<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR44967_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inburgering gemeente Dronten 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2010, nr. 19</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inburgering gemeente Dronten 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8, 19, 23, 24a, 24f en 35.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit inburgering, art. 4.27</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-03-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B10.000606</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Beleidsregels voorzieningen inburgering.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inburgering gemeente Dronten 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dronten,</al><al>gelezen het voorstel van het college van 27 juli 2010, No.
                        B10.000516</al><al>gelet op; de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24a, vijfde
                        lid, 24f en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid, van
                        het besluit inburgering;</al><al>gezien het advies van de raadscommissie van september 2010;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>I.vast te stellen de <vet>Verordening</vet><vet>inburgering gemeente
                        Dronten 2010.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en
                                        wethouders;</al></li><li nr="b."><al>de wet: Wet inburgering;</al></li><li nr="c."><al>inburgeringsvoorziening: voorziening gericht op het behalen
                                        van het inburgeringsexamen;</al></li><li nr="d."><al>taalkennisvoorziening: voorziening taalondersteuning gericht
                                        op het behalen van het mbo-diploma op niveau 1 of 2;</al></li><li nr="e."><al>inburgeringsplichtige: de persoon zoals omschreven in
                                        artikel 3, eerste lid van de wet;</al></li><li nr="f."><al>inburgeringstraject: geheel van voorzieningen gericht op het
                                        behalen van het inburgeringsexamen;</al></li><li nr="g."><al>boete: bestuurlijke boete, zoals bedoeld in hoofdstuk 6,
                                        paragraaf 2, van de wet;</al></li><li nr="i."><al>Vrijwillige inburgeraar: de persoon zoals genoemd in de wet
                                        Inburgering, artikel 5,</al><al> eerste lid van de wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                                vrijwillige inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en
                                vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze
                                worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de
                                wet en over het aanbod van en de toegang tot
                                inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en vrijwillige
                                inburgeraars geschiedt in ieder geval door het inrichten van een
                                informatiepunt waar zowel schriftelijke als mondelinge informatie
                                wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt eens per twee jaren de doeltreffendheid en de
                                doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars en rapporteert
                                daarover aan de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Het aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan
                            inburgeringsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen van inburgeringsplichtigen aan waaraan zij
                            bij voorrang een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan
                            aanbieden op basis van de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan een inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening in de gemeente waaruit men afkomstig
                                    is;</al></li><li nr="b."><al>het hebben van een opvoedingstaak;</al></li><li nr="c."><al>het afhankelijk zijn van een uitkering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, of
                                taalkennisvoorziening, af op het startniveau en de vaardigheden, de
                                persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt hoe een inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening voor een inburgeringsplichtige aan wie een
                                aanbod wordt gedaan, wordt ingevuld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan, naast
                                datgene dat in de wet is geregeld, een of meer bijkomende onderdelen
                                bevatten die gericht zijn op de behoefte van de betreffende
                                inburgeringsplichtige.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod als bedoeld in artikel 19, eerste lid,
                                van de wet schriftelijk en in tweevoud. Het aanbod wordt gezonden
                                naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening of van een taalkennisvoorziening die wordt
                                aangeboden en worden de rechten en plichten vermeld die aan de
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen twee weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al
                                dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het
                                besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening, overeenkomstig het gedane aanbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de door het college vast te stellen beleidsregels kunnen nadere
                                voorwaarden over de procedure van het doen van een aanbod worden
                                opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van een inburgeringsplichtige kan het college de
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening bedoeld in artikel
                                19, tweede lid van de wet aanbieden in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget indien de inburgeraar heel specifieke wensen
                                heeft ten aanzien van de inburgeringsvoorziening en deze niet passen
                                in het reguliere aanbod.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening goed indien deze:</al><lijst><li nr="·"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden of toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II </al></li><li nr="·"><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan
                                        de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="o"><al>ingeschreven staat bij de kamer van koophandel</al></li><li nr="o"><al>beschikt over het keurmerk van de
                                                brancheorganisatie</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft vastgesteld sluiten het college en de
                                inburgeringsplichtige tesamen een overeenkomst inburgering met het
                                inburgeringsbedrijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage als bedoeld in artikel 23, tweede lid van de wet,
                                wordt in beginsel in één keer en ten hoogste in 10 termijnen
                                betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening de termijnen en
                                wijze van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage
                                verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking
                                vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>het voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden, indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>het meewerken aan een onderzoek om belastbaarheid te bepalen en
                                    eventuele beperkingen vast te stellen die zouden kunnen leiden
                                    tot ontheffing van de inburgeringsplicht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling en;</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is,
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de aan hem aangeboden inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet
                                of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,00 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onder a, van de wet verlengde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>AANBIEDEN VAN VOORZIENING AAN VRIJWILLIGE INBURGERAARS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen vrijwillige inburgeraars aan waaraan zij
                            bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende
                            criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan een inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening in de gemeente waaruit men afkomstig
                                    is;</al></li><li nr="b."><al>het afhankelijk zijn van een uitkering en zich de Nederlandse
                                    taal willen eigen maken;</al></li><li nr="c."><al>het hebben van een opvoedingstaak en zich de Nederlandse taal
                                    willen eigen maken;</al></li><li nr="d."><al>werkend en zich de Nederlandse taal willen eigen maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt in overleg met de vrijwillige inburgeraar,
                                uitgezonderd geestelijke bedienaren, de samenstelling van de
                                voorziening. De voorziening wordt afgestemd op het startniveau en de
                                vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke
                                positie van de vrijwillige inburgeraar;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt in overleg hoe een inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening voor een vrijwillige inburgeraar aan wie een
                                aanbod wordt gedaan, wordt ingevuld;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de vrijwillige inburgeraar een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, één of
                                meer bijkomende onderdelen bevatten die gericht zijn op de behoefte
                                van de betreffende vrijwillige inburgeraar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van een vrijwillige inburgeraar kan het college de
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening bedoeld in artikel
                                24a, tweede lid van de wet aanbieden in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget indien de inburgeraar heel specifieke wensen
                                heeft ten aanzien van de inburgeringsvoorziening en niet passen in
                                het reguliere aanbod.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening goed indien deze:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden
                                of toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                Nederlands als tweede taal I of II; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de
                                volgende vereisten:</al><lijst><li nr="o"><al>ingeschreven staat bij de kamer van koophandel;</al></li><li nr="o"><al>beschikt over het keurmerk van de brancheorganisatie;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft vastgesteld sluiten het college en de
                                vrijwillige inburgeraar tesamen een overeenkomst inburgering met het
                                inburgeringsbedrijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in beginsel in één keer en ten hoogste in 10 termijnen
                                betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de overeenkomst de termijnen en wijze van
                                betaling vast. Indien overeengekomen is dat het college de eigen
                                bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de
                                beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                            bedoeld in artikel 24d, tweede lid van de wet één of meer van de
                            volgende verplichtingen opnemen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, op een tijdstip
                                    dat in de overeenkomst wordt neergelegd;</al></li><li nr="e."><al>het melden, indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de overeenkomst kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d,
                            tweede lid van de wet bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van een de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en plichten van de vrijwillige
                                    inburgeraar;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen;</al></li><li nr="d."><al>de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de
                                    verplichtingen niet worden nagekomen, en indien van
                                    toepassing;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Sancties bij niet nakomen van de overeenkomst</titel></kop><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd
                            in de overeenkomst niet of in onvoldoende mate nakomt, kan het college
                            een boete van ten hoogste € 500,- opleggen indien de vrijwillige
                            inburgeraar geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering
                            van de aan hem aangeboden inburgeringsvoorziening, taalkennisvoorziening
                            en/of inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 24a, eerste lid van de wet
                            of aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 15 van deze verordening.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                                inburgeraar</titel></kop><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan
                            de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                            identificatieplicht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van
                            de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Verordening voorzieningen inburgering wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op die van
                            haar bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening inburgering gemeente
                            Dronten 2010.</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>De Wet Inburgering is op 1 januari 2007 in werking getreden. De WI
                            regelt de inburgeringplicht voor in beginsel alle onderdanen aan
                            derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                            verblijven. M.i.v. 1 januari 2010 is het wettelijk ook mogelijk om
                            vrijwillige inburgeraars een gemeentelijk aanbod voor een inburgerings-
                            of taalkennisvoorziening te doen. De bepalingen in de wet over
                            vrijwillige inburgering zijn zoveel mogelijk geformuleerd in
                            overeenstemming met de bepalingen die gelden voor de
                            inburgeringspichtige. De verordening Inburgering gemeente Dronten is
                            daarom aangepast. Bij de verordening inburgering gemeente Dronten werd
                            voorheen naar de algemene toelichting en artikelsgewijs toelichting die
                            vanuit het Rijk beschikbaar is verwezen. Met het opstellen van deze
                            verordening is ervoor gekozen om de algemene toelichting en
                            artikelsgewijze toelichting toe te schrijven naar de gemeente in de
                            verordening op te nemen. </al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Het eerste lid is opgenomen wat wordt verstaan onder een aantal
                            begrippen die in de verordening worden gebruikt. Het tweede lid geeft
                            aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden gebruikt in
                            respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de
                            Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                                vrijwillige inburgeraars</titel></kop><al>Het college heeft als taak de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige
                            inburgeraars in haar gemeente goed te informeren over de rechten en
                            plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering. De wet laat gemeenten
                            vrij om zelf te bepalen op welke wijze de informatievoorziening wordt
                            georganiseerd. </al><al>Het derde lid verplicht het college de raad periodiek te rapporteren
                            over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de
                            informatieverstrekking.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college kan aan alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen voor een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel 19, eerste
                            lid, WI). Het college is echter verplicht een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en een
                            inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren. </al><al>Verder regelt dit artikel dat de groepen die het college aanwijst
                                <cursief>bij voorrang </cursief>een voorziening krijgen aangeboden.
                            Dit betekent dat het college de ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook
                            een voorziening aan te bieden aan inburgeringsplichtigen die niet
                            behoren tot de groep of groepen die hij heeft aangewezen. Om te
                            voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de groep of groepen
                            die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan
                            ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het
                            college aan de groepen die hij aanwijst een voorziening
                                <cursief>kan</cursief> aanbieden. In dit artikel 3 zijn de
                            voorrangscriteria binnen de doelgroepen opgenomen. </al><al>Binnen de doelgroepen hebben in ieder geval voorrang:</al><al>Inburgeringsplichtigen die al deelnemen aan een inburgeringsvoorziening
                            of taalkennisvoorziening in een andere gemeente (waar ze voorheen
                            gevestigd waren) en in de gemeente Dronten zijn komen wonen</al><al>Inburgeringsplichtigen met opvoedende taak voor kinderen jonger dan 18
                            jaar. Door deze voorrang willen wij bereiken dat opvoeders contacten
                            kunnen onderhouden met school en andere instellingen waarmee de kinderen
                            te maken hebben zodat zij in staat zijn hun kinderen te helpen bij
                            problemen op school of elders.</al><al>inburgeringsplichtigen die (naar verwachting) een redelijk perspectief
                            op de arbeidsmarkt hebben. Door deze voorrang willen wij bereiken dat
                            deze mensen zo snel mogelijk participeren op de arbeidsmarkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                            vaststelling door het college van een passende (duale)
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de
                            totstandkoming en samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde
                            lid, onderdeel b, WI). In dit artikel worden de kaders vastgesteld
                            waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere
                            inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon
                            toegesneden voorziening samen te stellen. </al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een
                            passende voorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de
                            passendheid van een voorziening kunnen de volgende factoren een rol
                            spelen:</al><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                            Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit.</al><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                            vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan
                            het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen.</al><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                            bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                            inburgeringsplichtige moet vervullen. </al><al>In het tweede lid wordt aangegeven dat het college bepaald hoe een
                            inburgerings- of taalkennisvoorziening voor een inburgeringsplichtigen
                            aan wie een aanbod wordt gedaan, wordt ingevuld. De samenstelling van de
                            inburgeringvoorziening voor geestelijke bedienaren wordt geregeld bij
                            ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om de
                            inburgeringvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren aanbieden naar
                            eigen inzicht vorm te geven.</al><al>Het derde lid geeft aan dat in geval van uitkeringsgerechtigde
                            inburgeringsplichtigen die een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                            voorziening daarmee te combineren. De Wet inburgering bepaalt dat de
                            voorziening gecombineerd moet worden met een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een voorziening wordt
                            aangeboden aan een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of
                            een uitkering ontvangt op grond van een andere socialezekerheidswet of
                            socialezekerheidsregeling én deze verplicht is om arbeid te verkrijgen
                            of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, en artikel 24b WI). Het
                            college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                            voorziening (artikel 20, tweede lid, en artikel 24b WI). Artikel 19,
                            vierde lid, WI draagt het college op om er voor te zorgen dat de
                            voorziening wordt afgestemd op de mogelijkheden van betrokkene tot
                            arbeidsinschakeling. De voorziening dient dus te worden afgestemd op de
                            reïntegratievoorziening. Aangezien de reïntegratievoorziening in het
                            kader van de uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten
                            of –regelingen ook door andere partijen dan het college wordt verstrekt,
                            zal het college afspraken moeten maken met de verantwoordelijke
                            uitvoerders van de socialezekerheidswet of –regeling: het
                            Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), eigenrisicodragers
                            of overheidswerkgevers (artikel 21 WI). </al><al>Het vierde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                            onderdeel van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan
                            opnemen. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in
                            ieder geval moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het
                            inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                            II en het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende examen
                            (artikel 19, derde lid, WI). Voor asielgerechtigde
                            inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke
                            begeleiding een verplicht onderdeel uit van de voorziening (artikel 19,
                            zesde lid, WI). Wat betreft de bijkomende faciliteiten die het college
                            als onderdeel van de voorziening voor inburgeringsplichtigen kan
                            opnemen, kan worden gedacht aan trajectbegeleiding of het (periodiek)
                            houden van voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtigen. Ook kan
                            worden gedacht aan een uitbreiding van de opleiding, bijvoorbeeld in de
                            vorm van een maatschappelijke stage of een aparte module die gericht is
                            op het verwerven van kennis van de Nederlandse samenleving. </al><al>Trajectbegeleiding (monitoring) en het houden van voortgangsgesprekken
                            zullen vooral van belang zijn bij inburgeringsplichtigen die geen
                            voorziening in combinatie met een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling krijgen. Bij voorzieningen gericht op
                            arbeidsinschakeling vormen dergelijke faciliteiten al een vast
                            onderdeel. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten
                            zorgen dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is
                            van belang omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het
                            goed is – leidt tot een besluit tot het toekennen van een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. </al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het
                            aanbod van een voorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke
                            wijze doet en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de
                            inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er
                            geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de
                            inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan. </al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                            uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming
                            met het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking
                            tot het vaststellen van de voorziening (die eenzijdig door de gemeente
                            wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben
                            als het aanbod (het vierde lid). De zorgvuldigheid van de procedure
                            gebiedt dat als de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt of
                            weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente meedeelt (het derde
                            lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke mededeling geschiedt
                            in de vorm van het laten ondertekenen door de inburgeringsplichtige van
                            een verklaring die door de gemeente is opgesteld. </al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de
                            gemeente meldt dat hij wel een voorziening wil, maar dat hij gelet op
                            zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het
                            aanbod van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze
                            het gedane aanbod moeten aanpassen. Een inburgeringsplichtige hoeft een
                            aanbod niet te accepteren. Weigert de inburgeringsplichtige het aanbod,
                            dan zal hij zich zelfstandig moeten voorbereiden op het
                            inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer (niet
                            inburgeringsplichtige), dan is er geen termijn vastgesteld waarbinnen de
                            betreffende persoon het inburgeringsexamen moet hebben behaald. Het ligt
                            voor de hand dat het college in een dergelijke situatie een
                            handhavingsbeschikking neemt: een besluit op grond van artikel 26 WI
                            waarmee de termijn van start gaat waarbinnen de inburgeringsplichtige
                            het inburgeringsexamen moeten hebben behaald (vijf jaar na aanvang van
                            deze termijn). </al><al>Het verdient de aanbeveling dat het college deze handelwijze vastlegt in
                            beleidsregels, zodat tevoren voor betrokkenen duidelijk is (of zou
                            kunnen zijn) wat de gevolgen zijn van het weigeren van een aanbod voor
                            een voorziening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><al>Artikel 19, tweede lid Wi bepaalt dat de voorziening op verzoek van de
                            inburgeringsplichtige in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
                            (PIB) kan worden aangeboden. Dit wordt gezien als een geschikt
                            instrument om invulling te geven aan meer maatwerk en meer eigen
                            verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige bij de vormgeving en
                            invulling van inburgeringsvoorzieningen. Meer maatwerk draagt bij aan
                            verhoging van het rendement van de inburgeringsvoorzieningen. </al><al>Een inburgeringsplichtige kan niet zonder meer aanspraak maken op een
                            PIB. Hij dient daartoe een verzoek aan de gemeente te doen. In het
                            eerste lid wordt aangegeven wie in aanmerking komt voor een PIB.
                            Gemeenten zijn in principe vrij in hun keuze van de doelgroep van
                            PIBers. Het Rijk stelt hieraan geen eisen. De raad heeft ervoor gekozen
                            alleen inburgeraars die heel specifieke wensen hebben ten aanzien van
                            hun inburgeringsvoorziening en niet passen binnen het reguliere aanbod
                            een voorziening in de vorm van een PIB aan te bieden. Een van de eisen
                            is dat zij met een PIB beter en eerder kunnen inburgeren dan met een
                            regulier aanbod. </al><al>Als de gemeente met het toekennen van het PIB heeft ingestemd, gaat hij
                            in beginsel zelf op zoek naar een inburgeringsbedrijf dat een
                            inburgeringsprogramma kan bieden dat past bij zijn voorkeur en ambities.
                            De gemeente kan inburgeringsplichtigen hierbij behulpzaam zijn. De
                            gemeente beoordeelt het uiteindelijke programma, omdat het programma
                            geschikt moet zijn om voor te bereiden op en toe te leiden naar het
                            inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I en II.
                            Dit wordt in lid 2 beschreven. Het voorstel van de inburgeraar behoeft
                            dus goedkeuring van de gemeente. De inburgeringsplichtige krijgt geen
                            geld in handen. Het geld voor het betalen van de inburgeringscursus gaat
                            rechtstreeks van de gemeente naar het inburgeringsbedrijf. Het
                            inburgeringsprogramma of de taalkennisvoorziening wordt verzorgd door
                            een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de eis of de eisen die de
                            verordening aan inburgeringsbedrijven stelt. Daarbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan een of meer van de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="-"><al>ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="-"><al>beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie;</al></li></lijst><al>In artikel 4.27, derde lid, van het Besluit inburgering is opgenomen dat
                            de gemeenteraad bij verordening bepaalt wie als enige partij of partijen
                            met het inburgeringsbedrijf een overeenkomst met betrekking tot de
                            inburgering van de inburgeringsplichtige sluit. In het derde lid is
                            opgenomen dat de overeenkomst met het inburgeringsbedrijf door het
                            college en de inburgeraar tezamen wordt gesloten. Doordat de inburgeraar
                            partij is bij de overeenkomst met het inburgeringsbedrijf, wordt recht
                            gedaan aan het uitgangspunt in het gemeentelijk beleid dat het
                            grondbeginsel voor inburgering de eigen verantwoordelijkheid van de
                            burger is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>De inburgeringsplichtige is bij wet (art. 23, tweede lid en art 24,
                            eerste lid) een eigen bijdrage van € 270 verschuldigd. Bij verordening
                            moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de inning van de
                            eigen bijdrage en de mogelijkheid voor betaling in termijnen.</al><al>Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij inburgeringsplichtigen die
                            algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage
                            verrekent met deze uitkering. Als het college wil overgaan tot
                            verrekening, moet dat worden vastgelegd in de beschikking tot
                            vaststelling van de voorziening. In de beleidsregels (artikel 3) is
                            echter bepaald dat inburgeraars met een inkomen tot 110% van het
                            bijstandsniveau de eigen bijdrage vergoed krijgen via de bijzondere
                            bijstand.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat
                            bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten
                            en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is
                            vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de
                            verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan
                            inburgeringsplichtigen in het kader van een voorziening op te leggen.
                            Het college legt in de beschikking tot de vaststelling van de
                            voorziening deze verplichtingen vast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het toekennen van een voorziening is een beschikking.
                            Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen
                            dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                            welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden
                            opgenomen.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende voorziening en de daaraan
                            verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig
                            moeten worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is
                            verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de
                            voorziening (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen
                            mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk
                            zijn omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de
                            beschikking) bekend zijn gemaakt. </al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen
                            moet hebben behaald, ligt vast in de wet. Deze termijn is sinds 19
                            december 2009 drieënhalf jaar (artikel 7, eerste lid, WI). In de
                            beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden
                            gemaakt (onderdeel c). Voor analfabeten inburgeringsplichtigen geldt
                            vanaf diezelfde datum dat zij een eenmalige verlening kunnen krijgen van
                            tweeënhalf jaar indien zij een alfabetiseringscursus volgen of hebben
                            gevolgd. Voor analfabete inburgeringsplichtigen die voor deze datum zijn
                            gehandhaafd, geldt de verleningsmogelijkheid van WI, art 31, tweede lid,
                            a.</al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                            termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de
                            betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                            bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 7 van de
                            verordening.</al><al>Onderdeel F heeft betrekking op beschikkingen voor inburgeringsplichtige
                            oudkomers. Indien het college een voorziening vaststelt voor een
                            oudkomer, dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag
                            opnemen waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van
                            start gaat (artikel 22, tweede lid, juncto artikel 26 WI). Binnen
                            drieënhalf jaar ná deze datum moet de betreffende oudkomer het
                            inburgeringexamen hebben behaald. Het college kan zelf bepalen wanneer
                            de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat. Het
                            ligt voor de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en
                            bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop de voorziening van
                            start gaat). De precieze datum waarop de voorziening van start gaat, zal
                            niet altijd bekend zijn op het moment dat deze wordt toegekend.
                            Bovendien past het vaststellen van een datum van aanvang van handhaving
                            van de inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop met de
                            voorziening kan worden begonnen bij het uitgangspunt van de wet dat de
                            betreffende persoon als oudkomer inburgeringsplichtig is en in beginsel
                            zelf verantwoordelijk is voor voldoen aan de inburgeringsplicht. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 van de wet draagt de gemeenteraad op bij verordening de
                            hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 van de WI
                            zijn voor de verschillende overtredingen de maximumbedragen van de
                            bestuurlijke boete vastgelegd.</al><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie-
                            en inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging
                            (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en
                            gegevens te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van
                            een bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een
                            maatregel op grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of
                            het opleggen van een boete of maatregel op grond van een andere sociale
                            zekerheidswet of – regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling voor deze
                            samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval
                            géén bestuurlijke boete kan opleggen. </al><al>Het verdient de aanbeveling dat het college de uitwerking van de
                            sancties vastlegt in beleidsregels, zodat tevoren voor betrokkenen
                            duidelijk is (of zou kunnen zijn) wat de gevolgen zijn van het weigeren
                            van een aanbod voor een voorziening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>In dit artikel worden de criteria genoemd op grond waarvan het college
                            categorieën vrijwillige inburgeraars kan aanwijzen die bij voorrang in
                            aanmerking komen voor een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening. Het ligt voor de hand om bij vrijwillige
                            inburgeraars dezelfde criteria te hanteren als bij
                            inburgeringsplichtigen (artikel 3 van de verordening). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><al>Zie de toelichting bij artikel 4 van de verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><al>Artikel 24a, tweede lid Wi bepaalt dat de voorziening op verzoek van de
                            vrijwillige inburgeraar in de vorm van een persoonlijk
                            inburgeringsbudget (PIB) kan worden aangeboden. Zie verder de
                            toelichting van artikel 6 van de verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>Op grond van artikel 24e WI is de vrijwillige inburgeraar met wie een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is overeengekomen een
                            eigen bijdrage verschuldigd. De hoogte van deze bijdrage is geregeld in
                            artikel 23, tweede lid, WI. Artikel 24f bepaalt dat de gemeenteraad bij
                            verordening regels moet stellen over de eventuele inning van de eigen
                            bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>In dit artikel zijn de verplichtingen voor een vrijwillige inburgeraar
                            neergelegd die het college kan opnemen in de overeenkomst met een
                            vrijwillige inburgeraar. Het gaat om dezelfde verplichtingen als de
                            verplichtingen die het college kan opnemen in de beschikking waarmee een
                            voorziening voor een inburgeringsplichtige wordt vastgesteld (zie
                            artikel 8 van de verordening). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>Voor vrijwillige inburgeraars kan deelname aan een inburgerings- of
                            taalkennisvoorziening niet worden afgedwongen tenzij er sprake is van
                            een gecombineerde voorziening ( in combinatie met een
                            arbeidsvoorziening). Door het aangaan van een overeenkomst wordt
                            vrijwblijvendheid bij het volgen van een inburgerings- of
                            taalkennisvoorziening tegegegaan.</al><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar over het toekennen van
                            een voorziening zal dezelfde onderwerpen bevatten als de beschikking tot
                            het vaststellen van een voorziening voor inburgeringsplichtigen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst</titel></kop><al>Op grond van artikel 24f moet de raad bij verordening regels stellen
                            over de niet-nakoming van de overeenkomst. In dit artikel legt de raad
                            de sancties vast die het college kan toepassen als de vrijwillige
                            inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd in de overeenkomst
                            niet nakomt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                                inburgeraar</titel></kop><al>Artikel 24f WI draagt de gemeenteraad op om bij verordening regels te
                            stellen over het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                            inburgeraar. Dit artikel van de verordening is een uitwerking van deze
                            verplichting. Dit artikel is gelijk aan artikel 27 WI, waarin is
                            geregeld op welke wijze het college de identiteit van een
                            inburgeringsplichtige vaststelt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Niet alle zich mogelijk in de praktijk voordoende situaties kunnen in
                            een verordening worden vastgelegd. Vandaar dat het college de
                            bevoegdheid krijgt hierin te voorzien.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Dronten, 30 september 2010</al><al>De raad van Dronten,</al><al>griffier voorzitter</al><al>D.Petrusma A.B.L. de Jonge</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>