<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR440147_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit aanwijzing en mandatering ambtenaren gemeentelijke belastingen 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-15674.html">gmb-2017-15674</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit aanwijzing en mandatering ambtenaren gemeentelijke belastingen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=231">Gemeentewet, art. 231</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=232">Gemeentewet, art. 232</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=246a">Gemeentewet, art. 246a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht, afdeling 10.1.1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-01-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2017-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-11-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>127505</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Dit besluit vervangt per 1 februari 2017 het Besluit aanwijzing en mandatering ambtenaren gemeentelijke belastingen 2014.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit aanwijzing en mandatering ambtenaren gemeentelijke belastingen 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk,</al><al>Overwegende, dat:</al><lijst><li nr="–"><al>uit het oogpunt van een doelmatig bestuur en een goede dienstverlening aan de burgers wenselijk is daarvoor in aanmerking komende bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders op te dragen aan ambtenaren of, in een enkel geval, derden;</al></li><li nr="–"><al>in verband met een aantal wijzigingen van de ambtelijke organisatie het <extref doc="1.1:CVDR321359_1" struct="CVDR">Besluit aanwijzing en mandatering ambtenaren gemeentelijke belastingen 2014</extref> dient te worden vervangen door een nieuw besluit;</al></li></lijst><al>gelet op:</al><lijst><li nr="–"><al>het bepaalde in de <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=231" struct="BWB">artikelen 231</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=232" struct="BWB">232</extref> en <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=246a" struct="BWB">246a van de Gemeentewet</extref> en de als gevolg daaraan toepasselijke bepalingen van de <extref doc="1.0:v:BWBR0002320" struct="BWB">Algemene Wet inzake Rijksbelastingen</extref> (hierna: AWR), de <extref doc="1.0:v:BWBR0004770" struct="BWB">Invorderingswet 1990</extref> en de <extref doc="1.0:v:BWBR0007119" struct="BWB">Wet waardering onroerende zaken</extref> (hierna: Wet Woz);</al></li><li nr="–"><al><extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (Awb);</al></li></lijst><al>besluiten:</al><al>vast te stellen het</al><al>Besluit aanwijzing en mandatering ambtenaren gemeentelijke belastingen 2017</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Heffingsambtenaar</titel></kop><al>Het college wijst aan als de gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=231" struct="BWB">artikel 231, tweede lid onderdeel b van de Gemeentewet</extref>:</al><lijst><li nr="–"><al>de beleidsmedewerker, de heer P.J. Visser, van het team Belastingen.</al></li></lijst><al>De bevoegdheden als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0007119&amp;artikel=1" struct="BWB">artikel 1, tweede lid van de Wet Woz</extref> zijn hierin besloten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Invorderingsambtenaar</titel></kop><al>Het college wijst aan als de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen, bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=231" struct="BWB">artikel 231, tweede lid onderdeel c van de Gemeentewet</extref>:</al><lijst><li nr="–"><al>de beleidsmedewerker, de heer L.J. van den Berg, van het team Financieel Beheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Medewerkers belastingen en invordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst aan als gemeenteambtenaren belast met de heffing of invordering van gemeentelijke belastingen, bedoel in <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=231" struct="BWB">artikel 231, tweede lid, onderdeel d van de Gemeentewet</extref>, jegens wie mede gelden de verplichtingen bedoeld in de <extref doc="1.0:v:BWBR0002320&amp;artikel=47" struct="BWB">artikelen 47</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0002320&amp;artikel=49" struct="BWB">49</extref> en <extref doc="1.0:v:BWBR0002320&amp;artikel=50" struct="BWB">50 AWR</extref> en in de <extref doc="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=58" struct="BWB">artikelen 58</extref> en <extref doc="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=60" struct="BWB">60 van de Invorderingswet 1990</extref>, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=246a" struct="BWB">artikel 246a van de Gemeentewet</extref>:</al><lijst><li nr="–"><al>de medewerkers van team Financieel Beheer en team Belastingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst aan als gemeenteambtenaren jegens wie mede gelden de verplichtingen als bedoeld in de <extref doc="1.0:v:BWBR0002320&amp;artikel=47" struct="BWB">artikelen 47</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0002320&amp;artikel=49" struct="BWB">49</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0002320&amp;artikel=50" struct="BWB">50</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0002320&amp;artikel=51" struct="BWB">51</extref> en <extref doc="1.0:v:BWBR0002320&amp;artikel=53a" struct="BWB">53a van de AWR</extref>, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens <extref doc="1.0:v:BWBR0007119&amp;artikel=31" struct="BWB">artikel 31 van de Wet Woz</extref>:</al><lijst><li nr="–"><al>de medewerkers van team Belastingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Mandaatverlening aan ambtenaren</titel></kop><al>Het college mandateert de beleidsmedewerker, de heer L.J. van den Berg, van team Financieel Beheer om namens hem toe te passen de bevoegdheid:</al><lijst><li nr="a."><al>als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0002320&amp;artikel=63" struct="BWB">artikel 63 van de AWR</extref> (hardheidsclausule);</al></li><li nr="b."><al>als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0002320&amp;artikel=66" struct="BWB">artikel 66 van de AWR</extref> (kwijtschelding);</al></li><li nr="c."><al>tot het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van de belasting als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=255" struct="BWB">artikel 255, vijfde lid van de Gemeentewet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Machtiging aan ambtenaren</titel></kop><al>Het college machtigt de beleidsmedewerker, de heer P.J. Visser, van het team Belastingen om namens hem de gemeente te vertegenwoordigen in beroep. Tevens geldt deze machtiging om beroep en beroep in cassatie in te stellen in belastingprocedures betreffende de gemeentelijke belastingen van de gemeente, alsmede procedures in het kader van de <extref doc="1.0:v:BWBR0007119" struct="BWB">Wet waardering onroerende zaken</extref>, de in deze procedures nodige stukken te doen opmaken en te tekenen en verder al datgene te verrichten wat zij raadzaam zal oordelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Besluit aanwijzing en mandatering ambtenaren gemeentelijke belastingen 2017’.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met ingang van de in het eerste lid genoemde datum vervalt het ‘<extref doc="1.1:CVDR321359_1" struct="CVDR">Besluit aanwijzing en mandatering ambtenaren gemeentelijke belastingen 2014</extref>’ van 14 januari 2014, met dien verstande dat het van toepassing blijft op belastbare feiten die zich hebben voorgedaan voor die datum.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2017-01-10">Winterswijk, 10 januari 2017</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>Burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>Drs. A. Oortgiesen, </ondertekening><ondertekening>gemeentesecretaris</ondertekening><ondertekening>drs. M.J. van Beem, </ondertekening><ondertekening>burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel> Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van artikel 231, tweede lid van de Gemeentewet is de uitvoering van gemeentelijke belastingen rechtstreeks opgedragen (geattribueerd) aan een aantal gemeentelijke functionarissen, te weten de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar en de medewerkers belastingen.</al><al>Het college heeft de bevoegdheid de betreffende gemeenteambtenaren aan te wijzen. Daarnaast zijn er nog een aantal bevoegdheden door de wet aan het college toegekend, zoals het toekennen van de hardheidsclausule en het beslissen op kwijtschelding. Deze bevoegdheden mogen door het college worden gemandateerd aan gemeenteambtenaren.</al><al>Het onderhavige besluit bevat al deze aanwijzingen en mandaten van gemeenteambtenaren met betrekking tot de gemeentelijke belastingen door het college. Als heffingsambtenaar wordt aangewezen de beleidsmedewerker van het team Belastingen, de heer P.J. Visser. Deze wordt tevens gemachtigd om beroep in te stellen. Als invorderingsambtenaar wordt de financieel beleidsmedewerker van het team Financieel Beheer, de heer L.J. van den Berg, aangewezen.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 <vet>Heffingsambtenaar</vet></tussenkop><al>Op grond van dit artikel is de met dit artikel aangewezen functionaris belast met alle aangelegenheden betreffende de heffing van de gemeentelijke belastingen evenals de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken.</al><tussenkop>Artikel 2 Invorderingsambtenaar</tussenkop><al>Op grond van dit artikel is de met dit artikel aangewezen functionaris belast met alle aangelegenheden betreffende de invordering van de gemeentelijke belastingen.</al><tussenkop>Artikel 3 Medewerkers belastingen en invordering</tussenkop><al>Op grond van het eerste lid van dit artikel wijst het college de in artikel 6, eerste lid vermelde functionarissen aan als ambtenaren belast met de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d. van de Gemeentewet.</al><al>Op grond van het tweede lid van dit artikel wijst het college de in artikel 6, tweede lid vermelde functionarissen aan als ambtenaren jegens wie mede gelden de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49, 50, 51 en 53a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 31 van de Wet waardering onroerende zaken.</al><tussenkop>Artikel 4 Mandaatverlening aan ambtenaren</tussenkop><al>Enkele bevoegdheden ten aanzien van gemeentelijke belastingen zijn in de wet toegekend aan het college van burgemeester en wethouders. Deze bevoegdheden zijn vatbaar voor mandaat aan ambtenaren. Het gaat hier om de toepassing van de hardheidsclausule (a), kwijtschelding boete (b) en het oninbaar verklaren van belasting (c). Deze worden gemandateerd aan de invorderingsambtenaar.</al><tussenkop>Artikel 5 Machtiging aan ambtenaren</tussenkop><al>De bevoegdheid om beroep in te stellen is toegekend aan het college van burgemeester en wethouders. Een ambtenaar kan worden gemachtigd deze bevoegdheid uit te oefenen. Dit wordt hierin geregeld.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>