<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR44803_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oostermoer, 01-07-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-06-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-06-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>agendapunt 13 raadsvergadering, 16-06-2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 13</al><al>Betreft: </al><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Tynaarlo, d.d. 19
                        mei 2009 inzake wijziging van de verordening Wet inburgering,</al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet
                        inburgering;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld,
                        alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening Wet inburgering</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Tynaarlo </al></li><li nr="b)"><al>de wet: de Wet inburgering (WI);</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover niet anders is bepaald zijn de begripsomschrijvingen in de
                            wet en de daarop berustende regelingen van toepassing op de begrippen
                            die in deze verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de
                                        inburgeringsplichtigen op een doeltreffende en doelmatige
                                        wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit
                                        hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot
                                        inburgeringsvoorzieningen. </al></li><li nr="2."><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                        inburgeringsplichtigen onder meer gebruik van de volgende
                                        middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>één of meerdere informatie- en adviespunten
                                        inburgering;</al></li><li nr="b."><al>één of meerdere folders of brochures;</al></li><li nr="c."><al>website van de Intergemeentelijke Sociale Dienst van de
                                        gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo met verwijzing naar
                                        landelijke relevante websites;</al></li><li nr="d."><al>het beschikbaar stellen van relevante informatie aan
                                        intermediaire organisaties.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de 4 jaren de
                                        doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                                        inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij
                        voorrang een inburgeringsvoorziening dan wel een taalkennisvoorziening kan
                        aanbieden op basis van de volgende criteria: </al><lijst><li nr="·"><al>de mate waarin inburgering van belang is om in het eigen
                                levensonderhoud te kunnen voorzien en de maatschappelijke
                                participatie te bevorderen.</al></li><li nr="·"><al>het hebben van een opvoedingstaak.</al></li><li nr="·"><al>de afstand tot de eindtermen van het inburgeringsexamen zoals
                                aangegeven in de Regeling tot uitvoering van de Wet inburgering
                                (Regeling inburgering);</al></li><li nr="·"><al>motivatie om in te burgeren;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening,
                            met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke
                            bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de kennis van de
                            Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving, de
                            persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                            inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor
                            dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening kan, naast
                            datgene dat in de wet is geregeld, een aanbod zijn tot deelname aan
                            participatieactiviteiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt
                            in ten hoogste achttien maandelijkse termijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                            inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien degene die een eigen bijdrage verschuldigd is algemene bijstand
                            ontvangt verrekent het college indien mogelijk de termijnen van de eigen
                            bijdrage met de algemene bijstand. Het college legt dit vast in de beschikking. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien degene die een eigen bijdrage verschuldigd is een uitkering
                            ontvangt van het Uitvoeringinstituut werknemersverkeringen of de eigenrisicodrager
                            verzoekt het college het Uitvoeringinstituut werknemersverkeringen of de
                            eigenrisicodrager indien mogelijk de eigen bijdrage ten behoeve van het college te verrekenen of
                            in te houden op de uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5a</nr><titel>Toekennen van een deelnamebonus</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Indien de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen dat deel
                                uitmaakt van het</al><al> inburgerinsgtraject met succes heeft afgerond komt hij in
                                aanmerking voor een</al><al> deelnamebonus.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de deelnamebonus komt overeen met de hoogte van de
                                eigen</al><al> bijdrage als bedoeld in artikel 23, tweede lid van de wet</al></li><li nr="3."><al>De deelnamebonus wordt indien mogelijk verrekend met de eigen
                                bijdrage als</al><al> bedoeld in artikel 23, tweede lid van de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer van de
                        volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan de intake-gesprekken;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een
                                tijdstip dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden van ziekte dan wel van andere relevante omstandigheden
                                waardoor niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden
                                voldaan.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                            lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres
                            waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is
                            ingeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening die wordt aangeboden en
                            worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan de
                            inburgeringsvoorziening worden verbonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen
                            vier weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet
                            aanvaardt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het college
                            binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot
                            toekenning van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening,
                            overeenkomstig het gedane aanbod. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen nederlands
                                als tweede taal l of ll moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage; </al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving
                                van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet,
                                aanvangt.</al></li><li nr="f."><al>de voorwaarde waaronder de deelnamebonus wordt toegekend. </al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 250 indien de inburgeringsplichtige
                                of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden
                                kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende
                                medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25,
                                vierde lid, van de wet. </al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 250 indien de inburgeringsplichtige
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de
                                voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet
                                of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
                                verordening.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 500 indien de inburgeringsplichtige
                                niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn
                                of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid,
                                onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen
                                heeft behaald. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding</titel></kop><al>a.De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, eerste
                        lid, bedraagt</al><al>€ 250 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de
                        vorige als </al><al>verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde</al><al>overtreding. </al><al>b. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, tweede
                        lid, bedraagt </al><al>€ 500 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de
                        vorige als </al><al>verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde</al><al>overtreding.</al><al>c.De bestuurlijke boete bedraagt € 500 indien de inburgeringsplichtige niet
                        binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet
                        vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Afstemming van de bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er wordt geen bestuurlijke boete, zoals bedoeld in artikel 9 en 10 van
                            deze verordening, opgelegd, voor zover de overtreding niet aan de
                            overtreder kan worden verweten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de bestuurlijke boete bedoeld in artikel 9 en 10 van deze
                            verordening wordt afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate
                            waarin deze aan de overtreder kan worden verweten</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de afstemming bedoeld in het tweede lid wordt zo nodig rekening
                            gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding heeft plaats
                            gevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Hardheidsclausule.</titel></kop><al>De ISD kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze
                        verordening indien zij van mening is dat de inburgeringsplichtige in
                        bijzondere omstandigheden verkeert waardoor toepassing van deze verordening
                        niet tot het beoogde of gewenste doel leidt, te weten het aanbieden van een
                        inburgeringsvoorziening en taalkennisvoorziening om het inburgeringsexamen
                        met succes af te ronden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening Wet inburgering’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                de dag van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Wet inburgering zoals vastgesteld op 6 februari 2007
                                wordt hierbij ingetrokken.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vries, 16 juni 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>F.A. van Zuilen, voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.L. de Jong, griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Met ingang van 1 januari 2009 is de Wet inburgering (WI) gewijzigd. Het gaat
                        om de volgende wijzigingen:</al><al>-Het college van burgemeester en wethouders krijgt de bevoegdheid om aan
                        iedere</al><al> inburgeringsplichtige een inburgeringsvoorziening aan te bieden.</al><al> Deze wijziging heeft terugwerkende kracht vanaf 1 november 2007.</al><al>-Het college krijgt de mogelijkheid om een inburgeringsprogramma aan te
                        bieden dat gericht is op het staatsexamen Nederlands als tweede taal.</al><al> Deze wijziging heeft terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008.</al><al>-Het college krijgt de bevoegdheid om in plaats van een
                        inburgeringsvoorziening een taalkennisvoorziening aan te bieden aan een
                        inburgeringsplichtige die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgt of gaat
                        volgen. </al><al> Deze wijziging werkt terug vanaf 1 september 2008.</al><al>Deze verordening Wet inburgering is aangepast aan de gewijzigde wet.</al><al>Met deze verordening is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel
                        19a van de WI biedt om het college de bevoegdheid te geven
                        inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen vast te stellen, zonder
                        dat eerst een aanbod aan de inburgeringplichtigen wordt gedaan. </al><al>De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van
                        derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                        verblijven. </al><al>Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen
                        verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                        centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij
                        zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de
                        inburgeringsverplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen is
                        behaald (een resultaatsverplichting). </al><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo
                        hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente
                        goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze
                        wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen
                        inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een
                        inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar het
                        inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats
                        van een inburgeringsvoorziening mogen gemeenten aan inburgeringsplichtigen
                        die een MBO-opleiding op niveau 1 of 2 gaan volgen een taalkennisvoorziening
                        aanbieden. Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van
                        inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete
                        opleggen als een inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de
                        verplichtingen die voor hem gelden. </al><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening
                        regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                                inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit
                                hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                                inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                                inburgeringsvoorzieningen aan bijzondere groepen
                                inburgeringsplichtigen en over de rechten en plichten van de
                                inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                                vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid,
                                WI).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                                verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35
                                WI).</al></li></lijst><al>In de startnotitie wet inburgering gemeente Tynaarlo en het visiedocument
                        Integrale uitvoering Wet werk en bijstand is de visie geformuleerd die ten
                        grondslag ligt aan de keuzes die de gemeente maakt voor de manier waarop hij
                        de Wet inburgering wil uitvoeren. Die keuzes hebben betrekking op de drie
                        taken waar de gemeente voor staat bij de uitvoering van de WI: informeren,
                        ondersteunen, en handhaven. </al><al>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</al><al>Om verschillende redenen vinden we het van groot belang om te zorgen voor
                        een kwalitatief hoogwaardige informatievoorziening. In de eerste plaats
                        omdat een groot deel van deze doelgroep de weg zowel lokaal als regionaal
                        onvoldoende kent. Een goede wegwijzer en adviseur aan het begin kan ervoor
                        zorgen dat inburgeraars over voldoende kennis beschikken om een afgewogen
                        keuze te maken voor de meest passende inburgeringsactiviteiten. Tevens kan
                        een goede informatievoorziening ervoor zorgen dat inburgeraars ook díe
                        ondersteuning ontvangen waar zij recht op hebben.</al><al>In de tweede plaats is een goede informatievoorziening noodzakelijk om te
                        wijzen op rechten en plichten die horen bij de inburgering. </al><al>Het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen</al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                        inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                        inburgeringsexamen. Voor een aantal bijzondere groepen biedt de wet extra
                        faciliteiten. Gemeenten krijgen de taak om voor deze groepen
                        inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het gaat
                        om de volgende vier groepen inburgeringsplichtigen:</al><lijst><li nr="1."><al>Asielmigranten (verblijfsvergunning zoals bedoeld in artikel 28 of
                                33 van de Vreemdelingenwet 2000)</al></li><li nr="2."><al>Geestelijk bedienaren </al></li><li nr="3."><al>Uitkeringsgerechtigden </al></li><li nr="4."><al>Oudkomers zonder inkomen uit arbeid of uitkering</al></li></lijst><al>Het college is verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan alle
                        inburgeringsplichtigen asielmigranten en aan inburgeringsplichtingen die
                        werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (artikel 19, tweede lid, WI). Aan
                        inburgeringsplichtigen die behoren tot de uitkeringsgerechtigden en
                        oudkomers zonder inkomsten en/of uitkering kan het college een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aanbieden (artikel 19,
                        eerste lid, WI). Met ingang van 1 november 2007 kan de gemeente aan alle
                        inburgeringsplichtigen een aanbod doen.</al><al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die er toe leidt naar het
                        inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal l of ll en
                        omvat het eenmaal kosteloos afleggen van het examen. Een
                        taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de
                        nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                        mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19 derde lid WI).</al><al>Voor inburgeringsplichtige asielmigranten bestaat een
                        inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit
                        maatschappelijke begeleiding (artikel 19 zesde lid).</al><al> De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                        betrekking</al><al> tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of een
                        taalkennisvoorziening. In de wet</al><al> is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten
                        worden gesteld: </al><lijst><li nr="-"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van
                                een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid,
                                onderdeel a, WI).</al></li><li nr="-"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                                inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                                WI).</al></li><li nr="-"><al>De vaststelling door het college van een passende
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening met inbegrip van de
                                totstandkoming en de samenstelling van de inburgeringsvoorziening
                                (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI).</al></li><li nr="-"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld.
                                Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de
                                eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in
                                termijnen (artikel 23, derde lid, WI). </al></li></lijst><al>De gemeente gaat de inburgeringstrajecten die ze aanbiedt op basis van de
                        nieuwe Wet inburgering in alle gevallen koppelen aan activiteiten die
                        gericht zijn op begeleiding naar werk of andere maatschappelijke
                        activiteiten zoals stages en vrijwilligerswerk. De wet biedt de gemeente de
                        mogelijkheid om een aantal groepen met voorrang te ondersteunen. Vanuit de
                        visie en om de reïntegratie en de maatschappelijke participatie te
                        bevorderen kiest de gemeente voor mensen die gemotiveerd zijn om in te
                        burgeren, mensen die de ondersteuning het hardst nodig hebben, mensen die
                        een opvoedende taak hebben of mensen voor wie inburgering van belang is om
                        werk te krijgen. </al><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete </al><al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten
                        hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Het opleggen van een
                        boete is onderdeel van de handhavingstaak van de gemeente. Uitgangspunt bij
                        de invulling van de handhavingstaak is dat handhaving moet bijdragen aan het
                        doel van de wet, namelijk zorgen voor inburgering. De aangetoonde inzet om
                        in te burgeren zal leidend zijn bij het al dan niet opleggen van boetes.
                        Daarbij zullen we rekening houden met persoonlijke omstandigheden. Wat
                        betreft de hoogte van de boetes zowel als wat betreft de werkwijze willen we
                        zoveel mogelijk aansluiten bij het handhavingsregime binnen de Wet werk en
                        bijstand.</al><al/><al>Vries, 16 juni 2009</al><al/><al>De raad voornoemd,</al><al>F.A. van Zuilen, voorzitter</al><al>J.L. de Jong, griffier</al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                        gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en
                        de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening, tenzij
                        in de verordening anders is bepaald.</al><al>Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</al><al>Het eerste lid geeft het algemene kader aan voor de informatieverstrekking
                        aan inburgeringsplichtigen. </al><al>In het tweede lid geeft de raad het college de opdracht om een aantal
                        middelen te gebruiken om de informatieverstrekking aan
                        inburgeringsplichtigen vorm te geven. </al><al>In de eerste plaats is dat de inrichting van één of meerdere informatie- en
                        adviespunten inburgering. Bij de ISD, Stationsstraat 30-32 te Assen zal een
                        informatie-en adviespunt worden ingericht. De ISD is de verantwoordelijke
                        dienst voor de uitvoering van de inburgering. De ISD zal een ruimere
                        invulling geven aan de informatievoorziening dan de wet van gemeenten
                        vraagt. Naast informatie geven wil de gemeente inburgeringsplichtigen ook
                        adviseren wanneer zij daar behoefte aan hebben. </al><al>Ook via folders, brochures en informatie op internet wordt invulling gegeven
                        aan de informatiefunctie. Voor het bereiken van inburgeringsplichtigen,
                        vooral oudkomers, ziet de gemeente een belangrijke rol weggelegd voor
                        ‘intermediaire organisaties’. De gemeente zal hierover afspraken maken. </al><al>Het derde lid verplicht het college de raad periodiek te rapporteren over de
                        doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatievoorziening aan
                        inburgeringsplichtigen.</al><al>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</al><al>Artikel 19, eerste lid, WI bepaalt dat het college aan twee groepen
                        inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán aanbieden:</al><lijst><li nr="1."><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op
                                grond van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen
                                socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen
                                ontvangen;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben.</al></li></lijst><al>Het college heeft wel de ruimte om in bepaalde gevallen ook een
                        inburgeringsvoorziening aan te bieden aan inburgeringsplichtigen die niet
                        behoren tot de groep of groepen die hij heeft aangewezen (maar wel behoren
                        tot de doelgroepen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, WI). Om te voorkomen
                        dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de groep of groepen die het
                        college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het
                        krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen
                        die hij aanwijst een inburgeringsvoorziening kan aanbieden. </al><al>De gemeenteraad moet bij verordening regels stellen met betrekking tot de
                        criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan deze twee
                        groepen inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).
                        Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel worden
                        de criteria benoemd op grond waarvan de gemeente kiest wie zij bij voorrang
                        een inburgeringsaanbod wil doen. De genoemde criteria zijn alle even
                        belangrijk. Het criterium genoemd onder a gaat niet vóór het criterium
                        genoemd onder b. We streven naar een mix van de doelgroepen aan de hand van
                        de criteria aan wie wij bij voorrang een aanbod willen doen.</al><al>Onderstaand staan we kort stil bij deze criteria. </al><al><onderstreept>Motivatie om in te burgeren</onderstreept></al><al>Degenen die ons vragen om een inburgeringsaanbod, willen we bij voorrang een
                        aanbod doen (voor zover ze vallen onder de groepen aan wie de gemeente een
                        aanbod mag doen). Dit kan zowel gaan om mensen die onder de
                        inburgeringsplicht vallen als om vrijwillige inburgeraars (burgers die
                        genaturaliseerd zijn) als er sprake is van een inburgeringsachterstand.
                        Onder de gemotiveerden vallen ook degenen die vóór inwerkingtreding van de
                        WI al hebben deelgenomen aan een inburgeringstraject, maar nog niet voldoen
                        aan de eisen van het inburgeringexamen van de WI.</al><al><onderstreept>De afstand tot de eindtermen van het inburgeringsexamen zoals
                            aangegeven in de Regeling tot uitvoering van de Wet inburgering
                            (Regeling inburgering)</onderstreept></al><al>Degenen met de grootste achterstand wil de gemeente bij voorrang een
                        inburgeringaanbod doen. Het criterium zoals hier geformuleerd is daar een
                        vertaling van. De gemeente vindt het van belang om ondersteuning te bieden
                        aan diegenen die dit het hardst nodig hebben. Dat zijn in de eerste plaats
                        inburgeraars die niet kunnen lezen en schrijven, of geen kennis hebben van
                        Latijns schrift. </al><al><onderstreept>De mate waarin inburgering van belang is om in het eigen
                            levensonderhoud te kunnen voorzien</onderstreept></al><al>Werk is een belangrijk onderdeel van het integratieproces. Dat betekent dat
                        we als gemeente prioriteit willen geven aan personen die nog niet op de
                        arbeidsmarkt actief zijn. We zullen dus uitkeringsgerechtigde oudkomers
                        actief ondersteunen bij hun voorbereiding op het vinden van werk én het
                        behalen van het inburgeringsexamen. Voor de uitkeringsgerechtigden met een
                        arbeidsplicht zal het aanbod een gecombineerd aanbod zijn van inburgering én
                        reïntegratie. Uitkeringsgerechtigde inburgeraars kunnen een
                        bijstandsuitkering ontvangen maar ook een uitkering van het UWV of van een
                        eigenrisicodrager. </al><al><onderstreept>Het hebben van een opvoedingstaak</onderstreept></al><al>De gemeente wil inzetten op de toekomst van de jeugd. Allochtone vrouwen
                        spelen via de opvoeding een belangrijke rol bij de integratie van de
                        volgende generatie. Het is van belang dat opgroeiende kinderen zo snel
                        mogelijk volwaardig onderdeel uitmaken van de Nederlandse samenleving. De
                        eigen ontwikkeling van vrouwen op het gebied van participatie en zo mogelijk
                        werk is daarbij belangrijk. Dat betekent dat wij als gemeente prioriteit
                        willen geven aan inburgeraars die een minderjarig kind opvoeden.</al><al>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening.</al><al>In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de
                        opdracht heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking
                        komt, een op de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening samen te stellen. </al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening vaststelt. Om een passend
                        aanbod te kunnen doen wil de gemeente gebruik maken van de uitkomsten van
                        een onafhankelijke begintoets waarin het startniveau van de inburgeraar
                        wordt beoordeeld. Bij het bepalen van de passendheid kunnen de volgende
                        factoren een rol spelen:</al><al>-de kennis van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving en zijn of
                        haar leercapaciteit.</al><al>-de maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                        vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan gedacht worden aan het
                        verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen.</al><al>-de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                        bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                        inburgeringsplichtige moet vervullen.</al><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                        voor geestelijke bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling.
                        Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren aanbieden naar
                        eigen inzicht vorm te geven.</al><al>Als gemeente vinden we het van belang dat inburgeraars de gelegenheid
                        krijgen om de kennis die zij opdoen direct in de praktijk te kunnen
                        inzetten. Daarom kiezen we er voor om altijd een ‘duaal’ aanbod te doen. We
                        combineren een inburgeringsaanbod dus altijd met reïntegratie- of
                        participatieactiviteiten. Dat betekent dat wij alleen gecombineerde
                        trajecten inkopen.</al><al>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage </al><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                        inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college
                        en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De
                        hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt </al><al>€ 270. </al><al>In de memorie van toelichting van de wet staat aangegeven dat bij het
                        vaststellen van de hoogte van de eigen bijdrage de positie van
                        uitkeringsgerechtigden als vertrekpunt is gekozen, en dat een bedrag van </al><al>€ 15 per maand proportioneel wordt geacht.</al><al>In lid 1 van dit artikel wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige de
                        eigen bijdrage in achttien maandelijkse termijnen betaalt. Dat betekent een
                        bedrag van € 15 per maand. Lid 2 dient er toe om vast te leggen dat de
                        inburgeringsplichtige wordt geïnformeerd over de termijnen waarin de eigen
                        bijdrage dient te worden betaald. </al><al>Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij inburgeringsplichtigen die algemene
                        bijstand ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met
                        deze uitkering. Van deze mogelijkheid willen wij gebruik maken. Dat is
                        geregeld in lid 3. In dat lid wordt ook vastgelegd dat de betrokken
                        inburgeringsplichtige daarover wordt geïnformeerd. Of er daadwerkelijk
                        verrekend kan worden hangt af van de beschikbare ruimte in de uitkering, of
                        er bv. beslag op de uitkering is gelegd door schuldeisers en of er andere
                        verrekeningen plaats vinden. </al><al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV of van een
                        eigenrisicodrager ontvangt, kan het college het UWV of de eigenrisicodrager
                        verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te houden op de
                        uitkering (artikel 24, tweede lid, WI). In dit geval int het UWV of de
                        eigenrisicodrager de eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. </al><al>Daarvan willen wij gebruik maken. Dat is bepaald in lid 4 van dit artikel.
                        Werkgevers kunnen het financiële risico van gedeeltelijke
                        arbeidsongeschiktheid bij UWV onderbrengen of het zelf dragen (en eventueel
                        daarvoor een polis afsluiten bij een private verzekeraar). Als ze het zelf
                        dragen zijn het zogenaamde eigenrisicodragers. Ook hier geldt dat moet
                        blijken of verrekening in de praktijk mogelijk is. </al><al>Artikel 5a Toekennen van een deelnamebonus.</al><al>Teneinde deelname aan een inburgeringstraject zoveel mogelijk te stimuleren
                        wordt een deelnamebonus ingesteld. De inburgeringsplichtige heeft recht op
                        een bonus indien het door het college vastgestelde inburgeringstraject met
                        succes heeft afgerond. De inburgeringsplichtige moet het examen hebben
                        behaald om voor een bonus in aanmerking te komen.</al><al>De deelnamebonus heeft dezelfde hoogte als de te betalen eigen bijdrage.
                        Omdat de bonus met de nog te betalen eigen bijdrage –zo mogelijk- wordt
                        verrekend (derde lid) is het effect daarvan dat in dat geval feitelijk geen
                        eigen bijdrage meer hoeft te worden betaald. </al><al>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt
                        dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten
                        van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                        vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de
                        verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen
                        in het kader van een inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt
                        in de beschikking tot de toekenning van de inburgeringsvoorziening deze
                        verplichtingen vast. </al><al>De bepalingen in dit artikel spreken voor zich.</al><al>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</al><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen
                        dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang
                        omdat een dergelijk aanbod de start is van een procedure die – als het goed
                        is – leidt tot een besluit tot het toekennen van een
                        inburgeringsvoorziening. In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld
                        dat het college het aanbod van een inburgeringsvoorziening aan de
                        inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet en dat het aanbod wordt
                        toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat ingeschreven
                        in de GBA. Op deze wijze kan er geen onduidelijkheid ontstaan over het feit
                        dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan. </al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                        uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met
                        het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot de
                        toekenning van de inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente
                        wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als
                        het aanbod (het vierde lid). </al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige
                        het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                        meedeelt (het derde lid). </al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente
                        meldt dat hij wel een inburgeringsvoorziening wil, maar dat hij gelet op
                        zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod
                        van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het gedane
                        aanbod moeten aanpassen. </al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                        inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                        voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er
                        geen termijn waarbinnen de betreffende persoon het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het college in een dergelijke
                        situatie een handhavingsbeschikking neemt: een besluit op grond van artikel
                        26 WI waarmee de termijn van start gaat waarbinnen de inburgeringsplichtige
                        het inburgeringsexamen moet hebben behaald (vijf jaar na aanvang van deze
                        termijn). In beleidsregels zal worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van
                        het weigeren van een aanbod voor een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening.</al><al>In de leden 3 en 4 worden termijnen vastgelegd. In lid 3 is de termijn
                        genoemd waarbinnen de inburgeringsplichtige aan het college laat weten of
                        hij het aanbod al dan niet aanvaardt. In lid 4 staat de termijn aangegeven
                        waarbinnen het college bij aanvaarding van het aanbod, het besluit tot
                        toekenning van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening neemt. In
                        beide situaties gaat het om een termijn van 4 weken. </al><al>Artikel 8 De inhoud van de beschikking</al><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening is een beschikking. Dit betekent dat de
                        inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar en
                        beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder
                        geval in de beschikking moeten worden neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening en de daaraan verbonden rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden vermeld (onderdelen a en b).
                        De inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de
                        uitvoering van de inburgeringsvoorziening (artikel 23, eerste lid, WI) of
                        taalkennisvoorziening. Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de
                        verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan
                        de betrokkene (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn
                        gemaakt. </al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, WI). In de
                        beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt
                        (onderdeel c). Dit betreft de uiterste datum waarop het examen moet zijn
                        behaald. De gemeente kan als verplichting bij de ter beschikking gestelde
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening opnemen een datum voor het
                        deelnemen aan het inburgeringsexamen. Dit kan bv. 2 jaar na de start van het
                        inburgeringstraject zijn. Deze mogelijkheid is bepaald bij artikel 6, onder
                        c van de Verordening. </al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                        termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                        plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                        bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.</al><al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het
                        college een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening vaststelt voor
                        een oudkomer, dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag
                        opnemen waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start
                        gaat (artikel 22, tweede lid, juncto artikel 26 WI). Binnen vijf jaar ná
                        deze datum moet de betreffende oudkomer het inburgeringexamen hebben
                        behaald. Het college kan zelf bepalen wanneer de termijn van handhaving van
                        de inburgeringsplicht van start gaat. Het ligt voor de hand om deze termijn
                        direct te laten ingaan (en bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop
                        de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening van start gaat). </al><al>Onderdeel f heeft betrekking op de deelnamebonus.</al><al>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                        overtredingen</al><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende
                        overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. </al><al>Wat betreft de hoogte van de boetes sluiten we aan bij het handhavingsregime
                        zoals dat geldt binnen de Wet werk en bijstand en zoals dat is neergelegd in
                        de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand. De hier genoemde bedragen
                        zijn ongeveer even hoog als de bedragen die het resultaat zijn van de
                        percentages zoals genoemd in de Afstemingsverordening en ze corresponderen
                        met de soort overtreding. De bedragen genoemd in deze verordening zijn het
                        resultaat van het van toepassing zijnde percentage van de echtpaarnorm. Het
                        niet behalen van het inburgeringsexamen (artikel 9, lid 3) zien we als een
                        zelfde soort overtreding als het onvoldoende meewerken aan de uitvoering van
                        de inburgeringsvoorziening c.q. de verplichtingen die zijn opgelegd bij de
                        afgegeven inburgeringsbeschikking (artikel 9, lid 2). De boetes zijn dan ook
                        qua hoogte gelijk. </al><al>In het kader van de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie- en
                        inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging
                        (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens
                        te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een
                        bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op
                        grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van
                        een boete of maatregel op grond van een andere socialezekerheidswet of –
                        regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling voor deze samenloop. In dit
                        artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete
                        kan opleggen. </al><al>Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                        overtreding</al><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                        overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 9
                        mogelijk is. </al><al>De in dit artikel genoemde bedragen zijn een verdubbeling van de bedragen
                        genoemd in artikel 9. Dit sluit ook aan bij het handhavingsregime Werk werk
                        en bijstand van de gemeente. Ook dan is in geval van recidive sprake van een
                        verdubbeling van de eerder opgelegde maatregel. </al><al>Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de
                        overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne voordoen, daarvoor is
                        een termijn van 12 maanden vastgelegd in de verordening. Wederom in
                        overeenstemming met de Afstemmingsverordening.</al><al>In het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de
                        verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen
                        legt het college een boete op van € 500. Dit is geregeld in het derde lid
                        van artikel 10. </al><al>Artikel 11 Afstemming van de bestuurlijke boete</al><al>De in de artikelen 9 en 10 van de verordening opgenomen bedragen zijn geen
                        gefixeerde bedragen, in de zin dat ze altijd zullen worden opgelegd. Het
                        college zal bij elke overtreding de bestuurlijke boete afstemmen op de ernst
                        van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden
                        verweten. Bovendien zal het college daarbij ook zonodig rekening houden met
                        de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Deze bepaling brengt
                        met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal
                        nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele omstandigheden van de
                        betrokken inburgeringsplichtige. Wanneer de overtreding niet aan de
                        overtreder kan worden verweten leggen we geen bestuurlijke boete op.
                        Bijvoorbeeld als blijkt dat het niet slagen voor het inburgeringsexamen niet
                        aan de inburgeringsplichtige kan worden verweten. In de wet is dit
                        aangegeven in artikel 38. Voor de duidelijkheid en de volledigheid is wat in
                        artikel 38 WI staat, opgenomen in artikel 11 van de Verordening. </al><al>Artikel 12 Hardheidsclausule.</al><al>Dit artikel geeft de ISD de bevoegdheid om in individuele gevallen ten
                        gunste van de belanghebbende te beslissen als blijkt dat een strikte
                        toepassing van de bepalingen in die specifieke omstandigheden voor de
                        inburgeringsplichtige niet tot het beoogde of gewenste doel leidt, te weten
                        de deelname aan de taalkennisvoorziening en de deelname aan het
                        inburgeringsgexamen. </al><al>Belangrijk is dat het hier gaat om een bevoegdheid van de ISD en niet om een
                        afdwingbaar recht van de belanghebbende.</al><al>Artikel 13 Citeertitel </al><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al><al>Artikel 14 Slotbepalingen</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>