen de school en daarbuiten als creatief ervaren en dat zij zichzelf in staat voelen om actief sturing te geven aan hun eigen creatieve bijdragen. Hiervoor dienen verschillende competenties gestimuleerd te worden zoals nieuwe ideeën op laten komen, oplossingen vinden, het stellen van vragen, kunnen presenteren, alert zijn om kansen te zien, coördinatievermogen, analytisch denken en het vermogen om nieuwe kennis te verwerven.</al><al>cultuureducatie: alle vormen van educatie waarbij cultuur als doel of als middel wordt ingezet. Cultuureducatie laat kinderen kennismaken met kunst- en cultuuruitingen en verdiept het inzicht daarin. Cultuureducatie is een overkoepelend begrip voor kunsteducatie, literatuureducatie, erfgoededucatie en media-educatie en wordt aangeboden als apart vak.</al><al>cultuuronderwijs: onderwijs dat cultuur (wat mensen doen en maken) centraal stelt en dat het vermogen van leerlingen ontwikkelt om te reflecteren op cultuur. Bij cultuuronderwijs is cultuureducatievolledig geïntegreerd in het curriculum van de school.</al><al>Culturele organisatie: een organisatie die op professionele basis een cultureel aanbod verzorgt.</al><al>doorgaande leerlijn: Verdeling van de lesstof over de schooljaren waarbij leerstof en het onderwijsresultaat van verschillende schooltypen (primair onderwijs, voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs) naadloos op elkaar aansluiten.</al><al>doorgaande leerlijn cultuur-educatie: Verdeling van de lesstof over de schooljaren waarbij de leerervaringen cumulatief zijn en dus op elkaar voortbouwen. Binnen de uitwerking van de doorgaande leerlijn cultuureducatie wordt per leerjaar een doel gesteld met betrekking tot wat een leerling aan het eind van het jaar moet kennen en kunnen. Deze uitwerking is gebaseerd op de kerndoelen kunstzinnige oriëntatie en geeft daarnaast zicht op de plaats van cultuur binnen andere vakken, de aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs en de aansluiting tussen binnen-schools en buitenschools leren. </al><al>Fulltime eenheid (fte): Werkweek zoals aangegeven in de desbetreffende CAO, tenzij ge-specificeerd bij de desbetreffende activiteit (zie artikel 6, 7 en 8).</al><al>gewichtenleerling: Een leerling die valt onder de definitie van de 'gewichtenregeling' van het ministerie van OC&amp;W.</al><al>inspectie: onderwijsinspectie; houdt toezicht op kwaliteit van onderwijs.</al><al>jaar: Een kalenderjaar.</al><al>jaarplan: een plan(corresponderend met het schoolplan) waarin de school (op basis van een PDCA-systematiek) aangeeft wat de voorgenomen activiteiten zijn voor dat kalender/schooljaar. (Onder andere op het vlak van het Versterken van de taalresultaten van OAB-doelgroepleerlingen).</al><al>kerndoelen: leerdoelen die aangeven wat de leerlingen moeten leren binnen de diverse leergebieden.</al><al>Kerngroep RMC: De Kerngroep RMC (Regionaal Meld en Coördinatiepunt) wordt gevormd door o.a. RMC-coördinatoren van de RMC regio 19, directies van de Samenwerkingsverbanden VO in RMC regio 19, (directie)leden van de mbo-instellingen, het ministerie van OCW en de gemeente Utrecht.</al><al>Kunstvakopleiding: alle door de rijksoverheid erkende beroepsopleidingen voor kunstenaars op Universitair of HBO niveau.</al><al>leerlingaantal: Het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op een school bij de laatst bekende leerlingentelling van 1 oktober.</al><al>leerling met (geconstateerde) achterstand:Leerlingen met scores die corresponderen met voorheen Citogroep D en E. Nu groep V en de onderste 5 % van IV.</al><al>Leerplicht: Dit is een afdeling van Leerlingzaken die toeziet op de uitvoering en handhaving van de leerplichtwet. Leerplichtambtenaren van de gemeente Utrecht zorgen ervoor dat de leerplichtwet goed toegepast wordt. De belangrijkste taken van de leerplichtambtenaar zijn het terugdringen van verzuim en het voorkomen van schooluitval om zo het behalen van een startkwalificatie te vergroten voor leerlingen.</al><al>leeropbrengst: een (meetbare) verhoging van het niveau van kennis en vaardighe-den ten gevolge van een leerproces waarin de leerling bepaalde taken heeft uitgevoerd.</al><al>nieuwkomers (PO): Kinderen in de basisschoolleeftijd die korter dan één jaar in Nederland zijn en die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn om succesvol aan het onderwijs deel te nemen (bijv. kinderen van asielzoekers, arbeidsmigranten of kinderen die naar Nederland komen in het kader van gezinshereniging).</al><al>nieuwkomers (VO): Jongeren die in het voortgezet onderwijs horen in te stromen maar die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn om aan het regulier (Nederlandstalig) onderwijs deel te nemen (bijv. kinderen van asielzoekers, arbeidsmigranten, of kinderen die naar Nederland komen in het kader van gezinshereniging).</al><al>OAB-doelgroepleerling: een gewichten leerling, en/of een leerling met een VVE-indicatie en/of een leerling met een geconstateerde taalachterstand (niet zijnde een zorgleerling).</al><al>Onderpresteerders (VO): Leerlingen op het voortgezet onderwijs die vanwege geringe leerprestaties moeten overstappen naar een lager niveau.</al><al>Ouderbetrokkenheid: Ouders nemen hun rol in het ondersteunen van hun kind ten behoeve van de ontwikkeling van het kind thuis, op (voor)school en in de wijk.</al><al>Penvoerder: Een schoolbestuur dat mede namens andere schoolbesturen subsidie aanvraagt.</al><al>Peuterspeelzaal: Een voorziening waar de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen plaatsvindt volgens de richtlijnen peuterspeelzaalwerk, uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van 2,5 jaar tot het tijdstip waarop de kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs, anders dan gastouderopvang of kinderopvang in een kindcentrum.</al><al>POVO: Het betreft de afspraken over de overgang van het primair onderwijs (PO) naar het voortgezet onderwijs (VO) en betreft het proces van aanmelding en inschrijving op een school van voortgezet onderwijs. De afspraken zijn vastgelegd in de POVO-procedure. Alle Utrechtse schoolbesturen hebben zich aan de POVO-procedure geconformeerd.</al><al>programmabegroting: Onderdeel van de door de gemeenteraad goedgekeurde gemeente begroting.</al><al>receptieve kunstbeoefening: het waarnemen van kunst of cultuurbeoefening; luisteren, horen en zien; naar een tentoonstelling gaan, een concert bezoeken, een dans bekijken.</al><al>reflectieve kunstbeoefening: het reflecteren op zichzelf of datgene wat men heeft gemaakt of gezien.</al><al>RMC regio -19: Het Regionale Meld en Coördinatiepunt voor voortijdig schoolverla-ters voor de gemeenten: De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJssel-stein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vianen, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist, met als contactgemeente: Utrecht. De contactgemeente coördineert de melding en registratie van voortijdige schoolverlaters en draagt zorg voor mogelijkheden van doorverwijzing en herplaatsing in het onderwijs.</al><al>Schakelgroepen: Specifieke groepen in het primair onderwijs waarin conform het CPS-advies 2011 wordt gewerkt aan het verbeteren van de taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen (zie par. 6.1.8).</al><al>school: De school of onderwijsinstelling zoals bepaald volgens de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB).</al><al>schoolbestuur: Wettelijk erkend bevoegd gezag dat de school beheert en bestuurt.</al><al>schooljaar: Conform het schooljaar regio Midden Nederland.</al><al>schoolplan: Het vierjarenplan van een school waarmee zij de kwaliteit bewaakt en verantwoording aflegt aan de Inspectie van het Onderwijs.</al><al>startkwalificatie: Is een diploma op MBO niveau 2, Havo, Vwo of hoger.</al><al>Stuurgroep RMC: De Stuurgroep RMC wordt gevormd door de wethouders Onderwijs en de (vertegenwoordigde) schoolbesturen van RMC regio 19, het ministerie van OCW en de gemeente Utrecht. De Stuurgroep RMC heeft het mandaat voor besluitvorming op dit thema.</al><al>subsidieontvanger: Een (rechts-)persoon waaraan, al dan niet onder voorwaarden en verplichtingen, een subsidie is verleend.</al><al>subsidieplafond: Het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. (artikel 4:22 van de Awb en artikel 4, ASV 2014).</al><al>Talentontwikkeling: Talentontwikkeling impliceert de inrichting van een (aanvullend) activiteitenaanbod, waarbij de nadruk wordt gelegd op de ontwikkeling van de eigen en unieke talenten van leerlingen. </al><al>talentvolle leerlingen binnen het OAB beleid: </al><al>(ook wel high potentials genoemd) Hieronder wordt verstaan :</al><al>• gewichtenleerling die zijn/haar HAVO/VWO potentie niet waar-maakt, vanwege een achterstand in begrijpend lezen, woordenschat, kennis van de wereld en academische houding, of;</al><al>• gewichtenleerling die zijn/haar HAVO/VWO potentie waarmaakt, maar desondanks ondersteuning behoeft op het gebied van begrijpend lezen en academische houding, om op lange termijn afstroom in het VO te voorkomen van zowel HAVO als VWO leerlingen.</al><al>UTC 1 en 2: Utrechts Taalcurriculum 1 (0-8 jarigen) en 2 (8-14 jarigen).</al><al>voorschoolse educatie: Educatie voor peuters van 2,5 jaar tot 4 jaar die hiervoor geïndiceerd zijn door het consultatiebureau, op basis van het lage opleidingsniveau van hun ouders dan wel op individuele gronden. De educatie vindt plaats in een peuterspeelzaal of Kinderopvang-organisatie die door de Gemeente Utrecht is erkend als Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) locatie.</al><al>Voorschoolgroep: Peuterspeelzaalgroep met voorschoolse educatie.</al><al>voorschoolse voorziening: Peuterspeelzaal, voorschoolgroep voor peuters van 2,5-4 jaar of kinderdagopvang voor kinderen van 0-4 jaar.</al><al>voortijdig schoolverlater: De jongere die op 1 oktober:</al><al>• niet is ingeschreven bij een onderwijsinstelling terwijl de desbetreffende jongere op 1 oktober van het voorafgaande jaar wel was ingeschreven bij een onderwijsinstelling en op die datum jonger was dan 22 jaar, én;</al><al>• niet in het bezit is van een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs niveau 2 of hoger.</al><al>Vroegschoolse educatie: Intensieve educatie voor VVE-doelgroepkleuters in de groepen 1 en 2 van een school voor primair onderwijs.De professionals in de groepen 1 en 2 zijn gecertificeerd voor het werken met een in Utrecht erkend VVE-programma –of hiervoor in opleiding. Men werkt nauw samen met (een) voorschoolgroep(en) en voldoet aan het Inspectiekader VVE.</al><al>Vroegschool(locatie): Een school(locatie) met 20% of meer gewichtenleerlingen in de groepen 1 en 2 samen en/of meer dan 20% VVE-doelgroepkleuters in de groepen 1+2 die is erkend als VVE locatie.</al><al>VVE indicatie: Door het consultatiebureau afgegeven aanwijzing dat een kind naar de voorschoolse educatie kan.</al><al>VVE-doelgroeppeuter: Peuters van 2,5 jaar tot 4 jaar die het risico lopen op vroege onderwijsachterstand. Zij zijn door het consultatiebureau VVE geïndiceerd op basis van het lage opleidingsniveau van hun ouders dan wel op individuele gronden.</al><al>VVE-doelgroepkleuter: Kleuters die het risico lopen op vroege onderwijsachterstand door het lage opleidingsniveau van hun ouders. Betreft in Utrecht kleuters die vallen onder de gewichtenregeling van het Ministerie van OC&amp;W; die voorschoolse educatie hebben ontvangen, en/of voor de voorschool zijn geïndiceerd.</al><al>zorgpeuter/kleuter: Peuters of kleuters in de voor- of vroegschoolse periode die extra ondersteuning nodig hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Wat willen we bereiken?</titel></kop><al>Goed onderwijs is de drijvende kracht achter de ontwikkeling en ontplooiing van ieder mens (Coalitieakkoord april 2014). Elk kind heeft een gelijkwaardige kans op een diploma en startkwalificatie. En verdient het onderwijs dat hem of haar stimuleert zijn of haar talenten maximaal te ontwikkelen en te benutten. Voor de komende jaren wordt ingezet op o.a. het verbeteren van onderwijs, voorkomen van voortijdig schoolverlaten, realiseren van passend onderwijsaanbod en op samenwerking met het bedrijfsleven om de aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt te verbeteren. </al><al>Vanuit het onderwijs sluiten we aan bij de opgave die we moeten realiseren in het kader van de decentralisaties Zorg voor Jeugd, Wet Participatie en Inkomen en de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Uitgangspunt blijft een sterke basis, steun waar nodig en speciaal waar het moet; zoals nu ook wordt vormgegeven in het ondersteuningsaanbod voor Passend Onderwijs. </al><al>Ook in de gezamenlijke Utrechtse Onderwijs Agenda ligt in de periode 2014 – 2018 het accent op talentontwikkeling. Speerpunt daarbij is het verbeteren van de onderwijskwaliteit o.a. door het bestrijden van (taal)achterstanden en het bevorderen van excellentie. Ook het ondersteunen van peuters, leerlingen en jongeren in hun schoolloopbaan krijgt in de komende periode extra aandacht, naast de aandacht voor goede overgangen tussen de diverse schooltypes. Waar nodig krijgen leerlingen ondersteuning door zorg. Een goede voorbereiding in de schoolloopbaan om een vervolgstap in het onderwijs en de arbeidsmarkt van de 21e eeuw te zetten is eveneens een belangrijk element in de periode 2014 - 2018. </al><al>Per 1 januari 2018 wordt de subsidie Cultuureducatie opgenomen in de Beleidsregel Onderwijs. Ook de subsidie ‘Tegemoetkoming loonkosten conciërge PO in vaste dienst’ is voor het eerst opgenomen in de Beleidsregel Onderwijs.</al><al>In de gemeentelijke programmabegroting Onderwijs zijn bovenstaande ambities samengevat in onderstaande doelen met betrekking tot de kwaliteit van onderwijs: </al><lijst><li nr="1."><al>Alle Utrechtse leerlingen van 0-12 jaar bereiden zich voor op het behalen van een startkwalificatie en ontwikkelen hun talenten.</al></li><li nr="2."><al>Alle Utrechtse leerlingen van 12-23 jaar behalen een startkwalificatie en ontwikkelen hun talenten.</al></li></lijst><al>Binnen de leeftijdsgroepen van 0 t/m 12 jaar en 12 t/m 23 jaar is de inzet ondergebracht onder de volgende thema’s: cognitie, zorg, talentontwikkeling en (bij 12 t/m 23 jaar) schoolloopbaan. Het merendeel van de ingezette subsidie is afkomstig uit Rijksmiddelen met daaraan gekoppelde doelstellingen. </al><al>Social return</al><al>De gemeente investeert samen met haar subsidieontvangers in de sociale infrastructuur van gemeente en regio. Een van de instrumenten om dit te doen is social return. Social return maakt het mogelijk dat investeringen die de gemeente doet naast het ‘gewone’ rendement, ook een concrete sociale winst opleveren. Social return sluit aan bij de doelstellingen, waarvoor met deze beleidsregel subsidie kan worden aangevraagd. </al><al>2018 beschouwen wij als een pilotjaar om gezamenlijk vorm te geven aan social return. De uit-komsten uit deze pilot leveren input voor de invulling van de invoering van social return in 2019. In het kader van deze pilot vragen wij u om in uw aanvraag 2018 aan te geven welke inzet u binnen uw bestuur denkt te kunnen realiseren voor social return. De nadere detaillering door uw bestuur kan samen met de gemeente later worden ingevuld na het besluit tot verlening. U bent in 2018 nog niet verplicht om een deel van de subsidie in te zetten voor social return, vanaf 2019 is dit een verplichting. De richtlijn voor de inzet voor social return is 5% van het aangevraagde subsidiebedrag als de subsidie voor uw organisatie meer is dan € 100.000 op jaarbasis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Gemeentelijk beleid en regelgeving</titel></kop><al>• Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA) 2014-2018</al><al>• Algemene subsidieverordening van de Gemeente Utrecht 2014 (ASV),</al><al>• Controle protocol gemeente Utrecht</al><al>• Collegeprogramma gemeente Utrecht</al><al>• Programmabegroting gemeente Utrecht</al><al>• Masterplannen Primair Onderwijs (PO), (Voortgezet) Speciaal ((V)SO) en Voortgezet Onderwijs (VO) en Leidsche Rijn</al><al>• Beleidsagenda VSV en RMC 2015-2020</al><al>Artikel 2.2 Landelijke regelgeving</al><al>• Wet op het Primair Onderwijs (WPO)</al><al>• Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO)</al><al>• Wet op de Expertisecentra (WEC)</al><al>• Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)</al><al>• Wet Medezeggenschap op scholen (WMS)</al><al>• Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp)</al><al>• Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)</al><al>• Wet op het Onderwijstoezicht (WOT)</al><al>• Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE)</al><al>• Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Stb. 1992, 315, zoals nadien gewijzigd)</al><al>• Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)</al><al>• Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen</al><al>• Jeugdwet (vanaf 1 januari 2015 in werking)</al><al>• Participatiewet (vanaf 1 januari 2015 in werking)</al><al>• Leerplichtwet 1969</al><al>• Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp)</al><al>• Regeling OCW terugdringen voortijdig schoolverlaten (VSV) en RMC</al><al>• Besluit specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2016-2020  NB in te voegen zodra deze bekend is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoe realiseren we het beoogde effect?</titel></kop><al>Om de ambities zoals benoemd in artikel 2 te realiseren wordt de subsidie vanuit de gemeente ingezet om alle Utrechtse leerlingen en jongeren op Utrechtse scholen goed voor te bereiden en een goede start te bezorgen op de arbeidsmarkt door middel van een goede schoolloopbaan.</al><al>De inzet van de subsidie is voornamelijk bedoeld om achterstanden in het onderwijs te bestrijden. Dit wordt gemeten op zowel inspanning als effect.</al><lijst><li nr="1."><al>Inspanning: activiteiten worden gesubsidieerd om het beoogde effect te halen. Er wordt op meetbare inspanning gemonitord en afgerekend op kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>Effect: gebaseerd op de ambities in artikel 2 worden over een termijn van 4 jaar beoogde effecten vastgesteld. Bepalend hiervoor zijn, onder andere, gemeentelijke ambities, rijks ambities, gezamenlijke ambities en ervaring (gemeente en veld), de UOA, onderzoek, en de schooljaarcyclus van het onderwijs. Het effect van de inzet van de subsidies wordt op basis van een 4 (school)jaarlijkse monitor vastgesteld.</al></li></lijst><al>Uitzondering hierbij is VVE. Vanaf 2016 geven we samen met de schoolbesturen primair onderwijs vorm aan een pilot bij VVE op de MORE-aanpak: een meer opbrengstgerichte, reflexieve aanpak. We kijken daarbij naar de resultaten bij kinderen in relatie tot het beleid en de (kwaliteit van) uitvoering. Uitwisseling van informatie tussen partners OAB moet leiden tot het vergroten van de kennis van effectieve aanpakken.</al><al>De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan de monitor en bij inzet van VVE-subsidie aan de MORE-pilot. Per schooljaar monitoren we op voortgang en passen waar nodig beleid aan. Eenmaal per vier jaar wordt op beleidseffect gemonitord.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al> Aanvullende eisen (of verplichtingen) kunnen worden gesteld in artikel 6, 7 en 8 van deze regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr><titel>Criteria subsidieaanvrager</titel></kop><al>De Beleidsregel Onderwijs Utrecht, Goed onderwijs voor de Utrechtse jeugd. geldt voor subsidie-aanvragen van: </al><al>• besturen van Primair Onderwijs scholen (hierna te noemen: schoolbesturen PO). Het is toegestaan dat één schoolbestuur namens een ander(e) schoolbestuur/schoolbesturen, of namens scholen van een ander schoolbestuur (soms aangeduid als penvoerders) aan-vraagt; </al><al>• besturen van Voortgezet Onderwijs scholen (hierna te noemen: schoolbesturen VO). Het is toegestaan dat één schoolbestuur namens een ander(e) schoolbestuur/schoolbesturen, of namens scholen van een ander schoolbestuur (soms aangeduid als penvoerders) aan-vraagt; </al><al>• besturen van onderwijsinstellingen; </al><al>• samenwerkingsverbanden (- voor het primair onderwijs: zoals bedoeld in artikel 18a, tweede lid en vijftiende lid van de Wet op het primair onderwijs of - voor het voortgezet onderwijs: zoals bedoeld in artikel 17a, tweede lid en zestiende lid van de Wet op het voortgezet onderwijs); </al><al>• of anders aangegeven per product in artikel 6, 7 en 8 van deze regeling;</al><al>voor zover de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten die een school of onderwijsinstelling binnen de grenzen van de gemeente Utrecht betreft. Tenzij anders aangegeven per activiteit.</al><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>activiteiten te (gaan) verrichten:</al></li><li nr="i."><al>die passen binnen de doelstellingen van de Programmabegroting zoals die in de gemeentebegroting zijn opgenomen;</al></li><li nr="ii."><al>die passen binnen de doelstellingen zoals beschreven (per activiteit) in deze beleidsregel (zie artikel 6, 7 en 8);</al></li><li nr="iii."><al>die ten dienste staan van de gemeente Utrecht, de inwoners van de gemeente Utrecht, of de leerlingen op scholen in Utrecht;</al></li><li nr="b."><al>te voldoen aan de eisen van goed bestuur die gelden voor de subsidie ontvanger; de Governance Code van de eigen branche of indien deze niet aanwezig is aan de Utrechtse Voorwaarden voor goed bestuur;</al></li><li nr="c."><al>te voldoen aan de eisen, voorwaarden en verplichtingen die staan in:</al></li><li nr="i."><al>de geldende Algemene subsidieverordening van de Gemeente Utrecht;</al></li><li nr="ii."><al>deze beleidsregel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><al>De aanvraag wordt ingediend op de voorgeschreven wijze. </al><al>Termijn</al><al>Alle aanvragen dienen uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het betreffende jaar ingediend te worden, tenzij anders aangegeven in artikel 6, 7 en 8 van deze regeling. Let op: aanvragen die niet zijn ontvangen binnen de voorgeschreven termijn worden alleen in behandeling genomen als het subsidieplafond, na het behandelen van de op tijd ingediende subsidieaanvragen, niet is bereikt.</al><al>De aanvraag wordt ingediend ter attentie van het college en gaat in ieder geval vergezeld van een: </al><lijst><li nr="i."><al>een brief ter attentie van het college waarin de aanvrager de subsidie aanvraagt;</al></li><li nr="ii."><al>activiteitenplan. Het activiteitenplan is een overzicht van de activiteiten met een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd, de doelstellingen die met die activiteiten worden nagestreefd en een verklaring van de aanvrager. In die verklaring wordt aangegeven dat op schoolniveau een toetsing op zorgvuldigheid heeft plaatsgevonden wat betreft de aanvraag van de activiteiten (zie artikel 6 ,7 en 8 van deze regeling voor doelstellingen en aanvullende criteria);</al></li><li nr="iii."><al>een sluitende begroting. In de begroting staat per activiteit vermeld welke personele* en materiële middelen nodig zijn met een heldere onderbouwing van de kosten en inkomsten met daarbij indien van toepassing een toerekening van algemene kosten aan activiteiten (zie artikel 6, 7 en 8 van deze regeling voor aanvullende criteria). *Bij personele kosten kan worden uitgegaan van daadwerkelijke begrote kosten of het normbedrag zoals beschreven per activiteit. Dit is afhankelijk van- en staat beschreven bij de desbetreffende activiteit.</al></li><li nr="iv."><al>een overzicht op bestuursniveau (omvang bedrag en vermelding onder welke noemer) van andere subsidieaanvragen en/of inkomstenbronnen ter zake van dezelfde activiteit onder vermelding van de stand van zaken (bijv. rijksmiddelen, WAP-middelen, provinciale middelen, enzovoorts);</al></li><li nr="v."><al>wanneer een aanvrager voor het eerst een subsidie aanvraagt dient deze extra gegevens te overleggen zie hiervoor artikel 7, ASV 2014.</al></li></lijst><al>Aantal leerlingen - oktobertelling</al><al>Bij sommige subsidiabele activiteiten, afhankelijk van de desbetreffende activiteit, wordt de hoogte van de subsidie bepaald door middel van een verdeelsleutel op basis van het aantal leerlingen en/of het aantal zogeheten 'gewichtenleerlingen'. Voor de hoogte van het aantal (gewichten)leerlingen wordt uitgegaan van de 1 oktobertelling van tweekalenderjaren vóór het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. De subsidieaanvraag van 2018 (ingediend uiterlijk 1 oktober 2017) is zodoende gebaseerd op de 1 oktobertelling van 2016. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.</nr><titel>Tussentijdse verantwoording</titel></kop><al>• de aanvrager en de subsidieontvanger dienen zo spoedig mogelijk een melding te doen van (wijzigingen van) omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de beslissing op de aan-vraag dan wel wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie (zie verder artikel 18 en 19, ASV 2014);</al><al>• de subsidieontvanger kan bij de subsidieverlening (in de verleningsbeschikking) worden ver-plicht tot een tussentijdse verantwoording.</al><al>Artikel 5.2. Eindverantwoording</al><al>Een eindverantwoording bevat ten minste: </al><lijst><li nr="a."><al>een brief ter attentie van het college waarin de aanvrager vraagt om vaststelling van de subsidie;</al></li><li nr="b."><al>een activiteitenverslag. Het activiteitenverslag maakt inzichtelijk in hoeverre de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aanvraag en de verleningsbeschikking met toelichting op de verschillen;</al></li><li nr="c."><al>een financiële verantwoording of een jaarrekening conform het bepaalde in de verle-ningsbeschikking en het Verantwoordings- en accountantsprotocol van de gemeente Utrecht.</al></li></lijst><al>Termijn </al><al>De eindverantwoording wordt uiterlijk de eerstvolgende 1 juli na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend ingediend, tenzij anders is bepaald in de verleningsbeschikking.</al><al>Als er na afloop van de gestelde indieningstermijn geen aanvraag tot vaststelling is ingediend, kan het college de subsidie ambtshalve vaststellen (artikel 20, ASV 2014).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Voorbereiden op startkwalificatie - 0-12</titel></kop><al>Thema: Cognitie 0-12</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.</nr><titel>Versterken van taal.</titel></kop><al>Ter informatie: Versterken van taal is een onderdeel van het Onderwijsachterstandenbeleid in Utrecht.</al><al>6.1.1.Beoogd(e) effect(en)</al><al>Versterken van taal (hoofd-effect)</al><al>OAB-doelgroepleerlingen in het basisonderwijs optimaal toerusten om hun schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs goed te kunnen vervolgen. </al><al>Door middel van uitvoering van de betreffende afspraken en streefdoelen vastgelegd in :</al><al>• ‘afspraken opbrengsten VVE’ (wet OKE)</al><al>• het Utrechts Taalcurriculum UTC 1 en UTC 2</al><al>• de ambitie/monitorafspraken VVE</al><al>• de Utrechtse Onderwijs Agenda 2014-2018</al><al>a.Vroegschoolse educatie:</al><al>• Het verminderen van achterstanden bij kleuters van laag opgeleide ouders.</al><al>Door middel van: </al><al>• Uitvoering van VVE in lijn met het Utrechts Kwaliteitskader Educatie van het Jonge Kind (UKK) en het Toezichtskader VVE van de Inspectie van het Onder-wijs.</al><al>• Uitvoering van de in oktober 2015 gemaakte afspraken rondom ‘de doorgaande lijn VVE’, in het bijzonder het gebruik van VVE-programma’s, kindvolgsysteem, (her)certificering VVE en professionalisering en samenwerking voor-vroegschool.</al><al>• Uitvoering van de in januari 2015 vastgestelde afspraken rond Educatief Partnerschap met ouders (op VVE-scholen). </al><al>• Uitvoering van de afspraken over de gewenste opbrengsten van VVE, die in oktober 2015 in het kader van de wet OKE voor de periode 2016-2020 zijn gemaakt tussen gemeente en schoolbesturen, inclusief de uitvoering van de </al><al>MORE-aanpak (ook als pilot voor de hele aanpak Versterken van Taal).</al><al>b.Schakelen groep 1 - 8</al><al>• Tenminste 95% van de OAB-doelgroepleerlingen halen de normen van het Utrechts Taalcurriculum einde groep 8 door het gericht werken aan het verbe-teren van hun taalprestaties. </al><al>c.Leertijduitbreiding (LTU)</al><al>De taal- en/of rekenprestaties van OAB doelgroepleerlingen zijn verbeterd. Een hogere doorstroom van OAB doelgroepleerlingen naar havo/vwo.</al><al>d.Overige activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van OAB</al><al>doelgroepleerlingen groep 1-8: </al><al>Tenminste 95% van de OAB-doelgroepleerlingen halen de normen van het Utrechts Taalcurriculum einde groep 8.</al><lijst><li nr="e."><al>Brede School Academie (BSA); en</al></li><li nr="f."><al>Zomerschool/taalstimulering in de vakantie periode:</al></li></lijst><al>De beoogde effecten voor zowel e als f zijn:</al><al>• De taal en/of de rekenprestaties van OAB doelgroep leerlingen met een taal-achterstand en talentvolle leerlingen die onderpresteren op taal in PO en 1e klas VO zijn verbeterd. </al><al>• Hogere doorstroom naar havo/vwo van OAB doelgroepleerlingen met een ach-terstand door betere leerprestaties.</al><al>6.1.2.Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Voor deze subsidie komt/komen in aanmerking: </al><al>• schoolbesturen Primair Onderwijs, zoals beschreven in artikel 4, met minimaal 1 school met 20%, of meer, gewichtenleerlingen. </al><al>Het is toegestaan dat één schoolbestuur namens een ander(e) schoolbestuur/schoolbesturen, of namens scholen van een ander schoolbestuur (soms aangeduid als penvoerder) aanvraagt. </al><al>Zie voor meer aanvullende criteria onder de desbetreffende activiteit. </al><al>6.1.3.Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al>6.1.4.Subsidiabele activiteiten en aanvullende eisen</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="53*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="47*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Activiteit</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanvullende eisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Vroegschoolse educatie:</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A.Dubbele bezetting op de vroegschool</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanvullende eisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>het realiseren van dubbele bezetting, een (extra) professional op de groep.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         Categorie 1: VVE-erkende scholen; zijnde </al></entry><entry colname="col2"><al>·         De (extra) professional moet VVE-gecertificeerd of daarvoor in opleiding zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> scholen met meer dan of gelijk </al></entry><entry colname="col2"><al>·         Om invulling te geven aan de monitorafspraken zijn alle scholen in Utrecht verplicht bij instromende kleuters de deelname aan voorschoolse voorzieningen- waaronder deelname aan VVE ja/nee- te registreren in het leerling administratiesysteem;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> aan ≥20% gewichtenleerlingen </al></entry><entry colname="col2"><al>·         Scholen “categorie 1 en 2” werken mee aan de (monitor) afspraken zoals die tussen de partners VVE Utrecht zijn gemaakt en geaccordeerd in het </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> in de groepen 1 en 2 (gemiddeld </al></entry><entry colname="col2"><al> najaar 2015: ‘Afspraken </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> genomen);</al></entry><entry colname="col2"><al> ambities opbrengsten VVE’.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         wanneer alle kleutergroepen in scholen onder “Categorie 1” dubbel zijn bezet gedurende minimaal 10 uur per week mag de subsidie worden ingezet op:</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ø  Categorie 2: alle scholen met &lt;20% gewichtenleerlingen in de groepen 1 en 2 (gemiddeld genomen), maar met wel 20%, of meer, wanneer gewichtenleerlingen + VVE-doelgroepkleuters (in de groepen 1 en 2) worden opgeteld. Bij deze scholen is een dubbele bezetting van 10 uur per week gewenst;</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ø  Overig: specifieke situatie.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>B.Professionalisering van professionals op de</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> vroegschool</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanvullende eisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De subsidie dient te worden ingezet voor professionalisering, het op peil brengen en houden van de professionaliteit van het personeel dat betrokken is bij VVE, zowel op het niveau van de professionals in de groepen 1 en 2, als het middenkader (onderbouwcoördinatie/begeleiding), als het management. </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Door middel van: </al></entry><entry colname="col2"><al>·         De professionalisering is gericht op goede kwaliteit van de educatie aan het jonge (VVE) kind;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         Verplichte certificering voor professionals op VVE-(erkende) vroegscholen, (categorie 1)</al></entry><entry colname="col2"><al>·         de subsidie moet in de eerste plaats ingezet worden op de verplichte onderdelen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         Verplichte adequate professionalisering voor professionals op andere scholen waar subsidie wordt ingezet op de groepen 1 en 2; (categorie 2 en overig), op te nemen in het jaarplan (scholingsplan) van de school.</al></entry><entry colname="col2"><al>·         activiteiten vinden plaats in overeenstemming met de in Utrecht van toepassing zijnde kwaliteitsafspraken VVE.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         Overige vormen van professionalisering Educatie van het Jonge Kind.</al></entry><entry colname="col2"><al>·         op elke school die subsidie ontvangt is een scholingsplan t.a.v. de onderbouw aanwezig.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>C.Educatief partnerschap met ouders voor VVE-</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> scholen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Deze subsidie kan alleen worden ingezet op VVE erkende Scholen. </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De subsidie dient te worden ingezet voor: </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         activiteiten om aan de beoogde effecten met betrekking tot educatief partnerschap met ouders in de vroegschool te werken (zie Toezichtskader VVE Inspectie van het Onderwijs; het UKK hoofdstuk 3 en het stedelijke Beleidsplan VVE en Educatief Partnerschap met Ouders (2015) en;</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         deels voor de aanschaf van (VVE ouderprogramma) materiaal.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanvullende eisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         De activiteiten moeten aansluiten bij de kwaliteitseisen van het Utrechtse Kwaliteitskader educatie van het jonge kind (UKK), onderdeel ouders.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Schakelen gr. 1-8</al></entry><entry colname="col2"><al> Aanvullende eisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(Overeenkomstig het advies van CPS in 2011)</al></entry><entry colname="col2"><al>Een schakelgroep:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De subsidie is voor het realiseren van schakelgroepen door middel van: </al></entry><entry colname="col2"><al>·         betreft een groep van 8 tot maximaal 15 kinderen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         het inzetten van een extra leerkracht (zodat intensief taalonderwijs aan een kleinere groep leerlingen mogelijk is), en; </al></entry><entry colname="col2"><al>·         draait parallel aan of binnen de stamgroep;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         voor de aanschaf en/of onderhoud van materiaal voor taalonderwijs en professionalisering van de leerkracht op het vlak van taalonderwijs (max 5% van het subsidiebedrag).</al></entry><entry colname="col2"><al>·         draait minimaal 10 uur per week;kan worden ingericht voor kinderen van groep 1-8, waarbij uit het taalbeleid</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>moet blijken dat sterk wordt ingezet op de onderbouw; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         wordt bezet door leerkrachten die tenminste bevoegd, maar bij voorkeur ervaren zijn op het vlak van taaldidactiek; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         het curriculum is afgestemd op het reguliere curriculum van de basisschool;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         hanteert een sluitend leerlingvolgsysteem;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         stimuleert de betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling en het leerproces van hun kinderen. Hierbij is de aanpak in lijn met de Utrechtse visie op dit thema. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De selectie van kinderen voor schakelgroepen:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         bij de selectie van leerlingen vormt de taalachterstand het primaire probleem. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         selectie van de kinderen met een geconstateerde achterstand gebeurt op basis van objectieve toetsgegevens (zie toetskalender UTC en monitorafspraken, in principe leerlingen met geconstateerde achterstand); </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         er mag geen sprake zijn van een algehele leerachterstand. Ook leerlingen waarbij sprake is van ernstige problemen van psychische of neurologische aard en/of leerlingen bij wie sprake is van ernstige gedragsproblemen, zijn uitgesloten van deelname aan de schakelgroep. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         gewichtenleerlingen zonder geconstateerde achterstand waarbij aannemelijk gemaakt kan worden dat zij kunnen profiteren van de schakelgroep </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>(onderpresteerders) komen voor de schakelgroep in aanmerking;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         ouders van de leerling geven schriftelijk toestemming voor deelname van hun kind aan de schakelgroep.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Leertijduitbreiding (LTU) groep 3-8 voor</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanvullende eisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> minimaal 2 en maximaal 4 uur extra per week.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Deze subsidie kan worden aangevraagd door: </al></entry><entry colname="col2"><al>Leertijduitbreiding is:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         scholen met groepen met 20%, of meer, gewichtenleerlingen. Zij kunnen voor </al></entry><entry colname="col2"><al>·         een uitbreiding van 2, 3, 4 uur extra lesuren voor leerlingen uit de groepen 3 t/m8; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> de gehele groep aanvragen;</al></entry><entry colname="col2"><al>·         invulling door taal- en rekenactiviteiten; brede talentontwikkeling is deels mogelijk indien deze bijdraagt aan verbetering taal;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         scholen met groepen met minder dan 20% gewichtenleerlingen. Zij kunnen </al></entry><entry colname="col2"><al>·         wordt het hele jaar uitgevoerd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> voor een selecte groep (minimaal 8 </al></entry><entry colname="col2"><al>·         wordt gegeven door bevoegde leerkrachten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> leerlingen – combinatiegroep) aanvragen.</al></entry><entry colname="col2"><al>·         sluit aan bij het schoolcurriculum;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Voor nieuwe leerlingen kan éénmalig een </al></entry><entry colname="col2"><al>·         voor leerlingen met (een risico op) taalachterstand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> aanvullende subsidie worden </al></entry><entry colname="col2"><al>·         stimuleert de betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling en het leerproces van hun kinderen. Hierbij is de aanpak in lijn met de Utrechtse visie op dit thema.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> aangevraagd.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De subsidie is voor het realiseren van leertijduitbreiding door middel van: </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         het realiseren van extra lesuren;</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         professionalisering van leerkrachten die </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> worden ingezet voor de </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> leertijduitbreiding;</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         activiteiten ter bevordering van het </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> betrekken van ouders bij de ontwikkeling </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> van hun kind.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.Brede School Academie</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanvullende eisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Brede School Academie (BSA); Schoolbesturen, vertegenwoordigd in de stuurgroep BSA, vragen per locatie subsidie aan voor de uitvoering van de Brede School Academie.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Brede School Academie:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         is voor talentvolle (gewichten)leerlingen (zie artikel 1) met een taalachterstand uit groep 6, 7, 8 en brugklas voortgezet onderwijs;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De subsidie is voor het realiseren van Brede School Academie groepen PO en/of PO+ door middel van:</al></entry><entry colname="col2"><al>·         academische leeromgeving; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>§  Het aanbieden van extra lesuren op wijkniveau</al></entry><entry colname="col2"><al>·         heeft heldere en eenduidige selectiecriteria voor deelname aan de BSA; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>§  Het uitvoeren van het programma en het geven van lessen op basis van het vastgestelde beleidsplan</al></entry><entry colname="col2"><al>·         heeft 16 leerlingen per groep;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         toont de prestaties aan met een relevante toets, een nulmeting voor de start van de deelname aan de BSA en een eindmeting na afloop van deelname aan de BSA;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• coördinatie: algemeen en per locatie;</al></entry><entry colname="col2"><al>·         sluit aan bij het reguliere onderwijs curriculum en de onderwijsvisie van de participerende school/scholen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• huisvestingskosten met een maximum van </al></entry><entry colname="col2"><al>·         hanteert een sluitend leerlingvolgsysteem en zorgt voor een (warme) overdracht naar de participerende scholen in het PO en VO;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.000 per groep</al></entry><entry colname="col2"><al>·         hanteert een helder beleid met betrekking tot ouderbetrokkenheid die past binnen de onderwijsvisie van de participerende school/scholen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.Zomerschool/taalstimulering in de vakantie</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanvullende eisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> periode; zie brede school academie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De subsidie is voor het realiseren van een Zomerschool/taalstimulering in de vakantieperiode. De subsidie is bedoeld voor het voorkomen van een dip in de prestaties op taal en rekenen en/of voor voorbereiding overgang van PO naar VO en is een stimulans op taalontwikkeling in de schoolvakantie(s);</al></entry><entry colname="col2"><al> Taalstimulering in de vakantie:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         mag alleen plaatsvinden binnen de vakantieperiode;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>door middel van: </al></entry><entry colname="col2"><al>·         sluit aan op curriculum scholen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         het aanbieden van extra uren taal/rekenen in de zomervakantie aan OAB-doelgroepleerlingen gericht op het behalen van de beoogde effecten;</al></entry><entry colname="col2"><al>·         wordt gegeven door bevoegde leerkrachten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         het aanbieden van een programma aan OAB-doelgroepleerlingen gericht op overgang naar het voortgezet onderwijs.</al></entry><entry colname="col2"><al>·         is voor leerlingen uit groep 1-8;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         is minimaal 1 maximaal 3 weken per jaar aanvullend op een schooljaar; en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         vindt zo veel mogelijk plaats in onderwijs-, welzijns- en andere gesubsidieerde accommodaties. Indien voor een specifieke activiteit hiervan wordt afgeweken dan dient dat te worden onderbouwd in de aanvraag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.Overige activiteiten ter verbetering van de</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Deze subsidie is bestemd voor het realiseren van ándere dan in deze paragraaf beschreven activiteiten die beogen de taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen te verbeteren.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Deze activiteiten moeten in ieder geval:</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         rechtstreeks ten goede komen aan OAB-doelgroepleerlingen (in de vorm van contacturen);</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         uitgevoerd worden in het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         een theoretische basis hebben waardoor aannemelijk is dat de taalresultaten van de OAB- doelgroep leerlingen erdoor zullen verbeteren; en</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·         met een redelijke verhouding van het voor de activiteiten benodigde budget ten opzichte van de daarmee te bedienen leerlingen staan</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="B."><al>Verplichtingen bij de uitvoering van alle activiteiten</al></li><li nr="a."><al>Doelstellingen: De aanvrager conformeert zich aan de gemaakte en te maken afspraken over het behalen van de doelstellingen in de Utrechtse Onderwijs Agenda 2014-2018 jaar</al></li><li nr="b."><al>Kwaliteitsafspraken: De school waarvoor wordt aangevraagd conformeert zich aan de kwaliteitsafspraken (tussen Gemeente en schoolbesturen) die in Utrecht aanvullend zijn gemaakt ten aanzien van de te onderscheiden activiteiten.</al></li><li nr="c."><al>De school conformeert zich aan de monitorafspraken die in Utrecht zijn gemaakt rondom VVE, de Utrechtse Onderwijs Agenda en in deze Beleidsregel. (zie ook art.3)</al></li><li nr="C."><al>Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al></li></lijst><al>Alle aanvullende informatie voor onderstaande activiteiten dient te worden aangeleverd via het format Versterken van Taal.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="27*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="73*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Activiteit</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanvullende informatie bij de aanvraag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het schoolbestuur geeft in de aanvraag aan:</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a) De algemene visie van het bestuur op het bestrijden van onderwijsachterstanden</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> c.q. het bevorderen van onderwijskansen;</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b) Hoeveel subsidie zij voor dit beleid van het rijk ontvangt in het jaar waarin zij </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> hiervoor subsidie bij de gemeente aanvraagt (gewichtenmiddelen en</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> impulsgebiedenmiddelen, zie ook art. 4.2.iv); </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c) Wat deze visie betekent voor de inzet van deze rijksmiddelen; denk hierbij aan de</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> verdeling van de middelen over de scholen en welk type activiteiten scholen </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> hiervan (doorgaans) betalen; en </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d) Wat deze visie betekent voor de verdeling van de gemeentelijke OAB-subsidies</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> over de scholen c.q. hoe vindt de verdeling van deze middelen plaats? (zie ook</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al> de uitwerking in de formats). </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vroegschoolse educatie</al></entry><entry colname="col2"><al>Een door het schoolbestuur ingevuld format VVE waarin wordt aangegeven: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         Welke scholen in 2016-2017 (nog) VVE-school zijn en/of extra VVE subsidie ontvangen van hun schoolbestuur (i.c. welke scholen cat. 1 en cat. 2 school-zie bijlage bij format);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         Hoeveel subsidie (vanuit gewichtenmiddelen) door school/bestuur zelf (extra) worden ingezet</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         Hoeveel gemeentelijke subsidie VVE wordt ingezet op welke scholen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         Hoeveel uren dubbele bezetting/c.q. extra fte hiermee worden gerealiseerd</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         Hoeveel kinderen (VVE en gewichten) met de VVE subsidie worden bediend</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         Hoe de subsidie voor professionalisering wordt ingezet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         Hoe de subsidie voor educatief partnerschap met ouders wordt ingezet </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         Een verklaring van het schoolbestuur dat zij heeft vastgesteld dat de school werkt volgens de gemaakte product- en kwaliteitsafspraken VVE en de aanvullende subsidie-eisen of hiervan beargumenteerd afwijkt (in dat laatste geval wordt een specifiek plan bijgeleverd bij de inhoudelijke aanvraag en rapportage)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Schakelen gr. 1-8</al></entry><entry colname="col2"><al>Een overzicht:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         voor welke scholen het bestuur een schakelgroep aanvraagt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         hoeveel leerlingen dit betreft (per schakelgroep en totaal);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         voor hoeveel leerlingen deelname aan de schakelgroep plaatsvindt op basis van geconstateerde achterstanden (scores die corresponderen met voorheen Citogroep D en E. Nu groep V en de onderste 5 % van IV).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         Per school het aangevraagde subsidiebedrag </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>En een verklaring van het schoolbestuur dat zij heeft vastgesteld dat de school werkt volgens de gemaakte product- en kwaliteitsafspraken (advies CPS 2011) </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Leertijduitbreiding (LTU)</al></entry><entry colname="col2"><al> Per school in te vullen format met een overzicht van: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         het aantal leerlingen waaraan LTU wordt gegeven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of LTU aan de gehele klas wordt gegeven, of aan een selecte groep.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overige activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Een opgave van het schoolbestuur gebaseerd op het jaarplan of een plan van de school:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         waarin kernachtig wordt aangegeven wat de activiteiten zijn die de school gaat uitvoeren; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         waaruit blijkt hoeveel OAB-doelgroepleerlingen en in welke groepen op deze school met deze activiteiten worden bediend; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         waarin wordt aangegeven hoeveel subsidie de school hiervoor zal ontvangen en aan welke activiteiten de school de middelen gaat besteden. .</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         Een verklaring van het schoolbestuur dat zij heeft vastgesteld dat de school deze activiteiten heeft uitgewerkt in het jaarplan of een (ander) plan van de school.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Brede School Academie</al></entry><entry colname="col2"><al>Een overzicht van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         welke scholen betrokken zijn, en;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         het aantal te bereiken leerlingen, en daarvan het aantal gewichtenleerlingen; en helder in de begroting weer te geven hoeveel subsidie wordt ingezet voor: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>o    werkelijke personeelskosten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>o    lesmateriaal; programmakosten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>huisvesting.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zomerschool/ taalstimulering in de vakantie periode</al></entry><entry colname="col2"><al>Een overzicht van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         welke scholen betrokken zijn</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         het aantal te bereiken leerlingen; per school en daarbij aangegeven het aantal leerlingen met een geconstateerde achterstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         het totale programma voor de zomerschool en de taalstimuleringsaanpak;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>·         begroting met de werkelijke personeelskosten inclusief coördinatie, lesmateriaal </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>6.1.5.Beschikbare middelen en verdeelsleutels op jaarbasis</al><al>Binnen het beschikbare subsidieplafond op de subsidiestaat stelt de gemeente prioriteiten. Voor de onderstaande activiteiten zijn daarom op jaarbasis maximaal de benoemde bedragen beschikbaar.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="29*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="71*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Activiteit</al></entry><entry colname="col2"><al>Subsidieplafond op jaarbasis </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zomerschool/taalstimulering in de vakantie periode</al></entry><entry colname="col2"><al>in totaal is er op jaarbasis maximaal 200.000 euro voor deze activiteit beschikbaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Brede School Academie PO en PO+</al></entry><entry colname="col2"><al>op jaarbasis maximaal 27.500 euro per BSA PO en op jaarbasis 25.000 euro per BSA PO+ groep, met een maximum van 25 groepen in de stad Utrecht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vroegschoolse educatie: Tweede kracht</al></entry><entry colname="col2"><al>in totaal is op jaarbasis maximaal 934.000 euro beschikbaar voor deze activiteit. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van het aantal 4- en 5-jarige gewichtenleerlingen van de aanvrager.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vroegschoolse educatie: Professionalisering van professionals op de vroegschool</al></entry><entry colname="col2"><al>in totaal is er op jaarbasis maximaal 196.000 euro voor deze activiteit beschikbaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Het subsidiebedrag wordt verdeeld op basis van het aantal 4- en 5- jarige gewichtenleerlingen van de aanvrager.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vroegschoolse educatie:</al></entry><entry colname="col2"><al>in totaal is er op jaarbasis maximaal 135.000 euro voor deze activiteit beschikbaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Educatief partnerschap met ouders voor VVE-scholen</al></entry><entry colname="col2"><al>Het subsidiebedrag wordt verdeeld op basis van het aantal 4- en 5-jarige gewichtenleerlingen van de aanvrager.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(Overige/andere) activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen.</al></entry><entry colname="col2"><al>Naast de geoormerkte middelen voor vroegschoolse educatie, zomerschool/taalstimulering in de vakantieperiode en Brede School Academie, is op jaarbasis maximaal 2,5 mln. euro beschikbaar voor (overige/andere) activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen (zoals vroegschoolse educatie, schakelen, leertijduitbreiding en/of andere dan deze genoemde activiteiten)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Het subsidiebedrag op jaarbasis is samengesteld uit 800.000 euro (schakel/OAB-middelen) en 1.700.000 euro (leertijduitbreiding/OAB-middelen). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Deze middelen worden als volgt over de aanvragers verdeeld: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-op jaarbasis 800.000 euro: op basis van het aantal 6-jarige gewichtenleerlingen van de aanvragers ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-op jaarbasis 1.700.000 euro: de verdeling is gelijk aan het beschikbare bedrag per aanvrager in 2017</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>op jaarbasis maximaal 25.000 euro per schakelklas, maximaal 5% van dit bedrag mag gebruikt worden voor materiaal.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>* Beschikbaar op jaarbasis is hetzelfde bedrag dat in 2017 is beschikt voor de scholen, die LTU toepassen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Het te verlenen subsidiebedrag wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel (zie format)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Schakelen groep 1 - 8</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Maximale bijdrage voor aantal uren uitbreiding in een jaar voor 2 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Leertijduitbreiding</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Voor 3 uur </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Voor 4 uur </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>voor kleine klassen (&lt;15 leerlingen) kan extra worden aangevraagd:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overige activiteiten niet zijnde Leertijduitbreiding en schakelen groep 1 -8</al></entry><entry colname="col2"><al>Op basis van de begroting die u bij uw plan bijvoegt. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Taalschool: taal onderwijs voor nieuwkomers van 4 t/m 12 jaar.</titel></kop><al>6.2.1 Beoogd(e) effect(en)</al><al>Nieuwkomers (leerlingen in het PO) leren de Nederlandse taal zodat zij na ca. 1½ jaar Taalschool bij uitstroom naar het reguliere onderwijs Nederlands spreken, lezen en schrijven – passend bij het vastgestelde uitstroomniveau.</al><al> 6.2.2 Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Voor deze subsidie komt/komen in aanmerking: </al><al>• één schoolbestuur Primair Onderwijs dat namens de andere schoolbesturen de voorziening: de Taalschool, in Utrecht verzorgt. </al><al> 6.2.3 Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al> 6.2.4. Subsidiabele activiteiten</al><al>Het aanbieden van (taal)onderwijs (en adequate begeleiding) aan 4 tot 12 jarige nieuwkomers gericht op het leren van de Nederlandse taal, met als doel Nederlands kunnen spreken, lezen en schrijven – passend bij het vastgestelde uitstroomniveau.</al><al> 6.2.5. Informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>De aanvrager dient het jaarplan van de school en de begroting aan. </al><al> 6.2.6. Verplichtingen bij de uitvoering van alle activiteiten</al><al>• jaarlijks (in september) legt de subsidieontvanger verantwoording af over de onderwijsresultaten en de inzet van de middelen, inclusief een trendrapportage over de leerlingenaantallen; en</al><al>• maandelijks (per 1e van de maand) rapporteert de school over de stand van zaken van het leerlingenaantal op de school.</al><al>Thema Zorg 0-12</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Begeleiding zorgpeuter/kleuter bij overgang naar (speciaal) basisonderwijs.</titel></kop><al>6.3.1. Beoogd(e) effect(en)</al><al>• Een vloeiende overgang van kinderen van voorschoolse voorziening naar het primair (speciaal) onderwijs. Het betreft hier kinderen met specifieke ontwikkelings- en/of gedragsproblemen en/of een verhoogd risico op leerproblemen en/of achterstanden in de schoolvaardigheden. </al><al>• Het vergroten van de handelingsbekwaamheid van leidsters/leerkrachten en ouders van deze kinderen. </al><al>6.3.2 Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Voor deze subsidie komt/komen uitsluitend in aanmerking: </al><al>• Samenwerkingsverbanden Primair Onderwijs zoals gesteld in artikel. 4.</al><al>6.3.3 Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al>6.3.4 Subsidiabele activiteiten</al><al>De subsidie kan worden aangevraagd voor:</al><al>• coördinatie van het onderdeel 0-4 jaar binnen zorgplatform;</al><al>• ambulante begeleiding, dit houdt in:</al><al> het in beeld brengen van begeleidingsbehoeften van het bijna 4-jaar oude kind;</al><al> het formuleren van handelingssuggesties voor de leerkrachten van groep 1 van de school die het kind gaat ontvangen;</al><al> het tijdig signaleren van frictie tussen de onderwijsondersteuningsbehoefte van het kind en het ondersteuningsprofiel van de school en het vinden van een passend vervolg. Dit in overleg met het Samenwerkingsverband en Buurtteam Jeugd en Gezin. </al><al>• psychologisch onderzoek van kinderen die een verhoogd risico lopen op latere</al><al> leer- en gedragsproblemen en ernstige achterstanden in de schoolvaardigheden, gericht op individuele handelingsgerichte diagnostiek.</al><al>6.3.5 Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>De aanvrager dient, aanvullend op artikel 4, inzicht te geven in/inzichtelijk te maken:</al><al>• (in de begroting) wat de werkelijke kosten zijn om het aanbod te kunnen aanbieden</al><al>en wat de (geschatte) kosten per begeleidingstraject/per kind zijn;</al><al>• geschat aantal (enkelvoud) kinderen dat een diagnostisch onderzoek en een indi-vidueel ondersteuningstraject krijgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Leerlingbegeleiding PO</titel></kop><al>6.4.1 Beoogd(e) effect(en)</al><al>Scholen verstevigen hun sterke basis en leerkrachten zijn handelingsbekwaam om leer-lingen met specifieke zorg-onderwijsbehoeften te ondersteunen. Het kan gaan om indivi-duele leerlingen, om een groep leerlingen, om individuele leerkrachten of een groep leer-krachten.</al><al>6.4.2. Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Deze subsidie kan worden aangevraagd door: </al><al>Schoolbesturen die onder het Samenwerkingsverband PO Utrecht vallen voor scholen voor primair onderwijs en speciaal basis onderwijs (SBO). Aanvullend hierop kan de subsidie ook worden aangevraagd voor de Eben- Haëzer School Utrecht door het betreffende schoolbestuur.</al><al>6.4.3. Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al>6.4.4. Subsidiabele activiteiten</al><al>De subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die bijdragen aan het beoogde effect, en is bestemd voor advies, begeleiding en deskundigheidsbevordering van leerkrachten om het onderwijs af te stemmen op de zorg- onderwijsbehoefte van de leerling en diagnostisch onderzoek van leerlingen. </al><al>De activiteiten dragen bij aan het verder ontwikkelen van de basisondersteuning binnen de school, zodat deze aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Bij ondersteuningsvragen verwachten wij van u dat u vroegtijdig de kernpartners betrekt, zoals het SWV PO, buurtteam, leerplicht en de JGZ. </al><al>6.4.5. Hoogte subsidie</al><al>Het beschikbare subsidiebedrag (zie subsidieplafond) wordt evenredig over het totaal aantal leerlingen PO in Utrecht verdeeld.</al><al>verdeelsleutel</al><al>Subsidieplafond Leerlingbegeleiding PO : het leerlingaantal Primair Onderwijs (geheel Utrecht) = bedrag per leerling x het leerlingaantal per school = maximale bijdrage per PO school</al><al>6.4.6. Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>U hoeft geen activiteitenplan in te dienen. U ontvangt een format voor de aanvraag. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6.5.</nr><titel>Tegemoetkoming loonkosten conciërge in vaste dienst PO</titel></kop><al>6.5.1. Beoogd effect</al><al>De subsidie is een tegemoetkoming voor de loonkosten van een conciërge in vaste dienst. Een conciërge draagt bij aan een veilige school. </al><al>6.5.2. Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>De subsidie kan worden aangevraagd door: </al><al>Schoolbesturen die onder het Samenwerkingsverband PO Utrecht vallen voor scholen voor pri-mair onderwijs en speciaal basis onderwijs (SBO). Aanvullend hierop kan de subsidie ook voor de Eben- Haezer School Utrecht worden aangevraagd door het betreffende schoolbestuur. </al><al>6.5.3. Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet. </al><al>6.5.4. Subsidiabele activiteiten</al><al>Per PO locatie kan er voor maximaal 1 conciërge in vaste dienst subsidie worden aangevraagd. U komt niet in aanmerking voor deze subsidie als u een conciërge detacheert via het gemeentelijke contract met UW.</al><al>6.5.6. Hoogte subsidie </al><al>Het subsidiebedrag per conciërge is afhankelijk van het totale aantal aanvragen dat voor 1 oktober 2017 is ontvangen. </al><al>Verdeelsleutel: </al><al>subsidieplafond / aantal locaties dat een aanvraag doet (weging met aangevraagde fte)= bedrag per locatie * </al><al>* de verlening geschiedt naar rato van de omvang van de aanstelling, met een max. van 0,8 fte.</al><al>Het maximale subsidiebedrag per locatie is 6.468 euro op basis van 0,8 fte. </al><al>6.5.7. Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag </al><al>Aanvullend op artikel 4 vragen wij de volgende informatie op: </al><al>Wij voeren na subsidieverlening een controle uit door middel van het steekproefsgewijs opvragen van arbeidscontracten. </al><al>U hoeft voor deze subsidie geen activiteitenplan en geen begroting in te dienen. </al><al>Thema: Talentontwikkeling 0-12</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6.</nr><titel>Combinatiefunctie Brede School en activiteiten</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Talentontwikkeling Primair Onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>6.6.1 Beoogd(e) effect(en)</al><al>Een samenhangend aanbod van talentontwikkeling, ouderbetrokkenheid en pedagogische aanpak/burgerschap.</al><al>6.6.2 Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al> Voor deze subsidie komt/komen in aanmerking: </al><al>• schoolbesturen Primair Onderwijs, zoals beschreven in artikel 4, als penvoerder aan-vragende voor een Brede School PO;</al><al>• schoolbesturen Primair Onderwijs, zoals beschreven in artikel 4, aanvragende voor een school met 15% of meer gewichtenleerlingen (GL).</al><al>Zoals beschreven in artikel 4 is het toegestaan dat één schoolbestuur subsidie aanvraag na-mens bepaalde scholen en/of brede scholen van andere schoolbesturen.</al><al>6.6.3 Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt op internet op de gemeentelijke subsidiepagina.</al><al>6.6.4 Subsidiabele activiteiten</al><al> Deze subsidie kan worden aangevraagd voor het realiseren van de resultaten die bijdragen aan </al><al> de beoogde effecten. </al><al>In geval van Brede Scholen gaat het om:</al><al>• de inzet van maximaal 9,8 fte conform de Brede impuls combinatiefuncties</al><al>• het bereik van minimaal 50 % van de leerlingen met activiteiten van sport, kunst, cultuur en techniek, waarbij de school de deelname van kwetsbare leerlingen actief stimuleert.</al><al>• het implementeren van het (Brede School) meerjarenbeleidsplan</al><al>• het actualiseren van het activiteitenplan c.q. verder ontwikkelen van de thema’s talentonwikkeling, ouderbetrokkenheid en pedagogische aanpak/burgerschap en het uitvoeren van het activiteitenplan.</al><al>• het participeren in de voor de Brede School relevante relatienetwerken</al><al>• het zichtbaar maken van de gerealiseerde inzet via de beschikbare communicatiekanalen;</al><al>• het meewerken aan de lokale en landelijke monitoring en evaluatie. </al><al>In geval van Niet Brede Scholen gaat het om:</al><al>• het verder ontwikkelen van de thema’s brede talentonwikkeling ouderbetrokkenheid en pedagogische aanpak (burgerschap) en het uitvoeren van het activiteitenplan.</al><al>• het inzetten van de beschikbare communicatiekanalen.</al><al>6.6.5 Verdeelcriteria subsidie</al><al>Voor Brede Scholen is in totaal 9,8 fte combinatiefuncties beschikbaar. Het gehanteerde normbedrag per fte (36 uur) bedraagt maximaal 60.000 euro. Voor communicatie Brede School primair onderwijs is maximaal 500 euro per Brede School beschikbaar. </al><al>Daarnaast wordt een activiteitenbudget (coördinatie + activiteiten talentontwikkeling) ter beschikking gesteld aan alle Brede Scholen met meer dan 20% GL. </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="32*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="39*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="29*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Budget Brede School</al></entry><entry colname="col2"><al>Brede School met </al></entry><entry colname="col3"><al>Brede School met </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>&gt;20% GL</al></entry><entry colname="col3"><al>&lt; 20% GL</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Combinatiefunctie Brede School</al></entry><entry colname="col2"><al>X- fte*</al></entry><entry colname="col3"><al>X -fte*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Coördinatie Talentonwikkeling</al></entry><entry colname="col2"><al>X - bedrag per gewichtenleerling ** </al></entry><entry colname="col3"><al>geen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Activiteiten Talentonwikkeling</al></entry><entry colname="col2"><al>X- bedrag per leerling ***</al></entry><entry colname="col3"><al>geen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Communicatie</al></entry><entry colname="col2"><al>500 euro (per brede school)</al></entry><entry colname="col3"><al>500 euro (per brede school)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* o.b.v. budgetverdeling 2013</al><al>** o.b.v. budgtverdeling/oktobertelling 2013 </al><al>***o.b.v. oktobertelling 2016</al><al>het “x” aantal fte en x-bedragen zijn gepubliceerd op de website www.utrecht.nl.</al><al>Voor Niet Brede scholen met meer dan 20% GL wordt een budget voor talentontwikkeling van alle leerlingen ter beschikking gesteld. Indien een (niet brede) school in de oktobertelling 2016 een gewichtenpercentage tussen 15% en 20% heeft, dan wordt eenmalig een uitzondering gemaakt op de regel van 20%. Scholen met een gewichtenpercentage van minder dan 15% ontvangen geen subsidie. </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="66*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Budget Talentontwikkeling</al></entry><entry colname="col2"><al>Niet Brede School met &gt;20% GL</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Coördinatie</al></entry><entry colname="col2"><al>X-bedrag per GL (o.b.v. oktobertelling 2013) *</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Activiteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>X-bedrag per leerling (o.b.v. oktobertelling 2016) *</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>6.6.6 Beoordelingscriteria</al><al>Prioritering (bij budgetoverschrijding):</al><lijst><li nr="1."><al>Bestaande brede scholen;</al></li><li nr="2."><al>Niet brede scholen met &gt;20% GL</al></li><li nr="3."><al>Niet brede scholen met een percentage GL tussen 15% en 20%</al></li></lijst><al>6.6.7 Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>Aanvullend op de eisen in artikel 4 dient de aanvrager, door middel van het jaaractiviteiten-plan, inzicht te geven in:</al><al>• de wijze waarop talentontwikkeling wordt georganiseerd in termen van:</al><al>o periodes van de activiteiten (binnen-buiten schooltijd en periodes in schooljaar)</al><al>o soort activiteiten (sport, kunst, cultuur en techniek) en de relatie tot aan-palende activiteiten (bijv. cultuureducatie), de kerndoelen en 21c skills (doorgaande lijn)</al><al>o de wijze van toeleiding naar en verbinding met buitenschoolse sport, cultuur-of andere vrijetijdsaanbieders</al><al>o eventuele inzet van extra middelen (bijv. WAP-subsidie)</al><al>• de wijze waarop:</al><al>• de samenwerking met de ouders invulling wordt gegeven;</al><al>• wordt gewerkt aan de pedagogische aanpak/burgerschap. </al><al>• verbinding wordt gelegd met het reguliere onderwijsprogramma op school </al><al> (kerndoelen) en met de wijk</al><al>6.6.8 Aanvullende bepalingen</al><al>• De inzet op fte voor combinatiefuncties kan niet worden omgezet in activiteitenbudget.</al><al>• Binnen het totaal aantal fte combinatiefuncties mag in voorkomende gevallen en na overleg met de gemeente wel geschoven worden tussen Brede Scholen die vallen onder </al><al>dezelfde penvoerder. Deze bepaling is alleen van toepassing indien dit wordt opgenomen in de subsidieaanvraag.</al><al>• De overige inzet (activiteitenbudget) mag naar eigen inzicht worden vertaald in een activiteitenplan, mits dit bijdraagt aan de in 6.5.1 benoemde effecten en te herleiden is naar onder 6.5.4 benoemde subsidiabele activiteiten.</al><al>• Aansluiting bij de definitie en criteria van brede scholen, zoals aangegeven in het stedelijk kader paragraaf 0.1/0.2 (bijlage).</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Behalen van startkwalificatie - 12-23</titel></kop><al>Thema: Cognitie 12-23</al><al>Artikel 7.1. Internationale Schakel Klassen (ISK): taal onderwijs voor nieuwkomers (VO) van 12 t/m 18 jaar.</al><al>7.1.1.Beoogd(e) effect(en)</al><al>Nieuwkomers (leerlingen in het VO), die in Utrecht of in de nabijgelegen gemeenten wonen, beheersen de Nederlandse taal na onderwijs te hebben ontvangen op het ISK zodat zij kunnen uitstromen naar het reguliere onderwijs op het niveau naar vermogen. </al><al>7.1.2.Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Voor deze subsidie komen uitsluitend de volgende aanvragers in aanmerking: </al><al>• één schoolbestuur Voortgezet Onderwijs, zoals gesteld in artikel 4, dat namens de ander schoolbesturen de Internationale schakelklassen, in Utrecht verzorgt.</al><al>7.1.3.Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al>7.1.4.Subsidiabele activiteiten</al><al>De subsidie kan worden aangevraagd voor het aanbieden van taal onderwijs aan jongeren die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn om aan het regulier (Nederlandstalig) onderwijs deel te nemen, met als doel de leerlingen zo snel als mogelijk door te schakelen naar het regulier (Nederlandstalig) onderwijs.</al><al>7.1.5.Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>De aanvrager dient, aanvullend op artikel 4, inzicht te geven in/inzichtelijk te maken:</al><al>• het aantal extra fte dat wordt ingezet;</al><al>• inzicht te geven in de werkelijke kosten die gemaakt worden.</al><al>7.1.6.Verplichtingen aan alle activiteiten</al><al>Het ISK:</al><al>• biedt taalonderwijs aan nieuwkomers (VO); </al><al>• heeft een regionale functie, dit betekent dat zij plek biedt aan leerlingen die in Utrecht of in de nabijgelegen gemeenten wonen;</al><al>• bereidt leerlingen voor op het Nederlandstalig onderwijs;</al><al>• signaleert leerachterstanden en sociaal-emotionele hulpvragen en biedt hier een passend onderwijsaanbod voor;</al><al>• begeleidt analfabete leerlingen in kleine groepen (tussen de 8-10 leerlingen);</al><al>• schakelt jaarlijks tussen de 1/3 en ½ van de leerlingen door naar een VO of MBO school.</al><al>Thema: Zorg 12-23</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.</nr><titel>OPDC De Utrechtse school.</titel></kop><al>7.2.1.Beoogd(e) effect(en)</al><al>Overbelaste jongeren met meervoudige problematiek die dreigen uit te vallen op school worden versterkt in hun gedragsrepertoire en duurzaam teruggeleid naar de school van herkomst, of doorgeleid naar een andere passende school, of naar de arbeidsmarkt.</al><al>7.2.2.Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Voor deze subsidie komen uitsluitend de volgende aanvragers in aanmerking: </al><al>• samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs zoals gesteld in artikel 4.</al><al>7.2.3.Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al>7.2.4.Subsidiabele activiteiten</al><al>De subsidie kan worden aangevraagd voor het aanbieden van een Orthopedagogisch Didac-tisch Centrum (OPDC) met schakelfunctie als integraal onderdeel van het dekkend aanbod passend onderwijs in het voorgezet onderwijs. Scholen melden leerlingen voor het OPDC aan bij het Samenwerkingsverband VO. Het SWV VO beslist over plaatsing.</al><al>Het OPDC organiseert/verzorgt ten minste:</al><al>• maatwerktrajecten voor leerlingen;</al><al>o elke leerling heeft een ontwikkelingsperspectiefplan</al><al>o zes keer per jaar leerling-oudergesprekken </al><al>o spoedplaatsingen</al><al>o leermiddelen op maat, examenaanbod, stageaanbod.</al><al> o nazorg en expertiseoverdracht: 8 weken nazorg en begeleiding voor </al><al> leerling en school; </al><al>• gedragsinterventies: </al><al>o extra trainingen; </al><al>o coaching;</al><al>o crisisinterventie;</al><al>o preventieve groepsactiviteiten;</al><al> o extra inzet van (ortho)pedagogen;</al><al> o ontwikkeling en professionalisering van de bij het SWV VO aangesloten scholen; </al><al> o in samenwerking met het SWV VO ontwikkelen van passend aanbod;</al><al> o flexibele schil om wisselingen in leerlingaantallen op te vangen. </al><al>7.2.5.Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>Geen aanvullingen op artikel 4. </al><al>7.2.6.Verplichtingen aan alle activiteiten</al><al>De Utrechtse School is een aanvulling op het regulier onderwijs, de financiering voor leerlingen in het regulier onderwijs wordt voor 95% overgedragen door de school van herkomst. </al><al>Op het OPDC:</al><al>o is plaats voor 160 leerlingen;</al><al>o is bij alle leerlingen sprake van gestapelde problematiek, waarbij in ieder geval 90% gedragsproblematiek heeft (zowel internaliserend als externaliserend);</al><al>o ontvangen de leerlingen onderwijs en begeleiding, inclusief eventuele stages op hun niveau;</al><al>o wordt gewerkt aan gedragsverandering, werkhouding en het wegwerken van leerachterstanden;</al><al>o stromen de leerlingen binnen 2 jaar uit;</al><al>o is het mogelijk eindexamen te doen;</al><al>o blijven de leerlingen ingeschreven op de school van herkomst;</al><al>o is de gemiddelde groepsgrootte 12 leerlingen; </al><al>o is tussentijdse in- en uitstroom mogelijk. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3.</nr><titel>Doorontwikkelen passend en dekkend onderwijsvoorzieningen aanbod VO</titel></kop><al>7.3.1.Beoogd(e) effect(en)</al><al>De subsidie levert een bijdrage in de doorontwikkeling van het passend en dekkend on-derwijsvoorzieningenaanbod in het VO. </al><al>7.3.2.Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Voor deze subsidie komt/komen uitsluitend in aanmerking: </al><al>• Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs zoals gesteld in artikel. 4.</al><al>7.3.3.Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al>7.3.4.Subsidiabele activiteiten</al><al>De subsidie kan worden aangevraagd ten behoeve van:</al><al>• het door-ontwikkelen van een dekkend en passend onderwijsvoorzieningenaanbod. De middelen kunnen worden ingezet voor pilots, experimenten en onderzoeken die bijdragen aan het beoogde effect. </al><al>7.3.5. Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>Geen aanvullingen op artikel 4. </al><al>Thema: Talentontwikkeling 12-23</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4.</nr><titel>Combinatiefuncties Brede School en activiteiten Talentonwikkeling VO</titel></kop><al>7.4.1.Beoogd(e) effect(en)</al><al>Een samenhangend aanbod van talentontwikkeling, ouderbetrokkenheid en pedagogische aanpak (burgerschap).</al><al>7.4.2.Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Voor deze subsidie komt/komen uitsluitend in aanmerking: </al><al>• schoolbesturen Voortgezet Onderwijs, zoals beschreven in artikel 4, aanvragende voor een of meerdere Brede Scholen VO die voldoen aan de daarvoor vastgestelde criteria; </al><al>• een schoolbestuur Voortgezet Onderwijs namens andere schoolbesturen Voortge-zet Onderwijs (penvoerder), aanvragende voor een of meer Brede Scholen VO die voldoen aan de daarvoor vastgestelde criteria.</al><al>7.4.3.Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al>7.4.4.Subsidiabele activiteiten</al><al>Deze subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de beoogde effecten. Het gaat hierbij om: </al><al>• de inzet van in totaal 5,4 fte voor het voortgezet onderwijs conform de Brede impuls combinatiefuncties;</al><al>• het bereik van minimaal 50 % van de leerlingen van de school met activiteiten van sport, kunst, cultuur en techniek;</al><al>• het uitvoeren van het jaaractiviteitenplan, met als basis de principes uit de notitie Meerwaarde Brede School VO Utrecht 2013;</al><al>• het participeren in de voor de Brede School relevante relatienetwerken;</al><al>• het zichtbaar maken van de gerealiseerde inzet via de beschikbare communicatiekanalen; </al><al>• het meewerken aan de lokale en landelijke monitoring en evaluatie.</al><al>7.4.5.Verdeelcriteria subsidie</al><al>Fte-combinatiefunctie</al><al>Voor Brede Scholen voortgezet onderwijs is in totaal 5,4 fte combinatiefuncties beschikbaar. </al><al>Per Brede School VO is er als basis 0,4 fte beschikbaar. De resterende hoeveelheid fte wordt via de verdeelsleutel (per school het aantal leerlingen uit postcodecumulatiegebieden) over de scholen verdeeld.</al><al>Subsidie talentontwikkeling</al><al>De subsidie wordt verleend voor een gevarieerd aanbod voor talentontwikkeling op het gebied van techniek, sport en cultuur in combinatie met burgerschap.</al><al>Per Brede School VO is er als basis € x beschikbaar. De resterende middelen worden verdeeld over Brede Scholen met meer dan 120 leerlingen afkomstig uit een cumulatiegebied (postcode woonplaats). De bedragen en/of fte zijn op de website www.utrecht.nl gepubliceerd.</al><al>Bij de verdeling van de subsidie (fte + activiteitenbudget) gaan we uit van de volgende normering:</al><al>Naar fte-combinatiefuncties</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="59*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="41*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Aantal fte </al></entry><entry colname="col2"><al>Normbedrag (max.)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 fte bevoegde leerkracht</al></entry><entry colname="col2"><al>50.000 euro</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 fte onbevoegde leerkracht</al></entry><entry colname="col2"><al>45.000 euro</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Naar activiteiten per Brede School</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="47*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="53*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Talentontwikkeling </al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Basisbudget per Brede School</al></entry><entry colname="col2"><al>x-bedrag*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Extra budget per Brede School met &gt; 120 lln. uit een cumulatie gebied </al></entry><entry colname="col2"><al>X -bedrag x het aantal leerlingen boven de 120 lln uit een cumulatie gebied ** </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>*de “x” bedragen zijn op de website www.utrecht.nl gepubliceerd.</al><al>** 3513/15/25/26/27/31/52/54/55/61/62/63/64</al><al>7.4.6.Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>Aanvullend op de eisen in artikel 4 dient de aanvrager, door middel van het jaaractiviteiten-plan, inzicht te geven in:</al><al>• het aantal fte (combinatiefunctie) en het totaal budget op basis van het normbedrag en afhankelijk van de bevoegdheid van de professional; </al><al>• de wijze waarop talentontwikkeling wordt georganiseerd in termen van:</al><al>o periodes van de activiteiten (binnen-buiten schooltijd en periodes in school-jaar)</al><al>o soort activiteiten (sport, kunst, cultuur en techniek) en eventueel de relatie tot aanpalende activiteiten bijv. cultuur(educatie), jongerenwerk </al><al>o aantal deelnemende doelgroepleerlingen</al><al>o de wijze van toeleiding naar en verbinding met sport- en/of cultuurvoorzie-ningen in de wijk/stad</al><al>• de wijze waarop aan de samenwerking met de partners invulling wordt gegeven;</al><al>• de wijze waarop wordt gewerkt aan de (gezamenlijke) pedagogische aanpak (burgerschap)</al><al>• m.b.t het jongerenwerk aangeven met welk doel en welke resultaten de activiteiten van het jongerenwerk worden uitgevoerd.</al><al>• eventuele inzet van overige budgetten.</al><al>7.4.7.Verplichtingen aan alle activiteiten</al><al>Een combinatiefunctionaris onderwijs:</al><al>• heeft een uitvoerende en organiserende rol in het aanbieden van een gevarieerd aan-bod van brede talentontwikkeling zoals sport- en cultuuractiviteiten in combinatie met burgerschap en maakt hierin de verbinding met de wijk; </al><al>• stimuleert leerlingen voor kennismaking met allerlei sport-, techniek-, kunst- en/of cultuuractiviteiten en oriëntatie op de mogelijkheden voor de beoefening van een of meer van die activiteiten in de wijk/stad.</al><al>De combinatiefunctie mag ook worden ingevuld door een jongerenwerker. De gemeentelijke bijdrage hiervoor zal echter niet boven de maximale bijdrage van 50.000 per fte uitkomen. Eventuele meerkosten per fte zijn voor rekening van de school.</al><al>Talentontwikkeling activiteiten: </al><al>• zijn een toevoeging op het bestaande curriculum en beslaan een divers aanbod van talentontwikkeling zoals techniek, sport en cultuur in combinatie met burgerschap;</al><al>• waarbij minimaal € 3.500 van de subsidie talentontwikkeling wordt besteed aan sportactiviteiten.</al><al>7.4.8.Aanvullende bepalingen</al><al>• De inzet op fte voor combinatiefuncties kan niet worden omgezet in activiteitenbudget</al><al>• Binnen de fte combinatiefuncties – met uitzondering van de basisinzet (0,4 fte) - mag in voorkomende gevallen en in overleg met de gemeente wel geschoven worden tussen Brede Scholen vallend onder hetzelfde bestuur. Deze bepaling is alleen van toepassing indien daar melding van wordt gemaakt in de subsidieaanvraag.</al><al>• De overige inzet mag naar eigen inzicht worden vertaald in een activiteitenplan, mits dit bijdraagt aan de in 7.4.1 benoemde effecten en te herleiden is naar onder 7.4.4 benoemde subsidiabele activiteiten. </al><al>Thema: Schoolloopbaan 12-23</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5.</nr><titel>Overgang primair onderwijs (PO) naar voortgezet onderwijs (VO)</titel></kop><al>7.5.1.Beoogd(e) effect(en)</al><al>Alle Utrechtse leerlingen vinden een plek op het voortgezet onderwijs die aansluit bij hun niveau.</al><al>7.5.2.Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Voor deze subsidie komt/komen uitsluitend in aanmerking: </al><al>• Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs, zoals gesteld in artikel 4.</al><al>7.5.3.Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al>7.5.4.Subsidiabele activiteiten</al><al>De subsidie Overgang primair onderwijs (PO) naar voortgezet onderwijs (VO) (ook wel POVO) kan worden aangevraagd voor structurele stedelijke coördinatie POVO: er is één stedelijk coördinatiepunt POVO ingericht. Het stedelijk coördinatiepunt POVO heeft als taken: </al><al>• organiseren van de feitelijke overdracht van alle Utrechtse leerlingen van het PO naar het VO</al><al>• het coördineren van de aanmelding en waar nodig loting</al><al>• helpdeskfunctie voor scholen</al><al>• informatiefunctie voor scholen en ouders</al><al>• deskundigheidsbevordering: minimaal 3x per jaar themabijeenkomsten. Eén van de thema's dient de Warme Overdracht te zijn;</al><al>• het faciliteren van de digitale overdracht </al><al>• het jaarlijks evalueren en verbeteren van de POVO-procedure. </al><al>7.5.5.Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>Geen aanvullingen op artikel 4. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6.</nr><titel>Stedelijke coördinatie loopbaanoriëntatie Voortgezet Onderwijs (VO) naar Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)</titel></kop><al>7.6.1.Beoogd(e) effect(en)</al><al>Het versoepelen (inhoudelijk én procedureel) van de overgang die leerlingen aan het einde van het voortgezet onderwijs (VO) maken naar het middelbaar beroepsonderwijs (MBO), voor een goede start op het MBO en om voortijdig afhaken van een jongere tegen te gaan.. </al><al>• 100% van de VO-scholen heeft beleid op Loopbaanoriëntatie en begeleiding(LOB) dat minimaal aan de eisen van de Utrechtse LOB-standaard van het Samenwer-kingsverband Sterk VO voldoet. </al><al>• In schooljaar 2017/18 heeft de loopbaancoach 100% van de ouders betrokken. </al><al>• Bij alle probleemsituaties worden ouders en/of leerplicht betrokken;</al><al>• Jongeren maken een bewuste(re) keuze voor een vervolgopleiding: waarbij in de keuze aandacht is voor de kans op een baan na afronding van de vervolgopleiding kiezen met het hart én het hoofd).</al><al>7.6.2.Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Voor deze subsidie komt/komen uitsluitend in aanmerking: </al><al>• Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs, zoals beschreven in artikel 4.</al><al>7.6.3.Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al>7.6.4. Subsidiabele activiteiten</al><al>De subsidie kan worden aangevraagd voor:</al><al>• stedelijke coördinatie VO-MBO en implementatie van regionaal beleid op de scholen aangesloten bij het samenwerkingsverband Sterk VO;</al><al>• inzet begeleiders passend onderwijs op alle VO scholen ten behoeve van de imple-mentatie van afspraken voortkomend uit de actielijnen van de SchoolWerkt agenda (m.n. actielijn 2 en 5 gericht op het verbeteren van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het versterken van loopbaanoriëntatie en beroepsbeeldontwikkeling) en het convenant kwetsbare jongeren;</al><al>• deskundigheidsbevordering via het organiseren van netwerkbijeenkomsten, proeftafels en miniconferenties;</al><al>• ondersteunen LOB projecten van scholen inclusief trainingen;</al><al>• uitvoeren van de aanpak ouderbetrokkenheid. </al><al>• kennisdeling tussen alle scholen aangesloten bij Sterk VO over het LOB beleid en overgang naar vervolgonderwijs, dagbesteding en/of arbeid</al><al>7.6.5. Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>Geen aanvullingen op artikel 4. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.7</nr><titel>Regionale aanpak schooluitval (aanpak VSV) en jongeren in kwetsbare positie</titel></kop><al>7.7.1 Beoogd(e) effect(en)</al><al>Meer jongeren in RMC-regio 19 worden begeleid op hun unieke pad naar kansrijke deel-name aan de samenleving door het voorkomen van (tijdelijke) schooluitval en het stimuleren dat minimaal een startkwalificatie behaald wordt.</al><al>Op basis van de regionale SchoolWerkt agenda 2015-2019 zijn er vijf actielijnen en de specifieke doelgroep oud VSV’ ers te onderscheiden. Inzet hierop leidt tot het volgende:</al><al>• Elke jongere is in beeld.</al><al>• Meer jongeren behalen een startkwalificatie.</al><al>• Meer jongeren met ondersteuningsbehoefte zijn warm overgedragen.</al><al>• Jongeren maken een bewustere en realistischere opleidingskeuze.</al><al>• Meer jongeren vinden een stage en leerwerkbaan door goede samenwerking tus-sen VO, MBO, werkgevers en gemeenten. </al><al>7.7.2 Aanvullende eisen aan de aanvrager</al><al>Voor deze subsidie komt/komen in aanmerking: </al><al>• Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs binnen RMC-regio 19 Utrecht;</al><al>• Besturen van een MBO-instelling RMC-regio 19 Utrecht voor de eigen organisatie of namens andere MBO-instellingen RMC-regio 19 Utrecht (penvoerder), aanvragende voor een of meer MBO-instellingen RMC- regio 19 Utrecht die voldoen aan de daarvoor vastgestelde criteria;</al><al>• Gemeenten Nieuwegein, Woerden en Zeist als kerngemeenten binnen de subregio’s in RMC-regio 19 </al><al>7.7.3 Subsidieplafond</al><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al><al>7.7.4 Verdeling subsidie</al><al>De wijze van verdeling van beschikbare subsidiabele middelen wordt opgenomen in het regionale programma VSV 2017-2018 met een doorkijk naar 2020. Dit is het regionale uitvoeringsplan van de SchoolWerkt agenda 2015-2019. </al><al>7.7.5 Beoordeling en toetsing aanvraag</al><al>De beoordeling en toetsing van de aanvraag vindt plaats door de gemeente Utrecht, vanuit de rol als centrumgemeente in RMC regio 19 Utrecht. Uitvoering vindt plaats binnen de kaders die zijn afgesproken met de partners in RMC regio Utrecht en zijn vastgelegd in het regionale programma VSV 2017- 2018.</al><al>7.7.6. Subsidiabele activiteiten</al><al>De subsidiabele activiteiten zijn opgenomen in het regionale programma VSV 2017-2018 met een doorkijk naar 2020. De subsidie kan worden aangevraagd voor de volgende activiteiten:</al><lijst><li nr="1."><al>Creëren sterke basis voor de jongere: uitdagend onderwijs, eisen stellen aan de inzet van de jongeren en ondersteunende leefomgeving.</al></li><li nr="2."><al>Loopbaanoriëntatie organiseren in een doorlopende leerlijn.</al></li><li nr="3."><al>Sluitende overgangen en warme overdracht.</al></li><li nr="4."><al>Extra ondersteuning waar nodig en passende begeleiding voor jongeren in kwetsbare positie</al></li><li nr="5."><al>Goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.</al></li><li nr="6."><al>Versterking van toekomstkansen voor eerder uitgevallen jongeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Cultuureducatie, ‘Cultuur voor ieder kind’</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8.1. Beoogd(e) effect(en)</titel></kop><structuurtekst><al>Alle leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs komen in aanraking met cultuur, zowel actief als receptief en reflectief.</al><al>Cultuureducatie biedt kinderen en jongeren de kans om hun creatief talent te ontdekken en te ontwikkelen. Cultuureducatie kan worden vormgegeven als een apart vak. Het kan ook volledig worden geïntegreerd in het curriculum van de school: dan is er sprake van cultuuronderwijs. Een illustratie daarvan is het gebruik van cultuureducatie binnen het vak Maatschappijleer in het voorgezet onderwijs, bijvoorbeeld als een theaterstuk wordt bezocht of gemaakt over een maatschappelijk thema. Dit is wat wordt nagestreefd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8.2. Aanvullende eisen aan de aanvrager</titel></kop><structuurtekst><al>Voor deze subsidie komt/komen uitsluitend in aanmerking:</al><al>• Schoolbesturen PO en schoolbesturen VO, zoals beschreven in artikel 4.</al><al>• Schoolbesturen speciaal onderwijs en schoolbesturen voortgezet speciaal onderwijs voor zover de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten die een school of onderwijsin-stelling binnen de grenzen van de gemeente Utrecht betreft.</al><al> (Brede) Scholen die gezamenlijk met andere (brede) scholen vorm willen geven aan hun beleid op het gebied van cultuureducatie, kunnen een gezamenlijke aanvraag indienen. Deze aanvraag bestaat uit het formulier en een bijlage waarin het gezamenlijke karakter van de aanvraag wordt onderbouwd;</al><al> Indien er een subsidie wordt ontvangen van het Rijk (of andere overheid) voor cultuureducatie, dient de gemeentelijke subsidie als aanvulling. U dient in uw aanvraag aan te geven welke activiteiten u financiert met de Rijkssubsidie en voor welke aanvullende activiteiten u de gemeentelijke subsidie aanvraagt. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8.3. Subsidieplafond</titel></kop><structuurtekst><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8.4. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><structuurtekst><al>Deze subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de beoogde effecten. Het gaat hierbij om:</al><lijst><li nr="1."><al>Activiteitenbudget (8.6): het ontplooien van activiteiten die bijdragen aan het cultuuronderwijs of aan cultuureducatie op de school voor de looptijd van één kalenderjaar;</al></li><li nr="2."><al>Innovatiebudget (8.7): subsidie voor scholen om voor de school in kwestie vernieuwende werkvormen en/of projecten uit te proberen/uit te voeren op het gebied van cultuureducatie (zie 8.7);</al><al> NB de subsidie is niet bedoeld voor huisvesting;</al><al> NB de subsidie mag alleen aan hardware worden besteed als cultuureducatie het hoofddoel is.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8.5. Verdeelcriteria subsidie</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="-"><al>het maximaal aan te vragen bedrag per leerling voor cultuureducatie wordt jaarlijks vastgesteld en gepubliceerd op www.utrecht.nl;</al></li><li nr="-"><al>het maximale bedrag dat een school kan aanvragen uit het innovatiebudget wordt jaarlijks vastgesteld en gepubliceerd op www.utrecht.nl.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8.6. Activiteitenbudget</titel></kop><structuurtekst><al>8.6.1. Aanvullende eisen aan de aanvrager activiteitenbudget </al><al>Scholen komen op grond van deze beleidsregel voor het activiteitenbudget in aanmerking als zij voldoen aan alle onderstaande eisen:</al><lijst><li nr="I."><al>de school ontplooit aantoonbare activiteiten op het gebied van cultuureducatie die het behalen van de kerndoelen binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie (PO) respectievelijk kunst en cultuur (onderbouw VO) bevorderen;</al></li><li nr="II."><al>de school werkt actief aan de totstandkoming van een doorgaande leerlijn conform begrippenlijst voor cultuuronderwijs;</al></li><li nr="III."><al>cultuureducatie is geïntegreerd in een of meerdere vakken van het curriculum of wordt als apart vak aangeboden;</al></li><li nr="IV."><al>de school werkt actief aan het onderhouden en verdiepen van kennis en des-kundigheid van leerkrachten op het gebied van cultuureducatie.</al></li><li nr="V."><al>er is sprake van actieve, receptieve en reflectieve kunstbeoefening door de leerlingen.</al></li></lijst><al>8.6.2 Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag</al><al>Aanvragers moeten duidelijk aangeven:</al><lijst><li nr="1."><al>voor welke school of scholen zij aanvragen;</al></li><li nr="2."><al>hoeveel leerlingen op deze school/scholen zitten;</al></li><li nr="3."><al>voor welke onderdelen (cultuureducatie activiteiten, innova-tiebudget) zij subsidie willen aanvragen.</al></li></lijst><al>Aanvragen moeten voorzien zijn van de volgende bijlagen:</al><lijst><li nr="4."><al>het schoolplan met daarin aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de visie van de school op het gebied van cultuureducatie;</al></li><li nr="b."><al>kerndoelen en tussendoelen op</al><al> het gebied van cultuureducatie;</al></li><li nr="c."><al>opbouw van de leerstof bedoeld om het einddoel te halen</al><al> en zo een doorgaande leerlijn te ontwikkelen op het </al><al> gebied van cultuureducatie;</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>het jaarplan met daarin aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>activiteiten om de geformuleerde doelen te bereiken;</al></li><li nr="b."><al>aanvragen vanaf jaar 2 dienen een analyse van het voor</al><al> gaande jaar mee te sturen met daarin een evaluatie of de </al><al> doelen behaald zijn en wat de aanbevelingen zijn voor </al><al> het komend jaar; Hiervoor dient het analyseformulier te </al><al> worden gebruikt zoals gepubliceerd op www.utrecht.nl;</al></li><li nr="c."><al>als een school geen jaarplan maakt, dan zullen</al><al> bovenstaande punten in een apart plan uiteengezet moeten </al><al> worden;</al></li><li nr="d."><al>een inzichtelijke begroting waarin ook eventuele andere</al><al> financiële middelen voor cultuureducatie zichtbaar worden </al><al> gemaakt; Hiervoor dient het begrotingsformat te worden </al><al> gebruikt zoals gepubliceerd op www.utrecht.nl;</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8.7. Innovatiebudget</titel></kop><structuurtekst><al>8.7.1. Innovatiebudget </al><al>Het innovatiebudget is een subsidie voor scholen om voor de school in kwestie ver-nieuwende werkvormen en/of projecten uit te proberen/uit te voeren op het gebied van cultuureducatie. </al><al>• het bedrag dat voor innovatie beschikbaar is, is een vast bedrag. Dit vaste bedrag varieert per jaar;</al><al>• de hoogte van het innovatie budget en het maximaal aan te vragen bedrag per school wordt jaarlijks vastgesteld en gepubliceerd op www.utrecht.nl;</al><al>8.7.2. Aanvullende eisen aan de aanvrager innovatiebudget</al><al>Scholen komen op grond van deze beleidsregel voor het innovatiebudget in aanmer-king als zij voldoen aan de onderstaande eisen:</al><lijst><li nr="I."><al>De basis is op orde: de aanvrager voldoet aan de criteria voor het activiteitenbudget en vraagt deze subsidie aan. Het innovatiebudget kan pas worden gehonoreerd indien de aanvraag voor het activiteitenbudget ook wordt gehonoreerd voor dat betreffende jaar;</al></li><li nr="II."><al>Eén aanvraag per jaar: een school mag niet meer dan één aanvraag per jaar indienen voor het innovatiebudget;</al></li><li nr="III."><al>Meerdere projecten per aanvraag mag: de aanvraag mag meerdere projecten bevatten, mits deze binnen het beschikbaar gestelde budget passen (zie 8.7.1 Innovatiebudget).</al></li></lijst><al>8.7.3. Uw aanvraag voor het innovatiebudget dient te bestaan uit (u dient alle onderstaande informatie aan te leveren ):</al><al>A.Beschrijf in uw aanvraag kort waar uw school nu staat en wat u wilt</al><al> vernieuwen; wat is voor uw school vernieuwend aan het voorgenomen project?</al><al> Wat gaat u anders doen dan voorheen?</al><al>Het project dient een aantoonbare meerwaarde te creëren (voor de school, de docenten én de leerlingen) op dat wat nu al wordt gedaan.</al><lijst><li nr="B."><al>In uw aanvraag specificeert u de volgende drie doelen voor uw project:</al></li><li nr="I."><al>werken aan de ontwikkeling van leerlingen</al></li></lijst><al>Wat gaat de leerling binnen het project ontwikkelen /leren en wat kan de leerling dus na het project? EN; </al><al>II.werken aan de ontwikkeling van de interne docent(en)</al><al>Wat gaat de interne docent binnen het project ontwikkelen/leren en wat kan de docent dus na het project? EN;</al><al>III.verbinden met schoolvakken en/of de omgeving</al><al>Hoe zal het project verbonden zijn met schoolvakken en/of de omgeving?; </al><lijst><li nr="C."><al>Uw aanvraag bestaat uit:</al></li><li nr="a."><al>8.7.3. A en B;</al></li><li nr="b."><al>een activiteitenplan waarin u omschrijft:</al></li><li nr="i."><al>Projectomschrijving: omschrijf zo duidelijk mogelijk wat u gaat doen en hoe het project eruit gaat zien:</al></li></lijst><al>wat voor type opdracht/project wilt u inzetten om de doelen te bereiken? </al><lijst><li nr="ii."><al>hoeveel leerlingen aan het project participeren.</al></li><li nr="iii."><al>wat de planning van de opdracht/het project is.</al></li><li nr="c."><al>een begroting (hiervoor dient het begrotingsformat te worden gebruikt</al></li></lijst><al> zoals gepubliceerd op www.utrecht.nl) waarin u:</al><lijst><li nr="i."><al>inzicht op deelgebieden geeft hoe u het innovatiebudget in zal zetten in het project;</al></li><li nr="ii."><al>inzicht geeft betreffende andere inkomstenbronnen die worden gebruikt om het project mogelijk te maken</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8.8. Verplichtingen aan alle activiteiten</titel></kop><structuurtekst><al>-</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8.9. Aanvullende bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Het schoolbestuur werkt mee aan periodiek monitoren en evaluaties.</al><al>9.Evaluatie</al><al>De beleidsregel wordt binnen twee jaar geëvalueerd en daar waar nodig worden er aanpassingen gemaakt. </al><al>10.Slotbepalingen</al><al>10.1 Inwerkingtreding</al><al>10.Deze regeling treedt in werking op de dag van publicatie van deze beleidsregel. Hiermee vervallen de volgende beleidsregels: </al><al>10.• Beleidsregel Onderwijs gemeente Utrecht 2017- Goed onderwijs voor de Utrechtse Jeugd.</al><al>10.• Beleidsregel subsidie cultuureducatie: ‘cultuur voor ieder kind’</al><al>10.2 Looptijd</al><al>10.Onbepaalde tijd.</al><al>10.3 Citeertitel</al><al>10.Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Onderwijs gemeente Utrecht 2018 - Goed onderwijs voor de Utrechtse Jeugd.</al><al>10.Aldus is vastgesteld door burgemeesters en wethouders van Utrecht in hun vergadering van 30 mei 2017.</al><al>10.De secretaris, De burgemeester,</al><al>10.Drs. G. Haanen Mr J.H.C. van Zanen</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>