<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR448885_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Landsverordening toezicht effectenbeurzen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">AB 2018, no. 5</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Landsverordening toezicht effectenbeurzen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanKoninkrijksdeel">Minister van Financiën</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 1, 2, 2a, 2b, 3, 3a, 3b, 3c, 4a, 4b, 4c, 4d, 5, 6, 6a, 7, 7a, 7b, 10, 11, 11a, 12a, 12b, 12c, 12d, 12e, 12f, 12g, 12h, 12i, 12j, 12k, 12l, 12m, 12n, 12o, 12p, 12q, 12r, 12s, 12t, 12u, 12v, 12w, 12x, 12y, 12z, 12aa, 12bb, 12cc, 12dd, 12ee, 12ff, 12gg, 12hh, 12ii, 12jj, 12kk, 12ll, 23mm, 12nn, 12oo, 12pp, 12qq, 12rr, 12ss, 12tt, 15, 16, 16a, 16b, 17, paragraaf 1, 2, 3, 4, hoofdstuk VA, VB</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De inwerkingtreding van de wijziging wordt bij landsbesluit bepaald.</al><al>De inwerkingtreding van de regeling is bij benadering ingevuld.</al><al>De oorspronkelijke regeling is gepubliceerd in P.B. 1998, no. 252. Zie <extref doc="http://www.overheid.nl/">www.overheid.nl</extref> voor de historie van deze regeling vóór 10-10-10 via lokale regelingen en uitgebreid zoeken onder v.m. Nederlandse Antillen, met als zoekdatum 09-10-2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Landsverordening toezicht effectenbeurzen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Algemeen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al><al/><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al>a. effecten</al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>aandeelbewijzen, schuldbrieven, winst- en oprichtersbewijzen, optiebewijzen, warrants en soortgelijke waardepapieren;</al></entry></row><row><entry><al>  </al></entry><entry><al>2</al></entry><entry><al>rechten van deelgenootschap, opties, termijncontracten, inschrijvingen in aandelen- en schuldregisters en soortgelijke, al dan niet voorwaardelijke, rechten;</al></entry></row><row><entry><al>  </al></entry><entry><al>3</al></entry><entry><al>rechten uit overeenkomsten tot verrekening van een koers- of prijsverschil en soortgelijke verhandelbare rechten en waarden;</al></entry></row><row><entry><al>  </al></entry><entry><al>4</al></entry><entry><al>certificaten en recepissen van waarden als hiervoor bedoeld, met uitzondering van waarden die uitsluitend het karakter van betaalmiddel dragen en appartementsrechten;</al></entry></row><row><entry><al>b. effectenbedrijf</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>de natuurlijke of rechtspersoon, die beroeps- of bedrijfsmatig bemiddelt of handelt in effecten, dan wel in het kader van vermogensbeheer voor rekening van een ander transacties in effecten verricht;</al></entry></row><row><entry><al>c. effectenbeurs</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>een aan regels onderworpen markt die bestemd is voor het bijeenbrengen van vraag en aanbod van effecten; </al></entry></row><row><entry><al>d. voorwetenschap</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>de bekendheid met een bijzonderheid omtrent de rechtspersoon, vennootschap of instelling waarop effecten betrekking hebben of omtrent de handel in effecten:</al></entry></row><row><entry><al>  </al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>die niet openbaar is gemaakt, en</al></entry></row><row><entry><al>  </al></entry><entry><al>2</al></entry><entry><al>waarvan openbaarmaking, naar redelijkerwijs is te verwachten, invloed zou kunnen hebben op de koers van de effecten, ongeacht de richting van die koers;</al></entry></row><row><entry><al>e. minister</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>de Minister van Financiën;</al></entry></row><row><entry><al>f. Bank</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten; </al></entry></row><row><entry><al>g. gekwalificeerde deelneming:</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang      van meer dan 10% van het nominaal kapitaal van een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van    meer dan 10% van de stemrechten in een onderneming of instelling,  of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling;</al></entry></row><row><entry><al>h. externe deskundige:</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>een externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;</al></entry></row><row><entry><al>i. dwangbevel:</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>een schriftelijk bevel van de Bank dat ertoe strekt de betaling van een geldschuld af te dwingen;</al></entry></row><row><entry><al>j. toezichthoudende instantie:</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>een overheidsinstantie respectievelijk een van overheidswege aangewezen instantie die belast is met het toezicht op financiële markten of op rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen die op die markten werkzaam zijn, alsmede een overheidsinstantie, respectievelijk een van overheidswege aangewezen instantie die belast is met het toezicht op de naleving van wettelijke regelingen ter zake van de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>Toezicht op effectenbeurzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een ieder verboden in of vanuit Sint Maarten een effectenbeurs te houden zonder voorafgaande vergunning van de minister.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag om een vergunning wordt schriftelijk aan de minister      gericht onder overlegging van de gegevens die nodig zijn om te     beoordelen of aan de in het derde lid genoemde vereisten wordt        voldaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt, gehoord de Bank, verleend indien de houder van          de effectenbeurs voldoet aan hetgeen nodig is voor een adequate      functionering van de effectenmarkten en de positie van de beleggers op         die markten, in het bijzonder aan de voor de effectenbeurs te hanteren    regels, de toepassing van die regels en de controle op de naleving van     die regels. Bij de verlening van de vergunning toetst de minister aan de             volgende kwaliteitseisen:</al><lijst><li nr="a."><al>de deskundigheid en integriteit van de personen die het beleid van de                        houder van de effectenbeurs bepalen of mede bepalen; en,</al></li><li nr="b."><al>de financiële waarborgen, het afwikkelingssysteem en de toepassing                          van de voor de effectenbeurs geldende regels van de aan de                                                                        effectenbeurs verbonden bedrijven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De minister neemt een beslissing omtrent de aanvraag om een          vergunning binnen 60 dagen na ontvangst van een volledige aanvraag            en deelt de aanvrager haar beslissing bij aangetekende brief mee.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en          beperkingen worden gesteld met het oog op een adequate functionering     van de effectenmarkten en de positie van de beleggers op die markten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten en           de positie van de beleggers op die markten, mogen de handelingen en     antecedenten van de houders van een gekwalificeerde deelneming in de             onderneming van de aanvrager, naar het oordeel van de minister,      gehoord de Bank, de positie van de beleggers op die markten niet in          gevaar brengen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De minister kan, gehoord de Bank, besluiten dat een houder van een  effectenbeurs niet hoeft te voldoen aan één of meer van de eisen,      genoemd in het derde en zesde lid, indien deze aantoont dat daaraan  redelijkerwijs niet volledig kan worden voldaan en dat de doeleinden die  deze landsverordening beoogt te bereiken anderszins voldoende zijn  bereikt.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De minister kan het besluit, bedoeld in het zevende lid, wijzigen of     intrekken, indien naar zijn oordeel de omstandigheden waaronder het           besluit is genomen zodanig zijn gewijzigd dat de doeleinden die deze             landsverordening beoogt te bereiken niet langer worden bereikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2a</nr><titel/></kop><al>Een houder van een effectenbeurs waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verleend, is gehouden aan het bepaalde in artikel 2, derde en zesde lid, alsmede aan de voorschriften verbonden aan en de beperkingen gesteld bij de vergunning te blijven voldoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2b</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De minister kan de aanvrager verzoeken, indien de verstrekte gegevens        en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag,         de aanvraag binnen 30 dagen aan te vullen. De termijn voor het geven             van een vergunning, bedoeld in artikel 2, vierde lid, wordt opgeschort            tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde           termijn ongebruikt is verstreken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De minister kan, gehoord de Bank, besluiten de aanvraag niet in         behandeling nemen, indien zij van oordeel is dat de verstrekte gegevens     en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag.           Het besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager    bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of         nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De minister kan, gehoord de Bank de vergunning weigeren, indien de  vergunning in strijd is of zou kunnen zijn met de adequate functionering       van de effectenmarken en de positie van de beleggers op die markten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de regels of de controle, bedoeld in artikel 2,derde lid, te wijzigen zonder dat de houder van de desbetreffende effectenbeurs een daartoe strekkende goedkeuring door de minister, gehoord de Bank, heeft verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Bank kan met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten en de positie van de beleggers op die markten alsmede ter uitvoering van internationale afspraken en verdragen, aanwijzingen geven aan de houder van een effectenbeurs met betrekking tot de voor die effectenbeurs te hanteren regels, hun toepassing, en de controle op de naleving van deze regels. Handelen in strijd met deze aanwijzing is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de Bank onvoldoende, niet of niet binnen de door haar vastgestelde termijn aan de aanwijzingen, bedoeld in          het tweede lid, gevolg is gegeven, kan de Bank:</al><lijst><li nr="a."><al>de houder van een effectenbeurs bij aangetekende brief aanzeggen dat vanaf een door haar te bepalen tijdstip alle of bepaalde organen van de houder van een effectenbeurs hun bevoegdheden           slechts mogen uitoefenen na goedkeuring door één of meer door de Bank aangewezen personen en met inachtneming van de opdrachten van deze personen;</al></li><li nr="b."><al>de houder van een effectenbeurs bij aangetekende brief aanzeggen dat zij zal overgaan tot publicatie van de bijzondere gebeurtenissen die een adequate functionering van de houder van een effectenbeurs in gevaar brengen. Deze publicatie geschiedt in de Landscourant, alsmede in één of meer dagbladen ter keuze van de Bank. Bij de publicatie wordt, indien de houder van een effectenbeurs zulks           verlangt, tevens de correspondentie bekendgemaakt die naar aanleiding van de bijzondere gebeurtenissen tussen de Bank en de houder van een effectenbeurs is gevoerd;</al></li><li nr="c."><al>wanneer zij zulks in het belang acht van de positie van de beleggers op de effectenmarkten, met de representatieve organisatie, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, waartoe de houder        van een effectenbeurs behoort, dienaangaande in overleg treden. De Bank doet de houder van een effectenbeurs mededeling van het overleg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de Bank bij een houder van een effectenbeurs tekenen ontwaart van een ontwikkeling die naar haar oordeel onverwijld        ingrijpen noodzakelijk maakt, kan zij in afwijking van het tweede lid,  de houder van een effectenbeurs bij aangetekende brief aanzeggen dat zij onmiddellijk uitvoering geeft aan de onderdelen a en c van het derde lid. De aanzegging wordt eerst van kracht nadat de Bank de houder van een effectenbeurs in de gelegenheid heeft gesteld binnen een door de Bank te stellen termijn zijn mening over de onmiddellijke uitvoering te geven. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot de aanzegging, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, is het volgende van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>de organen van de houder van een effectenbeurs zijn verplicht de door de Bank aangewezen personen alle medewerking te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de Bank kan de betrokken organen van de houder van een effectenbeurs toestaan bepaalde handelingen zonder goedkeuring te verrichten;</al></li><li nr="c."><al>de door de Bank aangewezen personen oefenen hun bevoegdheden uit gedurende ten hoogste twee jaar na verzending van de aanzegging. De Bank is bevoegd deze termijn telkens voor ten hoogste één jaar te verlengen. Van zodanige verlenging doet de Bank de houder van een effectenbeurs mededeling per aangetekende brief. De verlenging wordt terstond van kracht en daaraan behoort gevolg te worden gegeven niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening;</al></li><li nr="d."><al>de Bank kan te allen tijde de door haar aangewezen personen door anderen vervangen;</al></li><li nr="e."><al>voor schade ten gevolge van handelingen welke zijn verricht in strijd met de aanzegging, zijn degenen die deel uitmaken van het orgaan van de houder van een effectenbeurs dat deze handelingen verrichtte, persoonlijk aansprakelijk tegenover de houder van een effectenbeurs. De houder van een effectenbeurs kan de ongeldigheid van deze handelingen inroepen, indien de wederpartij wist dat de vereiste goedkeuring ontbrak of daarvan onkundig kon zijn;</al></li><li nr="f."><al>de Bank trekt in elk geval de maatregel in, zodra zij van oordeel is dat de ontwikkeling, bedoeld in het vierde lid, deze maatregel niet langer noodzakelijk maakt. Zij stelt de houder van een effectenbeurs van de intrekking bij aangetekende brief in kennis.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Bank kan slechts wanneer haar beslissing tot publicatie van de gebeurtenissen als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, onherroepelijk is geworden, tot publicatie overgaan. Indien na de publicatie de bijzondere gebeurtenissen zich niet meer voordoen, geeft de Bank hiervan op dezelfde wijze als bij de voorafgaande             publicatie kennis.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De kosten en beloning van de door de Bank aangewezen personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en de kosten van de bekendmakingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, en het zesde lid, laatste volzin, komen ten laste van de betrokken houder van een effectenbeurs.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3a</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank heeft verordenende    bevoegdheid voor het stellen van regels          omtrent de invoering,  uitvoering en handhaving door          vergunninghouders van passende procedures voor controle,   communicatie en andere te treffen maatregelen ter uitvoering van deze    landsverordening. De Bank stelt bij verordening ten behoeve van de            ingevolge deze landsverordening onder haar toezicht staande  houders           van een effectenbeurs algemeen verbindende voorschriften vast met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>deskundigheid en integriteit;</al></li><li nr="b."><al>financiële waarborgen;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsvoering, waaronder de maatregelen gericht op het bevorderen                        en handhaven van een integere bedrijfsvoering en de administratieve                        organisatie van de houder van een effectenbeurs, daaronder                                                                   begrepen de financiële administratie en de interne controle; en, </al></li><li nr="d."><al>informatieverschaffing aan de Bank en aan het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder algemeen verbindende voorschriften als bedoeld in het eerste lid,         onderdeel c, worden in ieder geval verstaan regels ter zake van:</al><lijst><li nr="a."><al>het tegengaan van verstrengeling van tegenstrijdige belangen;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen van betrokkenheid van het effectenbeurs en van haar             werknemers bij strafbare feiten die het vertrouwen in het                                                                               effectenbeurs of in de financiële markten in het algemeen schaden;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen van betrokkenheid van het effectenbeurs en van haar             werknemers bij handelingen die anderszins in het maatschappelijk                                           verkeer zodanig onaanvaardbaar zijn, dat deze het vertrouwen in het                    effectenbeurs of in de financiële markten in het algemeen schaden;</al></li><li nr="d."><al>het vaststellen van de identiteit, de aard en de achtergrond van de                            cliënten van het effectenbeurs;</al></li><li nr="e."><al>ordelijke en transparante financiële marktprocessen; en,</al></li><li nr="f."><al>zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige                                                                             behandeling van cliënten of consumenten, zoals het waarborgen van                          de informatieverstrekking aan cliënten of consumenten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Bank kan ter uitvoering van aanbevelingen en regelingen van        internationale of intergouvernementele organisaties, bij verordening    algemeen verbindende voorschriften van technische en organisatorische        aard uitvaardigen ten behoeve van de ingevolge deze landsverordening     onder haar toezicht staande instellingen, die verplicht zijn zich te     houden, alsmede zich te blijven houden aan deze voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een houder van een effectenbeurs waaraan een vergunning is verleend,         is verplicht zich te houden, alsmede zich te blijven houden aan de   voorschriften, bedoeld in het eerste en derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorschriften, bedoeld in het eerste en derde lid, treden in werking           op een in die voorschriften te bepalen tijdstip doch niet eerder dan de           bekendmaking, bedoeld in artikel 98, tweede lid, van de Staatsregeling.             De Bank plaatst de voorschriften digitaal op de website van de Bank.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3b</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank legt de algemeen verbindende voorschriften, bedoeld in deze                       landsverordening, ter goedkeuring voor aan de minister. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voordracht tot publicatie van de algemeen verbindende voorschriften        wordt niet eerder gedaan dan nadat deze zijn goedgekeurd door de            minister. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De minister kan in het geval dat de algemeen verbindende voorschriften        in strijd zijn met het recht en de Bank de geconstateerde       onvolkomenheid na overleg niet heeft weggenomen, weigeren de       goedkeuring te verlenen. Het besluit tot onthouding van goedkeuring is          met redenen omkleed en bepaalt de gevolgen daarvan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De goedkeuring wordt geacht te zijn gegeven indien de minister binnen         vier weken na het overleggen van de algemeen verbindende  voorschriften, niet heeft gereageerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een door de Bank vastgestelde verordening naar het oordeel van         de minister in strijd is met het recht, kan de regering de verordening           geheel of gedeeltelijk vernietigen wegens strijd met het recht, de Raad             van Advies gehoord. Het landsbesluit tot vernietiging is met redenen  omkleed en bepaalt de gevolgen daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3c</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De minister kan bij overtreding van artikel 2, eerste lid, een openbare            waarschuwing uitvaardigen, indien nodig onder vermelding van de            overwegingen die tot die waarschuwing hebben geleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bevoegdheid om een openbare waarschuwing als bedoeld in het    eerste lid uit te vaardigen, laat onverlet de bevoegdheid van de Bank        om openbare waarschuwingen van internationale of    intergouvernementele organisaties, in Sint Maarten te            publiceren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de minister besluit een openbare waarschuwing als bedoeld in het       eerste lid uit te vaardigen, stelt hij de betrokken persoon of instelling in        kennis van het besluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het besluit vermeldt in ieder geval de geconstateerde overtreding, de            inhoud van de openbaarmaking, de gronden waarop het besluit berust       alsmede de wijze waarop en de termijn waarna de openbare   waarschuwing zal worden uitgevaardigd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het uitvaardigen van een openbare waarschuwing geschiedt niet eerder         dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop de          betrokken persoon of instelling overeenkomstig het derde en vierde lid             in kennis is gesteld van het besluit.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in    artikel 85, eerste lid, van de Landsverordening administratieve            rechtspraak wordt de werking van het besluit opgeschort totdat er een           uitspraak is van het Gerecht in eerste aanleg.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien bescherming van de belangen die deze landsverordening beoogt          te beschermen geen uitstel toelaat, kan de Bank, in afwijking van de          voorgaande leden, onverwijld een openbare waarschuwing uitvaardigen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De uitvaardiging van een openbare waarschuwing als bedoeld in dit    artikel, geschiedt digitaal op de website van de Bank dan wel op een           andere, vooraf door de Bank bekendgemaakte wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verplicht periodiek aan de Bank gegevens te verstrekken die de Bank redelijkerwijs voor de vervulling van haar taak nodig heeft, overeenkomstig door de Bank te geven aanwijzingen met betrekking tot de inhoud van bedoelde gegevens en met betrekking tot de frequentie waarin en de wijze waarop die gegevens worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen te geven, stelt de Bank de houder van de vergunning op wie de aanwijzingen betrekking hebben, in de gelegenheid daaromtrent te worden gehoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Iedere houder van een effectenbeurs is verplicht jaarlijks binnen een  door de Bank vast te stellen termijn een jaarrekening, ten minste          bevattend een balans en een winst- en verliesrekening met    bijbehorende toelichting, over het afgelopen boekjaar, in een door de          Bank vast te stellen vorm bij de Bank in te dienen. Hierbij worden ook       een verklaring van een externe deskundige en de directiebrieven       gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De externe deskundige die op grond van het eerste lid de jaarrekening           van de houder van een effectenbeurs van een verklaring moet voorzien,       meldt de Bank zo spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij             de uitvoering van zijn werkzaamheden kennis heeft gekregen en die:</al><lijst><li nr="a."><al>in strijd is met de eisen die voor het verkrijgen van de vergunning                                         zijn gesteld;</al></li><li nr="b."><al>in strijd is met de bij of krachtens deze landsverordening opgelegde                           verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>het voortbestaan van de effectenbeurs bedreigt; of,</al></li><li nr="d."><al>de afgifte van een goedgekeurde verklaring omtrent de getrouwheid                          in gevaar zou kunnen brengen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een melding als bedoeld in het tweede lid zendt de externe            deskundige onverwijld aan de Bank een afschrift van zijn rapport, de    directiebrieven en de correspondentie die rechtstreeks betrekking heeft          op de verklaring bij de jaarrekening. Indien de Bank zulks noodzakelijk        acht, geeft de externe deskundige de Bank een mondelinge toelichting      op de jaarrekening en de voornoemde stukken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de externe deskundige die naast zijn werkzaamheden voor de       houder van een effectenbeurs ook werkzaamheden uitvoert voor een       andere onderneming of instelling, is de meldingsplicht, bedoeld in het             tweede lid, van overeenkomstige toepassing indien de houder van een           effectenbeurs dochtermaatschappij is van die andere onderneming of           instelling dan wel indien die andere onderneming of instelling          dochtermaatschappij is van de houder een effectenbeurs.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De externe deskundige die op grond van het tweede of vierde lid tot een        melding aan de Bank is overgegaan, is niet aansprakelijk voor de schade        die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt  dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot  melding had mogen worden overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Bank kan de houder van een effectenbeurs ontheffing verlenen van           het bepaalde in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen beperkingen           worden gesteld en voorschriften worden verbonden. De houder van een             effectenbeurs is verplicht aan de voorschriften verbonden aan en de   beperkingen gesteld bij de ontheffing, bedoeld in de eerste volzin, te  blijven voldoen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Bank kan bepalen dat de jaarrekening van de houder van een       effectenbeurs, die niet voldoet aan de definitie van grote vennootschap,         bedoeld in afdeling 4 van titel 5 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek          wordt beoordeeld, onderscheidenlijk gecontroleerd door een andere  deskundige dan de externe deskundige.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4b</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Iedere houder van een effectenbeurs is verplicht binnen een door de  Bank vast te stellen termijn zijn jaarrekening over het afgelopen       boekjaar, in een door de Bank vast te stellen vorm, te publiceren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Bank kan bij verordening nadere algemeen verbindende    voorschriften vaststellen met betrekking tot het publiceren van de in de            eerste volzin bedoelde jaarrekening en de wijze waarop de publicatie  dient te geschieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de algemeen verbindende voorschriften, bedoeld in dit artikel, is    artikel 3a, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4c</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot het afgeven van een verklaring als bedoeld in artikel 4a, eerste lid,           is slechts bevoegd een externe deskundige tegen wie de Bank geen    bezwaar heeft gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Bank kan tegen de aanstelling of handhaving van een externe       deskundige bezwaar maken, indien die externe deskundige naar haar  oordeel niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de       toevertrouwde taak met betrekking tot de houder van een effectenbeurs       naar behoren zal vervullen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bezwaar, bedoeld in het tweede lid, wordt schriftelijk ter kennis    gebracht van de betrokken houder van een effectenbeurs en van de           betrokken externe deskundige.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een houder van een effectenbeurs is verplicht gebruik te maken van de          diensten van een externe deskundige, waartegen de Bank geen bezwaar        heeft gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4d</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een houder van een effectenbeurs verboden zonder voorafgaande        toestemming van de Bank:</al><lijst><li nr="a."><al>haar statuten te wijzigen; of,</al></li><li nr="b."><al>een gekwalificeerde deelneming in een andere houder van een                                                           effectenbeurs te houden, te verwerven dan wel te vergroten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een ieder verboden zonder voorafgaande toestemming van de  Bank:</al><lijst><li nr="a."><al>personen die het dagelijks beleid van een effectenbeurs bepalen of                            mede bepalen, te benoemen;</al></li><li nr="b."><al>de leden van de raad van commissarissen van een effectenbeurs of                            van het orgaan dat een aan die raad van commissarissen                                                                          gelijksoortige taak heeft, te benoemen; of,</al></li><li nr="c."><al>de samenstelling van zijn aandeelhouders te wijzigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een wijziging van de statuten in strijd met het verbod, bedoeld in het  eerste lid, onderdeel a, is nietig. Op verzoek van de Bank benoemt het        Gerecht in eerste aanleg een bewindvoerder met de macht     om de  gevolgen van de nietige handeling ongedaan te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De minister trekt, gehoord de Bank, een vergunning als bedoeld in     artikel 2, eerste lid, in, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de intrekking daarvan verzoekt. Binnen 60                                           dagen na ontvangst van een zodanig verzoek wordt daarop door de                                   minister beslist;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder onvoldoende waarborgen biedt voor het houden                        van de desbetreffende effectenbeurs met het oog op een adequate                            functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers                                 op die markten;</al></li><li nr="c."><al>de vergunninghouder niet of niet genoegzaam de voorschriften of                                          beperkingen, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, naleeft;</al></li><li nr="d."><al>de vergunninghouder niet of niet genoegzaam de aanwijzingen,                                                         bedoeld in artikel 3, tweede lid, naleeft;</al></li><li nr="e."><al>de vergunninghouder niet of niet genoegzaam de regels, bedoeld in                           artikel 4, eerste lid, naleeft;</al></li><li nr="f."><al>de vergunninghouder de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, eerste                        lid, niet meer uitvoert;</al></li><li nr="g."><al>de vergunninghouder kennelijk niet meer voldoet aan de in artikel 1,                          onderdeel c, gegeven definitie;</al></li><li nr="h."><al>de vergunninghouder niet binnen een door de Bank vast te stellen                                         termijn met haar bedrijf daadwerkelijk een aanvang heeft gemaakt;</al></li><li nr="i."><al>de vergunninghouder van de vergunning misbruik of oneigenlijk                                                         gebruik maakt; of,</al></li><li nr="j."><al>de vergunninghouder niet of niet meer voldoet aan de bij of krachtens                       deze landsverordening of de Landsverordening melding                                                                                         ongebruikelijke transacties opgelegde verplichtingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De minister kan, gehoord de Bank, de vergunning tijdelijk, gedurende            een door hem te bepalen periode, dan wel definitief intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de                            vergunning zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op het verzoek                         een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van het                        verzoek de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; of,</al></li><li nr="b."><al>zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond                                          waarvan, zo zij vóór het tijdstip waarop de vergunning werd verleend                     zich hadden voorgedaan, of bekend waren geweest, de vergunning                         zou zijn geweigerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het besluit tot intrekking van de vergunning of de weigering tot         intrekking van de vergunning is met redenen omkleed en wordt door de       minister bij deurwaardersexploot aan de betrokkene betekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het besluit tot intrekking van de vergunning en indien de minister zulks         noodzakelijk acht in het belang van de adequate functionering van de  effectenmarkten, ook de redenen voor de intrekking, worden zo spoedig             mogelijk nadat dit besluit onherroepelijk is geworden, gepubliceerd in de        Landscourant.  De minister kan, indien hij dit in het belang van de            positie van de   beleggers op de effectenmarkten acht, het besluit,             alsmede de redenen voor de intrekking, eveneens op andere door hem          te bepalen wijze bekendmaken. De kosten van de bekendmaking komen          ten laste van de betrokkene. De Bank plaatst een besluit tot intrekking    digitaal op de website van de Bank.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De minister kan de in het vierde lid bedoelde publicatie tot een nader  door hem te bepalen tijdstip aanhouden, indien de bekendmaking          ernstige schade aan de belangen van de beleggers op de        effectenmarkten zou kunnen toebrengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>De vergunningverlening, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt binnen twee weken na de dagtekening ervan digitaal bekend gemaakt op de website van de Bank.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6a</nr><titel/></kop><al>Het bedrijf van de houder van een effectenbeurs waarvan de vergunning is ingetrokken, wordt op verzoek van de Bank door het Gerecht in eerste aanleg ontbonden. Het Gerecht wijst één of meer vereffenaars aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank kan, in afwijking van artikel 10, eerste en tweede lid, gegevens        of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze  landsverordening opgedragen taak, verstrekken aan buitenlandse of in             Sint Maarten gevestigde toezichthoudende instanties, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt             onvoldoende is bepaald ;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik van gegevens of inlichtingen niet past in het                                          kader van het toezicht op financiële markten of op rechtspersonen,                            vennootschappen of natuurlijke personen die op die markten                                                                      werkzaam zijn;</al></li><li nr="c."><al>de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou                                                             verdragen met de geldende wettelijke regelingen of de openbare                                           orde;</al></li><li nr="d."><al>de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende                          mate is gewaarborgd;</al></li><li nr="e."><al>de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd                        is of zou kunnen komen met de belangen die deze landsverordening                                   beoogt te beschermen; of,</al></li><li nr="f."><al>onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet                                           zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze                                                          worden verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover de Bank gegevens of inlichtingen van een buitenlandse of in          Sint Maarten gevestigde toezichthoudende instantie heeft ontvangen,   verstrekt de Bank deze gegevens niet aan een ander buitenlandse of in         Sint Maarten gevestigde toezichthoudende instantie tenzij de  buitenlandse of in Sint Maarten gevestigde toezichthoudende instantie      waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft             ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in  voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel   dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een buitenlandse of in Sint Maarten gevestigde toezichthoudende        instantie aan de Bank die de gegevens of inlichtingen op grond van het           eerste of tweede lid heeft verstrekt, verzoekt om die gegevens of             inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij            zijn verstrekt, willigt de Bank dat verzoek slechts in:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste tweede lid,             of voor zover die toezichthoudende instantie op een andere wijze dan                    in deze landsverordening voorzien vanuit Curaçao met inachtneming                          van de daarvoor geldende wettelijke procedures voor dat andere doel                        de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen                                                             verkrijgen; en,</al></li><li nr="b."><al>na overleg met de procureur-generaal indien het in de aanhef                                                            bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare                              feiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Bank kan tevens, in afwijking van artikel 10, eerste en tweede lid,             gegevens of inlichtingen verstrekken aan het openbaar ministerie, het         Meldpunt, bedoeld in artikel 2, van de Landsverordening melding            ongebruikelijke transacties, of andere autoriteiten belast met opsporing         en vervolging, die zij heeft verkregen bij de vervulling van de haar           ingevolge deze landsverordening opgedragen taak, voor zover deze             gegevens of inlichtingen naar het oordeel van de Bank van belang zijn of        zouden kunnen zijn voor onderzoeken dan wel de nog in te stellen        onderzoeken van het openbaar ministerie, het Meldpunt, bedoeld in            artikel 2, van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties,         of andere autoriteiten belast met opsporing en vervolging.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor zover het verstrekken van gegevens of inlichtingen als bedoeld in           het eerste en tweede lid, of het vragen van gegevens of inlichtingen aan         het bevoegd gezag dat in andere delen van het Koninkrijk of in andere             staten met het toezicht op het effectenwezen is belast, verband houdt           met handel met voorwetenschap, handelt de Bank overeenkomstig het            Verdrag inzake handel met voorkennis.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Bank verstrekt tevens, in afwijking van artikel 10, eerste en tweede          lid, gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem    ingevolge deze wet opgedragen taak, aan de Algemene Rekenkamer,  voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van de         Algemene Rekenkamer noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar          wettelijke taak op grond van de artikelen 26 en 42 van de       Landsverordening Algemene Rekenkamer. Het tweede lid is van      overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Algemene Rekenkamer is verplicht tot geheimhouding van de op   grond van het vijfde lid ontvangen gegevens of inlichtingen en kan die         slechts openbaar maken indien deze niet herleid kunnen worden tot   afzonderlijke personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank kan ten behoeve van de uitoefening van haar taak op grond  van dit hoofdstuk van de houder van een effectenbeurs gegevens of       inlichtingen vorderen, indien voor de vervulling van de taak van een   buitenlandse toezichthoudende instantie nodig is. Artikelen 7, eerste lid,     en 16, tweede tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige         toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een buitenlandse toezichthoudende instantie kan de   Bank gegevens of inlichtingen vragen aan of onderzoek instellen of doen     instellen bij een ieder die ingevolge deze landsverordening onder haar             toezicht valt of behoort te vallen en waarvan redelijkerwijs kan worden          vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt die van belang  kunnen zijn voor de verzoekende instantie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene aan wie gegevens of inlichtingen als bedoeld in het tweede lid            wordt gevraagd, verstrekt deze gegevens of inlichtingen binnen een    door de Bank te stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in het tweede lid wordt       ingesteld, verleent alle medewerking die nodig is voor een goede        uitvoering van dat onderzoek, met dien verstande dat degene bij wie het       onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze landsverordening   onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in  zakelijke gegevens en bescheiden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7b</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank kan toestaan dat een functionaris van een buitenlandse        toezichthoudende instantie deelneemt aan de uitvoering van een       onderzoek als bedoeld in artikel 7a, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde functionaris volgt de aanwijzingen op van           de persoon die met de uitvoering van het onderzoek is belast en staat          onder leiding van deze persoon.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>Gebruik van voorwetenschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een ieder verboden om, beschikkende over voorwetenschap, in of vanuit Sint Maarten een transactie te verrichten of te bewerkstelligen in:</al><lijst><li nr="a."><al>effecten die zijn genoteerd aan een effectenbeurs voor het houden waarvan een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verleend dan wel aan een buiten Sint Maarten gevestigde en van overheidswege toegelaten effectenbeurs of effecten waarvan aannemelijk is dat deze spoedig aan een zodanige beurs zullen worden genoteerd; of</al></li><li nr="b."><al>effecten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van onder a bedoelde effecten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de tussenpersoon die, slechts over voorwetenschap beschikkend met betrekking tot de handel, volgens de regels van de goede trouw handelt ter bediening van opdrachtgevers.</al></li><li nr="b."><al>op de rechtspersoon, vennootschap of instelling waarvan de werknemers die zijn betrokken bij het verrichten of bewerkstelligen van de transactie slechts beschikken over voorwetenschap met betrekking tot de handel; en</al></li><li nr="c."><al>op degene die een transactie verricht of bewerkstelligt ter nakoming van een opeisbare verbintenis die reeds bestond op het tijdstip waarop hij kennis kreeg van de in het tweede lid bedoelde bijzonderheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen categorieën van transacties worden aangewezen, waarop het in het eerste lid bedoelde verbod niet van toepassing is. Daarbij kan binnen een aan te wijzen categorie onderscheid worden gemaakt naar de personen door wie en de omstandigheden waaronder de transacties worden verricht of bewerkstelligd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is eenieder die beschikt over voorwetenschap omtrent eenrechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in artikel 1, onder d, of omtrent de handel in effecten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, die op die rechtspersoon, vennootschap of instelling betrekking hebben, verboden om, anders dan in de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie:</al><lijst><li nr="a."><al>deze voorwetenschap aan een derde mee te delen, of</al></li><li nr="b."><al>een derde aan te bevelen transacties te verrichten of tebewerkstelligen in die effecten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op de rechtspersoon, vennootschap of instelling,waarvan de werknemers die zijn betrokken bij het aanbevelen niet over voorwetenschap beschikken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>Bijzondere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gegevens of inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze         landsverordening bepaalde omtrent afzonderlijke houders van een  effectenbeurs zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens of  inlichtingen die van een instantie als bedoeld in artikel 7, eerste en           tweede lid, zijn ontvangen, worden niet gepubliceerd en zijn geheim.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze           landsverordening of van krachtens deze landsverordening genomen      besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen,  ingevolge deze landsverordening verstrekt of van een instantie als     bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid, ontvangen, of van gegevens         of inlichtingen bij het onderzoek van boeken, bescheiden of andere    informatiedragers verkregen, verder of anders gebruik te maken of  daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening             van zijn taak of door deze landsverordening wordt geëist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Bank kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid,          ter handhaving van een gezonde financiële sector aangifte doen van een           vermoeden van een strafbaar feit. In de gevallen waarin door de Bank    aangifte is gedaan dan wel in de gevallen waarin de Bank wordt          opgeroepen om als getuige of deskundige op te treden, is de Bank     bevoegd in het kader van de opsporing, het gerechtelijk vooronderzoek             of de behandeling ter terechtzitting, inlichtingen te verschaffen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Bank kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, met   gebruikmaking van de gegevens of inlichtingen verkregen bij de           vervulling van de haar ingevolge deze landsverordening opgedragen  taak, mededelingen doen mits deze niet kunnen worden herleid tot           afzonderlijke houders van effectenbeurzen of tot afzonderlijke aan de  effectenbeurs verbonden effectenbedrijven. Met schriftelijke   toestemming van de houder van een effectenbeurs die het aangaat,             worden de gegevens of inlichtingen met betrekking tot afzonderlijke             houders van een effectenbeurs wel gepubliceerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Bank kan, in afwijking van het eerste lid, het         Meldpunt, bedoeld in    artikel 2, van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties     inlichten, indien zij bij de uitoefening van de haar ingevolge deze            landsverordening opgedragen taak feiten ontdekt die duiden op een   vermoeden van witwassen of financiering van terrorisme.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een effectenbeurs is ter zake van het verzoek om een  vergunning aan de minister een bedrag verschuldigd. De Bank brengt  het bedrag, voor zover mogelijk direct na ontvangst van de aanvraag,            bij beschikking in rekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder van een effectenbeurs is jaarlijks aan de Bank een bedrag  verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen wordt          zodanig vastgesteld dat de totale jaarlijkse opbrengst van het in  rekening te brengen bedrag ten hoogste gelijk is aan de kosten die de           Bank in dat jaar maakt ter zake van de behandeling van de aanvragen            onderscheidenlijk het toezicht dat de Bank uitoefent ingevolge deze          landsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden, gehoord de          Bank en de representatieve organisaties, bedoeld in artikel 11a, eerste      lid, nadere regels gesteld omtrent de kostendoorberekening en de             grondslagen waarop die is gebaseerd en wordt de hoogte van de in het          eerste en tweede lid bedoelde bedragen vastgesteld. Hierbij kan een  onderscheid worden gemaakt naar directe en indirecte kosten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde bedrag wordt  betaald binnen zes weken na dagtekening van de beschikking waarbij de        betalingsverplichting is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor zover het bedrag, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede           lid, niet binnen de in het vijfde lid bedoelde termijn wordt betaald,          stuurt de Bank aan betrokkene een schriftelijke aanmaning om binnen             twee weken na dagtekening van de aanmaning het verschuldigde       bedrag, verhoogd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag            waarop de in het vijfde lid bedoelde termijn is verstreken, en verhoogd             met de kosten van de aanmaning, alsnog te betalen. De aanmaning   bevat de aanzegging, dat het bedrag, voor zover dat niet binnen de in           de aanmaning gestelde termijn wordt betaald, overeenkomstig het             zevende lid wordt ingevorderd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij gebreke van betaling binnen de in de aanmaning gestelde termijn  vordert de Bank het bedrag van de aanmaning, verhoogd met de kosten   van de invordering, bij dwangbevel in.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het dwangbevel wordt op kosten van de betrokkene bij           deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de         zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke      Rechtsvordering. Artikel 12ff is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Artikel 12ff is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11a</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De minister kan, gehoord de Bank, een organisatie van houders van een        effectenbeurs aanwijzen als representatieve organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Bank pleegt zo vaak als zij dit nodig acht, doch tenminste eenmaal           per jaar, overleg met de krachtens het eerste lid aangewezen  representatieve organisatie omtrent het beleid inzake het toezicht op de        houders van een effectenbeurs. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens de Bank algemeen verbindende voorschriften als bedoeld in  deze landsverordening, vaststelt of wijzigt, pleegt zij overleg met de         krachtens het eerste lid aangewezen representatieve organisaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>De Bank brengt jaarlijks vóór 1 juni verslag uit aan de minister over de in het voorgaande kalenderjaar bij de uitvoering van de haar bij of krachtens deze landsverordening opgedragen taak verrichte werkzaamheden, uitgeoefende bevoegdheden en gedane bevindingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VA</nr><titel>Last onder dwangsom, bestuurlijke boete, geldschulden en verjaring</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>Last onder dwangsom</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12a</nr><titel/></kop><al>Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:</al><lijst><li nr="a."><al>       een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding; en,</al></li><li nr="b."><al>  de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet            tijdig wordt uitgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12b</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank kan bij overtreding van de voorschriften gesteld bij of           krachtens de artikelen 2, eerste lid, 2a, 3, eerste lid en tweede lid,           laatste volzin, en vijfde lid, onderdeel a, 3a, eerste en derde lid, 4,     eerste lid, 4a, eerste tot en met vierde lid, 4b, eerste lid, 4c, vierde lid,         4d, eerste en tweede lid, 7a, derde en vierde lid, 16, vijfde lid, en 16a,         derde lid, een last onder dwangsom opleggen. Artikel 1:127 van het   Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De last onder dwangsom kan worden opgelegd zodra het gevaar voor de        overtreding klaarblijkelijk dreigt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De last onder dwangsom omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de last onder dwangsom die strekt tot het ongedaan maken van een         overtreding of het voorkomen van verdere overtreding wordt een            termijn gesteld gedurende welke de overtreder de last kan uitvoeren  zonder dat een dwangsom wordt verbeurd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een beslissing tot oplegging van een last onder dwangsom wordt op   schrift gesteld en is een beschikking.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Bank stelt de dwangsom vast hetzij op een bedrag ineens, hetzij op          een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd dan wel  per overtreding van de last. De bedragen staan in redelijke verhouding          tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking          van de dwangsom.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan het bedrag     waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd, worden bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12c</nr><titel/></kop><al>Een verbeurde dwangsom wordt betaald binnen zes weken nadat zij van rechtswege is verbeurd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12d</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een last onder dwangsom is opgelegd kan de Bank op verzoek  van de overtreder de last opheffen, de looptijd ervan opschorten voor  een bepaalde termijn, of de dwangsom verminderen ingeval van         blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor die           overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een last onder dwangsom is opgelegd kan de Bank op verzoek  van de overtreder de last opheffen, indien de beschikking één jaar van          kracht is geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12e</nr><titel/></kop><al>In afwijking van artikel 12gg, eerste lid, verjaart de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom door verloop van één jaar na de dag waarop zij is verbeurd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12f</nr><titel/></kop><al>Geen last onder dwangsom kan worden opgelegd voor zover voor de overtreding een            rechtvaardigingsgrond bestond.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12g</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens aan te manen tot betaling van de dwangsom beslist de Bank bij        beschikking omtrent de invordering van de dwangsom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Bank geeft voorts een beschikking omtrent de invordering van de  dwangsom, indien een belanghebbende daarom verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Bank beslist binnen zes weken op het verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12h</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien uit een beschikking tot intrekking of wijziging van de last onder           dwangsom voortvloeit dat een reeds gegeven beschikking tot          invordering van die dwangsom niet in stand kan blijven, vervalt die    beschikking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Bank kan een nieuwe beschikking tot invordering geven die in       overeenstemming is met de gewijzigde last onder dwangsom.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12i</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een bezwaar, beroep, hoger beroep of een verzoek om schorsing dan  wel voorlopige voorziening gericht tegen de last onder dwangsom heeft      mede betrekking op een beschikking die strekt tot invordering van de             dwangsom, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint       Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan de beslissing op het  hoger beroep tegen de beschikking tot invordering van de dwangsom  verwijzen naar de Bank, overeenkomstig artikel 54 van de      Landsverordening administratieve rechtspraak, indien behandeling door     de Bank gewenst is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een verzoek om            schorsing dan wel voorlopige voorziening.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12j</nr><titel/></kop><al>Onder bestuurlijke boete wordt verstaan: de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12k</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank kan bij overtreding van de voorschriften gesteld bij of           krachtens de artikelen 2, eerste lid, 2a, 3, eerste lid, tweede lid, laatste   volzin, en vijfde lid, onderdeel a, 3a, eerste en derde lid, 4, eerste lid,            4a, eerste tot en met vierde lid, 4b, eerste lid, 4c, vierde lid, 4d, eerste    en tweede lid, 7a, derde en vierde lid, 8, eerste lid, 9, eerste lid, 10,      tweede lid, 16, vijfde lid, en 16a, derde lid, een bestuurlijke boete      opleggen. Artikel 1:127 van het Wetboek van Strafrecht is van    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan de hoogte en  de        wijze van bepaling van de bestuurlijke boete voor de verschillende     overtredingen, worden bepaald. Een op grond van het eerste lid op te            leggen             bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is       vastgesteld      voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 1:54, vierde lid,        van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, ten hoogste   10% van de omzet van de kredietinstelling in het boekjaar voorafgaande    aan de  beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens over te gaan tot oplegging van een boete, stelt de Bank de   betrokkene schriftelijk op de hoogte van het voornemen een boete op te     leggen onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12l</nr><titel/></kop><al>Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten;</al></li><li nr="b."><al>de overtreder is overleden;</al></li><li nr="c."><al>   aan de overtreder wegens dezelfde overtreding reeds eerder een        bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een kennisgeving als bedoeld in           artikel 12r, derde lid, onderdeel a, is bekendgemaakt; of</al></li><li nr="d."><al>een rechtvaardigingsgrond voor de overtreding bestaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12m</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien tegen de overtreder   wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is ingesteld en het       onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of het recht tot strafvervolging             is vervallen ingevolge artikel 1:149 van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is, wordt zij aan de officier        van justitie voorgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift is bepaald, dan     wel met het openbaar ministerie is overeengekomen, dat daarvan kan             worden afgezien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor een gedraging die aan de officier van justitie moet worden         voorgelegd, legt de Bank slechts een bestuurlijke boete op indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de officier van justitie aan de Bank heeft medegedeeld ten aanzien                            van de overtreder van strafvervolging af te zien; of,</al></li><li nr="b."><al>de Bank niet binnen dertien weken een reactie van de officier van                                          justitie heeft ontvangen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12n</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een bestuurlijke boete vervalt, indien zij op het tijdstip van het           overlijden van de overtreder niet onherroepelijk is. Een onherroepelijke  bestuurlijke boete vervalt voor zover zij op dat tijdstip nog niet is             betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een reeds opgelegde bestuurlijke boete vervalt, indien het      Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten  en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba met toepassing van artikel 25  van het Wetboek van Strafvordering de vervolging van de overtreder           voor dat feit beveelt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt vijf         jaren na de dag waarop de overtreding heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep  wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn, bedoeld in het derde lid,          opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12o</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die wordt verhoord met het oog op het aan hem opleggen van           een bestuurlijke boete, is niet verplicht ten behoeve daarvan  verklaringen omtrent de overtreding af te leggen. Voor het verhoor    wordt aan de betrokkene medegedeeld dat hij verplicht is tot           antwoorden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien beroep is ingesteld tegen een bestuurlijke boete is de partij aan           wie de boete is opgelegd niet verplicht omtrent de overtreding            verklaringen af te leggen. Het eerste lid, tweede volzin, is van             overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12p</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank of de personen, bedoeld in artikel 16, eerste lid, maken van de         overtreding een rapport op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het rapport is gedagtekend en vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de overtreder;</al></li><li nr="b."><al>de overtreding, alsmede het overtreden voorschrift; en,</al></li><li nr="c."><al>zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip of periode             waarop de overtreding is geconstateerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de        beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder   toegezonden of uitgereikt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 186          van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de  toepassing van deze paragraaf in de plaats van het rapport.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het rapport is opgesteld in de Nederlandse of de Engelse taal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12q</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens        waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen     daartoe, berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen. De             Bank kan beslissen om bepaalde stukken van kennisneming uit te      zonderen in het belang van de bescherming van de persoonlijke         levenssfeer, of op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang             ontleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs         vergt, draagt de Bank er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens  aan de overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke             taal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12r</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank kan de overtreder in de gelegenheid stellen over het  voornemen tot opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar      voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het moment dat de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld over         het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn       zienswijze naar voren te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>wordt het rapport reeds bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder                         toegezonden of uitgereikt; en,</al></li><li nr="b."><al>zorgt de Bank voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de                                                verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de Bank nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft   gebracht, beslist dat:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd; of,</al></li><li nr="b."><al>de overtreding alsnog aan de officier van justitie zal worden                                                               voorgelegd; </al></li></lijst><al>wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12s</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete vermeldt in  ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>         de naam van de overtreder;</al></li><li nr="b."><al> het feit ter zake waarvan de boete wordt opgelegd, alsmede het                                        overtreden voorschrift;</al></li><li nr="c."><al>         het bedrag van de boete, alsmede een toelichting op de hoogte                                                         daarvan; en,</al></li><li nr="d."><al> de termijn, bedoeld in artikel 12v, waarbinnen de boete moet worden                    betaald.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van de overtreder die de beschikking wegens zijn  gebrekkige kennis van de Nederlandse of Engelse taal onvoldoende    begrijpt, draagt de Bank er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van         de beschikking aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem          begrijpelijke taal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12t</nr><titel/></kop><al>De werkzaamheden in verband met het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete worden verricht door personen die niet betrokken zin geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>Geldschulden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12u</nr><titel/></kop><al>Deze paragraaf is van toepassing op geldschulden die voortvloeien uit de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12v</nr><titel/></kop><al>Behoudens ingeval artikel 12c toepassing vindt, geschiedt de betaling binnen zes weken nadat de beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12w</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank kan uitstel van betaling van een geldschuld verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende het uitstel kan de Bank niet aanmanen of invorderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot uitstel van betaling vermeldt de termijn waarvoor het        uitstel geldt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Bank kan aan de beschikking tot uitstel van betaling voorschriften  verbinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12x</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Betaling geschiedt aan een door Bank te bepalen kantoor dan wel door           bijschrijving op een daartoe door de Bank bestemde bankrekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Betaling geschiedt in Nederlands-Antilliaanse guldens, tenzij door de  Bank anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Betaling heeft plaats op het tijdstip waarop de betaling aan het kantoor          wordt verricht dan wel, in geval van bijschrijving, de rekening van de         Bank wordt gecrediteerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kosten van betaling komen ten laste van de overtreder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12y</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De overtreder is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven  termijn van zes weken heeft betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzuim heeft de verschuldigdheid van wettelijke rente tot gevolg            overeenkomstig de artikelen 119, eerste en tweede lid, en 120, eerste    lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Bank stelt het bedrag van de verschuldigde wettelijke rente bij      beschikking vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12z</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank maant de overtreder die in verzuim is schriftelijk aan tot       betaling binnen twee weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de          aanmaning is toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden  afgedwongen door op kosten van de overtreder uit te voeren           invorderingsmaatregelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Bank kan voor de aanmaning een vergoeding in rekening brengen.            De vergoeding wordt in de aanmaning vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12aa</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank kan een dwangbevel uitvaardigen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een dwangbevel levert een executoriale titel op die met toepassing van          de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan          worden tenuitvoergelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een dwangbevel wordt slechts uitgevaardigd wanneer binnen de         overeenkomstig artikel 12y, eerste lid, gestelde aanmaningstermijn niet         volledig is betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12bb</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het dwangbevel kunnen tevens de aanmaningsvergoeding, de       wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel worden ingevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dwangbevel kan betrekking hebben op verschillende verplichtingen          tot betaling van een geldsom door de overtreder aan de minister.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschieden          op kosten van degene tegen wie het is uitgevaardigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kosten zijn ook verschuldigd indien het dwangbevel door betaling  van verschuldigde bedragen niet of niet volledig ten uitvoer is gelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12cc</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dwangbevel vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al> aan het hoofd het woord: dwangbevel;</al></li><li nr="b."><al>         het bedrag van de invorderbare hoofdsom;</al></li><li nr="c."><al>         de beschikking of het wettelijk voorschrift waaruit de geldschuld                                                        voortvloeit;</al></li><li nr="d."><al> de kosten van het dwangbevel; en,</al></li><li nr="e."><al>dat het op kosten van degene tegen wie het dwangbevel is                                                                        uitgevaardigd ten uitvoer kan worden gelegd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dwangbevel vermeldt, indien van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al> het bedrag van de aanmaningsvergoeding; en,</al></li><li nr="b."><al>de ingangsdatum van de wettelijke rente.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12dd</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door middel van de  betekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke          Rechtsvordering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het exploot vermeldt in ieder geval de gerechtelijke instantie waarbij  tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de        artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering        kan worden opgekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12ee</nr><titel/></kop><al>De Bank beschikt ten aanzien van de invordering ook over de bevoegdheden die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12ff</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het          dwangbevel open door dagvaarding van de Bank.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de Bank kan             de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>Verjaring</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12gg</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechtsvordering tot betaling van een geldschuld als bedoeld in artikel         12u, behoudens indien deze voortvloeit uit een last onder dwangsom,        verjaart vijf jaren nadat de voorgeschreven betalingstermijn is             verstreken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na voltooiing van de verjaring kan de Bank zijn bevoegdheden tot      aanmaning en verrekening en tot uitvaardiging en tenuitvoerlegging van            een dwangbevel niet meer uitoefenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12hh</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verjaring wordt gestuit door een daad van rechtsvervolging           overeenkomstig artikel 316, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk         Wetboek. Artikel 316, tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk          Wetboek is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Erkenning van het recht op betaling stuit de verjaring van de  rechtsvordering tegen de hem die het recht erkent.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Bank kan de verjaring ook stuiten door een aanmaning als bedoeld           in artikel 12z, eerste lid, een dwangbevel, of door een daad van       tenuitvoerlegging van een dwangbevel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12ii</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door stuiting van de verjaring begint een nieuwe verjaringstermijn te  lopen met de aanvang van de volgende dag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nieuwe termijn is gelijk aan de oorspronkelijke, doch niet langer dan         vijf jaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt de verjaring echter gestuit door het instellen van een eis die door        toewijzing wordt gevolgd, dan is artikel 324 van Boek 3 van het            Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12jj</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verjaringstermijn van de rechtsvordering tot betaling aan de minister        wordt verlengd met de tijd gedurende welke de overtreder na de       aanvang van die termijn uitstel van betaling heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de overtreder in surseance van betaling verkeert;</al></li><li nr="b."><al> de overtreder in staat van faillissement verkeert; of,</al></li><li nr="c."><al>         de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is geschorst ingevolge een                         lopend rechtsgeding, met dien verstande dat de termijn waarmee de                         verjaringstermijn wordt verlengd een aanvang neemt op de dag                                                       waarop het rechtsgeding door middel van dagvaarding aanhangig                                           wordt gemaakt.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VB</nr><titel>Openbaarmaking van overtredingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12kk</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank kan, in afwijking van artikel 10, eerste en tweede lid,            teneinde de naleving van deze landsverordening te bevorderen ter     openbare kennis brengen het feit ter zake waarvan een last onder             dwangsom of een bestuurlijke boete is opgelegd, alsmede het            overtreden voorschrift. Indien het doel van het door de Bank uit te      oefenen toezicht op de naleving van deze landsverordening zulks        bepaaldelijk vordert en zich daartegen geen zwaarwegende belangen         verzetten, waaronder die van degene aan wie de last onder dwangsom         of de bestuurlijke boete is opgelegd, kan de Bank de naam, het adres en        de woonplaats van degene aan wie de last onder dwangsom of de     bestuurlijke boete is opgelegd ter openbare kennis brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt digitaal op de           website van de Bank dan wel op een andere door de Bank te bepalen          wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12ll</nr><titel/></kop><al>Degene jegens wie door de minister of de Bank een handeling is verricht waaraan in redelijkheid de gevolgtrekking kan worden verbonden dat de Bank of de minister zijn handelen of nalaten op grond van artikel 12kk ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12mm</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De minister geeft, indien hij voornemens is op grond van artikel 12kk             een feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan         schriftelijk kennis onder vermelding van de gronden waarop het             voornemen berust.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De minister is niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen         om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene      geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning             kan worden verkregen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12nn</nr><titel/></kop><al>De beschikking om op grond van artikel 12kk een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>       het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht;</al></li><li nr="b."><al>  de wijze waarop het feit ter openbare kennis wordt gebracht; en,</al></li><li nr="c."><al>  de termijn waarna het feit ter openbare kennis wordt gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12oo</nr><titel/></kop><al>Tenzij de bevordering van de naleving van deze landsverordening geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van artikel 12kk een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar of beroep is ingesteld, op het bezwaar of beroep is beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12pp</nr><titel/></kop><al>De beschikking om op grond van artikel 12kk een feit ter openbare kennis te brengen, treedt in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking op grond van artikel 12nn wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12qq</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bevoegdheid om op grond van artikel 12kk een feit ter openbare   kennis te brengen vervalt, indien ter zake van het feit een      strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een     aanvang heeft genomen dan wel het recht tot strafvordering is vervallen     ingevolge artikel 1:149 van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld in           artikel 12kk vervalt, indien de Bank het feit reeds ter openbare kennis       heeft gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12rr</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bevoegdheid om op grond van artikel 12kk een feit ter openbare   kennis te brengen vervalt één jaar na de dag waarop het feit heeft    plaats gehad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde termijn wordt gestuit door bekendmaking        van de beschikking waarbij het feit ter openbare kennis wordt gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12ss</nr><titel/></kop><al>De werkzaamheden in verband met het op grond van artikel 12kk ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12tt</nr><titel/></kop><al>Door de Minister en de Minister van Justitie gezamenlijk kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld ter zake van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de paragrafen 1 en 2 van Hoofdstuk VA en Hoofdstuk VB.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>Beroep</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van een beslissing van de houder van een effectenbeurs omtrent de toelating van effecten tot of het doen vervallen van effecten uit de notering aan die effectenbeurs, staat voor belanghebbenden beroep open bij de Bank.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de houder van een effectenbeurs niet binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag om toelating tot de officiële notering of - indien hij om nadere gegevens heeft verzocht - binnen zes maanden na ontvangst van die gegevens op de aanvraag heeft beslist, wordt het uitblijven van een beslissing met een afwijzing gelijkgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van zes weken, gerekend vanaf de datum van de bekendmaking van de beslissing van de houder van de desbetreffende effectenbeurs.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het beroep heeft geen schorsende werking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Bank neemt ter zake geen beschikking dan na de houder van de desbetreffende effectenbeurs en de belanghebbende in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Degene die rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen door een op grond van artikel 13 door de Bank gegeven beschikking, kan tegen de beschikking beroep instellen bij het Gerecht in eerste aanleg binnen zes weken na de dag waarop deze is gegeven. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Handelen in strijd met enig voorschrift, gegeven bij of krachtens de    artikelen 2, eerste lid, 2a, 3, tweede lid, laatste volzin, en vijfde lid,       onderdeel a, 3a, eerste en derde lid, 4, eerste lid, 4a, eerste tot en met         vierde lid, 4b, eerste lid, 4c, vierde lid, 4d, eerste en tweede lid, 7a,  derde en vierde lid, 8, eerste lid, 9, eerste lid, 10, tweede lid, 16, vijfde    lid, en 16a, derde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één        jaar en met een geldboete van de vijfde categorie dan wel met één van     beide straffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Opzettelijk handelen in strijd met de voorschriften, genoemd in het    eerste lid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar         en een geldboete van de zesde categorie dan wel met één van beide  straffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen en de in         het tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII</nr><titel>Toezicht en opsporing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze  landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe door de President van          de Bank aan te wijzen functionarissen van de Bank, belast met toezicht.         Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Landscourant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De krachtens het eerste lid aangewezen functionarissen zijn, uitsluitend         voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze           noodzakelijk is, bevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>         alle inlichtingen te vragen;</al></li><li nr="b."><al>         inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere                                                                informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe                                           tijdelijk mee te nemen;</al></li><li nr="c."><al> zaken aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe                                      tijdelijk mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk                                          bewijs, en daarvan monsters te nemen; en,</al></li><li nr="d."><al>    alle plaatsen te betreden, eventueel vergezeld van door hen                                                              aangewezen personen, met uitzondering van woningen of tot                                                             bewoning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de                                                                                           uitdrukkelijke toestemming van de bewoner.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen       functionarissen alle medewerking te verlenen die op grond van het    tweede lid wordt gevorderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zo nodig wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid,          onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16a</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Bank kan zich bij het uitoefenen van het toezicht, bedoeld in artikel           16, eerste lid, doen bijstaan dan wel een zodanig toezicht geheel doen        uitvoeren door een door de Bank aan te wijzen externe deskundige of             andere deskundigen. De Bank kan de kosten die hiermee verband      houden geheel of gedeeltelijk doorberekenen aan de betrokken houder         van een effectenbeurs. Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het uitoefenen van het toezicht, bedoeld in artikel 16, eerste lid,          dan wel bepaalde werkzaamheden in het kader van een zodanig toezicht      door de Bank aan een externe deskundige of aan een andere  deskundige worden opgedragen, is deze verplicht zijn bevindingen            rechtstreeks en schriftelijk aan de Bank te rapporteren en na verkregen   toestemming van de Bank een afschrift daarvan aan de betrokken      houder van een effectenbeurs te zenden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een houder van een effectenbeurs is op verzoek van de Bank verplicht           een erkende deskundige aan te wijzen die rechtstreeks aan de Bank   rapporteert over de interne organisatie van de houder van een           effectenbeurs.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16b</nr><titel/></kop><al>De Bank is tevens bevoegd, in het kader van toezichtuitoefening onderzoeken van buitenlandse instanties die met het toezicht op de houders van een effectenbeurs zijn belast, toe te laten bij in Sint Maarten gevestigde houders van een effectenbeurs die onder geconsolideerd toezicht staan van genoemde toezichthouders. De Bank stelt in voorkomend geval tevoren voorwaarden aan en geeft aanwijzingen ten aanzien van de uitvoering van deze toezichtwerkzaamheden. De functionarissen van de buitenlandse instanties, die een onderzoek als bedoeld in de eerste volzin verrichten, zijn gehouden de aanwijzingen van de Bank stipt te volgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met de opsporing van de bij of krachtens deze landsverordening strafbaargestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen functionarissen van de Bank. Een zodanige aanwijzing wordt bekend gemaakt in de Landscourant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld omtrent de vereisten waaraan de krachtens het eerste lid aangewezen personen dienen te voldoen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IX</nr><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>[vervallen]</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>X</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>[regelt de inwerkingtreding]</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze landsverordening kan worden aangehaald als: Landsverordening toezicht effectenbeurzen.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>