<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR451149_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Almere 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Almere, nr. 570, 14-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Almere 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 41c, tweede lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 69, tweede lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe gedragscode</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV-62/2016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-60075</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Almere 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Nieuw paragraaf</label></kop><structuurtekst><al/><al>December 2016</al><al/><al><vet>Colofon</vet></al><al>Gemeente Almere 2016</al><al>Vastgesteld door de gemeenteraad op 1 december 2016 </al><al>De gedragscode vervangt de Verordening gedragscode bestuurlijke
                            integriteit 2004 en is mede gebaseerd op de modelgedragscode integriteit
                            (dagelijkse) bestuurders in gemeenten, provincies en waterschappen, een
                            gezamenlijke publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het
                            Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en het Ministerie
                            van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit maart 2015.  </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Voorwoord</label></kop><structuurtekst><al/><al>Geachte raadsleden en wethouders van Almere,</al><al/><al>Integriteit is voor ons van het allergrootste belang. Wij willen en
                            moeten ons integer gedragen, en ons hierover verantwoorden. Op dit punt
                            mogen wij het vertrouwen van de burger niet beschamen en verliezen.
                            Nooit en te nimmer mag ons gedrag een zuivere en zorgvuldige
                            besluitvorming in de weg staan en machtsmisbruik inhouden of uitstralen.
                            Dat principe raakt de kern van het openbaar bestuur en van onze
                            geloofwaardigheid. </al><al/><al>Wij gaan nog meer aandacht aan dit onderwerp besteden. </al><al>Nieuwe gedragscodes helpen ons daarbij en bieden een praktisch
                            moreel-ethisch, soms wettelijk kompas.</al><al>Voor u ligt de nieuwe gedragscode voor burgemeester en wethouders. De
                            raadsleden hebben een eigen nieuwe gedragscode. En ook voor ambtenaren
                            is er een aparte gedragscode. De codes verschillen in de uitwerking en
                            in vorm maar hebben dezelfde onderliggende uitgangspunten en normen,
                            vanuit een continue besef dat het gedrag van raadsleden, collegeleden en
                            ambtenaren het aanzien van het openbaar bestuur bepaalt. </al><al/><al>In vergelijking met de oude gedragscode gaat de nieuwe gedragscode
                            dieper in op het grijze gebied tussen wat moet en wat niet mag of
                            ongewenst is. Er zijn voorbeelden toegevoegd die dit verduidelijken.
                            Nieuw is ook een protocol hoe om te gaan met vermoedens van
                            integriteitsschendingen. </al><al/><al>Het naleven van de gedragscode is onze gezamenlijk taak. Ik zal daar als
                            burgemeester mijn rol graag in oppakken. </al><al/><al>Franc Weerwind</al><al/><al/><al/><al>Inleiding 4</al><al>1 Algemene bepalingen </al><al>2 Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling </al><al>3 Regels rondom (de schijn van) corruptie </al><al>4 Regels rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteiten </al><al>5 Regels rondom informatie </al><al>6 Regels rondom de onderlinge omgang </al><al>7 Regels rondom de naleving van de gedragscode </al><al>8 Intrekking en inwerkingtreding </al><al>Bijlage 1 Protocol bij (vermoedens van) integriteitsschendingen </al><al>Bijlage 2 Praktische voorbeelden </al><al>Bijlage 3 Wettelijk kader </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al/><al>Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode.</al><al>Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een
                            verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een
                            gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al
                            zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de
                            individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons
                            democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder
                            integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van
                            politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke
                            ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de
                            democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen
                            die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te
                            leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de
                            volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische
                            rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die
                            op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de
                            politieke ambtsdragers die (mede)verantwoordelijk zijn voor de
                            totstandkoming van die wetten en regels. Zonder dat zal het vertrouwen
                            in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor
                            de naleving van de wetten en regels verdwijnen. Vertrekpunt voor de
                            politieke ambtsdrager is dan ook de eed of gelofte die de politieke
                            ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt.</al><al/><al>Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de
                            onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en
                            organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen
                            politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke
                            inhoud en stijl, is van groot belang.</al><al/><al>De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de
                            dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks
                            bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet.
                            De gedragscode is richtsnoer voor het handelen van individuele politieke
                            ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van
                            hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur.
                            Voor de twee groepen van politieke ambtsdragers (volksvertegenwoordigers
                            en dagelijkse bestuurders) is er een afzonderlijke gedragscode.
                            Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de dagelijkse bestuurders:
                            de burgemeester resp. een wethouders. Veel bepalingen zijn voor
                            dagelijkse bestuurders en volksvertegenwoordigers gelijk. Er zijn ook
                            verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en
                            met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. De
                            gemeenteraad is een politiek orgaan. In de volksvertegenwoordigingen
                            worden specifieke of (partij-)politieke belangen ingebracht voor het
                            algemeen belang van de gemeente. Deze politieke ambtsdragers krijgen het
                            mandaat van hun kiezers en de gedragscode dient de vervulling van het
                            kiezersmandaat te ondersteunen. </al><al/><al>Het handelen van het dagelijks bestuur en van de bestuurders staat ten
                            dienste van de gemeente. De ambtsdragers aan wie en de organen waaraan
                            het dagelijks bestuur is opgedragen, zijn over hun bestuurlijke handelen
                            en over hun functioneren verantwoording schuldig aan de
                            volksvertegenwoordigende organen. Aan het dagelijks bestuur en de
                            bestuurders worden ook in de gedragscode bijzondere eisen gesteld om
                            optimale openheid en controleerbaarheid mogelijk te maken.</al><al>Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling,
                            als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De
                            gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en
                            regels over procedures die de transparantie van het handelen van
                            politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving
                            van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij
                            twijfel, vragen en discussies. Het niet naleven van de gedragscode heeft
                            geen rechtsgevolgen. Sprake is van zelfbinding. De regels worden in
                            gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In
                            dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de
                            gedragscode evenwel niet vrijblijvend.</al><al/><al>De bestuurders kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over
                            de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode
                            kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en politieke gevolgen
                            hebben.</al><al/><al>Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een
                            integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode
                            letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig
                            onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de
                            gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn
                            instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In
                            de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om “doing the right
                            thing, even when no one is watching”.</al><al/><al>Integer handelen kan alleen in een cultuur en organisatie waar ook de
                            andere waarden van goed bestuur worden nagestreefd. De <extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2009/06/23/brochure-nederlandse-code-voor-goed-openbaar-bestuur" struct="INTERNET">Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur</extref><noot id="d570e163"><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur verbindt
                                        openheid en integriteit met de kernwaarden participatie,
                                        behoorlijke contacten met burgers, doelgerichtheid en
                                        doelmatigheid, legitimiteit, lerend en zelfreinigend
                                        vermogen en verantwoording. Al deze kernwaarden klinken in
                                        verschillende mate door in deze gedragscode.</noot.al></noot> benoemt een aantal kernwaarden van goed openbaar
                            bestuur. Integriteit wordt hierin in één adem genoemd met openheid.
                            “Openheid en integriteit”: “Het bestuur is open en integer en maakt
                            duidelijk wat het daaronder verstaat.” De wetgeving (en de gedragscode
                            in aanvulling hierop) bevat diverse voorschriften inzake openheid met
                            het oog op de integriteit.</al><al>Die voorschriften hebben betrekking op openbaarmaking van nevenfuncties
                            en/of neveninkomsten, van geschenken, buitenlandse reizen, excursies en
                            evenementen. De registraties in de codes zijn bedoeld om de
                            transparantie te bevorderen die belangenverstrengeling en onverantwoord
                            en/of onjuist gebruik van publieke middelen door politieke ambtsdragers
                            moeten tegengaan. De politieke ambtsdrager is primair zelf
                            verantwoordelijk voor zijn integriteit en hij zal zich daar in alle
                            openheid over moeten verantwoorden.</al><al/><al>Deze gedragscode sluit aan bij in 2005 door o.m. de VNG en BZK
                            afgesproken basisnormen voor politieke ambtsdragers, en vormt hiermee
                            één van de instrumenten van het gemeentelijk integriteitsbeleid.</al><al/><al>Bijlage 1 van de gedragscode bevat een onderzoeksprotocol hoe om te gaan
                            met (vermoedens van) integriteitsschendingen. In bijlage 2 worden
                            praktische toepassingsvoorbeelden van de gedragsregels gegeven. Bijlage
                            3 bevat verwijzingen naar de wettelijke grondslag van de regels. </al><al/><al>Wanneer in de gedragscode gesproken wordt over het college of de raad,
                            wordt daarmee het college van burgemeester en wethouders resp. de
                            gemeenteraad bedoeld.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1 Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1.1</label></kop><al>Deze gedragscode geldt voor de individuele collegeleden en de
                            bestuursorganen college en burgemeester. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1.2</label></kop><al>De gedragscode is openbaar en via de gemeentelijke website te
                            raadplegen. Burgemeester en wethouders ontvangen bij hun aantreden een
                            exemplaar van de code. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>2 Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 Paraplu-artikel </label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder mag zijn invloed en stem niet
                            gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van
                            een ander of een andere organisatie bij wie hij een persoonlijke
                            betrokkenheid heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.1</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder moet actief en uit zichzelf de
                            schijn van belangenverstrengeling tegengaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.2</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder onthoudt zich van deelname aan de
                            stemming in het college als er sprake is van een beslissing waarbij
                            belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf
                            een persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een
                            belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële
                            betrokkenheid heeft.</al><al>Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een bestuurder over een
                            onderwerp in geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover
                            aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.3</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder onthoudt zich bij beslissingen
                            waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (zie
                            art. 2.2) maar ook van de beïnvloeding van de besluitvorming in de
                            andere fases van het besluitvormingsproces.</al><al>Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een bestuurder over een
                            onderwerp in geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover
                            aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.4</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder mag bepaalde in de Gemeentewet
                            opgesomde functies niet uitoefenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder mag bepaalde in de Gemeentewet
                            genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.6 Nevenfuncties </label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder vervult geen nevenfuncties die een
                            structureel risico vormen voor een integere invulling van de politieke
                            functie. De burgemeester resp. een wethouder maakt openbaar welke
                            betaalde en onbetaalde functies hij vervult. De burgemeester maakt
                            tevens de inkomsten uit die functies openbaar als hij niet in deeltijd
                            werkt. Een wethouder maakt tevens de inkomsten uit die functies openbaar
                            als hij niet in deeltijd werkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.6.1 Ambtshalve nevenfuncties </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Na aantreden meldt het college de ambtshalve nevenfuncties van
                                    de collegeleden aan de raad.</al></li><li nr="2."><al>Wijzigingen in de ambtshalve nevenfuncties en voornemens tot
                                    aanvaarding van een nieuwe ambtshalve nevenfunctie worden door
                                    de burgemeester resp. een wethouder (vooraf) gemeld in het
                                    college en vervolgens door het college gemeld aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De gemeentesecretaris zorgt ervoor dat een lijst wordt
                                    bijgehouden van de ambtshalve nevenfuncties en dat deze ter
                                    openbare inzage in het stadhuis ligt. De lijst is ook via de
                                    gemeentelijke website te raadplegen.</al></li><li nr="4."><al>De onder lid 3 genoemde lijst vermeldt tevens of de genoemde
                                    nevenfuncties bezoldigd of onbezoldigd zijn, en indien bezoldigd
                                    wat de inkomsten daaruit zijn, (met inachtneming van wat
                                    hierover in artikel 2.6 staat).</al></li><li nr="5."><al>Eventuele inkomsten uit ambtshalve nevenfuncties worden in de
                                    gemeentekas gestort.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.6.2 Niet-ambtshalve nevenfuncties</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij aanvang van het ambt, in geval van een nieuw college of
                                    tussendoor, meldt de burgemeester resp. een wethouder zijn
                                    niet-ambtshalve nevenfuncties in het college. Deze nevenfuncties
                                    worden vervolgens door het college gemeld aan de raad.</al></li><li nr="2."><al>Wijzigingen in de niet-ambtshalve nevenfuncties en voornemens
                                    tot aanvaarding van een nieuwe niet-ambtshalve nevenfunctie
                                    worden door de burgemeester resp. een wethouder (vooraf) gemeld
                                    in het college en vervolgens door het college gemeld aan de
                                    raad.</al></li><li nr="3."><al>De gemeentesecretaris zorgt ervoor dat een lijst wordt
                                    bijgehouden van de niet-ambtshalve nevenfuncties en dat deze ter
                                    openbare inzage in het stadhuis ligt. De lijst is ook via de
                                    gemeentelijke website te raadplegen.</al></li><li nr="4."><al>De onder lid 3 genoemde lijst vermeldt tevens of de genoemde
                                    nevenfuncties bezoldigd of onbezoldigd zijn, en indien bezoldigd
                                    wat de inkomsten daaruit zijn (met inachtneming van wat hierover
                                    in artikel 2.6 staat).</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester resp. een wethouder zorgt zelf voor tijdige
                                    aanlevering bij de gemeentesecretaris van de informatie over de
                                    niet-ambtshalve nevenfuncties.</al></li><li nr="6."><al>De burgemeester (c.q. een ex-burgemeester) resp. de wethouder
                                    (c.q. een ex-wethouder) zorgt zelf ten behoeve van eventuele
                                    verrekening voor tijdige opgaaf van inkomsten uit
                                    niet-ambtshalve nevenfuncties aan de daartoe aangewezen
                                    instantie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.7 Financiële belangen in ondernemingen </label></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester resp. een wethouder meldt in het college wanneer
                                    hij substantiële financiële belangen heeft - bijvoorbeeld
                                    aandelen, opties en derivaten - in ondernemingen waarmee de
                                    gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook
                                    een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang wordt
                                    gemeld.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentesecretaris zorgt ervoor dat een lijst wordt
                                    bijgehouden van deze financiële belangen en dat de lijst ter
                                    openbare inzage in het stadhuis ligt. De lijst is ook via de
                                    gemeentelijke website te raadplegen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.8 Functie na aftreden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester resp. een wethouder handelt in de uitoefening
                                    van zijn ambt niet zodanig dat hij vooruitloopt op een functie
                                    na aftreden.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse
                                    aanvaarding van een functie na aftreden, met de
                                    burgemeester.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.9 Draaideurconstructie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college sluit de burgemeester resp. een wethouder gedurende
                                    een jaar na aftreden, c.q. na het eind van de zittingstermijn
                                    uit van het tegen beloning vanuit een dienstbetrekking buiten de
                                    gemeente verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de
                                    gemeente, met uitzondering van het raadslidmaatschap.</al></li><li nr="2."><al>De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een
                                    dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester of
                                    wethouder was.</al></li><li nr="3."><al>Het college draagt de burgemeester resp. een wethouder niet
                                    eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor
                                    benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden
                                    partij.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Toelichting </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2.1</label></kop><al>De wetgever beschermt politieke ambtsdragers op meerdere manieren tegen
                            de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan:</al><al/><al>Ten eerste geeft de wetgever aan dat het college als bestuursorgaan zijn
                            taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft het
                            college de verantwoordelijkheid er voor te waken dat persoonlijke
                            belangen van de collegeleden de besluitvorming beïnvloeden. Met
                            persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de
                            belangen die de collegeleden uit hoofde van hun taak behoren te
                            vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van
                            belangenverstrengeling. Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen;
                            het gaat niet alleen om – zoals vaak gedacht - “persoonlijk gewin” of
                            “persoonlijk voordeel” of “persoonlijke financiële inkomsten”.
                            Collegeleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk
                            belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming
                            onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de
                            verantwoordelijkheid van het college als geheel om ertegen te waken dat
                            persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming beïnvloeden. Deze
                            verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en
                            niet alleen tijdens de stemming. Politici en politieke ambtsdragers
                            struikelen soms in gevallen waarin er “slechts” sprake is van de schijn
                            van belangenverstrengeling. Het is dan ook in hun eigen belang dat dit
                            voorschrift zo expliciet in de code is opgenomen.</al><al/><al>Ten tweede verbiedt de wetgever de burgemeester en wethouders expliciet
                            bepaalde functies te bekleden, rollen te vervullen en
                            (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 2.4 en 2.5 van deze
                            gedragscode wordt naar die verboden verwezen. </al><al/><al>Ten derde eist de wetgever van politieke ambtsdragers dat zij al hun
                            nevenfuncties bekend maken. En ook de eventuele inkomsten hieruit (voor
                            zover de functie van burgemeester resp. wethouder fulltime wordt bekleed
                            en voor zover de burgemeester niet onder overgangsrecht valt). Op die
                            manier wordt het voor raadsleden, bestuurders, fractievoorzitters,
                            partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een
                            wethouder te waarschuwen voor kwesties waarin belangenverstrengeling
                            dreigt. Ook de pers en de burger kunnen op basis daarvan hun
                            controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook
                            aangegeven (artikel 2.7) dat de collegeleden tevens al hun substantiële
                            financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zaken doen met de
                            gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.4</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder is niet tevens:</al><al/><al>• minister</al><al>• staatssecretaris</al><al>• lid van de Raad van State</al><al>• lid van de Algemene Rekenkamer</al><al>• Nationale ombudsman</al><al>• substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet
                            Nationale ombudsman</al><al>• commissaris van de Koning</al><al>• gedeputeerde;</al><al>• secretaris van de provincie</al><al>• griffier van de provincie</al><al>• lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij
                            burgemeester resp. wethouder is, is gelegen</al><al>• lid van de raad van een gemeente</al><al>• wethouder resp. burgemeester</al><al>• lid van de rekenkamer</al><al>• ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p,
                            eerste lid Gemeentewet</al><al>• ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan
                            ondergeschikt</al><al>• ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot
                            wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het
                            toezicht op de gemeente</al><al>• functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van
                            bestuur het gemeentebestuur van advies dient</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5</label></kop><al>Een burgemeester resp. wethouder mag niet: </al><lijst><li nr="a."><al>als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve
                                    van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van
                                    de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;</al></li><li nr="b."><al>als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de
                                    wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van
                                    derden tot het met de gemeente aangaan van:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>• overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d </al><al>• overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken
                                            aan de gemeente </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan
                                    betreffende:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>• het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente
                                        </al></li><li nr=""><al>• het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten
                                            van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente </al></li><li nr=""><al>• het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan
                                            de gemeente</al></li><li nr=""><al>• het verhuren van roerende zaken aan de gemeente </al></li><li nr=""><al>• het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van
                                            de gemeente </al></li><li nr=""><al>• het van de gemeente onderhands verwerven van
                                            onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn
                                            onderworpen </al></li><li nr=""><al>• het onderhands huren of pachten van de gemeente </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.6.1</label></kop><al>In tegenstelling tot een wethouder hoeft de burgemeester zijn ambtshalve
                            nevenfuncties wettelijk gezien niet te melden aan de raad en openbaar te
                            maken, maar wij kiezen ervoor om het wel te doen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.8</label></kop><al>Het bepaalde geldt ook voor een functie bij de voormalige gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.9.1 </label></kop><al>Deze regel is geschreven met het oog op oud-bestuurders die (gaan)
                            ondernemen en die dus opdrachten vervullen middels een contract.
                            Burgemeesters en wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel
                            informatie op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de
                            gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode (gaan) ondernemen en
                            contracten willen aangaan met de gemeente Almere, hebben zij een
                            informatievoorsprong en treedt er dus oneerlijke concurrentie op ten
                            aanzien van andere ondernemers; voormalig bestuursleden profiteren
                            daardoor van hun bestuursfunctie, hetgeen nadrukkelijk niet te bedoeling
                            is. Minstens ontstaat de schijn dat zij hun bestuurswerk hebben gebruikt
                            om (na hun bestuursperiode) opdrachten te verkrijgen van de gemeente
                            Almere. Deze zogenaamde “draaideurconstructie” betreft alleen
                            oud-bestuurders die middels contracten een opdracht aannemen van de
                            gemeente Almere. Het betreft dus niet contracten van andere partijen
                            binnen de gemeente Almere. Een voormalig raadslid mag wel in dienst
                            treden bij de gemeentelijke organisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.9.2</label></kop><al>Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige gemeente is niet
                            uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie
                            van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor
                            de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie
                            en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente
                            gaat solliciteren. De draaideurconstructie geldt niet bij aanvaarding
                            van het raadslidmaatschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.9.3</label></kop><al>Ook hier gaat het over de “draaideurconstructie”. Hiermee wordt
                            mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling
                            van persoonlijke en functionele belangen vermeden.</al><al>Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen in het Besluit begroting
                            en verantwoording provincies en gemeenten staat. Een verbonden partij is
                            een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de
                            provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.
                            Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken
                            organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is
                            indien die organisatie failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag
                            waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar
                            verplichtingen niet nakomt. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan:
                            zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur
                            hetzij uit hoofde van stemrecht.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>3 Regels rondom (de schijn van) corruptie </label></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Artikel 3 Paraplu-artikel </label></kop><structuurtekst><al>De burgemeester resp. een wethouder mag zijn invloed en zijn stem niet
                            laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn
                            gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 3.1</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder moet actief en uit zichzelf de
                            schijn van corruptie tegengaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.2 Acceptatie geschenken, faciliteiten, diensten en uitnodigingen</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder accepteert geen geschenken,
                            faciliteiten, diensten en uitnodigingen als zijn onafhankelijke positie
                            hierdoor kan worden beïnvloed dan wel de schijn van beïnvloeding of
                            bevoordeling daardoor kan ontstaan. Een bestuurder die twijfelt of
                            aanname c.q. aanvaarding van een geschenk, faciliteit, dienst of
                            uitnodiging zijn onafhankelijke positie mogelijkerwijs in gedrang kan
                            brengen, doet daarvan melding in het college. Alsdan worden afspraken
                            gemaakt over hetgeen met het desbetreffende geschenk, faciliteit, dienst
                            of uitnodiging wordt gedaan. De afspraken worden vastgelegd in het
                            openbare verslag van de collegevergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.2.1 Acceptatie geschenken</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3.2 neemt de burgemeester
                                    resp. een wethouder geen geschenken aan die hem uit hoofde van
                                    of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het weigeren, teruggeven of terugsturen de gever ernstig
                                            zou kwetsen of bijzonder in verlegenheid zou
                                            brengen;</al></li><li nr="b."><al>het weigeren, terug even of terug sturen om praktische
                                            redenen onwerkbaar is;</al></li><li nr="c."><al>het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een
                                            bloemetje of “gewone” fles wijn) waarbij de schijn van
                                            corruptie minimaal is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Wanneer de schijn wordt gewekt dat een geschenk - ongeacht de
                                    geraamde waarde - wordt gebruikt om de besluitvorming te
                                    beïnvloeden, wordt het geschenk geweigerd, teruggegeven of
                                    teruggestuurd. Wanneer dat niet mogelijk is omdat een situatie
                                    aan de orde is zoals bepaald in lid 1a of lid 1b, wordt het
                                    geschenk na ontvangst zo spoedig mogelijk afgedragen aan de
                                    gemeente die eigenaar wordt. De gemeente zorgt vervolgens voor
                                    een goede bestemming van het geschenk (zoals opslag of
                                    tentoonstelling in het stadhuis, of donatie aan een goed
                                    doel).</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 geldt het volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>Ontvangen geschenken met een geschatte waarde van meer
                                            dan € 25 worden gemeld in het college.</al></li><li nr="b."><al>Ontvangen geschenken met een geschatte waarde van
                                            maximaal € 50 mogen worden behouden, tenzij lid 2 van
                                            toepassing is.</al></li><li nr="c."><al>Ontvangen geschenken met een geschatte waarde van meer
                                            dan € 50 worden geweigerd, teruggegeven of
                                            teruggestuurd. Wanneer dat niet mogelijk is omdat een
                                            situatie aan de orde is zoals bepaald in lid 1a of lid
                                            1b, wordt het geschenk na ontvangst zo spoedig mogelijk
                                            afgedragen aan de gemeente die eigenaar wordt. De
                                            gemeente zorgt vervolgens voor een goede bestemming van
                                            het geschenk (zoals opslag of tentoonstelling in het
                                            stadhuis, of donatie aan een goed doel).</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De gemeentesecretaris houdt een register bij van door
                                    burgemeester en wethouders ontvangen geschenken met een
                                    geschatte waarde van meer dan € 25. Het register is openbaar en
                                    via de gemeentelijke website te raadplegen.</al></li><li nr="5."><al>Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit
                                    toch is gebeurd, meldt de bestuurder dit in het college waarna
                                    een besluit over de bestemming van het geschenk wordt
                                    genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.2.2 Acceptatie faciliteiten en diensten</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3.2 accepteert de
                                    burgemeester resp. een wethouder geen faciliteiten en diensten
                                    van anderen die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie
                                    worden aangeboden, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>Het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of
                                            onwerkbaar zou maken en tegelijkertijd</al></li><li nr="b."><al>de schijn van corruptie minimaal is</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester resp. een wethouder gebruikt faciliteiten of
                                    diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de
                                    bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor
                                    privédoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.2.3 Acceptatie uitnodigingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3.2 accepteert de
                                    burgemeester resp. een wethouder (uitnodigingen voor) lunches,
                                    diners, recepties en uitnodigingen voor werkbezoeken, excursies
                                    en evenementen en andere uitnodigingen die door anderen betaald
                                    of georganiseerd worden, alleen als:</al><lijst><li nr="a."><al>dat behoort tot de uitoefening van de functie,</al></li><li nr="b."><al>de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel
                                            (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de
                                            gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de
                                            gewenstheid van de aanwezigheid) en tegelijkertijd</al></li><li nr="c."><al>de schijn van corruptie minimaal is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor uitnodigingen voor werkbezoeken, excursies en evenementen
                                    in het buitenland geldt tevens de gedragslijn van buitenlandse
                                    dienstreizen als bedoeld in artikel 4.3.</al></li><li nr="3."><al>De gemeentescretaris legt een lijst aan van uitnodigingen
                                    gericht aan het college. Deze lijst wordt wekelijks ter
                                    bespreking ingebracht in de collegevergadering. Deze lijst is
                                    voor intern gebruik.</al></li><li nr="4."><al>Voor ontvangen uitnodigingen etc. als bedoeld in lid 1 met het
                                    karakter van een geschenk (entreekaarten etc.), geldt tevens de
                                    gedragslijn van artikel 3.2 en 3.2.1.</al></li><li nr="5."><al>Een bestuurder is terughoudend bij het accepteren van
                                    uitnodigingen etc. als bedoeld in lid 4 die zich op het
                                    grensvlak van privé en publiek bevinden, waarbij de schijn van
                                    meeprofiteren door anderen c.q. van belangenverstrengeling kan
                                    ontstaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Toelichting</label></kop><artikel><kop><label>Paraplu-artikel</label></kop><al>Dit artikel geeft een definitie van corruptie. Ging het bij
                            belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een
                            persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om
                            omkoping van een politicus. Belangenverstrengeling is niet in het
                            Wetboek van Strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. </al><al>Opgemerkt kan nog worden dat gezien artikel 1.1 de regels voor ontvangen
                            geschenken etc. niet alleen gelden bij schenkeningen aan de burgemeester
                            of een wethouder maar ook bij schenkingen aan het college als geheel.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.2.1 </label></kop><al>Geschenken zijn een potentiële sluiproute naar corruptie. Ze kunnen
                            gebruikt worden om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze wekken in ieder
                            geval de schijn. De regels zijn geformuleerd als een “Nee, tenzij”
                            regel; een bestuurder neemt dus geen geschenken aan, tenzij er goede
                            redenen zijn hiervan om af te wijken. </al><al>In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en
                            diensten en uitnodigingen niet worden geaccepteerd als hiermee de
                            onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in
                            ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen
                            sprake dan kunnen om praktische redenen kleine geschenken (met een
                            geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard,
                            echter nooit op het huisadres. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.2.2 </label></kop><al>Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan een
                            afhankelijkheid creëren, of een dankbaarheid, die de zuiverheid van het
                            besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van
                            faciliteiten en diensten kan een bestuurder gecorrumpeerd raken. Het
                            wekt in ieder geval de schijn</al><al>van corruptie op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.2.3 </label></kop><al>De verplichting om actief het ontstaan van de schijn tegen te gaan,
                            betekent dat het accepteren van lunchen, dineren of naar recepties gaan
                            op kosten van anderen waar mogelijk wordt vermeden, tenzij de redenen
                            van lid 1 van toepassing zijn. Wat voor lunches en diners geldt, geldt
                            in nog sterkere mate voor het reizen op kosten van anderen. Dat wordt in
                            de regel met grote argwaan bekeken. Het gaat hier om excursies en
                            evenementen die betrokkene als burgemeester resp. wethouder aanvaardt.
                            Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke
                            partij vallen hier dus niet onder. In de afweging dienen de motieven van
                            de uitnodiger beoordeeld te worden. Het kan en mag er niet om gaan de
                            onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.2.3.4 </label></kop><al>Bij uitnodigingen als bedoeld in artikel 3.2.3.5 is toepassing van
                            artikelen 3.2.1.2 niet altijd mogelijk; het gaat immers vaak om
                            “geschenken” (bijv. entreekaarten) met een vaste geldwaarde en
                            geldigheidstermijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.2.3.5 </label></kop><al>Als voorbeeld moge dienen de ontvangst van twee entreekaarten voor een
                            voorstelling door een wethouder: afhankelijk van de context kan de
                            aanwezigheid van de wethouder als functioneel worden beschouwd, het
                            gebruiken van de tweede entreekaart voor het meenemen van een familielid
                            leent zich voor afweging. In bijlage 2 (praktische voorbeelden) wordt
                            deze case uitgediept.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>4 Regels rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteiten </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4 Paraplu-artikel</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder houdt zich aan het beleid dat is
                            vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en
                            financiële middelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.1 Kostendeclaraties </label></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester resp. een wethouder houdt zich aan de
                                    regelgeving en het beleid dat is vastgesteld met betrekking tot
                                    onkostenvergoedingen en declaraties.</al></li><li nr="2."><al>Declaraties worden afgewikkeld volgens de Verordening
                                    richtlijnen representatie 2001 en de Verordening vergoeding
                                    onkosten burgemeester en wethouders 2007. Uitgaven worden
                                    uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan
                                    kunnen worden aangetoond.</al></li><li nr="3."><al>Een bestuurder is terughoudend bij het in rekening brengen van
                                    uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek
                                    bevinden.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester resp. een wethouder declareert geen kosten die
                                    reeds op andere wijze worden vergoed waaronder tevens begrepen
                                    de vaste onkostenvergoedingen (bij de burgemeester ambtstoelage
                                    genoemd) die worden ontvangen op grond van zijn
                                    rechtspositie.</al></li><li nr="5."><al>De gemeentesecretaris ziet toe op een goede uitvoering van de
                                    regels en op een goede registratie van kostendeclaraties en laat
                                    zich hierbij bijstaan door een compliance officer. In geval van
                                    twijfel over een declaratie wordt deze voorgelegd aan de
                                    burgemeester, en zonodig aan het college.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan besluiten tot instelling van een openbaar
                                    register van kostendeclaraties van burgemeester en
                                    wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.2 Wachtgelden </label></kop><al>Jaarlijks wordt in de jaarrekening een overzicht opgenomen van de
                            uitvoering van de wachtgeldregeling voor ex-bestuurders. De privacy van
                            de de ex-bestuurders wordt daarbij beschermd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.3 Buitenlandse dienstreizen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester resp. een wethouder meldt het voornemen tot een
                                    buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het
                                    college. Hij verschaft daarbij informatie over het doel en de
                                    duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de
                                    samenstelling van het gezelschap dat meereist en de geraamde
                                    kosten.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester resp. een wethouder meldt daarbij tevens als hij
                                    voornemens is om de buitenlandse reis voor privédoeleinden te
                                    verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij
                                    volledig voor eigen rekening.</al></li><li nr="3."><al>Het college betrekt alle aspecten in de besluitvorming. Het
                                    gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de
                                    besluitvorming.</al></li><li nr="4."><al>Het ten laste van de gemeente meereizen van externe experts of
                                    adviseurs die op uitnodiging van de gemeente ondersteunen, is
                                    toegestaan. Het ten laste van de gemeente meereizen van overige
                                    derden is niet toegestaan; zij mogen wel op eigen kosten
                                    meegaan.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester resp. een wethouder doet verslag in het college
                                    van een afgelegde buitenlandse dienstreis.</al></li><li nr="6."><al>De gemeentesecretaris houdt een register van buitenlandse
                                    dienstreizen bij; het register bevat de voornemens bedoeld in
                                    lid 1 en de verslagen bedoeld in lid 5. Het register is openbaar
                                    en via de gemeentelijke website beschikbaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.4 Voorzieningen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester resp. een wethouder houdt zich aan het beleid
                                    dat is vastgesteld voor het gebruik van interne voorzieningen
                                    van algemene aard, zoals werkkamer, computerapparatuur met
                                    toebehoren, laptop, tablet, (mobiele) telefoon, fax en
                                    dergelijke en voor het gebruik van de dienstauto met
                                    chauffeur.</al></li><li nr="2."><al>Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten
                                    eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij
                                    hier andere afspraken over gemaakt zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.5 Dienstauto</label></kop><al>Er is een door B&amp;W vastgesteld gebruiksreglement dienstauto’s. </al></artikel><artikel><kop><label>Toelichting</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Paraplu-artikel </label></kop><al>Collegeleden krijgen voor hun bestuurswerk de beschikking over een
                            aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Zij
                            beschikken veelal over voorzieningen als werkkamer, computer met
                            toebehoren, laptop, tablet, (mobiele) telefoon, fax en dergelijke die
                            primair voor het bestuurswerkter beschikking zijn gesteld. Ook kunnen
                            zij gebruik maken van de dienstauto met chauffeur. Het gebruik van
                            faciliteiten voor privé doeleinden is binnen vastgestelde kaders
                            mogelijk. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de financiële
                            middelen worden ingezet voor privé doeleinden, voor werk elders, of voor
                            de partij. Gebeurt dat toch dan is er sprake van fraude.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.1</label></kop><al>Het bestuursorgaan richt de administratieve organisatie zodanig in dat
                            er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van
                            de uitgaven en hanteert heldere procedures over de wijze waarop
                            functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen
                            worden gedeclareerd bij de gemeente. Een uitgangspunt is dat zo weinig
                            mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf worden gedaan via zijn of haar
                            privérekening. Andere uitgangspunten zijn eigen verantwoordelijkheid,
                            transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.2</label></kop><al>Integriteit raakt ook openheid over wachtgelden. De in het overzicht
                            genoemde bedragen zijn niet direct te koppelen aan de genoemde namen van
                            de ex-bestuurders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.3</label></kop><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder buitenlandse dienstreis
                            niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling. Voor zo’n
                            dienstreis hoeft niet vooraf toestemming gevraagd worden aan het
                            college, en de dienstreis hoeft ook niet te worden vermeld in het
                            openbaar register. Voor dergelijke buitenlandse reizen vormen de
                            genoemde bepalingen wel een belangrijk richtsnoer. Ook buitenlandse
                            reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen
                            “dienstreizen” en vallen niet onder dit artikel en komen niet ten laste
                            van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.5</label></kop><al>Het gebruiksreglement dienstauto’s is vastgelegd in de Bestuursregeling:
                            Dienstvervoer met dienstauto’s.</al><al><extref doc="/cvdr/images/Almere/i290395.pdf">Bestuursregeling dienstvervoer met de dienstauto</extref></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>5 Regels rondom informatie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5.1 </label></kop><al>Het college, c.q. de burgemeester resp. een wethouder verstrekt alle
                            inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft,
                            tenzij dit in strijd is met de wet of het openbaar belang. Het college
                            c.q. de burgemeester kan geheimhouding opleggen overeenkomstig de
                            wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.2</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder betracht maximale openheid als het
                            gaat om beleid en beslissingen en om de beweegredenen daarvoor. Hij
                            handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet openbaarheid
                            van bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.3</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder die de beschikking krijgt over
                            gegevens waarvan hij het geheime of vertrouwelijke karakter kent of
                            redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die
                            gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.4</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder maakt niet ten eigen bate of ten
                            bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen
                            informatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.5</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder zorgt ervoor dat vertrouwelijke en
                            geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.6</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder gaat op betamelijke en correcte
                            wijze om met het gebruik van e-mail en sociale media, zowel zakelijk als
                            privé, vanuit een continue besef dat dit van invloed kan zijn op de
                            uitoefening van het openbaar bestuur of de ambtsfunctie, c.q. op het
                            aanzien hiervan.</al></artikel><artikel><kop><label>Toelichting</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.3</label></kop><al>Hoofdlijn is dat geheime of vertrouwelijke informatie (van de gemeente
                            of van derden) niet openbaar wordt gemaakt en in principe niet wordt
                            doorgestuurd aan derden. Bij toezending aan bestuursorganen kan
                            geheimhouding aan de stukken worden opgelegd. Soms vormt ook het
                            anonimiseren of onleesbaar maken van betreffende namen, bedragen of
                            tekstpassages een optie. Een goede gedragslijn is verder dat wanneer een
                            belanghebbende naar verwachting bedenkingen zou kunnen hebben bij
                            openbaarmaking van c.q. bij doorsturing van informatie, hij tevoren
                            wordt geconsulteerd c.q. geïnformeerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.5</label></kop><al>Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat
                            onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten,
                            raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden
                            gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met
                            wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met
                            vertrouwelijke/geheime informatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.6</label></kop><al>Uitlatingen (ook toezeggingen etc.) in het publieke domein gedaan via
                            corporate of private accounts van sociale media kunnen niet alleen het
                            aanzien van de bestuurder of het openbaar bestuur beïnvloeden maar
                            kunnen – wanneer ambtgerelateerd - ook een bindende werking hebben.
                            Zorgvuldigheid en soms terughoudendheid in het gebruik van sociale media
                            is geboden.</al><al>Er is een <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Almere/17313/17313_1.html" struct="INTERNET">Privacyreglement e-mail- en
                                internetgebruik.</extref></al><al/><al>Voor de gemeentelijke organisatie is bovendien een aantal
                            richtlijnen/aandachtspunten voor het gebruik van sociale media
                            benoemd:</al><lijst><li nr=""><al>• <vet>Je bent zelf verantwoordelijk</vet></al><al>Alles wat je plaatst, valt onder jouw eigen
                                    verantwoordelijkheid. Berichten kunnen het imago van de gemeente
                                    schaden. Twijfel je, plaats dan geen bericht. </al></li><li nr=""><al>• <vet>Je bent ambassadeur van Almere </vet></al></li><li nr=""><al>Als ambtenaar ben je een ambassadeur van de gemeente Almere.
                                    Integriteit is essentieel en vanzelfsprekend. Ook op internet
                                    gedraag je je als een goed en integer ambtenaar, net als achter
                                    de balie, via de telefoon, op e-mail en in de openbare ruimte.
                                    Als ambassadeur ben je zorgvuldig en betrouwbaar, maar vooral
                                    positief, inspirerend en respectvol. </al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>• <vet>Je hebt rechten en plichten </vet></al><al>De rechten en plichten van ambtenaren, ook bij online
                                    activiteiten, zijn vastgelegd in regels en wetten. De kern ervan
                                    is artikel 7 van de Grondwet; vrijheid van meningsuiting. Als
                                    privépersoon mag je als een ambtenaar een andere mening hebben
                                    dan het college van B en W. Maar je bent daarin wel beperkt door
                                    de ambtenarenwet. Als je als ambtenaar het beleid aanvalt van
                                    het college, maar daarmee in je functie geen of weinig
                                    bemoeienis hebt, is je recht op vrijheid van meningsuiting
                                    gelijk aan die van andere burgers. Ligt het terrein dichterbij,
                                    dan kunnen de maatschappelijke gevolgen van de uitspraken groter
                                    zijn en kun je daarmee je eigen functioneren of dat van de
                                    openbare dienst schaden. </al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>• <vet>Je werkt in een glazen huis </vet></al><al>Wees je bewust van de mogelijkheden en risico’s van
                                    internetgebruik. Berichten op internet blijven altijd
                                    beschikbaar en kunnen steeds opduiken. Ook als je ergens
                                    inmiddels al lang anders over denkt. Blijf dus zakelijk in je
                                    uitlatingen. Je hebt een groot bereik, anderen kunnen op jouw
                                    bijdrage reageren, je bent persoonlijk zichtbaar en je hebt
                                    direct contact met anderen. Weet waar je bent en wie er achter
                                    een site zit, ken de doelgroep. Realiseer je dat internetlezers
                                    vrij makkelijk achter je identiteit kunnen komen door profielen
                                    en andere informatiesporen op het net te linken. Werken op
                                    internet is werken in een glazen huis. </al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>• <vet>Je houdt rekening met anderen </vet></al><al>Bedenk bij alles wat je schrijft of plaatst: als ik het met mijn
                                    naam en adres erop op een groot billboard langs de weg zou
                                    zetten, en mijn moeder reed langs… wat dan? Doe geen uitspraken
                                    die beledigend of kwetsend kunnen zijn. </al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>• <vet>Je geeft nooit vertrouwelijke informatie </vet></al><al>Geef nooit vertrouwelijke of persoonlijke informatie en blijf
                                    binnen de wettelijke kaders. Gemeentelijke informatie is niet
                                    allemaal openbaar. </al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>• <vet>Je privé kan publiek zijn</vet></al><al>Of je je uitlatingen privé doet of als ambtenaar in functie
                                    maakt wel degelijk verschil. In het laatste geval doe je dat
                                    namens of voor het college en maak je altijd duidelijk kenbaar
                                    dat je ambtenaar bent. Je kunt je als ambtenaar, maar ook als
                                    maatschappelijk of politiek geëngageerde burger op internet
                                    begeven. Je weet het verschil tussen je privé e-mailadres en je
                                    zakelijke adres, maar soms ligt vermenging tussen je ambtelijke
                                    en persoonlijke identiteit op de loer, zoals op LinkedIn. Treed
                                    je dan op namens de overheid of namens jezelf? Stel jezelf
                                    steeds de vraag in welke hoedanigheid je optreedt. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>6 Regels rondom de onderlinge omgang </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 6 Paraplu-artikel </label></kop><al>Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met raadsleden en
                            ambtenaren om.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6.1 </label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder bejegent bestuurders, raadsleden, de
                            gemeentesecretaris, de griffier en andere ambtenaren correct in woord,
                            gebaar en geschrift. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6.2</label></kop><al>Het college, c.q. de burgemeester resp. een wethouder houdt zich tijdens
                            de collegevergaderingen en de vergaderingen op de Politieke Markt aan
                            het reglement van orde en volgt de aanwijzingen van de voorzitter op.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6.3</label></kop><al>De burgemeester resp. een wethouder onthoudt zich in woord, gebaar en
                            geschrift, inclusief electronische berichten, van persoonlijke aanvallen
                            op individuele bestuurders, raadsleden en/of ambtenaren in of rondom
                            collegevergaderingen en de vergaderingen op de Politieke Markt en in het
                            openbaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Toelichting</label></kop><al>Een respectvolle omgang met elkaar maakt het beter mogelijk tot een
                            werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige
                            besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad met
                            elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.</al><al>College en raad hebben eigen reglementen van orde voor hun vergaderingen
                            en andere werkzaamheden: </al><al>• <extref doc="https://www.almere.nl/fileadmin/files/almere/bestuur/beleidsstukken/Beleidsnota_s/04d_BL_Reglement_van_orde_BenW_2014_REGLEMENT.pdf" struct="INTERNET">Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                                werkzaamheden van het college </extref></al><al>• <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Almere/170265/170265_1.html" struct="INTERNET">Spelregels voor de raadsleden van Almere 2012
                            </extref></al><al>• <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Almere/24434/24434_1.html" struct="INTERNET">Spelregels voor de Politieke Markt </extref></al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>7 Regels rondom de naleving van de gedragscode </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7.1</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad ziet erop toe dat de gedragscode van burgemeester en
                                    wethouders wordt nageleefd.</al></li><li nr="2."><al>De raad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode
                                    en controleert de naleving van de gedragscode, en geeft zonodig
                                    aanwijzingen voor wijziging of aanvulling van de
                                    gedragscode.</al></li><li nr="3."><al>Het college ziet er in het bijzonder op toe dat het college en
                                    de individuele collegeleden de gedragscode van burgemeester en
                                    wethouders naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het
                                    college hierbij.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.2 </label></kop><al>De burgemeester is verantwoordelijk voor de portefeuille integriteit en
                            bevordert een goede uitvoering en naleving van de gedragscode. De
                            burgemeester zorgt ervoor dat het onderwerp integriteit in het algemeen
                            en van de gedragscode in het bijzonder halfjaarlijks wordt besproken in
                            het college en jaarlijks in de raad. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.3 </label></kop><al>De gemeentesecretaris is contactpersoon en vertrouwenspersoon
                            integriteit van burgemeester en wethouders. Hij laat zich bijstaan door
                            een compliance officer. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.4 Omgaan met integriteitsschendingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een door de raad vastgesteld protocol hoe om te gaan met
                                    (vermoedens van) integriteitsschendingen. Dit protocol maakt
                                    onlosmakelijk deel uit van deze gedragscode (bijlage 1).</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester, c.q. de vicevoorzitter van de raad kan de raad
                                    verzoeken in specifieke gevallen gemotiveerd af te mogen wijken
                                    van onderdelen van het protocol.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.5 Het sanctioneren van schendingen van de code</label></kop><al>Als is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van een
                            regel van de gedragscode, kan dit leiden tot een sanctie. </al></artikel><artikel><kop><label>Toelichting</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.1</label></kop><al>Naast het vaststellen van een gedragscode met daarin heldere
                            gedragsregels is het van groot belang dat er op wordt toegezien dat de
                            gedragscode ook daadwerkelijk wordt nageleefd. In de gedragscode zijn
                            immers de regels opgenomen voor politieke ambtsdragers die zijn
                            gebaseerd op de wet. Ze leggen de voorwaarden vast waaraan het handelen
                            van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Als politieke
                            ambtsdragers zich niet aan deze regels houden, komen zij daarmee als het
                            ware onder het morele minimum dat zij met elkaar hebben afgesproken. Het
                            toezien op de naleving van de gedragscode is niet alleen een
                            verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid
                            van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor de
                            voorzitters van college en raad, voor het presidium, voor de
                            fractievoorzitters, voor de gemeentesecretaris en de griffier, voor de
                            besturen van partijen en afdelingen.</al><al>De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig
                            verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode, voor een eenduidige
                            interpretatie daarvan en voor wijziging/aanvulling daarvan bij
                            onduidelijkheden of leemtes.</al><al>Er zijn verschillende fasen te onderscheiden die spelen bij het toezien
                            op de naleving van de code:</al><al>• het bespreken van lastige integriteitkwesties; </al><al>• het signaleren van vermoedens van schendingen van de code;</al><al>• het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de
                            code;</al><al>• het eventueel sanctioneren van schendingen van de code.</al><al>In iedere fase is het van belang om “onpartijdig”, “terughoudend met
                            publiciteit” en “zorgvuldig” te zijn. Alleen dan kan een rechtvaardige
                            manier van handhaven van de gedragscode worden gegarandeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.2</label></kop><al>De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit
                            van zijn of haar gemeente te bevorderen. Hiermee is de
                            verantwoordelijkheid voor de portefeuille integriteit duidelijk belegd.
                            De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie
                            handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het
                            optreden bij incidenten.</al><al>Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat
                            integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek
                            krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking
                            van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als
                            binnen het bestuur. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te
                            staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon kan
                            hier in relatie tot het college en de gemeenteraad eveneens een
                            belangrijke rol in spelen.</al><al>Het is wenselijk dat de behandeling van het onderwerp bestuurlijke
                            integriteit in college en raad tegelijk plaatsvindt met de behandeling
                            van het onderwerp ambtelijke integriteit op grond van artikel 125quater
                            van de Ambtenarenwet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.3</label></kop><al><vet>Compliance</vet></al><al>De burgemeester is bestuurlijk verantwoordelijk voor een goede
                            compliance. De gemeentesecretaris wijst een compliance officer aan. De
                            compliance bewaakt de bestuurlijke integriteit van het college op o.m.
                            de volgende punten:</al><al>• Budgetten college, incl. declaraties collegeleden. T.a.v. declaraties
                            doet de gemeentesecretaris de functionele toets, de afdelingsmanager BAO
                            doet de budgettaire toets en verantwoording. Hiertoe wordt per kwartaal
                            door de dienst SBV een overzicht geleverd van alle boekingen.</al><al>• Kostendeclaratieregister</al><al>• Geschenken incl. geschenkenregister</al><al>• Afspraken over dienstvervoer</al><al>• Werkdiners, diners met externen</al><al>• Actueel overzicht nevenfuncties, inkomsten nevenfuncties</al><al>• Buitenlandse dienstreizen</al><al>• Facilitaire zaken zoals inrichting werkkamers en personele
                            ondersteuning</al><al>• Lunchkosten afdracht wethouders</al><al>• Beleidsmatige aspecten zoals gedragscode bestuurlijke integriteit,
                            themabijeenkomsten integriteit</al><al>• Politiek bestuurlijk gevoelige WOB-verzoeken en vragen die raken aan
                            integriteit zoals vragen over wachtgeld, declaraties, etc. </al><al>• Rechtspositie gemeentelijke politieke ambtsdragers (waaronder
                            onkostenvergoedingen etc.)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.4</label></kop><al>De gemeenteraad kan met de burgemeester nadere afspraken maken over de
                            werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden
                            van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het
                            moment dat er gehandeld dient te worden. Basisafspraken zijn hier
                            neergelegd in een onderzoeksprotocol dat deel uitmaakt van de
                            gedragscode. Bij het maken van de afspraken worden, voor zover relevant,
                            de geldende Richtlijnen bij afhandeling van klachten uit 2010, de
                            Klachtenregeling ongewenst gedrag uit 2013 en de (weliswaar specifiek
                            voor ambtenaren bedoelde) Klokkenluidersregeling<noot id="d570e1047"><noot.nr> 2 </noot.nr><noot.al>Op het moment van het opstellen van deze gedragscode wordt
                                    de Klokkeluidersregeling uit 2004 herzien in de vorm van de
                                    Regeling melding vermoeden misstand en/of onregelmatigheid
                                    gemeente Almere 2016.</noot.al></noot> uit 2004 mede in beschouwing genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.5</label></kop><al>Als is komen vast te staan dat een politieke ambtsdrager een regel van
                            de gedragscode heeftovertreden, dan kan dit tot een sanctie leiden. Deze
                            sanctie dient proportioneel te zijn. Bij hetbepalen van de sanctie
                            spelen de aard van de schending en de context waarbinnen deschending
                            heeft plaatsgevonden, een belangrijke rol. Niet alle schendingen zijn
                            even zwaar enmoeten of kunnen op dezelfde manier worden
                            gesanctioneerd.</al><al>Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming raken, zoals
                            belangenverstrengeling,corruptie en sommige kwesties rondom het gebruik
                            van informatie, raken aan de kerntaak vanpolitieke ambtsdragers en zijn
                            om die reden het ernstigst. Hier zijn de gevolgen voor burgers en</al><al>het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur het meest in het
                            geding. Bij dergelijkeschendingen passen in de regel dan ook de zwaarste
                            sancties. Een te lichte sanctie die volgt opeen ernstige schending
                            kweekt onbegrip en tast de geloofwaardigheid aan; hetzelfde geldt
                            voor</al><al>een te zware sanctie op een lichte schending.</al><al>Van belang is vervolgens om zowel verzwarende als verzachtende
                            omstandigheden in kaart tebrengen. Was er sprake van opzet? Van
                            naïviteit? Is de politieke ambtsdrager onder druk gezetvan zijn
                            partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker
                            de regel is dieis overtreden, hoe minder snel er een verzachtende
                            omstandigheid zal worden aangenomen.</al><al>Er zijn verschillende “sancties” die aan de orde kunnen zijn voor
                            benoemde politieke ambtsdragers, zoals:</al><al>• aanspreken</al><al>• publiek excuus</al><al>• afkeuring door partijen</al><al>• motie van treurnis</al><al>• motie van wantrouwen</al><al>• schorsing en ontslag bestuurder</al><al>• strafrechtelijke vervolging</al><al>De wet biedt de mogelijkheid tot het toepassen van verschillende formele
                            sancties. Sommige overtredingen van de gedragscode leveren daarnaast ook
                            een strafbaar feit op waarvan aangifte</al><al>kan of moet worden gedaan en die kunnen leiden tot strafrechtelijke
                            vervolging.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>8 Intrekking en inwerkingtreding</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 8.1</label></kop><al>De gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Almere
                            2016 treedt in werking op de dag na bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.2 </label></kop><al>De Verordening gedragscode bestuurlijke integriteit 2004 wordt
                            ingetrokken. </al><al/><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad,
                            gehouden op 1 december 2016</al><al/><al/><al>De raad voornoemd,</al><al/><al/><al>de griffier, de voorzitter, </al><al>………………… ………………….</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Bijlage 1 Protocol bij (vermoedens van) integriteitsschendingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Algemeen </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit protocol beschrijft hoe om te gaan met (vermoedens van)
                                    integriteitsschendingen door de burgemeester of door wethouders.
                                    Dit protocol is vastgesteld door de raad en maakt onderdeel uit
                                    van de gedragscode integriteit burgemeester en wethouders
                                    gemeente Almere 2016.</al></li><li nr="2."><al>Bij (vermoedens van) integriteitsschendingen door raadsleden
                                    geldt het protocol behorende bij de gedragscode integriteit
                                    raadsleden gemeente Almere 2016.</al></li><li nr="3."><al>In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de
                                    toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het
                                    presidium.</al></li><li nr="4."><al>Het protocol is openbaar en via de gemeentelijke website te
                                    raadplegen. Burgemeester en wethouders ontvangen bij hun
                                    aantreden een exemplaar van het protocol.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Het bespreken van integriteitskwesties </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Als de burgemeester twijfelt of een handeling die hij wil
                                    verrichten of nalaten een overtreding van de gedragscode zou
                                    kunnen zijn, wint hij advies in bij de gemeentesecretaris.</al></li><li nr="2."><al>Als een wethouder twijfelt of een handeling die hij wil
                                    verrichten of nalaten een overtreding van de gedragscode zou
                                    kunnen zijn, wint hij advies in bij de gemeentesecretaris en/of
                                    de burgemeester.</al></li><li nr="3."><al>Bij twijfel over het handelen van een ander is het uitgangspunt
                                    dat de burgemeester resp. een wethouder eerst betrokkene daarop
                                    aanspreekt. Daar wordt alleen van afgeweken als het om een
                                    vermoeden van een ernstige schending gaat en eventueel
                                    vervolgonderzoek in gevaar komt als het verdachte collegelid op
                                    de hoogte gesteld wordt. Wanneer de ander na het aanspreken zijn
                                    handelen niet feitelijk corrigeert of het vermoeden blijft
                                    bestaan dat de gedragscode wordt overtreden, is melding van het
                                    vermoeden van schending de vervolgstap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Melding en vooronderzoek bij vermoedens van schendingen door een wethouder </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Als een wethouder vermoedt dat een regel van de gedragscode
                                    wordt overtreden door een andere wethouder, dan meldt hij dat
                                    bij de burgemeester. De burgemeester neemt de melding in
                                    behandeling.</al></li><li nr="2."><al>Als de burgemeester vermoedt dat een regel van de gedragscode
                                    wordt overtreden door een wethouder, dan verricht hij hiernaar
                                    vooronderzoek. Hij kan hierbij te rade gaan bij de
                                    locoburgemeester (met inachtneming van de vastgestelde
                                    vervangingsvolgorde), de gemeentesecretaris en/of een externe
                                    adviseur.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester meldt het voornemen tot een vooronderzoek bij de
                                    melder, de overige wethouders en het presidium (door tussenkomst
                                    van de griffier en de voorzitter van het presidium). Allen
                                    betrachten vertrouwelijkheid ten aanzien van deze informatie en
                                    treden hiermee niet in openbaarheid.</al></li><li nr="4."><al>Ook de betrokken wethouder wordt op de hoogte gesteld van het
                                    vooronderzoek naar een vermeende schending. Daar wordt alleen
                                    van afgeweken als het om een vermoeden van een ernstige
                                    schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als
                                    de verdachte ambtsdrager op de hoogte gesteld wordt.</al></li><li nr="5."><al>Van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt een rapport
                                    gemaakt.</al></li><li nr="6."><al>De melder, de betrokkene, de overige wethouders en het presidium
                                    (door tussenkomst van de griffier en de voorzitter van het
                                    presidium) worden op hoofdlijnen geïnformeerd over de uitkomsten
                                    van het vooronderzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Melding en vooronderzoek bij vermoedens van schendingen door de burgemeester </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Als een wethouder vermoedt dat een regel van de gedragscode
                                    wordt overtreden door de burgemeester, dan meldt hij dat bij het
                                    presidium (door tussenkomst van de griffier en de voorzitter van
                                    het presidium). Hij informeert de overige wethouders over de
                                    melding. Het presidium neemt de melding in behandeling.</al></li><li nr="2."><al>Als het presidium vermoedt dat een regel van de gedragscode
                                    wordt overtreden door de burgemeester, dan verricht het
                                    presidium hiernaar vooronderzoek. Hij kan hierbij te rade gaan
                                    bij de locoburgemeester (met inachtneming van de vastgestelde
                                    vervangingsvolgorde), de fractievoorzitters, de
                                    gemeentesecretaris, de griffier en/of een externe adviseur.</al></li><li nr="3."><al>Het presidium meldt het voornemen tot een vooronderzoek bij de
                                    melder, de fractievoorzitters, de wethouders en de Commissaris
                                    der Koning. Allen betrachten vertrouwelijkheid ten aanzien van
                                    deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.</al></li><li nr="4."><al>Ook de burgemeester wordt op de hoogte gesteld van het
                                    vooronderzoek naar een vermeende schending. Daar wordt alleen
                                    van afgeweken als het om een vermoeden van een ernstige
                                    schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als
                                    de verdachte ambtsdrager op de hoogte gesteld wordt.</al></li><li nr="5."><al>Van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt een rapport
                                    gemaakt.</al></li><li nr="6."><al>De melder, de betrokkene, de fractievoorzitters en de wethouders
                                    worden op hoofdlijnen geïnformeerd over de uitkomsten van het
                                    vooronderzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Feitenonderzoek bij schendingen door een wethouder </label></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval er een concreet vermoeden is dat er een regel van
                                    de gedragscode is overtreden door een wethouder, geeft de
                                    burgemeester opdracht hiernaar onderzoek te verrichten.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester meldt het voornemen tot een feitenonderzoek bij
                                    de melder, de betrokkene, de overige wethouders en het presidium
                                    (door tussenkomst van de griffier en de voorzitter van het
                                    presidium). Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien
                                    van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.</al></li><li nr="3."><al>De opdracht wordt gegeven aan een interne of externe
                                    onderzoekscommissie.</al></li><li nr="4."><al>Een interne onderzoekscommissie bestaat minimaal uit de
                                    burgemeester en de gemeentesecretaris. Ter ondersteuning kunnen
                                    zij ambtenaren en/of raadsleden aanwijzen. Aan de commissie
                                    kunnen externe deskundigen worden toegevoegd.</al></li><li nr="5."><al>Als de afstand tussen de interne onderzoekers en de betrokken
                                    wethouder te klein is om voldoende objectief onderzoek te
                                    garanderen, wordt een externe onderzoekscommissie
                                    ingesteld.</al></li><li nr="6."><al>Een externe onderzoekscommissie bestaat uit personen buiten de
                                    organisatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Feitenonderzoek bij schendingen door de burgemeester </label></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval er een concreet vermoeden is dat er een regel van
                                    de gedragscode is overtreden door de burgemeester, geeft het
                                    presidium opdracht hiernaar onderzoek te verrichten.</al></li><li nr="2."><al>Het presidium meldt het voornemen tot een feitenonderzoek bij de
                                    melder, de betrokkene, de fractievoorzitters, de wethouders, de
                                    gemeentesecretaris en de Commissaris der Koning. Allen
                                    betrachten vertrouwelijkheid ten aanzien van deze informatie en
                                    treden hiermee niet in openbaarheid. Over de melding aan
                                    betrokkene: zie ook artikel 7.</al></li><li nr="3."><al>De opdracht wordt gegeven aan een interne of externe
                                    onderzoekscommissie.</al></li><li nr="4."><al>Een interne onderzoekscommissie bestaat minimaal uit de
                                    voorzitter van het presidium en de griffier. Ter ondersteuning
                                    kunnen zij ambtenaren en/of raadsleden aanwijzen. Aan de
                                    commissie kunnen externe deskundigen worden toegevoegd.</al></li><li nr="5."><al>Als de afstand tussen de interne onderzoekers en de burgemeester
                                    te klein is om voldoende objectief onderzoek te garanderen,
                                    wordt een externe onderzoekscommissie ingesteld.</al></li><li nr="6."><al>Een externe onderzoekscommissie bestaat uit personen buiten de
                                    organisatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Kennisgeving aan betrokkene</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De betrokken politieke ambtsdrager wordt over het instellen van
                                    een feitenonderzoek op tijd per brief geïnformeerd.</al></li><li nr="2."><al>In de brief is in ieder geval opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>een omschrijving van het handelen of nalaten dat
                                            aanleiding is tot instellen onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>de melding dat betrokkenen en getuigen kunnen worden
                                            gehoord;</al></li><li nr="c."><al>de melding dat als andere feiten en omstandigheden
                                            bekend worden die van belang kunnen zijn voor het
                                            bepalen van de omvang, aard en ernst van de
                                            integriteitsbreuk, het onderzoek zich kan uitstrekken
                                            tot die feiten en omstandigheden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Horen van betrokkene en getuigen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De betrokken politieke ambtsdrager en getuigen kunnen worden
                                    gehoord.</al></li><li nr="2."><al>De gesprekken worden gehouden door minimaal twee personen.</al></li><li nr="3."><al>Er wordt een gespreksverslag opgemaakt en ondertekend door de
                                    onderzoekers en de getuige/betrokkene.</al></li><li nr="4."><al>De gehoorde krijgt de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen
                                    schriftelijk te reageren op het verslag.</al></li><li nr="5."><al>Als de gehoorde weigert te tekenen, wordt daarvan melding
                                    gemaakt in het verslag. Als de gehoorde dat wil, wordt er een
                                    schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gehoorde
                                    bij het verslag gedaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Aangifte </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Als er vermoeden is van een misdrijf door een wethouder, doet de
                                    burgemeester in overleg met het presidium (door tussenkomst van
                                    de griffier en de voorzitter van het presidium) aangifte bij de
                                    politie. De burgemeester informeert de wethouders hierover.</al></li><li nr="2."><al>Als er vermoeden is van een misdrijf door de burgemeester, doet
                                    de voorzitter van het presidium in overleg met de Commissaris
                                    der Koning en de fractievoorzitters aangifte bij de politie. De
                                    voorzitter van het presidium informeert de wethouders
                                    hierover.</al></li><li nr="3."><al>Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie
                                    eventueel na overleg met de officier van justitie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Onderzoeksrapportage bij schendingen door een wethouder </label></kop><lijst><li nr="1."><al>De onderzoeksrappportage wordt door de burgemeester aangeboden
                                    aan het presidium (door tussenkomst van de griffier en de
                                    voorzitter van het presidium) en de locoburgemeester (met
                                    inachtneming van de vervangingsvolgorde), zodat zij als eerste
                                    kennis kunnen nemen van de rapportage. Allen betrachten
                                    discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden
                                    hiermee niet in openbaarheid.</al></li><li nr="2."><al>Daarna wordt het rapport toegezonden aan de raad met een
                                    afschrift aan het college en de betrokkene, eventueel onder
                                    gedeeltelijke geheimhouding voor zover de wetgeving zich
                                    hiertegen niet verzet. De rapportage bevat alle informatie die
                                    nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van
                                    integriteitsschending.</al></li><li nr="3."><al>De raad spreekt zich uit over het rapport.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Onderzoeksrapportage bij schendingen door de burgemeester </label></kop><lijst><li nr="1."><al>De onderzoeksrappportage wordt door de voorzitter van het
                                    presidium van de raad aangeboden aan de fractievoorzitters, de
                                    locoburgemeester (met inachtneming van de vervangingsvolgorde)
                                    en de Commissaris der Koning, zodat zij als eerste kennis kunnen
                                    nemen van de rapportage. Allen betrachten discretie en prudentie
                                    ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in
                                    openbaarheid.</al></li><li nr="2."><al>Daarna wordt het rapporttoegezonden aan de raad met een
                                    afschrift aan het college en de betrokkene, eventueel onder
                                    gedeeltelijke geheimhouding voor zover de wetgeving zich
                                    hiertegen niet verzet. De rapportage bevat alle informatie die
                                    nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van
                                    integriteitsschending.</al></li><li nr="3."><al>De raad spreekt zich uit over het rapport.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Communicatie en openbaarheid</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij (vermoedens van) schendingen door een wethouder zorgt de
                                    burgemeester voor de interne en externe communicatie. Hierbij
                                    wordt afhankelijk van de situatie afgestemd met de overige
                                    collegeleden, de gemeentesecretaris, het presidium (door
                                    tussenkomst van de griffier en de voorzitter van het presidium)
                                    en het Openbaar Ministerie.</al></li><li nr="2."><al>Bij (vermoedens van) schendingen door de burgemeester zorgt de
                                    voorzitter van het presidium voor de interne en externe
                                    communicatie. Hierbij wordt afhankelijk van de situatie
                                    afgestemd met collegeleden, de gemeentesecretaris, de griffier,
                                    de fractievoorzitters, de Commissaris der Koning en het Openbaar
                                    Ministerie.</al></li><li nr="3."><al>In de communicatie geldt de wetgeving ten aanzien van
                                    openbaarheid van bestuur en privacybescherming als juridisch
                                    kader.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Bijlage 2 Praktische voorbeelden</label></kop><structuurtekst><al>Ter inleiding: </al><al>Alle voorbeelden zijn fictief. De voorbeelden zijn bedoeld om te
                            illustreren dat de afweging of iets kan, mag of gewenst is, soms
                            makkelijk is maar soms ook moeilijk. Vooral als het gaat om de schijn
                            van belangenverstrengeling of corruptie, betreden we snel een grijs
                            gebied. Als algemene gedragslijn geldt dat in situaties waarbij een
                            duidelijk ja of nee moeilijk is, dat de vraag wordt voorgelegd aan het
                            college en de afspraken worden vastgelegd in het openbaar verslag van de
                            collegevergadering. E.e.a. is dan in ieder geval transparant. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>A) Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling</label></kop><al><onderstreept>Vraag A1</onderstreept></al><al>De wethouder Wonen is voorzitter van de vereniging van
                            huiseigenaren</al><al>van de flat waar hij woont. Mag deze wethouder zijn wethouderschap
                            combinerenmet dit voorzitterschap? </al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>De Gemeentewet artikel 36B verbiedt de combinatie van deze functies</al><al>niet. Artikel 2.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het
                            combinerenvan deze functies. De nevenfunctie moet wel worden gemeld (zie
                            artikel 2.6.2.4) en de gemeentesecretaris moet zorg dragen voor
                            bekendmaking van deze nevenactiviteit(zie artikel 2.6.2.3). Let op: een
                            wethouder moet al zijn nevenfuncties melden.</al><al/><al><onderstreept>Vraag A2</onderstreept></al><al>Samen met zijn staf bereidt de wethouder een bestemmingswijziging
                            voor</al><al>die een gebied betreft waarbinnen de flat staat waar hij woont.</al><al>Mag de wethouder bij die besprekingen betrokken zijn?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Ja, als in de voorgestelde bestemmingswijziging beslissingen</al><al>worden voorgelegd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek zijn
                            flat. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als
                            deze wethouder mee doet aan debespreking in de staf. </al><al/><al><onderstreept>Vraag A3</onderstreept></al><al>Mag de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college over de
                            bestemmingswijziging?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Ja, dat mag hij. Er vindt a priori geen verstrengeling van belangen
                            plaats,</al><al>dus hij kan deelnemen aan de besluitvorming in het college.</al><al/><al><onderstreept>Vraag A4</onderstreept></al><al>Mag de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Ja, dat mag hij. Er vindt a priori geen verstrengeling van belangen
                            plaats,</al><al>dus hij kan het stuk zelf inbrengen in de raad.</al><al/><al><onderstreept>Vraag A5</onderstreept></al><al>De raad doet voorstellen om precies in het gedeelte waar zijn flat
                            staat,</al><al>huizen te slopen. Zijn flat zal in dat geval ook gesloopt worden. Mag de
                            wethouder ditdossier verder behandelen?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Nee, dat mag hij op grond van art 2.3 van de gedragscode niet. De
                            aanpassingen betreffen zijn huis, waarmee hij een direct belang heeft
                            bij het behandelen van deze bestemmingswijziging. Let op: wanneer het
                            een politiek gevoelig dossier betreft, kan het zijn dat dezewethouder
                            beslist dat hij al in een eerder stadium niet betrokken wil zijn bij
                            hetdossier om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>B) Regels rondom (de schijn van) corruptie</label></kop><al><onderstreept>Vraag B1</onderstreept></al><al>Raadsleden en collegeleden krijgen van een bioscoopbedrijf op
                            persoonlijke titel een Unlimited Gold Card, geldig voor de huidige
                            bestuursperiode, aangeboden.</al><al>Mag deze kaart geaccepteerd worden?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 3.2 van
                            de</al><al>gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de
                            politici en politieke ambtsdragers van Almere.</al><al/><al><onderstreept>Vraag B2</onderstreept></al><al>Alleen de wethouder Kunst en Cultuur krijgt de kaart aangeboden. Het
                            is</al><al>voor het bestuurswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij de
                            grootstebioscoop uit de regio. Mag deze kaart geaccepteerd worden?</al><al><onderstreept>Antwoord </onderstreept></al><al>Nee, het aannemen van de kaart, is ook nu een overtreding van artikel
                            3.2</al><al>van de gedragscode. Het is “om te weten hoe het reilt en zeilt” bij het
                            bioscoopbedrijf voor deze wethouder niet noodzakelijk een kaart te
                            hebben en het accepteren van eendergelijke gift roept mogelijk wel de
                            schijn van corruptie op.</al><al>De wethouder kan zich in dit geval op een andere manier op de hoogte
                            stellen over de specifiek Almeerse vestiging van het bioscoopbedrijf of
                            de bioscoopbranche, zoals hetafleggen van een werkbezoek met een
                            duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen</al><al>dus terug te worden gestuurd conform artikel 3.2.1</al><al/><al><onderstreept>Vraag B3</onderstreept></al><al>Een ambtenaar van de afdeling Communicatie heeft van een bioscoopbedrijf
                            20 vrijkaartjes gekregen om een internationaal filmfestival bij te wonen
                            dat door Utopolis wordt georganiseerd. De gemeente Almere heeft het
                            festival gesubsidieerd. De mail die aan alle raadsleden en collegeleden
                            wordt gestuurd, eindigt met “Wie wil? 1 kaartje per persoon”.</al><al>Mag de wethouder dit kaartje accepteren?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Nee, dat zou in overtreding zijn met artikel 3.2. Het kaartje is een
                            geschenk. Het aannemen van dit geschenk heeft geen functioneel
                            belang.</al><al/><al><onderstreept>Vraag B4</onderstreept></al><al>Is dit dan geen uitnodiging voor relaties?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Nee, dit is geen formele uitnodiging. De redenatie om wel te
                            accepteren</al><al>zou kunnen zijn dat de gemeente financieel heeft bijgedragen aan dit
                            festival en datdit kaartje dus gezien kan worden als een uitnodiging van
                            het bioscoopbedrijf aan zijn relaties.Kijkend naar artikel 3.2.3 moet
                            geconcludeerd worden dat een mail van een ambtenaarvan de afdeling
                            Communicatie met de afsluiting “Wie wil? 1 kaartje per persoon”
                            niet</al><al>gezien kan worden als een gerichte uitnodiging van het bioscoopbedrijf
                            aan zijn relaties, en ook niet als een uitnodiging van het college van
                            B&amp;W aan de raadsleden. Daarbij is onvoldoende duidelijk of het
                            ingaan op deze “uitnodiging” functioneel is: heeft de wethouder een
                            formele rol te vervullen op het festival, opent hij het
                            festival,overhandigt hij een boek, oorkonde, lintje?</al><al/><al/><al><onderstreept>Vraag B5</onderstreept></al><al>Had de ambtenaar deze kaartjes mogen aannemen?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Nee. Het organiseren van de gemeentelijke betrokkenheid bij dit</al><al>filmfestival behoort tot de normale werkzaamheden van de ambtenaren. De
                            extrabeloning in de vorm van vrijkaartjes had dus geweigerd moeten
                            worden.</al><al>Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in
                            professionelezin daadwerkelijk functioneel noodzakelijk is en of er geen
                            andere manieren zijn om dit doel tebereiken, zonder dat daarbij de
                            schijn van corruptie wordt opgeroepen.Verschillende argumenten worden
                            door politici gebruikt om giften aan te nemen en inte gaan op
                            uitnodigen. “Het is voor het bestuurswerk of het raadswerk noodzakelijk
                            ofzeer informatief” en “het is nodig om de relatie goed te houden” zijn
                            de meestgehoorde. Toch blijken deze redenaties in de praktijk vrijwel
                            nooit te kloppen, omdat er altijd andere manieren ter beschikking staan
                            die minder de schijn van corruptieopwekken. </al><al/><al><onderstreept>Vraag B6</onderstreept></al><al>Een wethouder heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst.</al><al>Na afloop krijgt hij een bos bloemen. Mag hij die aannemen?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit
                            hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op
                            dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet
                            het type geschenk dat deschijn van corruptie opwekt. En daarboven komt
                            nog dat het geschenk waarschijnlijk een waarde zal hebben die niet boven
                            de € 50 uitkomt. </al><al>Let op: Deze situatie komt regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan
                            veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken,
                            boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken,
                            presse papiers, koffiemokken en andere typen geschenken uit de categorie
                            “bagatelgiften”. In veel van dergelijke situaties is het weigeren
                            (hoewel het devies) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid
                            te brengen.</al><al/><al><onderstreept>Vraag B7</onderstreept></al><al>Het college krijgt van het “goede doelen programma” van een
                            electronicaproducent, metveel korting een videoconferencing-systeem
                            aangeboden. Met dit systeem kunnencollegeleden vanaf een andere locatie
                            toch deelnemen aan een beraadslaging. Zolaat het bedrijf zien goede
                            besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen</al><al>ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Nee, het aannemen van het systeem, is een overtreding van artikel
                            3.2.2</al><al>van de gedragscode. Mocht het noodzakelijk zijn een dergelijk systeem
                            aan te schaffen dandient dat vanuit gemeentelijke middelen betaald te
                            worden.</al><al/><al><onderstreept>Vraag B8</onderstreept></al><al>Het college krijgt van de directie van een in Almere gevestigd groot
                            bedrijf een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe
                            plannen. Daarbij zal ook een dinerplaatsvinden met Almeerse ondernemers.
                            Mag het college de uitnodiging accepteren?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Ja, de collegeleden mogen in principe ingaan op dit verzoek. Het is</al><al>noodzakelijk voor het bestuurswerk dat collegeleden geïnformeerd worden.
                            Nietalleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële
                            partijen of anderebelanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden
                            collegeleden de mogelijkheidgeïnformeerd te worden.</al><al>Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van
                            het</al><al>werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de
                            organisatie</al><al>geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen
                            overtreding van decode op. Aan de mate van luxe die nog geaccepteerd kan
                            worden, zitten uiteraardgrenzen. Alvorens op een dergelijk verzoek in te
                            gaan, is het verstandig dat hetcollege zich hiervan rekenschap
                            geeft.</al><al/><al><onderstreept>Vraag B9</onderstreept></al><al>Het college nodigt zijn relaties uit voor het bijwonen van de</al><al>finish van de Holland Triathlon Challenge Almere-Amsterdam. Daartoe zal
                            hij zijn gasten ontvangen in een eigen VIP-tent. Is dit in overtreding
                            met artikel 2.1. van de gedragscode?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Nee, dit is niet in overtreding met artikel 3.2 van de gedragscode. Het
                            is</al><al>voor de burgers van Almere noodzakelijk dat het college zijn
                            netwerk</al><al>onderhoudt. Het college zal in het kader hiervan dan ook op gezette
                            tijden zelfbijeenkomsten organiseren. Het organiseren van bijeenkomsten
                            ter representatievan de stad is geen handeling die de (schijn van)
                            corruptie oproept, in tegenstellingtot het accepteren van een
                            uitnodiging. In ogenschouw dient genomen te worden datde kosten daarvan
                            (moreel) te verantwoorden zijn en dat tijdens het netwerken zelfgeen
                            valse verwachtingen of onrechtmatige beloftes worden gedaan.</al><al/><al><onderstreept>Vraag B10</onderstreept></al><al>Een wethouder ontvangt twee VIP-entreekaarten voor het popfestival Zand.
                            De waarde van de kaarten bedraagt meer dan € 50. De wethouder gaat samen
                            met zijn zoon naar het festival. Mag dat? </al><al><onderstreept>Antwoord </onderstreept></al><al>Deze case kent meerdere facetten. Kort door de bocht kan het antwoord
                            “nee” luiden omdat het om een bedrag groter dan € 50 gaat. De kaarten
                            zouden eigenlijk geweigerd of teruggestuurd moeten worden. Maar is dat
                            niet onbeleefd? Dat kan niet doorslaggevend zijn. Van belang is in welk
                            kader de kaarten zijn ontvangen. Heeft de wethouder enige betrokkenheid
                            gehad bij het popfestival?</al><al>Het antwoord kan wellicht “ja” luiden voor wat betreft één entreekaart
                            (los van de vraag of de waarde van het “geschenk” dan lager dan € 50
                            uitkomt), want de aanwezigheid van de wethouder kan afhankelijk van de
                            context als functioneel worden beschouwd: in ieder geval voor de
                            wethouder cultuur, maar ook voor andere portefeuillehouders (netwerken
                            etc.).</al><al>Maar hoe zit het met de 2e entreekaart? Het meenemen van de partner c.q.
                            tafelgenoot naar bijv. een première of een diner vormt een algemeen
                            geaccepteerde sociale omgangsvorm, zou je kunnen zeggen. Vaak worden
                            hierom immers ook 2 uitnodigingen/kaarten toegestuurd. </al><al>Valt het meenemen van de partner naar een popfestival ook hieronder?
                            Valt het meenemen van de buurman, een groot Ajaxfan, naar een
                            voetbalwedstrijd in de Amsterdam Arena ook hieronder? Valt het meenemen
                            van je kind hieronder? Andere burgers moeten immers gewoon voor de
                            entreekaart betalen! </al><al>De wethouder zou ervoor kunnen kiezen om slechts 1 entreekaart te
                            accepteren (mits dit van functioneel belang is) en om voor het meenemen
                            van iemand anders zelf een kaartje te kopen. Vanuit integriteitsoptiek
                            een hele zuivere lijn. De politiek ambtsdrager laat zo immers niemand
                            meeprofiteren van zijn positie. </al><al>De redenering dat niemand het toch ziet als hij zijn 2e entreekaartje
                            aan zijn zoon heeft weggegeven die ergens midden in het publiek staat,
                            is niet houdbaar. Stel dat de zoon zijn vader op enig moment vergezelt
                            in de VIP lounge en dat dit de volgende dag breed uitgemeten in de krant
                            staat! </al><al>Kortom, het gebruiken van de tweede entreekaart voor het meenemen van
                            iemand leent zich hier voor afweging. De oplossing kan hier zijn
                            (conform artikel 3.2) om e.e.a. in het college te melden en de met het
                            college hierover gemaakte afspraak vast te leggen in het openbaar
                            verslag van de collegevergadering. De keuze is dan transparant geworden. </al><al/><al><onderstreept>Vraag B11</onderstreept></al><al>Een ondernemer uit Amsterdam wil zijn bedrijf (met 250 arbeidsplaatsen)
                            verhuizen naar Almere. De onderhandelingen met de ambtenaren van de
                            afdeling Economische Zaken verlopen niet naar wens; de grondprijs blijft
                            een obstakel. De wethouder Economische Zaken wordt door de ondernemer
                            uitgenodigd in Amsterdam om tijdens een etentje er nog eens goed over te
                            spreken. De wethouder weet dat de door de ondernemer gevraagde
                            grondprijs niet past binnen de door de raad geboden bandbreedte maar wil
                            het bedrijf ook niet laten wegglippen. Hij gaat op de uitnodiging in.
                            Een juiste keuze?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Ja, de wethouder zal het gesprek kunnen aangaan. Er zijn wel de volgende
                            aandachtspunten. Het is raadzaam dat de wethouder zich tijdens het diner
                            laat vergezellen door een ambtenaar van de afdeling Economische Zaken en
                            dat er een verslag wordt gemaakt van het gesprek. Het is verder raadzaam
                            dat de ondernemer tevoren wordt verteld dat de dinerkosten van de
                            wethouder en de ambtenaar voor rekening van de gemeente zijn. Vanuit
                            integriteitsoptiek zou een goede optie ook zijn dat de wethouder de
                            ondernemer opbelt met de mededeling graag in gesprek te willen gaan maar
                            als gesprekslocatie het stadhuis voorstelt (desnoods gecombineerd met
                            een door de gemeente georganiseerde kleine lunch). </al><al>Tenslotte is het aan te bevelen dat de wethouder de ondernemer tevoren
                            duidelijkheid geeft over de mogelijkheden om tijdens het gesprek verder
                            over de grondprijs te onderhandelen (wellicht valt er over andere
                            aspecten nader te spreken). Waarschijnlijk zal de wethouder geen
                            toezegging over een nieuwe grondprijs kunnen doen zonder daarvoor de
                            raad te consulteren. E.e.a. moet dan ook door de wethouder tevoren aan
                            het college worden voorgelegd, zodat in ieder geval duidelijkheid
                            bestaat of het college bereid is de afwijking van de bandbreedte voor te
                            leggen aan de raad. </al><al/><al><onderstreept>Vraag B12</onderstreept></al><al>Een aannemingsbedrijf nodigt de wethouder ruimtelijke ordening uit om op
                            kosten van zijn bedrijf deel te nemen aan een werkbezoek aan Barcelona.
                            De aannemer gaat één van de paviljoens op de Floriade bouwen en wil zich
                            op de hoogte stellen van, en zich laten inspireren door in Barcelona
                            gerealiseerde soortgelijk projecten. De aannemer heeft ook andere bij de
                            Floriade betrokken partijen uitgenodigd; deze hebben allen geaccepteerd.
                            De uitnodiging is besproken in het college. Besloten is dat de reis- en
                            verblijfskosten van de wethouder voor rekening van de gemeente zijn. De
                            dienstreis staat inmiddels aangekondigd in het dienstreizenregister.
                            Goed gehandeld?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Ja, de afweging is in het college gemaakt. Het college vindt de reis
                            blijkbaar functioneel en doelmatig genoeg (netwerken etc.). Daarover zal
                            de buitenwacht van mening kunnen verschillen. In ieder geval is de
                            schijn van corruptie terecht weggenomen door de kosten voor rekening van
                            de gemeente te nemen. Door e.e.a. transparant te maken, kunnen raad en
                            derden de keuze beoordelen. </al></artikel><artikel><kop><label>C) Regels rondom gebruik van gemeentelijke faciliteiten</label></kop><al><onderstreept>Vraag C1</onderstreept></al><al>De wethouder Economische Zaken heeft een nevenfunctie als lid van
                            een</al><al>universitaire adviesraad voor technologieontwikkeling. De vergaderingen
                            van dezeadviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag de
                            wethouder een auto metchauffeur gebruiken om naar de vergadering van
                            zijn nevenactiviteit te gaan?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Nee, een auto met chauffeur staat de wethouder ter beschikking voor
                            zijn</al><al>werkzaamheden als wethouder. Het inzetten van de auto met chauffeur voor
                            zijnnevenwerkzaamheden is in strijd met artikel 4.5 van de code. Ook
                            eventueelgemaakte taxikosten ten behoeve van zijn nevenactiviteit mag de
                            wethouder nietdeclareren. De wethouder kan dus het beste gebruik maken
                            van zijn eigen auto of hetopenbaar vervoer om naar de betreffende
                            vergadering.De redenatie dat hij gevraagd is voor de adviesraad omdat
                            dat hij wethouder EZ is(dus relatie heeft met zijn functie) en hij
                            daarom gebruik kan maken van dedienstauto met de chauffeur, is niet
                            houdbaar. Het lidmaatschap is gekoppeld aan depersoon niet aan de
                            functie van wethouder EZ van de gemeente Almere. Als dezepersoon
                            wethouder af is, vervalt niet automatisch zijn lidmaatschap van
                            deadviesraad. Het betreft hier dus een echte nevenfunctie waar de
                            gemeentemiddelenniet voor ingezet kunnen worden. Overigens betekent dit
                            ook dat de wethouder</al><al>eventuele financiële vergoeding mag accepteren en houden.</al><al/><al><onderstreept>Vraag C2</onderstreept></al><al>Dezelfde situatie met het volgende verschil: stel dat gaat om een
                            functiegebonden nevenfunctie bij een verbonden partij, te weten het
                            afvalverwerkingsbedrijf waarin de gemeente Almere aandeelhouder is. Het
                            lidmaatschap is nu dus wel gekoppeld aan de functie van wethouder EZ.
                            Mag de dienstauto nu wel gebruikt worden?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Ja. </al></artikel><artikel><kop><label>D) Regels rondom informatie </label></kop><al><onderstreept>Vraag D1</onderstreept></al><al>De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te</al><al>wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen.
                            Verschillendecommerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier
                            een stevige lobbyvoor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus
                            in overweging neemt. Hetcollege heeft besloten het dossier geheim te
                            verklaren en de raad heeft ditbekrachtigd. Er wordt in de pers echter
                            regelmatig over het dossier geschreven.Vaak zit men er maar weinig
                            naast, wat er op duidt dat er wellicht door een ofmeerdere raadsleden
                            gepraat wordt met journalisten. De wethouder is van meningdat het geheim
                            behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. “Alles ligt
                            toch</al><al>al op straat”. Mag hij ingaan op het verzoek van een journalist om met
                            hem over hetdossier te spreken?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding
                            van</al><al>artikel 272 van het wetboek van strafrecht (lekken van geheime
                            informatie) en vanartikel 5.3 van de gedragscode. Alleen het
                            bestuursorgaan dat de geheimhoudingheeft opgelegd (in dit geval het
                            college), of het orgaan dat de geheimhouding heeftbekrachtigd (de raad)
                            kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang datniet is
                            gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het
                            sprekenover de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht wat
                            zelfs strafbaar kanzijn. In lijn met de artikel 7.4 van de gedragscode
                            zal een onderzoek gestart kunnen worden naar de
                            integriteitsschending.</al><al/><al><onderstreept>Vraag D2</onderstreept></al><al>(Twitterbericht) “@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een</al><al>besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend.</al><al>#bezuinigenaltijdmoeilijk”</al><al><onderstreept>Antwoord </onderstreept></al><al>Niet doen. In een besloten vergadering worden zaken vertrouwelijk</al><al>besproken. Een twitterbericht als dit is dus een overtreding van artikel
                            5.3 van degedragscode.</al><al/><al><onderstreept>Vraag D3</onderstreept></al><al>Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe
                            huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een wethouder
                            schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij dit
                            waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. Zijn zus wil graag
                            wonen in dat gebied. Mag hij zijn zus waarschuwen niet in die periode op
                            zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven?</al><al><onderstreept>Antwoord</onderstreept></al><al>Nee, het waarschuwen van zijn zus is in overtreding met artikel 5.4.
                            Deze</al><al>inschatting kan alleen gemaakt worden door een persoon die veel
                            voorkennis heeft.Deze wethouder heeft beschikking over informatie die
                            andere burgers niet hebbenwat hem een informatievoorsprong geeft. Dit
                            aanwenden ten bate van zijn zus is dusin overtreding met artikel 5.4 van
                            de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van</al><al>belangen.</al></artikel><artikel><kop><label>E) Regels rondom onderlinge omgang</label></kop><al>Een voorbeeldcasus is hier achterwege gelaten. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Bijlage 3 Wettelijk kader</label></kop><artikel><kop><label>Algemene bepalingen</label></kop><al>• De raad stelt voor de wethouders een gedragscode vast. (Gemeentewet,
                            artikel 41c)</al><al>• De raad stelt voor de burgemeester een gedragscode vast. (Gemeentewet,
                            artikel 69)</al><al>• De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast. (gemeentewet,
                            artikel 15)</al></artikel><artikel><kop><label>Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling</label></kop><al><vet>Afleggen eed of belofte </vet></al><al>• Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de bestuurder de
                            volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om
                            tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder
                            welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of
                            beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te
                            doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige
                            belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw
                            zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn
                            plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.” (Gemeentewet,
                            artikel 41a en 65)</al><al/><al><vet>Persoonlijke belangen</vet></al><al>• Een bestuurder neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid
                            die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij
                            als vertegenwoordiger is betrokken; de vaststelling of goedkeuring der
                            rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks
                            bestuur hij hoort (gemeentewet, artikel 58 jo artikel 28).</al><al>• Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende
                            of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit
                            hebben, de besluitvorming beïnvloeden. (Algemene Wet Bestuursrecht,
                            artikel 2:4)</al><al/><al><vet>Incompatibiliteiten en nevenfuncties</vet></al><al>• Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen,
                            waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of
                            gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de
                            gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van
                            verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (Gemeentewet,
                            artikel 41c en 69 jo artikel 15) </al><al>• Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het
                            hebben van een aantal andere functies uit. (Gemeentewet, artikelen 36b
                            en 68)</al><al>• Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk
                            de sanctie van ontslag. (Gemeentewet, artikelen 46 en 47)</al><al>• Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen
                            nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede
                            vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters is daaraan toegevoegd dat
                            zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de
                            handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het
                            vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van
                            de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging.Voor de burgemeester
                            geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties.
                            (Gemeentewet, artikel 41b en 67)</al><al>• Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke
                            nevenfuncties zij vervullen. Voor burgemeesters zijn ambtshalve
                            nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter
                            inzage op het gemeentehuis. (Gemeentewet, artikel 41b en 67)</al><al>• Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun
                            inkomsten uit neven- functies openbaar; de opgave van neveninkomsten
                            wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis, uiterlijk 1 april na het
                            jaar waarin de inkomsten zijn genoten. (gemeentewet, artikel 41b en
                            67)</al><al>• Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen
                            vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de
                            gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de
                            inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend,
                            volgens dezelfde verrekeningsystematiek als voor leden van de Tweede
                            Kamer. (Gemeentewet, artikelen 44 en 66)</al></artikel><artikel><kop><label>Regels rondom (de schijn van) corruptie</label></kop><al><vet>Afleggen eed of belofte </vet></al><al>• Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de bestuurder de
                            volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om
                            tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder
                            welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of
                            beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te
                            doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige
                            belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw
                            zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn
                            plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.” (Gemeentewet,
                            artikel 41a en 65)</al></artikel><artikel><kop><label>Regels rondom gebruik van gemeentelijke faciliteiten</label></kop><al><vet>Geen andere inkomsten</vet></al><al>• Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van de
                            gemeente dan die bij of krachtens wet toegestaan zijn. (Gemeentewet,
                            artikel 44 en 66)</al><al/><al><vet>Declaraties en onkostenvergoedingen</vet></al><al>• Verordening richtlijnen representatie 2001 </al><al>• Verordening vergoeding onkosten burgemeester en wethouders 2007</al><al>• Rechtspositiebesluit burgemeester</al><al>• Rechtspositiebesluit wethouders</al><al>• Regeling rechtspositie burgemeesters</al><al>• Regeling rechtspositie wethouders</al></artikel><artikel><kop><label>Regels rondom informatie </label></kop><al><vet>Informatieplicht</vet></al><al>• Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle
                            inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de
                            uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een
                            passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers
                            informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging
                            moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als
                            die in strijd is met het openbaar belang. (Gemeentewet, artikel 60, 169
                            en 180)</al><al>• Het bestuursorgaan maakt gevraagd en ongevraagd documenten over
                            bestuurlijke aangelegenheden openbaar, tenzij de uitzonderingsgronden en
                            beperkingen van artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur van
                            toepassing zijn. </al><al/><al><vet>Geheimhouding</vet></al><al>• Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een
                            bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan
                            hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden,
                            en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk
                            voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is
                            verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig
                            wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de
                            noodzaak tot mededeling voortvloeit. (Algemene Wet Bestuursrecht,
                            artikel 2:5)</al><al>• Het college, de burgemeester, de raad en een door de raad ingestelde
                            commissie kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de
                            Wet Openbaarheid van Bestuur, geheimhouding opleggen aan stukken die aan
                            hen worden overlegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de
                            behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken
                            kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar opheft
                            (Gemeentewet, artikel 25, 55 en 86 Gemeentewet)</al><al>• Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf. (Wetboek van
                            Strafrecht, artikel 272)</al></artikel><artikel><kop><label>Regels rondom onderlinge omgang</label></kop><al>• Het college stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en
                            andere werkzaamheden vast, dat aan de raad wordt toegezonden
                            (Gemeentewet, artikel 52).</al><al>• De raad stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere
                            werkzaamheden vast. (Gemeentewet, artikel 16) </al></artikel><artikel><kop><label>Regels rondom de naleving van de gedragscode</label></kop><al><vet>Integriteitshandhaving</vet></al><al>• De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente.
                            (Gemeentewet, artikel 170)</al><al/><al><vet>Sancties</vet></al><al>• Schending van de geheimhoudingsplicht levert een strafbaar feit op.
                            (Wetboek van Strafrecht, artikel 272)</al><al>• Als de integriteitsschending een misdrijf is, geldt een
                            aangifteplicht. (Wetboek van Strafrecht , artikel 162)</al><al>• De burgemeester kan worden ontslagen of geschorst. (Gemeentewet,
                            artikel 61b, 62 </al><al>• De wethouder kan worden ontslagen of zelf ontslag nemen. (Gemeentewet,
                            artikel 46, 47 en 49)</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>