<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR44858_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van leges 2010-I</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, 43</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Legesverordening 2010-I</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 156, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 217</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 219</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/180</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Legesverordening 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van leges 2010-I</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet> Geconsolideerde tekst van de verordening</vet></al><al><vet><cursief>Raadsbesluit</cursief></vet></al><al><cursief>De raad van de gemeente Tilburg;</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het college;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de artikelen 156, tweede lid, aanhef en onderdeel h, 217,
                                219 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de
                                Gemeentewet;</al></li></lijst><al><cursief>Besluit:</cursief></al><al>vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van leges
                        2010-I”.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>“dag”: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte
                                van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;</al></li><li nr="b."><al>“week”: een aaneengesloten periode van zeven dagen;</al></li><li nr="c."><al>“maand”: het tijdvak dat loopt van de n<sup>e</sup> dag in een
                                kalendermaand tot en met de (n-1)<sup>e</sup> dag in de volgende
                                kalendermaand;</al></li><li nr="d."><al>“jaar”: het tijdvak dat loopt van de n<sup>e</sup> dag in een
                                kalenderjaar tot en met de (n-1)<sup>e</sup> dag in het volgende
                                kalenderjaar;</al></li><li nr="e."><al>“kalenderjaar”: de periode van 1 januari tot en met 31
                                december.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor het genot van door of
                        vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening
                        en de daarbij behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve
                        van wie de dienst is verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder rubriek 10.2
                            worden niet geheven in het geval de raadpleging geschiedt:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de rijks-, provinciale- of gemeentedienst;</al></li><li nr="b."><al>overeenkomstig artikel 15 van de wet van 26 mei 1870, Staatsblad
                                    82;</al></li><li nr="c."><al>ter uitvoering van de Jachtwet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder rubriek 9
                            worden niet geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>in de gevallen waarin de beheerder ingevolge zijn instructie tot
                                    kosteloos onderzoek verplicht is;</al></li><li nr="b."><al>voor het door het publiek persoonlijk raadplegen van
                                    archiefstukken in de Onderzoekerscentrum van het archief.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder rubriek 2
                            worden niet geheven als de verstrekking plaatsvindt uitsluitend ter
                            publicatie in de plaatselijke dagbladen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de in artikel 2 bedoelde leges zijn voorts vrijgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>stukken, welke ter voldoening aan wettelijke voorschriften
                                    kosteloos moeten worden verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>beschikking op bezwaar- en verzoekschriften met betrekking tot
                                    gemeentelijke belastingen;</al></li><li nr="c."><al>inlichtingen, welke anders dan ten behoeve of in het belang van
                                    bepaalde personen, op verzoek worden verstrekt aan ambassades,
                                    gezantschappen en consulaten van vreemde mogendheden;</al></li><li nr="d."><al>stukken, vereist voor de militaire dienst, met uitzondering van
                                    die welke moeten dienen voor toelating tot enige inrichting van
                                    onderwijs waar men wordt opgeleid tot officier of voor de
                                    geneeskundige en farmaceutische dienst bij de land-, zee- of
                                    luchtmacht;</al></li><li nr="e."><al>attestaties de vita, strekkende tot betaling van pensioenen,
                                    wachtgelden, lijfrenten en andere periodieke uitkeringen ten
                                    laste van publiekrechtelijke lichamen;</al></li><li nr="f."><al>beschikking of afschriften daarvan, houdende beslissing op een
                                    aanvraag van subsidie uit de gemeentekas;</al></li><li nr="g."><al>gunstige beschikkingen, genomen krachtens een
                                    rechtspositieregeling voor het personeel der gemeente;</al></li><li nr="h."><al>de bevelschriften tot betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder rubriek 7.3 sub
                            c, "Verklaring omtrent het gedrag", worden niet van een aanvrager
                            geheven die de aanvraag doet met als doel tijdelijk een gastkind van de
                            Stichting Europa Kinderhulp in hun gezin op te nemen voor het houden van
                            een korte vakantie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze
                            verordening behorende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de
                            tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een
                            gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen
                            een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde
                            bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                            schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leges als bedoeld in hoofdstuk 8 van de bij deze verordening gevoegde
                            tarieventabel worden opgelegd bij wege van aanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tijdstip van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leges moeten worden betaald in geval de kennisgeving als bedoeld in
                            artikel 6, eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                    kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>in geval de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan, op het
                                    moment van uitreiken van de kennisgeving.</al></li><li nr="c."><al>in geval de kennisgeving wordt toegezonden, binnen 8 dagen na de
                                    dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 6, tweede lid, bedoelde aanslagen moeten worden betaald
                            binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Teruggaaf</titel></kop><al>Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges voor een in de tarieventabel
                        omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242
                        van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in
                        deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel opgenomen
                        bepaling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Abonnementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in deze verordening bedoelde abonnementen worden per schriftelijke
                            aanvraag verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bij abonnement verkregen inlichtingen mogen niet worden gepubliceerd
                            of anderszins bekend gemaakt, noch aan derden worden verstrekt of
                            medegedeeld, noch ten behoeve van derden worden verwerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het publicatieverbod geldt niet ten aanzien van abonnementen verleend
                            voor dag-, week- en buurtbladen voor zover betreft de publicatie in de
                            eigen bladen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Abonnementen worden geacht te zijn ingegaan op de dag, waarop het
                            verschuldigde bedrag is voldaan, tenzij een andere datum is
                            overeengekomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het voorafgaande geldt mede ten aanzien van inlichtingen, verstrekt door
                            middel van de computer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet>Nadere regels door het college </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en
                                de invordering van de leges.</al></li><li nr="2."><al>Het college heeft de bevoegdheid tot het vaststellen van de
                                legesverordening met betrekking tot de van rijkswege in de loop van
                                het belastingjaar gewijzigde tarieven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking, doch niet eerder dan de datum waarop de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht (Staatsblad 2008,496) en de
                                Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
                                treden;</al></li><li nr="2."><al>De “Legesverordening 2010” van 12 november 2009 en de "Eerste
                                wijziging Legesverordening 2010" van 26 januari 2010, vervallen met
                                ingang van datum inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht en de Invoeringswet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op
                                de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is datum inwerkingtreding van de
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Invoeringswet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Legesverordening
                                2010-I".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 juni 2010</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1</titel></kop><tussenkop>Tarieventabel behorende bij de “Legesverordening 2010-I”. </tussenkop><tussenkop>Inhoudsopgave</tussenkop><al>Hoofdstuk 1 Algemeen</al><al>Hoofdstuk 2 Bestuursstukken</al><al>Hoofdstuk 3 Burgerlijke stand</al><al>Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke basisadministratie
                    persoonsgegevens</al><al>Hoofdstuk 5 Reisdocumenten </al><al>Hoofdstuk 6 Rijbewijzen </al><al>Hoofdstuk 7 Overige burgerzaken</al><al>Hoofdstuk 8 Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving /
                    omgevingsvergunning</al><al>Hoofdstuk 9 Regionaal Archief Tilburg</al><al>Hoofdstuk 10 Vastgoedinformatie</al><al>Hoofdstuk 11 Wet op de kansspelen</al><al>Hoofdstuk 12 Drank- en Horecawet</al><al>Hoofdstuk 13 Algemene Plaatselijke Verordening</al><al>Hoofdstuk 14 Verkeer en vervoer</al><al>Hoofdstuk 15 Diversen</al><tussenkop>De in artikel 2 van de Legesverordening 2010-I bedoelde tarieven
                    bedragen:</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemeen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>1<cursief> Vergunningen, beschikkingen en dergelijke</cursief></al><al> Voor een gunstige beschikking op aanvragen van een </al><al> vergunning of een ontheffing, dan wel voor elk ander </al><al> stuk in het persoonlijk belang van de aanvrager </al><al> opgemaakt, voor zover daarvoor in deze verordening </al><al> geen bijzondere regeling is opgenomen of voor zover </al><al> daarvoor geen wettelijke regeling of vrijstelling bestaat, </al><al> per bladzijde € 3,04</al><al> met een minimum van € 9,49</al></li><li nr="1."><al>2<cursief> Fotokopieën</cursief></al></li></lijst><al>Voor het verstrekken van een fotokopie van een getypt, </al><al>gedrukt of geschreven stuk, van maximaal het formaat A4, </al><al>anders dan bedoeld in rubriek 10.2, per bladzijde </al><al> * A4 enkelzijdig € 0,06</al><al> * A4 dubbelzijdig € 0,12</al><al> * A3 enkelzijdig € 0,12</al><al> * A3 dubbelzijdig € 0,18</al><al> * A2 formaat € 4,42</al><al> * A1 formaat € 5,65</al><al> * A0 formaat € 6,19</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Bestuursstukken</tussenkop><al>2 Raadsstukken</al><lijst><li nr="a."><al>Voor een abonnement op de stukken van de</al><al> raad (exclusief de begrotingsstukken) per jaar € 26,65</al></li><li nr="b."><al>Voor een abonnement op agenda's en verslagen der</al><al> vaste raadscommissies van advies en bijstand per jaar € 33,38</al></li><li nr="c."><al>Voor losse exemplaren van de onder letter a</al><al> bedoelde stukken: per bladzijde € 0,05</al><al> met een minimum van € 0,13</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 3 Burgerlijke stand </tussenkop><lijst><li nr="3."><al>1 <cursief>Nasporingen en inlichtingen burgerlijke stand</cursief></al><al> Voor het doen van een opzoeking of nasporing in de </al><al> registers van de burgerlijke stand, lopende over het </al><al> tijdperk na de invoering van de burgerlijke stand en </al><al> berustend in het archief van de burgerlijke stand, </al><al> zonder dat van het resultaat een authentiek uittreksel </al><al> uit de registers of een bewijs van inschrijving wordt </al><al> verlangd ongeacht of de bemoeiingen al dan niet tot </al><al> het gewenste doel leiden, per eenheid van 15 minuten </al><al> (afgerond naar boven) € 30,95</al></li><li nr="3."><al>2 <cursief>Huwelijksvoltrekking/Partnerschapsregistratie </cursief></al><al> Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag </al><al> of partnerschapsregistratie, waarbij het huwelijk of
                            partnerschapsregistratie wordt gesloten op maandag tot en</al><al> met vrijdag, tussen 09.00 en 18.00 uur op de onder a t/m e </al><al> genoemde locaties of op maandag tot en met zaterdag, </al><al> tussen 09.00 en 18.00 uur op de onder f genoemde locaties:</al><lijst><li nr="a."><al>in de Oranjezaal € 432,40</al></li><li nr="b."><al>in de Willem II-zaal € 366,40</al></li><li nr="c."><al>in de Anna Paulowna-zaal € 334,20</al></li><li nr="d."><al>in de trouwzaal Udenhout, raadszaal € 450,15</al></li><li nr="e."><al>in de trouwzaal Udenhout, B&amp;W-kamer € 331,30</al></li><li nr="f."><al>in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties € 366,40</al><al> Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag </al><al> of partnerschapsregistratie, waarbij het huwelijk of de </al><al> partnerschapsregistratie wordt gesloten op zaterdag of op</al><al> maandag tot en met vrijdag vóór 9.00 of ná 18.00, gelden</al><al> de hiervoor onder a t/m e genoemde tarieven met daarbij</al><al> een opslag van € 55,90</al><al> Voor het voltrekken van een huwelijk of </al><al> partnerschapsregistratie buiten het gemeentehuis, in </al><al> het geval bedoeld in artikel 64 van het Burgerlijk </al><al> Wetboek, indien niet is gebleken van het onvermogen </al><al> van partijen € 204,05</al><al> Voor het in behandeling nemen van een administratief</al><al> huwelijk € 65,00 </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>3 <cursief>Trouwboekje</cursief></al><al> Voor een trouwboekje uitgevoerd in leer met opdruk € 16,95</al><al> Voor een trouwboekje uitgevoerd in linnen met opdruk € 16,00</al><al> Voor een trouwboekje uitgevoerd in kunststof met opdruk € 6,25</al></li><li nr="3."><al>4 <cursief>Afschrift van/uittreksel uit akte van de Burgerlijke
                                stand.</cursief></al><al> Voor het verstrekken van een afschrift van of een </al><al> uittreksel uit een akte uit de registers van de </al><al> burgerlijke stand € 11,30</al></li><li nr="3."><al>5 <cursief>Verklaring van huwelijksbevoegdheid</cursief></al><al> Nederlanders die in het buitenland een huwelijk willen </al><al> aangaan, moeten in een aantal gevallen een verklaring </al><al> van huwelijksbevoegdheid overleggen. Dit is een </al><al> verklaring, waaruit blijkt dat er naar Nederlands recht </al><al> geen beletselen bestaan tegen het voorgenomen </al><al> huwelijk. Deze verklaring wordt afgegeven door de </al><al> ambtenaar van de burgerlijke stand van de (laatste) </al><al> woonplaats in Nederland. € 20,40</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke BasisAdministratie
                    persoonsgegevens</tussenkop><lijst><li nr="4."><al>1 <cursief>Nasporingen bevolkingsregister</cursief></al><al> Voor het verstrekken van inlichtingen, betreffende niet</al><al> met namen en adressen aangeduide personen, </al><al> ten behoeve waarvan één of meer kaartenverzamelingen </al><al> of registers, behorende tot de bevolkingsadministratie, </al><al> niet berustende in de archiefbewaarplaatsen, bedoeld </al><al> in de Archiefwet 1995, geheel of gedeeltelijk moet </al><al> worden doorlopen, dat voor het verzamelen der gegevens, </al><al> de verstrekking ervan daaronder begrepen, nodig is, per </al><al> eenheid van 15 minuten (afgerond naar boven) € 30,95</al></li><li nr="4."><al>2 <cursief>Voor het verstrekken van een inlichting aan een derde
                            </cursief></al><al><cursief> als genoemd in het Privacyreglement voor de </cursief></al><al><cursief> Gemeentelijke Basisregistratie personen </cursief></al><al><cursief> (B&amp;W-besluit 2 juli 2002, A18):</cursief>€
                            8,25</al></li><li nr="4."><al>3<cursief> Inzagerecht en protocollering GBA</cursief></al><al> Voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al> tot het verkrijgen van een bericht als bedoeld in de </al><al> artikelen 79 en 103 van de wet GBA € 4,50</al></li><li nr="4."><al>4 <cursief>Documentatie omtrent bevolking </cursief></al><al> Voor het ad hoc verstrekken uit de Gemeentelijke </al><al> Basisregistratie personen van andere inlichtingen dan bedoeld </al><al> onder 4.2, per eenheid van 15 minuten (afgerond naar boven) €
                            30,95</al></li></lijst><tussenkop> Hoofdstuk 5 Reisdocumenten</tussenkop><lijst><li nr="5."><al>1<cursief> Nationale paspoorten en Nederlandse
                                Identiteitskaarten</cursief></al><al> Voor het in behandeling nemen van een aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>tot het afgeven van een nationaal paspoort € 50,90</al></li><li nr="b."><al>tot het afgeven van een faciliteitenpaspoort € 50,90</al></li><li nr="c."><al>tot het afgeven van een nationaal paspoort, een</al><al> groter aantal bladzijden bevattend dan een paspoort </al><al> als bedoeld onder a € 56,90</al></li><li nr="d."><al>tot het afgeven van een Nederlandse identiteitskaart:</al><al> t/m 13 jaar € 8,95</al><al> vanaf 14 jaar € 42,85 </al></li><li nr="e."><al>tot het afgeven van een reisdocument voor </al><al> vreemdelingen € 50,90</al></li><li nr="f."><al>tot het afgeven van een reisdocument voor </al><al> vluchtelingen € 50,90</al></li><li nr="g."><al>tot het bijschrijven van een kind in een </al><al> reisdocument als bedoeld in dit artikel sub a, </al><al> sub b, sub c, sub e en sub f direct bij de </al><al> aanvraag van dit nieuwe reisdocument € 8,95</al></li><li nr="h."><al>tot het bijschrijven van een kind middels een </al><al> bijschrijvingsticker in een reeds uitgegeven </al><al> reisdocument als bedoeld in dit artikel sub a, </al><al> sub b, sub c, sub e en sub f. € 20,90</al></li><li nr="i."><al>worden de tarieven als genoemd in dit artikel sub a, </al><al> sub b, sub, c, sub d, sub e en sub f bij een</al><al> spoedlevering vermeerderd met een bedrag van € 41,00</al></li><li nr="j."><al>wordt het tarief als genoemd in dit artikel sub i bij </al><al> een gecombineerde spoedlevering van een nieuw </al><al> reisdocument als bedoeld in dit artikel sub a, sub b, </al><al> sub c, sub e en sub f en het bijschrijven van één of </al><al> meer kinderen als bedoeld in dit artikel sub g slechts </al><al> één keer per reisdocument berekend.</al></li><li nr="k."><al>wordt het tarief als genoemd in dit artikel sub h</al><al> bij een spoedlevering vermeerderd met een </al><al> bedrag per bijschrijvingsticker van € 19,50</al></li><li nr="l."><al>tot het afgeven van een nationaal paspoort, indien</al><al> aan de aanvrager reeds eerder een nationaal paspoort </al><al> werd verstrekt, welk document bij de aanvraag niet </al><al> compleet kan worden overlegd en de aanvrager zich </al><al> niet met een geldig legitimatiebewijs kan legitimeren, </al><al> wordt de terzake verschuldigde leges verhoogd met € 24,75</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 6 Rijbewijzen</tussenkop><lijst><li nr="6."><al>1<cursief> Wegenverkeersregeling</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al> tot eerste afgifte, vervanging of vernieuwing van </al><al> een rijbewijs € 46,30 </al></li><li nr="b."><al>Voor het in behandeling nemen van en het</al><al> bemiddelen in een aanvraag voor de omwisseling </al><al> van een buitenlands, militair of linnen rijbewijs, </al><al> af te geven door de Rijksdienst voor het Wegverkeer € 71,10 </al><al> De kosten voor het rijbewijs zijn overigens inbegrepen </al><al> en worden met voornoemde instantie verrekend. </al></li><li nr="c."><al>Voor het afgeven of vernieuwen van een rijbewijs, </al><al> waarbij de aanvrager reeds eerder een rijbewijs </al><al> werd verstrekt, welk document bij de aanvraag </al><al> niet compleet kan worden overgelegd en de </al><al> aanvrager zich niet met een geldig legitimatiebewijs </al><al> kan legitimeren, wordt de ter zake verschuldigde </al><al> leges verhoogd met € 24,75</al></li><li nr="d."><al>De tarieven als genoemd onder sub a en b worden bij</al><al> een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van € 33,25</al></li><li nr="e."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al> tot het verkrijgen van gegevens uit het Centraal </al><al> Register Rijbewijzen of elke andere vergunning </al><al> of ontheffing verleend op grond van de </al><al> Wegenverkeerswet, het Wegenverkeersreglement </al><al> of een daarop steunende regeling € 8,25</al></li><li nr="f."><al>Voor elke andere vergunning of ontheffing verleend</al><al> op grond van de Wegenverkeerswet, het</al></li></lijst></li></lijst><al>Wegenverkeersreglement of een daarop steunende regeling, uitgezonderd het
                    gestelde in artikel 15.2, </al><al> dan wel voor een wijziging van een dergelijke </al><al> vergunning of ontheffing € 8,05</al><al>6.2<cursief>Eigen verklaring</cursief></al><al>6.2 Voor het in behandeling nemen van een eigen verklaring/</al><al>het verstrekken van een eigen verklaring ter verkrijging </al><al>van een geneeskundige verklaring bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
                    voor de eerste afgifte, </al><al>dan wel vernieuwing of omwisseling van een rijbewijs € 20,45</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Overige Burgerzaken</tussenkop><lijst><li nr="7."><al>1 <cursief>Naturalisatie</cursief></al><al> Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot</al><al> verkrijging van de Nederlandse nationaliteit</al><lijst><li nr="-"><al>Enkelvoudig verlaagd tarief € 517,00</al></li><li nr="-"><al>Gemeenschappelijk verlaagd tarief € 669,00</al></li><li nr="-"><al>Enkelvoudig standaard tarief € 567,00</al></li><li nr="-"><al>Gemeenschappelijk standaard tarief € 719,00</al></li><li nr="-"><al>Meenaturaliserende minderjarige kinderen € 85,00</al></li><li nr="-"><al>Enkelvoudig optieverzoek € 148,00</al></li><li nr="-"><al>Gemeenschappelijk optieverzoek € 253,00</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>2 <cursief>Legalisatie</cursief></al><al> Voor de legalisatie van een handtekening/diploma € 8,25</al></li><li nr="7."><al>3 <cursief>Verklaringen in het bijzonder belang van de
                                aanvragers</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Voor een akte van eedsaflegging € 8,25</al></li><li nr="b."><al>Voor een attestatie de vita € 8,25</al></li><li nr="c."><al>Voor een verklaring omtrent het gedrag € 30,05</al></li><li nr="d."><al>Voor verklaringen van woonplaats inzake naturalisatie €
                                    8,25</al></li><li nr="e."><al>Voor een verklaring van Nederlanderschap € 8,25</al></li><li nr="f."><al>Voor verklaringen, certificaten en dergelijke -</al><al> zonder onderscheid - die in het bijzonder belang </al><al> van de personen, die de stukken vragen, worden </al><al> afgegeven, en voor zover niet uitdrukkelijk elders </al><al> in deze verordening een hoger of lager recht is </al><al> genoemd, per stuk € 8,25</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>4 <cursief>Wet Bescherming Persoonsgegevens</cursief></al><al> Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot </al><al> het verkrijgen van een bericht als bedoeld in de artikelen </al><al> 35 en 39 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens € 4,50</al></li><li nr="7."><al>5 <cursief>Lijkbezorging</cursief></al><al> Voor een verlof tot het doen opgraven en het doen </al><al> overplaatsen van een lijk € 18,60</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 8 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/
                    omgevingsvergunning</tussenkop><al>8.1 Begripsomschrijvingen</al><al>8.1.1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: </al><al>8.1.1.1 <cursief>aanlegkosten:</cursief></al><al>de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid,
                    van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989
                    (UAV), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van
                    de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of
                    werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in
                    deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het
                    economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden
                    waarop de aanvraag betrekking heeft; </al><al>8.1.1.2 <cursief>bouwkosten:</cursief></al><al>de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid,
                    van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989
                    (UAV 1989), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming
                    van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631,
                    uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd.
                    Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt
                    in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het
                    economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het
                    bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. De hoogte van de opgegeven
                    bouwkosten zullen worden gecontroleerd aan de hand van de meest recente uitgave
                    "Taxatieboekjes Bouwkosten", zoals die worden uitgegeven door Reed Business.
                    Deze uitgave is kosteloos in te zien bij de dienst Publiekszaken; </al><al>8.1.1.3 <cursief>sloopkosten:</cursief></al><al>de aannemingssom exclusief omzetbelasting,, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid,
                    van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989
                    (UAV), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van
                    de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of
                    gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder
                    sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou
                    moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag
                    betrekking heeft; </al><al>8.1.1.4 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al><al>8.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben
                    dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. </al><al>8.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn
                    omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader
                    in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als
                    in dat wettelijk voorschrift bedoeld. </al><al>8.2 <cursief>Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag</cursief></al><al>8.2.a Indien ten behoeve van een bouwactiviteit een schets-</al><al> plan, een principeverzoek of bouwplan advies wordt </al><al> gevraagd, bedraagt het tarief € 92,00</al><al>8.2.b Indien binnen 26 weken, na verzending van het onder 8.2.a.</al><al> bedoelde advies, een aanvraag om een omgevings-</al><al> vergunning wordt ingediend, welke overeenkomstig het </al><al> afgegeven advies is, wordt het onder 8.2.a bedoelde </al><al> tarief in mindering gebracht op de volgens 8.3.1 </al><al> verschuldigde leges.</al><al>8.2.1 Niet van toepassing </al><al>8.2.2 Niet van toepassing</al><al>8.3 <cursief>Omgevingsvergunning</cursief></al><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een</al><al>aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: </al><al>de som van de verschuldigde leges voor de verschillende </al><al>activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of </al><al>gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft</al><al>en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in</al><al>verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, </al><al>berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde </al><al>in dit hoofdstuk. en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking</al><al>van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of</al><al>andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. </al><al>8.3.1 <onderstreept>Bouwactiviteiten</onderstreept></al><al>8.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking </al><al>heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste </al><al>lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: </al><al>8.3.1.1.1 indien de bouwkosten minder dan € 200.000,00 bedragen: € 0,00</al><al>vermeerderd met: 2,45 %</al><al>van de bouwkosten met een minimum van € 125,00; </al><al>8.3.1.1.2 indien de bouwkosten € 200.000,00 tot € 500.000,00 </al><al>bedragen: € 4.900,00</al><al>vermeerderd met: 2,4 %</al><al>van de bouwkosten minus € 200.000,00; </al><al>8.3.1.1.3 indien de bouwkosten € 500.000,00 tot € 1.000.000,00 </al><al> bedragen: € 12.100,00</al><al> vermeerderd met: 2,3 %</al><al>van de bouwkosten minus € 500.000,00; </al><al>8.3.1.1.4 indien de bouwkosten € 1.000.000,00 tot € 2.000.000,00 </al><al> bedragen: € 23.600,00</al><al>vermeerderd met: 2,2 %</al><al>van de bouwkosten minus € 1.000.000,00; </al><al>8.3.1.1.5 indien de bouwkosten € 2.000.000,00 tot € 5.000.000,00 </al><al>bedragen: € 45.600,00</al><al>vermeerderd met: 2,1 %</al><al>van de bouwkosten minus € 2.000.000,00; </al><al>8.3.1.1.6 indien de bouwkosten € 5.000.000,00 of meer bedragen: €
                    108.600,00</al><al> vermeerderd met: 2,0 %</al><al> van de bouwkosten minus €5.000.000,00 met een maximum </al><al> van: € 500.000,00</al><al>8.3.1.2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al> tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de bouw</al><al> van tijdelijke bouwwerken waarbij het hanteren van een </al><al> gangbare bouwsom niet mogelijk is, zoals bij het plaatsen van </al><al> prefab-units, tenten of iets dergelijks, bedraagt € 58,00 per 10 m²
                    vloeroppervlakte, afgerond op een veelvoud van</al><al> 10 m², met dien verstande dat minimaal € 125,00 betaald moet worden.</al><al>8.3.1.3 Voor het verlenen van een gedoogbeschikking ten aanzien (van</al><al>het bouwen) van een bouwwerk, dat zonder de vereiste omge-vingsvergunning is
                    opgericht en waarvoor niet alsnog een omgevingsvergunning kan worden verkregen,
                    worden leges </al><al>geheven volgens het tarief als vermeld in 8.3.1.1, te verhogen </al><al>met een toeslag van 10% </al><al>8.3.1.4 <cursief>Verplicht advies agrarische commissie</cursief></al><al> Onverminderd het bepaalde in onderdeel 8.3.1.1 bedraagt het </al><al> tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat </al><al> onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische </al><al> commissie nodig is en wordt beoordeeld: € 595,00</al><al>8.3.1.5 <cursief>Achteraf ingediende aanvraag</cursief></al><al> Onverminderd het bepaalde in onderdeel 8.3.1.1 bedraagt het </al><al> tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt </al><al> ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit:</al><al> 10 % van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges. </al><al>8.3.1.6 <cursief>Beoordeling aanvullende gegevens</cursief></al><al> Niet van toepassing </al><al>8.3.2 <onderstreept>Aanlegactiviteiten</onderstreept></al><al> Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking </al><al> heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste </al><al> lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 100,00 </al><al>8.3.3 <onderstreept>Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van
                        een bouwactiviteit</onderstreept></al><al> Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking </al><al> heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, </al><al> onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactivi-</al><al> teit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, </al><al> wordt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 8.3.1: </al><al>8.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo </al><al> wordt toegepast (binnenplanse afwijking), met uitzondering van </al><al> de 10% afwijkingsbevoegdheid, verhoogd met 0,3% te berekenen </al><al> over de vastgestelde bouwkosten, met een minimum van: € 100,00</al><al>8.3.3.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo </al><al> wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking), verhoogd met </al><al> 0,3% te berekenen over de vastgestelde bouwkosten, met een </al><al> minimum van: € 100,00</al><al>8.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo </al><al>wordt toegepast (buitenplanse afwijking) verhoogd met een </al><al>basisbedrag van: € 3.529,40 </al><al>dit bedrag wordt vermeerderd met de som van de onder a, </al><al>b en/of c aangegeven bedragen, berekend per </al><al>onderdeel van de aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>Zelfstandige woningen.</al></li></lijst><al>Voor alle zelfstandige woningen in de aanvraag wordt het </al><al>basisbedrag verhoogd met: € 602,30</al><al> per woning voor de eerste 50 woningen. Indien de aan-</al><al> vraag betrekking heeft op meer dan 50 woningen wordt</al><al> het bedrag voor de eerste 50 woningen met: € 602,30</al><al> verhoogd en voor de resterende woningen met: € 399,20</al><al> per woning.</al><lijst><li nr="b."><al>Niet zelfstandige woningen en gebouwen en bouwwerken </al><al> met een andere functie dan wonen.</al><al> Voor alle gebouwen en bouwwerken met een andere functie </al><al> dan wonen in de aanvraag wonen wordt het basisbedrag </al><al> verhoogd met: € 6,00</al><al> per m² Bruto Vloer Oppervlak voor de eerste 5.000 m² </al><al> Bruto Vloer Oppervlak. </al><al> Indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan 5.000 m² </al><al>Bruto Vloer Oppervlak wordt het bedrag voor de eerste </al><al>5.000 m² Bruto Vloer Oppervlak met: € 6,00</al><al> per m² verhoogd en voor de resterende m² met: € 3,95</al><al> per m² Bruto Vloer Oppervlak.</al></li><li nr="c."><al>Onbebouwde percelen.</al></li></lijst><al>Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft </al><al>op onbebouwde percelen (daaronder wordt alles verstaan </al><al>dat niet onder de noemer bouwwerk of gebouw valt) dan </al><al>wordt het basisbedrag verhoogd met een basisbedrag van: € 3.178,15</al><al> voor de eerste 5.000 m² terreinoppervlak. </al><al> Indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan 5.000 m² </al><al> terreinoppervlak wordt dit basisbedrag verhoogd voor de </al><al> extra m² met een bedrag van: € 700,35</al><al> voor elke extra hectare terreinoppervlak.</al><al>8.3.3.3.1 Onderdeel 8.3.3.3 blijft buiten toepassing indien de kosten </al><al>bedoeld in artikel 6.2.4 sub h Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in
                    een door de aanvrager gesloten exploitatie-</al><al>overeenkomst of in een bij in het onderdeel 8.3.3.3 bedoelde </al><al>besluit vastgesteld exploitatieplan. </al><al>8.3.3.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast </al><al>(tijdelijke afwijking), verhoogd met 0,3% te berekenen over de</al><al> vastgestelde bouwkosten, met een minimum van: € 100,00 </al><al>8.3.3.5 Niet van toepassing </al><al>8.3.3.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft,</al><al> de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens </al><al> artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel</al><al>2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwij-</al><al>king van provinciale regelgeving), verhoogd met het bedrag van</al><al>de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag</al><al>om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde </al><al>kosten, blijkend uit een begroting die door het college van </al><al>burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting </al><al>als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aan-</al><al>vraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag </al><al>waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, </al><al>tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is </al><al>8.3.3.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, </al><al> de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens</al><al> artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel</al><al>2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwij-</al><al>king van nationale regelgeving), verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan
                    het in behandeling nemen van de aanvraag om</al><al>een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een
                    begroting die door het college van burgemeester </al><al>en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in</al><al>de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behande-</al><al>ling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begro-</al><al>ting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag </al><al>voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. </al><al>8.3.3.8 Niet van toepassing </al><al>8.3.4 <onderstreept> Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van
                        een bouwactiviteit</onderstreept></al><al> Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking </al><al> Heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,</al><al> onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouw-</al><al> activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de</al><al> Wabo, bedraagt het tarief: </al><al>8.3.4.1 Niet van toepassing </al><al>8.3.4.2 Niet van toepassing </al><al>8.3.4.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo </al><al> wordt toegepast (buitenplanse afwijking) een basisbedrag van: € 3.529,40</al><al> Dit bedrag wordt vermeerderd met de som van de onder a, b</al><al> en/of c aangegeven bedragen, berekend per onderdeel van de </al><al> aanvraag:</al><al>a.Zelfstandige woningen.</al><al>Voor alle zelfstandige woningen in de aanvraag wordt het </al><al>basisbedrag verhoogd met: € 602,30</al><al>per woning voor de eerste 50 woningen. Indien de aanvraag betrekking heeft op
                    meer dan 50 woningen wordt het </al><al>bedrag voor de eerste 50 woningen met: € 602,30</al><al> verhoogd en voor de resterende woningen met: € 399,20</al><al> per woning.</al><lijst><li nr="b."><al>Niet zelfstandige woningen en gebouwen en bouwwerken</al><al> met een andere functie dan wonen.</al><al> Voor alle gebouwen en bouwwerken met een andere functie</al><al> dan wonen in de aanvraag wonen wordt het basisbedrag </al><al> verhoogd met: € 6,00</al><al> per m² Bruto Vloer Oppervlak voor de eerste 5.000 m² Bruto </al><al> Vloer Oppervlak. </al><al> Indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan 5.000 m² </al><al>Bruto Vloer Oppervlak wordt het bedrag voor de eerste </al><al>5.000 m² Bruto Vloer Oppervlak met: € 6,00</al><al> per m² verhoogd en voor de resterende m² met: € 3,95</al><al> per m² Bruto Vloer Oppervlak.</al></li><li nr="c."><al>Onbebouwde percelen.</al></li></lijst><al>Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op onbebouwde
                    percelen (daaronder wordt alles verstaan dat </al><al>niet onder de noemer bouwwerk of gebouw valt) dan wordt </al><al> het basisbedrag verhoogd met een basisbedrag van: € 3.178,15</al><al> voor de eerste 5.000 m² terreinoppervlak. </al><al> Indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan 5.000 m² </al><al> terreinoppervlak wordt dit basisbedrag verhoogd voor de </al><al> extra m² met een bedrag van: € 700,35</al><al> voor elke extra hectare terreinoppervlak. </al><al>8.3.4.3.1 Onderdeel 8.3.4.3 blijft buiten toepassing indien de kosten </al><al> bedoeld in artikel 6.2.4 sub h Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in
                    een door de aanvrager gesloten exploitatieover-</al><al> eenkomst of in een bij het in onderdeel 8.3.4.3 bedoelde besluit vastgesteld
                    exploitatieplan. </al><al>8.3.4.4 Niet van toepassing </al><al>8.3.4.5 Niet van toepassing </al><al>8.3.4.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, </al><al> de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens </al><al> artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel</al><al>2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwij-</al><al>king van provinciale regelgeving) het bedrag van de voorafgaand</al><al>aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omge-vingsvergunning aan de
                    aanvrager meegedeelde kosten, blijkend</al><al>uit een begroting die door het college van burgemeester en</al><al>wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de</al><al>eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de
                    vijfde werkdag na de dag waarop de begroting</al><al>aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor</al><al>deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. </al><al>8.3.4.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de</al><al> activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens</al><al> artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel</al><al>2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking</al><al>van nationale regelgeving) het bedrag van de voorafgaand aan</al><al>het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevings-vergunning aan de
                    aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit</al><al>een begroting die door het college van burgemeester en wethou-</al><al>ders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste</al><al>volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling</al><al>genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting</al><al>aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor</al><al>deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. </al><al>8.3.4.8 Niet van toepassing </al><al>8.3.5 <onderstreept> In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot
                        brandveiligheid</onderstreept></al><al>8.3.5.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking </al><al> heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder</al><al>d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht, </al><al>bedraagt het tarief: </al><lijst><li nr="a."><al>voor een gebruiksoppervlak tot en met 200 m²: € 471,55</al></li><li nr="b."><al>voor een gebruiksoppervlak van 201 m2 tot en met 1.000 m²: € 471,55</al><al> vermeerderd met een bedrag van: € 98,40 </al><al> per 100 m² voor elke 100 m² of gedeelte daarvan boven </al><al> een gebruiksoppervlak boven de 201 m². </al></li><li nr="c."><al>voor een gebruiksoppervlak van 1.001 m² tot en met</al><al>5.000 m²: € 1.259,05</al><al> vermeerderd met een bedrag van: € 41,80</al><al> per 100 m² voor elke 100 m² of gedeelte daarvan boven </al><al> een gebruiksoppervlak boven de 1.001 m². </al></li><li nr="d."><al>voor een gebruiksoppervlak groter dan 5.001 m² : € 2.930,55</al><al> vermeerderd met een bedrag van: € 18,10</al><al> per 100 m² of gedeelte daarvan boven een </al><al> gebruiksoppervlak boven de 5001 m². </al></li></lijst><al>8.3.5.2 Voor het aanpassen van een bestaande vergunning, </al><al> overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, </al><al> onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit </al><al> Omgevingsrecht, voor een bouwwerk dat gedeeltelijk wordt</al><al> vernieuwd, dan wel veranderd of vergroot, wordt de leges</al><al> slechts berekend over het gebruiksoppervlak dat wordt ver-</al><al>nieuwd, dan wel veranderd of vergroot, vermeerderd met het gebruiksoppervlak van
                    de ruimten die direct grenzen aan de beschouwde ruimte(n), met een maximum van
                    tweemaal de gebruiksoppervlak van de ruimten die worden vernieuwd, </al><al>veranderd of vergroot. </al><al>8.3.5.3 Voor het aanpassen van een bestaande vergunning, overeen-</al><al> komstig het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van</al><al> de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht, </al><al> voor een veranderd gebruik, zonder dat er sprake is van ver-</al><al> bouwing of anderszins, wordt de leges slechts berekend over</al><al> het gebruiksoppervlak dat wordt vernieuwd, dan wel veranderd</al><al> of vergroot, vermeerderd met het gebruiksoppervlak van de ruim-</al><al> ten die direct grenzen aan de beschouwde ruimte(n), met een</al><al> maximum van tweemaal de gebruiksoppervlakte van de ruimten</al><al> die worden vernieuwd, veranderd of vergroot. </al><al>8.3.5.4 Voor zover een vergunning, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,</al><al>onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit Omge-vingsrecht,
                    aanpassing behoeft na een verandering waarvoor overeenkomstig artikel 2.1, lid
                    1, sub a, van de Wabo een omgevingsvergunning is vereist, dan wel sprake is van
                    een omgevingsvergunningvrije bouwactiviteit, op aanvraag van een
                    vergunninghouder, is het gestelde in onderdeel 8.3.5.1 eveneens</al><al>van toepassing. </al><al>8.3.5.5 Indien een aanvraag voor een vergunning, overeenkomstig artikel</al><al>2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het</al><al> Besluit Omgevingsrecht, op grond van het gestelde in paragraaf</al><al>2.3 van de Wabo (de boordeling van de aanvraag) niet verder in behandeling wordt
                    genomen zal 10% van de leges als bedoeld in onderdeel 8.3.5.1 in rekening worden
                    gebracht met een minimum</al><al>van: € 125,00</al><al>en een maximum van: € 1.200,00</al><al>8.3.5.6 Indien een vergunning, overeenkomstig het bepaalde in artikel</al><al>2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het</al><al>Besluit Omgevingsrecht, op grond van het gestelde in paragraaf </al><al>2.3 van de Wabo (de boordeling van de aanvraag) moet worden geweigerd, wordt
                    teruggaaf van 50% van de geheven leges als</al><al>bedoeld in onderdeel 8.3.5.1 tot en met 8.3.5.4 verleend met dien</al><al>verstande dat er een minimumbedrag van: € 250,00</al><al>aan te betalen casu quo betaalde leges overblijft. </al><al>8.3.5.7 Voor een hernieuwde aanvraag van een vergunning, overeen-</al><al>komstig het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van </al><al>de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht, </al><al>voor een bouwwerk waarvan de vergunning op grond van het</al><al>bepaalde in paragraaf 2.6 van de Wabo (wijziging en intrekking</al><al>van de omgevingsvergunning) is ingetrokken, wordt de leges</al><al>berekend overeenkomstig het bepaalde in onderdeel 8.3.5.1.</al><al>8.3.5.8 Indien binnen twee weken na het in behandeling nemen van</al><al>een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als</al><al>bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo </al><al>juncto artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht, doch</al><al>voor het verlenen van een vergunning, deze aanvraag wordt</al><al>ingetrokken, wordt teruggaaf van 75% van de geheven leges, </al><al>zoals bedoeld in onderdeel 8.3.5.1, verleend, met dien</al><al>verstande dat er in alle gevallen een minimumbedrag van: € 125,00</al><al>aan te betalen casu quo betaalde leges overblijft. </al><al>8.3.5.9 Indien op een later tijdstip dan in onderdeel 8.3.5.8 bedoeld</al><al>na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het</al><al>verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, </al><al>eerste lid, onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het</al><al>Besluit Omgevingsrecht, doch voor het verlenen van een </al><al>vergunning, deze aanvraag wordt ingetrokken, wordt terug-</al><al>gaaf van 50% van de geheven leges, zoals bedoeld in onder-</al><al>deel 8.3.5.1 verleend, met dien verstande dat er in alle </al><al>gevallen een minimumbedrag van: € 125,00</al><al>aan te betalen casu quo betaalde leges overblijft. </al><al>8.3.5.10 Voor het aanpassen van een bestaande vergunning, overeen-</al><al> komstig het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van</al><al> de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht,</al><al> door middel van revisietekeningen en administratieve</al><al> handelingen, zonder dat er sprake is van een verbouwing,</al><al> wordt er een bedrag van € 50,00 </al><al>8.3.5.11 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al> tot het overschrijven van een omgevingsvergunning die</al><al> betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1,</al><al> eerste lid, onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het </al><al> Besluit Omgevingsrecht dan wel een gebruiksvergunning als</al><al> bedoeld in artikel 10.3 van de Bouwverordening bedraagt: € 50,00</al><al>8.3.6 <onderstreept> Activiteiten met betrekking tot monumenten of
                        beschermde</onderstreept></al><tussenkop> stads- of dorpsgezichten </tussenkop><al>8.3.6.1Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking</al><al>heeft op:</al><al>een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als</al><al>bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op</al><al>een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b,</al><al>van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale</al><al>verordening of de Monumentenverordening gemeente Tilburg aangewezen monument,
                    waarvoor op grond van die provinciale verordening of de Monumentenverordening
                    gemeente Tilburg een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: </al><al>8.3.6.1.1 voor het verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van </al><al> een monument, indien de bouwkosten:</al><lijst><li nr="a."><al>minder bedragen dan € 10.000,00: € 108,45</al></li><li nr="b."><al>liggen tussen € 10.000,00 en € 50.000,00: € 108,45</al><al> vermeerderd met 0,54% over elk bedrag boven </al><al> € 10.000,00;</al></li><li nr="c."><al>liggen tussen € 50.000,00 en € 100.000,00: € 323,10</al><al> vermeerderd met 0,43% over elk bedrag boven </al><al> € 50.000,00;</al></li><li nr="d."><al>liggen tussen € 100.000,00 en € 500.000,00: € 540,55</al><al> vermeerderd met 0,33% over elk bedrag boven </al><al> € 100.000,00;</al></li><li nr="e."><al>liggen tussen € 500.000,00 en € 1.000.000,00: € 1.861,50</al><al> vermeerderd met 0,21 % over elk bedrag boven </al><al> € 500.000,00;</al></li><li nr="f."><al>meer bedragen dan € 1.000.000,00: € 2.905,10</al></li></lijst><al>8.3.6.1.2 Voor het (gedeeltelijk) slopen van een monument bedraagt</al><al> het tarief, gebaseerd op de hoeveelheid sloopafval:</al><al>t/m 25 m³: € 224,15</al><al> 26 m3 t/m 50m³: € 420,28</al><al> 51 m3 t/m 100 m³: € 812,55 </al><al> 101 m3 t/m 500 m³: € 1.569,05</al><al> meer dan 500 m³: € 3.082,07</al><al>8.3.6.1.3 voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op
                    een wijze waardoor het wordt ontsierd of in </al><al> gevaar gebracht, indien de bouwkosten:</al><lijst><li nr="a."><al>minder bedragen dan € 10.000,00: € 108,45</al></li><li nr="b."><al>liggen tussen € 10.000,00 en € 50.000,00: € 108,45</al><al> vermeerderd met 0,54% over elk bedrag boven </al><al> € 10.000,00;</al></li><li nr="c."><al>liggen tussen € 50.000,00 en € 100.000,00: € 323,10</al><al> vermeerderd met 0,43% over elk bedrag boven </al><al> € 50.000,00;</al></li><li nr="d."><al>liggen tussen € 100.000,00 en € 500.000,00: € 540,55</al><al> vermeerderd met 0,33% over elk bedrag boven </al><al> € 100.000,00;</al></li><li nr="e."><al>liggen tussen € 500.000,00 en € 1.000.000,00: € 1.861,50</al><al> vermeerderd met 0,21 % over elk bedrag boven </al><al> € 500.000,00;</al></li><li nr="f."><al>meer bedragen dan € 1.000.000,00: € 2.905,10</al></li></lijst><al>8.3.6.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking</al><al> heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd</al><al> stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder</al><al> h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een</al><al> krachtens provinciale verordening of de Monumentenver-</al><al> ordening gemeente Tilburg aangewezen stads- of dorpsgezicht,</al><al> bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo, </al><al>waarvoor op grond van die provinciale verordening of de Monumentenverordening
                    gemeente Tilburg een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief,
                    gebaseerd op de</al><al> hoeveelheid sloopafval:</al><al> t/m 25 m³: € 224,15</al><al> 26 m3 t/m 50m³: € 420,28</al><al> 51 m3 t/m 100 m³: € 812,55 </al><al> 101 m3 t/m 500 m³: € 1.569,05</al><al> meer dan 500 m³: € 3.082,07</al><al>8.3.7 <onderstreept>Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in
                        beschermd</onderstreept></al><tussenkop> stads- of dorpsgezicht </tussenkop><al>8.3.7.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking </al><al> heeft op het slopen van een bouwwerk bedraagt het tarief: </al><al>8.3.7.1.1 in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheers-</al><al> verordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in</al><al> artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op</al><al> grond van een provinciale verordening een vergunning of</al><al> ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef</al><al>en onder a, van de Wabo, al dan niet in samenloop met gevallen waarvoor op grond
                    van artikel 8.1.1 van de Bouwverordening</al><al>een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2,</al><al>eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, voor het geheel of gedeeltelijk
                    slopen van één of meer bouwwerk(en), waarbij</al><al>een hoeveelheid sloopafval vrijkomt van:</al><al> 10 m3 t/m 25 m³: € 224,15</al><al> 26 m3 t/m 50m³: € 420,28</al><al> 51 m3 t/m 100 m³: € 812,55 </al><al> 101 m3 t/m 500 m³: € 1.569,05</al><al> meer dan 500 m³: € 3.082,07</al><al>8.3.7.1.2 in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheers-</al><al> verordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in</al><al> artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op </al><al> grond van een provinciale verordening een vergunning of</al><al> ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef </al><al> en onder a, van de Wabo, waarbij een hoeveelheid sloopafval</al><al> vrijkomt van minder dan 10m³ bedraagt het tarief: € 168,11</al><al>8.3.7.1.3 in gevallen waarvoor op grond van artikel 8.1.1 van de </al><al> Bouwverordening een vergunning of ontheffing is vereist, </al><al> bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de </al><al>Wabo, voor het geheel of gedeeltelijk slopen van één of meer bouwwerk(en), zijn
                    de tarieven als genoemd in artikel 8.3.7.1.1</al><al>van toepassing </al><al>8.3.7.1.4 in gevallen waarvoor op grond van artikel 8.1.1 van de Bouw-</al><al>verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in</al><al>artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, voor het</al><al>geheel of gedeeltelijk slopen van één of meer bouwwerk(en),</al><al>waarbij een sloopveiligheidsplan moet worden ingediend, wordt</al><al>het in artikel 8.3.7.1.1 bedrag verhoogd met: € 56,04</al><al>8.3.7.2 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 8.3.7.1.3 bedraagt </al><al> het tarief, indien de in die onderdelen bedoelde aanvraag</al><al> betrekking heeft op een bouwwerk waarin asbest of een </al><al>asbesthoudend product aanwezig is en waarbij de hoeveelheid sloopafval minder
                    bedraagt dan 10 m³ en waarbij bedrijfsmatig</al><al>wordt gesloopt: € 224,15</al><al>8.3.7.3 in gevallen waarvoor op grond van artikel 8.1.1 van de </al><al> Bouwverordening tot het verkrijgen van een vergunning of </al><al> ontheffing, door een woningcorporatie op basis van het </al><al> Aedesprotocol "Asbestverwijdering bij mutatie- en klachten-</al><al>onderhoud woningcorporaties", is vereist, bedoeld in artikel</al><al>2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, bedraagt het</al><al> tarief:</al><lijst><li nr="-"><al>voor de parapluvergunning voorzien van het pandenboek: € 224,15</al></li><li nr="-"><al>voor de behandeling en verwerking van iedere melding op</al><al> basis van de parapluvergunning en bijbehorend pandenboek: € 56,04</al></li></lijst><al>8.3.8 <onderstreept>Aanleggen of veranderen weg</onderstreept></al><al> Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking</al><al> heeft op het aanleggen van een weg, of verandering brengen in</al><al> de wijze van aanleg van een weg, waarvoor op grond van een</al><al> bepaling in een provinciale verordening of artikel 14 van</al><al> Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing</al><al> is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, </al><al> onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief voor het in behande-</al><al> ling nemen van een aanvraag van een (rechts)persoon, niet </al><al> zijnde een openbaar nutsbedrijf, voor een vergunning ingevolge </al><al> artikel 14 van de APV voor wat betreft het aanbrengen van</al><al> ondergrondse voorzieningen, zoals kabels, leidingen en</al><al> tankinstallaties, in openbare grond: € 544,45</al><al>8.3.9 <onderstreept>Uitweg/inrit</onderstreept></al><al> Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking</al><al> heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van</al><al> het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een</al><al> bepaling in een provinciale verordening een vergunning of</al><al> ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,</al><al> aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 553,00</al><al>8.3.10 <onderstreept>Kappen</onderstreept></al><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking </al><al>heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor</al><al>op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de Bomenverordening
                    gemeente Tilburg 2000 een vergunning of</al><al>ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, </al><al>aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: </al><al>8.3.10.1 indien de aanvraag betrekking heeft op één boom: € 87,15</al><al>8.3.10.2 het bedrag in onderdeel 8.3.10.1 wordt verhoogd met: € 43,55</al><al> per extra boom, tot een maximum van: € 871,05</al><al>8.3.10.3 Indien de gevraagde vergunning als bedoeld in onderdeel</al><al> 8.3.10 wordt geweigerd vindt een restitutie plaats van 25%</al><al> van de geheven leges. </al><al>8.3.11 <onderstreept>Opslag van roerende zaken</onderstreept></al><al>8.3.11.1 Niet van toepassing </al><al>8.3.11.2 Niet van toepassing </al><al>8.3.12 <onderstreept>Projecten of handelingen in het kader van de
                        Natuurbe-</onderstreept></al><tussenkop> schermingswet 1998 </tussenkop><al>8.3.12.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking </al><al> heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die</al><al>schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de natuurwetenschappelijke
                    betekenis of voor de dieren of </al><al>planten, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de</al><al>Natuurbeschermingswet 1998 bedraagt het tarief: € 565,00</al><al>8.3.12.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking</al><al>heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen</al><al>met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister</al><al>van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen gebied</al><al>als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbescher-</al><al>mingswet 1998 bedraagt het tarief: € 565,00</al><al>8.3.13 <onderstreept>Handelingen in het kader van de Flora- en
                        Faunawet</onderstreept></al><al> Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking </al><al> heeft op een handeling waarvoor op grond van artikel 75, </al><al> derde lid, van de Flora- en Faunawet ontheffing nodig is, </al><al> bedraagt het tarief: € 237,00</al><al>8.3.14 <onderstreept>Andere activiteiten</onderstreept></al><al> Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking</al><al> heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling</al><al> dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld</al><al> en die activiteit of handeling: </al><al>8.3.14.1 behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan-</al><al> gewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn</al><al> op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste</al><al> lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 811,00</al><al>8.3.14.2 behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke </al><al>verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van
                    invloed kunnen zijn op de fysieke leefom-</al><al>geving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, </al><al>bedraagt het tarief: € 811,00</al><al>8.3.14.2.1 Niet van toepassing </al><al>8.3.14.2.2 als het een provinciale of waterschapsverordening betreft:</al><al> het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen</al><al>van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten,
                    blijkend uit een begroting die door het</al><al>college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien</al><al>een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht,</al><al>wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde</al><al>werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter</al><al>kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is
                    ingetrokken. </al><al>8.3.15 <onderstreept>Omgevingsvergunning in twee fasen</onderstreept></al><al> Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek</al><al> in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste</al><al> lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: </al><al>8.3.15.1 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een </al><al>beschikking met betrekking tot de eerste fase:</al><al>het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in</al><al>dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor</al><al> de eerste fase betrekking heeft; </al><al>8.3.15.2 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een</al><al> beschikking met betrekking tot de tweede fase: </al><al>het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in </al><al>dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor</al><al>de tweede fase betrekking heeft. </al><al>8.3.16 <onderstreept>Niet van toepassing</onderstreept></al><al>8.3.17 <onderstreept>Advies</onderstreept></al><al>8.3.17.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen</al><al> van deze paragraaf bedraagt het tarief, indien een daartoe</al><al> bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeen-</al><al> telijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere</al><al> instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het</al><al>ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als
                    bedoeld in artikel 2.26, derde lid,</al><al>van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in</al><al>behandeling nemen van de aanvraag om een omgevings-</al><al>vergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend</al><al>uit een begroting die door het college van burgemeester en</al><al>wethouders is opgesteld. </al><al>8.3.17.2 Indien een begroting als bedoeld in 8.3.17.1 is uitgebracht,</al><al>wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde</al><al>werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager </al><al>ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde</al><al>werkdag schriftelijk is ingetrokken. </al><al>8.3.18 <onderstreept>Verklaring van geen bedenkingen</onderstreept></al><al>8.3.18.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen </al><al> van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe </al><al> bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen </al><al> bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet</al><al> afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden</al><al> verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: </al><al>8.3.18.1.1 indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen</al><al> moet afgeven: € 553,00</al><al>8.3.18.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen</al><al> bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand </al><al>aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de
                    aanvrager meegedeelde kosten,</al><al> blijkend uit een begroting die door het college van </al><al> burgemeester en wethouders is opgesteld. </al><al>8.3.18.2 Indien een begroting als bedoeld in 2.3.18.1.2 is uitgebracht,</al><al>wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde </al><al>werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter </al><al>kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is
                    ingetrokken. </al><al>8.4 <cursief>Vermindering</cursief></al><al>8.4.1 Niet van toepassing </al><al>8.4.2 Niet van toepassing </al><al>8.4.2.1 Niet van toepassing </al><al>8.4.2.2 Niet van toepassing </al><al>8.4.2.3 Niet van toepassing </al><al>8.5 <cursief>Teruggaaf</cursief></al><al>8.5.1 <onderstreept>Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag
                        omgevings-</onderstreept></al><tussenkop> vergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten </tussenkop><tussenkop> monumenten inbegrepen </tussenkop><al> Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning</al><al> voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-,</al><al> aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 8.3.1,</al><al>8.3.2, 8.3.6 en 8.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door
                    de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf </al><al>van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: </al><al>8.5.1.1 indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van</al><al> 2 weken na het in behandeling nemen ervan <vet>75 %</vet> van de op </al><al> grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit </al><al> verschuldigde leges; </al><al>8.5.1.2 indien de aanvraag wordt ingetrokken na 2 weken en binnen </al><al> 8 weken na het in behandeling nemen ervan <vet>50 % </vet>van de op </al><al> grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit </al><al> verschuldigde leges; </al><al>8.5.1.3 indien de aanvraag wordt ingetrokken na 8 weken na het in</al><al>behandeling nemen ervan <vet>25 % </vet>van de op grond van die </al><al>onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. </al><al>8.5.2 <onderstreept>Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag
                        omgevings-</onderstreept></al><tussenkop> vergunning op initiatief van bevoegd gezag. </tussenkop><al>8.5.2.1 Teruggaaf van <vet>100%</vet> van de leges voor de aanvraag wordt </al><al>verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanvraag om omgevingsvergunning die wordt</al><al> ingetrokken op initiatief van het bevoegd gezag, omdat die </al><al> niet binnen de daarvoor gestelde termijn tot een vergunning</al><al> zou hebben kunnen leiden door omstandigheden die het </al><al> bevoegd gezag - door bijvoorbeeld verkeerde of te late </al><al> advisering - aangerekend kunnen worden, en </al></li><li nr="b."><al>binnen drie maanden na de intrekking een nieuwe aanvraag</al></li></lijst><al>wordt ingediend voor nagenoeg dezelfde activiteit. </al><al>8.5.2.2 Het bepaalde in onderdeel 8.5.2.1 is tevens van toepassing in</al><al>gevallen waarin niet de gehele aanvraag wordt ingetrokken, </al><al>maar de intrekking slechts betrekking heeft op één of enkele</al><al>activiteiten van die aanvraag. Hierbij geldt dat, onder de</al><al>voorwaarden zoals genoemd in onderdeel 8.5.2.1, slechts</al><al>teruggaaf plaatsvindt voor de activiteiten waarvoor de aanvraag </al><al>is ingetrokken. </al><al>8.5.3 <onderstreept>Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende
                        omgevingsvergun-</onderstreept></al><tussenkop>ning voor bouw-, aanleg-, of sloopactiviteiten monumenten</tussenkop><tussenkop>inbegrepen </tussenkop><al> Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een</al><al>project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of
                    sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 8.3.1, 8.3.2, </al><al>8.3.6 en 8.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, </al><al>bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits </al><al>deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van
                    de vergunning geen gebruik is gemaakt. De</al><al>teruggaaf bedraagt: <vet>25 % v</vet>an de op grond van die onderdelen </al><al>voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. </al><al>8.5.4 <onderstreept>Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een
                    </onderstreept></al><tussenkop>omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten monumenten
                    inbegrepen </tussenkop><al>8.5.4.1 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat </al><al>geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg-, of sloopactivi-</al><al>teiten als bedoeld in de onderdelen 8.3.1, 8.3.2, 8.3.6 of 8.3.7 </al><al>weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. </al><al> De teruggaaf bedraagt: <vet>50 % </vet>van de op grond van die onderdelen</al><al> voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. </al><al>8.5.4.2 Onder een weigering bedoeld in onderdeel 8.6.3.1 wordt mede</al><al>verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de </al><al>vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. </al><al>8.5.5 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning wegens</al><al> onvolledigheid niet in behandeling wordt genomen, wordt </al><al> teruggaaf van de leges verleend, met dien verstande dat er in </al><al> alle gevallen € 125,00 aan te betalen leges overblijft </al><al>8.5.6 <onderstreept>Minimumbedrag voor teruggaaf</onderstreept></al><al> Een bedrag minder dan: € 125,00</al><al>wordt niet teruggegeven. </al><al>8.5.7<onderstreept> Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen
                    </onderstreept></al><al><onderstreept>bedenkingen</onderstreept></al><al>Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen </al><al>8.3.1.4, 8.3.17 en 8.3.18 wordt geen teruggaaf verleend.</al><al>8.6 <cursief>Intrekking omgevingsvergunning</cursief></al><al> Niet van toepassing </al><tussenkop>8.7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging </tussenkop><tussenkop> project </tussenkop><al> Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een </al><al> aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als </al><al> gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe</al><al> wijziging in het project, per onderdeel van artikel 2.1 en/of</al><al> artikel 2.2 van de Wabo afzonderlijk: € 125,00</al><al>8.8 <cursief>Planologische procedures op basis van de Wet
                    ruimtelijke</cursief></al><al><cursief>ordening zonder omgevingsvergunningplichtige
                    activiteiten</cursief></al><al>8.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een </al><al> verzoek tot het vaststellen van een bestemmingsplan als </al><al> bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke</al><al>ordening, al dan niet in combinatie met een aanvraag om omgevingsvergunning, en
                    waarbij sprake is van een </al><al>individueel belang bedraagt: € 3.529,40</al><al>8.8.1.1 Het bedrag zoals genoemd in onderdeel 8.8.1 wordt</al><al> vermeerderd met de som van de onder a, b en/of c </al><al> aangegeven bedragen, berekend per onderdeel van de </al><al> aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>Zelfstandige woningen.</al><al> Voor alle zelfstandige woningen in de aanvraag </al><al> wordt het basisbedrag verhoogd met: € 602,30</al><al> per woning voor de eerste 50 woningen. Indien de</al><al> aanvraag betrekking heeft op meer dan 50 </al><al> woningen wordt het bedrag voor de eerste 50 </al><al> woningen met: € 602,30</al><al> verhoogd en voor de resterende woningen met: € 399,20</al><al> per woning.</al></li><li nr="b."><al>Niet zelfstandige woningen en gebouwen en </al><al> bouwwerken met een andere functie dan wonen.</al><al> Voor alle gebouwen en bouwwerken met een andere</al><al> functie dan wonen in de aanvraag wonen wordt het </al></li></lijst><al>basisbedrag verhoogd met: € 6,00</al><al>per m² Bruto Vloer Oppervlak voor de eerste</al><al>5.000 m² Bruto Vloer Oppervlak.</al><al> Indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan</al><al>5.000 m² Bruto Vloer Oppervlak wordt het bedrag</al><al> voor de eerste 5.000 m² Bruto Vloer Oppervlak met: € 6,00</al><al> per m² verhoogd en voor de resterende m² met: € 3,95</al><al> per m² Bruto Vloer Oppervlak.</al><lijst><li nr="c."><al>Onbebouwde percelen.</al><al> Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk</al><al> betrekking heeft op onbebouwde percelen </al><al> (daaronder wordt alles verstaan dat niet onder</al><al> de noemer bouwwerk of gebouw valt) dan wordt</al><al> het basisbedrag verhoogd met een basisbedrag van: € 3.178,15</al><al> voor de eerste 5.000 m² terreinoppervlak. </al><al> Indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan</al></li><li nr="d."><al>000 m² terreinoppervlak wordt dit basisbedrag</al><al> verhoogd voor de extra m² met een bedrag van: € 700,35</al><al> voor elke extra hectare terreinoppervlak. </al></li></lijst><al>8.8.1.2 Onderdeel 8.9.1.1 blijft buiten toepassing indien de kosten</al><al>bedoeld in artikel 6.2.4 sub h Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in
                    een door de aanvrager gesloten exploitatie-</al><al>overeenkomst of in een bij in onderdeel 8.8.1 bedoelde besluit vastgesteld
                    exploitatieplan. </al><al>8.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een</al><al> verzoek tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld</al><al> in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke </al><al> ordening of het uitwerken van een bestemmingsplan als bedoeld</al><al> in artikel 3.6, eerste lid, onder b, van die wet, al dan niet in</al><al> combinatie met een aanvraag om omgevingsvergunning, als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>een basisbedrag van: € 3.529,40</al><al> verhoogd met: € 1,05</al><al> per m² bestemmingsoppervlak met bebouwingsmoge-</al><al> lijkheden (derhalve niet zijnde verkeers- en groenbestem-</al><al> mingen);</al></li><li nr="b."><al>in de overige gevallen: € 628,20</al></li></lijst><al>8.8.2.1 Onderdeel 8.8.2 blijft buiten toepassing indien de kosten</al><al>bedoeld in artikel 6.2.4 sub h, Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in
                    een door de aanvrager gesloten exploitatie-</al><al>overeenkomst of in een bij in onderdeel 8.8.2 bedoelde plan</al><al>vastgesteld exploitatieplan. </al><al>8.9 Gefaseerde bouwvergunning als bedoeld in artikel 56a van de Woningwet</al><al>8.9.1 Deze paragraaf is van toepassing op aanvragen om een gefaseerde
                    bouwvergunning zoals genoemd in artikel 56a van de Woningwet zoals die gold ten
                    tijde van de indiening van de aanvraag om bouwvergunning eerste fase, en waarbij
                    sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1.3 van de Wet algemene
                    bepalingen omgevingsrecht.</al><al>8.9.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling van een aanvraag tot het</al><al> verkrijgen van een bouwvergunning eerste fase, als bedoeld in artikel 56a,
                    tweede lid, van de Woningwet, indien de bouwkosten:</al><lijst><li nr="a."><al>minder bedragen dan € 50.000,00:</al><al> 0,80% over elk heel bedrag van € 50,00 met een minimum van €
                            75,00;</al></li><li nr="b."><al>€ 50.000,00 bedragen of meer, doch minder dan € 4.500.000,00: € 400,00
                            vermeerderd met 0,77% over elk heel bedrag van € 500,00 boven</al><al> € 50.000,00;</al></li><li nr="c."><al>€ 4.500.000,00 of meer bedragen: € 34.665,00</al><al> vermeerderd met 0,59% over elk heel bedrag van €500,00 </al><al> boven € 4.500.000,00.</al></li></lijst><al>8.9.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al> tot het verkrijgen van een gewijzigde bouwvergunning eerste fase, </al><al> als bedoeld in artikel 56a, achtste lid, van de Woningwet: een bedrag</al><al> naar het tarief en berekend op de wijze als in artikel 8.4.1. bepaald</al><al> en verminderd met de voor de primaire bouwvergunning eerste fase</al><al> berekende leges, met dien verstande dat in elk geval € 75,00</al><al> is verschuldigd en dat geen restitutie van de voor de primaire</al><al>bouwvergunning eerste fase betaalde leges plaatsvindt.</al><al>8.9.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een </al><al>aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning tweede fase,</al><al>als bedoeld in artikel 56a, derde lid, van de Woningwet, indien de</al><al>bouwkosten:</al><lijst><li nr="a."><al>minder bedragen dan € 50.000,00:</al><al> 1,89% over elk heel bedrag van € 50,- met een minimum van € 75,00;</al></li><li nr="b."><al>€ 50.000,00 bedragen of meer, doch minder dan</al><al> € 4.500.000,00: € 945,00 vermeerderd met 1,80 % over elk heel bedrag
                            van € 500,00</al><al> boven € 50.000,00;</al></li><li nr="c."><al>€ 4.500.000,00 of meer bedragen: € 81.045,00 vermeerderd met 1,35% over
                            elk heel bedrag van € 500,00</al><al> boven € 4.500.000,00.</al></li></lijst><al>8.9.5 Indien voor het verkrijgen van een bouwvergunning eerste</al><al> fase, of een gewijzigde bouwvergunning eerste fase, zoals </al><al> bedoeld in artikel 8.4.1 en 8.4.2 een ontheffing ex artikel 3.6, </al><al> eerste lid, sub c, artikel 3.22 of artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke</al><al>ordening moet worden verleend of een projectbesluit ex artikel</al><al>1.10 van die wet moet worden genomen, wordt het tarief zoals</al><al>1.11 genoemd in artikel 9.2 en 9.3 verhoogd met:</al><lijst><li nr="i."><al>in geval toepassing moet worden gegeven aan artikel 3.6, </al><al> eerste lid, sub c, van de Wet ruimtelijke ordening (met </al><al> uitzondering van de 10% afwijkingsbevoegdheid: het bedrag
                            overeenkomstig artikel 8.3.3.1;</al></li><li nr="ii."><al>in geval toepassing moet worden gegeven aan artikel 3.22</al><al> van de Wet ruimtelijke ordening: het bedrag overeenkomstig </al></li></lijst><al>artikel 8.3.3.4;</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="iii."><al>in geval toepassing moet worden gegeven aan artikel 3.23
                                    van</al><al> de Wet ruimtelijke ordening: het bedrag overeenkomstig</al><al>artikel 8.3.3.2;</al></li><li nr="iv."><al>in geval toepassing moet worden gegeven aan artikel 3.10
                                    van</al><al> de Wet ruimtelijke ordening: het bedrag overeenkomstig</al><al>artikel 8.3.3.3.</al><al>8.9.6 Indien de aanvraag om bouwvergunning wegens onvolledigheid
                                    niet in behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf van de leges
                                    verleend, </al><al>met dien verstande dat er in alle gevallen voor:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>een bouwvergunning eerste fase een minimumbedrag van € 75,00;</al></li><li nr="b."><al>een bouwvergunning tweede fase een minimumbedrag van € 75,00;</al><al> aan te betalen casu quo betaalde leges overblijft.</al><al>8.9.7Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning </al><al>8.9.7 eerste fase op initiatief van de aanvrager wordt ingetrokken
                            voordat de vergunning is verleend, wordt teruggaaf van <vet>50%</vet>
                            van de geheven leges verleend, met dien verstande dat er in alle
                            gevallen een minimumbedrag </al></li></lijst><al>van € 75,00 overblijft.</al><al>8.9.8 Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning tweede</al><al>fase wordt ingetrokken voordat de vergunning is verleend, wordt </al><al> teruggaaf van <vet>75%</vet> van de geheven leges verleend, met dien verstande </al><al> dat een minimumbedrag van € 75,00 aan te betalen casu quo betaalde leges
                    overblijft.</al><al>8.9.9 Indien de gevraagde bouwvergunning eerste fase is geweigerd, wordt</al><al>geen teruggaaf van de geheven leges verleend.</al><al>8.9.10 Indien de gevraagde bouwvergunning tweede fase is geweigerd, wordt
                    teruggaaf van <vet>50%</vet> van de geheven leges verleend, met dien </al><al> verstande dat een minimumbedrag van € 75,00</al><al> aan te betalen casu quo betaalde leges overblijft.</al><al>8.9.10 Van de verhoging als bedoeld in artikel 9.5 van deze verordening </al><al>wordt geen teruggaaf verleend, tenzij de procedure tot het verkrijgen</al><al>van een ontheffing of het nemen van een projectbesluit op grond van</al><al>de Wet ruimtelijke ordening wordt stopgezet door omstandigheden die</al><al>de gemeente kunnen worden aangerekend. Indien sprake is van omstandigheden die
                    de gemeente wel kunnen worden aangerekend vindt teruggaaf van <vet>100%</vet>
                    van de in artikel 9.5 genoemde verhoging.</al><al>8.10 Monumentenvergunning</al><al>8.10.1 Onder monumentenvergunning wordt in deze rubriek verstaan een</al><al> vergunning als bedoeld in artikel 11, lid 2 van de Monumentenwet 1988.</al><al>8.10.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning als
                    bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet 1988, indien de</al><al> bouwkosten:</al><al>minder bedragen dan € 10.000,00: € 108,45;</al><al>liggen tussen € 10.000,00 en € 50.000,00: € 108,45 vermeerderd met 0,54% over
                    elk bedrag boven € 10.000,00;</al><al>liggen tussen € 50.000,00 en € 100.000,00: € 323,10 vermeerderd met 0,43% over
                    elk bedrag boven € 50.000,00;</al><al>liggen tussen € 100.000,00 en € 500.000,00: € 540,55 vermeerderd met 0,33% over
                    elk bedrag boven € 100.000,00;</al><al>liggen tussen € 500.000,00 en € 1.000.000,00: € 1.861,50 vermeerderd met 0,21 %
                    over elk bedrag boven € 500.000,00;</al><al>meer bedragen dan € 1.000.000,00: € 2.905,10.</al><al>8.10.3 Indien de aanvraag om monumentenvergunning wegens</al><al> onvolledigheid niet in behandeling wordt genomen, wordt </al><al> teruggaaf van de leges verleend, met dien verstande dat er in </al><al> alle gevallen een minimumbedrag van € 50,00 aan te betalen casu quo betaalde
                    leges overblijft.</al><al>8.10.4 Bij intrekking van een aanvraag voor het verkrijgen van een
                    monumentenvergunning op initiatief van de aanvrager wordt</al><al> nimmer teruggaaf van de leges verleend.</al><al>8.10.5 Indien een aanvraag om monumentenvergunning wordt</al><al> ingetrokken op initiatief van de gemeente, omdat ze niet </al><al> binnen de daarvoor gestelde termijn tot een vergunning zou </al><al> hebben kunnen leiden door omstandigheden die de gemeente – </al><al> door bij voorbeeld verkeerde of te late advisering – </al><al> aangerekend kunnen worden, en binnen drie maanden na de </al><al> intrekking een nieuwe aanvraag wordt ingediend voor nagenoeg</al><al> hetzelfde plan, dan wordt teruggaaf van <vet>100%</vet> van de leges voor</al><al> de eerste aanvraag verleend.</al><al>8.10.6 Indien de gevraagde monumentenvergunning wordt geweigerd,</al><al> wordt teruggaaf van <vet>50%</vet> van de geheven leges verleend.</al><al>8.10.7 Indien van een verleende vergunning geen gebruik wordt</al><al> gemaakt en dit binnen een jaar na de verlening van de</al><al> vergunning door de vergunninghouder kenbaar wordt gemaakt,</al><al> wordt teruggaaf van <vet>25%</vet> van de geheven leges verleend.</al><al>8.10.8 Indien een aanvraag tot het verkrijgen van monumentenvergunning
                    betrekking heeft op bouwen in afwijking van een eerder ingediend bouwplan
                    waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend</al><al> maar waarvan nog geen gebruik is gemaakt, wordt teruggaaf van</al><al><vet>100%</vet> van de leges voor de eerste aanvraag verleend en geldt voor de
                    nieuwe aanvraag het tarief aan leges dat verschuldigd is door </al><al>toepassing van het tarief als vermeld in 8.3.5.3.</al><al>8.11 <cursief>Sloopmelding</cursief></al><al> Niet van toepassing </al><al>8.12 <cursief>In dit hoofdstuk niet benoemde beschikking</cursief></al><al> Niet van toepassing </al><tussenkop>Hoofdstuk 9 Regionaal Archief Tilburg</tussenkop><lijst><li nr=""><al>Archivalia berustend in de archiefbewaarplaatsen van het Regionaal
                            Archief Tilburg.</al><al>9.1. Voor een fotokopie van een bij de gemeentearchivaris berustend stuk
                            of gedeelte daarvan in het Onderzoekerscentrum:</al></li><li nr="a."><al>per fotokopie € 0,50</al></li><li nr="b."><al>bij schriftelijke of digitale bestelling van bidprentjes,
                            bevolkingsregisters, rechterlijke en</al><al> notariële akten, krant per fotokopie exclusief</al><al> afhandelingskosten per stuk € 0,50</al></li><li nr="a."><al>Bij het onder artikel 9.1, lid a vermelde tarief kan </al><al> het hoofd dienstverlening per fotokopie 50% reductie</al><al> verlenen aan scholieren, studenten en onderzoekers.</al></li><li nr="2."><al>Voor het verstrekken van een kopie van een bij de</al></li></lijst><al>gemeentearchivaris berustende grootformaat stukken, zoals bouwtekeningen en
                    plattegronden:</al><al> per stuk (formaat van origineel groter dan A3) € 14,75</al><al>3.Voor het vervaardigen van fotoreproducties, op papier</al><al>of digitaal, van bij de gemeentearchivaris berustende archivalia of
                    beeldmateriaal:</al><lijst><li nr="a."><al>fullsize download (16.9 x 12.4 cm) € 5,35</al></li><li nr="b."><al>fotoprint (18,0 x 13,0 cm) € 10,25</al></li><li nr="c."><al>fotoprint (24,0 x 30,0 cm) € 14,60</al></li><li nr="d."><al>poster A3 Hahnemühle binnen A3 (42,0 x 29,7</al><al> cm) en poster A2 Hahnemühle binnen A2 (59,4</al><al> x 42,0 cm) € 29,10</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 10 Vastgoedinformatie</tussenkop><lijst><li nr="10."><al>1 Voor het namens het Kadaster verstrekken van gegevens gelden de
                            tarieven als bedoeld in de Regeling Tarieven Kadaster (1 september
                            2006), dit wil zeggen dat voor het verstrekken van de volgende gegevens
                            de volgende tarieven gelden:</al></li><li nr="a."><al>uit de kadastrale registratie (AKR), per object € 14,80</al></li><li nr="b."><al>uit het Landmeetkundig- en</al><al> Cartografisch Informatiesysteem (LKI), per object € 14,80</al></li><li nr="c."><al>uit de geautomatiseerde registratie van hypotheken,</al><al> per object € 14,80</al></li><li nr="d."><al>uit de registratie voor schepen, per object € 14,80</al></li><li nr="e."><al>Voor het telefonisch verstrekken van deze</al><al> informatie uit het kadaster, per object € 14,80</al></li></lijst><al>Dit tarief is overeenkomstig de Regeling Tarieven Kadaster. Het verstrekken van
                    de gegevens geschiedt door het verschaffen van één of meerdere
                    computerprints.</al><lijst><li nr="10."><al>2 Nasporing archief Bouw- en woningtoezicht</al></li><li nr="a."><al>Voor het doen van een opzoeking of een nasporing</al></li></lijst><al>in het archief Bouw- en woningtoezicht door de </al><al>daarvoor aangewezen ambtenaren, per kwartier € 13,03</al><al> Voor het doen van een opzoeking of een nasporing</al><al>in het digitaal archief Bouw- en woningtoezicht via </al><al>internet, zonder hulp van ambtenaren € 0,00</al><lijst><li nr="c."><al>Voor een kopie van een stuk of gedeelte daarvan</al><al> per stuk € 0,50</al></li><li nr="d."><al>Voor het verstrekken van een kopie van grootformaat</al><al> stukken, zoals bouwtekeningen en plattegronden; </al><al> per stuk (formaat van origineel groter dan A3) € 14,75</al></li><li nr="e."><al>Voor het verstrekken van een digitaal bestand,</al><al> van een bij het archief Bouw- en woningtoezicht </al><al> berustende bouwtekening € 6,04</al></li><li nr="f."><al>Voor het downloaden van een bestand uit het digitale</al><al> archief Bouw- en woningtoezicht € 0,00</al></li><li nr="g."><al>Afhandelingskosten voor toezenden van kopieën,</al><al> gedigitaliseerd materiaal (via e-mail) etc. € 3,29</al></li><li nr="h."><al>Voor het in behandeling nemen van een verzoek om informatie met
                            betrekking tot bodemgesteldheid welke wordt aangevraagd via het digitaal
                            loket Ondernemers € 6,04</al></li><li nr="i."><al>Voor het in behandeling nemen van een verzoek om informatie met
                            betrekking tot bodemgesteldheid welke wordt aangevraagd door tussenkomst
                            van een medewerker van de gemeente € 17,82</al></li><li nr="10."><al>3 Informatievoorziening commerciële partijen.</al></li></lijst><al>Voor het verstrekken van informatie betreffende:</al><al>bestemmingsplannen, gebieden waarop Wet </al><al>Voorkeursrecht Gemeenten van toepassing is, </al><al>aanwezigheid van op een pand rustende aanschrijving:</al><al> per informatieverzoek € 17,82</al><tussenkop> Hoofdstuk 11 Wet op de kansspelen</tussenkop><lijst><li nr=""><al>11.1Vergunningen voor speelautomaten</al></li><li nr="a."><al>Voor het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in
                            artikel 30b van de Wet op de kansspelen</al><al> per vergunning € 22,50</al><al> vermeerderd met:</al><al> per toestel een bedrag van € 136,00</al></li></lijst><al>Indien de periode minder bedraagt dan 4 kalenderjaren, </al><al>wordt het tarief per toestel naar evenredigheid in rekening </al><al>gebracht. De bedragen zijn vastgesteld volgens het </al><al>Speelautomatenbesluit 2000.</al><lijst><li nr="b."><al>Bij staking van de exploitatie wordt op schriftelijk verzoek van de
                            aanvrager teruggaaf verleend over het aantal nog niet verschenen jaren
                            waarvoor de vergunning is afgegeven.</al></li><li nr="11."><al>2 Wet op de kansspelen</al><al> Voor een vergunning tot het aanleggen van een </al><al> kansspel als bedoeld in artikel 3 van de Wet op </al><al> de kansspelen:</al></li><li nr="a."><al>bij een prijzenpakket tot € 455,00 € 18,51</al></li><li nr="b."><al>bij een prijzenpakket van € 455,00 en meer € 37,03</al></li></lijst><tussenkop> Hoofdstuk 12 Drank- en Horecawet</tussenkop><al>12 Vergunningen en/of ontheffingen in verband met de Drank-</al><al> en Horecawet en/of de exploitatievergunning ingevolge </al><al> Hoofdstuk 2, afdeling 3, paragraaf 1a van de Algemene </al><al> Plaatselijke Verordening</al><al>Voor wijziging van de omschrijving in de in de akte </al><al> van vergunning vermelde Lokaliteiten als bedoeld </al><al> in artikel 30 van de Drank- en Horecawet en/of de </al><al> exploitatievergunning, op verzoek van de </al><al> vergunninghouder € 32,56</al><lijst><li nr="b."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al> om ontheffing ex artikel 35, tweede lid Drank- </al><al> en Horecawet € 21,59</al></li><li nr="c."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al></li></lijst><al>tot verkrijging van de Drank- en Horecawet</al><al>vergunning en/of de exploitatievergunning wanneer </al><al>sprake is van een wijziging van de </al><al>leidinggevende/beheerder in loondienst € 97,16</al><al>d. Voor het in behandeling nemen van een andere </al><al>aanvraag om een Drank- en Horecawet vergunning, de exploitatievergunning en/of
                    ontheffing op grond </al><al> van de in deze rubriek genoemde regelingen € 539,75</al><al>e. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot </al><al>alleen de wijziging van exploitatievorm € 0,00</al><tussenkop> Hoofdstuk 13 Algemene Plaatselijke Verordening</tussenkop><lijst><li nr="13."><al>1 Verlenging sluitingsuur van inrichtingen voor het</al><al> verbruiken van eet- en drinkwaren </al><al> Voor het verlenen van ontheffing als bedoeld in </al><al> artikel 32, zesde lid van de Algemene Plaatselijke </al><al> Verordening: per dag waarvoor de toestemming geldt € 43,18</al><al> met een maximum van € 215,90</al></li><li nr="13."><al>2 Ventvergunningen</al><al>Vervallen</al><lijst><li nr="13.3"><al>Collecten</al><al>Voor het afgeven van een vergunning voor het houden </al><al>van een openbare inzameling van geld en/of goederen </al><al> als bedoeld in artikel 126 van de Algemene plaatselijke </al><al> verordening € 5,22</al></li><li nr="13.4"><al>Algemene Plaatselijke Verordening APV</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>Vervallen.</al></li><li nr="b."><al>Vervallen.</al></li><li nr="c."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al> voor een vergunning ingevolge artikel 13 van de APV: </al><al> * Bouwactiviteiten € 214,30</al><al> * (licht)reclame € 214,30</al><al> * Terrassen € 214,30</al><al> * Tijdelijke terrassen € 107,15</al><al> * Aankondigingborden € 107,15</al><al> * Spandoeken € 107,15</al><al> * Winkelwagenopvangsluis € 214,30</al><al> * Rijwielbeugels en –rekken € 142,85</al><al> * Overige objecten € 142,85</al><al> * Overschrijvingen € 71,40</al><al> En voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al> om een verlenging voor:</al><al> * Bouwactiviteiten € 107,15</al><al> * Vervallen (Terrassen) </al></li><li nr="d."><al>Vervallen</al></li><li nr="e."><al>voor het verlenen van een ontheffing van het </al><al> algemene stookverbod ex artikel 134 APV per </al><al> toegekende ontheffing € 17,68</al></li><li nr="f."><al>voor iedere, op grond van de APV verleende </al><al> vergunning of ontheffing, voor zover daarvoor </al><al> in deze verordening geen bijzondere regeling </al><al> is opgenomen, per bladzijde € 3,09</al><al> met een minimum van € 5,22</al></li><li nr="g."><al>Vervallen</al></li><li nr="h."><al>voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al> voor een vergunning voor het afleveren dan wel </al><al> ter aflevering aanwezig houden van consumenten-</al><al> vuurwerk op grond van artikel 92 lid 1 APV € 79,18</al></li><li nr="i."><al>voor het in behandeling nemen van een verzoek </al><al> tot ontheffing van artikel 110 APV voor het plaatsen </al><al> of in werking hebben van geluidsapparaten of </al><al> handelingen te verrichten op een zodanige wijze </al><al> dat voor een omwonende of voor de omgeving </al><al> geluidshinder wordt veroorzaakt € 79,18</al><al>13.5Evenementen</al></li><li nr="a."><al>voor iedere op grond van artikel 26 van de</al></li></lijst><al>APV verleende vergunning voor het houden van een</al><al>evenement ex artikel 25 van de APV op of aan de</al><al>openbare weg (standaard, ± 1,5 uur behandeltijd) € 37,51</al><lijst><li nr="b."><al>als onder a., maar dan vergunningen die overleg</al><al> vergen en 1,5 tot 5 uur behandeltijd kosten € 77,29</al></li><li nr="c."><al>als onder a., maar dan vergunningen die intensieve</al></li></lijst><al>begeleiding vergen en meer dan 5 uur behandeltijd </al><al>kosten € 115,93</al><al>d.herhalend evenement: afhankelijk van de</al><al>complexiteit als onder b. of c. </al><lijst><li nr="e."><al>voor iedere op grond van artikel 26 van de APV</al><al> verleende vergunning voor het houden van een</al><al> evenement ex artikel 25 van de APV anders dan op</al><al> de openbare weg € 17,78</al></li><li nr="f."><al>Bij het indienen van een aanvraag binnen de</al></li></lijst><al>wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken </al><al>worden de aanvragen belast met het dubbele tarief.</al><lijst><li nr=""><al>13.6 Exploitatie seksinrichtingen</al></li><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om</al><al>vergunning op grond Hoofdstuk 3, artikel 97 van de </al><al>Algemene Plaatselijke Verordening. € 539,75</al></li></lijst><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al> wijziging leidinggevende € 97,16</al><lijst><li nr=""><al>13.7 Exploitatievergunning grow- en/of smartshops</al></li><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om</al><al> een vergunning op grond van artikel 45b van de</al><al> Algemene Plaatselijke Verordening € 3.096,00</al></li><li nr="b."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al></li></lijst><al>wijziging leidinggevende € 527,35</al><tussenkop>Hoofdstuk 14 Verkeer en vervoer</tussenkop><lijst><li nr="14."><al>1 Informatie verkeersregelinstallaties</al><al> Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot </al><al> het verstrekken van gegevens betreffende het </al><al> functioneren van verkeersregelinstallaties, per aanvraag: € 164,70</al><al>14.2 Ontheffingen RVV 1990</al></li><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van aanvragen van</al><al> ontheffing van het Reglement Verkeerstekens </al><al> en Verkeersregels voor langer dan twee weken, </al><al> uitgezonderd die, bedoeld onder b en d: € 90,25</al></li><li nr="b."><al>Voor het verlenen van een parkeerontheffing</al><al> voor invaliden: € 26,90</al></li><li nr="c."><al>Voor een wijziging van de ontheffing als bedoeld</al></li></lijst><al>onder a of b, op verzoek van de ontheffinghouder € 17,80</al><lijst><li nr="d."><al>Voor het verkrijgen van een lokale ontheffing voor de</al><al> milieuzone zoals bedoeld in artikel 6 van de Regeling</al><al> Ontheffingen Milieuzone gemeente Tilburg € 25,00</al></li><li nr="14."><al>3 Luchtvaartwetgeving</al></li></lijst><al>Voor het verlenen van een verklaring van geen bezwaar </al><al> op grond van de Luchtvaartwet, dan wel een daarvan </al><al> afgeleide regeling, voor een kalenderjaar (alleen voor </al><al> vrije luchtballonnen) of voor een enkele gebeurtenis € 75,56</al><tussenkop>Hoofdstuk 15 Diversen</tussenkop><lijst><li nr="15."><al>1 Staanplaatsen ex artikel 2 Staanplaatsenverordening 1997</al></li><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om</al><al> vergunning voor een standplaats voor de verkoop van </al><al> waren (ex artikel 2 van de staanplaatsenverordening </al><al> 1997) per in die aanvraag genoemde locatie € 314,00</al></li><li nr="b."><al>Voor het verlenen van een vergunning voor een</al><al> standplaats voor de verkoop van waren (ex artikel 2 </al><al> Staanplaatsenverordening 1997) wordt het onder a. </al><al> vermelde bedrag verhoogd met € 37,61</al></li><li nr="15."><al>2 Terrasvergunning (tijdens de kermis)</al><al> Voor het verlenen van een terrasvergunning op of aan een </al><al> door de raad aangewezen kermisterrein, tijdens </al><al> de Tilburgse kermis € 131,95</al></li><li nr="15."><al>3 Instemmingsbesluit Telecom Aanbieders</al></li><li nr="a."><al>het tarief bedraagt voor het in behandeling</al><al> nemen van een melding in verband met het verkrijgen </al><al> van een instemming omtrent tijdstip, plaats en </al><al> werkwijze van de uitvoering van werkzaamheden </al><al> als bedoeld in artikel 5.2, lid 3 van de </al><al> Telecommunicatiewet, per locatie voor een tracé vanaf </al><al> 15 tot 100 meter een vast bedrag per vergunning van: € 293,50</al></li></lijst><al> Het tarief voor tracé’s vanaf 100 meter wordt </al><al>vermeerderd met een bedrag per strekkende van € 0,65</al><al>per strekkende meter.</al><lijst><li nr="c."><al>Het tarief voor in het behandeling nemen van een melding voor het
                            verkrijgen van instemming voor het (ver)plaatsen van ondergrondse en
                            bovengrondse handholes, kasten e.d. t.b.v. een openbaar
                            telecommunicatienetwerk een vast bedrag van: € 117,75</al></li><li nr="15."><al>4 Geluidsmeting afstelling geluidsbegrenzer</al></li><li nr="a."><al>een vast bedrag per meetopdracht € 134,73</al></li><li nr="b."><al>per meetuur € 73,39</al></li><li nr="c."><al>voor het wijzigen van de afstelling en/of het</al><al> verzegelen van een geluidsbegrenzer € 134,73</al></li><li nr="15."><al>5 Vervallen</al></li><li nr="15."><al>6 Opslagkosten inboedels</al><al> Bij het ophalen van tijdelijk door de gemeente opgeslagen </al><al> inboedels te betalen vergoeding gerekend in de periode </al><al> vanaf het moment van woninguitzetting: </al></li><li nr="a."><al>0 weken - 2 weken € 70,00</al></li><li nr="b."><al>2 weken - 4 weken € 135,00</al></li><li nr="c."><al>4 weken - 7 weken € 225,00</al></li><li nr="d."><al>7 weken - 10 weken € 340,00</al></li><li nr="e."><al>10 weken - 3 maanden € 500,00</al></li><li nr="15."><al>7 Leges havenvergunning</al><al> Voor elke vergunning/toestemming ingevolge de </al><al> Havenverordening Piushaven Tilburg 2004, uitgezonderd </al><al> de toestemming als bedoeld in artikel 16 van de hiervoor </al><al> vermelde verordening € 36,12</al></li><li nr="15."><al>8 Leges marktvergunningen</al></li><li nr="a."><al>Voor een marktvergunning als bedoeld in artikel 5</al><al> van het Marktreglement 2001 € 37,78</al></li><li nr="b."><al>Voor een vergunning voor het plaatsen van</al><al> kramen als bedoeld in artikel 7, lid 3 van het in </al><al> lid a vermelde reglement € 37,78</al></li><li nr="c."><al>Voor het overschrijven van een vergunning als</al><al> bedoeld in artikel 14 van het in lid a vermelde </al><al> reglement € 37,78</al></li><li nr="d."><al>Voor het verlenen van een toestemming tot het</al><al> gebruik van apparatuur voor bakken en braden als </al><al> bedoeld in artikel 19, sub j van het in lid a </al><al> vermelde reglement € 37,78</al></li><li nr="e."><al>Voor het verlenen van een vergunning tot het</al><al> tijdelijk laten vervangen als bedoeld in artikel 21 </al><al> van het in lid a vermelde reglement € 37,78</al></li><li nr="15."><al>9 Omzettingsvergunning</al></li><li nr="a."><al>Het tarief voor het in behandeling nemen van een</al></li></lijst><al>aanvraag voor het verlenen van een omzettingsvergunning,</al><al>als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel c, van</al><al>de Huisvestingswet bedraagt per adres € 500,00</al><al>b. Indien van de omzettingsvergunning slechts gebruik</al><al>kan worden gemaakt na ontheffing van een bestemmings-</al><al>plan als bedoeld in de Wet Ruimtelijke Ordening, geeft </al><al>artikel 35, lid 2 Huisvestingswet aan dat de aanvraag mede </al><al>aangemerkt wordt als een verzoek om zodanige ontheffing. </al><al>Het tarief voor het in behandeling nemen van het verzoek</al><al>om ontheffing bedraagt € 0,00 </al><al>c. Indien:</al><lijst><li nr="1."><al>op een aanvraag tot vergunning negatief wordt beschikt; of</al></li><li nr="2."><al>een aanvraag om vergunning wordt ingetrokken, voordat </al></li></lijst><al>hierop een beslissing is genomen; of</al><al>3. de vergunning wordt ingetrokken, omdat daarvan geen </al><al>gebruik wordt gemaakt;</al><al>wordt tot uiterlijk één jaar na dagtekening van de afwijzing dan wel de
                    intrekking van de aanvraag, op verzoek teruggaaf van 50% van de geheven leges
                    verleend. </al><tussenkop>Memorie van toelichting behorende bij de “Verordening tot heffing en
                    invordering van leges 2010-I”.</tussenkop><tussenkop>HOOFDSTUK 3 Burgelijke stand</tussenkop><al>De tekst van onderdeel 3.2
                        <cursief>Huwelijksvoltrekking/Partnerschapsregistratie </cursief>is
                    aangepast.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 8 Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving /
                    omgevingsvergunning</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>In verband met de inwerkingtreding van de Wabo per 1juli 2010 dient de
                    legesverordening te worden aangepast. Een groot aantal vergunningstelsels,
                    vallend onder de fysieke leefomgeving, komt per die datum te vervallen en gaan
                    op in één omgevingsvergunning. Een omgevingsvergunning kan bestaan uit één of
                    meerdere toestemmingen. Bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit waarvoor nu nog een
                    bouw- en monumentenvergunning vereist is straks een omgevingsvergunning vereist
                    bestaande uit een bouw- en monumententoestemming. </al><al>Tevens moet er meer worden samengewerkt met andere overheden, zoals de
                    Provincie, Waterschappen en Ministeries. Ook komen er bevoegdheden over van die
                    andere overheden. Daardoor komen er ook nieuwe legescategorieën in de
                    voorliggende verordening voor. Bijvoorbeeld op het gebied van de Flora- en
                    faunawetgeving. </al><al>Voor nagenoeg alle artikelen van Hoofdstuk 8 is het model van de VNG gevolgd.
                    Ook de andere overheden die vergunningen gaan verlenen in het kader van de Wabo
                    hebben aansluiting gezocht bij dit model.</al><al>In navolging van hetgeen bij bouwvergunningaanvragen al gebruikelijk was, zullen
                    bij alle toestemmingen vallend onder de Wabo voorlopige en definitieve aanslagen
                    worden opgelegd. </al><al>Hieronder volgt een toelichting op de meest belangrijke verschillen ten opzichte
                    van de vigerende verordening.</al><al>In de verordening zijn in bijlage 2, ter verduidelijking, tien veel voorkomende
                    bouwwerken opgenomen. Per bouwwerk is het legesbedrag voor de invoering van de
                    Wabo en het legesbedrag na de invoering van de Wabo vermeld. </al><tussenkop>8.3.1. Bouwactiviteiten:</tussenkop><al>Als gevolg van de invoering van de Wabo vervalt het onderscheid tussen Licht
                    VergunningPlichtig (LVP) en Regulier VergunningPlichtig (RVP) en bovendien
                    vervalt de mogelijkheid om een gefaseerde bouwaanvraag in te dienen. Als gevolg
                    daarvan is het gehele artikel met betrekking tot bouwactiviteiten herzien. Naast
                    genoemd verschil is het aantal drempelbedragen van bouwkosten verhoogd. Wat
                    gebleven is, is het degressief karakter van de percentages. Gelijktijdig met de
                    inwerkingtreding van de Wabo wordt de categorie Vergunningvrij verder
                    uitgebreid. Bouwactiviteiten welke vergunningvrij worden behoren nu vaak tot de
                    categorie LVP. De bouwwerken die nu behoren tot de categorie LVP en niet
                    vergunningvrij worden, vallen straks onder een zwaarder toetsingsregime. </al><al>Bij het vaststellen van de bij de bouwkosten behorende percentages is zoveel
                    mogelijk rekening gehouden met de huidige tarieven. Afgezien van de categorie
                    vergunningvrij, blijft de totaal begrote opbrengst bouwactiviteiten in de nieuwe
                    situatie gelijk aan de opbrengst in de huidige situatie. </al><tussenkop>8.3.1.4 Achteraf ingediende aanvraag</tussenkop><al>Nieuw in onze verordening is een bepaling over bouwen zonder vergunning. Het
                    model kent een artikel waarin is bepaald dat voor een bouwactiviteit waarvoor
                    achteraf alsnog toestemming wordt gevraagd een toeslag op de bouwleges wordt
                    geheven. De ervaring leert dat voor de behandeling van dergelijke aanvragen meer
                    tijd is benodigd. Bovendien is het bedoeld als een ontmoediging om zonder de
                    vereiste toestemming te bouwen. Gelet hierop hebben wij gemeend dit artikel te
                    moeten overnemen uit het model en een toeslag te hanteren van 10%. </al><tussenkop>8.3.9 Uitweg/inrit</tussenkop><al>In het kader van de actie Stofkam is in onze gemeente de vergunningplicht voor
                    uitwegen en inritten komen te vervallen. Met het inwerking treden van de Wabo
                    komt de vergunningplicht hiervoor in bepaalde situaties op grond van een
                    provinciale verordening weer terug. In deze situaties gaat de bevoegdheid van de
                    Provincie over naar de gemeente. </al><tussenkop>8.3.12 Natuurbeschermingswet</tussenkop><tussenkop>8.3.13 Flora- en faunawetgeving</tussenkop><tussenkop>8.3.14 Andere activiteiten</tussenkop><al>Als gevolg van de overdracht van bevoegdheden van andere overheden naar de
                    gemeente zijn er een drietal nieuwe artikelen opgenomen in de gemeentelijke
                    legesverordening. Wel moet vooraf verplicht advies gevraagd worden aan de
                    betreffende overheden. Het legesbedrag dat in rekening wordt gebracht bestaat
                    uit de vergoeding die verschuldigd is aan de andere overheden verhoogd met de
                    eigen kosten.</al><tussenkop> 8.3.17 Advies</tussenkop><al>Met de komst van de Wabo ontstaat de mogelijkheid dat er advies gevraagd, dan
                    wel gegeven moet worden aan een andere overheid over aanvragen waarvan op dat
                    moment de strekking nog niet te overzien is. Hierbij is niet gekozen voor een
                    vast tarief, maar voor een variant waarbij vooraf een begroting wordt opgesteld
                    van de te verwachten kosten. Deze begroting wordt vooraf ter kennis gebracht van
                    de aanvrager. </al><tussenkop>8.3.18 Verklaring van geen bedenkingen</tussenkop><al>Op grond van de Wabo kan het noodzakelijk zijn dat er een verklaring van geen
                    bedenking wordt afgegeven aan een ander bestuursorgaan. Hierbij kan gedacht aan
                    een ontheffing van een provinciale verordening of een amvb (Wro),
                    mijnbouwactiviteiten in inrichtingen die in hoofdzaak geen mijnbouwwerken zijn
                    en vergunningen voor een (voorheen) provinciale niet-IPPC en
                    niet-BRZO-inrichting in de overgangsperiode 1-7-2010 t/m 1-1-2012. Ook hiervoor
                    geldt dat vooraf niet een vast tarief is vast te stellen, maar dat gewerkt wordt
                    met een op te stellen begroting vooraf.</al><tussenkop>8.5.1 Teruggaaf</tussenkop><al>De bepalingen met betrekking tot teruggaaf zijn gewijzigd. Doordat er direct na
                    het in behandeling nemen een grote hoeveelheid werk moet worden verricht zijn de
                    mogelijkheden tot teruggaaf beperkter dan voorheen. </al><tussenkop>9.1 Gefaseerde bouwvergunning</tussenkop><al>Dit artikel is als een vangnet opgenomen en heeft betrekking op aanvragen om een
                    gefaseerde bouwvergunning, waarvan de eerste fase is ingediend voor de
                    inwerkingtreding van de Wabo. De bijbehorende tweede faseaanvraag kan pas worden
                    ingediend na het verlenen van de vergunning eerste fase. In verband met de
                    doorlooptijd van planologische procedures kan daar geruime tijd (enkele jaren)
                    overheen gaan.</al><tussenkop>Totaal van de legesverordening 2010-I</tussenkop><al>Volgens de wettelijke regeling mag het dekkingspercentage van de totale
                    legesverordening maximaal 100% bedragen. Dit betekent dat individuele leges wel
                    een overdekking mogen kennen, maar dat alle leges gezamenlijk maximaal 100% van
                    de kosten mogen dekken. Voor de gemeente Tilburg geldt dat de totale
                    kostendekking onder de 100% ligt.</al><al>De totale lasten van de legesverordening bedragen: € 17.903.000</al><al>De geraamde opbrengsten zijn: € 12.715.000</al><tussenkop>Saldo € 5.190.000</tussenkop><al>Het kostendekkingspercentage is 71,02%.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>