<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR440068_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-06-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening Veiligheidsregio Noord- en
            Oost-Gelderland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
                        besluit,</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,</al><al>vast te stellen:</al><al>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede
                        voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële
                        organisatie van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Dienst: iedere organisatorische eenheid binnen de organisatie van de
                                Veiligheidsregio die als zodanig een eigen rechtstreekse
                                verantwoordelijkheid aan het Dagelijks Bestuur heeft.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie
                                van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en ten behoeve van
                                de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                organisatie van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland,
                                teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                        daarover.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Administratieve organisatie: het stelsel van
                                                organisatorische maatregelen gericht op het tot
                                                stand brengen en het in stand houden van de goede
                                                werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                                informatieverzorging ten behoeve van de
                                                verantwoordelijke leiding.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over
                                                en toezicht op het beheer van middelen en het
                                                uitoefenen van rechten van de Veiligheidsregio
                                                Noord- en Oost-Gelderland.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met
                                                geldende wet- en regelgeving, waaronder
                                                verordeningen, besluiten van het Algemeen Bestuur en
                                                het Dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Doelmatigheid: het realiseren van bepaalde
                                                prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van
                                                middelen of met een bepaalde inzet van middelen zo
                                                veel mogelijk prestaties realiseren.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde
                                                maatschappelijke effecten van het beleid worden
                                                gerealiseerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 1 Begroting en verantwoording</titel></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Kaderstellen</cursief></vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt d.m.v. het vaststellen van de begroting
                                een programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>De beoogde maatschappelijke effecten</al></li><li nr="b."><al>De te leveren goederen en diensten</al></li><li nr="c."><al>De baten en lasten</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt per programma indicatoren voor met
                                betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren
                                goederen en diensten. Het Algemeen Bestuur stelt deze indicatoren
                                bij de begroting vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen
                                van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door het Algemeen
                                Bestuur kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van
                                de toedeling van de producten uit de productenraming aan de
                                programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een programma is een samenstel van activiteiten gericht op het
                                bereiken van een doelstelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur biedt uiterlijk 31 januari voorafgaand aan het
                            begrotingsjaar de uitgangspunten voor de begroting aan het Algemeen
                            Bestuur aan.</al><al><vet><cursief>Uitvoering</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur stelt regels die waarborgen dat de
                                    uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en
                                    doeltreffend verloopt.</al></li><li nr="2."><al>Het Dagelijks Bestuur draagt ten aanzien van de productenraming
                                    er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>De lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                            productenraming;</al></li><li nr="b."><al>De budgetten uit de productenraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen de kaders zoals
                                            geautoriseerd bij de vaststelling van de begroting;</al></li><li nr="c."><al>De lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie van andere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de lasten van de
                                    programma’s in de begroting niet worden overschreden en de baten
                                    niet worden onderschreden.</al></li></lijst><al><vet><cursief> Beheersing en interne controle</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur draagt ten behoeve van de jaarrekening
                                    zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van
                                    de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                    beheershandelingen. Uitvoering hieraan wordt gegeven door middel
                                    van een controleplan. Bij afwijkingen neemt het Dagelijks
                                    Bestuur maatregelen tot herstel.</al></li><li nr="2."><al>De resultaten van het controleplan en het plan van verbetering
                                    worden ter kennisneming aan het Algemeen Bestuur
                                    aangeboden.</al></li></lijst><al><vet><cursief>Rapportage en verantwoording</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur door middel
                                van een tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting
                                over de eerste acht maanden van het lopende begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen in de lasten en baten, de
                                geleverde goederen en diensten en de maatschappelijke effecten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de diensten naar de productrealisatie en naar de
                                programmaverantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur legt verantwoording af over de uitvoering van
                                de programma’s. In de verantwoording geeft het Dagelijks Bestuur
                                aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke resultaten zijn geboekt;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot in de begroting
                                        gestelde doelen.</al><al>3.Het Algemeen Bestuur bepaalt aan de hand van de uitvoering
                                        van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s
                                        voor het lopende jaar bijstelling behoeven.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 2 Financiële positie</titel></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Kaderstellen</cursief></vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe
                                het Algemeen Bestuur heeft besloten, in de uiteenzetting van de
                                financiële positie en de meerjarenraming is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen wordt bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de
                                financiële positie de investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 10.000,- worden
                                niet afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Afschrijving van activa vindt plaats op basis van de annuïtaire
                                methode.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van kapitaallasten wordt
                                bepaald op basis van de te betalen interest over aangetrokken
                                leningen, en eventueel bij begroting vastgestelde rentetoevoegingen
                                aan daarvoor aangewezen onderdelen van het eigen vermogen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden afgeschreven in:</al><lijst><li nr="a."><al>Stichtingskosten nieuwbouw gebouwen 40 jaar</al></li><li nr="b."><al>Renovatie, aanpassing van gebouwen 25 jaar</al></li><li nr="c."><al>Technische installaties in gebouwen 20 jaar</al></li><li nr="d."><al>Technische apparatuur, persoonlijke uitrusting 5 tot 20
                                        jaar</al></li><li nr="e."><al>Voertuigen op vrachtwagenchassis, vaartuigen en containers
                                        15 jaar</al></li><li nr="f."><al>Bestelwagens 10 jaar</al></li><li nr="g."><al>Personenvoertuigen, dienstvoertuigen RROL 7 jaar</al></li><li nr="h."><al>Communicatiemiddelen 3 tot 5 jaar</al></li><li nr="i."><al>Automatiseringsapparatuur 4 jaar</al></li><li nr="j."><al>2<sup>e</sup> hands aangekochte activa worden afschreven op
                                        basis van de geschatte resterende economische
                                        levensduur.</al></li><li nr="k."><al>investeringen die in voorgaande leden niet specifiek zijn
                                        benoemd worden afschreven op basis van de verwachte
                                        economische levensduur;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met inachtneming van de in artikel 10 lid 4 genoemde termijnen wordt
                                een gedetailleerde lijst met afschrijvingstermijnen vastgesteld,
                                waarvan de vaststelling wordt gedelegeerd aan het Dagelijks
                                Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en
                                bestemmingsreserves, ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan
                                kan bij besluit van het Algemeen Bestuur worden afgeweken. In geval
                                van activering bij besluit van het Algemeen Bestuur wordt het actief
                                afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of een
                                kortere, door het Algemeen Bestuur aan te geven tijdsduur.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Afschrijvingen vinden voor het eerst plaats in het jaar volgend op
                                de investering, de aankoop danwel de ingebruikname.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In het jaar van de investering, de aankoop danwel de ingebruikname
                                wordt uitsluitend rente berekend over de werkelijke
                                investering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor oninbare vorderingen wordt een voorziening gevormd op basis van een
                            beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie
                            maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur biedt op verzoek van het Algemeen Bestuur een nota
                            reserves en voorzieningen ter vaststelling aan. Deze nota behandelt ten
                            aanzien van reserves en voorzieningen de vorming, besteding en de
                            toerekening en verwerking van de rente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de inwonerbijdrage aan de producten wordt een
                                systeem van kostentoerekening gehanteerd. Het uitgangspunt hierbij
                                is integrale toerekening van kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de kostentoerekening aan producten die worden gedekt door
                                middel van een tarief aan derden, wordt gebruik gemaakt van de
                                Handleiding Overheidstarieven die jaarlijks wordt gepubliceerd door
                                het Ministerie van Financiën.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt bij de uitoefening van de
                                financieringsfunctie zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        begroting uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>Het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie;</al></li><li nr="c."><al>Het nastreven van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>Het efficiënt aantrekken van vreemd vermogen;</al></li><li nr="e."><al>Het efficiënt beheer van de geldstromen en de financiële
                                        positie;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt regels op inzake het beleid en de
                                uitvoering van de financieringsfunctie alsmede de regels voor taken
                                en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                informatievoorziening in de vorm van een Treasurystatuut. Het
                                Dagelijks Bestuur zendt het besluit financieringsstatuut ter
                                vaststelling aan het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks bestuur geeft in de Treasuryparagraaf van de begroting
                                en jaarrekening inzicht in het gevoerde beleid op het gebied van
                                fianciering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een actuele en volledige
                                registratie van bezittingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bedrijfsmiddelen, bezittingen en het vermogen
                                systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                waardepapieren, de voorraden, uitstaande leningen en de schulden
                                jaarlijks worden gecontroleerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                Dagelijks Bestuur maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De
                                resultaten van de controle en eventuele plannen voor verbetering
                                worden ter kennisneming aan het Algemeen Bestuur aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten behoeve van de vervanging van de activa wordt jaarlijks door het
                                Dagelijks Bestuur bij de begroting een meerjarig vervangingsplan
                                opgesteld en als onderdeel van de begroting ter vaststelling aan het
                                Algemeen Bestuur voorgelegd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 3 Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Weerstandsvermogen</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                            begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang aan en
                            maakt een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen.
                            Daarnaast maakt het Dagelijks Bestuur in de paragraaf weerstandsvermogen
                            de weerstandscapaciteit inzichtelijk en geeft aan in hoeverre schade en
                            verliezen hiermee opgevangen kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het kader van de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de
                                begroting wordt aandacht geschonken aan het onderhoud van de
                                gebouwen en het materieel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten behoeve van het onderhoud kapitaalgoederen worden periodiek
                                meerjarige onderhoudsplannen opgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het Dagelijks Bestuur in de
                            paragraaf financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>De kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b."><al>De renterisiconorm;</al></li><li nr="c."><al>De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar;</al></li><li nr="d."><al>De rentevisie; </al></li><li nr="e."><al>De rentekosten en –opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting wordt ingegaan op
                            actuele en tijdelijke aspecten betreffende de bedrijfsvoering. In de
                            paragraaf bedrijfsvoering bij de jaarstukken wordt gerapporteerd over de
                            in de begroting opgenomen onderwerpen en nieuwe ontwikkelingen in het
                            achterliggende jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>In de paragraaf verbonden partijen bij de begroting en de jaarstukken
                            wordt ingegaan op nieuwe, gewijzigde of beëindigde verbonden partijen,
                            de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden
                            partijen, de financiële en bestuurlijke inbreng van de veiligheidsregio
                            en relevante actuele ontwikkelingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 4 Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Het sturen en beheersen van activiteiten en processen in de
                                    veiligheidsregio als geheel en in de organisatieonderdelen
                                    afzonderlijk;</al></li><li nr="b."><al>Het bevorderen van en afleggen van verantwoording over de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en terzake geldende wet- en regelgeving</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>De inrichting en werking van de financiële administratie voldoet
                                    aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                    gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving; </al></li><li nr="b."><al>De vereiste informatie wordt verstrekt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten en gemeenschappelijke regelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Een eenduidige indeling van de organisatie en een eenduidige
                                    toewijzing van de taken en organisatieonderdelen; </al></li><li nr="b."><al>Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan de beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>De verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>De regels voor opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de organisatieonderdelen van de
                                    Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;</al></li><li nr="e."><al>De te maken afspraken met de organisatieonderdelen over de te
                                    leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze
                                    en frequentie van rapportage over de voortgang van de
                                    activiteiten en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>De regels voor verlening van décharge over het gevoerde beheer
                                    van de organisatieonderdelen;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor en legt de interne regels vast
                            voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels
                            waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake
                            van de Europese Unie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 5 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang
                            van 1 januari 2009. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam Financiële
                            verordening Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2009.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus gewijzigd en vastgesteld in de vergadering van het Algemeen
                        Bestuur van 19 december 2012.</ondertekening><ondertekening>Voorzitter ambtelijk secretaris</ondertekening><ondertekening>Mr. G.J. de Graaf mr. M. Assies</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij Financiële verordening Veiligheidsregio Noord- en
                        Oost-Gelderland 2009</titel></kop><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Definities</tussenkop><al>In dit artikel worden enkele algemene begrippen gedefinieerd. Binnen de
                    Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland worden met de Brandweer en de GHOR
                    twee taken onderscheiden. In de verordening wordt er vanuit gegaan, dat vanuit
                    deze twee taakvelden een direct verantwoordelijke wordt aangewezen binnen de
                    organisatie.</al><al>In het kader van het financieel beheer wordt gesproken over het uitoefenen van
                    rechten. Het gaat hierbij in het bijzonder om het innen van de algemene
                    inwonerbijdrage van de gemeenten.</al><tussenkop>Artikel 2 Programmabegroting</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) zijn voorschriften opgenomen
                    ten aanzien van de inrichting van de begroting. Deze bepalingen zijn tot
                    uitdrukking gebracht in dit artikel. </al><tussenkop>Artikel 3 Producten</tussenkop><al>In het kader van BBV wordt onderscheid gemaakt naar Algemeen Bestuur en
                    Dagelijks Bestuur voor wat betreft het financieel instrumentarium. In artikel 2
                    is bepaald dat voor het Algemeen Bestuur een programmabegroting wordt opgesteld.
                    Voor het Dagelijks Bestuur (en de organisatie) wordt gewerkt met een
                    productenraming. Ter verduidelijking is in het tweede lid een (algemene)
                    definitie opgenomen van het begrip programma. </al><tussenkop>Artikel 4 Kaders begroting</tussenkop><al>In het kader van BBV wordt de kaderstellende rol van de raad versterkt. In de
                    uitwerking van dit artikel is deze lijn ook voor het Algemeen Bestuur van de
                    Veiligheidsregio doorgetrokken. Daarom is bepaald dat de uitgangspunten voor de
                    begroting formeel worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Een mogelijkheid
                    was ook geweest deze verantwoordelijkheid bij het DB neer te leggen, waarna bij
                    vaststelling van de begroting ook de gehanteerde uitgangspunten worden
                    geaccordeerd.</al><tussenkop>Artikel 5 Uitvoering begroting</tussenkop><al>In dit artikel zijn bepalingen opgenomen die moeten waarborgen dat de uitvoering
                    van de begroting conform de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders
                    plaatsvindt. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het Besluit regeling
                    budgetbeheer en begrotingsdiscipline. </al><tussenkop>Artikel 6 Interne controle</tussenkop><al>Naast de kaderstellende rol is de controlerende rol van de raad (lees Algemeen
                    Bestuur) met de invoering van BBV versterkt. Een goede interne controle is een
                    belangrijke basisvoorwaarde voor het waarborgen van de rechtmatigheid.</al><al>De inbedding van de interne controle in de bedrijfsvoering wordt verzekerd door
                    te bepalen dat hieraan een controleplan ten grondslag ligt, waarin de nadere
                    instructies voor de controle zijn vastgelegd. </al><tussenkop>Artikel 7 Tussentijdse rapportage en informatie</tussenkop><al>Een wezenlijk onderdeel van de planning en controlcyclus wordt gevormd door de
                    tussentijdse rapportages. In de verordening is bepaald dat tweemaal per jaar
                    tussentijds wordt gerapporteerd door de organisatie aan het Dagelijks Bestuur.
                    De eerste rapportage richt zich met name op de ontwikkelingen die hebben
                    plaatsgevonden in de periode tussen vaststelling van de begroting (medio het
                    voorgaande jaar) en het moment van tussenrapportage. In de tweede rapportage
                    wordt het lopende begrotingsjaar in ogenschouw genomen, waarbij ook
                    vooruitgekeken wordt naar verwachte ontwikkelingen in de nog resterende periode
                    van dat jaar.</al><al>Het Dagelijks Bestuur biedt in het najaar vervolgens aan het Algemeen Bestuur
                    een integrale financiële verkenning over de eerste acht maanden aan.</al><al>De tussenrapportage heeft een herkenbare structuur doordat aansluiting wordt
                    gezocht bij de opzet van de begroting. Inhoudelijk heeft de rapportage het
                    karakter van ‘management by exception’. Dat betekent dat slechts gerapporteerd
                    wordt over afwijkingen ten opzichte van het vastgestelde beleid (in de
                    begroting). Daarnaast wordt de tussenrapportage gebruikt als vast moment voor
                    het formaliseren van begrotingswijzigingen. Hiervoor wordt verwezen naar de nota
                    Begrotingsdiscipline.</al><tussenkop>Artikel 8 Jaarstukken</tussenkop><al>Ten aanzien van de jaarstukken is nadrukkelijk aansluiting gezocht bij BBV.</al><tussenkop>Artikel 9 Financiële positie</tussenkop><al>In de leden 1 en 2 van dit artikel wordt aangegeven welke elementen als
                    onderdeel van de financiële positie in de begroting inzichtelijk worden
                    gemaakt.</al><al>In het derde lid is bepaald dat met de vaststelling van de begroting door het
                    Algemeen Bestuur de voorgestelde investeringen zijn geautoriseerd. Dit betekent
                    dat het Dagelijks Bestuur binnen deze kaders uitvoering kan geven aan de
                    voorgenomen investering en in principe niet tussentijds voor instemming terug
                    hoeft naar het Algemeen Bestuur.</al><tussenkop>Artikel 10 Waardering en afschrijving vaste activa</tussenkop><al>Om te voorkomen dat in de verordening een eindeloze opsomming van activa wordt
                    opgenomen, is gekozen voor een bepaalde verdichting. </al><tussenkop>Artikel 11 Voorziening voor oninbare vorderingen</tussenkop><al>De gestelde termijn is vooralsnog op 3 maanden gesteld. </al><tussenkop>Artikel 12 Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>In de verordening is vooralsnog in het midden gelaten op welk moment de reserves
                    en voorzieningen ten behoeve van het Algemeen Bestuur inzichtelijk worden
                    gemaakt. De nota zal niet als een separaat stuk worden opgesteld, maar binnen de
                    bestaande planning en controlcyclus een plek krijgen.</al><tussenkop>Artikel 13 Kostprijsberekening</tussenkop><al>In lid 2 van dit artikel is opgenomen dat ten behoeve van de bepaling van de
                    tarieven voor derden, gebruik wordt gemaakt van de Handleiding
                    Overheidstarieven. Hiermee wordt op transparante en objectieve wijze een
                    grondslag voor de toerekening van kosten gevonden. De Handleiding wordt
                    jaarlijks geactualiseerd.</al><tussenkop>Artikel 14 Financieringsfunctie</tussenkop><al>De bepalingen in dit artikel vormen een algemene kapstok voor de
                    financieringsfunctie. Een verdere uitwerking heeft plaatsgevonden in het
                    Treasurystatuut. Daarnaast wordt jaarlijks bij zowel de begroting als de
                    jaarstukken in de Treasuryparagraaf uitvoeringsinformatie verstrekt.</al><tussenkop>Artikel 15 Registratie bezittingen, activa en vermogen</tussenkop><al>Naast de registratie van bezittingen e.d. wordt in dit artikel voorgeschreven
                    dat voor de vervanging van de activa gewerkt wordt met meerjarige plannen.
                    Activa die hiervoor in aanmerking komen zijn ICT-apparatuur, meubilair,
                    vervoermiddelen en brandweermaterieel. In eerste aanleg kost het opstellen van
                    een dergelijk plan een forse ambtelijke inspanning. Na het opstellen van het
                    vervangingsplan vindt ieder jaar in het kader van het opstellen van de begroting
                    een actualisatie plaats.</al><tussenkop>Artikelen 16 t.e.m. 20 Verplichte paragrafen</tussenkop><al>In het kader van het BBV zijn een zevental paragrafen verplicht voorgeschreven.
                    Voor tenminste twee van deze paragrafen geldt dat ze voor een Gemeenschappelijke
                    Regeling niet van toepassing zijn. Daarnaast is mogelijk ook de paragraaf
                    Verbonden Partijen voor de NOG niet relevant. De bepalingen in de artikelen 16
                    tot en met 19 komen overeen met bepalingen in het BBV.</al><tussenkop>Artikelen 21 en 22 Financiële administratie</tussenkop><al>Deze artikelen spreken voor zich en behoeven geen specifieke toelichting.</al><tussenkop>Artikel 23 Financiële organisatie en administratie</tussenkop><al>In het kader van dit artikel heeft het Dagelijks Bestuur het Besluit regeling
                    budgetbeheer en nota begrotingsdiscipline vastgesteld.</al><tussenkop>Artikel 24 Aanbesteding en inkoop</tussenkop><al>Hiervoor zal nog een nota inkoopbeleid ontwikkeld worden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>