<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR449097_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Veere 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 26 april 2017</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Veere 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 212 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-04-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16b.04453</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiële verordening gemeente Veere 2017</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Veere 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veere;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        Veere;</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Financiële verordening gemeente Veere 2017.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                    organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                    afgelegd; </al></li><li nr="-"><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college; </al></li><li nr="-"><al>inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en
                                    onttrekkingen van reserves; </al></li><li nr="-"><al>netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de
                                    geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31
                                    december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt
                                    verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende
                                    schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen
                                    aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen,
                                    leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende
                                    uitzettingen, debiteuren-vorderingen, liquide middelen en
                                    overlopende activa; </al></li><li nr="-"><al>onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: verschil
                                    tussen de opbrengst onroerende zaakbelasting bij de tarieven die
                                    minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12
                                    van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst
                                    onroerende zaakbelasting;</al></li><li nr="-"><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen
                                    met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in
                                    staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van
                                    een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een
                                programma-indeling voor die raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van
                                het college de taakvelden per programma vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma de
                                beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten
                                minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25,
                                tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de
                                programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het
                                overzicht van de overhead de baten en lasten per taakveld
                                weergegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                                aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de
                                grondexploitatie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de
                                totale uitgaven en inkomsten weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt voor 1 juli aan de raad een kadernota aan met een
                                voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting
                                voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad
                                stelt deze kadernota voor 15 juli vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen van € 125.000,
                                waarvan € 25.000 structureel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                de lasten per programma. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit welke
                                onderdeel is van een programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor
                                de baten en lasten apart autoriseren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college informeert de raad <onderstreept>vooraf</onderstreept>
                                als ze verwacht, dat de lasten van een taakveld of een prioriteit de
                                geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de
                                investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde
                                investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een
                                taakveld of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te
                                onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het
                                wijzigen van de geautoriseerde lasten van het taakveld of de
                                prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde
                                investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in
                                artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van
                                de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de
                                geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het
                                beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet
                                het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van
                                geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de
                                geautoriseerde investeringskredieten. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een
                                investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een
                                investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan €
                                1.000.000 informeert het college de raad in het voorstel over het
                                effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De raad autoriseert het college voor de bruto bedragen van de
                                geplande en goedgekeurde prioriteiten waar subsidie voor ontvangen
                                wordt. Achteraf worden de financiële gevolgen van deze feitelijk
                                budgettair neutrale activiteit gemeld in een tussenrapportage. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Met een investerings- of kredietbesluit door de raad (voor zover
                                niet geautoriseerd met het vaststellen van de begroting) is het
                                college gemachtigd dit via een begrotingswijziging te verwerken in
                                de begroting van het betreffende jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste 3 maanden en de eerste 8 maanden van het lopende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering
                                en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
                                raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en de lasten per programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c."><al>het overzicht van de overhead en de geraamde
                                        vennootschapsbelasting;</al></li><li nr="d."><al>het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de
                                        onderdelen a, b en c;</al></li><li nr="e."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                        programma; </al></li><li nr="f."><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en</al></li><li nr="g."><al>de realisatie en raming van de uitputting van de
                                        investeringskredieten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                                ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en
                                investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000
                                toegelicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Het college besluit niet over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aan- en verkoop van roerende goederen, werken en
                                                diensten groter dan € 25.000;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en
                                                garanties groter dan € 200.000;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van kapitaal aan instellingen en
                                                ondernemingen;</al></li><li nr="d."><al>de aan- en verkoop van onroerende goederen, met
                                                uitzondering van onroerend goed dat deel uitmaakt
                                                van een door de raad vastgestelde grondexploitatie,
                                                met een transactiebedrag groter dan € 1.000.000 en
                                                met een maximum bedrag van € 2.000.000 aan
                                                transacties per jaar,</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in
                                de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van
                                het college te brengen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>2.Binnen de onder lid 1 sub d van dit artikel genoemde bevoegdheid
                                geldt bij aankoop een maximale overschrijding en bij verkoop een
                                maximale onderschrijding van 10% van de getaxeerde waarde in het
                                economisch verkeer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9. Waardering en afschrijving vaste activa</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de
                                methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage
                                afschrijvingsbeleid bij deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                        laste van de exploitatie gebracht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                            voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
                            beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en
                                de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en
                                voorzieningen aan de taakvelden plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves en
                                voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                                een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de reserve; en</al></li><li nr="d."><al>de maximale looptijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de
                                aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering,
                                valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene
                                reserve toegevoegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen
                                waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken
                                en dienstendie worden geleverd aan overheidsbedrijven en
                                derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening
                                gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe
                                kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd
                                vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa
                                betrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van
                                de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik
                                zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in
                                rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele
                                belasting over de toegevoegde waarde (BTW). </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten
                                die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels
                                worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen
                                het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende
                                verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten
                                die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting,
                                binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de
                                belastingaangifte aan de kostprijs van de
                                vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van
                                rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en
                                van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan
                                overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als
                                bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van
                                een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde
                                directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en
                                sociale lasten die worden besteed aan de desbetreffende goederen,
                                werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde
                                directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en
                                sociale lasten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor
                                de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het
                                eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het
                                percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen
                                gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de
                                rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende
                                leningen en kredieten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van het zesde lid wordt bij een verstrekte lening voor
                                de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in
                                de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de
                                financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente
                                wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid worden bij
                                vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties
                                alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de
                                kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de
                                werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt
                                uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de
                                portefeuille leningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente
                                aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie
                                met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale
                                kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek
                                belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of
                                werken wordt gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale
                                kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek
                                belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit,
                                waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt
                                gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college
                                vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang
                                van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld
                                in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale
                                kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:</al><al>a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken
                                van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover
                                deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening
                                van de publieke taak door die andere overheid;</al><al/><al>b.leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van
                                leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze
                                leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de
                                publieke taak door die andere overheid;</al><al/><al>c.een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend
                                bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften
                                gelden;</al><al/><al>d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al><al/><al>e.een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al><al/><al>f.een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al><al/><al>g.een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en
                                daarmee verenigbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de
                                afvalstof-fenheffing, leges en rechten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad jaarlijks bij de kadernota kaders voor de
                                prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en
                                diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de
                                erfpachten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren
                                en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een
                                besluit voor aan de raad. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van
                                        middelen de volgende kaders in acht:</al></li><li nr="a."><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan één jaar worden ten minste drie prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd; en</al></li><li nr="b."><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als
                                        bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering
                                        decentrale overheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college
                                indien mogelijk zekerheden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            lokale heffingen uitsluitend de verplichte onderdelen op grond van
                            artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten op. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="b."><al>de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><al> In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting
                            en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond
                            van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten in ieder geval op. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de
                                        paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte
                                        onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting
                                        en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval
                                        op:</al><lijst><li nr="a."><al>de voortgang van het geplande onderhoud;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het achterstallig onderhoud.</al><al/><al/></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad periodiek onderhouds- en beheerplannen
                                voor de openbare ruimte aan. De plannen geven het kader weer voor
                                het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de
                                kosten van het onderhoud. Het gaat om onderstaande plannen:</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al>Plan</al></entry><entry colname="col2"><al>Periodiciteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Groen beleids- en beheerplan</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimaal 1 keer per 10 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beleids- en beheerplan openbare verlichting</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimaal 1 keer per 5 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Wegbeheerplan</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimaal 1 keer per 5 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beheerplan Duingebiedvoorzieningen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimaal 1 keer per 5 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beheer- en Inspectieplan Stadshaven Veere</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimaal 1 keer per 10 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rioleringsplan</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimaal 1 keer per 5 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nota onderhoud gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimaal 1 keer per 3 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Civieltechnische kunstwerken</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimaal 1 keer per 5 jaar</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt de plannen vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en
                                    de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van inhuur derden;</al></li><li nr="c."><al>de huisvestingskosten;</al></li><li nr="d."><al>de automatiseringskosten;</al></li><li nr="e."><al>de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de
                                    accountant. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt
                                het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van
                                16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten in ieder geval op:</al><al>a. het verloop van de grondvoorraad;</al><al>b. de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een nota
                                grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt
                                aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="b."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c."><al>het verloop van de grondvoorraad;</al></li><li nr="d."><al>de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden,
                                    contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking
                                    tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; </al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen; </al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoorde-lijkheden; </al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie; </al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen; </al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten
                                    en lasten aan de taakvelden;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen,</al></li></lijst><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                            voldaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de recht-matigheid van de beheers
                                handelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot
                                herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van
                                de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden,
                                de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten,
                                de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in
                                de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Financiele verordening gemeente Veere 2015 wordt ingetrokken, met
                                dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en
                                het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar
                                voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt
                                en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende
                                stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin
                                deze verordening in werking treedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die
                                voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de Financiele verordening
                                gemeente Veere 2015 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de
                                inwerkingtreding van deze verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                gemeente Veere 2017.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 12 lid 6 van deze verordening is van toepassing vanaf de
                                begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van
                                het begrotingsjaar 2018. </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 20 april 2017.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 9 </titel></kop><al><vet>Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met
                            </vet><vet><onderstreept>economisch nut</onderstreept></vet></al><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan <vet>€
                        5.000</vet> worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen.
                    Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.</al><al>Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.</al><al>De volgende <onderstreept>materiële vaste activa</onderstreept> met economisch
                    nut worden <onderstreept>in principe</onderstreept> lineair afgeschreven in
                        <onderstreept>maximaal</onderstreept>:</al><al>a.Rioleringen (aanleg en vervanging) 70 jr. *)</al><lijst><li nr="b."><al>Aanleg tijdelijke terreinwerken 10 jr.</al></li><li nr="c."><al>nieuwbouw onroerend goed 40 jr. </al></li><li nr="d."><al>overige voorzieningen onroerend goed 15 jr. </al></li><li nr="e."><al>verbouw, renovatie, restauratie en aankoop onroerend 25 jr. </al></li><li nr="f."><al>technische/elektronische installaties 35 jr.</al></li><li nr="g."><al>Telefooninstallaties 8 jr. </al></li><li nr="h."><al>Automatiseringsapparatuur en software 5 jr. </al></li><li nr="i."><al>Inventarissen 10 jr.</al><al>j. Verkeerslichten 15 jr</al><al>k.Aanhangwagens, personenauto’s, (motor)voertuigen en overigmaterieel 10
                            jr. </al></li></lijst><al><vet>Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met
                            </vet><vet><onderstreept>maatschappelijk nut</onderstreept></vet></al><al>De volgende materiële vaste activa met <onderstreept>maatschappelijk
                        nut</onderstreept> worden lineair afgeschreven in
                        <onderstreept>maximaal</onderstreept>:</al><al>a.Aanleg parken, sportterreinen (incl. opstallen), tuinen en </al><al>groenvoorzieningen (incl. beplanting) 30 jr. </al><lijst><li nr="b."><al>Aanleg begraafplaatsen, plaatsen columbaria 40 jr.</al></li><li nr="c."><al>Aanleg speelterreinen en plaatsing speelwerktuigen 15 jr. </al></li><li nr="d."><al>Aanleg en reconstructie wegen, pleinen en rotondes 25 jr.</al></li><li nr="e."><al>Voorzieningen sportterreinen 15 jr. </al></li><li nr="f."><al>Voorzieningen standplaatsen kermis en markten </al></li></lijst><al>(incl. elektriciteitsvoorziening attracties) 10 jr. </al><lijst><li nr="g."><al>Openbare verlichting (openbaar) 45 jr.</al></li><li nr="h."><al>Voorzieningen t.b.v. openbaar vervoer 10 jr. </al></li><li nr="i."><al>Havens, kades, sluizen en waterkeringen 40 jr.</al></li><li nr="j."><al>Baggerwerken aan havens, sloten en watergangen 10 jr. </al></li></lijst><al>k.Riolering: pompen en gemalen 15 jr. *)</al><al>l. Diverse machines 15 jr.</al><al>m. Voorzieningen voor betaald parkeren 10 jr.</al><al>*) Omdat deze investeringen een directe relatie hebben met een opbrengst voor de
                    gemeente en de daarbij te hanteren tarieven, vindt afschrijving plaats volgens
                    de annuïteiten methode. </al></bijlage></regeling></body></cvdr>