<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR452364_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële Verordening Vervoerregio Amsterdam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Vervoerregio Amsterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beemster</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oostzaan</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Purmerend</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uithoorn</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wormerland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2017-414.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dBladGemeenschappelijkeRegeling%26dpr%3dAlle%26spd%3d20170728%26epd%3d20170728%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dVervoerregio%2bAmsterdam%26orgt%3dregionaal%2bsamenwerkingsorgaan%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Blad gemeenschappelijke regeling 28 juli 2017, nr. 414 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële Verordening Vervoerregio Amsterdam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR454913_1">Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam, artikel 52</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=212, 213, 213a&amp;g=2017-01-01">Gemeentewet, artikel 212, 213 en 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-03-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-07-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2017-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging naar aanleiding van wijziging naam Stadsregio Amsterdam in Vervoerregio Amsterdam</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BBV/2017/3697</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam heeft met ingang van 1 januari 2017 de naam gewijzigd in “Vervoerregio Amsterdam”. De geldende regelgeving van de Stadsregio Amsterdam in de periode van 1 januari 2014 tot 1 januari 2017 is terug te vinden onder regelgeving van de Vervoerregio Amsterdam.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële Verordening Vervoerregio Amsterdam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de organisatie
                                    van de Vervoerregio Amsterdam die als zodanig een eigen
                                    rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het Dagelijks Bestuur
                                    heeft;</al></li><li nr="b."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de Vervoerregio Amsterdam en ten behoeve van
                                    de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al></li><li nr="c."><al>administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                    leiding;</al></li><li nr="d."><al>financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de
                                    Vervoerregio Amsterdam;</al></li><li nr="e."><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving, waaronder verordeningen van de Regioraad;</al></li><li nr="f."><al>doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen;</al></li><li nr="g."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                    effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inrichting financiële documenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Regioraad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een
                                programma-indeling voor de raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Regioraad stelt op voorstel van het Dagelijks Bestuur per
                                programma relevante indicatoren vast voor het meten en afleggen van
                                verantwoording over de door de Vervoerregio geleverde goederen en
                                diensten en de doelstellingen van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begroting, de tussentijdse rapportage en de Jaarstukken bestaan
                                uit een programmadeel, een deel met de verplichte paragrafen en een
                                financieel deel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het financieel deel van de onder lid 3 genoemde documenten neemt
                                het Dagelijks Bestuur op een overzicht van:</al><lijst><li nr="- "><al>De baten en lasten per programma voor
                                        resultaatbestemming</al></li><li nr="-"><al>De resultaatbestemming naar programma uitgesplitst</al></li><li nr="-"><al>De algemene dekkingsmiddelen en de daarmee gefinancierde
                                        programma’s</al></li><li nr="-"><al>De specifieke programma-overschrijdende uitkeringen en de
                                        daarmee gefinancierde programma’s</al></li><li nr="-"><al>De financiële positie waarin tenminste is opgenomen een
                                        overzicht van:</al><lijst><li nr="*"><al>de reserves van de Vervoerregio voor en na
                                                resultaatbestemming</al></li><li nr="*"><al>de nog niet bestede vooruitontvangen middelen</al></li><li nr="*"><al>de investeringen</al></li><li nr="*"><al>de verstrekte leningen, waarborgen en garanties</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in het Besluit Begroting en Verantwoording voorgeschreven
                                meerjarenraming wordt opgesteld voor een langere periode dan
                                wettelijk voorgeschreven drie jaren en beslaat tenminste de lopende
                                en komende bestuursperiode.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Planning en controlcyclus</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stuurt de ontwerp begroting naar de Regioraad
                                en het college van de deelnemende gemeenten van de Vervoerregio
                                Amsterdam zes weken voordat de ontwerp begroting in de Regioraad
                                wordt behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Regioraad stelt de begroting voor het komende jaar vast voor 1
                                juli van het lopende jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur neemt in de begroting het werkplan, de
                                tussentijdse rapportage en de jaarstukkken een overzicht op met
                                daarin de data voor het vaststellen door de raad van de begroting,
                                het werkplan, de tussentijdse rapportage en de jaarstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Werkplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt als uitwerking van de voor 1 juli
                                vastgestelde begroting een Werkplan op waarin per programma wordt
                                opgenomen de doelstellingen van het beleid, welke activiteiten en
                                producten worden uitgevoerd om de doelstellingen van de programma´s
                                te realiseren en de hiervoor begrote middelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Regioraad stelt de te realiseren doelstellingen en de daarvoor
                                beschikbaar gestelde middelen van het Werkplan vast en neemt kennis
                                de activiteiten en producten die het Dagelijks Bestuur uitvoert om
                                de doelstellingen te realiseren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om redenen van doelmatigheid kan het Werkplan uit meerdere delen
                                bestaan. In dat geval geeft het Dagelijks Bestuur in elk van de
                                onderdelen een overzicht van de onderdelen van het Werkplan en de
                                relatie tussen deze onderdelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Autorisatie begroting en begrotingswijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Regioraad autoriseert met het vaststellen van de begroting of een
                                begrotingswijziging de totale lasten en de totale baten per
                                programma, de investeringen en het overzicht van de algemene en
                                specifieke dekkingsmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat een begrotingswijziging die
                                leidt tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage tenminste zes
                                weken voor aanbieding aan de Regioraad naar de gemeenten wordt
                                gestuurd. Het Dagelijks Bestuur ziet er op toe dat er geen
                                financiële handelingen worden verricht die vooruitlopen op een
                                verhoging van de gemeentelijke bijdrage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur informeert de Regioraad tussentijds over de
                                uitvoering van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt in elk geval een tussentijdse rapportage
                                op die in het najaar aan de Regioraad wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tussentijdse rapportage gaat in op afwijkingen in baten en
                                lasten, op de geleverde goederen en diensten alsmede op de voortgang
                                in de bijdrage aan derden. Indien daar aanleiding toe is wordt ook
                                aandacht besteed aan de doelstellingen van beleid en de
                                maatschappelijke effecten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur legt verantwoording af over de uitvoering van
                                de programma’s. In de verantwoording geeft het Dagelijks Bestuur
                                aan:</al><lijst><li nr="-"><al>in welke mate de doelstelling van het beleid zijn
                                        bereikt;</al></li><li nr="-"><al>welke goederen en diensten zijn geleverd;</al></li><li nr="-"><al>welke kosten hiervoor gemaakt zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Regioraad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de
                                programma’s of de doelstellingen van de programma’s voor het lopende
                                jaar bijstelling behoeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nota reserves en vooruitontvangen middelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt voor elke bestuursperiode een nota
                                reserves en vooruitontvangen middelen op waarin voor alle reserves
                                en vooruitontvangen middelen wordt toegelicht op welke wijze het
                                beheer is geregeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Reserves worden uitsluitend bij besluit van de Regioraad
                                ingesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur is bevoegd per programma een onderverdeling te
                                maken van de voor het betreffende programma beschikbare
                                vooruitontvangen middelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat in de uiteenzetting van de
                                financiële positie algemeen aanvaarde richtlijnen voor waardering en
                                afschrijving van vaste activa worden gehanteerd. Bij elk
                                investeringskrediet wordt de afschrijvingstermijn van het krediet
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zorgt voor een actuele en volledige
                                registratie van bezittingen en schulden van de Vervoerregio.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitgangspunten Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zorgt bij de uitoefening van de
                                financieringsfunctie voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de Regioraad vastgestelde kaders van de begroting uit
                                        te kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                        kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
                                        en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur werkt de meerjarenraming in de begroting uit
                                tot een liquiditeitenplanning die gelijktijdig met het Werkplan aan
                                de Regioraad wordt aangeboden. De liquiditeitenplanning beslaat een
                                periode die tenminste gelijk is aan de lopende en eerstkomende
                                bestuursperiode.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Wettelijk kader Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur ziet erop toe dat aan de wettelijke eisen met
                                betrekking tot de financieringsfunctie wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur licht in de paragraaf Financiering van de
                                begroting en jaarrekening toe op welke wijze zij het wettelijk kader
                                vertaalt in instrumenten die worden gehanteerd in de
                                financieringsfunctie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Financiering van Publieke taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                                financiële participaties wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van een
                                publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een publieke taak wordt vastgesteld met een afzonderlijk besluit van
                                de Regioraad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                                aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak
                                bedingt het Dagelijks Bestuur indien mogelijk zekerheden. Het
                                Dagelijks Bestuur motiveert in zijn besluit het openbaar belang van
                                dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties
                                en financiële participaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Organisatie van de financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zorgt bij de uitvoering van de
                                financieringsfunctie voor een adequate functiescheiding tussen
                                degenen die gemachtigd worden tot het uitzetten of opnemen van
                                middelen en de functionarissen die de transacties registreren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur ziet erop toe dat elke af te sluiten
                                financiële transactie door twee functionarissen geautoriseerd
                                wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur ziet er op toe dat:</al><lijst><li nr="-"><al>alle opdrachtbevestigingen en</al></li><li nr="-"><al>alle transacties die leiden tot een verandering in de omvang
                                        van de uitgezette of opgenomen middelen</al></li><li nr="-"><al>alle betalingen en ontvangsten uit hoofde van de
                                        financieringsfunctie</al></li></lijst><al>direct in de financiële administratie worden vastgelegd zonder welke
                                tussenkomst dan ook van degenen die bevoegd zijn tot
                                autorisatie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Gemeentelijke bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                notitie aan met een prognose van de gemeentelijke bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de notitie met de prognose gemeentelijke bijdrage noemt het
                                Dagelijks Bestuur de programma’s die met de gemeentelijke bijdrage
                                worden gefinancierd en de programma’s die met middelen van derden
                                worden gefinancierd. Indien voor een programma meerdere
                                dekkingsbronnen in aanmerking komen, geeft het Dagelijks Bestuur aan
                                welke verhouding tussen deze financieringsbronnen beoogd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen
                                van de begroting en van de jaarstukken aan de risico’s van materieel
                                belang, de omvang van deze risico’s en een inschatting van de kans
                                dat deze risico’s zich voordoen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De risico’s, de geschatte omvang en de inschatting van de kans dat
                                de risico’s zich voordoen wordt per programma of groep van
                                gelijksoortige programma’s opgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de paragraaf weerstandsvermogen wordt toegelicht welke middelen
                                beschikbaar zijn of gehouden moeten worden om de risico’s af te
                                dekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Financiering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het Dagelijks Bestuur in de
                                paragraaf financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="-"><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="-"><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="-"><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte;</al></li><li nr="-"><al>de rentevisie en</al></li><li nr="-"><al>de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                        financieringsfunctie</al></li><li nr="-"><al>de ingezette financiële instrumenten en de daaraan verbonden
                                        risico’s.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De paragraaf bedrijfsvoering in de begroting noemt de
                                beleidsuitgangspunten die gelden voor de ondersteunende functies van
                                de programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de paragraaf Bedrijfsvoering neemt het Dagelijks Bestuur in elk
                                geval op:</al><lijst><li nr="-"><al>de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand
                                        en de loonkosten</al></li><li nr="-"><al>de kosten van inhuur van derden</al></li><li nr="-"><al>de huisvestingskosten</al></li><li nr="-"><al>de automatiseringskosten</al></li></lijst><al>en de beleidsuitgangspunten met betrekking tot deze
                                onderwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf verbonden partijen neemt het Dagelijks Bestuur voor
                                elke verbonden partij in elk geval op:</al><lijst><li nr="-"><al>de naam en vestigingsplaats</al></li><li nr="-"><al>het financieel belang van de Vervoerregio</al></li><li nr="-"><al>de zeggenschap van de Vervoerregio</al></li><li nr="-"><al>het publiek belang dat wordt gediend met de deelname van de
                                        Vervoerregio.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Vervoerregio heeft geen gronden in eigendom.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elk programma in de begroting en jaarrekening wordt aandacht
                                besteed aan het kader waarbinnen subsidieverlening door de
                                Vervoerregio Amsterdam plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidieverordeningen worden vastgesteld door de Regioraad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur legt in een besluit vast:</al><lijst><li nr="-"><al>een eenduidige indeling van de organisatie van de
                                        Vervoerregio en een eenduidig toewijzing van de taken aan de
                                        afdelingen;</al></li><li nr="-"><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                        verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne
                                        controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
                                        verstrekte informatie aan beleid- en beheersorganen is
                                        gewaarborgd;</al></li><li nr="-"><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                        verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                        investeringskredieten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt nadere regels voor de ambtelijke
                                organisatie die een rechtmatige en doelmatige en doeltreffende
                                uitvoering van de begroting beogen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zorgt voor interne toetsing ten behoeve van
                                het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de
                                baten en lasten en de balansmutaties en de informatieverstrekking
                                hierover.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De interne toetsing is er mede op gericht bij te dragen aan een
                                betere beheersing van de risico’s die genoemd worden in de paragraaf
                                weerstandvermogen van de begroting en jaarrekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de organisatie als geheel en in de afdelingen van de
                                        Vervoerregio Amsterdam;</al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, contracten en
                                        schulden, enzovoorts;</al></li><li nr="-"><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het
                                        maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="-"><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende
                                        wet- en regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle
                                        op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 15 maart
                                2012.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                                Verordening Vervoerregio Amsterdam”.</al><al/><al/><al/><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/></kop><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al/><al/><al>Bij wet van 2 juli 2003 is bepaald dat artikel 212 van de Gemeentewet over
                    financieel beleid en beheer ook van toepassing is op de stadsregio’s. Er zijn
                    een aantal redenen om de op 13 december 2005 door de regioraad vastgestelde
                    Financiële verordening Stadsregio Amsterdam te herzien.</al><al/><al>In artikel 212 lid 2c is bepaald dat in de Financiële verordening regels,
                    richtlijnen en limieten voor de financieringsfunctie opgenomen worden. Dat is
                    destijds uitgewerkt in een treasurystatuut dat de Regioraad op 18 december 2001
                    heeft vastgesteld. Het Treasurystatuut moet aangepast worden aan de huidige
                    wettelijke regelingen die inmiddels veel uitgebreider zijn dan destijds bij het
                    vaststellen van het Treasurystatuut. het geval was. Doordat de wettelijke
                    regelingen veel uitgebreider zijn is een apart Treasurystatuut niet nodig. De
                    regels over de financieringsfunctie kunnen opgenomen worden in de financiële
                    verordening. Deze oplossing wordt ook door gemeenten gekozen en is nu ook voor
                    de Vervoerregio overgenomen.</al><al/><al>De tweede reden is dat de opvattingen over het karakter van de Financiële
                    Verordening zijn gewijzigd. Door de regels meer te richten op resultaten en
                    minder op procedurele aspecten kan de Financiële Verordening leesbaarder en
                    korter worden. De Vereniging van Nederlandse gemeenten heeft daarom dan ook een
                    korte en uitgebreide modelverordening opgesteld met keuzemogelijkheden. Voor het
                    opstellen van de Financiële Verordening van de Vervoerregio is gebruik gemaakt
                    van de modelverordeningen van de VNG.</al><al/><al>In de voorliggende financiële verordening wordt de verdeling van taken en
                    bevoegdheden tussen Regioraad en Dagelijks Bestuur uitgewerkt. Het eerste deel
                    van de verordening geeft regels over de begroting en verantwoording over de
                    uitvoering van de begroting.</al><al/><al>In het tweede deel staan de regels over de financiële positie en in het derde
                    deel zijn de regels over de verplicht voorgeschreven paragrafen opgenomen. Deel
                    twee en drie bepalen het beleidskader waarbinnen het Dagelijks Bestuur de
                    begroting moet uitvoeren.</al><al/><al>Het vierde deel geeft het Dagelijks Bestuur opdracht de ambtelijke organisatie
                    zo in te richten dat een goede uitvoering van de begroting gewaarborgd
                    wordt.</al><al/><al><vet>Titel 2 Begroting en verantwoording</vet></al><al/><al>Gemeenten stellen de begroting voor het komende jaar vast in het najaar van het
                    lopende jaar. De Vervoerregio Amsterdam is wettelijk verplicht de begroting voor
                    1 juli op te stellen zodat gemeenten tijdig weten wat de hoogte van de
                    gemeentelijke bijdrage aan de Vervoerregio Amsterdam zal zijn. Bovendien
                    schrijft de Wet gemeenschappelijke regelingen voor dat de ontwerp begroting van
                    de Vervoerregio Amsterdam zes weken voor toezending aan de Regioraad naar de
                    gemeenten gestuurd moet worden. De ontwerpbegroting van de Vervoerregio
                    Amsterdam moet daardoor begin april door het Dagelijks Bestuur vastgesteld zijn.
                    Eind maart moet de ontwerpbegroting daarom ambtelijk afgerond zijn. Dit relatief
                    vroege tijdstip van begrotingsopstelling maakt het ondoenlijk in de begroting
                    een uitgewerkt antwoord te geven op de ‘<cursief>Wat gaan we ervoor
                        doen</cursief>’ vraag. Deze vraag wordt in de begroting vervangen door de
                    vraag “Wat verwachten we voor het komende jaar”. Bij de beantwoording van deze
                    vraag wordt in elk geval ingegaan op het reguliere takenpakket, op
                    ontwikkelingen in de regelgeving en mogelijke knelpunten in de uitvoering van de
                    taken. Bij mogelijke knelpunten gaat het in de eerste plaats om de voortgang in
                    de uitvoering van activiteiten die de Vervoerregio Amsterdam subsidieert maar
                    ook knelpunten in de ambtelijke capaciteit horen bij de beantwoording van deze
                    vraag.</al><al/><al>De vraag ‘<cursief>Wat gaan we ervoor doen</cursief>’ wordt dus na vaststelling
                    van de begroting door de regioraad beantwoord. In deze verordening is bepaald
                    dat het Dagelijks Bestuur voor aanvang van het begrotingsjaar een Werkplanplan
                    opstelt dat een antwoord geeft op de ‘<cursief>Wat gaan we ervoor
                    doen</cursief>’ vraag in de begroting. Het Werkplan wordt onderbouwd met een
                    productenraming en capaciteitsplanning die het Dagelijks Bestuur opstelt.</al><al/><al>Het Werkplan bestaat uit meerdere delen. Er is een deel dat betrekking heeft op
                    de programma’s die met gemeentelijke middelen gefinancierd worden. Voor de met
                    de Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer gefinancierde programma’s wordt elk
                    jaar het Uitvoeringsprogramma RVVP opgesteld terwijl voor het programma
                    Jeugdzorg het Uitvoeringsprogramma jeugdzorg wordt opgesteld.</al><al/><al>Door het Werkplan uit meerdere onderdelen te laten bestaan kunnen deze
                    documenten meervoudig gebruikt worden. Zo is het Uitvoeringsprogramma RVVP een
                    onderdeel van het Werkplan maar ook het jaarprogramma van het Regionaal Verkeer
                    en Vervoerplan van de Vervoerregio Amsterdam. Het Uitvoeringsprogramma RVVP is
                    ook het Bestedingsplan BDU dat de Vervoerregio elk jaar naar het ministerie van
                    Infrastructuur en Milieu moet sturen.</al><al>Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat de relatie tussen de delen van het
                    Werkplan en de relatie met de begroting toegelicht wordt in elk van deze
                    stukken.</al><al/><al>Voor een goede uitvoering van de begroting kan het noodzakelijk zijn dat het
                    Dagelijks Bestuur vooruitloopt op een begrotingswijziging. Dat zal bijvoorbeeld
                    het geval zijn wanneer hogere uitgaven voor een bepaald programma direct het
                    gevolg zijn van hogere inkomsten en de hogere uitgaven geen beleidswijziging tot
                    gevolg hebben. Vooruitlopen op een begrotingswijziging die een hogere
                    gemeentelijke bijdrage tot gevolg heeft wordt echter met artikel 5 lid 2
                    uitdrukkelijk niet toegestaan.</al><al/><al><vet>Titel 3. Financiële positie</vet></al><al/><al>De kapitaalgoederen van de Vervoerregio Amsterdam beperkt tot kantoormeubilair
                    en automatiseringsapparatuur. De huisvesting is gehuurd. Op afzienbare termijn
                    zijn hierin geen grote veranderingen te verwachten.</al><al/><al>Het belangrijkste onderdeel van de financiële positie betreft de
                    financieringsfunctie. De Vervoerregio ontvangt jaarlijks de Brede Doel Uitkering
                    verkeer en vervoer. De wet op de BDU maakt het mogelijk te sparen voor grote
                    investeringen. Daardoor kunnen er tijdelijk nog niet benodigde middelen zijn die
                    in latere jaren tot uitgaven komen. Dat maakt een goede liquiditeitenplanning en
                    een goed beheer van de liquide middelen noodzakelijk. De uitgangspunten voor het
                    financieringsbeleid zijn opgenoemd in artikel 10 tot en met 13.</al><al/><al>De wettelijke bepalingen zijn niet herhaald in deze artikelen. Per 1 januari
                    2012 gaat met name om de wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO), het
                    Besluit Leningvoorwaarden Decentrale Overheden (BLDO), de Uitvoeringsregeling
                    Financiering Decentrale Overheden en de Regeling (UFDO)Uitzettingen en Derivaten
                    Decentrale Overheden (RUDDO). De wettelijke regels kennen een tweetal duidelijke
                    uitgangspunten:</al><lijst><li nr="*"><al>Bankieren, dat wil zeggen geld lenen om dit voor een hoger rendement uit
                            te lenen, is uitdrukkelijk verboden.</al></li><li nr="*"><al>Geld uitlenen mag alleen instellingen die een publieke taak uitoefenen.
                            En de Regioraad bepaalt wat een publieke taak is.</al></li></lijst><al/><al>Het wettelijk kader beoogt een aantal specifieke risico’s in de
                    financieringsfunctie met dwingende bepalingen en normen te beperken:</al><lijst><li nr="*"><al>Valutarisico’s: Uitzettingen en opnames mogen uitsluitend in Euro’s
                            plaatsvinden. Daarmee kunnen er geen valutarisico’s ontstaan.</al></li><li nr="*"><al>Kredietrisico’s: Minimaal A rating voor uitzettingen van maximaal 3
                            maanden en AA rating voor uitzettingen vanaf 3 maanden. Met deze eisen
                            wordt het risico dat de Vervoerregio de uitgezette middelen niet terug
                            ontvangt, beperkt.</al></li><li nr="*"><al>Koersrisico’s: Koersrisico’s ontstaan doordat de actuele rente afwijkt
                            van de vaste rente die is overeengekomen. Bijvoorbeeld een uitzetting
                            van € 100 met een vaste rente van 3% zal bij een marktrente van 6% een
                            koers van 50 hebben en dus € 50 waard zijn omdat alleen dan de
                            renteopbrengst gelijk is (100 tegen 3% = 30 = 50 tegen 6% ).
                            Koersrisico’s kunnen zich voordoen tijdens de looptijd maar bij einde
                            looptijd zal het nominale bedrag ontvangen worden. Met een goede
                            liquiditeitenplanning kan tussentijdse opname van uitgezette gelden en
                            daarmee koersrisico voorkomen worden.</al></li><li nr="*"><al>Renterisico’s: In de wettelijke regelgeving zijn er twee normen die
                            beogen de renterisico’s bij het aangaan van leningen te beperken: de
                            kasgeldnorm en de renterisiconorm. Renterisico’s ontstaan wanneer aan
                            het einde van de looptijd van leningen de rente voor de nieuwe lening
                            aanzienlijk hoger is dan de rente van de oude lening. De kasgeldnorm
                            stelt daarom een maximum aan de kortlopende leningen die afgesloten
                            mogen worden en de renterisiconorm stelt een grens aan langlopende
                            leningen. Omdat de Vervoerregio geen financieringstekorten kent die met
                            leningen aangevuld worden maar tijdelijk niet benodigde middelen uitzet
                            zijn deze wettelijke normen niet direct van belang.</al></li></lijst><al/><al><vet>Titel 4. Paragrafen</vet></al><al/><al>In dit deel van de verordening is toegelicht welke informatie opgenomen wordt
                    bij de in het besluit Begroting en Verantwoording voorgeschreven
                    paragrafen.</al><al/><al>De Vervoerregio Amsterdam kent geen lokale heffingen zoals gemeenten of
                    provincies. Er wordt slechts één bijdrage van de deelnemende gemeenten gevraagd,
                    de gemeentelijke bijdrage uitgedrukt in een bedrag per inwoner. Over deze
                    bijdrage is in artikel 13 is bepaald dat het Dagelijks Bestuur een
                    meerjarenraming voor de gemeentelijke bijdrage opstelt. Deze meerjarenraming
                    wordt hoofdzakelijk bepaald door de ontwikkeling in het takenpakket van de
                    Vervoerregio.</al><al/><al>In financieel opzicht de belangrijkste taak van de Vervoerregio is het
                    verstrekken van subsidies. Het risico dat de Vervoerregio bij het uitvoeren van
                    deze taak loopt is beperkt. Een aparte nota over risicobeheersing en
                    weerstandsvermogen is daarom niet nodig. De begroting en jaarrekening geven in
                    de wettelijk verplichte paragraaf weerstandsvermogen per programma een
                    toelichting op de risico’s die de Vervoerregio loopt die waar mogelijk
                    gekwantificeerd worden. De toelichting in deze paragrafen zal het vertrekpunt
                    zijn voor de interne controle die het Dagelijks Bestuur laat uitvoeren zoals
                    opgenomen in artikel.</al><al/><al>Het belang van de financieringsfunctie komt terug in de onderwerpen waarover het
                    Dagelijks Bestuur moet rapporteren in de paragraaf over de financiering.</al><al/><al>Artikel 17 bepaalt dat in de paragraaf bedrijfsvoering informatie over de
                    personele capaciteit wordt opgenomen met een uitsplitsing naar personeel in
                    eigen dienst en van derden ingehuurd personeel. Op deze wijze krijgt de
                    Regioraad inzicht in een belangrijke structurele begrotingspost en de
                    beschikbare personele capaciteit voor het uitvoeren van de taken van de
                    Vervoerregio.</al><al/><al><vet>Titel 5. Financiële organisatie en administratie</vet></al><al/><al>Met het artikel over de financiële organisatie krijgt het Dagelijks Bestuur de
                    opdracht een ambtelijke organisatie in te richten die bijdraagt aan een
                    doelmatig en rechtmatig begrotingsbeheer.</al><al/><al>Bij het opstellen van het jaarlijkse plan voor interne toetsing wordt de
                    paragraaf weerstandsvermogen in de begroting en jaarrekening als vertrekpunt
                    genomen. Een belangrijk aandachtpunt bij interne toetsing is het opstellen van
                    aanbevelingen om tot een betere beheersing van de uitvoering van de begroting te
                    komen en daarmee risico’s te beperken.</al><al/><al>Administraties zijn niet in zichzelf gekeerde systemen maar moeten dienstbaar
                    zijn aan het bestuur en beheer van de organisatie. Dat is de opdracht in het
                    laatste artikel van dit onderdeel.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>