<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR4464_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eindhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eindhoven</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2010, nr. 92</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=15.33">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentewet, art. 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>XE10060584</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van de
                    afvalstoffen­heffing en reinigingsrechten 2011.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt
                        bekend, dat de raad van de gemeente in zijn vergadering heeft vastgesteld de
                        volgende</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al/><al>Hoofdstuk I Algemene bepalingen.</al><al/><al><cursief>Artikel 1. Inleidende bepaling.</cursief></al><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><al>a. een afvalstoffenheffing;</al><al>b. reinigingsrechten.</al><al/><al><cursief>Artikel 2. Begripsomschrijvingen.</cursief></al><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al> bedrijfspand:</al><al> een eigendom ‑ of een zelfstandig gebruikt gedeelte ervan ‑ geen
                                perceel zijnde in de zin van de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="2."><al> grof bedrijfsafval:</al><al>afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van
                                bedrijven en in­stellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid
                                niet in aanmerking komen voor het periodiek inzamelen als bedoeld in
                                artikel 11, tweede lid, onder a;</al></li><li nr="3."><al> een collo:</al><al>elk exemplaar stukgoed, ongeacht de verpakking, dat door één man te
                                dragen is.</al></li></lijst><al/><al/><al>Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing.</al><al/><al><cursief>Artikel 3. Aard van de heffing/belastbaar feit.</cursief></al><al>Onder de naam "afvalstoffenhef­fing" wordt een directe belasting geheven als
                        bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80).</al><al/><al><cursief>Artikel 4. Belastbaar feit en belastingplicht.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die feitelijk gebruik maakt
                                van een per­ceel in de gemeente ten aanzien waarvan, ingevolge
                                artikel 10.21, 10.22 van de Wet milieubeheer, een verplichting tot
                                het inzamelen van huishoudelijke afval­stoffen geldt.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al> degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens
                                eigen­dom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht van het perceel
                                feitelijk gebruik maakt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan:
                                degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 5. Maatstaf van heffing en tarief.</cursief></al><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in
                        hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al><al/><al><cursief>Artikel 6. Belastingjaar.</cursief></al><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                        belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al><al/><al><cursief>Artikel 7. Wijze van heffing.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt
                                geheven bij wege van aan­slag.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt
                                geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het
                                gevorderde bedrag is vermeld.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 8. Aanslag­grens.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Voor belastingbedragen van minder dan € 10,-- vindt geen invordering
                                plaats.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt het
                                totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                                afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                            tijdsgelang.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dat later
                                is, bij de aanvang van de belasting­plicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar,
                                is de belas­ting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                ver­schuldigde belasting als er in dat jaar bij de aanvang van de
                                belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt
                                bestaat aan­spraak op ontheffing van de belasting bedoeld in
                                hoofdstuk 1.1 van de tarieven­tabel, voor zoveel twaalfde gedeelten
                                van de voor dat jaar verschuldigde belas­ting als er in dat jaar na
                                het einde van de belastingplicht nog volle kalender­maanden
                                overblijven</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid is niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige bin­nen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></li><li nr="5."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang
                                van het gebruik van de ge­meente­bezittingen, werken of
                                inrichtingen.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 10. Termijnen van betaling.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al> In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moet de op grond van artikel 7, eerste lid verschuldigde belasting
                                worden betaald in twee termijnen, waarvan de eerste vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld, en de volgende termijn twee
                                maanden later.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan
                                €60,-, doch minder is dan € 9.000,-- en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalings­incasso kunnen
                                worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagteke­ning van het aan­slagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al> In afwijking van het eerste en tweede lid geldt dat, indien het
                                totale bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde bedragen groter
                                dan of gelijk is aan € 9.000,-- dan dient de aanslag in één termijn
                                te worden betaald, welke vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moet de op grond van artikel 7, tweede lid verschuldigde belasting
                                worden betaald op het moment van het uitreiken van de kennisgeving,
                                dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen drie weken na
                                dagtekening van de kennisgeving.</al></li><li nr="5."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c
                                van de Invor­deringswet 1990, met een belastingaanslag
                                gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het
                                eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze
                                gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al></li><li nr="6."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst><al/><al/><al>Hoofdstuk III Reinigingsrechten.</al><al/><al><cursief>Artikel 11. Aard van de heffing/belastbaar feit.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al> Onder de naam "reinigings­rechten" worden rechten ge­heven voor
                                zowel het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte
                                diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken
                                of inrichtingen, die bij de ge­meente in be­heer of in onderhoud
                                zijn.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al> Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik
                                van bezittin­gen, werken en inrichtingen bestaat uit:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of
                                hoe­veelheid;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het op aanvraag incidenteel verwijderen van colli;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>het achterlaten van met huishoudelijk afval gelijk te stellen
                                bedrijfsafval van beperkte omvang en hoeveelheid (uitsluitend
                                kantoor-, winkel- en diensten­afval) op een daartoe van gemeentewege
                                ter beschikking gestelde plaats.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 12. Belastingplicht.</cursief></al><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve
                        van wie de dienst wordt verricht of degene die van de bezittingen, werken of
                        in­rich­tingen, bedoeld in artikel 11, gebruik maakt.</al><al/><al><cursief>Artikel 13. Maatstaven van heffing en tarieven.</cursief></al><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in
                        hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al><al/><al><cursief>Artikel 14. Belastingjaar.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het recht genoemd in artikel 11, tweede lid, onder­deel a, wordt
                                geheven over een belastingjaar.</al></li><li nr="2."><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 15. Wijze van heffing.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het recht genoemd in artikel 11, tweede lid, onderdeel a, wordt
                                geheven bij wege van aan­slag.</al></li><li nr="2."><al>De overige rechten genoemd in artikel 11, tweede lid, worden geheven
                                door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waarop
                                het ver­schul­digde bedrag is vermeld.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 16. Aanslag­grens.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Voor belastingbedragen tot € 10,-- vindt geen invordering
                                plaats.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt het
                                totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                                periodiek reinigings­recht of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 17. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                            tijdsgelang.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het recht genoemd in artikel 11, tweede lid, onderdeel a, is
                                verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dat later
                                is, bij de aanvang van de belasting­plicht.</al></li><li nr="2."><al>De overige rechten genoemd in artikel 11, tweede lid, worden
                                verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang
                                van het gebruik van de gemeentebezittingen, werken of
                                inrichtingen.</al></li><li nr="3."><al>Indien met betrekking tot het recht genoemd in artikel 11, tweede
                                lid, onder­deel a, de belastingplicht in de loop van het
                                belastingjaar aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel
                                twaalfde gedeelten van het voor dat jaar ver­schuldigde recht als er
                                in dat jaar na de aanvang van de belastingplicht nog volle
                                kalender­maanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Indien met betrekking tot het recht genoemd in artikel 11, tweede
                                lid, onder­deel a, de belastingplicht in de loop van het
                                belastingjaar eindigt bestaat aan­spraak op ontheffing voor zoveel
                                twaalfde gedeelten van het voor dat jaar ver­schuldigde recht als er
                                in dat jaar na het einde van de belastingplicht nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="5."><al>Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige bin­nen de gemeente verhuist naar een ander
                                bedrijfspand en de dienstverlening naar aard en omvang ongewijzigd
                                blijft.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 18. Termijnen van betaling.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen voor het recht genoemd in artikel 11, eerste
                                lid, onderdeel a, wor­den betaald in twee gelijke termijnen, waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die,
                                welke in de dagtekening van het aanslag­biljet is ver­meld, en de
                                volgende termijn twee maanden later. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aan­slagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan
                                €60,-, doch minder is dan € 9.000,-- en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afge­schreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aan­slagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste en tweede lid geldt dat, indien het
                                totale bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde bedragen groter
                                dan of gelijk is aan € 9.000,-- dan dient de aanslag in één termijn
                                te worden betaald, welke vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moet
                                de op grond van artikel 11, tweede lid, onderdeel b en c
                                verschuldigde rechten worden betaald op het moment van het uitreiken
                                van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezen­ding daarvan, binnen
                                drie weken na dagtekening van de kennisgeving.</al></li><li nr="5."><al> Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel
                                c, van de In­vorderings­wet 1990, met een belastingaanslag
                                gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het
                                eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze
                                gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al></li><li nr="6."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al><al/><al><cursief>Artikel 19 Kwijtschelding</cursief></al><al>Bij de invordering van de rechten als bedoeld in artikel 11 lid 1
                                wordt geen kwijt­schelding verleend.</al></li></lijst><al/><al>Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen.</al><al/><al><cursief>Artikel 20. Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders.</cursief></al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        be­trekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en
                        de reini­gingsrechten.</al><al/><al><cursief>Artikel 21. Inwerkingtreding en citeertitel.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De Verordening reinigingsheffingen 2010, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 15 de­cember 2009, wordt ingetrokken met ingang van
                                de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                                zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                reinigingsheffin­gen 2011".</al></li></lijst><al/><al/><al>Eindhoven, .</al><al>Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,</al><al/><al/><al/><al> , burgemeester.</al><al/><al/><al/><al/><al> , secretaris a.i.</al><al/><al>Uitgegeven, 16 december 2010.</al><al>Mij bekend,</al><al>de gemeentesecretaris a.i. van Eindhoven,</al><al>A.M.M.M. Verbakel.</al><al/><al/><al>Hiervan heeft afkondiging plaatsgevonden op 22 december 2010 </al><al><vet>Tarieventabel 2011 behorende bij de Verordening reinigingsheffingen
                            2011.</vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing.</vet></al><al/><al>Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing.</al><al/><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry><al>1.1.1</al></entry><entry><al>De belasting bedraagt per perceel per
                                            belastingjaar:</al></entry><entry><al>€ 149,--</al></entry></row><row><entry><al>1.1.2</al></entry><entry><al>De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>1.1.2.1</al></entry><entry><al>indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar
                                            of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij
                                            aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één
                                            persoon vermeerderd met: </al></entry><entry><al>€ 41,--</al></entry></row><row><entry><al>1.1.2.2</al></entry><entry><al>indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar
                                            of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij
                                            aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee
                                            personen vermeerderd met: </al></entry><entry><al>€ 86,--</al></entry></row><row><entry><al>1.1.2.3</al></entry><entry><al>indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar
                                            of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij
                                            aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door drie
                                            personen vermeerderd met: </al></entry><entry><al>€ 131,--</al></entry></row><row><entry><al>1.1.2.4</al></entry><entry><al>indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar
                                            of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij
                                            aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door vier
                                            of meer personen vermeerderd met: </al></entry><entry><al>€ 171,--</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing.</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry><al>1.2.1</al></entry><entry><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 be­draagt de
                                            belasting voor het verwijderen van colli: </al></entry><entry><al>€ 40,-</al><al>€ 60,--</al><al>€ 10,-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten.</vet></al><al/><al>Hoofdstuk 2.1 Maatstaf en jaarlijks tarief reinigingsrechten.</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry><al>2.1.1</al></entry><entry><al>Het recht bedraagt per belastingjaar voor: het
                                            verwijderen van bedrijfsafval als bedoeld in artikel 11,
                                            tweede lid, onder deel a, per bedrijfspand voor elke per ophaalbeurt te
                                            verwij­deren hoeveelheid van 240 liter.</al></entry><entry><al>€ 313,--</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Hoofdstuk 2.2 Maatstaven en overige tarieven reinigingsrechten.</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry><al>2.2.1 </al></entry><entry><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.1 bedraagt het
                                            recht voor het achterlaten van met huishoudelijk afval
                                            gelijk te stellen bedrijfsafval van beperkte omvang en
                                            hoeveel­heid (uitsluitend kantoor-, winkel- en
                                            dienstenafval) op een daartoe van gemeentewege ter
                                            beschikking gestelde plaats, als bedoeld in artikel 11,
                                            tweede lid, onderdeel g:</al><al>(poorttarief)</al></entry><entry><al>€ 15,-- </al></entry></row><row><entry><al>2.2.2</al></entry><entry><al>Het poorttarief als bedoeld onder 2.2.1 wordt
                                            –afhankelijk van het soort afval- verhoogd met de
                                            navolgende bedragen:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>2.2.2.1</al></entry><entry><al>Asbest en asbesthoudend afval, per ton:</al></entry><entry><al>€ 106,89 </al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.2</al></entry><entry><al>Autobanden, per band:</al></entry><entry><al>€ 5,10 </al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.3</al></entry><entry><al>Dakleer, per ton</al></entry><entry><al>€ 73,38</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.4</al></entry><entry><al>Puin schoon, per ton</al></entry><entry><al>€ 10,08</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.5</al></entry><entry><al>Puin vervuild, per ton</al></entry><entry><al>€ 14,16</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.6</al></entry><entry><al>Bouw- en sloopafval inclusief isolatie, per ton</al></entry><entry><al>€ 19,27</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.7</al></entry><entry><al>Bouw- en sloopafval, niet sorteerbaar, per ton</al></entry><entry><al>€ 103,84</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.8</al></entry><entry><al>Gipsafval, per ton</al></entry><entry><al>€ 47,08</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.9</al></entry><entry><al>Tapijt, per ton</al></entry><entry><al>€ 127,23</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.10</al></entry><entry><al>Vlakglas, per ton</al></entry><entry><al>€ 22,50</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.11</al></entry><entry><al>Hout A/B, per ton</al></entry><entry><al>€ 10,93</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.12</al></entry><entry><al>Hout C, per ton</al></entry><entry><al>€ 46,43</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.13</al></entry><entry><al>Afgewerkte olie, per m3</al></entry><entry><al>€ 78,54</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.14</al></entry><entry><al>Grof brandbaar afval, per ton</al></entry><entry><al>€ 176,54</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.15</al></entry><entry><al>Klein chemisch afval, per ton</al></entry><entry><al>€ 367,20</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.16</al></entry><entry><al>Blad en gras, per ton</al></entry><entry><al>€ 30,51</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.17</al></entry><entry><al>Tuinafval (grof) snoeihout, per ton</al></entry><entry><al>€ 30,51</al></entry></row><row><entry><al>2.2.2.18</al></entry><entry><al>Gemengd afval, per ton</al></entry><entry><al>€ 176,54</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze
                        verschuldigd is.</al><al>Behoort bij raadsbesluit van 30 november 2010 tot vaststelling van de
                        Tarieven­tabel 2011, behorende bij de Verordening reinigingsheffingen
                        2011.</al><al>jhi/XE10060584 </al><lijst><li nr="1."><al>a. per big bag van1 m3 </al></li><li nr="2."><al>b. per big bag van 1,5 m3</al></li><li nr="3."><al>c. voorwerpen die niet in een inzamelmiddel passen, per
                                voorwerp:</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>