<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR4467_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eindhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eindhoven</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2010, nr. 91</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>XE10060606</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van de
                    precariobe­lasting 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt
                        bekend, dat de raad van de gemeente in zijn vergadering van 30 november
                        heeft vastgesteld de volgende </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al/><al><cursief>Artikel 1. Aard en voorwerp van de heffing.</cursief></al><al>Onder de naam "precariobelasting" wordt een directe belasting geheven
                        terzake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                        dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de
                        daarbij behorende tarieventabel.</al><al/><al><cursief>Artikel 2. Begripsbepalingen.</cursief></al><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>jaar : een kalenderjaar;</al><al>kwartaal : een kalenderkwartaal;</al><al>maand : een kalendermaand;</al><al>week : een periode van zeven aaneengesloten dagen;</al><al>dag : een etmaal.</al><al>Vergunning : een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke
                        registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een </al><al> persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond mag hebben. </al><al>Terras : een geheel van tafels, stoelen of andere roerende zaken, die de </al><al> belastingplichtige buitenshuis opstelt om anderen in de gelegenheid te
                        stellen ter plaatse iets te nuttigen.</al><al/><al><cursief>Artikel 3. Belastingplicht.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                                voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond heeft, dan wel ten behoeve van wie dat voorwerp of die
                                voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al> In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de
                                gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                                voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                                bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of
                                diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste
                                lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder,
                                op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond
                                heeft.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 4. Maatstaf van heffing en tarief.</cursief></al><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in
                        de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het
                        overigens in deze verordening bepaalde.</al><al/><al><cursief>Artikel 5. Vrijstellingen.</cursief></al><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor
                                de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de
                                voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229,
                                eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een
                                privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;</al></li><li nr="b."><al> voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd;</al></li><li nr="c."><al> voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek,
                                godsdienstig, sociaal, weldadig doel en, voor zover geen sprake is
                                van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor
                                activiteiten met een sportief, cultureel of recreatief doel;</al></li><li nr="d."><al> brievenbussen en telefooncellen;</al></li><li nr="e."><al> voorwerpen ten dienste van de gemeente of haar instellingen,
                                alsmede het hebben van buizen, leidingen en kabels ten dienste van
                                huisaansluitingen voor riolering, gas, water en elektriciteit;</al></li><li nr="f."><al> glas- en papiercontainers, welke zijn geplaatst ten behoeve van
                                recyclingdoeleinden en welke voor gratis publiek gebruik zijn
                                bestemd.</al></li><li nr="g."><al> het hebben van plat tegen de gevel van een perceel aangebrachte
                                naamborden of naamplaten, uitsluitend vermeldende de naam van de
                                bewoner en het beroep of bedrijf. </al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 6. Berekening van de precariobelasting.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al> Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking
                                tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een
                                gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. </al></li><li nr="2."><al> Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben
                                van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                                openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van
                                de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die
                                vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een
                                kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op
                                ontheffing, waarbij het derde lid, van overeenkomstige toepassing
                                is.</al></li><li nr="3."><al> Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor
                                verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de
                                precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest
                                voordelige wijze.</al></li><li nr="4."><al> In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt voor de berekening
                                van de precariobelasting:</al></li><li nr="a."><al> indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief,
                                maar geen dagtarief is opgenomen, </al><al>een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;</al></li><li nr="b."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief,
                                maar geen dag- of weektarief is </al><al> opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een
                                maand.</al></li><li nr="1."><al> Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief,
                                weektarief, maandtarief of seizoenstarief is opgenomen en het
                                belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk
                                een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag,
                                onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 7. Belastingtijdvak.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al> In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend
                                voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven
                                voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het
                                belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met
                                dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende
                                geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan
                                het kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al> In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                                belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het
                                belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 8. Wijze van heffing.</cursief></al><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al> bij wege van aanslag voor de belasting betrekking hebbende op
                                voorwerpen, die zijn of worden aangebracht voor een periode van één
                                jaar of langer;</al></li><li nr="b."><al> bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving voor de
                                belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die zijn of worden
                                aangebracht voor een periode van minder dan één jaar.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                            tijdsgelang.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al> In de gevallen bedoeld in artikel 8 sub a, is de precariobelasting
                                verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit
                                later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al> In de gevallen bedoeld in artikel 8, sub b, is de precariobelasting
                                verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak.</al></li><li nr="3."><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelte van de voor dat tijdvak
                                verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven
                                geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                                dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak,
                                na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven. </al></li><li nr="5."><al> Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet geheven.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 10. Termijnen van betaling.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                is de ingevol­ge artikel 8, sub a, bij wege van aanslag geheven
                                belasting invorderbaar in één ter­mijn die vervalt op de laatste dag
                                van de tweede maand, volgende op de maand die in de dagtekening van
                                het aanslagbiljet is vermeld.</al></li><li nr="2."><al>De ingevolge artikel 8, sub b, bij wege van een gedagtekende
                                schriftelijke ken­nisgeving geheven belasting moet worden voldaan
                                binnen zeven dagen na dagtekening van de kennisgeving.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan
                                €60,-, doch minder is dan € 9.000,-- en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aan­slagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later.</al></li><li nr="4."><al> In afwijking van het eerste en derde lid geldt dat, indien het
                                totale bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde bedragen groter
                                dan of gelijk is aan € 9.000,-- dan dient de aanslag in één termijn
                                te worden betaald, welke vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld.</al></li><li nr="5."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                                van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                                overeenkomstige toepas­sing, voor zover deze gelijktijdig wordt
                                opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al></li><li nr="6."><al> De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 11. Kwijtschelding.</cursief></al><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al><al/><al><cursief>Artikel 12. Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders.</cursief></al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        be­trek­king tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.</al><al/><al><cursief>Artikel 14. Anti-dubbeltelbepaling</cursief></al><al>Geen precariobelasting wordt geheven voor voorwerpen met reclame-uiting,
                        waarvoor in hetzelfde belastingtijdvak reeds reclamebelasting wordt geheven.
                        (Voor luifels, terrasmeubilair, -afscheidingen, en daarbij behorende
                        parasols wordt precariobelasting geheven) </al><al/><al><cursief>Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al> De Verordening precariobelasting 2010, vastgesteld bij raadsbesluit
                                van 15 december 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het
                                derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                                zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="4."><al> Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                precariobelasting 2011".</al></li></lijst><al>Hiervan heeft afkondiging plaatsgevonden op 22 december 2010</al><al/><al>Eindhoven, .</al><al>Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,</al><al/><al> , burgemeester.</al><al/><al> , secretaris a.i.</al><al/><al>Uitgegeven, 16 december 2010.</al><al>Mij bekend,</al><al>de gemeentesecretaris a.i. van Eindhoven,</al><al>A.M.M.M. Verbakel.</al><al/><al><vet>Tarieventabel 2011</vet></al><al><vet>(behorende bij de "Verordening precariobelasting 2011")</vet></al><al/><al><vet>Indeling tarieventabel</vet></al><al/><al>Hoofdstuk 1 Bouwmaterialen en dergelijke</al><al>Hoofdstuk 2 Terrassen</al><al>Hoofdstuk 3 Goederen, materialen, wagens, kramen enz.</al><al>Hoofdstuk 4 Reclame</al><al>Hoofdstuk 5 Onderdelen van onroerend goed</al><al>Hoofdstuk 6 Benzinepompinstallaties</al><al>Hoofdstuk 7 Overige voorwerpen</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Hoofdstuk 1 Bouwmaterialen e.d.</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>1.1</al></entry><entry><al>Het tarief bedraagt:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>1.1.1</al></entry><entry><al>Voor het hebben van een laad- en losinrichting,
                                            hijskraan, trans­portbrug </al><al>en / of soortgelijke inrichtingen, per m<sup>2</sup>
                                            ingenomen grond­opper­vlak:</al><al>a. per maand</al><al>b. per jaar:</al></entry><entry><al>€ 1,06</al><al>€ 8,48</al></entry></row><row><entry><al>1.1.2</al></entry><entry><al>Voor het hebben van stelconplaten, per m<sup>2</sup>
                                            ingenomen opper­vlakte grond:</al></entry><entry><al>€ 1,06</al><al>€ 8,48</al></entry></row><row><entry><al>1.1.3</al></entry><entry><al>Voor het hebben van schuttingen, steigers of dergelijke
                                            getim­merten, het opslaan van bouwmaterialen, alsmede
                                            voor het heb­ben van directieketen, directiewagens,
                                            schaftwagens, werk- en bergloodsen, containers en
                                            dergelijke, per m<sup>2</sup> ingenomen grond:</al></entry><entry><al>€ 4,60</al><al>€ 9,20</al><al>€ 36,80</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Hoofdstuk 2: Terrassen e.d.</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>2.1</al></entry><entry><al>Het tarief bedraagt:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>2.1.1</al></entry><entry><al>Voor het hebben van een terras voor cafés, restaurants
                                            en derge­lijke inrichtingen, per m<sup>2</sup> ingenomen
                                            oppervlakte grond:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>2.1.1.a</al></entry><entry><al>In gebied A<sup>1</sup>: per jaar:</al><al><sup>1</sup>: onder gebied A wordt begrepen het gebied
                                            van de gemeente Eindhoven, gelegen op de Markt</al></entry><entry><al>€ 51,-</al></entry></row><row><entry><al>2.1.1.b</al></entry><entry><al>In gebied B<sup>2</sup>: per jaar:</al><al><sup>2</sup>: onder gebied b wordt begrepen het gebied
                                            van de gemeente Eindhoven, gelegen binnen of aan de
                                            kleine ringbaan (18 Sep­-</al><al>temberplein-Emmasingel-Keizersgracht-Wal-P.Czn.Hooftlaan-Hertogstraat-Vestdijk),
                                            het Stationsplein en Dommelstraat, uit­gezonderd de
                                            Markt.</al></entry><entry><al>€ 34,-</al><al/></entry></row><row><entry><al>2.1.1.c</al></entry><entry><al>In gebied C<sup>3</sup>: per jaar:</al><al><sup>3</sup>: onder gebied C wordt begrepen het gebied
                                            van de gemeente Eindhoven niet vallende onder gebied A
                                            en B.</al></entry><entry><al/><al>€ 17,-</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Hoofdstuk 3: Goederen, materialen, wagens, kramen
                                                enz.</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>3.1</al></entry><entry><al>Het tarief bedraagt:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>3.1.1</al></entry><entry><al>Voor het uitstallen of opslaan van al dan niet ter
                                            verkoop of verhuring aangeboden goederen of objecten,
                                            per m2 ingenomen oppervlakte grond, per jaar</al></entry><entry><al>€ 23,50</al></entry></row><row><entry><al>3.1.2</al></entry><entry><al>voor het innemen van een standplaats anders dan bedoeld
                                            in ar­tikel 1 van de Marktverordening 2002, per m2
                                            ingenomen opper­vlakte grond:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>3.1.2.1</al></entry><entry><al>voor standwerkers per dag:</al></entry><entry><al>€ 1,18</al></entry></row><row><entry><al>3.1.2.2</al></entry><entry><al>voor voertuigen, kramen, tenten e.d. welke gebruikt
                                            worden voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van
                                            onverschillig welke goederen:</al></entry><entry><al>€ 1,18</al><al>€ 4,25</al><al>€ 34,-</al><al>€ 2,20</al><al>€ 7,80</al><al>€ 62,40</al><al>€ 3,20</al><al>€ 11,25</al><al>€ 90,-</al><al>€ 3,90</al><al>€ 14,-</al><al>€ 112,--</al></entry></row><row><entry><al>3.1.3</al></entry><entry><al>voor het hebben van tijdelijke verkoop- en / of
                                            kantoorruimte en andere soortgelijke opstallen, per
                                            m<sup>2</sup> ingenomen oppervlakte grond:</al></entry><entry><al>€ 2,05</al><al>€ 6,15</al><al>€ 49,20</al></entry></row><row><entry><al>3.1.4</al></entry><entry><al>voor het hebben van een automatisch verkooptoestel,
                                            automatisch weegtoestel, een etalagekast of ander
                                            toestel , </al><al>per stuk:</al><al>- per maand;</al><al>- per jaar:</al></entry><entry><al>€ 7,10</al><al>€ 56,-</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Hoofdstuk 4: Reclame.</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>4.1</al></entry><entry><al>Het tarief bedraagt:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>4.1.1</al></entry><entry><al>voor het hebben van een tot reclame dienend voorwerp,
                                            niet zijnde een voorwerp als bedoeld in onderdeel 4.1.2
                                            en 4.1.3., per stuk:</al></entry><entry><al>€ 3,55</al><al>€ 28,-</al></entry></row><row><entry><al>4.1.2</al><al/><al>4.1.3</al></entry><entry><al>Voor het hebben van een lamp of lantaarn voorzien van
                                            een reclame-uiting, per stuk, per jaar:</al><al>Voor het hebben van een zonnescherm, markies of
                                            zonnezeil voorzien van een reclame-uiting, per m2, per
                                            jaar:</al></entry><entry><al/><al>€ 34,-</al><al/><al>€ 24,50</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Hoofdstuk 5: onderdelen van onroerend
                                            goed</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>5.1</al></entry><entry><al>Het tarief bedraagt:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Voor het hebben van een gebouwde luiffel, overkapping,
                                            uitbouw of verbouwing en dergelijke, zijnde onderdelen
                                            van onroerende zaken, per m2 per jaar:</al></entry><entry><al>€ 19,50</al></entry></row><row><entry><al>5.2</al></entry><entry><al>Voor het hebben van een zonnescherm, markies of
                                            zonnezeil zonder reclame-uiting, per m2, per jaar</al></entry><entry><al/><al>€ 16,25</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Hoofdstuk 6: Benzinepompinstallaties.</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>6.1</al></entry><entry><al>Het tarief bedraagt voor het hebben van een installatie
                                            voor de levering van benzine of andere
                                            motorbrandstoffen, olie, lucht of water:</al></entry><entry><al/><al/><al>€ 815,-</al></entry></row><row><entry><al>6.1.1</al></entry><entry><al>Voor het aftappunt (met toebehoren) voor motorbrandstof,
                                            per stuk per jaar:</al></entry><entry><al>€ 71,--</al></entry></row><row><entry><al>6.1.2</al></entry><entry><al>Voor een verplaatsbaar aftappunt (met toebehoren) voor
                                            motorbrandstof of olie, per stuk per jaar:</al></entry><entry><al/><al>€ 71,--</al></entry></row><row><entry><al>6.1.3</al></entry><entry><al>Voor een aftappunt (met toebehoren) voor lucht en
                                            water</al></entry><entry><al>€ 71,--</al></entry></row><row><entry><al>6.1.4.</al></entry><entry><al>Voor een bezine- of olietank (met toebehoren), per stuk
                                            per jaar:</al></entry><entry><al>€ 38,-</al></entry></row><row><entry><al>6.2.1</al></entry><entry><al>Luiffel, overkapping benzinestation, per m2, per
                                            jaar</al></entry><entry><al>€ 16,25</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Hoofdstuk 7: Overige voorwerpen.</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>7.1. </al></entry><entry><al>Het tarief bedraagt:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>7.1.1</al></entry><entry><al>voor het hebben van rails, per strekkende meter:</al></entry><entry><al/><al>€ 1,06</al><al>€ 8,48</al></entry></row><row><entry><al>7.1.2</al></entry><entry><al>voor het hebben van buizen, riolen, kokers, kabels en
                                            dergelijke voorwerpen, per strekkende meter:</al><al>per jaar:</al></entry><entry><al/><al/><al>€ 1,90</al></entry></row><row><entry><al>7.1.3</al></entry><entry><al>voor het hebben van een tent, podium of tribune, per
                                            m<sup>2</sup> inge­nomen oppervlakte grond:</al></entry><entry><al/><al/><al>€ 0,41</al><al>€ 0,98</al></entry></row><row><entry><al>7.1.4</al></entry><entry><al>voor het hebben van een rijwielrek, per strekkende
                                            meter:</al></entry><entry><al/><al>€ 5,40</al><al>€ 43,20</al></entry></row><row><entry><al>7.1.5</al></entry><entry><al>Voor het hebben van een spandoek,</al><al>per dag:</al></entry><entry><al/><al>€ 10,50</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Behoort bij raadsbesluit van 30 november 2010 tot vaststelling van de
                        Tarieven­tabel 2011, behorende bij de Verordening precariobelasting
                        2011.</al><al/><al/><al/><al>jhi/XE10060606 </al></tekst></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>