<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR44812_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Havenverordening Cromstrijen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas 10 oktober 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Havenverordening Cromstrijen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Havenverordening Cromstrijen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Cromstrijen;</vet></al><al/><al>overwegende dat het wenselijk is om voor het gebruik van openbaar water
                        regels te stellen aan het ordelijk gebruik van de ligplaatsen voor
                        schepen uit een oogpunt van veiligheid, gezondheid en het aanzien van de
                        gemeente;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 augustus
                        2010;</al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><lijst><li nr=""><al>De Havenverordening 2005 in te trekken.</al></li><li nr=""><al>De Havenverordening Cromstrijen vast te stellen.</al></li></lijst><al><vet>HAVENVERORDENING CROMSTRIJEN</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene en Procedure bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Begripsomschrijvingen</onderstreept></al><al>ARTIKEL 1.1 </al><al>In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Haven</cursief>: de Dorpshaven, zoals op bijlage 1 is
                                    aangegeven.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Openbaar water</cursief>: alle wateren die al of niet
                                    met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                    toegankelijk zijn.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Kade</cursief>: de los- en laadplaats en opslagterrein
                                    van de Gemeente Cromstrijen langs het havengedeelte.</al></li><li nr="d."><al><cursief>Schip</cursief>: Elk vaartuig met inbegrip van een
                                    vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig dat
                                    feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te gebruiken of
                                    geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te
                                    water; onder schip wordt mede verstaan drijvende werktuigen,
                                    zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van
                                    soortgelijke aard, alsmede woonboten, glijboten en ponten.</al></li><li nr="e."><al><cursief>Pleziervaartuig</cursief>: een vaartuig hoofdzakelijk
                                    gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende
                                    recreatie.</al></li><li nr="f."><al><cursief>Bedrijfsvaartuig</cursief>: een vaartuig daaronder
                                    begrepen een object te water, dat uitsluitend of in hoofdzaak
                                    gebruikt of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of
                                    beroep dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele
                                    activiteiten.</al></li><li nr="g."><al><cursief>Woonboot</cursief>: elk vaartuig dat uitsluitend of in
                                    hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn
                                    constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is
                                    tot, een als hoofdverblijf, geldend dag- of nachtverblijf van
                                    één of meer personen of tot woning is bestemd.</al></li><li nr="h."><al><cursief>Permanent woon- en nachtverblijf</cursief>: het
                                    gedurende een periode van ten minste 30 aaneengesloten dagen
                                    gebruiken van een vaartuig mede met het doel daarin te
                                    overnachten.</al></li><li nr="i."><al><cursief>Passant</cursief>: vaartuig dat voor korte periode in
                                    de haven verblijft en dit als zodanig kenbaar maakt aan de
                                    havenmeester.</al></li><li nr="j."><al><cursief>Schipper</cursief>: hij die over een vaartuig
                                    voortdurend of tijdelijk het bevel voert of – bij aanwezigheid
                                    daarvan - de eigenaar of gebruiker van het vaartuig.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Rechthebbende</cursief>: degene die over enige zaak of
                                    dier de beschikking heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
                                    recht of daarover enige feitelijke macht uitoefent.</al></li><li nr="l."><al><cursief>Havenmeester</cursief>: degene die als zodanig door de
                                    Burgemeester en Wethouders is aangesteld.</al></li><li nr="m."><al><cursief>Ligplaats</cursief>: een gedeelte van het openbaar
                                    water, bestemd of geschikt om door een vaartuig te worden in
                                    genomen.</al></li><li nr="n."><al><cursief>Verbouwen</cursief>: na bouw veranderen, onder
                                    verbouwen wordt ook verstaan het opbouwen en aanbouwen.</al></li><li nr="o."><al><cursief>Zomerseizoen</cursief>: periode van 1 april tot 1
                                    oktober.</al></li><li nr="p."><al><cursief>Winterseizoen</cursief>: periode van 1 oktober tot 1
                                    april.</al></li><li nr="q."><al><cursief>BPR</cursief>: Binnenvaart Politie Reglement.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 1.1.1.</al><al>Maatvoeringsdefinities</al><al>Lengte schip: de maximale afstand tussen voor- en achterkant van een
                            schip.</al><al>Breedte schip: de maximale afstand tussen de zijkanten van het
                            schip.</al><al>Diepte schip: de maximale afstand van kiel tot aan de waterlijn. </al><al>ARTIKEL 1.1.2.</al><al>Maatvoeringsbepalingen</al><al>De maximale lengte van een schip mag maximaal 32 meter bedragen; </al><al>De maximale breedte van een schip mag maximaal 5,5 meter bedragen; </al><al>De maximale diepte van een schip mag maximaal 2,25 meter bedragen;</al><al>ARTIKEL 1.2</al><al>Indienen aanvraag</al><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om vergunning of ontheffing wordt schriftelijk
                                    ingediend bij burgemeester en wethouders, tenzij anders is
                                    bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor het indienen van een
                                    aanvraag om vergunning of ontheffing een formulier
                                    vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>In een spoedeisend geval en indien het een eenmalige gedraging
                                    of een handeling van korte duur betreft, kan een aanvraag
                                    mondeling worden gedaan bij de havenmeester.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders nemen na ontvangst van een aanvraag
                                    binnen acht weken een besluit.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen hun besluit met ten hoogste
                                    acht weken verdagen<cursief>.</cursief></al></li></lijst><al> ARTIKEL 1.3</al><al>Niet in behandeling nemen van een aanvraag</al><al>Burgemeester en wethouders nemen de aanvraag niet in behandeling indien
                            de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde in de geldende
                            Legesverordening.</al><al>ARTIKEL 1.4</al><al>Schriftelijk of mondeling besluit</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders nemen schriftelijk een besluit op een
                                    aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Burgmeester en wethouders kunnen mondeling een besluit op een
                                    aanvraag nemen indien het betrekking heeft op een spoedeisend
                                    geval, een eenmalige gedraging of een handeling van korte
                                    duur.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 1.5</al><al>Voorschriften en beperkingen</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning of ontheffing
                                    voor bepaalde of onbepaalde tijd verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                    beperkingen worden verbonden ter bescherming van de belangen die
                                    ten grondslag liggen aan de bepalingen zoals genoemd in deze
                                    verordening.</al></li><li nr="3."><al>Degene aan wie op grond van deze verordening een vergunning of
                                    ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                    voorschriften en beperkingen na te komen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 1.6</al><al>Weigering vergunning of ontheffing</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning of ontheffing, afgezien
                            van de specifieke gronden, vermeld in de afzonderlijke bepalingen,
                            weigeren in geval van strijd met de belangen die ten grondslag liggen
                            aan de betrokken bepalingen, in geval van strijd met een bestemmingsplan
                            of in geval van strijd met het havenbeleid.</al><al>ARTIKEL 1.7</al><al>Intrekking of wijziging</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen,
                            in het geval dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                    verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>van de vergunning of ontheffing, binnen een redelijke termijn
                                    van 8 weken, geen gebruik wordt gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>de aan de vergunning of ontheffing gestelde voorschriften en
                                    beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening
                                    gegeven voorschriften;</al></li><li nr="e."><al>de vergunning- of ontheffinghouder de verschuldigde liggelden
                                    niet of niet volledig voldoet, na daartoe te zijn
                                    aangemaand;</al></li><li nr="f."><al>de vergunning of ontheffing kan ingetrokken worden zodra het
                                    gebruik van de ligplaats door ontruiming wordt beëindigd;</al></li><li nr="g."><al>de opdrachten van de havenmeester niet worden opgevolgd (zie lid
                                    1.9, lid 1 en 2);</al></li><li nr="h."><al>met of op een vaartuig of ander object te water overlast of
                                    hinder te veroorzaken dan wel op andere wijze de openbare orde
                                    te verstoren (zie lid 3.1).</al></li><li nr="i."><al>zonder vergunning van het college een schip of vaartuig, dat
                                    geen woonboot is, permanent als woon- en nachtverblijf gebruikt
                                    wordt.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 1.8</al><al>Inzage geven</al><al>De houder van een vergunning en/of ontheffing is verplicht, deze op
                            eerste vordering van degene die is belast met de handhaving of de zorg
                            voor de naleving van een of meer bepalingen van deze verordening, ter
                            inzage te geven.</al><al>ARTIKEL 1.9</al><al>Aanwijzingen</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders, en/of namens hen de havenmeester,
                                    kunnen aanwijzingen geven in het belang van de ordening, de
                                    openbare orde, de veiligheid en het milieu, ter voorkoming van
                                    gevaar, schade of hinder.</al></li><li nr="2."><al>Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is gehouden de
                                    aanwijzing onmiddellijk op te</al></li></lijst><al>volgen.</al><al>ARTIKEL 1.10</al><al>Wijze van meten</al><al>De in deze verordening genoemde maten worden uitwendig gemeten, daar
                            waar zij het grootst zijn. Ondergeschikte bouwdelen zoals lichtkoepels
                            en antennes worden niet meegerekend (zie ook artikel 1.11).</al><al>ARTIKEL 1.11</al><al>Aanwijzing ligplaats en ligplaatsenkaart</al><lijst><li nr="1."><al>De plaatsen waar vaartuigen een vaste ligplaats mogen innemen,
                                    zijn aangewezen op de ligplaatsenkaart, die als bijlage 2
                                    (zomerseizoen) en 3 (winterseizoen) bij deze verordening zijn
                                    opgenomen en vastgesteld door burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Als ligplaats, door een woonboot bij verblijf binnen de gemeente
                                    Cromstrijen in te nemen, is aangewezen de ligplaats zoals deze
                                    is aangegeven in bijlage 4 van deze verordening. </al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het wijzigen van de
                                    ligplaatsenkaart.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bepalingen met betrekking tot het gebruik en beheer</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 2.1</al><al>Ligplaats vergunning</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, zonder vergunning van burgemeester en
                                    wethouders, met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op de door burgemeester en wethouders aangewezen
                                    gedeelten van openbaar water. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden, zonder vergunning van burgemeester en
                                    wethouders, met een woonboot ligplaats in te nemen of te hebben
                                    dan wel een ligplaats voor een woonboot beschikbaar te stellen
                                    buiten de door burgemeester en wethouders daartoe aangewezen
                                    plaats.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden, nadat een vergunning als bedoeld in het eerste
                                    of tweede lid is geweigerd, een ligplaats in de Dorpshaven in te
                                    nemen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde is niet van toepassing
                                    voor een passant bij het innemen van een ligplaats waarvoor
                                    toestemming is verleend door de havenmeester. </al></li><li nr="5."><al>De vergunning die is verleend op basis van dit artikel is
                                    persoons-, ligplaats- en vaartuiggebonden. Bij
                                    bedrijfsvaartuigen is de vergunning of ontheffing die verleend
                                    is ook bedrijfsgebonden.</al></li><li nr="6."><al>Bij een vaartuig waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel
                                    2.1, lid 2, is verleend, is uitsluitend één bijboot toegestaan,
                                    tenzij naar het oordeel van burgemeester en wethouders daartegen
                                    bezwaren bestaan die verband houden met de belangen die deze
                                    verordening beoogt te beschermen.</al></li><li nr="7."><al>Een vaste ligplaatshouder is verplicht een tijdelijke
                                    afwezigheid van het vaartuig van één of meer nachten vooraf te
                                    melden aan de havenmeester. De havenmeester is bevoegd de vrije
                                    ligplaats gedurende de afwezigheid van het vaartuig door anderen
                                    in te laten nemen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 2.2</al><al>Woon- en nachtverblijf anders dan op een woonboot</al><lijst><li nr="1."><al>Het is zonder vergunning van het college verboden een schip of
                                    vaartuig, dat geen woonboot is, permanent als woon- en
                                    nachtverblijf te gebruiken.</al></li><li nr="2."><al>Indien tussen de periodes, waarin een schip of vaartuig als
                                    woon- en nachtverblijf wordt gebruikt, minder dan zeven etmalen
                                    zijn gelegen, worden deze periodes voor de bepaling van de in
                                    lid 1 genoemde termijn, als aaneengesloten beschouwd.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 2.3</al><al>Passanten</al><lijst><li nr="1."><al>Voor passantenligplaatsen kan de havenmeester toestemming
                                    verlenen voor maximaal 30 aaneengesloten dagen. </al></li><li nr="2."><al>Indien tussen de periodes, waarin een schip in de haven aanwezig
                                    is, minder dan zeven etmalen zijn gelegen, worden deze periodes
                                    voor de bepaling van de in lid 1 genoemde termijn, als
                                    aaneengesloten beschouwd.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod, vermeld in het
                                    eerste lid, ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 2.4</al><al>Beroepsvaartuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een beroepsvaartuig de haven binnen te varen
                                    of in de haven te verblijven.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod, vermeld in het
                                    eerste lid, ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 2.5</al><al>Nadere regels</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan het innemen, hebben of beschikbaar
                            stellen van een ligplaats met een vaartuig in de Dorpshaven:</al><lijst><li nr="1."><al>nadere regels stellen over registratie;</al></li><li nr="2."><al>nadere regels stellen over afmetingen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 2.6</al><al>Vervangen vaartuig</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, zonder vergunning van burgemeester en
                                    wethouders een vaartuig te vervangen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders stellen van het vervangen nadere
                                    regels met betrekking tot afmetingen; burgemeester en wethouders
                                    kunnen daarbij onderscheid maken in categorieën vaartuigen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 2.7</al><al>Verbouwen vaartuig</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de Dorpshaven een vaartuig te verbouwen c.q.
                                    reparaties en onderhoud te plegen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod, vermeld in het
                                    eerste lid, ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 2.8</al><al>Wijzigen ligplaatsvergunning</al><lijst><li nr="1."><al>Indien de gegevens van het vaartuig, vermeld in de vergunning,
                                    niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie, dient de
                                    houder van de vergunning burgemeester en wethouders te verzoeken
                                    de vergunning te wijzigen;</al></li><li nr="2."><al>Op een verzoek om wijziging ontheffing of vergunning, bedoeld in
                                    het eerste lid, is het bepaalde in artikel 2.1., van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 2.9</al><al>Welstandscommissie</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een welstandscommissie
                                    instellen die hun adviseert over aanvragen voor een vergunning
                                    als bedoeld in artikel 2.1;</al></li><li nr="2."><al>Advisering van de welstandscommissie wordt in ieder geval niet
                                    gevraagd, indien er bij de aanvraag geen wijziging optreedt van
                                    het betrokken object en de ligplaats;</al></li><li nr="3."><al>Bij het instellen van een commissie zullen burgemeester en
                                    wethouders criteria opstellen die bij het opstellen van het
                                    advies worden gehanteerd; </al></li><li nr="4."><al>Van het advies als bedoeld in het eerste lid kunnen burgemeester
                                    en wethouders uitsluitend gemotiveerd afwijken. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen in het belang van ordening, openbare orde, veiligheid en
                            milieu</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 3.1</al><al>Overlast</al><al>1.Het is verboden, met of op een vaartuig of ander object te water
                            overlast of hinder te veroorzaken dan wel op andere wijze de openbare
                            orde te verstoren.</al><al>ARTIKEL 3.2</al><al>Voorwerpen in, op en boven het openbaar water</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, in, op of boven het openbaar water
                                    voorzieningen aan te brengen of voorwerpen te plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    voorzieningen of voorwerpen die dienen om:</al><lijst><li nr="a."><al>een schip of ander vaartuig te meren of ten anker te
                                            laten gaan op daartoe toegestane plaatsen;</al></li><li nr="b."><al>te slepen of te assisteren;</al></li><li nr="c."><al>de toegang tot het schip of een ander vaartuig mogelijk
                                            te maken;</al></li><li nr="d."><al>het laden en lossen mogelijk te maken;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod in het eerste
                                    lid ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 3.3</al><al>Tekens</al><al>Onverminderd hun bevoegdheden als bedoeld in art. 3. van de
                            Scheepvaartverkeerswet kunnen burgemeester en wethouders besluiten op of
                            langs het openbaar water tekens te plaatsen, al of niet in samenhang met
                            bijkomende tekens, die zijn opgenomen in bijlage 7 van het BPR.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen het plaatsen van een teken als bedoeld
                            in het eerste lid achterwege laten indien het plaatsen van een teken
                            niet doelmatig is; zij kunnen in plaats daarvan of in combinatie met het
                            plaatsen van een teken het verbod, het gebod, de aanbeveling of de
                            inlichting in een voorschrift opnemen.</al><al>Het is verboden, zonder ontheffing van burgemeester en wethouders te
                            handelen in strijd met een teken of met een voorschrift als bedoeld in
                            het tweede lid.</al><al>ARTIKEL 3.4</al><al>Gebruik van (verkeers)objecten</al><lijst><li nr="1."><al>Voor zover hierin niet door het BPR wordt voorzien, is het
                                    verboden, meerboeien en tonnen in het openbaar water, alsmede
                                    tekens, lantaarnpalen, bomen, railingen of soortgelijke objecten
                                    op of langs de openbare weg voor een ander doel te gebruiken dan
                                    waarvoor deze zijn bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod in het eerste
                                    lid ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 3.5</al><al>Toegang</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de toegang tot een schip te blokkeren.</al></li><li nr="2."><al>De schipper van een gemeerd schip is verplicht, er voor te
                                    zorgen dat zijn vaartuig op een veilige wijze kan worden
                                    betreden of verlaten.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 3.6</al><al>Overpad</al><al>De schipper is op aanwijzing van de havenmeester verplicht om, indien
                            hij niet wil dat in de nabijheid liggende vaartuigen over zijn vaartuig
                            laden of lossen of dat personen zich voor het bereiken van die
                            vaartuigen of de wal over zijn schip begeven, zijn ligplaats te
                            verlaten.</al><al>ARTIKEL 3.7</al><al>Meervoorschriften</al><lijst><li nr="1."><al>De schipper is verplicht er voor te zorgen dat zijn vaartuig
                                    zolang het een ligplaats inneemt, behoorlijk is vast gemaakt,
                                    dit ter beoordeling van de havenmeester.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden vaartuigen vast te leggen of vastgelegd te
                                    houden met gebruikmaking van een slot tenzij de havenmeester
                                    daarvoor mondeling toestemming heeft verleend.</al></li><li nr="3."><al>De schipper dient te gedogen dat een ander vaartuig langszij
                                    zijn vaartuig meert.</al></li><li nr="4."><al>De schipper van een vaartuig, dat langszij een ander vaartuig
                                    gemeerd ligt is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>het andere vaartuig, indien de schipper daarvan dit
                                            wenst, overpad te verlenen om te ontmeren en te
                                            vertrekken;</al></li><li nr="b."><al>op aanwijzingen van de havenmeester zijn plaats in
                                            ruimen voor een ander vaartuig, dat de ligplaats
                                            langszij het andere vaartuig nodig heeft. </al></li></lijst></li></lijst><al>ARTIKEL 3.8</al><al>Verboden scheepstoestanden</al><al>Het is de schippers van de hierna bedoelde schepen verboden de haven
                            binnen te lopen zonder toestemming door of namens burgemeester en
                            wethouders:</al><lijst><li nr="a."><al>vaartuigen in zinkende toestand verkerend;</al></li><li nr="b."><al>brandende vaartuigen;</al></li><li nr="c."><al>vaartuigen, die door de toestand van hun lading of uit andere
                                    oorzaak gevaar voor de veiligheid en volksgezondheid kunnen
                                    opleveren;</al></li><li nr="d."><al>vaartuigen die overlast van ernstige aard veroorzaken;</al></li><li nr="e."><al>te zwaar beladen vaartuigen;</al></li><li nr="f."><al>vaartuigen, die onvoldoende zijn uitgerust of bemand.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 3.9</al><al>Zinkend schip</al><al>De schipper of, bij zijn afwezigheid, de reder of de eigenaar van een
                            gezonken vaartuig of gezonken voorwerp, is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>onmiddellijk na het zinken daarvan kennis te geven aan
                                    burgemeester en wethouders of de aangewezen havenmeester en er
                                    voor zorg te dragen dat aan de voorschriften van het Binnenvaart
                                    Politie Reglement wordt voldaan;</al></li><li nr="b."><al>om binnen 24 uur na het zinken van het vaartuig of voorwerp de
                                    verwijdering daarvan ten genoegen van burgemeester en wethouders
                                    of de door hen aangewezen havenmeester te hebben zeker
                                    gesteld;</al></li><li nr="c."><al>er zorg voor te dragen dat het gezonken vaartuig of voorwerp
                                    binnen de door burgemeester en wethouders of namens hen door de
                                    havenmeester te bepalen termijn uit de haven is verwijderd.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 3.10</al><al>Verbod werkzaamheden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan het water verbouwings-, herstel- of
                                    sloopwerkzaamheden te (laten) verrichten, waardoor gevaar,
                                    schade of hinder kan ontstaan; het verbod is ook van toepassing
                                    op het uitvoeren van werkzaamheden op plaatsen vanwaar de bij de
                                    werkzaamheden te gebruiken of vrijkomende stoffen rechtstreeks
                                    in het openbaar water terecht kunnen komen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod en kunnen hiervoor nadere regels
                                    vaststellen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 3.11</al><al>IJsgang</al><al>Bij ijsgang of dichtgevroren water in de haven is de schipper van een
                            schip verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>als hij met dat vaartuig een ligplaats wenst in te nemen of te
                                    verlaten, dan wel het bevel daartoe ontvangt, voor zijn rekening
                                    en risico zo nodig het ijs te breken of een sleepboot te
                                    gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>zodanige maatregelen te nemen, dat hij met zijn vaartuig geen
                                    schade kan toebrengen aan andere vaartuigen of aan waterkundige
                                    werken zoals oeververdedigingen, steigers en
                                    remmingswerken.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 3.12</al><al>Afvalstoffen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden afvalstoffen afkomstig van een vaartuig aan
                                    boord te nemen van een ander vaartuig, daarmee te vervoeren of
                                    daaruit te lossen zonder ontheffing van burgemeester en
                                    wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden afvalstoffen op de wal of kade te plaatsen of
                                    geplaatst te houden met uitzondering van huishoudelijk afval
                                    afkomstig van schepen. Dit huishoudelijke afval dient in de
                                    daartoe bestemde containers te worden gedeponeerd.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 3.13</al><al>Laden en lossen</al><al>Het is verboden in de Dorpshaven te laden en te lossen. </al><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het
                            eerste lid gestelde verbod en kunnen hiervoor nadere regels
                            vaststellen.</al><al>ARTIKEL 3.14</al><al>Zoeken naar voorwerpen in de haven</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    in de haven door middel van baggeren, slikken of met andere
                                    daartoe geschikte of gebezigde middelen te zoeken naar in de
                                    haven aanwezige voorwerpen of voorwerpen uit de haven op het
                                    droge te brengen.</al></li><li nr="2."><al>Het in lid 1 vervat verbod is niet van toepassing op het zoeken
                                    naar of op het droge brengen van een kort tevoren kennelijk
                                    verloren of zoekgeraakt voorwerp, waarvan de herkomst vaststaat,
                                    indien dit zoeken naar c.q. beredden van het voorwerp geschiedt
                                    door of met toestemming van de rechthebbende op het voorwerp en
                                    de werkzaamheden na beoordeling van de havenmeester geen bezwaar
                                    of belemmering opleveren voor de veiligheid of het verkeer in de
                                    haven.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 3.15</al><al>Verhalen anders dan op eigen aanvraag</al><lijst><li nr="1."><al>De schipper of de rechthebbende op een ander vaartuig of object
                                    te water is verplicht dit naar elders te verhalen, als dat naar
                                    het oordeel van burgemeester en wethouders in het belang van
                                    ordening, openbare orde, veiligheid en milieu noodzakelijk
                                    is.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid bedoelde
                                    objecten verhalen indien dit op grond van de in dat lid bedoelde
                                    belangen zonder uitstel dringend noodzakelijk is, dan wel de
                                    schipper of rechthebbende onbekend is.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 4.1</al><al>Strafbepalingen</al><al>Overtreding van een artikel in deze verordening en de krachtens deze
                            artikelen gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                            categorie.</al><al>ARTIKEL 4.2</al><al>Opsporingsambtenaren</al><al>De opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten is,
                            naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en
                            wethouders met de zorg voor de naleving zijn belast, ieder voor zover
                            het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.</al><al>ARTIKEL 4.3</al><al>Binnentreden</al><al>Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van de bij of krachtens
                            deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van
                            de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de
                            gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden van een
                            vaartuig zonder toestemming van de bewoner.</al><al>ARTIKEL 4.4</al><al>Inwerkingtreding en citeertitel</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking. </al></li><li nr="2."><al>De “Havenverordening Cromstrijen” van 21 juni 2005 wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het eerste lid bedoelde datum.
                                </al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder titel
                                    “Havenverordening Cromstrijen”.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 4.5</al><al>Overgangsbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen -hoe ook genaamd- verleend
                                    krachtens de verordening bedoeld in art 4.4, tweede lid, blijven
                                    voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, van
                                    kracht tot de tijd waarvoor zij werden verleend of totdat zij
                                    worden ingetrokken. </al></li><li nr="2."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing -hoe
                                    ook genaamd- op grond van een verordening bedoeld in artikel
                                    4.4, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
                                    inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag
                                    is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de
                                    onderhavige verordening toegepast. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Cromstrijen
                        in zijn openbare vergadering gehouden op 28
                        september 2010,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>