<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/"
                    xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/"
                    xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"
                    xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"
                    xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
                    <!--export0.91-->
                    <!--volledig0.92-->
                    <!--wrapper0.90-->
                    <!--modificeer_20.90-->
                    <!--cvdr2gvop0.94-->
                    <!--pre_struct0.90-->
                    <!--pre_source0.93-->
                    <!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92-->
                    <!--metadata_tussenformaat0.91-->
                    <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt"
                                        xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml">
                                        <owmskern>
                                                  <dcterms:identifier>CVDR448072_1</dcterms:identifier>
                                                  <dcterms:title>Participatieverordening ISD
                                                  Bollenstreek 2013</dcterms:title>
                                                  <dcterms:language>nl</dcterms:language>
                                                  <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype"
                                                  >regeling</dcterms:type>
                                                  <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente"
                                                  >Noordwijk</dcterms:creator>
                                                  <dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified>
                                                  <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente"
                                                  >Noordwijk</dcterms:spatial>
                                                  <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente"
                                                  >Noordwijk</dcterms:spatial>
                                        </owmskern>
                                        <owmsmantel>
                                                  <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Witte
                                                  Weekblad, 10-07-2013</dcterms:isFormatOf>
                                                  <dcterms:alternative>Participatieverordening ISD
                                                  Bollenstreek 2013</dcterms:alternative>
                                                  <dcterms:source resourceIdentifier=""
                                                  >Geen.</dcterms:source>
                                                  <overheid:isRatifiedBy
                                                  scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente"
                                                  >gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
                                                  <dcterms:subject>maatschappelijke zorg en
                                                  welzijn</dcterms:subject>
                                                  <dcterms:issued>2013-06-27</dcterms:issued>
                                                  <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij
                                                  van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights>
                                        </owmsmantel>
                                        <cvdripm>
                                                  <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
                                                  <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
                                                  <overheidrg:betreft>nieuwe
                                                  regeling</overheidrg:betreft>
                                                  <overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk>
                                                  <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
                                                  <al>Geen.</al>
                                                  </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
                                                  <overheidrg:redactioneleToevoeging>
                                                  <al>Geen.</al>
                                                  </overheidrg:redactioneleToevoeging>
                                        </cvdripm>
                    </meta>
                    <body>
                                        <intitule>Participatieverordening ISD Bollenstreek
                                                  2013</intitule>
                                        <regeling>
                                                  <aanhef>
                                                  <preambule>
                                                  <al/>
                                                  <al>NOTITIE </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Participatieverordening ISD Bollenstreek
                                                  2013</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>De raad van de gemeente ……………; </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>gelezen het voorstel van burgemeester en
                                                  Wethouders van …………….. ; </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>gelet op artikel 149, eerste lid van de
                                                  Gemeentewet, de artikelen 7, 8 en 10, tweede lid
                                                  van de Wet werk en bijstand (WWB), de artikelen
                                                  34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere
                                                  en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                                                  werknemers (IOAW), de artikelen 34, 35 en 36 van
                                                  de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                  arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde en zesde
                                                  lid, 23, derde lid, 24e, 24f en 35 van de Wet
                                                  inburgering (Wi) zoals deze luidde op 31 december
                                                  2012 en artikel X van de wet van 13 september 2012
                                                  tot wijziging van de Wet inburgering (Stb. 2012,
                                                  430);</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>gelet op de EG-verordening
                                                  Werkgelegenheidssteun (nr. 2204/2002, Pb EG 2002,
                                                  L 337/3) en de EG-verordening de minimis steun
                                                  (nr. 69/2001, Pb EG 2001, L 10/30), alsmede de
                                                  Beleidsaanbeveling van belang voor het opstellen
                                                  van de gemeentelijke re-integratieverordeningen in
                                                  het kader van de Wet Werk en Bijstand
                                                  (Verzamelcirculaire SZW, april 2004);</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>overwegende dat de gemeente het streven van
                                                  het Rijk naar een hoge mate van participatie van
                                                  de ingezetenen in de maatschappij onderschrijft en
                                                  dat dit streven gebaat is bij een gezamenlijke
                                                  aanpak van arbeidsintegratie, maatschappelijke
                                                  integratie en inburgering; </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>overwegende dat de Wet Investeren in Jongeren
                                                  (WIJ) is ingetrokken; </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>overwegende dat als gevolg van de wijziging
                                                  van de Wet inburgering de taken van gemeenten op
                                                  het terrein van inburgering op termijn beëindigd
                                                  zullen worden;</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>overwegende dat gedurende een overgangsperiode
                                                  gemeenten nog een aantal taken op het terrein van
                                                  inburgering zullen uitoefenen;</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>overwegende dat daarom de onder Wet
                                                  inburgering, zoals deze luidde op 31 december 2012
                                                  opgestelde verordening dient te worden
                                                  ingetrokken;</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Besluit:</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>vast te stellen de hierna volgende
                                                  “Participatieverordening ISD Bollenstreek
                                                  2013”:</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al>
                                                  <al/>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Alle begrippen die in deze verordening
                                                  gebruikt worden en die niet nader worden
                                                  omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                                  werk en bijstand (WWB), de Wet inburgering (Wi),
                                                  de Wet van 13 september 2012 tot wijziging van de
                                                  Wet inburgering en enkele andere wetten in verband
                                                  met de versterking van de eigen
                                                  verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige
                                                  (Stb. 2012, 430) en de op voornoemde wetten
                                                  berustende regelingen, alsmede de Algemene wet
                                                  bestuursrecht (Awb).</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur
                                                  van de Intergemeentelijke </al>
                                                  <al> Sociale Dienst Bollenstreek;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>uitkeringsgerechtigden: personen met een
                                                  uitkering ingevolge de WWB, </al>
                                                  <al>de IOAW of de IOAZ; </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="c.">
                                                  <al>doelgroep: personen, die hun woonplaats hebben
                                                  in de </al>
                                                  <al> gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, </al>
                                                  <al>Noordwijkerhout en Teylingen (ISD gemeenten)
                                                  en aan wie op grond van artikel 7, eerste lid
                                                  onder a, van de WWB door het dagelijks bestuur
                                                  ondersteuning kan worden geboden;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="d.">
                                                  <al>traject: een met een persoon uit de doelgroep </al>
                                                  <al>overeengekomen, dan wel door het dagelijks
                                                  bestuur aan hem opgelegd geheel van activiteiten
                                                  gericht op het verkrijgen van algemeen
                                                  geaccepteerde arbeid of als dit vooralsnog niet
                                                  mogelijk is, het verhogen van de maatschappelijke
                                                  participatie;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="e.">
                                                  <al>voorziening: een instrument binnen een traject
                                                  die het </al>
                                                  <al>dagelijks bestuur ter beschikking heeft voor
                                                  het </al>
                                                  <al>bieden van ondersteuning als</al>
                                                  <al>bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a
                                                  van de WWB; </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="f.">
                                                  <al>UWV: Uitvoerder van de WW, WAO, WIA,
                                                  Ziektewet, </al>
                                                  <al> Wajong en Waz;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="g.">
                                                  <al>subsidie: de aanspraak op financiële middelen,
                                                  door een </al>
                                                  <al>bestuursorgaan verstrekt met het oog op
                                                  bepaalde activiteiten van de aanvrager anders dan
                                                  als betaling voor aan het bestuurs-orgaan
                                                  geleverde goederen of diensten;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="h.">
                                                  <al>premie: financiële beloning ter bevordering
                                                  van </al>
                                                  <al> arbeidsinschakeling;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="i.">
                                                  <al>jongere(n): de uitkeringsgerechtigde(n) jonger
                                                  dan 27 jaar;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="j.">
                                                  <al>Wi : de Wet inburgering, zoals deze luidde op
                                                  31 </al>
                                                  <al> december 2012;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="k.">
                                                  <al>Wet van 13 september 2012: de Wet van 13
                                                  september 2012 tot wijziging van </al>
                                                  <al>de Wet inburgering en enkele andere wetten in
                                                  verband met de versterking van de eigen
                                                  verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige
                                                  (Stb. 2012, 430); </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="l.">
                                                  <al>inburgeringsplichtige: de persoon, bedoeld in
                                                  artikel X, 1e t/m 4e lid </al>
                                                  <al>van de Wet van 13 september 2012 (Stb. 2012,
                                                  430).</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Hoofdstuk 2. Wet Werk en Bijstand (WWB)</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Paragraaf 1. Beleid en financiën</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 2 Opdracht dagelijks bestuur</al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Ingevolge artikel 7 van de WWB biedt het
                                                  dagelijks bestuur ondersteuning aan leden van de
                                                  doelgroep en zorgt voor een voldoende gevarieerd
                                                  aanbod van voorzieningen. Het dagelijks bestuur
                                                  houdt daarbij rekening met de aard en de omvang
                                                  van de verschillende binnen de doelgroep te
                                                  onderscheiden groepen en de voorzieningen die het
                                                  geschiktst zijn voor de leden van die
                                                  groepen.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan bij het bepalen van
                                                  het aanbod van voorzieningen prioriteiten stellen
                                                  in verband met de financiële mogelijkheden dan wel
                                                  de maatschappelijke, economische of conjuncturele
                                                  ontwikkelingen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 3 Beleidsplan</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur stelt ter nadere
                                                  uitvoering van deze verordening een beleidsplan
                                                  vast, waarin de doelstellingen en de beoogde
                                                  resultaten worden aangegeven.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur doet eenmaal per jaar
                                                  verslag aan de gemeenteraad over de
                                                  doeltreffendheid en de resultaten van het beleid.
                                                  Dit verslag kan onderdeel uitmaken van het
                                                  programmaverslag als bedoeld in de
                                                  gemeenschappelijke regeling.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan bij
                                                  uitvoeringsbesluit nadere regels stellen. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 4 Subsidieplafonds en plafonds
                                                  betreffende voorzieningen</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan bij
                                                  uitvoeringsbesluit een of meer subsidie- of
                                                  budgetplafonds vaststellen voor de verschillende
                                                  voorzieningen. </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan tevens een plafond
                                                  instellen voor het aantal belanghebbenden dat in
                                                  aanmerking komt voor een specifieke voorziening.
                                                  </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>Een door het dagelijks bestuur ingesteld
                                                  plafond vormt enkel een weigeringsgrond bij de
                                                  aanspraak op de desbetreffende specifieke
                                                  voorziening.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 5 Aanspraak op ondersteuning</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Leden van de doelgroep hebben aanspraak op
                                                  ondersteuning bij de arbeidsinschakeling. </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>De in het eerste lid bedoelde ondersteuning
                                                  kan bestaan uit:</al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>ondersteuning bij de verwerving van arbeid;
                                                  </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>ondersteuning bij het behoud van arbeid; </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="c.">
                                                  <al>een voorziening als bedoeld in paragrafen 3
                                                  tot en met 5 van deze verordening.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 6 Uitbreiding doelgroep</al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>In aanvulling op artikel 5, eerste lid, kan
                                                  het dagelijks bestuur de aanspraak op</al>
                                                  <al>ondersteuning openstellen voor een ieder die
                                                  behoort tot de doelgroep van de Wet</al>
                                                  <al>Participatiebudget.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan hiervoor nadere
                                                  regels stellen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Paragraaf 2. Verplichtingen van de
                                                  doelgroep</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 7 Verplichtingen doelgroep, verlaging
                                                  van de uitkering en terugvordering</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Een uitkeringsgerechtigde is verplicht van de
                                                  hem aangeboden vorm van ondersteuning gebruik te
                                                  maken.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Elke belanghebbende die deelneemt aan een
                                                  voorziening is daarnaast gehouden aan de
                                                  verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, de
                                                  IOAW, de IOAZ en de Wet Structuur Uitvoering Werk
                                                  en Inkomen en deze verordening.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan in aanvulling op de
                                                  in het tweede lid genoemde verplichtingen, voor
                                                  een deelnemende belanghebbende extra
                                                  verplichtingen aan een voorziening verbinden. Deze
                                                  belanghebbende is dan tevens aan deze
                                                  verplichtingen gehouden.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="4.">
                                                  <al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt
                                                  aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde
                                                  in de voorgaande leden, kan het dagelijks bestuur
                                                  een maatregel opleggen conform hetgeen hierover is
                                                  bepaald in de maatregelenverordeningen van de ISD
                                                  Bollenstreek.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="5.">
                                                  <al>Indien de belanghebbende, niet zijnde een
                                                  uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een
                                                  voorziening, niet voldoet aan de verplichtingen
                                                  als bedoeld in de leden twee en drie, kan het
                                                  dagelijks bestuur de kosten van de ondersteuning
                                                  en/of voorziening dan wel de subsidie geheel of
                                                  gedeeltelijk terugvorderen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Paragraaf 3. Voorzieningen </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 8 Algemene bepalingen over
                                                  voorzieningen </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan een persoon binnen
                                                  de doelgroep een voorziening aanbieden. Een
                                                  voorziening wordt slechts aangeboden voor zover
                                                  het dagelijks bestuur deze noodzakelijk acht voor
                                                  de arbeidsinschakeling van de desbetreffende
                                                  persoon.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>De in het eerste lid bedoelde voorziening kan
                                                  bestaan uit:</al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>ondersteuning bij het verwerven en behouden
                                                  van arbeid;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>ondersteuning bij het verbeteren of behouden
                                                  van de positie op de arbeidsmarkt of binnen de
                                                  maatschappij;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="c.">
                                                  <al>ondersteuning bij het wegnemen van
                                                  belemmeringen voor de arbeidsinschakeling;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="d.">
                                                  <al>ondersteuning bij de verwerving van een
                                                  dienstverband als bedoeld in artikel 2, eerste lid
                                                  van de Wet sociale werkvoorziening; </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="e.">
                                                  <al>een loonkostensubsidie.</al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>Onverminderd het tweede lid kan een
                                                  voorziening tevens zien op:</al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>de noodzakelijke kosten samenhangende met de
                                                  deelname aan een voorziening;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>de kosten ter bepaling van de noodzakelijkheid
                                                  en inhoud van een voorziening; en</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="c.">
                                                  <al>de noodzakelijke kosten in verband met
                                                  loonvormende arbeid.</al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="4.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan een voorziening
                                                  beëindigen:</al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>indien de persoon die aan de voorziening
                                                  deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in
                                                  artikel 7 van deze verordening herhaaldelijk niet
                                                  nakomt;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>indien de persoon die deelneemt geen
                                                  uitkeringsgerechtigde meer is of niet langer
                                                  alswerkloos werkzoekende geregistreerd staat bij
                                                  het UWV;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="c.">
                                                  <al>indien de persoon algemeen geaccepteerde
                                                  arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt
                                                  gemaakt van deze voorziening;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="d.">
                                                  <al>indien naar het oordeel van het dagelijks
                                                  bestuur de voorziening onvoldoende</al>
                                                  <al>bijdraagt aan een snelle
                                                  arbeidsinschakeling.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Paragraaf 4. Voorzieningen voor
                                                  participatie</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 9 Werken met behoud van uitkering</al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan aan
                                                  uitkeringsgerechtigden ter bevordering van de
                                                  arbeids-</al>
                                                  <al>inschakeling een tijdelijke stage- of
                                                  werkervaringsplaats aanbieden zonder dat dit
                                                  gevolgen heeft voor het recht op uitkering.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan hiervoor nadere
                                                  regels stellen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 10 Vrijwilligerswerk</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan aan
                                                  uitkeringsgerechtigden vrijwilligerswerk aanbieden
                                                  of toestaan.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Voor het verrichten van vrijwilligerswerk kan
                                                  het dagelijks bestuur een onkostenvergoeding
                                                  verstrekken tot het wettelijk maximum per
                                                  jaar.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 11 Onbeloonde maatschappelijke nuttige
                                                  werkzaamheden</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan
                                                  uitkeringsgerechtigden verplichten onbeloonde
                                                  maatschappelijk nuttige werkzaamheden te
                                                  verrichten naast of in aanvulling op reguliere
                                                  arbeid en die niet leiden tot verdringing op de
                                                  arbeidsmarkt.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur bepaalt aan de hand van
                                                  de individuele omstandigheden en de beschikbare
                                                  onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten,
                                                  de aard, duur en omvang van de desbetreffende
                                                  activiteiten.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan hiervoor nadere
                                                  regels stellen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 12 Sociale activering</al>
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan aan
                                                  uitkeringsgerechtigden als onderdeel van het
                                                  participatietraject activiteiten aanbieden in het
                                                  kader van sociale activering.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 13 Scholing of scholing/opleiding bij
                                                  additionele arbeid</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan een vorm van
                                                  scholing aanbieden gericht op
                                                  arbeidsinschakeling.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>In afwijking van het eerste lid moet het
                                                  dagelijks bestuur aan een alleenstaande ouder die
                                                  niet beschikt over een startkwalificatie en met
                                                  een ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in
                                                  artikel 9a WWB een scholingsaanbod doen dat de
                                                  toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar
                                                  het oordeel van het dagelijks bestuur een
                                                  dergelijke scholing of opleiding de krachten of
                                                  bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven
                                                  gaat.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>In afwijking van het eerste lid moet het
                                                  dagelijks bestuur aan een uitkeringsgerechtigde
                                                  die niet beschikt over een startkwalificatie
                                                  binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde
                                                  additionele werkzaamheden als bedoeld in artikel
                                                  10a WWB een vorm van scholing of opleiding
                                                  aanbieden, indien dit kan bijdragen aan vergroting
                                                  van de kans op inschakeling in het arbeidsproces,
                                                  tenzij naar het oordeel van het dagelijks bestuur
                                                  een dergelijke scholing of opleiding de krachten
                                                  of bekwaamheden van de uitkeringsgerechtigde te
                                                  boven gaat.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="4.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan hiervoor nadere
                                                  regels stellen. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Paragraaf 5. Inkomstenvrijlating en premies </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 14 Inkomstenvrijlating</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan besluiten tot
                                                  vrijlating van inkomsten uit arbeid tot 25% van
                                                  die inkomsten tot het wettelijk vastgesteld
                                                  maximum per maand, gedurende ten hoogste een
                                                  periode van zes aaneengesloten maanden. </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels
                                                  vaststellen over de voorwaarden waaronder hij
                                                  oordeelt dat het werk bijdraagt aan de
                                                  arbeidsinschakeling van de
                                                  uitkeringsgerechtigde.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 15 Aanvullende inkomensvrijlating voor
                                                  alleenstaande ouders</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur is op grond van artikel
                                                  31, tweede lid onder r, WWB bevoegd inkomsten uit
                                                  arbeid tot 12,5% van die inkomsten tot het
                                                  wettelijk vastgesteld maximum per maand vrij te
                                                  laten gedurende een aaneengesloten periode van
                                                  maximaal 30 maanden.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan hiervoor nadere
                                                  regels vaststellen. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 16 Premies algemeen</al>
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan aan een werkgever,
                                                  die personen - die behoren tot de doelgroep -
                                                  duurzaam tewerkstelt, een premie verstrekken tot
                                                  een maximum van € 2.500. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 17 Activeringspremies</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur is op grond van artikel
                                                  31, tweede lid onder j, WWB bevoegd aan
                                                  uitkeringsgerechtigden een één- of tweemalige
                                                  activeringpremie te verstrekken tot het wettelijk
                                                  vastgestelde maximum, indien dit naar het oordeel
                                                  van het dagelijks bestuur bijdraagt aan de
                                                  arbeidsinschakeling.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Alvorens hiertoe over te gaan stelt het
                                                  dagelijks bestuur nadere regels vast over het
                                                  gebruik en de hoogte van de hier bedoelde
                                                  premie.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur verstrekt aan
                                                  uitkeringsgerechtigden die onbeloonde additionele
                                                  werk- zaamheden verrichten conform artikel 10a,
                                                  zesde lid, WWB een activeringspremie. </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="4.">
                                                  <al>Het recht op een premie als bedoeld in het
                                                  derde lid wordt elke zes maanden beoordeeld.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="5.">
                                                  <al>De premie wordt geweigerd indien bij de
                                                  beoordeling blijkt dat de uitkeringsgerechtigde de
                                                  aan de onbeloonde additionele werkzaamheden
                                                  verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes
                                                  maanden heeft geschonden.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="6.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur stelt bij nadere regels
                                                  de hoogte van de premie vast. De premie voor
                                                  onbeloonde additionele werkzaamheden als bedoeld
                                                  in artikel 10a WWB mag telkens niet meer bedragen
                                                  dan € 300.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 18 Voorzieningen voor jongeren</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>De voorzieningen en incentives als bedoel in
                                                  de artikelen 10, 14,15, en 17 van deze verordening
                                                  zijn niet van toepassing op de
                                                  arbeidsinschakelingen van jongeren.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Hoofdstuk 3. Wet Inburgering (Wi)</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Paragraaf 1. De informatieverstrekking</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 19 De informatieverstrekking aan
                                                  inburgeringsplichtigen</al>
                                                  <al>Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat
                                                  de inburgeringsplichtigen op een doeltreffende en
                                                  doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                                  rechten en plichten uit hoofde van de Wi en over
                                                  het aanbod van en de toegang tot
                                                  inburgeringsvoorzieningen en
                                                  taalkennisvoorzieningen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Paragraaf 2. Samenstelling van de
                                                  inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 20 Inburgeringsaanbod</al>
                                                  <al>Het dagelijks bestuur biedt een
                                                  inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                                                  aan aan de inburgeringsplichtige bedoeld in
                                                  artikel X, derde lid, van de Wet van 13 september
                                                  2012, te weten:</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>de houder van een verblijfsvergunning als
                                                  bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet
                                                  2000; </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>de geestelijk bedienaar, bedoeld in artikel 1,
                                                  onderdeel g van de Wi, die geen oudkomer is als
                                                  bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wi; </al>
                                                  <al>voor zover deze vóór 1 januari 2013
                                                  inburgeringsplichtig is geworden.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 21 De samenstelling van de
                                                  inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur stemt de
                                                  inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                                                  aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 20
                                                  onder a af op het startniveau en de vaardigheden,
                                                  de persoonlijke omstandigheden en de
                                                  maatschappelijke positie van de
                                                  inburgeringsplichtige.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Indien de inburgeringsplichtige bedoeld in
                                                  artikel 20 onder a een voorziening gericht op de
                                                  arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het
                                                  dagelijks bestuur er zorg voor dat de
                                                  inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht
                                                  op arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>Aan de inburgeringsplichtige bedoeld in
                                                  artikel 20 onder a biedt het dagelijks bestuur
                                                  maatschappelijke begeleiding aan.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="4.">
                                                  <al>Een inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening kan, naast datgene wat in de
                                                  Wi is geregeld, een of meer van de volgende
                                                  onderdelen bevatten:</al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>trajectbegeleiding in het kader van de
                                                  re-integratie naar de arbeidsmarkt.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>voortgangsgesprekken gedurende het
                                                  inburgeringstraject. </al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="5.">
                                                  <al>De voorzieningen zoals bedoeld in artikel 8
                                                  kunnen onderdeel uitmaken van de
                                                  inburgerings-voorziening of
                                                  taalkennisvoorziening.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="6.">
                                                  <al>Onverminderd het vierde en vijfde lid kan de
                                                  inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                                                  tevens omvatten:</al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>de noodzakelijke kosten samenhangende met de
                                                  deelname aan die voorziening; </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>de kosten ter bepaling van de noodzakelijkheid
                                                  en inhoud van die voorziening.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 22 Het persoonlijk inburgeringsbudget
                                                  </al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur behandelt het verzoek
                                                  van de inburgeringsplichtige om in aanmerking te
                                                  komen voor een voorziening in de vorm van een
                                                  persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende
                                                  wijze:</al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>de inburgeringsplichtige kan mondeling of
                                                  schriftelijk verzoeken om een persoonlijk
                                                  inburgeringsbudget; </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>het dagelijks bestuur treedt met de
                                                  inburgeringsplichtige in overleg over in ieder
                                                  geval de criteria en procedure die gelden bij een
                                                  persoonlijk inburgeringsbudget; </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="c.">
                                                  <al>de inburgeringsplichtige kan zes weken de tijd
                                                  krijgen om een schriftelijk inburgeringsprogramma
                                                  in te dienen bij het dagelijks bestuur;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="d.">
                                                  <al>het dagelijks bestuur neemt na indiening van
                                                  het inburgeringsprogramma binnen acht weken een
                                                  beslissing of een persoonlijk inburgeringsbudget
                                                  wordt toegekend. </al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan het door de
                                                  inburgeringsplichtige ingediende
                                                  inburgeringsprogram-ma goedkeuren indien:</al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>het inburgeringsprogramma naar het oordeel van
                                                  het dagelijks bestuur passend is om: </al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="i.">
                                                  <al>de inburgeringsplichtige toe te leiden naar
                                                  het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands
                                                  als tweede taal I of II; of </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="ii.">
                                                  <al>de inburgeringsplichtige de kennis van de
                                                  Nederlandse taal te laten verwerven die
                                                  noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                                                  mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en </al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>de reguliere inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening naar het oordeel van het
                                                  dagelijks bestuur niet of onvoldoende aansluit op
                                                  de behoefte van de inburgerings-plichtige en;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="c.">
                                                  <al>het inburgeringsprogramma naar het oordeel van
                                                  het dagelijks bestuur voldoende concreet en
                                                  haalbaar is voor de desbetreffende
                                                  inburgeringsplichtige en;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="d.">
                                                  <al>de kosten naar het oordeel van het dagelijks
                                                  bestuur aanvaardbaar zijn.</al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>Indien het dagelijks bestuur de
                                                  inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                                                  in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
                                                  toekent, sluit het dagelijks bestuur een
                                                  overeenkomst met het inburgeringsbedrijf. </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="4.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels
                                                  stellen omtrent het persoonlijk
                                                  inburgeringsbudget.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 23 De inning van de eigen bijdrage
                                                  </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23,
                                                  tweede lid, van de Wi wordt in ten hoogste zes
                                                  termijnen betaald door de inburgeringsplichtige.
                                                  </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur legt in de beschikking
                                                  tot toekenning van een inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening de in het eerste lid
                                                  bedoelde termijnen van betaling vast. Indien het
                                                  dagelijks bestuur de eigen bijdrage verrekent met
                                                  de algemene bijstand wordt dat in de beschikking
                                                  vastgelegd. </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan over de inning van
                                                  de eigen bijdrage nadere regels stellen.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="4.">
                                                  <al>De vrijwillige inburgeraar is geen eigen
                                                  bijdrage als bedoeld in artikel 24e, eerste en
                                                  tweede lid, van de Wi verschuldigd.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 24 Opleggen van verplichtingen</al>
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan een
                                                  inburgeringsplichtige bedoeld in artikel X, eerste
                                                  t/m derde lid, van de Wet van 13 september 2012,
                                                  bij beschikking een of meer van de volgende
                                                  verplichtingen opleggen: </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>het deelnemen aan de aangeboden
                                                  inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>het deelnemen aan gesprekken met de
                                                  trajectbegeleider;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="c.">
                                                  <al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="d.">
                                                  <al>voor de eerste maal deelnemen aan het
                                                  inburgeringsexamen of Staatsexamen Nederlands als
                                                  tweede taal I of II op een tijdstip dat door het
                                                  dagelijks bestuur wordt bepaald;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="e.">
                                                  <al>het melden indien door ziekte dan wel door
                                                  andere relevante omstandigheden niet aan de
                                                  verplichtingen in de beschikking kan worden
                                                  voldaan;</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="f.">
                                                  <al>overige verplichtingen die de
                                                  inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                                                  kunnen ondersteunen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Paragraaf 3. Het aanbod van een
                                                  inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 25 De procedure van het doen van een
                                                  aanbod</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur doet het aanbod, bedoeld
                                                  in artikel X, derde lid, van de Wet van 13
                                                  september 2012 juncto artikel 19, eerste lid of
                                                  tweede lid, van de Wi mondeling of schriftelijk.
                                                  </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven
                                                  van de inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening die wordt aangeboden en
                                                  worden de rechten en verplichtingen vermeld die
                                                  aan de inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening worden verbonden. </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 20
                                                  aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen vier
                                                  weken aan het dagelijks bestuur mee of hij het
                                                  aanbod al dan niet aanvaardt. </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="4.">
                                                  <al>Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in
                                                  artikel 20 het aanbod aanvaardt, neemt het
                                                  dagelijks bestuur binnen acht weken na ontvangst
                                                  van deze mededeling het besluit tot toekenning van
                                                  de inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening, overeenkomstig het gedane
                                                  aanbod. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Paragraaf 4. De bestuurlijke boete en de
                                                  gevolgen van niet nakoming van de overeenkomst </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 26 De hoogte van de bestuurlijke
                                                  boetes voor de verschillende overtredingen door de
                                                  inburgeringsplichtige</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste €
                                                  250 indien de inburgeringsplichtige of de persoon
                                                  ten aanzien van wie het dagelijks bestuur op
                                                  redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                                  inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende
                                                  medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in
                                                  artikel X, tweede en derde lid, van de Wet van 13
                                                  september 2012 juncto artikel 25, vierde lid, van
                                                  de Wi. </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste €
                                                  500 indien de inburgeringsplichtige geen of
                                                  onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering
                                                  van de voor hem vastgestelde
                                                  inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening,
                                                  bedoeld in artikel X, tweede en derde lid, van de
                                                  Wet van 13 september 2012 juncto artikel 23,
                                                  eerste lid, van de Wi of aan de verplichtingen,
                                                  bedoeld in artikel 24 van deze verordening.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="3.">
                                                  <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste €
                                                  500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de
                                                  in artikel X, tweede en derde lid, van de Wet van
                                                  13 september 2012 juncto artikel 7, eerste lid,
                                                  van de Wi bedoelde termijn of binnen de door het
                                                  dagelijks bestuur op grond van artikel X, tweede
                                                  en derde lid, van de Wet van 13 september 2012
                                                  juncto artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de
                                                  Wi verlengde termijn het inburgeringsexamen of het
                                                  staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II
                                                  heeft behaald. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 27 Verhoging van de bestuurlijke boete
                                                  bij herhaling van de overtreding door de </al>
                                                  <al> inburgeringsplichtige</al>
                                                  <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste €
                                                  1000 indien de inburgeringsplichtige niet binnen
                                                  de door het dagelijks bestuur op grond van artikel
                                                  X, tweede en derde lid, van de Wet van 13
                                                  september 2012 juncto artikel 32 of 33 van de Wi
                                                  vastgestelde termijn het inburgeringsexamen of het
                                                  staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II
                                                  heeft behaald. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 28 De gevolgen van niet nakoming van
                                                  de overeenkomst door de vrijwillige
                                                  inburgeraar</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Indien de vrijwillige inburgeraar de
                                                  verplichtingen die zijn neergelegd in de in
                                                  artikel X, vijfde lid, van de Wet van 13 september
                                                  2012 juncto artikel 24d,tweede lid, en artikel 24f
                                                  van de Wi bedoelde overeenkomst niet, of
                                                  onvoldoende nakomt, kan het dagelijks
                                                  bestuur:</al>
                                                  <lijst>
                                                  <li nr="a.">
                                                  <al>de inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening beëindigen en de
                                                  overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen
                                                  indien de vrijwillige inburgeraar – ook na
                                                  aanmaning/ingebrekestelling – de overeenkomst niet
                                                  of onvoldoende nakomt.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="b.">
                                                  <al>de kosten van de inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening op de vrijwillige
                                                  inburgeraar verhalen; </al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="c.">
                                                  <al>de bijstand verlagen op grond van artikel 18,
                                                  tweede lid, van de WWB en de in artikel 8, eerste
                                                  lid aanhef en sub b, van de WWB bedoelde
                                                  verordening wanneer de vrijwillige inburgeraar
                                                  bijstand als bedoeld in de WWB ontvangt. </al>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels
                                                  stellen betreffende de gevolgen van het niet of
                                                  onvoldoende nakomen van de overeenkomst als
                                                  bedoeld in artikel X, vijfde lid, van de Wet van
                                                  13 september 2012 juncto artikel 24d, tweede lid,
                                                  en artikel 24f van de Wi door de vrijwillige
                                                  inburgeraar.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Paragraaf 5. Overige bepalingen</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 29 Van overeenkomstige van toepassing
                                                  zijnde bepalingen </al>
                                                  <al>Artikel 2, tweede lid, en artikel 3 en 4 zijn
                                                  op dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing,
                                                  waarbij onder het begrip voorziening – in
                                                  afwijking van artikel 1 – wordt verstaan de
                                                  inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Hoofdstuk 4. Slotbepalingen</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 30 Toepassing verordening</al>
                                                  <al>Deze verordening wordt toegepast vanaf 1
                                                  januari 2013.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 31 Hardheidsclausule</al>
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan ten gunste van de
                                                  belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze
                                                  verordening, indien de toepassing hiervan leidt
                                                  tot onbillijkheden van overwegende aard.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 32 Situaties waarin deze verordening
                                                  niet voorziet</al>
                                                  <al>In gevallen, de uitvoering van deze
                                                  verordening betreffende, waarin deze verordening
                                                  niet voorziet, beslist het dagelijks bestuur.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 33 Inwerkingtreding</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="1.">
                                                  <al>Deze verordening treedt in werking op de dag
                                                  volgend op de bekendmaking van deze </al>
                                                  <al>verordening.</al>
                                                  </li>
                                                  <li nr="2.">
                                                  <al>Met de inwerkingtreding van deze verordening,
                                                  komt de “Verordening Participatie ISD Bollenstreek
                                                  2010” te vervallen. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 34 Citeertitel</al>
                                                  <al>Deze verordening kan worden aangehaald als de
                                                  “Participatieverordening ISD Bollenstreek
                                                  2013”.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering
                                                  van de raad van de gemeente …………., gehouden op
                                                  ,</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>de griffier, de voorzitter,</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Toelichting bij de Participatieverordening ISD
                                                  Bollenstreek 2013</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Algemeen</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Omdat re-integratie en inburgering met elkaar
                                                  zijn vervlochten, zijn deze beide taken
                                                  ondergebracht in één verordening. In de
                                                  verordening en de toelichting worden de beide
                                                  taakvelden – uit het oogpunt van
                                                  overzichtelijkheid – wel in afzonderlijke
                                                  hoofdstukken opgenomen. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Algemene toelichting WWB, Ioaw en Ioaz</al>
                                                  <al>De aanleiding voor deze verordening is
                                                  ondermeer de per 1 januari 2012 gewijzigde WWB.
                                                  Voor de huidige Participatieverordening brengt de
                                                  gewijzigde WWB het gevolg met zich mee dat deze
                                                  moet worden aangepast aan het feit dat de Wet
                                                  investeren in jongeren (WIJ) per 1 januari 2012 is
                                                  ingetrokken. De WIJ is opgegaan in (c.q.
                                                  samengevoegd met) de WWB.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Met de intrekking van de WIJ is ook van
                                                  rechtswege de Verordening Werkleeraanbod WIJ ISD
                                                  Bollenstreek vervallen. Voor de
                                                  arbeidsinschakeling vallen jongeren onder het
                                                  regime van de WWB en deze Participatieverordening. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Ook voor de IOAW en IOAZ geldt dat een
                                                  verordening opgesteld dient te worden. Deze
                                                  verordening is ook van toepassing voor deze
                                                  categorieën uitkeringsgerechtigden.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Ten opzichte van de huidige
                                                  participatieverordening zijn in de voorgestelde
                                                  verordening (omwille van de overzichtelijkheid)
                                                  ook diverse voorzieningen opgenomen die
                                                  grotendeels al voortvloeien uit de wet. In die zin
                                                  kan niet meer gezegd worden dat deze voorgestelde
                                                  Participatieverordening een vooral procedurele
                                                  verordening is, waarin vooral is vastgelegd op
                                                  welke wijze het beleid bepaald wordt, hoe de
                                                  verhouding tussen gemeenteraad (raden) en
                                                  dagelijks bestuur, is zoals voorheen. Het bevat nu
                                                  ook een aantal artikelen over de aanspraak op
                                                  voorzieningen, de inzet en de beëindiging ervan
                                                  enz.</al>
                                                  <al>Het overige wordt vastgelegd in een
                                                  uitvoeringsbesluit en een beleidsplan.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Algemene toelichting Wet inburgering / Wet tot
                                                  wijziging van de Wi van 13-9-2012</al>
                                                  <al>De tweede aanleiding voor deze verordening is
                                                  de wijziging van de Wet inburgering (Wi) per 1
                                                  januari 2013. Door de gewijzigde wet vervallen de
                                                  inburgeringstaken van gemeenten voor nieuwe
                                                  inburgeraars. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>De belangrijkste wijzigingen zijn: </al>
                                                  <al>1- De verantwoordelijkheid voor inburgering
                                                  wordt volledig bij de inburgeringsplichtige
                                                  gelegd. De inburgeringsplichtige bepaalt zelf hoe
                                                  hij aan zijn inburgeringsplicht voldoet. En hij
                                                  draagt daarvoor zelf de kosten. Daarmee vervalt de
                                                  plicht van gemeenten om voor
                                                  inburgeringsvoorzieningen en
                                                  taalkennisvoorzieningen te zorgen. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>2- De doelgroep Wi wordt beperkt tot
                                                  vreemdelingen die op of na de inwerkingtreding van
                                                  de gewijzigde Wi (1-1-2013) rechtmatig verblijf
                                                  krijgen in Nederland en (direct of later) een
                                                  verblijfs-vergunning voor bepaalde tijd krijgen
                                                  voor een niet-tijdelijk doel (asiel of
                                                  gezinsvorming/hereniging) of als geestelijke
                                                  bedienaar. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>3- De mogelijkheid voor gemeenten om
                                                  vrijwillige inburgeraars (EU-onderdanen en
                                                  genaturaliseerde Nederlanders) op grond van de Wi
                                                  een inburgeringsvoorziening aan te bieden vervalt.
                                                  Vrijwillige inburgeraars kunnen net als iedere
                                                  andere burger via het reguliere onderwijs de
                                                  noodzakelijke (taal)vaardigheid en kennis
                                                  verwerven om volledig deel te kunnen nemen aan de
                                                  samenleving. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>4- Het vervallen van bovengenoemde
                                                  bevoegdheden van gemeenten en het verschuiven van
                                                  de resterende bevoegdheden van gemeenten naar de
                                                  Minister van Binnenlandse Zaken en </al>
                                                  <al>Koninkrijksrelaties (BZK). </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>5- Vanaf 1 januari 2013 ontvangen gemeenten
                                                  per nieuwe inburgeringsplichtige asielgerechtigde
                                                  van de regering een eenmalige bijdrage van € 1000.
                                                  (Dat bedrag is tijdelijk verhoogd naar € 2000 voor
                                                  inburgeringsplichtige asielgerechtigden en
                                                  inburgeringsplichtige nareizende gezinsleden die
                                                  gedurende 2013 hun verblijfsvergunning krijgen). </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Gemeenten blijven echter –in het kader van het
                                                  overgangsrecht– enkele taken houden:</al>
                                                  <al>1- gemeenten moeten diegenen die al een aanbod
                                                  hebben gehad en zich momenteel voorbereiden op het
                                                  inburgeringsexamen in staat stellen dit voort te
                                                  zetten en het examen af te leggen; </al>
                                                  <al>2- gemeenten moeten handhaven dat de
                                                  inburgeraars die vóór 1 januari 2013
                                                  inburgeringsplichtig zijn geworden voldoen aan hun
                                                  inburgeringsplicht; </al>
                                                  <al>3- gemeenten moeten een
                                                  inburgeringsvoorziening aanbieden aan
                                                  asielgerechtigden en geestelijke bedienaren die
                                                  vóór 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn
                                                  geworden maar nog geen aanbod hebben gehad voor
                                                  die datum. Daarbij blijft ongewijzigd dat voor
                                                  asielgerechtigde inburgeringsplichtigen een </al>
                                                  <al>inburgeringsvoorziening of een
                                                  taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke
                                                  begeleiding </al>
                                                  <al>(artikel 19, zesde lid, van de Wi) bestaat. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>De verantwoordelijkheden/taken die gemeenten
                                                  op grond van dit overgangsrecht houden voor de
                                                  ‘oude’ inburgeraars, worden geregeld in deze
                                                  verordening.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikelsgewijze toelichting</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al>
                                                  <al>In lid 1wordt bij het beschrijven van de
                                                  begrippen die in de verordening voorkomen zoveel
                                                  als mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen
                                                  uit de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet
                                                  inburgering (Wi), de Wet van 13 september 2012 tot
                                                  wijziging van de Wet inburgering en enkele andere
                                                  wetten in verband met de versterking van de eigen
                                                  verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige
                                                  (Stb. 2012, 430) en de daarop berustende
                                                  regelingen (het Besluit inburgering en de Regeling
                                                  inburgering), en de Algemene wet bestuursrecht
                                                  (Awb). Daar waar mogelijk wordt naar de
                                                  betreffende artikelen in de WWB, de Wi of de Wet
                                                  van 13 september 2012 (Stb. 2012, 430)
                                                  verwezen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 2 Opdracht aan dagelijks bestuur</al>
                                                  <al>Lid 1</al>
                                                  <al>De WWB geeft aan het dagelijks bestuur de
                                                  verantwoordelijkheid voor het bieden van
                                                  ondersteuning en een voldoende gevarieerd aanbod
                                                  van voorzieningen aan de doelgroep. De leden van
                                                  de doelgroep moeten in de ISD gemeenten woonachtig
                                                  zijn. Hoewel leden van de doelgroep aanspraak
                                                  kunnen maken op ondersteuning is er geen
                                                  afdwingbaar recht op ondersteuning op de manier
                                                  zoals belanghebbende het zich bij voorkeur zou
                                                  wensen.</al>
                                                  <al>Lid 2</al>
                                                  <al>Het dagelijks bestuur kan bij het bepalen van
                                                  het aanbod van voorzieningen prioriteiten stellen
                                                  in verband met de financiële mogelijkheden en met
                                                  maatschappelijke, economische en conjuncturele
                                                  ontwikkelingen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 3 Beleidsplan</al>
                                                  <al>Lid 1</al>
                                                  <al>De doelstellingen en de daarmee beoogde
                                                  resultaten worden in een beleidsplan vastgelegd.
                                                  In het kader van het duale stelsel wordt dit
                                                  beleidsplan vastgesteld door het dagelijks
                                                  bestuur.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Lid 2</al>
                                                  <al>Het tweede lid biedt de basis voor de
                                                  verantwoording van het beleid. </al>
                                                  <al>Deze verantwoording kan onderdeel uitmaken van
                                                  het programmaverslag. Het programmaverslag maakt
                                                  onderdeel uit van de haarrekening, waarin door de
                                                  ISD verantwoording wordt afgelegd over de
                                                  beleidsuitvoering van het afgelopen kalenderjaar
                                                  en dat door het dagelijks bestuur uiterlijk 1 mei
                                                  volgend op het jaar van de uitvoering ter
                                                  vaststelling aan het algemeen bestuur wordt
                                                  aangeboden onder gelijktijdige toezending aan de
                                                  ISD gemeenteraden.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 4 Subsidieplafonds en plafonds
                                                  betreffende voorzieningen</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Leden 1 en 2</al>
                                                  <al>De gemeente (ISD) kan, om de financiële
                                                  risico’s te beheersen, een verdeling maken van de
                                                  middelen over de verschillende voorzieningen. Dit
                                                  kan in het beleidsplan gebeuren (zie artikel 3 van
                                                  deze verordening). Een subsidieplafond geldt voor
                                                  voorzieningen die subsidies inhouden. Het tweede
                                                  lid creëert daarom tevens de mogelijkheid om een
                                                  plafond in te stellen voor het aantal personen dat
                                                  in aanmerking kan komen. Hierbij kan bijvoorbeeld
                                                  gedacht worden aan het maximeren van het aantal
                                                  re-integratie- en participatiebanen. Een
                                                  subsidieplafond dient wel bekend gemaakt te worden
                                                  vóór de periode waarvoor deze geldt (art. 4:27 lid
                                                  1 Awb). </al>
                                                  <al>Lid 3</al>
                                                  <al>De WWB stelt dat het ontbreken van financiële
                                                  middelen geen reden kan zijn voor de afwijzing van
                                                  een aanvraag. De gemeente (ISD) dient dan na te
                                                  gaan welke alternatieven er beschikbaar zijn. Dit
                                                  houdt dus in dat er geen algemeen plafond
                                                  ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per
                                                  voorziening een plafond wordt ingebouwd; dit laat
                                                  de mogelijkheid open dat er op een ander vlak aan
                                                  de aanvrager wel ondersteuning kan worden
                                                  geboden.</al>
                                                  <al>Bij dit artikel wordt uitgegaan van de
                                                  bevoegdheid van het dagelijks bestuur om plafonds
                                                  in te stellen. Een mogelijkheid is dat bij de
                                                  vaststelling van de plafonds wordt verwezen naar
                                                  de bedragen die in het beleidsplan of in de
                                                  begroting voor de verschillende voorzieningen
                                                  worden gereserveerd.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 5 Aanspraak op ondersteuning</al>
                                                  <al>Leden 1 en 2</al>
                                                  <al>De WWB stelt niet zo expliciet dat de
                                                  aanspraak op voorzieningen in de verordening
                                                  geregeld moet worden. Immers, het is ook al in de
                                                  WWB zelf geregeld. Omwille van de
                                                  overzichtelijkheid worden deze voorzieningen toch
                                                  in de verordening weergegeven.</al>
                                                  <al>Meer in abstracte zin geeft dit artikel ook de
                                                  reikwijdte van de ondersteuning weer. Deze kan
                                                  zowel preventief (behoud van arbeid) als curatief
                                                  (verwerven van arbeid) van aard zijn. Dit houdt in
                                                  dat het dagelijks bestuur ook ondersteuning kan
                                                  inzetten om (terug)val in de bijstand te
                                                  voorkomen. </al>
                                                  <al>Ondersteuning wordt geboden door het aanbieden
                                                  van een traject, waarbij zo nodig voorzieningen
                                                  worden ingezet of door het bieden van praktische
                                                  hulp, advies of doorverwijzing naar andere
                                                  instanties.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 6 Uitbreiding doelgroep</al>
                                                  <al>Leden 1 en 2</al>
                                                  <al>Onder de Wet Participatiebudget is de
                                                  doelgroep aanmerkelijk uitgebreid. Deze beperkt
                                                  zich niet alleen tot de doelgroepen van de drie
                                                  materiewetten (WWB, Wi en WEB), maar tot de
                                                  doelgroep behoort iedere Nederlander of daarmee
                                                  gelijkgestelde van 18 jaar en ouder en onder
                                                  voorwaarden ook 16-en 17-jarigen. Daarbij wordt
                                                  geen onderscheid gemaakt tussen
                                                  uitkeringsgerechtigden of werkenden. Door de
                                                  systematiek van de verordening kan het dagelijks
                                                  bestuur bij uitvoeringsbesluit</al>
                                                  <al>op een eenvoudige en snelle wijze bepalen
                                                  welke doelgroepen naast de expliciet in de
                                                  verordening gedefinieerde ook aanspraak hebben op
                                                  ondersteuning.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 7 Verplichtingen doelgroep, verlaging
                                                  van de uitkering en terugvordering</al>
                                                  <al>Lid 5</al>
                                                  <al>Voor Nuggers, Anw-ers en personen in
                                                  gesubsidieerde arbeid kan de gemeente (ISD) de
                                                  uitkering niet verlagen als maatregel. Daarom is
                                                  in het vijfde lid de mogelijkheid opgenomen dat in
                                                  die gevallen het dagelijks bestuur (een deel van)
                                                  de kosten bij de betrokken persoon in rekening kan
                                                  brengen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 8 Algemene bepalingen over
                                                  voorzieningen</al>
                                                  <al>Lid 2</al>
                                                  <al>In het tweede lid wordt wederom de reikwijdte
                                                  van het palet aan voorzieningen aangegeven. </al>
                                                  <al>Onderdeel a. spreekt zowel over het verwerven
                                                  als behouden van arbeid, waarmee wordt aange-geven
                                                  dat ook voorzieningen kunnen worden ingezet in de
                                                  preventieve sfeer.</al>
                                                  <al>Onderdeel b. spreekt over voorzieningen ter
                                                  verbetering of behouden van de positie op de
                                                  arbeids-markt of binnen de maatschappij. Gedacht
                                                  kan dan onder meer worden aan leerwerktrajecten en
                                                  scholingen, maar ook aan een resocialisatie
                                                  traject, wanneer een sociaal isolement
                                                  dreigt.</al>
                                                  <al>Onderdeel c. meldt voorzieningen om
                                                  belemmeringen weg te nemen. Daarbij kan onder meer
                                                  worden gedacht aan een
                                                  schulddienstverleningstraject, voor zover is
                                                  vastgesteld dat de schulden een belemmering binnen
                                                  de verdere arbeidintegratie van betrokkene vormen.
                                                  Onderdeel d. beidt de mogelijkheid om
                                                  wachtlijsttrajecten voor Wsw-geïndiceerden die tot
                                                  de doel-groep behoren vorm te geven en onderdeel
                                                  e. spreekt voor zich. </al>
                                                  <al>In de WWB zijn t.a.v. gesubsidieerde arbeid
                                                  verder geen specifieke eisen opgenomen. Ondanks
                                                  het vervallen van de landelijke regelgeving op dit
                                                  punt blijft de Europese regelgeving gelden. Op
                                                  grond van de EU-regelgeving worden
                                                  overheidssubsidies onder bepaalde omstandigheden
                                                  aangemerkt als staatssteun. In de in de aanhef van
                                                  de verordening aangehaalde beleidsaanbeveling is
                                                  ondermeer aangeven in welke situaties
                                                  loonkostensubsidie buiten de Europese regelgeving
                                                  vallen. </al>
                                                  <al>De beleidsaanbeveling is vooral bedoeld om de
                                                  administratieve last te beperken. Door de
                                                  beleids-aanbeveling in de verordening op deze
                                                  wijze te incorporeren, hoeft de subsidieregeling
                                                  niet ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de
                                                  Europese Commissie en hoeft er geen samenvatting
                                                  van de regeling aan de Commissie te worden
                                                  toegestuurd.</al>
                                                  <al>Lid 3</al>
                                                  <al>in het derde lid wordt het palet aan
                                                  voorzieningen nog uitgebreid met voorzieningen die
                                                  bepaalde met de arbeidsinschakeling noodzakelijk
                                                  verbandhoudende kosten kunnen dekken. </al>
                                                  <al>Onderdeel a. ziet daarbij vooral op de kosten
                                                  die de betrokkene moet maken om deel te kunnen
                                                  nemen aan de voorziening. Denk daarbij aan
                                                  reiskosten, kosten voor kinderopvang of zelfs –
                                                  indien noodzakelijk – verhuiskosten.</al>
                                                  <al>Onderdeel b. ziet op de kosten die
                                                  noodzakelijkerwijs moeten worden gemaakt om de
                                                  aard en omvang van de eventueel in te zetten
                                                  voorziening te bepalen. Denk hierbij onder meer
                                                  aan een assessment.</al>
                                                  <al>Onderdeel c. ziet tenslotte op kosten in
                                                  verband met de loonvormende arbeid. Gedacht moet
                                                  dan worden aan de werkgeverskosten die
                                                  rechtstreeks verband hebben met de
                                                  arbeidsinschakeling activiteiten van een persoon
                                                  uit de doelgroep. </al>
                                                  <al>Lid 4 </al>
                                                  <al>Het vierde lid geeft aan dat het dagelijks
                                                  bestuur een voorziening kan beëindigen en in welke
                                                  gevallen zij dat kan doen. Onder beëindigen wordt
                                                  hierbij ook verstaan het opzeggen van een
                                                  arbeidsovereen-komst bij een detacheringsbaan. Bij
                                                  deze laatste wijze van beëindigen dienen
                                                  vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit
                                                  het arbeidsrecht en de eventueel aanwezige
                                                  rechtspositieregeling in acht te worden
                                                  genomen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 9 Werken met behoud van uitkering</al>
                                                  <al>De doelstelling van dit artikel is leer- en
                                                  werkervaringsprojecten mogelijk te maken zonder
                                                  dat dit financiële gevolgen heeft voor
                                                  uitkeringsgerechtigden. Hierbij kan gedacht worden
                                                  aan stageplaatsen waardoor een opleiding door
                                                  praktijkervaring ondersteund kan worden. Een
                                                  dergelijke ervaringsplaats vormt een eerste fase
                                                  in een traject naar regulier werk.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 10 Vrijwilligerswerk</al>
                                                  <al>Lid 1</al>
                                                  <al>Vrijwilligerswerk met behoud van uitkering kan
                                                  een nuttig instrument zijn om werkritme op te doen
                                                  of te laten behouden. Het kan ingezet worden (of
                                                  toegestaan worden) als uitstroom naar algemeen
                                                  geaccepteerde arbeid niet mogelijk is, of als dat
                                                  pas op middellange of lange termijn mogelijk is. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Wat is vrijwilligerswerk</al>
                                                  <al>Vrijwilligerswerk heeft een aantal essentiële
                                                  kenmerken, het is werk dat:</al>
                                                  <al>• Onbetaald is en in sommige gevallen
                                                  onverplicht</al>
                                                  <al>• In georganiseerd verband plaatsvindt</al>
                                                  <al>• Ten behoeve van anderen of de samenleving
                                                  wordt verricht</al>
                                                  <al>• Een verplicht karakter kan hebben door
                                                  verbonden te zijn aan de WWB?IOAW?IOAZ
                                                  uitkering</al>
                                                  <al>Georganiseerd verband wordt genoemd om
                                                  vrijwilligerswerk te onderscheiden van zgn.
                                                  informele activiteiten bv hulp aan de buren of
                                                  zorg voor een ziek familielid (mantelzorg).</al>
                                                  <al>Lid 2</al>
                                                  <al>Voor het verrichten van vrijwilligerswerk kan
                                                  het dagelijks bestuur een onkostenvergoeding
                                                  verstrekken tot het in de WWB omschreven wettelijk
                                                  maximum per jaar. Deze vergoeding is onbelast en
                                                  heeft geen negatieve effecten ten aanzien van
                                                  aanspraken op inkomensafhankelijke regelingen.
                                                  Deze onkostenvergoeding wordt overeenkomstig
                                                  artikel 31 lid 2 sub k WWB niet gerekend tot de
                                                  middelen van belanghebbende.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 11 Onbeloonde maatschappelijke nuttige
                                                  werkzaamheden</al>
                                                  <al>De gemeente (ISD) kan op grond van artikel 9
                                                  WWB aan iemand die bijstand krijgt diverse
                                                  ver-plichtingen opleggen. Een hiervan is de plicht
                                                  tot het leveren van een tegenprestatie naar
                                                  vermogen (“iets terugdoen voor je uitkering”). De
                                                  bijstandsgerechtigde moet dan onbeloonde
                                                  maatschappelijk nuttige werkzaamheden verrichten.
                                                  Het dagelijks bestuur kan hier eigen regels over
                                                  maken. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 12 Sociale activering</al>
                                                  <al>Volgens de WWB dient ook sociale activering
                                                  uiteindelijk gericht te zijn op
                                                  arbeidsinschakeling. Voor bepaalde doelgroepen is
                                                  arbeidsinschakeling vooralsnog een te hoog
                                                  gegrepen doel. In het kader van sociale activering
                                                  en het voorkomen van sociaal isolement kan het
                                                  voor deze uitkeringsgerechtigden noodzakelijk zijn
                                                  om deel te nemen aan een andere activiteit.
                                                  Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het
                                                  volgen van een cursus en het deelnemen aan het
                                                  verenigingsleven.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 13 Scholing of scholing/opleiding bij
                                                  additionele arbeid</al>
                                                  <al>Lid 1</al>
                                                  <al>Uitgangspunt is de kortste weg naar uitstroom
                                                  naar reguliere algemeen geaccepteerde arbeid,
                                                  waaronder ook gesubsidieerde arbeid. Als het
                                                  vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet
                                                  lukt, komt pas scholing aan de orde. Bij de
                                                  beoordeling van scholing staat arbeidsrelevantie
                                                  voorop.</al>
                                                  <al>Lid 2</al>
                                                  <al>Het dagelijks bestuur dient bij voorrang de
                                                  re-integratie/participatieplicht voor
                                                  alleenstaande ouders zonder statkwalificatie, die
                                                  de volledige zorg hebben voor een of meer tot zijn
                                                  laste komende kinderen tot vijf jaar en die om
                                                  ontheffing van de arbeidsplicht hebben verzocht,
                                                  tenminste in te vullen met scholing of opleiding
                                                  die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, mits
                                                  dit niet de krachten of bekwaamheden van de
                                                  alleenstaande ouder te boven gaat. Welke scholing
                                                  in individuele gevallen zal worden aangeboden is
                                                  afhankelijk van de individuele omstandigheden en
                                                  wordt bepaald door het dagelijks bestuur in
                                                  samenspraak met de alleenstaande ouder.</al>
                                                  <al>Lid 3</al>
                                                  <al>Wanneer de uitkeringsgerechtigde niet beschikt
                                                  over een startkwalificatie staat dit veelal de
                                                  duurzame arbeidsinschakeling in de weg. In artikel
                                                  10a vijfde lid, WWB wordt bepaald dat scholing of
                                                  opleiding onderdeel uit moet maken van een
                                                  participatieplaats en dat gemeenten de plicht
                                                  hebben scholing of opleiding aan te bieden aan
                                                  betrokkenen zonder startkwalificatie op een
                                                  participatieplaats. Deze scholing moet gericht
                                                  zijn op het vergroten van de kansen op de
                                                  arbeidsmarkt. Er hoeft geen scholing of opleiding
                                                  aangeboden te worden indien deze naar het oordeel
                                                  van het college (dagelijks bestuur) niet bijdraagt
                                                  aan de kansen op de arbeidsmarkt. Onder scholing
                                                  of opleiding vallen al die vormen van onderricht
                                                  die de kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Het
                                                  dagelijks bestuur kan nader regels hieromtrent
                                                  stellen. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Het (niet) aanbieden van scholing door het
                                                  dagelijks betuur is overigens géén besluit in de
                                                  zin van de Awb. In de wet wordt namelijk gesproken
                                                  over het aanbieden van scholing en niet van
                                                  vaststellen. Een aanbod sec is niet gericht op een
                                                  rechtsgevolg. </al>
                                                  <al>Verstrekking van de premie en verlenging van
                                                  de participatieplaats vloeien rechtstreeks voort
                                                  uit artikel 10a WWB en hebben daarmee wel een
                                                  zelfstandig rechtsgevolg en zijn dus wel een
                                                  besluit in de zin van de Awb.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 14 Inkomstenvrijlating</al>
                                                  <al>Het dagelijks bestuur is bevoegd de inkomsten
                                                  van uitkeringsgerechtigden die in deeltijd werken
                                                  voor een deel vrij te laten. De vrijlating wordt
                                                  in artikel 31, tweede lid, sub n WWB beperkt tot
                                                  het individueel toe te kennen recht van maximaal 6
                                                  maanden vrijlating en bedraagt maximaal 25% van de
                                                  inkomsten per maand, met een maximum van een
                                                  jaarlijks te indexeren door het Rijk vastgesteld
                                                  bedrag.</al>
                                                  <al>Er kan een lagere vrijlating dan de maximale
                                                  worden toegekend. Individueel moet zijn
                                                  vastgesteld, dat deeltijdwerk bevorderlijk is voor
                                                  de re-integratie (participatie) van betrokkene.
                                                  Doel hiervan is om mensen met een uitkering te
                                                  stimuleren een gehele of gedeeltelijke baan te
                                                  accepteren. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 15 Aanvullende inkomstenvrijlating
                                                  voor alleenstaande ouders</al>
                                                  <al>Alleenstaande ouders kunnen een beroep doen op
                                                  de verlengde vrijlating van 12,5% van de
                                                  arbeidsinkomsten tot een wettelijk vastgesteld
                                                  maximum bedrag per maand voor een maximale periode
                                                  van 30 maanden overeenkomstig en onder de
                                                  voorwaarden van artikel 31, tweede lid onderdeel
                                                  r, van de WWB.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Deze voorzieningen gelden niet voor jongeren.
                                                  Zie artikel 18 van deze verordening.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 16 Premies algemeen</al>
                                                  <al>Dit artikel biedt de ruimte premies aan
                                                  werkgevers te verstrekken. In dit artikel is een
                                                  maximum premie opgenomen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 17 Activeringspremies</al>
                                                  <al>Leden 1 en 2</al>
                                                  <al>In deze verordening is ervoor gekozen het
                                                  verstrekken van premies in algemene zin te
                                                  regelen.</al>
                                                  <al>De criteria en de doelgroepen worden
                                                  omschreven in beleidsregels ( met uitzondering
                                                  overigens van het bepaalde in leden 3 en volgende;
                                                  zie daarvoor hierna).</al>
                                                  <al>Deze premie is onbelast en telt dus ook niet
                                                  mee bij de toepassing van inkomensafhankelijke
                                                  regelingen.</al>
                                                  <al>Het premiebeleid is afgestemd op de
                                                  verschillende activiteiten die in het kader van
                                                  activering verricht worden. De hoogte van de
                                                  premie kan variëren en aan bepaalde activiteiten
                                                  kan in het geheel geen premie worden
                                                  verstrekt.</al>
                                                  <al>Leden 3 t/m 6</al>
                                                  <al>Artikel 8 van de WWB - verlangt van de
                                                  gemeenteraad dat zij regels stelt met betrekking
                                                  tot de hoogte van de premie bedoeld in artikel
                                                  10a, zesde lid, van de WWB. Daarbij vraagt artikel
                                                  8, tweede lid, van de WWB specifiek om regels te
                                                  stellen met betrekking tot de hoogte van de premie
                                                  in relatie tot de armoedeval. Daarnaast geeft de
                                                  Memorie van Toelichting aan dat deze regels tevens
                                                  kunnen zien op de hoogte van de premie in relatie
                                                  tot de inspanningen van de betrokkene. </al>
                                                  <al>In leden 3 tot en met 6 is voorzien in
                                                  regelgeving. Een regeling waarbij een relatie
                                                  wordt gelegd tussen de hoogte van de premie en de
                                                  inspanningen van betrokkene is – mede gelet op de
                                                  beperkte hoogte van de premie – achterwege
                                                  gelaten. </al>
                                                  <al>Er is verder specifiek voor gekozen om geen
                                                  daadwerkelijke regels met betrekking tot de hoogte
                                                  van de premie in relatie tot de armoedeval op te
                                                  nemen, anders dan dat deze premie maximaal telkens </al>
                                                  <al>€ 300 mag bedragen. Een premie van maximaal
                                                  dien aard vormt immers geen risico met betrekking
                                                  tot de armoedeval. Daartoe wordt ook steun
                                                  gevonden in de parlementaire behandeling, waarin
                                                  de staatssecretaris overwoog dat:</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>“de Nederlandse gemeenten op dit moment in het
                                                  kader van de Wet werk en bijstand – want daar
                                                  kennen wij dit instrument al – een praktijk kennen
                                                  van een gemiddelde premie van zo’n € 600 per
                                                  persoon die een baan vindt. Dat is geen bedrag
                                                  waarover je je heel veel zorgen moet maken ten
                                                  aanzien van armoedevaleffecten. Ten tweede geeft
                                                  deze aanpak op zichzelf geen aanleiding om andere
                                                  redenen te denken dat armoedevaleffecten zullen
                                                  optreden, omdat op deze manier iemand de
                                                  mogelijkheid krijgt om zowel horizontaal als
                                                  verticaal uit te stromen. Het horizontaal
                                                  uitstromen is uitstromen naar een inkomenspositie
                                                  die vergelijkbaar is met wat iemand heeft met
                                                  bijstand plus een premie. Hij moet die kans
                                                  grijpen, want als hij dat niet doet, is er alleen
                                                  nog een uitstroom naar beneden mogelijk, namelijk
                                                  naar de bijstand. Dan is hij ver van huis. Het
                                                  loont dus niet om die stap te zetten. Een andere
                                                  mogelijkheid om uit te stromen is dat iemand
                                                  vervolgens in een hoger cao-loon terechtkomt. Dat
                                                  loont echt de moeite. Dan hebben wij bereikt wat
                                                  wij willen bereiken. Ook de gemeenten hebben er
                                                  belang bij om rustig aan te doen met de premies,
                                                  want naarmate de premies een armoedevaleffect in
                                                  de hand werken, wordt er geen uitstroom uit de
                                                  bijstand bereikt en schiet de gemeente dus in
                                                  eigen voet, want dan moet zij de kosten
                                                  opbrengen.” </al>
                                                  <al>(Tweede Kamer, Handelingen 2008 – 2009, 31577,
                                                  nr 21, p. 1700)</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>De nadere vaststelling van de hoogte van de
                                                  premie is overgelaten aan het dagelijks bestuur.
                                                  Daarbij is, zoals vermeld, een maximale grens
                                                  aangegeven van telkens € 300. Dit komt overeen met
                                                  een maximale premie van € 600 jaarlijks. Aldus
                                                  zullen niet of nauwelijks armoedevaleffecten
                                                  optreden.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Hier is niet de mogelijkheid opgenomen om van
                                                  de organisatie waar de betrokkene zijn
                                                  werkzaam-heden verricht een bijdrage te vragen in
                                                  de uit te keren premie. Weliswaar achtte het
                                                  (toenmalige) kabinet het vanzelfsprekend dat
                                                  degene voor wie de werkzaamheden worden verricht
                                                  na het eerste jaar een vergoeding betaalt aan het
                                                  college (dagelijks bestuur), echter de ervaring
                                                  leert dat werkgevers niet zitten te wachten op
                                                  participatiebanen (het kost meer tijd dan dat het
                                                  oplevert).</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 18 Voorzieningen voor jongeren</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Een aantal van de genoemde voorzieningen kan
                                                  voor jongeren tot 27 jaar niet worden ingezet.
                                                  Voor hen behoren de volgende “incentives” niet tot
                                                  het re-integratie(participatie)
                                                  instrumentarium:</al>
                                                  <al>• inkomstenvrijlating</al>
                                                  <al>• premies</al>
                                                  <al>• vrijlating van onkostenvergoedingen van
                                                  vrijwilligerswerk</al>
                                                  <al>• plaatsing in participatieplaatsen</al>
                                                  <al>Dit is conform de bedoeling van de wetgever en
                                                  conform artikel 31, vijfde lid, van de WWB waarin
                                                  is geregeld dat deze middelen voor jongeren niet
                                                  buiten beschouwing worden gelaten bij de algemene
                                                  bijstandsverlening.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 19 De informatieverstrekking aan
                                                  inburgeringsplichtigen</al>
                                                  <al>De gemeente heeft als taak de
                                                  inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te
                                                  informeren over de rechten en plichten die
                                                  voortvloeien uit de Wi (en de Wet van 13 september
                                                  2012). De Wi laat gemeenten vrij om zelf te
                                                  bepalen op welke wijze de informatievoorziening
                                                  wordt georganiseerd. Wel bepaalt de Wi dat de
                                                  gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                                                  de informatieverstrekking door de gemeente. Dit
                                                  artikel in de verordening vormt de uitwerking van
                                                  deze verplichting. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 20 Aanwijzen van de doelgroepen</al>
                                                  <al>Vanaf 1 januari 2013 is het dagelijks bestuur
                                                  alleen verplicht een inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                                                  asielgerechtigden en een inburgeringsvoorziening
                                                  aan geestelijk bedienaren die vóór 1 januari 2013
                                                  inburgeringsplichtig zijn geworden. Dit vloeit
                                                  voort uit artikel X van de Wet van 13 september
                                                  2012. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 21 De samenstelling van de
                                                  inburgeringsvoorziening of
                                                  taalkennisvoorziening</al>
                                                  <al>Lid 1 t/m 3</al>
                                                  <al>In de verordening moeten regels worden gesteld
                                                  met betrekking tot de vaststelling door het
                                                  dagelijks bestuur van een passende
                                                  inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening,
                                                  met in begrip van de totstandkoming en
                                                  samenstelling van die voorziening (artikel 19,
                                                  vijfde lid, onderdeel b, Wi). In dit artikel
                                                  worden de kaders vastgesteld waarbinnen het
                                                  dagelijks bestuur de opdracht heeft voor de
                                                  asielgerechtigde inburgeringsplichtige, een op de
                                                  persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen
                                                  te stellen. </al>
                                                  <al>De samenstelling van de
                                                  inburgeringsvoorziening voor geestelijk bedienaren
                                                  wordt geregeld bij ministeriële regeling.
                                                  Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om de
                                                  inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijk
                                                  bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te
                                                  geven.</al>
                                                  <al>In de Wi is geregeld waaruit de
                                                  inburgeringsvoorziening in ieder geval moet
                                                  bestaan. (Een cursus die toe leidt naar het
                                                  inburgeringsexamen of het staatexamen Nederlands
                                                  als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos
                                                  afleggen van dat examen maakt deel uit van de
                                                  inburgeringsvoorziening. En voor asielgerechtigde
                                                  inburgeringsplichtigen is maatschappelijke
                                                  begeleiding verplicht onderdeel; artikel 19 lid
                                                  6). </al>
                                                  <al>Lid 4 t/m 6</al>
                                                  <al>Wat betreft de bijkomende faciliteiten die het
                                                  dagelijks bestuur als onderdeel van de
                                                  inburgerings- of taalkennisvoorziening aan
                                                  inburgeraars kan aanbieden, kan worden gedacht aan
                                                  bijvoorbeeld trajectbegeleiding en andere
                                                  re-integratievoorzieningen (omschreven in artikel
                                                  8 e.v.). </al>
                                                  <al>Dit zal vooral van belang zijn bij
                                                  inburgeraars die een inburgerings- of
                                                  taalkennisvoorziening krijgen aangeboden in
                                                  combinatie met een voorziening gericht op
                                                  arbeidsinschakeling (re-integratie).</al>
                                                  <al>Het zesde lid bepaalt dat ook kosten van
                                                  flankerende inburgeringsvoorzieningen
                                                  (bijvoorbeeld reiskosten) onderdeel van de
                                                  inburgeringsvoorziening kunnen zijn.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 22 Het persoonlijk inburgeringsbudget
                                                  (PIB)</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 19, tweede lid, Wi bepaalt dat de
                                                  inburgerings- of taalkennis-voorziening op verzoek
                                                  van de inburgeringsplichtige in de vorm van een
                                                  persoonlijk inburgeringsbudget (PIB) kan worden
                                                  aange-boden. Het PIB wordt gezien als geschikt
                                                  instrument om invulling te geven aan meer maatwerk
                                                  en meer eigen verantwoordelijkheid van de
                                                  inburgeraar bij de vormgeving en invullling van
                                                  zijn inburgeringstraject. De inburgeraar legt
                                                  namelijk zelf in een voorstel neer hoe hij zijn
                                                  inburgering vorm wil geven (het
                                                  inburgeringsprogramma). Een PIB veronderstelt dus
                                                  motivatie en eigen initiatief bij de inburgeraar.
                                                  Zijn voorstel behoeft de instemming van het
                                                  dagelijks bestuur. Zo houdt het dagelijks bestuur
                                                  de regie. Op grond van de artikelen 19, vijfde
                                                  lid, Wi dient de gemeenteraad bij verordening
                                                  regels te stellen over de procedure en criteria
                                                  die worden gehanteerd bij verzoeken om een
                                                  PIB.</al>
                                                  <al>Lid 1</al>
                                                  <al>Het eerste lid regelt op welke wijze verzoeken
                                                  van de inburgeringsplichtige om toekenning van een
                                                  PIB worden ingediend respectievelijk behandeld
                                                  (procedure).</al>
                                                  <al>Lid 2</al>
                                                  <al>Het tweede lid legt de criteria vast aan de
                                                  hand waarvan het dagelijks bestuur een
                                                  inburgerings-programma (de basis voor een PIB)
                                                  beoordeelt. De eerste eis is dat het door de
                                                  inburgeringsplichtige ingediende
                                                  inburgeringsprogramma passend is om toe te leiden
                                                  naar het inburgeringsexamen, Staatsexamen NT2 of
                                                  passend is om de Nederlandse taal te verwerven die
                                                  nodig is om de mbo-opleiding (niveau 1 of 2) met
                                                  goed gevolg af te kunnen ronden.</al>
                                                  <al>De tweede eis is dat het reguliere
                                                  inburgeringsprogramma dat wordt aangeboden door
                                                  het dagelijks bestuur niet of onvoldoende aansluit
                                                  op de behoefte van de inburgeraar. De inburgeraar
                                                  wil bijvoorbeeld graag deelnemen aan het
                                                  inburgeringsprogramma dat binnen het bedrijf van
                                                  zijn werkgever wordt aangeboden.</al>
                                                  <al>De derde eis houdt in dat het
                                                  inburgeringsprogramma concreet en haalbaar
                                                  (realistisch) moet zijn. Concreet wil zeggen dat
                                                  de behoeften/ambities (het doel) vertaald zijn in
                                                  specifieke stappen die naar dat doel leiden.
                                                  Haalbaar wil zeggen dat de inburgeraar het
                                                  programma succesvol kan doorlopen en afronden,
                                                  gezien de persoon (taalniveau, leerbaarheid,
                                                  ambities) en zijn/haar omstandigheden. </al>
                                                  <al>Volgens de vierde eis moeten de kosten die
                                                  zijn gemoeid met het inburgeringsprogramma
                                                  aanvaardbaar zijn. Het dagelijks bestuur
                                                  beoordeelt dit en kan hierover (op grond van het
                                                  vierde lid) nadere regels stellen.</al>
                                                  <al>Lid 3</al>
                                                  <al>Artikel 4.27, derde lid, van het Besluit
                                                  inburgering bepaalt dat de gemeenteraad bij
                                                  verordening bepaalt wie als enige partij of
                                                  partijen met het inburgeringsbedrijf een
                                                  overeenkomst met betrekking tot de inburgering van
                                                  de inburgeringsplichtige of vrijwillige
                                                  inburgeraar sluit. Het derde lid regelt dat het
                                                  dagelijks bestuur een overeenkomst sluit met het
                                                  inburgeringsbedrijf wanneer de inburgerings- of
                                                  taalkennisvoorziening in de vorm van een PIB wordt
                                                  toegekend. Het dagelijks bestuur heeft de regie
                                                  bij toekenning van een PIB. Deze regiefunctie
                                                  wordt benadrukt door het dagelijks bestuur de
                                                  overeenkomst met het inburgeringsbedrijf te laten
                                                  sluiten. In de overeenkomst worden de afspraken op
                                                  bijvoorbeeld het vlak van het doel, de duur van de
                                                  inburgering en controle geregeld.</al>
                                                  <al>Lid 4</al>
                                                  <al>Het vierde lid bepaalt dat het dagelijks
                                                  bestuur nadere regels kan stellen omtrent het
                                                  PIB.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 23 De inning van de eigen bijdrage </al>
                                                  <al>Lid 1 t/m 3</al>
                                                  <al>In de verordening moeten regels worden gesteld
                                                  die betrekking hebben op de inning van de eigen
                                                  bijdrage van de inburgeringsplichtige door het
                                                  dagelijks bestuur en de mogelijkheid van betaling
                                                  in termijnen. De hoogte van de eigen bijdrage die
                                                  is verschuldigd door inburgeringsplichtigen is
                                                  vastgelegd in de Wi en bedraagt € 270 (dit bedrag
                                                  kan bij algemene maatregel van bestuur worden
                                                  gewijzigd). In het eerste lid van dit artikel van
                                                  de verordening wordt geregeld dat de
                                                  inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen
                                                  bijdrage in zes termijnen te betalen. Het
                                                  dagelijks bestuur kan over de inning van de eigen
                                                  bijdage nadere regels stellen.</al>
                                                  <al>Lid 4</al>
                                                  <al>In het vierde lid staat dat de vrijwillige
                                                  inburgeraar geen eigen bijdrage is verschuldigd
                                                  (artikel 24e, tweede lid Wi).</al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 24 Opleggen van verplichtingen</al>
                                                  <al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel
                                                  23, derde lid, Wi dat bepaalt dat de gemeenteraad
                                                  bij verordening regels stelt over de rechten en
                                                  plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                                                  inburgerings- of taalkennisvoorziening is
                                                  vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid
                                                  aan het dagelijks bestuur om de verplichtingen die
                                                  in het artikel worden genoemd aan
                                                  inburgeringsplichtigen in het kader van een
                                                  inburgerings- of taalkennisvoorziening op te
                                                  leggen. Het dagelijks bestuur legt deze
                                                  verplichtingen vast in de beschikking tot de
                                                  toekenning van de inburgerings- of
                                                  taalkennisvoorziening. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 25 De procedure van het doen van een
                                                  aanbod</al>
                                                  <al>Dit artikel bevat enkele procedurele
                                                  bepalingen die er voor moeten zorgen dat het doen
                                                  van een aanbod aan inburgeringsplichtigen op
                                                  zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat
                                                  zo’n aanbod de start is van een procedure die –
                                                  als het goed is – leidt tot een besluit tot het
                                                  toekennen van een inburgerings- of
                                                  taalkennisvoorziening. </al>
                                                  <al>Een inburgeraar is overigens niet verplicht is
                                                  om het aanbod bedoeld in het eerste lid te
                                                  accepteren. De verordening is namelijk een
                                                  zogenaamde ‘aanbodverordening’. Daarbij heeft de
                                                  inburgeraar de vrijheid om een aangeboden
                                                  inburgeringsvoorziening te weigeren. In dat geval
                                                  zal hij zich zelfstandig moeten voorbereiden op
                                                  het inburgeringsexamen. </al>
                                                  <al>Voor inburgeringsplichtigen is een beschikking
                                                  het ‘sluitstuk’ van de procedure van het doen van
                                                  een aanbod. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 26 De hoogte van de bestuurlijke
                                                  boetes voor de verschillende overtredingen</al>
                                                  <al>Artikel 35 Wi draagt de gemeenteraad op bij
                                                  verordening de hoogte van de bestuurlijke boete
                                                  vast te stellen die voor de verschillende
                                                  overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34
                                                  Wi zijn voor de verschillende overtredingen de
                                                  maximumbedragen van de bestuurlijke boete
                                                  vastgelegd. De gemeente kan deze boetebedragen in
                                                  haar verordening overnemen, maar ze kan ook lagere
                                                  bedragen vaststellen. In deze Verordening worden
                                                  de maximale boeten gehanteerd. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>De boetebedragen die in de verordening worden
                                                  opgenomen zijn maximumbedragen en géén gefixeerde
                                                  bedragen. In de Awb is geregeld dat het dagelijks
                                                  bestuur bij elke op te leggen bestuurlijke boete
                                                  zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op
                                                  de ernst van de gedraging, de mate van
                                                  verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden
                                                  van de betrokken inburgeringsplichtige. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 27 Verhoging van de bestuurlijke boete
                                                  bij herhaling van de overtreding</al>
                                                  <al>Dit artikel biedt het dagelijks bestuur de
                                                  mogelijkheid om bij herhaling van de overtreding
                                                  een hogere boete op te leggen dan op grond van
                                                  artikel 26 van de verordening mogelijk is. Omdat
                                                  in artikel 26 leden 1 en 2 van deze verordening al
                                                  de maximale boeten zijn opgenomen, is de
                                                  recidivebepaling niet op de eerste twee leden van
                                                  toepassing. </al>
                                                  <al>Artikel 34, onderdeel d, Wi biedt de
                                                  mogelijkheid voor gemeenten om de bestuurlijke
                                                  boete te verhogen van maximaal € 500 naar maximaal
                                                  € 1000 in het geval dat de inburgeringsplichtige
                                                  bij herhaling niet voldoet aan de verplichting
                                                  binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen
                                                  of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II
                                                  te behalen. Dit is geregeld in dit artikel. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 28 De gevolgen van niet nakoming van
                                                  de overeenkomst door de vrijwillige
                                                  inburgeraar</al>
                                                  <al>Lid 1</al>
                                                  <al>Op grond van artikel 24f moet de gemeenteraad
                                                  bij verordening regels stellen over de
                                                  niet-nakoming van de overeenkomst (hiermee wordt
                                                  bedoeld de overeenkomst van artikel X lid 5 van de
                                                  Wet van 13 september 2012 juncto artikel 24 d en
                                                  24f van de Wi). In dit artikel legt de
                                                  gemeenteraad de sancties vast die het dagelijks
                                                  bestuur kan toepassen als de vrijwillige
                                                  inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd
                                                  in de met hem gesloten overeenkomst (verwijtbaar)
                                                  niet nakomt.</al>
                                                  <al>Lid 2</al>
                                                  <al>Het tweede lid bepaalt dat het dagelijks
                                                  bestuur algemene regels kan stellen betreffende de
                                                  gevolgen van het niet of niet volledig nakomen van
                                                  de overeenkomst door de vrijwillige inburgeraar. </al>
                                                  <al/>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 29 Van overeenkomstige toepassing
                                                  zijnde bepalingen</al>
                                                  <al>Dit artikel bepaalt dat artikel 2, tweede lid,
                                                  en artikel 3 en 4 van de verordening van
                                                  overeenkomstige toepassing zijn op inburgering. In
                                                  genoemde artikelen wordt gesproken over
                                                  voorziening. </al>
                                                  <al>In het kader van inburgering wordt daarmee
                                                  niet bedoeld de voorziening gericht op
                                                  re-integratie (zoals aangegeven in de
                                                  begripsomschrijvingen van artikel 1), maar de
                                                  inburgeringsvoorziening en
                                                  taalkennisvoorziening.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 30 Toepassing verordening</al>
                                                  <al>Deze verordening wordt toegepast met ingang
                                                  van 1 januari 2013, zijnde de datum waarop de Wet
                                                  van 13 september 2012 inwerking is getreden.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 31 Hardheidsclausule</al>
                                                  <al>Dit artikel geeft de mogelijkheid tot
                                                  individualiserend handelen als strikte toepassing
                                                  van de verordening tot onbillijkheden leidt. Het
                                                  dagelijks bestuur kan hiermee in bijzondere
                                                  gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken
                                                  van de bepalingen van deze verordening. </al>
                                                  <al>Dit afwijken kan alleen maar ten gunste van de
                                                  betrokken belanghebbende en nooit ten nadele.
                                                  Verder is met nadruk gemeld: de hardheidsclausule
                                                  kan slechts in bijzondere gevallen worden
                                                  toegepast. Het moet een uitzondering blijven en
                                                  niet tot regel worden. Het dagelijks bestuur moet,
                                                  in verband met mogelijke precedentwerking,
                                                  duidelijk aangeven waarom in een bepaalde situatie
                                                  van de verordening wordt afgeweken.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 32 Situaties waarin deze verordening
                                                  niet voorziet</al>
                                                  <al>Mocht zich een situatie voordoen waarin deze
                                                  verordening niet voorziet, dan beslist het
                                                  dagelijks bestuur met inachtneming van het doel en
                                                  de overwegingen die aan deze verordening ten
                                                  grondslag liggen.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 33 Inwerkingtreding</al>
                                                  <al>Dit artikel behoeft geen nadere
                                                  toelichting.</al>
                                                  <al/>
                                                  <al>Artikel 34 Citeertitel</al>
                                                  <al>Dit artikel behoeft geen nadere
                                                  toelichting.</al>
                                                  <al/>
                                                  </li>
                                                  </lijst>
                                                  </preambule>
                                                  </aanhef>
                                                  <regeling-tekst/>
                                                  <bijlage/>
                                        </regeling>
                    </body>
</cvdr>
