<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43903_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Voorzieningen Wethouders, Raadsleden, Duoraadsleden en Commissieleden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 16-07-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Voorzieningen Wethouders, Raadsleden, Duo Raadsleden en Commissieleden 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 44</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>165-93</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR372314_1">Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden en duo-raadsleden gemeente Waterland 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Voorzieningen Wethouders, Raadsleden, Duoraadsleden en Commissieleden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Waterland,</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>Gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van
                        de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders en het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden,</al><al>Besluit:</al><al/><al>Vast te stellen de gewijzigde verordening Voorzieningen Wethouders,
                        Raadsleden, Duoraadsleden en Commissieleden.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li><li nr="f."><al>Raadslid: lid van gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li><li nr="g."><al>Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in
                            artikel 2, 1<sup>e</sup> lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden toegekend die gelijk is aan het maximum bedrag voor
                            gemeenteklasse 3, vermeld in tabel I van het Rechtspositiebesluit raads-
                            en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de
                                    uitoefening van het </al><al>raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die gelijk is aan
                                    het maximum bedrag voor </al><al> gemeenteklasse 3, vermeld in tabel II van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</al></li><li nr="2."><al>Aan een raadslid, van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                    4, aanhef en onderdeel f, van</al><al> de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet
                                    als dienstbetrekking wordt </al><al> aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een
                                    onkostenvergoeding toegekend die gelijk</al><al>is aan het maximum bedrag voor gemeenteklasse 3, vermeld in
                                    tabel III van het </al><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder d en 8 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de
                                eed of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder d en 8 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de
                                vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in
                                artikel C4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld
                                in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en
                                vijfde van de Kieswet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in artikel 2 en 3 geschiedt
                                in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met
                                    reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van
                                    een beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid
                                    vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al><lijst><li nr=""><al><vet>a</vet>. bij gebruik van openbare middelen van
                                            vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding
                                            van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten,
                                            die blijkens overlegde bewijsstukken zijn gemaakt; </al></li><li nr=""><al><vet>b</vet>. bij gebruik van een eigen vervoermiddel:
                                            een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk
                                            gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen in
                                            artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                            wethouders.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten voor ter zake
                            van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het
                            raadslid overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                            Regeling rechtspositie wethouders vergoed tot een maximum van de in de
                            Reisregeling Binnenland, artikel 5 genoemde bedragen. Eén en ander onder
                            overlegging van de gewenste bewijsstukken</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia, die</al><al>in het gemeentebelang door of namens de gemeente worden
                                    aangeboden of verzorgd komen</al><al> voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet door of</al><al>namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe
                                    een gemotiveerde aanvraag </al><al> in bij de griffier. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                    informatie en een </al><al>kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                    gemeente als deelname van </al><al>algemeen belang is in verband met de vervulling van het
                                    raadslidmaatschap. </al><al>Per raadslid wordt een maximum bedrag vastgesteld wat per
                                    kalenderjaar wordt vergoed.</al></li><li nr="3."><al>De kosten worden vergoed, voor zover het totale budget voor
                                    onkosten als bedoeld in artikelen 7, 8 en 12 per raadslid
                                    toereikend is</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding. </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingevolge artikel 7 a lid 1 van het rechtspositiebesluit raads-
                                    en commissieleden” wordt op aanvraag ten laste van de gemeente
                                    voor de uitoefening van het raadlidmaatschap een computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking
                                    gesteld voor de duur van de ambtsvervulling.</al></li><li nr="2."><al>Ingevolge artikel 7a lid 1 van het rechtspositiebesluit raads-
                                    en commissieleden wordt, voor zover er sprake is van een
                                    belastingheffing in verband met een, ten laste van de gemeente </al><al>ter beschikking gestelde computer, bijbehorende apparatuur en
                                    software als bedoeld in het</al><al>eerste lid, op aanvraag een tegemoetkoming voor de
                                    belastingheffing als gevolg hiervan verstrekt. Deze belastbare
                                    tegemoetkoming is maximaal 30 % van de aanschafwaarde van de
                                    computer en toebehoren voor een periode van maximaal 3
                                    jaren.</al></li><li nr="3."><al>Ingevolge artikel 7a lid 2 van het rechtspositiebesluit raads-
                                    en commissieleden wordt, indien geen computer en bijbehorende
                                    apparatuur en software ter beschikking is gesteld, door het
                                    college van burgemeester en wethouders aan de raadsleden op
                                    aanvraag voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een
                                    tegemoetkoming verleend voor: </al><lijst><li nr=""><al><vet>a.</vet>de aanschaf van een computer,
                                            bijbehorende apparatuur en software of </al></li><li nr=""><al><vet>b.</vet>voor het gebruik van een eigen
                                            computer, bijbehorende apparatuur en software.</al></li></lijst><al>Deze belastbare tegemoetkoming is maximaal 30 % van de
                                    aanschafwaarde van de computer en</al><al>toebehoren voor een periode van maximaal 3 jaren, waarbij
                                    maximaal wordt uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer,
                                    die de gemeente ter beschikking stelt. </al></li><li nr="4."><al>Ingevolge artikel 7a lid 3 van het rechtspositiebesluit raads-
                                    en commissieleden wordt op </al><al>aanvraag door het college van burgemeester en wethouders aan het
                                    raadslid een vergoeding verleend voor de aanleg- en
                                    abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het
                                    eerste of derde lid genoemde computerapparatuur.</al><al> De aanlegkosten worden volledig vergoed.Onder
                                    aanlegkosten worden niet verstaan: </al><al>elektrotechnische- en bouwkundige ingrepen. </al><al> De abonnementskosten, voor zover deze meer bedragen dan de
                                    kosten van een analoog</al><al> telefoonabonnement en de gesprekskosten (internetnummers) komen
                                    voor de helft voor </al><al> rekening van de gemeente.</al></li><li nr="5."><al>Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een door het college
                                    van burgemeester en wethouders vastgestelde
                                    bruikleenovereenkomst.</al></li><li nr="6."><al>De kosten, genoemd in artikel 8 lid 1 tot en met 4 worden
                                    vergoed, voor zover het totale budget voor onkosten als bedoeld
                                    in artikelen 7, 8 en 12 per raadslid toereikend is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9 Spaarloonregeling/Levensloopregeling</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid, van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                    aanhef en onderdeel f, van</al><al> De Wet op de Loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet
                                    als dienstbetrekking wordt</al><al> aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                    gemeentelijk personeel geldende </al><al> spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid, van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                    aanhef en onderdeel f, van de </al><al> Wet op de Loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                    dienstbetrekking wordt </al><al>Aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de levensloopregeling
                                    als bedoeld in artikel 19g </al><al>van de Wet op de Loonbelasting 1964.</al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                    raadslid gebruik maakt van de </al><al> wettelijke levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige</al><al> vergoeding van de gemeente. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10 Fietsregeling</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid, van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                    aanhef en onderdeel f, van de</al><al> Wet op de Loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                    dienstbetrekking wordt</al><al> Aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                    gemeentelijk personeel geldende </al><al> Fietsstimuleringsregeling B 27.</al><al>Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel de
                                    vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de
                                    fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling Loonbelasting 2001.
                                </al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige</al><al> vergoeding van de gemeente. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingevolge artikel 8a van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden ontvangt een</al><al> raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer
                                    dan 30 dagen onafgebroken</al><al> het voorzitterschap van de raad waarneemt, voor die tijd voor
                                    die waarneming een toeslag van</al><al> 8 % van zijn vergoeding als lid van de raad.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    de onkostenvergoeding, </al><al> bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12 Ziektekostenvoorziening</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingevolge artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden wordt aan het </al><al> raadslid een tegemoetkoming in de kosten van een
                                    ziektekostenverzekering verstrekt, ten </al><al> hoogte van het in lid 1, met in achtneming van lid 2, van
                                    eergenoemd artikel gestelde bedrag. </al></li><li nr="2."><al>De betaling van deze tegemoetkoming geschiedt in maandelijkse
                                    termijnen, naar evenredigheid </al></li><li nr="3."><al> van het aantal dagen dat het raadslid in het betreffende jaar
                                    het ambt van raadslid heeft vervuld.</al></li><li nr="3."><al>De kosten worden vergoed, voor zover het totale budget voor
                                    onkosten als bedoeld in artikelen 7, 8 en 12 per raadslid
                                    toereikend is</al></li><li nr="4."><al>De betaling van deze tegemoetkoming geschiedt in maandelijkse
                                    termijnen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan
                            de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het
                            maximum bedrag voor gemeenteklasse 3, vermeld in artikel 25, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt voor het reizen tussen zijn woning en zijn plaats
                            van tewerkstelling een tegemoetkoming in de kosten van het reizen
                            verleend overeenkomstig de bedragen genoemd in artikel 3 van de Regeling
                            rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 14,
                            vergoeding verleend voor gemaakte reiskosten ter zake van andere dan de
                            in artikel 14 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente.</al><al>De vergoeding betreft:</al><al><vet>a</vet>. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                            (trein)taxi: een volledige vergoeding </al><al> van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten die blijkens
                            overlegde bewijsstukken</al><al> zijn gemaakt; </al><al><vet>b</vet>. bij gebruik van een eigen personenauto vindt vergoeding
                            plaats ingevolge artikel 4 onderdeel b </al><al> van de regeling Rechtspositie Wethouders </al><al><vet>c.</vet> Ingevolge artikel 4a van de regeling Rechtspositie
                            Wethouders kan de wethouder aanspraak </al><al>maken op saldering voor reiskosten voor zakelijke reizen
                            overeenkomstig de regeling voor</al><al> gemeentelijk personeel (artikel 8 van de aanvullende regeling B 24
                            Reiskosten Woon- </al><al> Werkverkeer)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van
                            reizen, bedoeld in artikel 15 worden volledig aan de wethouder vergoed
                            onder overlegging van de gewenste bewijsstukken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia </al><al> die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente
                                    worden aangeboden of verzorgd</al><al> komen voor rekening van de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet die in </al><al> het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden
                                    aangeboden of verzorgd, dient </al><al> daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat
                                    vergezeld van inhoudelijke informatie</al><al> en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                    gemeente als deelname van </al><al> algemeen belang is in verband met de uitoefening van het ambt
                                    van wethouder.</al></li><li nr="3."><al>De kosten worden vergoed, voor zover het totale budget voor
                                    onkosten als bedoeld in artikelen</al><al> 17, 18, 19 en 20 per wethouder toereikend is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Computerapparatuur.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Gelet op artikel 27a van het Rechtspositiebesluit Wethouders
                                    wordt op aanvraag ten laste van </al><al> de gemeente aan de wethouder voor de uitoefening van het ambt
                                    een computer/laptop, bijbehorende apparatuur en software in
                                    bruikleen ter beschikking gesteld. </al></li><li nr="2."><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met
                                    een ten laste van de gemeente</al><al> ter beschikking gestelde computer, bijbehorende apparatuur en
                                    software als bedoeld in het</al></li><li nr="5."><al>eerste lid ontvangt de wethouder ten laste van de gemeente, op
                                    aanvraag, per jaar een</al><al> tegemoetkoming van 30 % van de aanschafwaarde daarvan voor een
                                    periode van maximaal </al><al> drie jaren. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de
                                    aanschafwaarde van de computer, </al><al> bijbehorende apparatuur en software, welke het college aan de
                                    wethouder in bruikleen ter </al><al> beschikking stelt.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor de uitoefening van het wethoudersambt geen computer
                                    en bijbehorende </al><al> apparatuur en software aan de wethouder ter beschikking is
                                    gesteld wordt op aanvraag</al><al> aan de wethouder gedurende maximaal drie jaren een belastbare
                                    tegemoetkoming verleend van 30 % van de aanschafwaarde van een
                                    computer, bijbehorende apparatuur en software of voor het
                                    gebruik van de eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                    software.</al><al> Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van
                                    de computer, </al><al> bijbehorende apparatuur en software, welke het college aan de
                                    wethouder in bruikleen ter </al><al> beschikking stelt.</al></li><li nr="4."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met
                                    de gemeente.</al></li><li nr="5."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li><li nr="6."><al>De kosten worden vergoed, voor zover het totale budget voor
                                    onkosten als bedoeld in </al><al> artikelen 17, 18, 19 en 20 per wethouder toereikend is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding ten
                                    behoeve van het gebruik</al><al>van de in artikel 18 genoemde computerapparatuur, die benodigd
                                    is voor de uitoefening van</al><al>de functie van wethouder komen voor rekening van de
                                    gemeente.</al><al>Voor wat betreft de aanlegkosten: de volledige kosten Onder
                                    aanlegkosten worden niet verstaan: elektrotechnische- en
                                    bouwkundige ingrepen</al><al>Voor wat betreft de abonnementskosten: voor zover die meer
                                    bedragen dan de kosten van een analoog telefoonabonnement komen
                                    deze voor 50 % voor rekening van de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>De kosten worden vergoed, voor zover het totale budget voor
                                    onkosten als bedoeld in</al><al> artikelen 17, 18, 19 en 20 per wethouder toereikend is.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Communicatie: Faxapparatuur en Mobiele Telefoon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt op
                                    aanvraag</al><al> communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking gesteld. </al><al> Op aanvraag wordt een tegemoetkoming voor de belastingheffing
                                    als gevolg hiervan verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                    voor privé doeleinden wordt </al><al> gebruikt, doet de wethouder middels het daartoe bestemde
                                    formulier opgave en verzoek tot in-</al><al> houding op de wedde.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met
                                    de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van deze bruikleenovereenkomsten
                                    vast.</al></li><li nr="4."><al>De kosten worden vergoed, voor zover het totale budget voor
                                    onkosten als bedoeld in</al><al> artikelen 17, 18, 19 en 20 per wethouder toereikend is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spaarloonregeling/Levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                    gemeentelijk personeel geldende </al><al> spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de
                                    levensloopregeling, als bedoeld in artikel 19g van de Wet op
                                    Loonbelasting 1964.</al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk, indien de
                                    wethouder gebruik maakt van de </al><al> wettelijke levensloopregeling, als bedoeld in lid 2.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige </al><al> vergoeding van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22 Fietsregeling</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                                    personeel geldende </al><al> Fietsstimuleringsregeling B 27. </al><al>Naar keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel de
                                    vaste onkostenvergoeding, dan wel eindejaarsuitkering verminderd
                                    met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                    Uitvoeringsregeling Loonbelasting 2001.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige</al><al> vergoeding van de gemeente. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Reis- en Pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>Ingevolge artikel 22 lid 1 en 2 van het Rechtspositiebesluit wethouders
                            heeft de wethouder, die</al><al>bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten
                            laste van de</al><al>gemeente recht op:</al><al><vet>a</vet>. een vergoeding van reis- en pensionkosten, overeenkomstig
                            het bepaalde in artikel 1 van de</al><al> Regeling Rechtspositie Wethouders.</al><al><vet>b</vet>. een vergoeding van verhuiskosten in verband met benoeming
                            in de gemeente, </al><al> overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling Rechtspositie
                            Wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden ( ook zijnde
                            duo-raadsleden)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingevolge artikel 14, lid 1 van het Rechtspositie besluit raads-
                                    en commissieleden ontvangt het lid van een commissie voor het
                                    bijwonen van de vergaderingen van een commissie een vergoeding
                                    die gelijk is aan het voor gemeenteklasse 2 vastgestelde maximum
                                    bedrag, vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads-
                                    en commissieleden.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene,
                                    die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de
                                    werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid, van de
                                    Gemeentewet ontvangt. </al></li><li nr="3."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                    commissie:</al><lijst><li nr=""><al><vet> a. </vet>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr=""><al><vet> b. </vet>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks
                                            uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke </al><al> hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling
                                            die grotendeels van overheidswege</al><al> wordt gesubsidieerd; </al><al><vet>c</vet>. als vertegenwoordiger van een
                                            belanghebbende instelling, organisatie of groepering,
                                            tenzij </al><al> zijn lidmaatschap van de commissie tevens in
                                            belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een
                                    hogere vergoeding vaststellen</al><al> ten aanzien van:</al><lijst><li nr=""><al><vet>a. </vet>een lid van een commissie die op grond van
                                            zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid</al><al> op het taakgebied van de commissie voor deelname aan
                                            haar werkzaamheden is</al><al> aangetrokken, en</al></li><li nr=""><al><vet>b. </vet>een lid van een commissie ten aanzien
                                            waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een
                                        </al></li></lijst></li><li nr=""><al> redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en
                                    de omvang van de door hem te</al><al> verrichten arbeid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het lid van een commissie, dat geen raadslid of wethouder is
                                    en niet in zijn hoedanigheid </al><al> van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd, worden de
                                    reiskosten voor het bijwonen</al><al> van de vergaderingen van de commissie vergoed. </al><al> De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr=""><al><vet>a. </vet>bij gebruik van openbare middelen van
                                            vervoer en van een taxi: </al><al> een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                            noodzakelijk gemaakte reiskosten, die</al><al> blijkens overlegde bewijsstukken zijn gemaakt;</al></li><li nr=""><al><vet>b</vet>. bij gebruik van een eigen personenauto:
                                            een vergoeding van de in redelijkheid</al></li></lijst></li><li nr=""><al> noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig het bepaalde in
                                    artikel 4, onderdeel b van </al></li><li nr="10"><al> de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Aan het in het eerste lid bedoelde lid van de commissie worden
                                    vergoed de noodzakelijk </al><al> gemaakte verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen
                                    van de overeenkomstig het </al><al> bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders tot een maximum</al><al> van het in de Reisregeling Binnenland, artikel 5 genoemde
                                    bedragen. Eén en ander onder </al><al> overlegging van de gewenste bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingevolge artikel 14, lid 1 van het Rechtspositie besluit raads-
                                    en commissieleden wordt artikel 7a van deze eerdergenoemde
                                    regeling gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaard
                                </al></li><li nr="2."><al>De aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding ten
                                    behoeve van het gebruik van computerapparatuur, die benodigd is
                                    voor de uitoefening van het commissielidmaatschap komen voor
                                    rekening van de gemeente. Voor wat betreft de aanlegkosten: de
                                    volledige kosten Onder aanlegkosten worden niet verstaan:
                                    elektrotechnische- en bouwkundige ingrepen Voor wat betreft de
                                    abonnementskosten: voor zover die meer bedragen dan de kosten
                                    van een analoog telefoonabonnement komen deze voor 50 % voor
                                    rekening van de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>De kosten worden vergoed, voor zover het totale budget voor
                                    onkosten per commissielid toereikend is. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Verordening Voorzieningen Wethouders, Raadsleden, Duo Raadsleden en
                            Commissieleden 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze wijziging van de verordening treedt in werking op de dag na
                            publicatie van deze wijziging.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Waterland,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 27 april 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>drs. E.G.H. Dijk </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. E.F. Jongmans</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>