<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR440706_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verplaatsingskostenregeling Regio Gooi en Vechtstreek</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regio Gooi en Vechtstreek</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gooise Meren</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijdemeren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.officielebekendmakingen.nl/bgr-2017-102.html">Blad gemeenschappelijke regeling</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verplaatsingskostenregeling Regio Gooi en Vechtstreek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Gewest%20Gooi%20en%20Vechtstreek/401774/401774_1.html">Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">dagelijks bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-02-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2017-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling i.h.k.v. invoering IKB</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>17.0001318</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Personeel en Organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verplaatsingskostenregeling Regio Gooi en Vechtstreek</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek</vet></al><al/><al><vet><vet>Overwegende:</vet></vet></al><al/><al>dat het noodzakelijk is dat in lijn met de invoering van Individueel
                        Keuzebudget (IKB) een hierop afgestemde nieuwe Verplaatsingskostenregeling
                        Regio Gooi en Vechtstreek dient te worden vastgesteld;</al><al/><al><vet>Gelet op:</vet></al><al/><al>de bereikte overeenstemming in het Georganiseerd Overleg van 8 december
                        2016;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al><vet><vet>Vast te stellen de navolgende:</vet></vet></al><al/><al><vet><vet>Verplaatsingskostenregeling Regio Gooi en
                        Vechtstreek</vet></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar: hij die door of vanwege de Regio Gooi en
                                    Vechtstreek is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn
                                    alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                    recht is aangegaan.</al></li><li nr="2."><al>Plaats van tewerkstelling (of standplaats): de plaats waar de
                                    ambtenaar zijn werkzaamheden gewoonlijk verricht.</al></li><li nr="3."><al>Fiets: elk vervoermiddel niet zijnde een motorrijtuig dat
                                    fiscaal geheel of gedeeltelijk grotendeels onbelast door een
                                    werkgever aan een werknemer kan worden vergoed.</al></li><li nr="4."><al>Dienstreizen: elke verplaatsing binnen Nederland, die ter
                                    uitvoering van de aan een medewerker opgedragen taak of van een
                                    aan hem verstrekte dienstopdracht noodzakelijk is, ten behoeve
                                    van de Regio Gooi en Vechtstreek met enig middel van vervoer dat
                                    niet van Regio-wege wordt verstrekt met uitzondering van het
                                    dagelijks heen en weer reizen tussen de woonplaats en de plaats
                                    van tewerkstelling, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van deze
                                    regeling.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel><vet>Vergoeding reiskosten woon-werkverkeer</vet></titel></kop><al>Voor de reiskosten woon- werkverkeer wordt onder de voorwaarden van
                            artikel 3 in principe een vergoeding verstrekt voor de kosten van
                            openbaar vervoer. Daarnaast bestaat onder de voorwaarden genoemd in
                            artikel 4, 5 en 6 recht op een vergoeding voor het gebruik van een fiets
                            en andere vormen van eigen vervoer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding op basis van openbaar vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtenaar die het woon-werktraject geheel of gedeeltelijk per
                                trein aflegt ontvangt een vergoeding van 100 procent van de kosten
                                van een NS-jaartrajectkaart 2e klasse, of van vijfretourkaarten
                                indien deze kosten lager zijn alsmede de kosten verbonden aan het
                                stallen van de fiets. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtenaar die het woon-werktraject geheel of gedeeltelijk per bus
                                aflegt, ontvangt een vergoeding van 100 procent van de kosten van de
                                voordeligste kaartsoort.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtenaar die een vergoeding ontvangt voor kosten van openbaar
                                vervoer is verplicht de desbetreffende vervoersbewijzen aan de Regio
                                Gooi en Vechtstreek te overleggen. Bij het niet nakomen van deze
                                regel wordt de vergoeding gestopt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vergoedingen eigen vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtenaar ontvangt in verband met de reiskosten woon-werkverkeer
                                een vergoeding voor de kosten van eigen vervoer indien en voorzover
                                de woon- werkafstand meer dan 10 km bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 1 bedoelde vergoeding bedraagt maximaal:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Afstand woon - werkverkeer</vet></al></entry><entry><al><vet>Maximaal aantal km per maand</vet></al></entry><entry><al><vet>Vergoeding</vet></al></entry></row><row><entry><al> 0 - 10 km</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>€ 0</al></entry></row><row><entry><al>10 - 15 km</al></entry><entry><al>381</al></entry><entry><al>€ 65</al></entry></row><row><entry><al>15 - 20 km</al></entry><entry><al>534</al></entry><entry><al>€ 91 </al></entry></row><row><entry><al>&gt; 20 km</al></entry><entry><al>763</al></entry><entry><al>€ 130</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>De ambtenaar die vier dagen per week naar zijn standplaats
                                        reist, ontvangt 80 procent van de maximale vergoeding.</al></li><li nr="b."><al>De ambtenaar die drie dagen per week naar zijn standplaats
                                        reist, ontvangt 60 procent van de maximale vergoeding.</al></li><li nr="c."><al>De ambtenaar die twee dagen per week naar zijn standplaats
                                        reist, ontvangt 40 procent van de maximale vergoeding.</al></li><li nr="d."><al>De ambtenaar die één dag per week naar zijn standplaats
                                        reist, ontvangt 20 procent van de maximale vergoeding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen voor de vergoeding
                                van het woon-werkverkeer van de ambtenaar die zijn normale
                                dagelijkse werkzaamheden verricht op verschillende vaste
                                werkplekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Routes en verlaging bij niet reizen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de afstand woon-werktraject wordt uitgegaan van
                                de ANWB-routeplanner, gemeten van postcode woonadres naar postcode
                                standplaats volgens de snelste route.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer anders dan wegens vakantieverlof over een aaneengesloten
                                tijdvak van meer dan vier weken niet heen en weer is gereisd, wordt
                                de reiskostenvergoeding naar rato verlaagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding voor het gebruik van de fiets</titel></kop><al>Dit artikel is vervallen miv 1 januari 2017.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding dienstreizen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding op basis van openbaar vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dienstreizen worden behoudens het bepaalde bij de volgende artikelen
                                vergoed op basis van de kosten van openbaar vervoer 2<sup>e</sup>
                                klas.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding van dienstreizen als bedoeld in lid 1 is gelijk aan de
                                werkelijk gemaakte kosten van openbaar vervoer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De medewerker die kosten van openbaar vervoer ten behoeve van
                                dienstreizen declareert is verplicht de desbetreffende
                                vervoersbewijzen aan de Regio Gooi en Vechtstreek te
                                overleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>OV chipkaart</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de invoering van de OV chipkaart kan het dagelijks bestuur
                                besluiten om de procedure van de vergoeding van dienstreizen op
                                basis van openbaar vervoer te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de procedure van vergoeding van dienstreizen op basis van
                                openbaar vervoer wijzigt, kan artikel 7 vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergoeding eigen vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van het gebruik van eigen vervoer voor dienstreizen kunnen
                                worden vergoed als door of namens de manager daartoe tevoren
                                toestemming wordt verleend. Betreft het een manager dan wordt de
                                toestemming door de directeur van de betreffende dienst verleend.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 1 genoemde toestemming wordt alleen verleend indien er
                                geen mogelijkheid is om van een dienstauto gebruik te maken en
                                bovendien: </al><lijst><li nr="a."><al>apparatuur of goederen moeten worden vervoerd die qua
                                        omvang, gewicht of kwetsbaarheid niet anders dan met de
                                        eigen auto kunnen worden vervoerd, of </al></li><li nr="b."><al>geen middel van openbaar vervoer beschikbaar is, of </al></li><li nr="c."><al>het gebruik van eigen vervoer uit efficiencyoverwegingen
                                        verantwoord is</al></li><li nr="d."><al>er met meerdere personen gebruik wordt gemaakt van de
                                        auto.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding voor dienstreizen met eigen vervoer per auto bedraagt
                                €0,28 per kilometer (€0,19 onbelast en €0,09 belast).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoeding voor dienstreizen per bromfiets bedraagt €0,19 per
                                kilometer (onbelast).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergoeding voor dienstreizen per fiets bedraagt €0,19 per
                                kilometer (onbelast).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergoeding reiskosten bezoek bedrijfsarts</titel></kop><al>Voor het bepalen van de vergoeding van de kosten verbonden aan de reis
                            naar de bedrijfsarts - na een daartoe strekkende oproep van de
                            bedrijfsarts- wordt de reis naar de bedrijfsarts gelijk gesteld met een
                            dienstreis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel><vet>Vergoeding reiskosten gemaakt in verband met
                                studie</vet></titel></kop><al>Voor het bepalen van de vergoeding van de kosten verbonden aan reizen
                            gemaakt om noodzakelijke lessen en examens bij te wonen voor studies in
                            de 100-procent, de 75-procent en de 50-procent categorie als bedoeld in
                            de studiefaciliteitenregeling van de gemeente Hilversum, worden deze
                            reizen gelijk gesteld met een dienstreis. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel><vet>Vergoeding eigen vervoer dienstreizen
                                woon-werkverkeer</vet></titel></kop><al>Indien voor een dienstreis de kosten van het gebruik van de eigen auto
                            worden vergoed én de ambtenaar ontvangt een vergoeding voor
                            woon-werkverkeer, dan worden voor de vergoeding van de - dienstreis
                            alleen die kilometers van de dienstreis in aanmerking genomen voor zover
                            deze extra worden gereden ten opzichte van de kilometers die in het
                            kader van woon-werkverkeer per dag worden gereden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding parkeerkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Parkeerkosten gemaakt in het kader van dienstreizen worden
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker die parkeerkosten ten behoeve van dienstreizen
                                declareert is verplicht het desbetreffende parkeerbewijs aan de
                                regio Gooi en Vechtstreek te overleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Gebruik taxi</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van het gebruik van een taxi voor dienstreizen kunnen
                                worden vergoed als door of namens de manager daartoe tevoren
                                toestemming wordt verleend. Betreft het een manager, dan wordt de
                                toestemming door de directeur van de betreffende dienst
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Taxikosten zoals bedoeld in lid 1 worden volledig vergoed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Declaratie</titel></kop><al>De vergoeding voor dienstreizen vindt plaats op basis van door of namens
                            de manager ondertekende declaraties op de daartoe bestemde formulieren.
                            Declaraties van managers dienen door de desbetreffende directeur te
                            worden getekend Declaraties van directeuren dienen door de
                            desbetreffende portefeuillehouder te worden getekend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4 </nr><titel>Aanspraak tegemoetkoming verhuiskosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opleggen verplichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het dienstbelang dit eist, kan de ambtenaar de verplichting
                                worden opgelegd in of meer nabij zijn standplaats te gaan
                                wonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats dient te worden verstaan: de plaats waar de
                                ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan ter uitvoering van het in het eerste lid
                                bepaalde nadere regels stellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De betrokkene, die vanwege het dienstbelang de verplichting is
                                opgelegd om in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen, als
                                bedoeld in artikel 16 lid 2 wordt een tegemoetkoming in
                                verhuiskosten verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betrokkene die in verband met een indiensttreding is verhuisd en
                                aan wie binnen twee jaar na verhuizing ontslag op verzoek wordt
                                verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of
                                omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen,
                                dient de hem toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te
                                betalen. Overgang zonder onderbreking naar een andere tak van dienst
                                van de Regio Gooi en Vechtstreek of naar een van zijn bedrijven of
                                instellingen wordt niet als ontslag op verzoek beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de betrokkene, die in
                                verband met een indiensttreding dient te verhuizen, slechts
                                verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een
                                verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vorige lid hem
                                bekend is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Geen Tegemoetkoming</titel></kop><al>Geen tegemoetkoming in verhuiskosten ingevolge artikel 17 wordt
                            verleend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee
                            jaar nadat de verplichting tot verhuizen is opgelegd dan wel na de datum
                            van het ontslag, het overlijden of de verplaatsing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bepalen tegemoetkomingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit: </al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van
                                        de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de
                                        nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en
                                        uitpakken van breekbare zaken;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag voor dubbele woonkosten, gelijk aan de
                                        noodzakelijk te maken kosten, met dien verstande dat de
                                        tegemoetkoming ten hoogste een ingevolge artikel 19:1:7a,
                                        nader vast te stellen bedrag per maand bedraagt en over een
                                        termijn van maximaal vier maanden wordt verleend; </al></li><li nr="c."><al>een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing
                                        voortvloeiende kosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen
                                huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is
                                bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de
                                berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum
                                van vier van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met
                                dien verstande dat het bedrag een nader door het dagelijks bestuur
                                vast te stellen maximum niet mag overschrijden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de
                                echtgenoten, geregistreerde partners beide betrokkene zijn in de zin
                                van dit hoofdstuk en afzonderlijk opdracht hebben om te verhuizen of
                                zijn verplaatst, wordt voor beide betrokkenen de berekeningsbasis
                                vastgesteld. Ingeval beide betrokkenen een deeltijdbetrekking hebben
                                en niet tevens een deeltijdbetrekking bij een andere werkgever die
                                aanspraak geeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten, wordt de
                                berekeningsbasis vastgesteld als ware er sprake van een
                                voltijdbetrekking. De tegemoetkoming wordt toegekend op grond van de
                                hoogste berekeningsbasis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de betrokkene geen eigen huishouding voert, wordt geen
                                tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onder c, verleend.
                                Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan voor
                                deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden verleend van 3% van
                                de berekeningsbasis.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Uitvoering regeling</titel></kop><al>De bestuurssecretaris verstrekt jaarlijks een overzicht van de wijze van
                            de uitvoering van de regeling per dienst aan het dagelijks bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Afwijken</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan van de bij of krachtens deze regels gestelde
                            regels afwijkend beslissen, wanneer deze naar zijn oordeel niet of niet
                            naar redelijkheid voorzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het in werking treden van deze regeling vervallen de eerder
                                vastgestelde regelingen voor de vergoeding van kosten verbonden aan
                                reizen in het kader van woon-werkverkeer, dienstreizen, reizen na
                                oproep door de bedrijfsarts alsmede reizen ten behoeve van
                                studie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het in werking treden van deze regeling vervallen de
                                overgangsregelingen voor medewerkers van de Algemene Dienst die -na
                                de verhuizing van het gewest in 1998 van Huizen naar Bussum- moesten
                                gaan reizen (7-10 km) én de overgangsregeling van 1 januari 2002
                                voor medewerkers van wie de enkele reisafstand 7 t/m 10 kilometer
                                bedraagt en die op grond van de toen geldende regeling een belaste
                                reiskostenvergoeding ontvingen en voor medewerkers van de RAV die
                                per 1 januari 2006 in verband met de wijziging van de situatie rond
                                de uitrukpunten van de RAV een vergoeding van maximaal €20,--per
                                maand ontvingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Verplaatsingskostenregeling
                                Regio Gooi en Vechtstreek”.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2017.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van de Regio Gooi en
                        Vechtstreek op d.d. 21 november 2016.</al></slotformulering><gegeven><dagtekening><plaats>Bussum, 21 november 2016</plaats><datum isodatum="2017-02-09">2017-02-09</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>J.J. Bakker</ondertekening><ondertekening>secretaris</ondertekening><ondertekening>P.I. Broertjes</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Het onderscheid tussen dienstreizen en woon-werkverkeer is niet altijd even
                    duidelijk. In het algemeen is er sprake van woon-werkverkeer als men naar de
                    werkplek gaat om zijn normale dagelijkse werkzaamheden te verrichten. Zo geldt
                    bijv. voor medewerkers van consultatiebureaus dat er ook sprake is van
                    woon-werkverkeer als men naar verschillende consultatiebureaus gaat. Elke andere
                    verplaatsing is een dienstreis. Dus iemand die in roosterdienst werkt en 's
                    avonds naar zijn werk gaat maakt géén dienstreis, iemand die naast zijn normale
                    werkzaamheden overdag een avondvergadering moet bijwonen wél. Ook iemand die
                    wachtdienst heeft en wordt opgeroepen maakt een dienstreis.</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>De vergoeding voor het gebruik van eigen vervoer voor woon- werkverkeer bedraagt
                    €0,19 voor een motorrijtuig per woon- werkkilometer boven de 10 km voor zowel de
                    heen- als de terugreis, met een maximum van €130,--.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Dit artikel is vervallen miv 1 januari 2017.</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Bij de invoering van de OV chipkaart kunnen de mogelijkheden en consequenties
                    van de aanschaf van OV chipkaarten door de Regio Gooi en Vechtstreek worden
                    onderzocht. Als over wordt gegaan op de aanschaf van OV chipkaarten wijzigt de
                    procedure van vergoeding van dienstreizen op basis van openbaar vervoer. De
                    basis blijft volledige vergoeding van dienstreizen op basis van openbaar
                    vervoer. </al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Dit artikel is te zien als een uitzonderingsbepaling op artikel 7.</al><al/><al>Voor vergoeding van de kosten van eigen vervoer (auto) is de toestemming van de
                    manager (of diens vertegenwoordiger) vereist; deze toestemming dient
                    uiteindelijk te blijken uit ondertekening van de desbetreffende declaraties. De
                    toestemming kan uitsluitend vooraf worden gegeven. Het risico dat een declaratie
                    niet wordt getekend omdat in het desbetreffende geval een vergoeding voor de
                    kosten van eigen vervoer niet gerechtvaardigd is, is voor rekening van
                    betrokkene. Hetgeen hiervoor is vermeld geldt mutatis mutandis voorde
                    directeuren met betrekking tot managers.</al><al/><al>Het aantal gevallen waarin de manager/directeur toestemming moet verlenen is in
                    dit artikellid limitatief opgesomd. </al><al/><al>ad a. </al><al>Hierbij is gedacht aan voorzienbaar goederenvervoer. Het is niet de bedoeling
                    dat medewerkers autokosten vergoed krijgen uitsluitend op grond van de
                    mogelijkheid dat er goederen moeten worden vervoerd. In gevallen waarin
                    onvoorzien een auto nodig is voor het vervoer van goederen, dient gebruik te
                    worden gemaakt van aanwezige auto's, desnoods van een taxi. In de redactie is
                    tot uitdrukking gebracht dat er alleen sprake is van goederenvervoer wanneer de
                    te vervoeren zaken niet op de fiets of als handbagage kunnen worden
                    meegenomen.</al><al/><al>ad b. </al><al>Hierbij is gedacht aan alle gevallen waarin een dienstreis moet worden gemaakt
                    op een tijdstip waarop het openbaar vervoer nog niet of niet meer rijdt. Dit is
                    bijvoorbeeld zo als een avondvergadering moet worden bijgewoond waarvan het
                    eindtijdstip onzeker is en bij dienstreizen in het kader van wachtdiensten.</al><al/><al>ad c. </al><al>De manager bepaalt wanneer er sprake is van efficiencyoverwegingen. Gezien het
                    uitzonderingskarakter van artikel 3 zal hierbij terughoudendheid worden
                    betracht. In het algemeen zullen regionale dienstreizen onder dit criterium
                    vallen. Het kan b.v. ook worden toegepast wanneer met meer mensen een dienstreis
                    naar hetzelfde interlokale reisdoel wordt gemaakt.</al><al/><al>ad d. </al><al>In het algemeen is gebruik van de auto met meerdere personen voordeliger dan het
                    openbaar vervoer.</al><al>Voor de kilometervergoeding is aansluiting gezocht bij de bedragen die in de
                    Reisregeling binnenland gehanteerd worden voor de vergoeding van kosten voor
                    eigen vervoer. Vanaf 1 januari 2006 bedraagt de vergoeding € 0,19 per kilometer
                    onbelast en € 0,09 belast voor motorvoertuigen en € 0,19 onbelast voor de
                    (brom)fietsen.</al><al/><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Ook dit artikel is te zien als een uitzonderingsbepaling op artikel 2. Voor
                    vergoeding van taxikosten is eveneens de toestemming van de manager vereist.
                    Hetgeen hierover onder artikel 3, lid 1, is opgemerkt is hier eveneens van
                    toepassing.</al><al/><al><vet>Artikel 21</vet></al><al>Deze bepaling biedt de mogelijkheid specifiek regelingen te treffen voor
                    speciale situaties. Zo geldt nu al de regeling voor medewerkers die regelmatig
                    op verschillende standplaatsen werken dat dezen naar rato per dag én per
                    standplaats een vergoeding voor woon-werkverkeer ontvangen op basis van
                    declaratie. Deze regeling is vooral aan de orde bij jeugdgezondheidszorg</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>