<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR441345_1</dcterms:identifier><dcterms:title>GEEN SCHULD MAAR HULP</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-155191.html">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsplan schuldhulpverlening 2016-2019 Gemeente Huizen, Blaricum, Eemnes, Laren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0031331">wet gemeentelijke schuldhulpverlening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>schuldhulpverlening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>GEEN SCHULD MAAR HULP</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>GEEN SCHULD MAAR HULP</vet></al><al><vet>Beleidsplan schuldhulpverlening 2016-2019 </vet></al><al><vet>Gemeente Huizen, Blaricum, Eemnes, Laren</vet></al><al><vet>Samen naar een duurzaam schuldenvrij leven</vet></al><al><vet>INHOUDSOPGAVE</vet></al><al><vet>H1 Inleiding 2</vet></al><al>1.1 Wettelijke kaders schuldhulpverlening 2</al><al>1.2 Leeswijzer 3</al><al><vet>H2 Huidige beleid en ontwikkelingen 4</vet></al><al>2.1 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening 4</al><al>2.2 De gemeentelijke praktijk 4</al><al><vet>H3 Ontwikkelingen 7</vet></al><al>3.1 Landelijke ontwikkelingen 7</al><al>3.2 Lokale ontwikkelingen 8</al><al><vet>H4 Waar willen we naartoe 9</vet></al><al>4.1 Visie gemeente: en duurzaam schuldenvrij leven 9</al><al>4.2 Uitgangspunten 9</al><al><vet>H5 Hoe gaan wij onze doelstellingen bereiken? 13</vet></al><al>5.1 Preventie en vroegsignalering 13</al><al>5.2 De integrale vraaggestuurde benadering van de inwoner met schulden
                        16</al><al><vet>H6 Evaluatie en financiën 20</vet></al><al>6.1 Evaluatie 20</al><al>6.2 Financiën 21 </al><al>Bijlage 1 Inzet diensten schuldhulpverlener 23</al><al>Bijlage 2 Rollen en verantwoordelijkheden 24</al><al><vet>H1 Inleiding</vet></al><al>Schulden vormen een nog steeds groeiend probleem in onze samenleving. Niet
                        alleen voor de persoon met schulden die al te vaak zijn zelfredzaamheid en
                        mogelijkheden tot participatie verliest met alle gevolgen van dien, maar ook
                        voor zijn omgeving, de schuldeisers en de maatschappij. 27% van de
                        Nederlandse huishoudens heeft betalingsachterstanden. Dit heeft een grote
                        economische impact op de schuldeiser die daardoor ook zelf in financiële
                        moeilijkheden kan komen. 79% van de werkgevers heeft werknemers met
                        financiële problemen. Zij krijgen te maken met verlies aan productiviteit en
                        een toename van ziekteverzuim. Ook de kosten voor gemeenten lopen op door
                        schuldenproblematiek. Als een gezin door een betalingsachterstand van huur
                        of hypotheek op straat komt te staan dan heeft de gemeente de kosten van de
                        maatschappelijke opvang, maar ook instanties als maatschappelijk werk en
                        jeugdzorg moeten dan in actie komen. Het is dus voor alle partijen van groot
                        belang dat (problematische) schulden snel opgelost worden of beter, worden
                        voorkomen. Om hier beter in te voorzien heeft het Rijk in juni 2012 de Wet
                        gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) vastgesteld. Het Rijk heeft daarmee
                        aan de schuldhulpverlening die gemeenten al langer uitvoerden eisen gesteld
                        die moeten toe leiden naar een betere en duurzamere aanpak van
                        schulden.</al><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>Wettelijke kaders schuldhulpverlening</vet></al></li></lijst><al>Gemeenten zijn door de komst van de Wgs verantwoordelijk geworden voor het
                        bieden van integrale schuldhulpverlening. Dit vanuit de gedachte dat
                        schulden meestal niet op zichzelf staan en vaak een onderdeel vormen van
                        meervoudige problematiek binnen een gezin. Voor de gemeente betekent dit dat
                        er bij schuldhulpverlening niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen
                        van de financiële problemen van een inwoner, maar ook voor omstandigheden
                        die op enigerlei wijze verband houden met de financiële problemen, zoals
                        psychosociale factoren, relatieproblemen, de woonsituatie, de gezondheid,
                        verslaving of de gezinssituatie. De wet legt gemeenten wel een aantal
                        verplichtingen op zoals het realiseren van een bredere toegang en maximale
                        wacht – en doorlooptijden, maar de wet laat daarnaast vooral veel ruimte aan
                        gemeenten om zelf te bepalen hoe zij de schuldhulpverlening willen
                        uitvoeren, bijvoorbeeld met betrekking tot hun toelatingsbeleid,
                        kwaliteitsmeting maar vooral ook om inwoners te helpen tot een duurzaam
                        schuldenvrij leven te komen. Gemeenten worden zo gedwongen goed na te denken
                        over hun aanpak van schuldhulpverlening. Volgens het Rijk moet deze nieuwe
                        aanpak vaker leiden tot een adequate oplossing (maatwerk) voor mensen met
                        problematische schulden. In 2012 is door de gemeenten Huizen, Blaricum,
                        Eemnes en Laren (HBEL) in lijn met de Wgs een eerste beleidsplan
                        schuldhulpverlening 2012-2014 vastgesteld. </al><al/><al>Begin 2015 zijn taken op het gebied van Jeugd, Wmo en Werk en Inkomen door
                        het Rijk overgeheveld naar gemeenten. Al deze taken zijn onderdeel geworden
                        van het brede sociale domein en zijn opgenomen in het Beleidsplan Sociaal
                        Domein 2015-2018. Integraliteit door intensieve samenwerking binnen de
                        gemeentelijke organisatie, binnen de regio en met externe partners, moet
                        leiden tot voorzieningen op maat voor inwoners. Ook de schuldhulpverlening
                        maakt sinds 2015 deel uit van de dienstverlening in het sociaal domein.
                        Hoewel in het eerste beleidsplan schuldhulpverlening 2012-2015 van de
                        HBEL-gemeenten de nadruk eveneens op integraliteit lag, gaat deze binnen het
                        sociale domein een nog belangrijkere rol spelen. </al><al/><al>Naast de veranderingen binnen de gemeentelijke organisatie, blijft ook de
                        samenleving veranderen. Voor schulden betekent dit onder meer een
                        verschuiving van het soort schulden dat mensen hebben en de leeftijd waarop
                        mensen schulden maken.</al><al/><al>In 2015 is het Ministerie van SZW gestart met een eerste evaluatie van de
                        Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Het Rijk wil dat de gemeentelijke
                        schuldhulpverlening nog effectiever wordt en nog beter aansluit op de vraag
                        vanuit de samenleving. Ook moet het vakmanschap bij gemeenten vergroot
                        worden. In voorbereiding op de landelijke evaluatie stellen ook gemeenten
                        zich de vraag of het beleid dat zij in 2012 geformuleerd hebben inderdaad
                        heeft geleid tot effectievere schuldhulpverlening. En of de
                        schuldhulpverlening functioneert zoals de Wgs het heeft bedoeld. </al><al/><al>Ook de HBEL-gemeenten hebben in aanloop naar haar tweede beleidsplan het
                        bestaande beleid geëvalueerd. Met dit tweede beleidsplan is nu het moment
                        gekomen om het bestaande beleid te herijken. Successen en goede resultaten
                        van het huidige beleid doorzetten en leren van zaken die beter kunnen. De
                        schuldhulpverlening verder integreren binnen het sociaal domein en opnieuw
                        bepalen hoe het beste kan worden aangesloten bij de huidige ontwikkelingen
                        en waar mogelijk anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. </al><al/><al><vet>1.2 Leeswijzer</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In hoofdstuk 2 leest u over het huidige beleid. </al></li><li nr="2."><al>In hoofdstuk 3 wordt een weergave gegeven van de situatie in de
                                HBEL-gemeenten ten opzichte van de landelijke ontwikkelingen.</al></li><li nr="3."><al>In hoofdstuk 4 leest u onze visie en uitgangspunten voor het beleid
                                schuldhulpverlening 2016-2019. </al></li><li nr="4."><al>In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe wij onze doelstellingen willen
                                bereiken.</al></li><li nr="5."><al>In hoofdstuk 6 gaan wij tot slot in op de financiering en evaluatie
                                van de taken met betrekking tot schuldhulpverlening.</al></li></lijst><al/><al><vet>H2 Huidige beleid</vet></al><al/><al><vet>2.1 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening</vet></al><al/><al>In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) zijn onder meer de
                        volgende speerpunten opgenomen.</al><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>Regie</vet>: De gemeente neemt de regie van de
                                schuldhulpverlening op zich.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>Integraliteit</vet>: Er is niet alleen aandacht voor het
                                oplossen van de financiële problemen van de inwoner, maar ook voor
                                eventuele omstandigheden die hiermee op enige wijze in verband
                                kunnen staan. </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>Kwaliteit</vet>: In de wet zijn geen bepalingen opgenomen over
                                de kwaliteit van schuldhulpverlening. Wel doet de regering een
                                beroep op de branchevereniging NVVK, om vanuit de sector werkende
                                kwaliteitsnormen op te stellen. </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>Toelatingsbeleid</vet>: Schuldhulpverlening is in principe voor
                                iedereen toegankelijk. Gemeenten hebben wel de mogelijkheid om
                                bijvoorbeeld personen uit te sluiten die fraude hebben gepleegd of
                                bij wie een eerder schuldhulptraject verwijtbaar is mislukt.
                                Schuldhulpverlening is niet toegankelijk voor dak- en thuislozen en
                                zelfstandigen met een nog functionerende onderneming. </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>Extra aandacht voor gezinnen met kinderen</vet>: de gemeente
                                dient bij het formuleren van beleid extra aandacht te besteden aan
                                schulden van gezinnen met kinderen.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>Maximale wachttijd</vet>: de tijd tussen een aanmelding bij de
                                schuldhulpverlener en het eerste intakegesprek mag maximaal vier
                                weken bedragen. Bij bedreigende schulden die betrekking hebben op de
                                levering van nutsvoorzieningen, huur van woning of zorgverzekering
                                mag deze periode maximaal 3 dagen bedragen.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>Doorlooptijd</vet>: De wet doelt hiermee op de periode tussen
                                een schuldregelingsovereenkomst en de totstandbrenging van de
                                schuldregeling en heeft hieraan geen eisen gesteld.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>Preventie en nazorg</vet>: preventie gerichte activiteiten en
                                nazorg om nieuwe schulden te voorkomen maken deel uit van het
                                beleidsplan</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>Moratorium</vet>: Wordt ingezet bij een dreigende ontruiming en
                                afsluiting van nutsvoorzieningen en gaat gepaard met een WSNP
                                verzoekschrift. De rechtbank stelt de schuldhulpverlenende instantie
                                in staat binnen 6 maanden een minnelijk traject af te ronden en
                                gedurende deze 6 maanden staat de incasso maatregel van de
                                woningbouw of nutsvoorziening stil. Wanneer een minnelijk traject
                                niet lukt dan gaat direct de WSNP in. </al></li></lijst><al/><al><vet>2.2 De gemeentelijke praktijk </vet></al><al/><al><vet>Regie </vet></al><al>Voor de uitvoering van de schuldhulpverlening hebben de HBEL-gemeenten in
                        2012 gekozen voor een loketfunctie. Vanuit het loket wordt de regie gevoerd
                        over de schuldhulpverlening. De medewerker van het loket bepaalt in eerste
                        instantie hoe een inwoner het beste geholpen kan worden. Voor de bezetting
                        van het loket werd een coördinator van een externe partij ingehuurd. Deze
                        wordt inmiddels ondersteund door een medewerker van de HBEL-gemeenten. Sinds
                        de drie decentralisaties begin 2015 is de loketfunctie opgeheven en maakt de
                        schuldhulpmedewerker onderdeel uit van de backoffice. Er is geen
                        inloopspreekuur meer. Er wordt uitsluitend op afspraak en met een
                        telefonisch spreekuur gewerkt. Voor de schuldhulpverlening heeft de gemeente
                        een contract afgesloten met de Kredietbank Nederland. De Kredietbank
                        probeert schulden te regelen in een minnelijk traject. Dit betekent dat er
                        wordt geprobeerd om met alle schuldeisers afspraken te maken over het
                        inlossen van schulden. In een minnelijk traject kunnen niet altijd alle
                        schulden worden ingelost, er is niet altijd sprake van 100% inlossen. Een
                        voorwaarde voor het tot stand komen van een schuldenregeling is dat alle
                        schuldeisers instemmen met de voorgestelde betalingsregeling. Lukt dit niet
                        dan wordt bij de rechter een verzoek op basis van de Wet schuldsanering
                        natuurlijke personen (Wsnp) ingediend.</al><al/><al>Zelfstandig (ex) ondernemers vallen niet onder de Wgs maar onder het Besluit
                        bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). Er is wel sprake van
                        schuldhulpbeleid maar dan vanuit Bbz. De uitvoering van het Bbz is volledig
                        overgedragen aan het Bureau Zelfstandigen en Kunstenaars (BZK) dat is
                        gevestigd bij Wisselwerk in de</al><al>gemeente Hilversum. Het BZK beschikt over de juiste instrumenten om de
                        financiële hulpverlening aan zelfstandigen te optimaliseren. Indien nodig
                        verwijst het BZK zelfstandigen door naar een bureau dat is gespecialiseerd
                        in schuldhulpverlening aan zelfstandigen.</al><al/><al><vet>Kwaliteit</vet></al><al>Om de kwaliteit van de schuldhulpverlening te garanderen, werkt de gemeente
                        met een NVVK-gecertificeerde schuldhulpverlener.</al><al>Daarnaast heeft de gemeente zichzelf een aantal meetbare
                        prestatie-indicatoren opgelegd.</al><lijst><li nr="1."><al>1e gesprek bij gemeente binnen 2 weken;</al></li><li nr="2."><al>Een maximale wachttijd van 2 weken tussen de aanmelding bij de
                                schuldhulpverlener en het intake gesprek aldaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Een slagingspercentage van 70%. Met een geslaagd traject wordt dan
                                bedoeld dat de schuldhulpverlener er in is geslaagd om de schulden
                                in den minne te regelen;</al></li><li nr="2."><al>Een verwijtbaar uitvalpercentage van maximaal 10%;</al></li><li nr="3."><al>Een recidive van maximaal 10%;</al></li><li nr="4."><al>En een percentage WSNP-verklaringen van maximaal 5% van het totaal
                                aantal schuldregelingen. </al></li></lijst><al><vet>Integraliteit</vet></al><al>Om het integrale karakter van de schuldhulpverlening te waarborgen heeft de
                        (voormalige) afdeling sociale zaken een netwerk met andere hulpverleners.
                        Dit netwerk bestaat onder andere uit de coördinator schuldhulpverlening, de
                        schuldhulpverlener (Kredietbank Nederland), maatschappelijk werk, Jellinek,
                        de voedselbank, de kerken en woningbouwverenigingen. </al><al/><al>Het contact met de verschillende organisaties uit het maatschappelijk
                        middenveld gebeurt voornamelijk op casusniveau. Hierdoor kan snel en
                        adequaat worden gereageerd op (financiële) crisissituaties. </al><al/><al><vet>Maximale wachttijd en doorlooptijd</vet></al><al><cursief>Maximale wachttijd</cursief></al><al>In de Wgs is opgenomen dat de tijd tussen een aanmelding bij de
                        schuldhulpverlener en het eerste intakegesprek met de schuldhulpverlener
                        niet meer dan vier weken mag bedragen. In de eerste beleidsnota
                        schuldhulpverlening 2012-2015 heeft de gemeente zich tot doel gesteld om dit
                        binnen twee weken te regelen. Dit is in de praktijk niet altijd haalbaar
                        gebleken. De maximale termijn van 4 weken wordt niet overschreden.</al><al>Naast een wachttijd na aanmelding bij de schuldhulpverlener heeft de
                        gemeente zich ook tot doel gesteld geen wachttijden te hebben bij de
                        gemeentelijk toegang. Sinds de start in 2012 zijn er geen wachttijden
                        geweest.</al><al/><al><cursief>Doorlooptijd</cursief></al><al>In het huidige beleidsplan schuldhulpverlening is opgenomen dat de periode
                        tussen het tekenen van de schuldregelingsovereenkomst met de
                        schuldhulpverlener en de totstandbrenging van een schuldenregeling niet meer
                        dan 120 dagen bedraagt. </al><al>In de praktijk blijkt dit niet altijd haalbaar. Het hebben van veel
                        verschillende schuldeisers maakt het komen tot afspraken met alle
                        schuldeisers vaak tot een moeizaam proces.</al><al/><al><vet>Preventie, nazorg en duurzaamheid</vet></al><al><cursief>Preventie</cursief></al><al>De preventieve activiteiten zijn gericht op het voorkomen van problematische
                        schulden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen primaire preventie; het
                        voorkomen van schulden, secundaire preventie; het vroegtijdig signaleren en
                        oplossen van schuldenproblematiek en tertiaire preventie om terugval in oud
                        gedrag te voorkomen.</al><al/><al>De middelen die hiervoor zijn ingezet zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Het (voormalig) schuldhulploket als meldpunt voor informatie, advies
                                en doorverwijzing bij problematische schulden of andere
                                problematiek;</al></li><li nr="2."><al>Stabilisatie door middel van een vorm van budgetbeheer; </al></li><li nr="3."><al>Het treffen van een minnelijke betalingsregeling met een
                                schuldeiser;</al></li><li nr="4."><al>Inzet van schuldhulpmaatjes;</al></li><li nr="5."><al>Afspraken met woningbouwverenigingen over het tijdig signaleren van
                                slecht betalingsgedrag en/of betalingsachterstanden;</al></li><li nr="6."><al>Tijdelijke ondersteuning vanuit de voedselbank;</al></li><li nr="7."><al>Informatievoorziening via sociale media en het maatschappelijk
                                middenveld;</al></li><li nr="8."><al>Het bieden van de cursus “ uitkomen met inkomen” </al></li></lijst><al/><al><cursief>Nazorg en duurzaamheid</cursief></al><al>Wanneer er tijdens een schuldhulptraject sprake is geweest van budgetbeheer,
                        wordt binnen drie maanden na beëindiging van budgetbeheer een nazorggesprek
                        aangeboden. </al><al>Daarnaast is door de gemeente gekeken naar de mogelijkheid om voor een
                        kleinere groep mensen langdurige nazorg te bieden in de vorm van begeleiding
                        door schuldhulpmaatjes of door het inzetten van vaste lasten beheer bij de
                        Kredietbank.</al><al/><al><vet>Toelatingsbeleid </vet></al><al>De HBEL-gemeenten sluiten niemand uit van schuldhulpverlening, ook niet
                        wanneer sprake is van verwijtbare uitval of recidive. Primair omdat iedereen
                        een (tweede) kans verdient maar ook omdat afwijzing in veel gevallen zou
                        leiden tot veel maatschappelijk leed en hoge maatschappelijke kosten.</al><al>De HBEL-gemeenten behoren hiermee tot een minderheid van de Nederlandse
                        gemeenten. </al><al><vet>H3 Ontwikkelingen</vet></al><al><vet>3.1 Landelijke ontwikkelingen </vet></al><al>Uit het jaarverslag schuldhulpverlening 2014 van de NVVK
                            <cursief>(1)</cursief> blijkt dat er ondanks een voorzichtige
                        economische groei nog steeds mensen met schulden bijkomen. </al><al><vet>Geen daling van het aantal schulden, wel een afname van
                        aantallen</vet></al><al>Uit de cijfers van 2011 tot en met 2014 valt de volgende informatie te
                        lezen.</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Het totaal aantal mensen dat zich met een hulpvraag, met betrekking
                                tot hun schuldsituatie, richt tot een NVVK-lid stijgt nog steeds
                                maar het aantal nieuwe aanvragen voor schuldhulpverlening neemt af
                                ten opzichte van voorgaande jaren.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al>De gemiddelde schuld van mensen die zich bij een schuldhulpverlener
                                hebben gemeld stijgt nog steeds maar de stijging is minder dan
                                voorgaande jaren. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al>Het gemiddeld aantal schuldeisers is sinds 2011 gelijk
                                gebleven.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al>Er is een forse groei van het aantal mensen met tenminste één (nog)
                                niet regelbare schuld (CJIB, belastingdienst, gemeente) .</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al>Het aantal mensen dat zich binnen 5 jaar na een minnelijk traject of
                                een Wsnp-traject opnieuw meldt voor schuldhulpverlening stijgt nog
                                steeds maar minder snel dan voorgaande jaren. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al>Het aantal geslaagde schuldbemiddelingstrajecten neemt toe en
                                gelijktijdig neemt het aantal Wsnp-trajecten af. Een Wsnp-traject
                                wordt in 25% van alle gevallen ingezet. Voor een
                                schuldbemiddelingstraject is dit ruim 50%. De overige gevallen
                                worden door herfinanciering van schulden of een betalingsregeling
                                opgelost.</al></li></lijst><al/><al><vet>Daling betalingsproblemen hypotheek</vet></al><al>Uit de BKR Hypotheekbarometer van het Bureau Krediet Registratie (BKR) van
                        oktober 2015 blijkt dat voor het eerst in 10 jaar tijd het aantal mensen met
                        een betalingsprobleem op de hypotheek is gedaald. Hoewel het een lichte
                        daling betreft spreekt het BKR van een trendbreuk. </al><al/><al><vet>Lage inkomens het hardst geraakt</vet></al><al>Volgens het NVVK worden lage inkomens het hardst geraakt door bezuinigingen.
                        Vooral mensen met een laag inkomen uit werk of met een uitkering hebben
                        moeite om rond te komen. 87% van de klanten in de schuldhulpverlening heeft
                        een inkomen rondom het minimumloon of een inkomen tot maximaal 1 keer
                        modaal. In 2011 was dit nog 74%. Een steeds grotere groep moet met een
                        minimaal inkomen rondkomen, omdat ondersteunende inkomensmaatregelen worden
                        afgebouwd terwijl uitgaven van energie, verzekeringen en zorgkosten stijgen.
                        Na betaling van alle vaste lasten blijft er weinig tot niets over voor
                        verder levensonderhoud. Het is voor deze doelgroep moeilijk om geen schulden
                        te maken.</al><al/><al><vet>Schulden vaak niet op te lossen </vet></al><al>Schuldbemiddelingstrajecten worden steeds vaker succesvol afgerond. Maar in
                        de afgelopen drie jaren is het aantal mensen met niet-regelbare schulden,
                        waardoor een schuldregeling niet kan worden opgestart, meer dan verdubbeld.
                        In verreweg de meeste gevallen betreft dit overheidsvorderingen. </al><al/><al><vet>Conclusie</vet></al><al>De licht ingezette economische groei heeft nog weinig effect op bestaande
                        schulden. Wel valt er een daling te zien van het totaal aantal nieuwe mensen
                        dat zich meldt met schulden, de hoogte van de schulden en het aantal
                        recidieven. Bijzonder is dat het aantal schuldeisers de afgelopen jaren
                        gelijk is gebleven. Schulden zijn nog steeds erg verspreid maar nemen in
                        hoogte af. Een voorzichtige conclusie zou kunnen zijn dat mensen er (nog)
                        niet in slagen om het aantal schulden terug te dringen maar de schulden die
                        zij hebben wel minder hoog oplopen. </al><al/><al><cursief>1. www.nvvk.eu/jaarverslag2014/cijfers/</cursief></al><al>Hoewel er steeds meer schulden succesvol in den minne geregeld worden,
                        lijken met name niet-regelbare schulden in een aantal gevallen een geheel
                        schuldenvrije toekomst in de weg te staan. </al><al/><al>Het NVVK kan zich, net als alle andere organisaties die gegevens verzamelen,
                        alleen baseren op meetbare en beschikbare informatie. De cijfers met
                        betrekking tot de schuldhulpproblematiek beperken zich dus tot de informatie
                        die door hulpvragers en schuldeisers zelf wordt aangereikt. Er bestaat
                        hierdoor weinig zekerheid over de ware grootte van de groep mensen met
                        (dreigende) problematische schulden. Wel kan worden gesteld dat het risico
                        voor het hebben van schulden het grootst is onder mensen met een minimum tot
                        modaal inkomen. </al><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>Lokale ontwikkelingen</vet></al></li></lijst><al><vet>De HBEL-gemeenten volgen de landelijke trend</vet></al><al>De HBEL-gemeenten sluiten aan bij de landelijk trend. Het aantal
                        schuldhulpvragen in de HBEL-gemeenten stijgt minder snel dan voorgaande
                        jaren of neemt zelfs af.</al><al>(zie bijlage 1). </al><al>Opvallend is dat het aantal 65-plussers dat zich meldt voor
                        schuldhulpverlening de afgelopen 4 jaar verdrievoudigd is en dat zich
                        nagenoeg geen inwoners aanmelden jonger dan 31 jaar.</al><al/><al><vet>De prestatie-indicatoren gehaald?</vet></al><al><cursief>In cijfers</cursief></al><al>De hieronder door de HBEL-gemeenten zelf gestelde prestatie-indicatoren
                        worden grotendeels gehaald <cursief>(2)</cursief>.</al><lijst><li nr="1."><al>Een slagingspercentage van 70%</al></li><li nr="2."><al>Een verwijtbaar uitvalpercentage is van maximaal 10% </al></li><li nr="3."><al>Een recidive van maximaal 10%.</al></li><li nr="4."><al>Een percentage Wsnp-verklaringen van maximaal 5% </al></li></lijst><al>Het slagingspercentage van de HBEL-gemeenten ruim 4% hoger dan het landelijk
                        gemiddelde. </al><al>De doelstelling van een percentage Wsnp-verklaringen van maximaal 5% van het
                        totaal aantal schuldregelingen is niet gehaald. Dit is niet vreemd gezien
                        het feit dat het landelijk gemiddelde op 25% ligt. Het percentage van de
                        HBEL-gemeenten verschilt hier niet van.</al><al/><al><cursief>In de praktijk</cursief></al><al>De percentages laten zien dat de gekozen werkwijze met een laagdrempelige
                        toegang, een coördinator schuldhulpverlening en de overeenkomst met de
                        schuldhulpverlener in 70% van de gevallen tot een goed eindresultaat leidt.
                        De prestatie-indicatoren hebben een kwantitatief karakter. Oorzaken van
                        schulden of recidieven worden niet gemeten. Hierdoor bestaat bijvoorbeeld
                        nauwelijks zicht op het aantal inwoners dat zich meldt met
                        hypotheekschulden. Ook zijn de prestatie-indicatoren nauwelijks gericht op
                        resultaten die buiten de gemeentelijke organisatie behaald kunnen worden.
                        Dit geldt met name voor vroegsignalering en preventieve activiteiten. Het
                        aanpassen van de schuldhulpverlening op verschuivingen in doelgroepen en
                        behoeftes wordt hierdoor bemoeilijkt. </al><al/><al><vet>Samenvatting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De HBEL-gemeenten wijken met betrekking tot toename van het aantal
                                inwoners met schulden, de aard van de schulden en de afhandeling
                                hiervan niet af van de landelijke trend;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Er is een forse toename van het aantal 65-plussers met een
                                schuldhulpvraag;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>De prestatie-indicatoren worden gehaald m.u.v. de
                                Wsnp-verklaringen;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Er zijn onvoldoende prestatie-indicatoren ten aanzien van preventie
                                en vroegsignalering;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>De gemeten resultaten geven voornamelijk kwantitatieve
                                informatie.</al></li></lijst><al/><al><cursief>2. Rapport rekenkamercommissie “ Schuldhulpverlening in
                            Huizen”</cursief></al><al><vet>H4 Waar willen we naartoe </vet></al><al/><al><vet>4.1 Visie gemeente: een duurzaam schuldenvrij leven </vet></al><al/><al>In het beleidsplan sociaal domein 2015-2018 van de gemeente wordt het belang
                        van een inclusieve samenleving benadrukt. Een samenleving waarin al onze
                        inwoners, ongeacht leeftijd, fysieke situatie of culturele achtergrond,
                        volwaardig kunnen deelnemen aan het economisch en sociaal verkeer. Sociaal
                        en economisch mee kunnen komen in de samenleving is van onmiskenbaar belang
                        voor het gevoel van eigen waarde. Om dit te bewerkstelligen is stabiliteit
                        nodig. Stabiliteit binnen het gezin en in de relaties met de buitenwereld en
                        stabiliteit van financiën. Of in ieder geval de weerbaarheid om een zekere
                        mate van instabiliteit op te kunnen vangen.</al><al/><al><vet>De vicieuze cirkel van schaarste</vet></al><al>Wanneer er sprake is van schaarste op een of meerdere van de hierboven
                        genoemde vlakken dan is stabiliteit niet meer mogelijk. Mullainathan en
                        Shafir <cursief>(3)</cursief> laten zien dat schaarste zorgt voor focus.
                        Focus op wat misgaat. Eenzijdige concentratie op het schaarsteprobleem.
                        Focussen op één ding betekent dat andere zaken verwaarloosd worden. Dit
                        leidt tot tunnelvisie. Binnen de tunnel wordt alles scherper, buiten de
                        tunnel wordt alles vaag en ongrijpbaar. Men is de grip op het leven en de
                        omgeving kwijt. Het prestatievermogen neemt af en er is geen ruimte meer
                        voor lange termijn denken, het nemen van verstandige beslissingen en het
                        weerstaan van verleidingen. </al><al/><al>Het hebben van schulden kan in ernstige gevallen een rechtstreeks effect
                        hebben op alle vormen van schaarste. Gebrek aan (woon)ruimte, eten, contact
                        met de buitenwereld, gemoedrust. Het hebben van schulden heeft een negatief
                        effect op alle voorwaarden voor een volwaardige deelname aan de samenleving.
                        Schulden moeten daarom liefst definitief opgelost worden.</al><al/><al><vet>De cirkel doorbreken</vet></al><al>Het aflossen van schulden alleen is vaak niet voldoende om mensen duurzaam
                        schuldenvrij te houden. Het aantal recidieven stijgt nog steeds. Om te komen
                        tot een duurzaam schuldenvrij leven volgens de standaard van de inclusieve
                        samenleving moeten niet alleen schulden worden opgelost maar moeten wij onze
                        inwoners ook instrumenten in handen geven die hen in staat stellen een
                        duurzaam financieel gezond leven te kunnen leiden. Dit betekent dat wij
                        mensen helpen bij het voorkomen van nieuwe schulden maar ook bij het
                        voorkomen van het opnieuw maken van schulden. Hiervoor is een breed aanbod
                        nodig van hulp en oplossingen zodat voor iedere (dreigende) schuldsituatie
                        een oplossing op maat kan worden geboden. Daarbij worden niet alleen de
                        financiële aspecten meegenomen maar wordt ook gewerkt aan sociale
                        vaardigheden die belangrijk zijn voor de weg naar zelfredzaamheid en
                        participatie.</al><al/><al>Om dit te kunnen bewerkstelligen is goede afstemming binnen de gemeentelijke
                        organisatie nodig, het maken van heldere afspraken met de schuldhulpverlener
                        en een nauwe samenwerking met onze maatschappelijke partners.</al><al/><al><vet>4.2 Uitgangspunten: </vet></al><al/><al><vet>Eerder en dichtbij: laagdrempelige en benaderbare
                            (schuld)hulpverlening</vet></al><al>Door van meet af aan gebruik te maken van een inloopspreekuur en later de
                        open toegang tot het gemeente loket is de fysieke toegang tot de
                        schuldhulpverlening voor de HBEL-gemeenten altijd laagdrempelig geweest. </al><al>Mensen met financiële problemen melden zich echter over het algemeen pas bij
                        de gemeente wanneer er al sprake is van oplopende schulden. Veelal vanuit
                        schaamte</al><al/><al><cursief>3. “Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen”-
                            Sendhil Mullainathan &amp; Eldar Shafir</cursief></al><al>of vanuit het idee het zelf nog wel te kunnen redden. Maar ook vanuit een
                        gebrek aan inzicht in de eigen situatie. Het gevolg is helaas dat deze
                        mensen bij binnenkomst maar al te vaak al gevangen zitten in de vicieuze
                        cirkel zoals omschreven door Mullainathan en Shafir.</al><al/><al>De hulpverlening moet daarom zo georganiseerd worden dat mensen niet pas
                        geholpen worden als ze de weg naar het gemeentehuis hebben gevonden met
                        schulden maar vooral ook wanneer er schulden dreigen te ontstaan als gevolg
                        van veranderingen in de leefsituatie zoals bij verlies van werk,
                        faillissement, middelengebruik, ziekte of echtscheiding. </al><al>Om vroegtijdige hulpverlening mogelijk te maken moet deze doelgroep in een
                        zo vroeg mogelijk stadium bij de gemeente in beeld komen. Hierbij moet
                        gebruik gemaakt worden van daadwerkelijke signalen maar ook van outreachende
                        hulpverlening.</al><al/><al>Maar ook wanneer er helemaal geen sprake is van dreigende ernstige
                        schuldenproblematiek is het belangrijk om mensen bewust te maken van
                        financiële kwetsbaarheid en het risico op het maken van schulden. Zzp-ers en
                        jongeren zijn hierbij een belangrijke nieuwe doelgroep. </al><al/><al>Ook statushouders vormen een relatief nieuwe doelgroep. Zij beginnen,
                        wanneer zij zich definitief kunnen vestigen, met een inrichtingskrediet. Dit
                        krediet wordt vaak gebruikt voor de maand huur die zij vooruit moeten
                        betalen. Hun nieuwe leven begint daardoor met schuld. Voor deze doelgroep is
                        het leren omgaan met de middelen en financiële verplichtingen die zij van
                        meet af aan hebben van groot belang. </al><al/><al><vet>Samen tot een oplossing komen: een gedeelde verantwoordelijkheid
                        </vet></al><al>De verantwoordelijkheid voor het eigen leven staat net als in het gehele
                        sociaal domein ook binnen de schuldhulpverlening centraal. Het is daarom
                        belangrijk om mensen met schulden hierop te wijzen. Daarna is het vooral
                        belangrijk om te realiseren dat wij als gemeenten van het Rijk de opdracht
                        hebben gekregen om mensen, door het leveren van maatwerk en een integrale
                        werkwijze, zo snel mogelijk weer in staat te stellen tot zelfredzaamheid en
                        participatie.</al><al/><al>Voor de medewerker schuldhulpverlening betekent dit dat hij of zij geen
                        medewerker schuldhulpverlening meer is maar een consulent bij wie zich
                        iemand met schulden meldt. Een consulent die kijkt welke hulp het
                        hardst/eerst nodig is en daar, waar nodig, anderen binnen en buiten de
                        gemeentelijke organisatie bij betrekt. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van
                        dreigende huisuitzetting of wanneer het welzijn van kinderen in het geding
                        dreigt te geraken. Deze situaties hebben voorrang op de principale
                        schuldhulpvraag van de inwoner. De consulent blijft daarbij de unieke
                        contactpersoon van de inwoner en bewaakt alle lopende processen.</al><al>Voor onze inwoner met schulden betekent dit dat er vanaf het begin
                        duidelijkheid is over het te volgen traject en dat er duidelijke afspraken
                        worden gemaakt over wederzijdse verwachtingen. Niet vanuit het idee om de
                        inwoner te beleren maar om zo snel mogelijk rust te creëren in een voor de
                        inwoner vaak ongrijpbaar geworden situatie. </al><al/><al><vet>Anders meten om meer te weten: nieuwe vraagstukken</vet></al><al>Schuldhulpverlening wordt door zowel de gemeente als de schuldhulpverlener
                        gemeten in cijfers. Deze metingen worden gedaan vanuit het perspectief van
                        de hulpverlener en zijn geënt op speerpunten uit de Wgs en de eigen gestelde
                        doelen. Wat zijn de wachttijden, hoeveel trajecten slagen, hoeveel
                        Wsnp-verklaringen worden er afgegeven? Deze kwantitatieve wijze van meten is
                        nodig voor de gemeentelijke begroting en het toezicht op naleving van de in
                        de Wgs gestelde eisen en zullen wij ook voortzetten.</al><al>Als onderdeel van het gehele sociaal domein vraagt ook de
                        schuldhulpverlening om een integrale benadering die meer is toegespitst op
                        de vraag/behoefte van de inwoner. Om hierop in te kunnen spelen moeten wij
                        naast de kwantitatieve meting toe naar meer op de persoon gerichte metingen.
                        Kiezen voor indicatoren die ons niet alleen vertellen of processen goed
                        verlopen maar ons ook vertellen wie onze inwoners met schulden zijn en wat
                        zij nodig hebben om een duurzaam schuldenvrij leven te kunnen leiden.
                        Indicatoren met betrekking tot leeftijd, gezinssituatie, soort inkomsten
                        (loon, uitkering, zzp-er) maar ook de mate van zelfredzaamheid na een
                        schuldhulptraject: is er sprake van volledige zelfredzaamheid of is er
                        bijvoorbeeld lichte begeleiding of bewindvoering nodig. </al><al/><al>Met ingang van het derde kwartaal 2015 wordt aan de gemeenteraad 4 keer per
                        jaar gerapporteerd over de realisatie van de dienstverlening in het sociaal
                        domein. Dit gebeurt onder meer op basis van een vaste en flexibele
                        gegevensset over de ingezette individuele voorzieningen. Ook dit vraagt om
                        een wijze van meten die meer is toegespitst op het kunnen onderbouwen van de
                        aan de raad aangeleverde cijfers.</al><al/><al><vet>Het opheffen van belemmeringen die een schuldhulptraject in de weg
                            staan </vet></al><al>Zoals blijkt uit het jaarverslag 2014 van de NVVK zijn niet-regelbare
                        schulden de grootste oorzaak van het niet tot stand komen van een
                        schuldenregeling.</al><al>Ook blijkt dat deze niet-regelbare schulden voornamelijk schulden zijn bij
                        overheidsinstellingen. De gemeente is zelf momenteel ook een heel grote
                        schuldeiser. Op dit moment hebben de HBEL-gemeenten 2,8 miljoen euro aan
                        vorderingen uitstaan. Dit betreft zowel verwijtbare als niet verwijtbare
                        schulden. Wanneer inwoners naast andere schulden ook een (langjarige) schuld
                        bij de gemeente hebben is het nagenoeg onmogelijk om naar een schuldenvrije
                        situatie terug te keren. Niet alleen de inwoner maar ook de gemeente is niet
                        gebaat bij een dergelijke uitkomst. De kans is groot dat deze inwoner zich
                        met andere problemen bij de gemeente zal melden. Daarnaast is de kans dat de
                        gemeentelijke vordering ooit wel afbetaald zal worden nihil. Beide partijen
                        zijn er dus meer bij gebaat tot een oplossing te komen.</al><al/><al><vet>Op zoek naar duurzame oplossingen: het vinden van een nieuw evenwicht
                        </vet></al><al>Het aantal mensen dat zich voor een tweede maal aanmeldt voor
                        schuldhulpverlening neemt de laatste jaren af maar is nog steeds hoog.</al><al>Een oorzaak is dat de schulden wel worden opgelost maar dat gedrag niet
                        verandert. Dit is deels ook begrijpelijk. Het inkomen blijft vaak na een
                        schuldenregeling op eenzelfde bescheiden niveau. De schulden zijn vaak juist
                        ontstaan omdat men niet rond wist te komen met de bestaande financiële
                        middelen. Wanneer er niets aan de inkomsten en het uitgavenpatroon wordt
                        veranderd, blijft het risico van nieuwe schulden bestaan. </al><al/><al>Mensen die een aantal jaar in een schuldenregelingstraject hebben gezeten en
                        daardoor zeer weinig te besteden hebben gehad, gaan begrijpelijk meer
                        uitgeven zodra zij weer beschikken over hun volledige inkomen. Omdat het
                        besteedbare bedrag gedurende een schuldenregelingstraject zo laag is, gaat
                        men na afsluiting van het traject logischerwijs niet op dezelfde voet
                        verder. Het blijkt dan vaak moeilijk om het verplicht opgelegde evenwicht
                        tijdens het schuldenregelingstraject te vertalen naar een nieuw evenwicht op
                        een financieel iets hoger niveau. </al><al/><al><vet>Op zoek naar duurzame oplossingen: financiële hulp </vet></al><al>Zoals eerder aangegeven worden inwoners met een laag inkomen het meest
                        getroffen door bezuinigingen door het Rijk. Met de afschaffing door het Rijk
                        van onder meer categoriale regelingen binnen de bijzondere bijstand en
                        regelingen voor mensen met een chronische aandoening en/of beperking, moet
                        ook deze doelgroep het met minder inkomen doen en loopt daardoor een
                        mogelijk groter risico op het maken van schulden. Door voor deze doelgroep
                        voorzieningen op maat te treffen, kan de kans op schulden worden
                        verkleind.</al><al/><al><vet>Doelen naar boven bijstellen. Wat goed is, kan beter</vet></al><al>De afgelopen beleidsperiode hebben de HBEL-gemeenten de zelf opgelegde
                        prestatie-indicatoren met uitzondering van het aantal Wsnp-verklaringen,
                        gehaald. Met de bovenstaande aanpassingen in beleid moet het haalbaar zijn
                        om in ieder geval het slagingspercentage nog verder op te laten lopen. Het
                        beoogde slagingspercentage wordt daarom voor de komende beleidsperiode
                        bijgesteld naar 75%. Zoals eerder aangegeven is het in 2012 gestelde doel
                        van maximaal 5% Wsnp-aanvragen per jaar niet realistisch en niet in
                        overeenstemming met het landelijk gemiddelde gebleken. Deze
                        prestatie-indicator wordt daarom voor de komende beleidsperiode bijgesteld
                        naar 25%. </al><al/><al><vet>Samenvatting</vet></al><al>Om te kunnen voldoen aan de binnen het sociaal domein geldende
                        doelstellingen met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie en in
                        antwoord op de nog steeds groeiende schuldenproblematiek in de HBEL, is het
                        noodzakelijk om te focussen op de volgende aanpak:</al><lijst><li nr="1."><al>Fors inzetten op preventie en daarmee rekening houden met nieuwere
                                doelgroepen als woningbezitters, zzp-ers, jongeren en
                                statushouders;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Fors inzetten op vroegsignalering en daarbij gebruik maken van
                                daadwerkelijke signalen en outreachende hulpverlening;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Een integrale benadering van de problematiek van de inwoner met
                                schulden waarbij op basis van duidelijke afspraken naar stabilisatie
                                en rehabilitatie van zelfredzaamheid en participatie wordt
                                gestreefd;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Het “ inhoudelijk” meten van de schuldenproblematiek (metingen
                                vanuit het resultaat voor de burger);</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Het opheffen van belemmeringen die een geslaagd schuldhulptraject in
                                de weg staan;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Financiële maatregelen treffen om de kans op het ontstaan van
                                schulden te minimaliseren;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Het bieden van duurzame oplossingen voor een schuldenvrij
                                leven.</al></li></lijst><al><vet>H5 Hoe gaan wij onze doelstellingen bereiken?</vet></al><al><vet>5.1 Preventie en vroegsignalering</vet></al><al>Preventie en vroegsignalering zijn nauw met elkaar verbonden. Door vroeg te
                        signaleren kunnen preventieve maatregelen tijdig en op de juiste wijze
                        ingezet worden. </al><al><vet>Vroegsignalering: de juiste hulp op het juiste moment </vet></al><al>Signalen van dreigende schulden moeten zowel binnen de gemeente als vanuit
                        de samenleving worden opgepakt. </al><al>Om dreigende schulden sneller zichtbaar te maken is een nauwe samenwerking
                        tussen gemeente en schuldhulpverlener en gemeente en het maatschappelijk
                        middenveld nodig.</al><al>Hiertoe worden de komende beleidsperiode de volgende afspraken gemaakt.</al><al><cursief>Uitval voorkomen</cursief></al><al>Een klein aantal mensen verlaat vroegtijdig een schuldhulptraject. Dit kan
                        vele oorzaken hebben maar eigenlijk weten we nooit precies waarom dit
                        gebeurt. </al><al>Wanneer iemand vroegtijdig een schuldhulptraject verlaat, wordt met deze
                        persoon daarom binnen twee weken contact opgenomen om te trachten het
                        traject alsnog op te pakken en succesvol af te ronden. Ook wordt daarbij
                        opnieuw de situatie van de inwoner in kaart gebracht om te kunnen bepalen of
                        andere extra hulp kan worden ingezet om tot een succesvol schuldhulptraject
                        en een duurzaam schuldenvrij leven te komen. </al><al><cursief>Nacontrole</cursief></al><al>Dat een schuldhulptraject succesvol is afgerond is niet per definitie een
                        garantie dat iemand in de toekomst ook schuldenvrij zal blijven.</al><al>Een half jaar nadat een traject met de schuldhulpverlener succesvol is
                        afgerond, wordt door de gemeente opnieuw contact gezocht met de klant om na
                        te gaan of de (financiële) situatie nog steeds stabiel is. Wanneer dit niet
                        het geval blijkt te zijn, volgt, wanneer de klant hiermee instemt, opnieuw
                        een gesprek met de consulent van de gemeente om samen te bepalen welke hulp
                        nog nodig is. Hoewel de eerste intentie is om goede nazorg te leveren, biedt
                        dit contact met de inwoner ook een gelegenheid om in een vroeg stadium
                        nieuwe financiële problemen te signaleren en hier tijdig op in te grijpen. </al><al><cursief>Het maatschappelijk middenveld als vindplaatsgerichte partner
                        </cursief></al><al>Mensen met financiële problemen zijn vaak als eerste in beeld bij het
                        maatschappelijk middenveld. Zij komen bij de voedselbank, van
                        vluchtelingenwerk, melden zich met een hulpvraag bij de diaconieën of
                        tijdens een pastoraal bezoek, of het Fonds Bijzondere Noden en de stichting
                        Noodfonds Eemnes of bespreken hun problemen bij een andere
                        welzijnsorganisatie. Maar ook nutsbedrijven en woningbouwverenigingen kunnen
                        in een vroeg stadium financiële problemen signaleren.</al><al>Hierdoor heeft het maatschappelijk middenveld een belangrijke signalerende
                        functie. </al><al>De gemeente heeft als taak om het maatschappelijk middenveld te faciliteren
                        in deze rol.</al><al>Met het maatschappelijk middenveld worden hiertoe aanvullende afspraken
                        gemaakt over:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Het signaleren van oplopende betalingsachterstanden. </al></li><li nr="2."><al>Informatieverstrekking aan maatschappelijke organisaties over de
                                dienstverlening van de gemeente maar ook over het aanbod van
                                preventieve interventies. </al></li><li nr="3."><al>Het beschikbaar stellen van voorlichtingsmateriaal. </al></li><li nr="4."><al>Een nauw contact met medewerkers van de gemeente op
                                casusniveau.</al></li><li nr="5."><al>Het een maal per jaar een themabijeenkomst organiseren voor het
                                gehele maatschappelijk middenveld. </al></li></lijst><al><cursief>Het Jeugd en Gezinsteam Eemnes als schakel </cursief></al><al>Binnen het sociaal domein worden inwoners integraal benaderd. Dit betekent
                        dat iedere consulent, bijvoorbeeld door middel van het vraaggestuurde
                        gesprek, alle problemen probeert te signaleren die op dat moment spelen.
                        Hierdoor kunnen snel prioriteiten gesteld worden en kan snel actie worden
                        ondernomen. Het Jeugd en Gezinsteam Eemnes als extern opererend onderdeel
                        van de gemeente, kan een belangrijke rol spelen in dit proces. De toegang
                        tot het Jeugd en Gezinsteam Eemnes zal door inwoners veelal als
                        laagdrempeliger worden ervaren omdat de hulpvraag hier een vrijblijvender
                        karakter heeft dan bij de gemeente. Het Jeugd en Gezinsteam Eemnes is
                        hierdoor bij uitstek een middel voor vroegsignalering en, indien gewenst,
                        toeleiding naar de gemeente.</al><al/><al><vet>Preventieve maatregelen: De nadruk op gezond financieel
                        gedrag</vet></al><al>Om (nieuwe) schulden te voorkomen is gezond financieel gedrag nodig. Dit
                        geldt voor zowel mensen die eerder schulden hebben gehad als voor mensen die
                        met schulden te maken kunnen gaan krijgen zoals statushouders, inwoners die
                        (onverwachts) met een WW-uitkering te maken krijgen, maar ook voor jongeren
                        die nu schulden maken of daar in een later stadium van hun leven mee te
                        maken krijgen door bijvoorbeeld een studieschuld. En huiseigenaren en
                        zzp-ers die het hoofd boven water moeten zien te houden. Voor deze
                        doelgroepen moeten meer preventieve maatregelen worden aangeboden. </al><al>Aan schuldpreventie kan op twee manieren vorm worden gegeven: Materiële- en
                        immateriële schuldpreventie. Materiële schuldpreventie omvat maatregelen en
                        voorzieningen die er aan bijdragen dat mensen beschikken over voldoende
                        middelen om überhaupt gezond financieel gedrag te kunnen vertonen.
                        Immateriële schuldpreventie richt zich op gedragsbeïnvloeding. Voor beide
                        vormen geldt dat deze via de gemeente kunnen worden aangeboden maar ook door
                        middel van een vindplaatsgerichte benadering. Vaak zullen de methoden in
                        elkaar overlopen. Interventies moeten gericht zijn op het creëren van
                        bewustzijn, het verspreiden van kennis en het aanleren van praktische
                        vaardigheden. De gemeente gaat de komende beleidsperiode de volgende
                        methoden inzetten.</al><al/><al><cursief>Budgetadvies</cursief></al><al>Bij een aanvraag voor een bijstandsuitkering of bijzondere bijstand, wordt
                        de financiële situatie in kaart gebracht en wordt standaard een budgetadvies
                        gegeven.</al><al>Wanneer iemand echter bijvoorbeeld maar één keer bijzondere bijstand
                        aanvraagt en vervolgens geen contact meer heeft met de gemeente is moeilijk
                        na te gaan of iemand het budgetadvies ook thuis in de praktijk brengt. Er
                        wordt daarom bij het in kaart brengen van de financiële situatie eveneens
                        gekeken of de inwoners in staat is het advies goed op te pakken. Wanneer
                        wordt ingeschat dat dit niet het geval is wordt gekeken naar de inzet van
                        andere hulp die onze maatschappelijke partners bieden zoals de inzet van een
                        schuldhulpmaatje of het volgen van een cursus bij het CJG.</al><al/><al><cursief>Schuldhulpmaatjes en thuisadministratie</cursief></al><al>Voor de ondersteuning en begeleiding van inwoners met schulden worden in
                        Huizen, Blaricum en Laren schuldhulpmaatjes ingezet. Dit kan via
                        verschillende organisaties. De schuldhulpmaatjes die onder het
                        schuldhulpplatform (SHP) van de kerken vallen (de Stichting Huizen Tolvrij
                        en de stichting Amaris) en Humanitas thuisadministratie. Beide organisaties
                        hebben een verschillende benadering van de schuldenproblematiek. De
                        schuldhulpmaatjes van het SHP hebben een holistische benadering en
                        begeleiden inwoners niet alleen bij het op orde krijgen van hun
                        administratie. Zij bieden naast praktische ondersteuning ook morele steun en
                        begeleiden inwoners vaak voor een langere periode. Humanitas
                        Thuisadminstratie gaat uit van de eigen inzet en begeleidt inwoners bij het
                        op orde brengen van hun administratie. De looptijd van een traject duurt bij
                        Humanitas gemiddeld 1 jaar. Bij de Stichting Huize Tolvrij en Amaris duren
                        trajecten zo lang als nodig is. Meestal is dit niet langer dan twee jaar.
                        Beide organisaties worden gesubsidieerd op basis van de persoonsvolgende
                        systematiek. Door de intensieve begeleiding van de inwoner met schulden zijn
                        zowel de schuldhulpmaatjes als Humanitas in een vroeg stadium in staat
                        problematische schulden te signaleren.</al><al>Ook Eemnes zal gedurende deze notaperiode starten met de inzet van
                        schuldhulpmaatjes.</al><al/><al><cursief>Cursusaanbod Leger des Heils</cursief></al><al>Met het Leger des Heils is inmiddels een afspraak gemaakt om te kijken naar
                        de mogelijkheden van inzet van het door hun aangeboden project preventie
                        schuldhulp. De aanpak voorziet in ondersteuning door middel van een
                        laagdrempelige vindplaatsgerichte benadering en is geschikt voor
                        verschillende doelgroepen (jongeren en volwassenen). </al><al/><al><cursief>Heelo</cursief></al><al>Heelo is een “werkervaringsbedrijf” dat een methode heeft ontwikkeld om
                        mensen beter om te leren gaan met hun beschikbare financiële middelen. Het
                        principe is eenvoudig maar effectief en lijkt op het budgetbeheer dat ook de
                        Kredietbank biedt. Een bankrekening wordt door een vrijwilliger zo ingesteld
                        dat alle vaste lasten automatisch maandelijks worden betaald en er een
                        bedrag beschikbaar is voor levensonderhoud. Daarnaast wordt met de inwoner
                        een doel afgesproken, bijvoorbeeld het kunnen betalen van een uitje. De
                        ervaring leert inmiddels dat de meeste mensen na een korte periode van
                        begeleiding zelf financieel gezond verder kunnen. Het effect van deze
                        methode is tweeledig. De inwoner leert op een verstandige manier met zijn
                        (bescheiden) financiële middelen om te gaan en hij leert dat het stellen en
                        bereiken van doelen voldoening geeft. De methode genereert een permanente
                        gedragsverandering.</al><al>Deze methode is vooral geschikt voor mensen die (nog) geen schulden hebben
                        maar door welke omstandigheden ook, moeite hebben om maandelijks uit te
                        komen.</al><al>Vrijwilligers of ervaringsdeskundigen kunnen op eenvoudige wijze worden
                        geleerd om anderen met eenzelfde problematiek te helpen waardoor het
                        initiatief zich steeds verder onder inwoners ontplooid. </al><al/><al>Omdat deze doelgroep vaak niet of onvoldoende in beeld is bij de gemeente is
                        het belangrijk om de toegang tot deze hulpverlening te beleggen bij het
                        maatschappelijk middenveld. Wijkcentra en rond Tijd voor Meedoen zijn bij
                        uitstek plekken om deze hulp aan te bieden. De HBEL-gemeenten gaan in 2016
                        een pilot draaien met deze methode. Wanneer deze voldoende aanslaat, zal de
                        gemeente de mogelijkheden onderzoeken om de methode ook op regionaal niveau
                        via het Digitaal Leefplein aan te bieden. </al><al/><al><cursief>Voorlichting aan jongeren </cursief></al><al>Volgens budgetvoorlichtingsinstituut Nibud heeft één op de vijf mbo’ers
                        schulden. Juist de jongeren die financieel zelfstandig worden (18 – 24 jaar)
                        lopen een verhoogd risico op schulden. Schuldpreventie wordt bij hen dan ook
                        steeds belangrijker. Volgens het Nibud werkt schuldpreventie het best op het
                        moment dat jongeren op het punt staan om essentiële keuzes te maken in hun
                        financiële leven. Hogeschool Utrecht (HU) heeft, op verzoek van het
                        ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een lesprogramma
                        schuldpreventie ontwikkeld voor mbo-studenten. De lesmethode ‘Dossier Help
                        Mij’, ontwikkeld door het HU-lectoraat Schulden &amp; Incasso, laat jongeren
                        nadenken over het zelfstandig voeren van een eigen financiële huishouding.
                        Het lespakket is gratis te downloaden. </al><al>Met scholen voor middelbaar onderwijs zal in overleg worden getreden over
                        het aanbieden van dit zeer toegankelijke preventieprogramma voor 14-16
                        jarigen.</al><al/><al><cursief>Voorlichting aan jongeren en ouders </cursief>Kinderen, op welke
                        leeftijd ook, kopiëren het gedrag van hun ouders of geven, wanneer ouders
                        geen voorlichting geven, zelf invulling aan de manier waarop zij met
                        situaties omgaan. Het bewust om leren gaan met geld door voorlichting op
                        school is daarom slechts deels voldoende. Ook buiten school moet er voor
                        ouders en jongeren makkelijk toegankelijke informatie beschikbaar zijn over
                        omgang met geld voor jongeren. De gemeente kijkt naar de mogelijkheid om via
                        het Jeugd en Gezinsteam Eemnes een cursus aan te bieden voor ouders en voor
                        14-18 jarigen.</al><al><cursief>Wijkgerichte benadering van ouderen </cursief>Zoals eerder
                        aangegeven is het aantal 65+ ers dat zich bij de gemeente meldt met een
                        schuldhulpvraag de afgelopen jaren verviervoudigd. De verwachting is dan ook
                        dat dit probleem ook buiten het zicht van de gemeente bestaat. Voor deze
                        generatie is het hebben van schulden minder vanzelfsprekend dan voor jongere
                        generaties. De kans dat binnen deze doelgroep schaamte een grotere rol
                        speelt is aannemelijk. Een outreachende aanpak verdient daarom de voorkeur.
                        De HBEL-gemeenten zijn in 2015 op kleine schaal gestart me een sociaal
                        wijkteam waarbij de focus ligt op ouderen. De gemeente onderzoekt de
                        mogelijkheid om vroegsignalering en preventie voor ouderen ook te beleggen
                        in het sociale wijkteam. </al><al/><al><cursief>Informatievoorziening aan niet digitale doelgroepen</cursief></al><al>Voor zowel ouderen als statushouders geldt dat voor hen de digitale weg vaak
                        minder bekend of minder toegankelijk is. Voor deze doelgroepen wordt daarom
                        een duidelijke folder samengesteld waarin op eenvoudige wijze de gang naar
                        schuldhulpverlening wordt uitgelegd. </al><al>De folder wordt verspreid op publieke locaties zoals bibliotheek en
                        buurtcentra. Daarnaast wordt de folder aan ouderenbonden ANBO, KBO en PCOB
                        aangeboden, zodat ook deze organisaties mee kunnen helpen potentiële
                        inwoners met schulden te identificeren. </al><al/><al><cursief>Preventieve maatregelen UWV</cursief></al><al>WW is het voorportaal van de Participatiewet. Door aan inwoners die een
                        WW-uitkering aanvragen/genieten preventieve voorlichting te geven rondom de
                        terugval in inkomen en hoe daar mee om te gaan, kan worden voorkomen dat
                        inwoners snel schulden opbouwen. Hierdoor zullen minder mensen doorstromen
                        naar de gemeente voor schuldhulpverlening en/of het aanvragen van
                        (bijzondere) bijstand. Het UWV denkt momenteel na over een regiobrede aanpak
                        van deze preventieve maatregelen. De gemeente gaat in gesprek met het UWV om
                        de mogelijkheden van deze preventieve benadering van inwoners te
                        bespreken.</al><al/><al><vet>Schulden voorkomen door financiële ondersteuning </vet></al><al>Sinds 2015 zijn door het Rijk nagenoeg alle categoriale regelingen vanuit de
                        bijzondere bijstand afgeschaft. Daarnaast zijn ook een aantal
                        rijksregelingen voor personen met een chronische aandoening en/of beperking
                        afgeschaft. De HBEL-gemeenten hebben de categoriale regelingen zoveel
                        mogelijk omgezet in individuele regelingen. Daarnaast is in 2015 nieuw
                        beleid vastgesteld voor financiële ondersteuning van mensen met een
                        chronische aandoening en/of beperking. De meeste gemeenten hebben zich bij
                        het formuleren van nieuw beleid beperkt tot een, veelal forfaitaire,
                        vergoeding aan inwoners met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Uit
                        onderzoek blijkt dat juist mensen met een inkomen tot 130% van het wettelijk
                        minimum inkomen, die veelal geen toeslagen ontvangen, het grootste risico
                        lopen om financiële problemen te ervaren als gevolg van de extra kosten die
                        zij hebben door hun chronische aandoening. Hierdoor lopen zij ook een extra
                        risico op het (noodgedwongen) maken van schulden. De HBEL-gemeenten hebben
                        er daarom voor gekozen om de doelgroep uit te breiden tot mensen met een
                        inkomen tot 130% van het minimum inkomen. </al><al>Zowel bij de individuele regelingen vanuit de bijzondere bijstand als bij de
                        nieuwe regeling voor personen met een chronische aandoening en/of beperking
                        wordt steeds op casusniveau de passende financiële tegemoetkoming bepaald.
                        Het leveren van een financiële bijdrage in bijzondere extra kosten kan er
                        voor zorgen dat minder snel schulden ontstaan. Naast deze reeds genomen
                        maatregelen gaan de HBEL-gemeenten ook onderzoeken of er meer soortgelijke
                        preventieve financiële regelingen mogelijk zijn. Zo wordt ook de
                        mogelijkheid onderzocht om de doelgroep van mensen met minder dan 30% kans
                        tot toetreding tot de arbeidsmarkt van een vast inkomen te voorzien in
                        plaats van een bijstandsinkomen. <vet>5.2. De integrale benadering van de
                            inwoner met (dreigende) schulden </vet></al><al>Net als andere inwoners met een hulpvraag, wordt ook de inwoner met een
                        schuldhulpvraag vanaf 2015 benaderd in het kader van het brede sociaal
                        domein door het voeren van een vraaggestuurd gesprek op basis van de
                        verschillende omschreven levensdomeinen. </al><al><vet>De medewerker schuldhulpverlening als consulent </vet>Net zoals dit
                        binnen het brede sociaal domein gebeurt, zal ook van het gesprek met een
                        inwoner met een schuldhulpvraag, een gespreksverslag gemaakt worden. In het
                        verslag worden gemaakte afspraken over het te volgen traject en de nazorg
                        bevestigd. Er wordt als het ware een “contract” opgesteld tussen de gemeente
                        en de inwoner met schulden waarin alle afspraken op een duidelijke en
                        begrijpelijke manier worden vastgelegd. Dit biedt zowel voor de inwoner met
                        een primaire schuldhulpvraag als de consulent duidelijkheid over wederzijdse
                        verwachtingen en de te ondernemen stappen. De inwoner wordt daarbij direct
                        bij de start van het traject op heldere wijze ingelicht over wat hem/haar te
                        wachten staat gedurende het gehele schuldhulptraject, bij de gemeente en,
                        indien van toepassing, later bij de schuldhulpverlener. Met de inwoner wordt
                        daarbij eveneens de aanwezigheid van eventuele niet regelbare schulden
                        besproken die een schuldhulptraject kunnen belemmeren of bemoeilijken. Zoals
                        eerder aangegeven blijft de inwoner verantwoordelijk voor zijn eigen doen en
                        laten. Het vastleggen van afspraken helpt de inwoner zich te committeren aan
                        de gemaakte afspraken tijdens <onderstreept>en</onderstreept> na het
                        schuldhulpverleningstraject. De consulent heeft hiermee bovendien een tool
                        in handen om de inwoner te wijzen op de verplichtingen die hij is aangegaan
                        maar bovenal om hem te helpen bij het (opnieuw leren) nemen van zijn
                        verantwoordelijkheden en zijn aandeel in het proces te leveren. </al><al><vet>De schuldhulpverlener: feedback op individueel niveau </vet></al><al>De kwantitatieve informatie die de schuldhulpverlener per kwartaal
                        aanlevert, past niet meer binnen de context van de benadering van de inwoner
                        vanuit het één gezin, één plan, één contactpersoon principe. Er is meer
                        feedback nodig op casusniveau om te kunnen bepalen of nog de juiste koers
                        wordt gevaren voor de inwoner. Met de schuldhulpverlener worden aanvullende
                        afspraken gemaakt over de wijze van verslaglegging en een hogere frequentie
                        van overleg.</al><al><vet>De maatschappelijke partners als vinger aan de pols</vet>
                        Maatschappelijke partners spelen een belangrijke rol in de integrale
                        benadering van de klant. Voor hen is niet alleen een belangrijke rol
                        weggelegd in het begeleiden van de inwoner met schulden vóór de
                        gemeentelijke toegang maar ook in het signaleren van (dreigende)
                        schuldenproblematiek en het tijdig toe leiden naar de gemeente. </al><al><cursief>Schuldhulpmaatjes </cursief></al><al>Met de schuldhulpmaatjes en Humanitas Thuisadministratie worden afspraken
                        gemaakt over de maximale duur en intensiviteit van hulptrajecten. De
                        coördinatoren van de schuldhulpmaatjes moeten bewaken dat te zware
                        casuïstiek tijdig wordt teruggeven aan de gemeente, zodat professionele hulp
                        kan worden ingezet. </al><al><cursief>Maatschappelijke partners </cursief>Om inwoners met (dreigende)
                        schulden te kunnen voorzien van de juiste informatie heeft het
                        maatschappelijk middenveld actuele informatie nodig over de dienstverlening
                        van de gemeente maar ook van andere maatschappelijke partners. Hiertoe
                        worden met o.m. Versa Welzijn, Amaris, Humanitas, de Voedselbank,
                        Vluchtelingenwerk, de schuldhulpmaatjes, het Leger des Heils, de Alliantie,
                        de volgende afspraken gemaakt. </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Het jaarlijks organiseren van een thema bijeenkomst tussen de
                                gemeente en het maatschappelijk middenveld.</al></li><li nr="2."><al>Intensievere samenwerking met de maatschappelijke partners op
                                casusniveau</al></li><li nr="3."><al>Fysieke informatievoorziening zoals folders van schuldhulpmaatjes,
                                Humanitas en aanbod met betrekking tot het preventiegerichte
                                aanbod.</al></li><li nr="4."><al>Intensiever gebruik van social media</al></li></lijst><al>Om de lijnen met onze maatschappelijke partners zo kort mogelijk te houden,
                        wordt de consulent van de gemeente, als vaste contactpersoon voor de inwoner
                        met een schuldvraag, ook de vaste contactpersoon binnen de gemeente voor
                        schuldhulpmaatjes, vrijwilligers en professionals. Door het verstrekken van
                        mobiele telefoonnummers kan bij urgentie snel actie worden ondernomen.</al><al><vet>Alle expertise in huis: verder met eigen medewerkers </vet>Het Rijk wil
                        dat het vakmanschap bij gemeenten groter wordt. Voor de coördinatie van de
                        schuldhulpverlening hebben de HBEL-gemeenten gebruik gemaakt van inhuur van
                        een externe partij. De expertise van deze partner heeft een grote bijdrage
                        geleverd aan de inrichting van onze schuldhulpverlening. Met de komst van de
                        “allround” consulent werkzaam binnen het brede sociaal domein en de wens van
                        het Rijk om de expertise binnen de gemeente zelf te vergroten, geeft de
                        gemeente er de voorkeur aan de regie te beleggen binnen de eigen
                        organisatie. Het contract met de externe partij is hiertoe opgezegd. Met
                        ingang van 1 februari 2016 is ter vervanging een tweede consulent door de
                        gemeente ingezet.</al><al><vet>Een passende oplossing voor iedereen </vet></al><al>Ondanks een integrale benadering van schuldhulpverlening blijven er
                        obstakels bestaan die een schuldhulptraject en de toeleiding naar hervonden
                        zelfredzaamheid en participatie in de weg staan.</al><al/><al><cursief>De gemeente als schuldeiser</cursief></al><al>Niet-regelbare schulden maken een schuldhulpregelingstraject met een
                        schuldenvrije uitkomst onmogelijk. De gemeente is momenteel een hele grote
                        schuldeiser. Schulden aan de gemeente worden wel opgeschort om een
                        schuldenregeling niet in de weg te staan, maar dit betekent dat wanneer de
                        inwoner na een aantal jaar anderszins eindelijk schuldenvrij is, de schuld
                        van de gemeente nog steeds staat waardoor van een schuldenvrije toekomst nog
                        steeds geen sprake is. </al><al/><al>In de Participatiewet is opgenomen dat kwijtschelding van verwijtbare
                        schulden alleen mogelijk is in de volgende situaties:</al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer belanghebbende gedurende 10 jaar volledig aan zijn
                                betalingsverplichtingen heeft voldaan waarbij tenminste 50% van de
                                oorspronkelijke terugvordering is voldaan;</al></li><li nr="2."><al>Wanneer belanghebbende gedurende 10 jaar niet aan zijn
                                betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige
                                bedrag over die periode alsnog betaalt, inclusief wettelijke rente
                                en kosten die betrekking hebben op de invordering en waarbij in
                                totaal tenminste 50% van de oorspronkelijke terugvordering is
                                voldaan;</al></li><li nr="3."><al>Wanneer belanghebbende in één keer een bedrag van tenminste 50% van
                                de restsom aflost;</al></li><li nr="4."><al>Wanneer er sprake is van dringende redenen. Deze worden in de wet
                                niet nader gespecificeerd. </al><al>Ten aanzien van dit laatste punt is in de beleidsregels met
                                betrekking tot terugvordering van de HBEL-gemeenten opgenomen dat
                                het belangrijk is te realiseren dat de gemeente bij een vordering
                                welke “willens en wetens” is veroorzaakt een duidelijk signaal moet
                                afgeven dat dergelijk gedrag niet getolereerd wordt. De vordering
                                heeft zowel een repressieve als preventieve werking. Kwijtschelding
                                zal dan ook alleen in zeer bijzondere gevallen plaatsvinden en zal
                                steeds individueel beoordeeld worden. </al><al/><al>Het college gaat verder in beeld brengen welke inwoners in
                                aanmerking komen voor kwijtschelding op basis van bovengenoemde
                                voorwaarden.</al></li></lijst><al>Dat geldt ook voor situaties waarin geen sprake is van ‘eigen schuld of
                        fraude’ bij het ontstaan van de schuld aan de gemeente. Het mag niet zo
                        zijn, dat door hardheid van de zijde van de gemeente (hoe goed die soms ook
                        juridisch onderbouwd kan worden) effectieve, tijdige en duurzame hulp aan
                        mensen met schulden niet meer mogelijk zou zijn. </al><al>Daar stelt de gemeente wel tegenover dat er sprake moet zijn van
                        wederkerigheid. Ook van de betreffende inwoner mag worden verwacht iets
                        terug te doen voor gemeentelijke kwijtschelding, bijvoorbeeld het aanvaarden
                        van (extra uren) betaald werk. Bezien wordt of de beleidsregels ten aanzien
                        van terugvordering en verhaal hierop moeten worden aangepast. </al><al/><al><cursief>De gemeente als kredietverstrekker</cursief></al><al>Met de nieuwe komst van vluchtelingen in het Gooi, zal het aantal
                        statushouders de komende jaren toenemen. Momenteel ontvangen statushouders
                        een inrichtingskrediet van de schuldhulpverlener (de Kredietbank). Deze
                        procedure duurt vaak langer dan gewenst waardoor de woning eerder
                        beschikbaar is dan het inrichtingskrediet. Daarnaast wordt het
                        inrichtingskrediet vaak aangewend om een maand huur vooruit te betalen omdat
                        er op dat moment nog geen andere financiële middelen zijn zoals uitkering en
                        toeslagen. Hierdoor beginnen statushouders hun nieuwe leven met een schuld
                        die zij vaak langdurig moeten aflossen. Dit heeft zowel materiele als
                        emotionele gevolgen.</al><al/><al>De VNG buigt zich momenteel over dit probleem en wil hiervoor aan het Rijk
                        extra geld vragen. Veel gemeenten geven statushouders een gift voor
                        woninginrichting. </al><al/><al>De gemeente gaat deze mogelijkheid onderzoeken. Een schuldenvrije start van
                        statushouders zorgt er ook voor dat zij zich minder snel voor extra middelen
                        zoals bijzondere bijstand bij de gemeente zullen melden.</al><al>Ook gaat de gemeente de mogelijkheid onderzoeken om de eerste maand huur
                        voor te schieten. </al><al/><al><cursief>Nog geen aanspraak mogelijk op schuldhulpverlening</cursief>
                        Sommige mensen melden zich bij de gemeente op het moment dat zij zich in een
                        situatie bevinden (bijvoorbeeld scheiding of faillissement) waarin zij nog
                        geen aanspraak kunnen maken op inkomensondersteuning. Gekeken moet worden of
                        er een oplossing is voor de tijdelijke financiële crisis waarin deze
                        inwoners zich bevinden. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden van
                        borgstelling of overname van leningen door de schuldhulpverlener.</al><al/><al><vet>De juiste informatie verzamelen om actueel beleid te kunnen blijven
                            bieden </vet></al><al>Om naast kwantitatieve ook kwalitatieve informatie te kunnen verzamelen moet
                        door zowel de gemeente zelf als door externe partijen zoals de
                        schuldhulpverlener maar ook de gemeente Hilversum die voor de HBEL-gemeenten
                        het Besluit bijstand zelfstandigen uitvoert, op een andere wijze
                        gerapporteerd worden. </al><al>Hiertoe worden de volgende afspraken gemaakt.</al><al/><al><cursief>De gemeentelijke organisatie</cursief></al><al>Doelstellingen worden voorzien van outcome-indicatoren. Deze hebben
                        betrekking op:</al><lijst><li nr="1."><al>zelfredzaamheid</al></li><li nr="2."><al>duurzaamheid</al></li><li nr="3."><al>de situatie na uitstroom </al></li><li nr="4."><al>de gekozen oplossing ten behoeve van een duurzame stabiele situatie </al><al><cursief>De schuldhulpverlener</cursief></al><al>Met de kredietbank zijn afspraken gemaakt om hun bestaande
                                monitorsysteem zo in te richten dat de hierboven genoemde
                                beleidseffecten inzichtelijk worden gemaakt. Dit betekent onder meer
                                een wijze van rapporteren die zich niet meer alleen richt op
                                percentages maar ook op de uitkomst van de dienstverlening in
                                individuele situaties. </al><al>Vier maal per jaar zal met de Kredietbank overleg plaatsvinden om de
                                rapportages en actualiteiten te bespreken.</al><al/><al><cursief>Het bureau zelfstandigen en Kunstenaars </cursief></al></li></lijst><al>Met het Bureau Zelfstandigen en Kunstenaars worden de bestaande afspraken
                        over ondersteuning van zzp-ers geëvalueerd en indien nodig verder
                        toegespitst op de voor hen specifieke problemen. Ook moet de feedback op
                        individueel niveau beter worden geregeld.</al><al/><al><cursief>Informatieverstrekking aan de raad over de realisatie van de
                            dienstverlening in het sociaal domein</cursief></al><al>Om de cijfermatige informatie aan de raad niet alleen vanuit de gemeentelijk
                        organisatie maar ook vanuit het maatschappelijk middenveld te kunnen
                        onderbouwen, moeten ook met het maatschappelijk middenveld
                        prestatie-indicatoren worden afgesproken.</al><al>Hiertoe wordt eenzelfde “tool” ontwikkeld dat door de verschillende
                        organisaties kan worden ingezet. </al><al>Daarnaast wordt de raad jaarlijks via de programmabegroting op de hoogte
                        gehouden van beleidsontwikkelingen met betrekking tot
                        schuldhulpverlening.</al><al/><al><vet>H6 Evaluatie en financiën </vet></al><al/><al><vet>6.1 Evaluatie </vet></al><al/><al><vet>Informatieverstrekking aan de raad </vet></al><al>Aan de raad wordt 4 maal per jaar gerapporteerd over de realisatie van de
                        dienstverlening in het sociaal domein. Dit gebeurt onder meer op basis van
                        een vaste en flexibele gegevensset over de ingezette individuele
                        voorzieningen. Ook de schuldhulpverlening als onderdeel van het sociaal
                        domein wordt hierin meegenomen. De evaluatiemomenten zullen worden gebruik
                        om, indien nodig, het beleid bij te stellen.</al><al/><al><vet>Evaluatie door het Rijk</vet></al><al>Het Rijk is bezig met een evaluatie van de afgelopen eerste beleidsperiode
                        op basis van de Wgs. Wanneer de rapportage hierover beschikbaar is zal deze
                        naast het gekozen beleid van de gemeente worden gelegd en daar waar nodig op
                        basis van de aanbevelingen worden bijgesteld.</al><al/><al><vet>Rol van de schuldhulpverlener </vet></al><al>Het contract met de huidige schuldhulpverlener, de Kredietbank, loopt eind
                        2018 af.</al><al>In het kader van de nieuwe aanbestedingswet, moet de gemeente de diensten
                        van een schuldhulpverlener inkopen door middel van een aanbestedingstraject. </al><al>Met het werken vanuit het brede sociaal domein verandert de rol van de
                        consulent die breder kijkt dan alleen de schuldenproblematiek. De eigen
                        verantwoordelijkheid van de inwoner speelt hierbij een belangrijke rol. De
                        nadruk ligt meer op het samen met de inwoner komen tot de beste integrale
                        aanpak van zijn of haar problemen. De consulent krijgt meer kennis en is
                        steeds beter in staat om vanuit de gemeentelijk organisatie problemen op te
                        lossen. De rol van de Kredietbank wordt hierdoor kleiner.</al><al>Het komende aanbestedingstraject is daarom een moment bij uitstek om de rol
                        van de schuldhulpverlener opnieuw te bepalen en of aansluiting bij een grote
                        partij nog wel de voorkeur heeft.</al><al>Hiertoe zal te zijner tijd een programma van eisen worden opgesteld.</al><al/><al><vet>Het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden</vet></al><al>In januari 2016 is het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden
                        gestart. Door de gemeenteraad van Huizen is eerder gevraagd om te
                        onderzoeken of de visie en methode van het fonds passen binnen de visie van
                        de HBEL-gemeenten op schuldhulpverlening.</al><al/><al>Het initiatief werkt als volgt:</al><al>- Door de gemeente wordt een lokaal fonds ingesteld.</al><al>- Met de sectoren energie, sociale woningbouw en zorg worden nationale en
                        lokale afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder en voor welke
                        saneringspercentages een schuld gedeeltelijk wordt kwijtgescholden.</al><al>- Het overblijvende bedrag van de schuld wordt door het lokale fonds betaald
                        aan de schuldeisers.</al><al>- De gemeente en de debiteur (de inwoner met schulden) tekenen een
                        overeenkomst gebaseerd op het studiefinancieringsmodel. De debiteur betaald
                        de totale schuld terug aan de gemeente met een maximaal maandbedrag (naar
                        draagkracht)en in maximaal 180 maanden.</al><al>- Er kan extra worden afgelost en na 180 maanden wordt de restschuld
                        kwijtgescholden.</al><al>- Tot slot wordt een lokale infrastructuur opgebouwd, een behulpzaam
                        netwerk, om de inwoner te ondersteunen bij het duurzaam schuldenvrij
                        blijven. </al><al/><al>Het plan wijkt in veel opzichten niet af van wat de HBEL gemeenten nu doen
                        voor inwoners met schulden. Ook de Kredietbank maakt afspraken met
                        schuldeiser en betaalt een bepaald percentage van de oorspronkelijke schuld
                        af. Ook de Kredietbank doet dit zodra er een regeling is getroffen en ook de
                        Kredietbank financiert de schuld van de inwoner.</al><al/><al>Hoewel een fonds tegen een aanzienlijk lager percentage kan lenen, kleven er
                        een aantal grote nadelen aan de werkwijze van een dergelijk fonds.</al><al/><al>- Het fonds stelt dat met hun werkwijze meteen actie wordt ondernomen en dat
                        zaken snel worden opgelost. Tegelijkertijd melden de initiatiefnemers dat
                        private partijen zoals telecom, web shops en incassokantoren niet zijn
                        vertegenwoordigd in het initiatief. </al><al>Het is niet voor niks dat het de Kredietbank vaak heel veel moeite en tijd
                        kost om met alle partijen betalingsafspraken te maken. Wanneer wij ons
                        volgens het fonds ook niet tot de private partijen kunnen richten, zou dit
                        betekenen dat wij slechts een deel van de schulden kunnen regelen waardoor
                        eigenlijk maar half werk wordt geleverd en de inwoner niet of nooit volledig
                        schuldenvrij zal worden.</al><al>- Een ander groot nadeel is de periode waarover de inwoner aan de gemeente
                        terug betaalt. Maximaal 15 jaar terwijl de inwoner bij een
                        schuldhulptraject, al dan niet minnelijk, binnen 3 jaar schuldenvrij is. De
                        psychologische druk van een jaren slepende schuld bij de gemeente moet niet
                        worden onderschat.</al><al>- Tot slot en niet in de laatste plaats: de gemeente moet flink investeren.
                        Niet alleen om het fonds op te starten maar ook in het kwijtschelden van de
                        restschuld na 15 jaar. </al><al>De meeste inwoners met schulden leven van een minimum inkomen. De kans dat
                        na 15 jaar de gehele schuld is afbetaald is nihil.</al><al/><al>Gezien het bovenstaande heeft het initiatief in de huidige vorm geen
                        meerwaarde ten opzichte van het in dit plan gekozen beleid. Het initiatief
                        bevindt zich nog in de trial and error fase. Voor de afloop van het contract
                        met de Kredietbank in 2018 en in lijn met de wens en de noodzaak om de rol
                        van de schuldhulpverlener alsdan opnieuw te bezien, kan het zinvol zijn om
                        de status van het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden dan nogmaals
                        te bekijken en opnieuw te bepalen of dit aansluit bij de visie van de
                        HBEL-gemeenten op schuldhulpverlening.</al><al/><al><vet>6.2 Financiën</vet></al><al/><al>In de collegeakkoorden van de HBEL-gemeenten voor de huidige raadsperiode is
                        opgenomen dat de intensieve aanpak in de schuldhulpverlening wordt
                        voortgezet. Dit betekent dat er geen intentie bestaat om de kosten van
                        schuldhulpverlening omlaag te brengen. Dit zou het huidige beleid waarbij
                        iedereen in aanmerking komt voor schuldhulpverlening in het geding kunnen
                        brengen. Omdat het belangrijk is om de beschikbare middelen zo efficiënt
                        mogelijk in te zetten, gaat de gemeente wel de kostenontwikkeling in relatie
                        tot de resultaten van de schuldhulpverlening monitoren.</al><al/><al>Sinds 2014 ontvangen gemeenten extra middelen van het Rijk ten behoeve van
                        intensivering van minimabeleid en schuldhulpverlening. Voor de
                        schuldhulpverlening zijn deze middelen onder andere gebruikt voor de inhuur
                        van de coördinator schuldhulpverlening bij een externe partij. Zoals eerder
                        aangegeven is het contract met deze externe partij met ingang van 1 februari
                        2016 beëindigd en zijn de hierdoor vrijgevallen middelen ingezet voor een
                        gemeentelijke consulent schuldhulpverlening.</al><al/><al>In onderstaand overzicht staan de werkelijke kosten 2015 en is prognose voor
                        2016 afgezet tegen het beschikbare budget 2016.</al><al/><al><vet>Huizen</vet></al><al><vet>Blaricum</vet></al><al><vet>Eemnes</vet></al><al><vet>Laren</vet></al><al>Kosten Kredietbank 2015</al><al>201.887</al><al>25.989</al><al>13.991</al><al>24.083</al><al>Kosten BBZ 2015</al><al>30.614</al><al>2.810</al><al>-</al><al>12.418</al><al><vet>Totale werkelijke kosten 2015</vet></al><al><vet>232.501</vet></al><al><vet>28.799</vet></al><al><vet>13.991</vet></al><al><vet>36.501</vet></al><al/><al><vet>Prognose totale kosten 2016</vet></al><al>260.000</al><al>29.000</al><al>15.000</al><al>37.000</al><al><vet>Begroting 2016</vet></al><al>275.398</al><al>35.000</al><al>32.000</al><al>43.000</al><al><vet>Ruimte budget (afgerond)</vet></al><al>15.000</al><al>6.000</al><al>17.000</al><al>6.000</al><al/><al>De totale kosten voor de onder <vet>5.1</vet> genoemde uitvoering van de
                        pilot van het project Heelo bedragen € 14.645,-. De kosten voor de onder
                            <vet>5.1</vet> genoemde realisatie van een folder voor minder digitale
                        doelgroepen bedragen maximaal € 1.000,- per jaar (indicatief).</al><al/><al>De kosten voor de pilot van het project Heelo worden verdeeld over de
                        HBEL-gemeenten op basis van het aandeel in het begrotingsbudget
                        schuldhulpverlening.</al><al/><al><vet>Begroting 2016</vet></al><al><vet>aandeel</vet></al><al><vet>Verdeling kosten pilot + folder</vet></al><al>Huizen</al><al>275.398</al><al>72%</al><al>11.264</al><al>Blaricum</al><al>35.000</al><al>9%</al><al>1.408</al><al>Eemnes</al><al>32.000</al><al>8%</al><al>1.252</al><al>Laren</al><al>43.000</al><al>11%</al><al>1.721</al><al/><al><vet>Totaal</vet></al><al><vet>385.398</vet></al><al/><al><vet>15.645</vet></al><al/><al>De incidentele kosten van de pilot kunnen worden gedekt uit het lopende
                        budget schuldhulpverlening. </al><al/><al>Na evaluatie van zowel de pilot van het project Heelo als de distributie van
                        de folder, zal worden besloten tot eventuele voortzetting. De structurele
                        kosten worden op dit moment geraamd op € 13.320,-.</al><al/><al>De inzet van schuldhulpmaatjes wordt gefinancierd vanuit de WMO op basis van
                        persoonsvolgende financiering. Ook de Wmo-gelden worden op basis van het
                        aandeel in het begrotingsbudget verdeeld over de HBEL-gemeenten. Binnen het
                        aandeel van de gemeente Eemnes bestaat voldoende financiële ruimte voor de
                        inzet van schuldhulpmaatjes.<vet>Bijlage 1 Inzet diensten
                            schuldhulpverlener</vet></al><al>Onderstaand tabel geeft de ontwikkeling weer van de inzet van de diensten
                        van de schuldhulpverlener in de periode 2012 – 2015.</al><al/><al>2012</al><al/><al>2013</al><al/><al>2014</al><al/><al> 2015</al><al><vet>Huizen</vet></al><al/><al>Nieuwe aanvraag / intake</al><al>88</al><al>104</al><al>120</al><al>114</al><al>Schuldregelingen</al><al>93</al><al>79</al><al>66</al><al>52</al><al>Budgethulp</al><al>874</al><al>717</al><al>608</al><al>623</al><al>Verklaringen WSNP</al><al>34</al><al>32</al><al>36</al><al>23</al><al>Kosten </al><al>€ 194.350</al><al>€ 187.205</al><al>€ 185.428</al><al>€ 201.887</al><al>Kosten Bbz</al><al>€ 16.882</al><al>€ 54.533</al><al>€ 46.490</al><al>€ 30.614</al><al/><al><vet>Blaricum</vet></al><al/><al>Nieuwe aanvraag / intake</al><al>0</al><al>12</al><al>18</al><al>14</al><al>Schuldregelingen</al><al>10</al><al>8</al><al>9</al><al>8</al><al>Budgethulp</al><al>78</al><al>84</al><al>103</al><al>82</al><al>Verklaringen WSNP</al><al>2</al><al>2</al><al>6</al><al>5</al><al>Kosten </al><al>€ 16.900</al><al>€ 20.349</al><al>€ 24.761</al><al>€ 25.989</al><al>Kosten Bbz</al><al>€ 11.044</al><al>€ 7.733</al><al>€ 9.040</al><al>€ 2.810</al><al/><al><vet>Eemnes</vet></al><al/><al>Nieuwe aanvraag / intake</al><al>11</al><al>14</al><al>8</al><al>8</al><al>Schuldregelingen</al><al>8</al><al>10</al><al>9</al><al>5</al><al>Budgethulp</al><al>79</al><al>62</al><al>52</al><al>42</al><al>Verklaringen WSNP</al><al>7</al><al>1</al><al>9</al><al>3</al><al>Kosten </al><al>€ 19.955</al><al>€ 20.402</al><al>€ 18.264</al><al>€ 13.991</al><al>Kosten Bbz</al><al>€ 1.088</al><al>€ 4.150</al><al>€ 6.560</al><al>€ -</al><al/><al><vet>Laren</vet></al><al/><al>Nieuwe aanvraag / intake</al><al>12</al><al>17</al><al>14</al><al>16</al><al>Schuldregelingen</al><al>5</al><al>11</al><al>14</al><al>4</al><al>Budgethulp</al><al>44</al><al>42</al><al>52</al><al>45</al><al>Verklaringen WSNP</al><al>0</al><al>0</al><al>4</al><al>5</al><al>Kosten </al><al>€ 17.824</al><al>€ 21.336</al><al>€ 24.660</al><al>€ 24.083</al><al>Kosten Bbz</al><al>€ 9.746</al><al>€ 13.638</al><al>€ 15.265</al><al>€ 12.418</al><al/><al><vet>Bijlage 2 Rollen en verantwoordelijkheden </vet></al><al/><al>Naast de wettelijke inbedding van de zorgplicht is het volgens de overheid
                        noodzakelijk dat alle bij de schuldhulpverlening betrokken partijen hun
                        verantwoordelijkheid dragen. Het gaat daarbij naast de gemeenten en de
                        rijksoverheid om de volgende partijen: de cliënt, de schuldeiser en de
                        schuldhulpverlener.</al><al/><al>De rijksoverheid is systeemverantwoordelijk en schept een aantal belangrijke
                        randvoorwaarden. Hierna zijn de belangrijkste rollen en
                        verantwoordelijkheden van de verschillende partijen binnen de minnelijke
                        schuldhulpverlening geschetst:</al><al/><al><vet>De schuldenaren:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>zijn zelf verantwoordelijk voor financiële verplichtingen die zij
                                aangaan of reeds zijn aangegaan, het aflossen van schulden en het
                                voorkomen van nieuwe schulden;</al></li><li nr="2."><al>werken mee aan de uitvoering van de afgesproken schuldregeling,
                                maken die ook af en houden zich aan de voor begeleiding door
                                schuldhulpverlening verbonden voorwaarden en verplichtingen;</al></li><li nr="3."><al>werken, indien dit aan de orde is, actief mee aan re-integratie. </al><al><vet>De schuldeisers:</vet></al></li><li nr="4."><al>geven alleen krediet of leveren alleen een dienst op afbetaling na
                                toetsing of iemand de nieuwe financiële verplichting op zich kan
                                nemen;</al></li><li nr="5."><al>wijzen schuldenaren vroegtijdig op betalingsachterstanden en wijzen
                                schuldenaren met financiële problemen op vroeg moment op de
                                mogelijkheden van schuldhulpverlening;</al></li><li nr="6."><al>zijn bereid mee te werken aan schuldhulpverlening die werkt op basis
                                van maatwerk en die van goede kwaliteit is;</al></li><li nr="7."><al>geven toepassing aan de regeling van de beslagvrije voet. </al><al><vet>De schuldhulpverleners:</vet></al></li><li nr="8."><al>gaan bij het bieden van een oplossing uit van maatwerk;</al></li><li nr="9."><al>bieden integrale schuldhulpverlening. </al><al><vet>De gemeenten:</vet></al></li><li nr="10."><al>bieden schuldhulpverlening aan die breed toegankelijk is;</al></li><li nr="11."><al>bieden integrale schuldhulpverlening aan en vervullen regierol;</al></li><li nr="12."><al>bieden schuldregelingen aan die uitgaan van maatwerk;</al></li><li nr="13."><al>bieden schuldhulpverlening aan die van goede kwaliteit is waarbij op
                                evenwichtige wijze rekening wordt gehouden met de belangen van de
                                schuldeisers;</al></li><li nr="14."><al>leggen zo mogelijk sancties op indien een cliënt niet of onvoldoende
                                meewerkt aan een schuldhulpverleningstraject;</al></li><li nr="15."><al>bieden nazorg aan na afloop van de schuldhulpverlening. </al><al><vet>De rijksoverheid:</vet></al></li><li nr="16."><al>is systeemverantwoordelijk voor een participatie bevorderend stelsel
                                van schuldhulpverlening. Op basis van de informatie over de werking
                                van het systeem neemt de rijksoverheid haar
                                verantwoordelijkheid;</al></li><li nr="17."><al>neemt maatregelen om overkreditering te voorkomen;</al></li><li nr="18."><al>neemt maatregelen m de effectiviteit van schuldhulpverlening te
                                verbeteren;</al></li><li nr="19."><al>voorkomt zoveel mogelijk een onnodig beroep op de Wsnp door het
                                bevorderen van de totstandkoming van minnelijke akkoorden;</al></li><li nr="20."><al>gaat niet gebruik van inkomensondersteunende voorzieningen actief
                                tegen.</al></li></lijst><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst/></regeling></body></cvdr>