<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR439019_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leidschendam-Voorburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leidschendam-Voorburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-187934.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAnderePeriode%26spd%3d20161201%26epd%3d20170120%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dLeidschendam-Voorburg%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=4&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 2016, 187934</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>AVOI 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0009950&amp;artikel=5.4">Telecommunicatiewet, art. 5.4, vierde lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1715032 / 1730367</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening vervangt de Telecommunicatieverordening 2002.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg;</al><al>gezien het voorstel van het college d.d. 15 november 2016 (1730367);</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>1. De "Algemene verordening ondergrondse infrastructuur" vast te
                        stellen.</al><al>2. [...]</al><al>3. [...]</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>1.1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanbieder: de aanbieder van een openbaar elektronisch
                                    communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="b."><al>aanvraag: de aanvraag van een instemmingsbesluit of
                                    vergunning;</al></li><li nr="c."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="d."><al>instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in
                                    artikel 5.4, eerste lid, onder b, van de
                                    Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="e."><al>kabels en leidingen: één of meer kabels of leidingen, daaronder
                                    in ieder geval begrepen telecomkabels alsmede lege buizen,
                                    ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en
                                    beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare
                                    of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;</al></li><li nr="f."><al>melding: melding als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid. Het
                                    betreft een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende
                                    aard, waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning
                                    noodzakelijk is. </al></li><li nr="g."><al>netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelende in de
                                    uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon
                                    een net beheert. Onder netbeheerder wordt tevens verstaan een
                                    aanbieder; </al></li><li nr="h."><al>openbaar elektronisch communicatienetwerk: netwerk als bedoeld
                                    in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="i."><al>openbare gronden: openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1,
                                    onder aa, van de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="j."><al>telecomkabel: een kabel als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van
                                    de Telecommunicatiewet; </al></li><li nr="k."><al>vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste
                                    lid. Het betreft een vergunning voor de aanleg, instandhouding
                                    of opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden,
                                    niet zijnde telecomkabels;</al></li><li nr="l."><al>werkzaamheden van niet ingrijpende aard: categorieën van
                                    werkzaamheden waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning
                                    noodzakelijk is, maar waarbij kan worden volstaan met een
                                    melding. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>1.2.</nr><titel>Toepasselijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden in verband met
                                de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of
                                op openbare gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college voert de regie over de efficiënte ordening van
                                werkzaamheden in verband met kabels en leidingen zoals bedoeld in
                                het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2.</nr><titel>Instemmingsbesluit en vergunning</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>2.1.</nr><titel>Vereiste van instemming of vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het college
                                verleend instemmingsbesluit of verleende vergunning werkzaamheden
                                uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming
                                van kabels of leidingen in of op openbare gronden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan voor werkzaamheden van niet
                                ingrijpende aard worden volstaan met een melding aan het college.
                                Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van categorieën van
                                werkzaamheden van niet ingrijpende aard en kan aan de uitvoering van
                                deze werkzaamheden voorschriften en beperkingen verbinden als
                                bedoeld in artikel 2.4.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan één of meer gebieden aanwijzen waarbinnen niet
                                volstaan kan worden met een melding, maar altijd een
                                instemmingsbesluit of vergunning moet worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in
                                de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of
                                niet gewenst is, dienen onverwijld te worden gemeld aan de
                                burgemeester. Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees
                                voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de
                                voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de
                                werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip
                                plaatsvinden. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van
                                de wijze van melding en uitvoering van deze werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op
                                werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar
                                publiekrechtelijke taak.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op
                                situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening
                                of de Waterschapskeur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.2.</nr><titel>De aanvraag en de melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag wordt ingediend bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager levert op verzoek van het college de resultaten van het
                                overleg tussen de aanvrager en de andere grondeigenaren of
                                grondbeheerders aan, indien het college dit noodzakelijk acht voor
                                de besluitvorming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een melding wordt minimaal vijf werkdagen voor aanvang van de
                                werkzaamheden aan het college gedaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de bij een
                                aanvraag of melding te verstrekken gegevens en de wijze van
                                verstrekking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.3.</nr><titel>Beslistermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of
                                leidingen zowel een aanvraag op grond van deze verordening als een
                                aanvraag op grond van een andere wet is ingediend, al dan niet bij
                                een ander bestuursorgaan, dan stelt de aanvrager het college hiervan
                                op de hoogte. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven,
                                deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een
                                zo kort mogelijke termijn van ten hoogste acht weken waarbinnen de
                                beschikking wel tegemoet kan worden gezien. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op schriftelijk verzoek van de aanvrager stelt het college een
                                aanvraag buiten behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.4.</nr><titel>Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een instemmingsbesluit of een vergunning
                                voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning
                                weigeren, in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de
                                        verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het
                                        verkeer;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="d."><al>de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede
                                        verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare
                                        gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en
                                        het belang van nader aan te geven lokale evenementen;</al></li><li nr="e."><al>de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt de
                                        bescherming van reeds in de grond aanwezige werken;</al></li><li nr="f."><al>de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van
                                        groenvoorzieningen, bomen en van beplantingen;</al></li><li nr="g."><al>het uiterlijk aanzien van de omgeving;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang,
                                tenzij in het instemmingsbesluit of de vergunning anders is
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvrager draagt er zorg voor dat de voorschriften die aan het
                                instemmingsbesluit of de vergunning zijn verbonden worden
                                nageleefd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de wijze van
                                uitvoering van werkzaamheden aan kabels of leidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.5.</nr><titel>Wijziging en intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning wijzigen of
                                intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de netbeheerder niet binnen zes maanden na het
                                        onherroepelijk worden van het instemmingsbesluit of de
                                        vergunning, of de in het instemmingsbesluit of de vergunning
                                        opgenomen termijn, met de werkzaamheden als omschreven in
                                        het instemmingsbesluit of de vergunning is begonnen; </al></li><li nr="b."><al>de in het instemmingsbesluit of de vergunning benoemde
                                        werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes
                                        maanden stilliggen;</al></li><li nr="c."><al>het instemmingsbesluit of de vergunning is verleend op basis
                                        van onjuiste of onvolledige gegevens;</al></li><li nr="d."><al>de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze
                                        verordening niet naleeft;</al></li><li nr="e."><al>na het verlenen van het instemmingsbesluit of de vergunning
                                        naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat
                                        te veronderstellen dat het van kracht blijven van het
                                        instemmingsbesluit of de vergunning onaanvaardbare
                                        schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en
                                        hieraan door het stellen van nadere voorschriften en
                                        beperkingen aan het verleende instemmingsbesluit of de
                                        verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft
                                        gesteld;</al></li><li nr="b."><al>dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is
                                        vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn
                                        publiekrechtelijke bevoegdheid of taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van het
                                instemmingsbesluit of de vergunning dan nadat het college de houder
                                van het instemmingsbesluit of de vergunning heeft gehoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de
                                verplichting worden verbonden om de betreffende kabels of leidingen
                                aan te passen of deze te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college trekt het instemmingsbesluit of de vergunning in indien
                                de houder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer
                                daarvan te willen maken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een instemmingsbesluit of een vergunning geldt voor een specifieke
                                kabel of leiding en is overdraagbaar, tenzij in de vergunning of het
                                instemmingsbesluit anders is bepaald. Het college kan het
                                instemmingsbesluit of de vergunning op schriftelijk verzoek van de
                                houder op naam stellen van een andere netbeheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>3.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>3.1.</nr><titel>Medegebruik van voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van telecomkabels in
                                openbare gronden zoveel mogelijk medegebruik te maken van bestaande,
                                hetzij door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het
                                college aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of
                                kabel- en leidingentunnels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid vindt geen toepassing indien de aanbieder aannemelijk
                                kan maken dat medegebruik op technische of economische gronden niet
                                haalbaar is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het gekozen tracé niet kan worden uitgevoerd, dient de
                                aanbieder een alternatief tracé te kiezen. Ook kan het college een
                                alternatief tracé aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.2.</nr><titel>Verplichtingen netbeheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de eigendom, de exploitatie, het beheer of het gebruik van
                                kabels of leidingen wijzigt, stelt de netbeheerder het college
                                onverwijld schriftelijk van deze wijziging in kennis. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De netbeheerder levert op verzoek van het college informatie over
                                een kabel of leiding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.3.</nr><titel>Zorgplicht netbeheerder</titel></kop><al>De netbeheerder is verplicht zorg te dragen voor een goede staat van
                            onderhoud van kabels en leidingen.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.</nr><titel>Verontreiniging, gevaar en hinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan
                                wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen
                                optreden, onmiddellijk te melden aan het college en alle maatregelen
                                te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te
                                voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de netbeheerder opdragen een milieutechnisch
                                onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit
                                te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van
                                verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de aanleg of de
                                exploitatie van kabels en leidingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van
                                verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van kabels
                                en leidingen opschorting gelasten van de aanleg of de exploitatie
                                van de betreffende kabels en leidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5.</nr><titel>Overleg en afstemming tijdens planvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente initieert en faciliteert nader overleg tussen alle
                                betrokken partijen over alle projecten in openbare gronden. Dit
                                overleg vindt periodiek, doch tenminste eenmaal per jaar
                                plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college initieert in de planfase van een door of vanwege de
                                gemeente uit te voeren project overleg met de desbetreffende
                                netbeheerder(s) ten einde de gevolgen van dat project voor de
                                ligging en het onderhoud van kabels en leidingen te analyseren. De
                                gemeente doet per bedoeld project een voorstel ten aanzien van het
                                aantal overleggen en de regelmaat daarvan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op initiatief van het college wisselen alle betrokken partijen
                                voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de
                                ondergrondse infrastructuur de noodzakelijke informatie met elkaar
                                uit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.6.</nr><titel>Nadeelcompensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kent een netbeheerder, niet zijnde aanbieder, die schade
                                lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit van het college als
                                bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onder e, of artikel 2.5, tweede
                                lid, onder b, dan wel als gevolg van de rechtmatige uitoefening door
                                het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, op
                                verzoek een vergoeding toe, voor zover de schade redelijkerwijze
                                niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover
                                de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt een nadeelcompensatieregeling vast over de
                                uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.</nr><titel>Herstraat- en degeneratiekosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien door de netbeheerder werkzaamheden aan kabels of leidingen in
                                of op openbare gronden worden uitgevoerd, brengt het college de
                                kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van openbare
                                gronden die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde
                                werkzaamheden bij de netbeheerder in rekening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het uitgangspunt bij het herstel van gronden is dat de grond wordt
                                teruggebracht in de oude staat. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast over de uitoefening van de
                                bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>4.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>4.1.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van
                                deze verordening rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de
                                door de gemeente verleende toestemming dan wel vergunning op grond
                                waarvan zij gelegd zijn als een vergunning respectievelijk
                                instemmingsbesluit krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen
                                de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn
                                beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover
                                strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van
                                toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een instemmingsbesluit is aangevraagd op grond van de
                                Telecommunicatieverordening 2002, waarop nog niet is beslist, wordt
                                deze aanvraag beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de
                                Telecommunicatieverordening 2002.</al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr>4.2.</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Het college wijst de personen aan die zijn belast met het toezicht op de
                            naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>4.3.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen 2.1, eerste, tweede en vierde lid, 2.4,
                            derde lid, of 3.3 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee
                            maanden of een geldboete van de tweede categorie. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>4.4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt op 1 januari 2017 in werking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als AVOI 2017.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Telecommunicatieverordening 2002 wordt op het tijdstip van
                                inwerkingtreding van de Algemene verordening ondergrondse
                                infrastructuur ingetrokken.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Leidschendam-Voorburg van 13 december 2016.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. G.A. van Egmond, K. Tigelaar</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al/><al><vet>Toelichting op de AVOI</vet></al><al/><al><vet>Algemeen:</vet></al><al>Deze algemene verordening ondergrondse infrastructuur (verder aangeduid als
                    AVOI) is een verordening die regels bevat met betrekking tot het aanleggen, in
                    stand houden en opruimen van kabels en leidingen. In deze verordening zijn zowel
                    regels gesteld betreffende kabels en leidingen ten dienste van openbare
                    elektronische communicatienetwerken als regels voor de overige kabels en
                    leidingen.</al><al>Kernpunten van deze AVOI en de daarop gebaseerde besluiten zijn:</al><al/><lijst><li nr="*"><al>de bruikbaarheid en het aanzien van de weg;</al></li><li nr="*"><al>de veiligheid van de kabels en leidingen;</al></li><li nr="*"><al>het minimaliseren van risico’s voor milieu en gezondheid van mens en
                            dier;</al></li><li nr="*"><al>te stellen eisen aan de ordening en allocatie van kabels en
                            leidingen;</al></li><li nr="*"><al>te stellen eisen aan exploitatie en onderhoud van kabels en
                            leidingen;</al></li><li nr="*"><al>te stellen eisen aan wijzigingen van leidingentracés en verwijdering van
                            kabels en leidingen.</al></li></lijst><al>De regels voor werkzaamheden betreffende een openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk waren voorheen opgenomen in de gemeentelijke
                    Telecommunicatieverordening. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze AVOI
                    is de bestaande Telecommunicatieverordening als afzonderlijke verordening
                    ingetrokken.</al><al/><al>Voor de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                    opruiming van kabels en leidingen ten dienste van een openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk bepaalt de Telecommunicatiewet (Tw) het kader voor de regels
                    in deze verordening.</al><al/><al>Voor de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                    de overige kabels en leidingen ontbreekt een dergelijke vorm van wetgeving.
                    Traditioneel wordt de vergunning voor deze werkzaamheden verleend op grond van
                    de Algemene plaatselijke verordening (APV) of op grond van een
                    leidingenverordening. Met de inwerkingtreding van deze AVOI wordt de
                    vergunningverlening ten aanzien van kabels en leidingen beheerst door deze
                    verordening.</al><al/><al>In deze verordening is het regime voor kabels en leidingen vallende onder de Tw
                    en voor de overige kabels en leidingen zo veel als mogelijk geïntegreerd. Het
                    onderscheid in de toepassing blijkt expliciet uit de gebezigde tekst en uit de
                    definities van ‘telecomkabel’ (alleen Tw) en ‘kabels en leidingen’ (alle kabels
                    en leidingen inclusief telecomkabels). </al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>1. Inleidende bepalingen</vet></al><al/><al><vet> Artikel 1.1 </vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In dit artikel zijn de begripsbepalingen opgenomen. Voor een goed begrip van de
                    AVOI is het van belang om op te merken dat in beginsel alle leidingen (waaronder
                    ook rioolbuizen) in openbare gronden waarover de bevoegdheid van het
                    gemeentebestuur zich uitstrekt onder de reikwijdte van de verordening vallen.
                    Voor de definitie van ‘openbare gronden’ is aansluiting gezocht bij de definitie
                    in de Telecommunicatiewet.</al><al/><al>Uit de definitie van ‘openbare gronden’ blijkt dat het bereik van de verordening
                    niet beperkt blijft tot kabels en leidingen die in de grond liggen, maar ook
                    ziet op kabels en leidingen en bijbehorende voorzieningen die in of op
                    kunstwerken zijn of worden gelegd. Met kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur
                    die voor kabels en leidingen is aangelegd om bijvoorbeeld een barrière (zoals
                    een snelweg of een waterweg) over te kunnen steken. Hierbij valt te denken aan
                    leidingentunnels en leidingenviaducten. Ook worden voorzieningen in bestaande
                    infrastructuur (zoals bruggen) in deze verordening als kunstwerken beschouwd.
                    Kabelgoten vallen, voor zover zij in openbare gronden zijn gelegen, eveneens
                    onder de werkingssfeer van de verordening. </al><al/><al>Kabels en leidingen die zich niet in of op openbare gronden bevinden (zoals
                    bovengrondse hoogspanningsleidingen) vallen niet onder de werkingssfeer van de
                    verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 a aanbieder</vet></al><al>Met het begrip ‘aanbieder’ wordt bedoeld: een aanbieder van een openbaar
                    elektronisch communicatienetwerk in de zin van de Telecommunicatiewet. Op deze
                    ‘aanbieder’ zijn de rechten en plichten van hoofdstuk 5 van de
                    Telecommunicatiewet van toepassing. De verordening bevat enkele bepalingen die
                    slechts van toepassing zijn op ‘aanbieders’. </al><al/><al><vet>Artikel 1.1 b aanvraag</vet></al><al>Met het begrip ‘aanvraag’ wordt bedoeld: een aanvraag om een instemmingsbesluit
                    (conform de Telecommunicatiewet) of een vergunning (overige kabels en
                    leidingen). De aanvraag moet onderscheiden worden van de melding voor
                    werkzaamheden van niet ingrijpende aard op grond van artikel 2.1 lid 2 van de
                    verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 c college</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken voortvloeiende
                    uit de AVOI af te handelen, waarbij deze bevoegdheden voor wat betreft de
                    uitvoering om praktische redenen deels gemandateerd zijn of worden aan een of
                    meer daartoe aangewezen ambtenaren. Deze functie betreft enerzijds het houden
                    van toezicht en anderzijds het coördineren en verlenen van instemmingen en
                    vergunningen. Indien en voor zover de bevoegdheden op het gebied van
                    coördinatie, het verlenen van vergunningen en instemmingbesluiten en het houden
                    van toezicht gemandateerd zijn aan een of meer functionarissen, wordt met
                    ‘college’ tevens deze functionaris bedoeld.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 d instemmingsbesluit</vet></al><al>De Telecommunicatiewet bevat een gedoogplicht voor de aanleg van kabels ten
                    dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Deze gedoogplicht is
                    vastgelegd in artikel 5.2 van de Telecommunicatiewet. De aanbieder dient echter
                    wel instemming te verkrijgen van de gemeente binnen wier grondgebied de uit te
                    voeren werkzaamheden plaats zullen vinden. </al><al>Dit vloeit voort uit artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet. De instemming geldt
                    enkel voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                    opruiming.</al><al/><al>Voor andere kabels en leidingen geldt de Telecommunicatiewet en de daarin
                    opgenomen gedoogplicht niet. De toestemming om netten aan te leggen, in stand te
                    houden en op te ruimen dient bij deze netten door middel van een vergunning
                    plaats te vinden. In verband met de verschillende regimes is het noodzakelijk om
                    tussen een instemmingsbesluit en een vergunning onderscheid te maken.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 e kabels en leidingen</vet></al><al>‘Kabels en leidingen’ is zodanig gedefinieerd dat hier in principe alle kabels
                    en leidingen onder vallen, waaronder mede wordt begrepen de daarbij behorende
                    onderdelen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en
                    beschermingswerken, zoals brandkranen, afsluiters, mantelbuizen, kasten en
                    gebouwen. Kabels die onder de Telecommunicatiewet vallen en die in openbare
                    gronden liggen of worden gelegd vallen eveneens onder deze definitie.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 f melding</vet></al><al>De melding in de zin van deze verordening dient onderscheiden te worden van het
                    begrip ‘melding’ in de zin van artikel 5.4 lid 4 van de Telecommunicatiewet. Met
                    het begrip ‘melding’ wordt in deze verordening uitsluitend de melding van
                    werkzaamheden van niet ingrijpende aard bedoeld. </al><al/><al><vet>Artikel 1.1 g netbeheerder </vet></al><al>Onder netbeheerder wordt degene die als natuurlijk persoon handelend in de
                    uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert,
                    verstaan. Dit geldt dus voor alle partijen in de ondergrond. Deze definitie is
                    ontleend aan de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. In de
                    verordening wordt een aanbieder van een openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk gelijkgesteld met een netbeheerder, tenzij uitdrukkelijk
                    gesproken wordt van een ‘aanbieder’.</al><al/><al>Ook voor diegene die een niet-openbaar elektronisch communicatienetwerk beheert
                    (bijvoorbeeld een ‘<cursief>point to point’-</cursief>verbinding tussen twee
                    bedrijfslocaties), zijn de bepalingen van de verordening van toepassing. Omdat
                    echter deze partij niet kan worden beschouwd als een aanbieder, er is namelijk
                    geen sprake van een ‘openbaar’ elektronisch communicatienetwerk, hebben de
                    specifieke bepalingen voor aanbieders geen betrekking op deze netbeheerder. Deze
                    netbeheerders dienen derhalve een vergunning in plaats van een
                    instemmingsbesluit aan te vragen voor de aanleg, instandhouding of opruiming van
                    kabels of leidingen in of op openbare gronden.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 h openbaar elektronisch communicatienetwerk</vet></al><al>Artikel 1.1, onder h van de Telecommunicatiewet kent de volgende definitie van
                    ‘openbaar elektronisch communicatienetwerk’: elektronisch communicatienetwerk
                    dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische
                    communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk,
                    bestemd voor het verspreiden van programma's voor zover dit aan het publiek
                    geschiedt. Voor de invulling van het begrip ‘openbaar’ is het bepalend of
                    eenieder van het aanbod van een aanbiedende onderneming gebruik kan maken.
                    Indien de kring van gebruikers beperkt is, bijvoorbeeld vanwege het feit dat het
                    aanbod enkel aan instellingen die zich richten op wetenschappelijk onderwijs
                    beschikbaar wordt gesteld, is er geen sprake van een openbaar elektronische
                    communicatiedienst. </al><al/><al><vet>Artikel 1.1 i openbare gronden</vet></al><al>Onder ‘openbare gronden’ dient te worden verstaan: openbare wegen met inbegrip
                    van de daartoe behorende stoepen, pleinen, plantsoenen, glooiingen, bermen,
                    sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken,
                    maar ook wateren met daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere
                    plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 j telecomkabel</vet></al><al>De definitie van ‘kabel’ in de Telecommunicatiewet luidt: Fysieke
                    geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen
                    punten en de bij deze fysieke geleidingsdraden behorende ondergrondse
                    ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen. Hieronder
                    worden in ieder geval begrepen koper- en glasvezelverbindingen, handholes en
                    kasten ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Onder de
                    definitie vallen tevens ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken
                    (zoals mantelbuizen) waarin of waarop geen fysieke geleidingsdraden bestemd voor
                    de rechtstreekse overdracht van signalen tussen punten zijn aangebracht, en die
                    aangelegd worden of zijn met het oogmerk deel uit te gaan maken van een openbaar
                    elektronisch communicatienetwerk.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 k vergunning</vet></al><al>De vergunning behelst de publiekrechtelijke toestemming voor de aanleg,
                    instandhouding of opruiming van kabels of leidingen, niet zijnde telecomkabels,
                    in of op openbare gronden die in beheer zijn van de gemeente.</al><al> Artikel 1.1 l werkzaamheden van niet ingrijpende aard </al><al>Het definiëren van het onderscheid tussen werkzaamheden van al dan niet
                    ingrijpende aard vloeit voort uit artikel 5.4, lid 5 Telecommunicatiewet, maar
                    geldt ook voor kabels en leidingen die niet onder de Telecommunicatiewet vallen.
                    Het betreffen werkzaamheden waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning hoeft
                    te worden aangevraagd, maar kan worden volstaan met een melding aan het college.
                    Om welke categorieën van werkzaamheden het gaat wordt door het college
                    vastgesteld in de nadere regels. Naast werkzaamheden aan huisaansluitingen
                    worden andere niet ingrijpende werkzaamheden aan een lichter regime onderworpen,
                    zolang de werkzaamheden voldoen aan de vastgestelde eisen en randvoorwaarden.
                    Dit kan omdat deze werkzaamheden veelal slechts gedurende relatief korte tijd in
                    een beperkt gedeelte van het netwerk worden verricht, en de impact relatief
                    beperkt en kortstondig is. Voor deze niet ingrijpende werkzaamheden geldt een
                    verkorte meldingsprocedure.</al><al/><al>Het college kan ook bepalen dat voor werkzaamheden aan bepaalde categorieën
                    kabels en leidingen, of binnen een bepaald gebied, niet met een melding kan
                    worden volstaan, maar altijd een vergunning of een instemmingsbesluit moet
                    worden aangevraagd. </al><al/><al><vet>Artikel 1.2 Toepasselijkheid</vet></al><al>Lid 1 bepaald dat de verordening van toepassing is op werkzaamheden in verband
                    met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op
                    openbare gronden. Zoals in de toelichting bij het begrip ‘openbare gronden’
                    reeds is aangegeven, vallen ook kunstwerken onder dit begrip. Voor kabels en
                    leidingen die niet onder de Telecommunicatiewet vallen geldt de vergunningplicht
                    slechts voor openbare gronden die in beheer zijn bij de gemeente. Voor
                    telecomkabels zijn de regels van toepassing op alle openbare gronden, ongeacht
                    wie deze beheert. </al><al/><al>De verordening heeft ten doel de regie te regelen met betrekking tot kabels en
                    leidingen van partijen die in de openbare ondergrond binnen de gemeente willen
                    werken. Dit komt in het tweede lid naar voren. De gemeente is als eigenaar en/of
                    beheerder van de grond en als hoeder van de openbare ruimte de aangewezen partij
                    om deze rol op zich te nemen. </al><al>Ten aanzien van telecomkabels is deze taak reeds aan de gemeente opgedragen in
                    de Telecommunicatiewet. Om een efficiënte regie door de gemeente mogelijk te
                    maken is het noodzakelijk dat de gemeente ook ten aanzien van overige kabels en
                    leidingen door middel van vergunningverlening deze taak op zich neemt. De
                    regisseur is onafhankelijk en streeft naar afstemming van onder- en bovengrondse
                    infrastructuur en naar samenwerking van alle betrokken partijen bij een project.
                    De belangen die worden gediend met deze regie in de ondergrond zijn de
                    volgende:</al><al/><al><cursief>Gemeente (wegbeheerder en regisseur):</cursief></al><lijst><li nr="*"><al>Zo min mogelijk verstoring van de openbare ruimte en
                            verkeersafwikkeling;</al></li><li nr="*"><al>Zo min mogelijk hinder voor ondernemers en omgeving. </al><al/><al><cursief>Netbeheerder:</cursief></al></li></lijst><lijst><li nr="*"><al>Ongestoorde ligging kabels en leidingen;</al></li><li nr="*"><al>Geen onnodige werkzaamheden en verleggingen;</al></li><li nr="*"><al>Vlotte uitvoering projecten. </al><al>Deze regie kan zich op de volgende manieren per projectfase
                            manifesteren:</al><al/><al><cursief>Planvormingsfase</cursief></al></li></lijst><lijst><li nr="*"><al>De gemeente initieert een overleg met de betrokken netbeheerders
                            teneinde de gevolgen van dat project voor de ligging en het onderhoud
                            van kabels en leidingen te analyseren.</al></li><li nr="*"><al>De gemeente attendeert netbeheerders op toekomstige plannen en
                            gebiedsontwikkeling.</al></li><li nr="*"><al>De gemeente neemt geen aanvragen in behandeling zonder verkregen
                            gebiedsinformatie naar aanleiding van een oriëntatieverzoek of een
                            graafmelding. </al><al/><al><cursief>Voorbereidingsfase</cursief></al></li></lijst><lijst><li nr="*"><al>De gemeente stimuleert de initiatiefnemer van een project om actief
                            netbeheerders en anderen te benaderen voor het combineren van
                            werkzaamheden en voor medegebruik van voorzieningen.</al></li><li nr="*"><al>De gemeente initieert één of meer overleggen tussen de initiatiefnemer
                            van een project en betrokken netbeheerders om informatie met elkaar uit
                            te wisselen.</al></li><li nr="*"><al>De gemeente legt afspraken (bijvoorbeeld over fasering,
                            verkeersmaatregelen en het voorkomen van hinder) vast door middel van
                            vergunningvoorschriften.</al></li><li nr="*"><al>De gemeente kan de nieuwe inrichting/plaatsbepaling van de ondergrondse
                            infrastructuur vaststellen of hier een voorstel toe doen.</al><al/><al><cursief>Uitvoeringsfase</cursief></al></li></lijst><lijst><li nr="*"><al>De gemeente handhaaft de voorschriften bij de vergunning of het
                            instemmingsbesluit.</al></li><li nr="*"><al>De gemeente bemiddelt, op verzoek van partijen, bij conflicten. </al><al/></li></lijst><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behelst de zogenaamde
                    lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                    beslissen). Dit leerstuk is, zoals gesteld in lid 3 van dit artikel, niet van
                    toepassing op de beschikkingen op grond van deze verordening. Dat betekent dat
                    bij het verstrijken van de beslistermijnen de vergunning niet van rechtswege
                    wordt geacht te zijn verleend. Gelet op de grote publieke belangen die in het
                    geding kunnen zijn, zoals het waarborgen van bereikbaarheid voor politie,
                    brandweer en ambulance en de veiligheid voor het publiek, is het niet
                    verantwoord dat zonder meer met de werkzaamheden mag worden begonnen als de
                    gemeente verzuimd zou hebben binnen de gestelde termijn te beslissen. </al><al>Dat laat natuurlijk onverlet dat, indien de gemeente in gebreke is, daartegen
                    rechtsmiddelen openstaan.</al><al/><al>Hetzelfde geldt overigens voor de instemming voor de werkzaamheden in verband
                    met aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                    elektronisch telecommunicatienetwerk (de instemming als bedoeld in artikel 5.4,
                    lid 1, sub b, Tw). Het maatschappelijk risico van het stilzwijgend verlenen van
                    de instemming wordt onwenselijk groot geacht, afgezet tegen het maatschappelijk
                    voordeel van een tijdige vergunningverlening (zie de opvatting in de brief van
                    de minister van Justitie aan de Tweede Kamer, d.d. 9 juni 2009, TK 29515,
                    nr.293, in het bijzonder de bijlage 2; laatstelijk herbevestigd door de Memorie
                    van Toelichting bij het wetsvoorstel tot Wijziging van de Telecommunicatiewet
                    ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen, TK 32549, nr.3,
                    pp.29-31).</al><al/><al><vet>2. Instemmingsbesluit en vergunning</vet></al><al/><al><vet> Artikel 2.1. Vereiste van instemming of vergunning</vet></al><al>Uitgangspunt van de AVOI is dat werkzaamheden in openbare gronden verboden zijn,
                    tenzij men beschikt over een vergunning of een instemmingbesluit. De
                    vergunningplicht geldt alleen voor openbare gronden die in beheer zijn van de
                    gemeente. Bij telecomkabels is dat anders als gevolg van het stelsel van de
                    Telecommunicatiewet. Een instemmingsbesluit is namelijk vereist voor
                    werkzaamheden in openbare gronden binnen de gemeente, ongeacht door wie deze
                    beheerd worden. Een instemmingsbesluit vervalt nadat de werkzaamheden zijn
                    voltooid.</al><al/><al>Voor bepaalde werkzaamheden kan worden volstaan met een lichtere
                    meldingsprocedure (zowel voor telecomkabels als overige kabels en leidingen). De
                    categorieën van werkzaamheden van niet ingrijpende aard waarvoor dit geldt,
                    worden door het college vastgesteld in de nadere regels. Het college kan echter
                    ook een geografisch gebied vaststellen (opgenomen in de nadere regels)
                    waarbinnen altijd een vergunning of instemmingsbesluit moet worden aangevraagd.
                    Een historische kern van een stad of dorp kan bijvoorbeeld worden aangewezen als
                    gebied waarbinnen niet kan worden volstaan met een melding. </al><al/><al>In geval van storingen waarbij reparatie geen uitstel kan lijden, kan uiteraard
                    geen procedure van 5 werkdagen gelden. Deze dienen wel onverwijld, dus zo
                    spoedig mogelijk en bij voorkeur nog voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd,
                    te worden gemeld. De burgemeester kan om redenen van openbare orde en veiligheid
                    besluiten dat de werkzaamheden op een ander tijdstip moeten plaatsvinden. </al><al/><al>De termen 'ernstige belemmering' en 'storing' staan niet specifiek omschreven in
                    de wet, maar gedacht moet worden aan een kabelbreuk (Vgl. Kamerstukken II
                    2004/05, 29 834, nr.3, p.55). Verder zal het gemeentebestuur moeten beoordelen
                    of een ernstige belemmering of storing in de communicatie voldoende reden is om
                    als spoedeisend te worden aangemerkt. Bij spoedeisend dient niet alleen gedacht
                    te worden aan calamiteiten waarbij de openbare orde en veiligheid in het gedrang
                    zijn. Ook storingen die financiële of economische consequenties tot gevolg
                    hebben, kunnen een storing spoedeisendheid geven. Het is van belang dat de
                    aanbieder het gemeentebestuur adequaat inlicht over de (potentiele) gevolgen van
                    een storing, zodat het gemeentebestuur zich een beeld kan vormen van de omvang
                    en spoedeisendheid ervan.</al><al/><al>Voor werkzaamheden rond de kabels en leidingen van de gemeente zelf, zoals de
                    riolering maar ook eventuele andere kabels en leidingen, is om praktische
                    redenen het in het eerste lid opgenomen verbod niet procedureel van toepassing.
                    Om redenen van effectiviteit en kwaliteit zullen intern binnen de gemeente de
                    doelstellingen van deze verordening wel dienen te worden nageleefd. </al><al>Ook is het in het eerste lid opgenomen verbod niet van toepassing op kabels en
                    leidingen, niet zijnde telecomkabels, waarvoor reeds een ander bestuursorgaan
                    zoals de provincie of het waterschap op grond van haar beheertaak de
                    vergunningverlenende instantie is.</al><al/><al><vet>Artikel 2.2. De aanvraag en de melding</vet></al><al>In geval van voorgenomen werkzaamheden moet de melding of aanvraag bij de
                    gemeente plaatsvinden. Formeel gebeurt dat bij het college van burgemeester en
                    wethouders, maar in de praktijk bij de gemachtigde ambtenaar. Op het verlenen
                    van een vergunning of instemmingsbesluit zijn de algemene beginselen van
                    behoorlijk bestuur van toepassing zoals het gelijkheidsbeginsel, het
                    zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.</al><al/><al>Een uitvoerende partij, de (onder)aannemer, vraagt in voorkomende gevallen
                    namens de netbeheerder, de initiatiefnemer van werkzaamheden ten behoeve van het
                    aanleggen, instandhouden of verwijderen van kabels en leidingen, een vergunning
                    of een instemmingsbesluit aan. Hoewel de uitvoerende partij feitelijk de
                    aanvraag indient, is het de netbeheerder die als aanvrager van de vergunning of
                    het instemmingsbesluit moet worden beschouwd. De netbeheerder is ook de partij
                    op wiens naam de beschikking is gesteld en die aangesproken dient te worden bij
                    besluiten betreffende het wijzigingen of intrekken van een eerder afgegeven
                    beschikking.</al><al/><al>De in lid 2 opgenomen verplichting stelt de gemeente in staat om informatie op
                    te vragen indien zij dit noodzakelijk acht voor haar besluitvorming.
                    Overeenstemming tussen grondeigenaren en netbeheerders is een privaatrechtelijke
                    aangelegenheid en kan in principe geen afwegingskader zijn van het besluit. Er
                    zijn vanuit het beoordelingskader van de gemeente echter situaties voorstelbaar
                    waarbij het wel van belang is (bijvoorbeeld indien een tracé meerdere percelen
                    doorkruist en niet uitvoerbaar is als de toestemming van een der eigenaren is
                    gegeven). Op deze wijze is voor het college de mogelijkheid gecreëerd om bij de
                    aanvrager deze informatie op te vragen welke in bijzondere gevallen benodigd is
                    voor het nemen van een zorgvuldig besluit.</al><al/><al>Lid 4 bepaalt dat het college nadere regels vaststelt ten aanzien van de bij een
                    aanvraag of melding te verstrekken gegevens en de wijze van verstrekking. De
                    gemeente heeft als beheerder van openbare gronden deze informatie nodig voor een
                    juiste beoordeling van werkzaamheden en inzicht in de belangen die worden
                    geraakt. De te verstrekken gegevens worden om praktische redenen niet in de
                    verordening zelf opgesomd maar in de nadere regels. </al><al/><al><vet>Artikel 2.3. Beslistermijnen</vet></al><al>Dit artikel regelt in het eerste lid dat er in beginsel binnen acht weken moet
                    worden beslist op de aanvraag. De maximale termijn van acht weken is conform het
                    bepaalde in de Awb. De termijn voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard is
                    korter. Lukt het niet om binnen deze termijn een besluit te nemen dan geeft het
                    derde lid de mogelijkheid om de beslistermijn met nog eens acht weken te
                    verlengen. Uiteraard zal er naar worden gestreefd om zo spoedig mogelijk op de
                    aanvragen te beslissen en gelden de genoemde termijnen als maximale
                    beslistermijnen.</al><al/><al>De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van overige benodigde
                    vergunningen voor zijn werkzaamheden (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning). Als
                    de aanvrager hierom verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming van de
                    beoordeling van de ingediende aanvragen bij andere bestuursorganen bevorderen. </al><al/><al>In geval dat de netbeheerder een aanvraag wenst in te trekken, doet hij hiervan
                    schriftelijk mededeling aan het college. Het college stelt de aanvraag na dit
                    schriftelijk verzoek buiten behandeling. Een reden tot het verzoeken van het
                    intrekken van een aanvraag kan gelegen zijn in het feit dat de netbeheerder een
                    gedeelte van de te betalen legeskosten kan restitueren.</al><al/><al><vet>Artikel 2.4. Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden</vet></al><al>Dit artikel biedt de basis om aan een instemmingsbesluit of vergunning
                    voorschriften en beperkingen te verbinden of de vergunning te weigeren. De
                    verordening en de nadere regels zoals opgenomen in het Handboek Kabels en
                    Leidingen vormen daarvoor gezamenlijk het kader. Daarbij geldt als uitgangspunt
                    dat de voorschriften en beperkingen slechts mogen strekken tot bescherming van
                    die belangen welke deze AVOI beoogt te beschermen. </al><al/><al>Meestal kan door het verbinden van voorschriften en beperkingen aan het
                    instemmingsbesluit of de vergunning worden bereikt dat aan hetgeen in deze
                    verordening is gesteld kan worden voldaan en de belangen waartoe deze
                    verordening strekt voldoende worden beschermd. Indien ook door het stellen van
                    voorschriften en beperkingen de genoemde belangen niet voldoende kunnen worden
                    beschermd dan moet de vergunningaanvraag worden geweigerd. Een
                    instemmingsbesluit kan op basis van de Telecommunicatiewet formeel niet worden
                    geweigerd. Aan een instemmingsbesluit kunnen wel voorschriften en beperkingen
                    worden verbonden. Daarnaast geldt dat een aanbieder, ondanks het ontbreken van
                    een vergunningplicht, ingevolge artikel 5.2, lid 10 van de Telecommunicatiewet
                    gebonden is aan voorschriften die gelden bij of krachtens andere wetten, zoals
                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en de Monumentenwet. </al><al/><al>Burgemeester en wethouders maken in haar besluitvorming ten aanzien van het
                    verzoek tot instemming de afweging welke voorschriften er dienen te worden
                    opgenomen. Indien het college verwacht dat andere belanghebbenden, bijvoorbeeld
                    omwonenden, bedenkingen zullen hebben tegen hetgeen zij voornemens is in het te
                    nemen instemmingsbesluit op te nemen, is zij op grond van artikel 4:8 van de
                    Algemene wet bestuursrecht verplicht deze belanghebbenden in de gelegenheid te
                    stellen hun zienswijze naar voren te brengen. Dit kan het geval zijn als er
                    bijvoorbeeld sprake is van plaatsing van een POP-station, welke effect kan
                    hebben op het uiterlijk aanzien van de omgeving. Omwonenden kunnen dan in de
                    besluitvorming hun stem laten gelden binnen de grenzen van de te behartigen
                    publieke belangen.</al><al/><al>In de belangenafweging kan ‘visuele hinder’ opwegen tegen het belang van een
                    netbeheerder. Indien bijvoorbeeld de eventueel door de derdebelanghebbende
                    voorgestelde alternatieve situering voor een netbeheerder geen (financiële)
                    consequenties heeft, dan kan het belang van de derdebelanghebbende zwaarder
                    wegen dan de oorspronkelijke locatiekeuze van de netbeheerder. Met behulp van
                    lid 1 sub g kunnen er voorschriften worden opgenomen in de vergunning of het
                    instemmingsbesluit. De voorschriften moeten wel zien op de in de AVOI omschreven
                    doelen. De voorschriften in het kader van het uiterlijk aanzien van de omgeving
                    kunnen zodoende nooit de wettelijke voorschriften uit de Wet algemene bepalingen
                    omgevingsrecht (Wabo) en de daarbij behorende regelgeving doorkruisen.</al><al/><al>Het tweede lid beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit of vergunning
                    om uitvoering geruime tijd na afgifte te voorkomen. Een gewijzigd gebruik van
                    gronden kan de werkzaamheden inmiddels onwenselijk maken. Zo nodig kan in het
                    instemmingsbesluit of de vergunning de werkingsduur van het besluit worden
                    verlengd.</al><al/><al>De in de nadere regels voorgeschreven wijze van uitvoering van werkzaamheden aan
                    kabels en leidingen dient altijd te worden nageleefd door de aanvrager, tenzij
                    hiervan expliciet is afgeweken in het instemmingsbesluit of de vergunning.</al><al/><al>De aanvrager van een instemmingsbesluit of vergunning is verantwoordelijk voor
                    de naleving van die besluiten en de daaraan verbonden voorschriften en
                    beperkingen en kan daar op worden aangesproken, ook wanneer hij werkzaamheden
                    laat uitvoeren door ondergeschikten of derden (bijvoorbeeld
                    (onder)aannemers).</al><al/><al><vet>Artikel 2.5. Wijziging en intrekking</vet></al><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om een vergunning of
                    instemmingsbesluit in te trekken of te wijzigen indien sprake is van één of meer
                    van de in het eerste lid genoemde situaties. Een instemmingsbesluit vervalt
                    nadat de werkzaamheden zijn voltooid. Daardoor kan een instemmingsbesluit alleen
                    worden gewijzigd of ingetrokken gedurende de werkzaamheden. </al><al/><al>Allereerst kan de vergunning of het instemmingsbesluit worden ingetrokken of
                    gewijzigd indien de netbeheerder niet binnen zes maanden, of binnen een
                    eventueel in de vergunning opgenomen afwijkende termijn, is begonnen met het
                    werk en in de situatie waarin de werkzaamheden langer dan een periode van zes
                    maanden stil liggen. </al><al/><al>Indien de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens de AVOI, waaronder de
                    nadere regels, of de vergunning(voorschriften) niet naleeft, kan het college de
                    vergunning of het instemmingsbesluit eveneens intrekken of wijzigen. Dit middel
                    zal echter pas worden ingezet als de netbeheerder geen gehoor heeft gegeven aan
                    een waarschuwing van het college wegens niet-naleving.</al><al/><al>Onderdeel e is een vangnetbepaling, die het college de bevoegdheid geeft om in
                    te grijpen indien er ernstige gevolgen voor de gezondheid of het milieu dreigen
                    als gevolg van het in stand houden van het instemmingsbesluit of de vergunning.
                    Deze bevoegdheid zal pas als laatste middel gebruikt worden aangezien eerst moet
                    worden bezien of de dreiging kan worden weggenomen door aanpassing van het
                    instemmingsbesluit of de vergunning, of door het stellen van nadere eisen.</al><al/><al>Wanneer kabels of leidingen (niet vallende onder de Telecommunicatiewet)
                    definitief buiten gebruik worden gesteld, kan de vergunning worden ingetrokken.
                    In gevallen waarin kabels of leidingen nog wel worden onderhouden of in reserve
                    worden gehouden zal er in beginsel geen sprake zijn van het intrekken van een
                    vergunning.</al><al/><al>Onderdeel b van het tweede lid is van toepassing wanneer de gemeente vanwege de
                    rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak van
                    oordeel is dat aanpassing van kabels of leidingen noodzakelijk is. Dit is het
                    geval wanneer de gemeente werken uitvoert die het algemeen belang dienen,
                    waardoor deze kabels of leidingen niet kunnen blijven liggen of moeten worden
                    aangepast. In de meeste gevallen zal hierbij sprake zijn van een gedeeltelijke
                    verlegging van de bestaande kabel of leiding. Per situatie zal door het college
                    worden beoordeeld of met het wijzigen van de bestaande vergunning kan worden
                    volstaan, of dat er een nieuwe vergunning afgegeven wordt. Bij deze keuze houdt
                    het college rekening met de gerechtvaardigde belangen van de
                    vergunninghouder.</al><al/><al>Wanneer de gemeente puur handelt als private/commerciële partij is geen sprake
                    van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak. Uit jurisprudentie blijkt echter
                    wel dat een zeker commercieel belang niet in de weg staat aan de toepassing van
                    de verordening (ABRvS 5 december 2012, 201108899/1/A3, rechtsoverweging 6.1).
                    Het is echter op een dergelijk moment ter beoordeling aan het college hoe wordt
                    omgegaan met het al dan niet toekennen van nadeelcompensatie, althans
                    vergoeding. </al><al/><al>Voor wijzigingen in kabels of leidingen die in het verleden zijn gelegd en
                    waarvoor geen expliciete vergunning is verleend dient een nieuwe vergunning op
                    grond van deze AVOI te worden aangevraagd. </al><al/><al>De hoorplicht in het derde lid vloeit voort uit de eisen die de Awb stelt aan de
                    zorgvuldige voorbereiding van besluiten.</al><al/><al>Het vierde lid geeft het college de bevoegdheid om aan het besluit tot
                    intrekking of wijziging van de vergunning de verplichting te koppelen om de
                    betreffende kabel of leiding te verleggen/verplaatsen of deze zelfs in zijn
                    geheel te verwijderen. Wordt deze verplichting opgelegd dan geeft dit de
                    netbeheerder vervolgens de mogelijkheid om een beroep te doen op de
                    Nadeelcompensatieregeling, waarin de procedure en voorwaarden voor
                    tegemoetkoming in de schade die de netbeheerder door de opgelegde verplichting
                    lijdt, is geregeld. Overigens zal per geval ook altijd worden bezien of
                    verwijdering van leidingdelen wel wenselijk is en ook technisch mogelijk
                    is.</al><al/><al><vet>3. Overige bepalingen</vet></al><al/><al><vet> Artikel 3.1. Medegebruik van voorzieningen</vet></al><al>De in dit artikel neergelegde bepalingen over medegebruik zijn ontleend aan de
                    Telecommunicatiewet en zijn alleen van toepassing op telecomkabels. Medegebruik
                    van bestaande voorzieningen beperkt het graven in de openbare gronden. Zodoende
                    wordt een aanbieder verplicht zoveel als mogelijk medegebruik te maken van
                    bestaande voorzieningen van een andere aanbieder dan wel door of in opdracht van
                    het college aangelegde voorzieningen. Indien de aanbieder echter aannemelijk kan
                    maken dat medegebruik op technische of economische gronden niet haalbaar is,
                    geldt de in het eerste lid opgenomen verplichting niet.</al><al/><al>Voorschriften bij het instemmingsbesluit kunnen het medegebruik van
                    voorzieningen bevorderen. Het medegebruik kan aan de orde komen in het
                    vooroverleg over het af te geven instemmingsbesluit. </al><al/><al><vet>Artikel 3.2. Verplichtingen netbeheerder </vet></al><al>De verplichtingen in dit artikel zijn erop gericht dat de gemeente over de
                    actuele informatie beschikt die zij nodig heeft om de doelstellingen van de AVOI
                    te kunnen behartigen. </al><al/><al>Het in of uit gebruik nemen van telecomkabels is van belang in verband met
                    artikel 5.2, lid 8 van de Telecommunicatiewet, waarin is bepaald dat aan de
                    gedoogplicht een einde komt als gedurende tien jaar een kabel geen onderdeel
                    uitmaakt van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Om die reden is het
                    van belang dat de gedoogplichtige gemeente in kennis wordt gesteld van het in-
                    of uit gebruik stellen van telecomkabels ten einde bij overschrijding van die
                    termijn over te kunnen gaan tot een verzoek tot verwijdering van de kabel.</al><al/><al>Het college kan op grond van het tweede lid informatie over specifieke kabels of
                    leidingen bij de netbeheerder opvragen. Dit gebeurt echter alleen indien het
                    college dit noodzakelijk acht in het licht van de belangen die de AVOI
                    behartigt. Het college kan ook vragen om informatie over het al dan niet in
                    gebruik zijn, de diameter, het materiaal, of de leeftijd van kabels of
                    leidingen. Deze informatie is doorgaans niet bij het Kadaster geregistreerd. </al><al/><al><vet>Artikel 3.3. Zorgplicht netbeheerder</vet></al><al>Deze bepaling heeft een algemene vangnetfunctie en verwoordt dat een
                    netbeheerder (logischerwijs) primair verantwoordelijk is voor een goede staat
                    van onderhoud van kabels of leidingen. Wanneer kabels en leidingen als gevolg
                    van een slechte staat van onderhoud een gevaar vormen voor de openbare orde en
                    veiligheid of voor de overige belangen die deze verordening behartigt, biedt dit
                    artikel aan de gemeenten een handvat om de netbeheerder hierop aan te spreken. </al><al/><al><vet>Artikel 3.4.Verontreiniging, gevaar en hinder</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op het voorkomen of bestrijden van verontreiniging,
                    gevaar of hinder die veroorzaakt wordt door kabels en leidingen. De kosten voor
                    deze maatregelen komen in beginsel ten laste van de netbeheerder. In situaties
                    waarbij het niet redelijk is om alle kosten bij de netbeheerder te leggen kan
                    worden afgeweken van dit uitgangspunt.</al><al/><al>Van de bevoegdheid van lid 2 zal de gemeente slechts gebruik maken wanneer de
                    belangen die de verordening behartigt in het gedrang (dreigen te) komen. Deze
                    bepaling is aanvullend ten opzichte van sectorale wetgeving op de genoemde
                    gebieden. </al><al/><al>Als sluitstuk kan het college opschorting van de werkzaamheden vorderen. Bij het
                    opleggen van dergelijke maatregelen vormen de belangen die beschermd worden met
                    deze verordening het beoordelingskader.</al><al/><al><vet>Artikel 3.5.Overleg en afstemming tijdens planvorming</vet></al><al>Dit artikel benadrukt de regisserende rol die de gemeente kan hebben bij
                    projecten. De gemeente zal als beheerder van de openbare ruimte de belangen van
                    diverse gebruikers van die openbare ruimte trachten te behartigen en voor zover
                    mogelijk ook proberen samen te brengen.</al><al/><al>De gemeente zal periodiek een strategisch overleg initiëren tussen alle
                    betrokken partijen over alle uit te voeren projecten in de gemeente. Daarnaast
                    neemt het college het initiatief tot overleg met alle betrokken partijen in de
                    planfase dan wel voorafgaand aan de start van een specifiek door of vanwege de
                    gemeente uit te voeren werk met mogelijke gevolgen voor de ondergrondse
                    infrastructuur. Deze uitwisseling van informatie voorafgaand aan uit te voeren
                    werkzaamheden moet leiden tot een betere afstemming tussen het boven- en
                    ondergrondse werk en tussen netbeheerders onderling. Alle partijen hebben hier
                    belang bij en kunnen profiteren van deze informatie-uitwisseling. </al><al/><al>Op initiatief van het college wisselen alle betrokken partijen tevens
                    voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de ondergrondse
                    infrastructuur de noodzakelijke informatie met elkaar uit. De gemeente zoekt met
                    de netbeheerder naar geschikte tracés, maar is hierin niet leidend. </al><al/><al><vet>Artikel 3.6. Nadeelcompensatie</vet></al><al>In dit artikel is nadeelcompensatie (ofwel schadevergoeding voor rechtmatig
                    overheidshandelen) voor aanpassingen aan kabels en leidingen geregeld. Hierbij
                    is zoveel mogelijk geanticipeerd op de inwerkingtreding van titel 4.5 van de
                    Awb, waarin nadeelcompensatie in het algemeen is gecodificeerd. Het artikel 3.6
                    vormt tot de inwerkingtreding van titel 4.5 van de Awb de invulling van de
                    ongeschreven verplichting om onevenredige – boven het normaal maatschappelijk
                    risico uitstijgende – schade te vergoeden. Dit volgt uit het algemene beginsel
                    van behoorlijk bestuur <cursief>égalité devant les charges publiques</cursief>
                    (gelijkheid voor de publieke lasten). Zowel vóór als na de inwerkingtreding van
                    titel 4.5 Awb fungeert de Nadeelcompensatieregeling als een beleidsregel, maar
                    vanaf de inwerkingtreding van titel 4.5 Awb ligt de grondslag voor
                    nadeelcompensatie in art. 4:126 Awb, in plaats van in het ongeschreven recht,
                    waardoor de Nadeelcompensatieregeling op dat moment als wetinterpreterende
                    beleidsregel zal fungeren.</al><al/><al>Ten aanzien van aanpassingen aan kabels en leidingen zijn er drie situaties
                    waarin een netbeheerder in aanmerking komt voor nadeelcompensatie:</al><lijst><li nr="1."><al>de intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 2.5
                            lid 1 onder e van de AVOI;</al></li><li nr="2."><al>de intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 2.5
                            lid 2 onder b van de AVOI;</al></li><li nr="3."><al>de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke
                            bevoegdheid of taak, waarbij geen vergunning wordt gewijzigd of
                            ingetrokken (bijvoorbeeld omdat de aan te passen kabel of leiding niet
                            in openbare gronden van de gemeente ligt, de zogenaamde
                            buitenleidingen). </al><al/></li></lijst><al>In algemene termen bestaat nadeelcompensatie uit schade die uitgaat boven het
                    normale maatschappelijke risico en die een netbeheerder in vergelijking met
                    anderen onevenredig zwaar treft. De concrete toepassing en procedure van
                    nadeelcompensatie voor aanpassingen aan kabels en leidingen wordt uitgewerkt in
                    de Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen die door het college wordt
                    vastgesteld en wordt opgenomen in het Handboek Kabels en Leidingen.</al><al/><al>Voor kabels die onder de Telecommunicatiewet vallen is geen sprake van
                    nadeelcompensatie, maar van het regime van artikel 5.8 van de
                    Telecommunicatiewet. De procedurele bepalingen in de Nadeelcompensatieregeling
                    zijn echter van overeenkomstige toepassing, tenzij dit in de betreffende
                    bepalingen uitdrukkelijk is uitgesloten.</al><al/><al>De uitvoering van een project is niet afhankelijk van een verzoek tot
                    nadeelcompensatie. Een project kan derhalve van start gaan en de uitvoering van
                    een werk hoeft niet uitgesteld te worden tot het moment dat een dergelijk
                    verzoek tot nadeelcompensatie is afgehandeld. Sterker nog; bij het college kan
                    een aanvraag tot nadeelcompensatie pas na de melding dat het plangebied
                    functievrij is en de kabels of leidingen op de definitieve plek liggen,
                    ingediend worden. Wel is het verstandig om tijdens de planvorming een
                    risicoanalyse van de eventueel te verwachten nadeelcompensatie op te stellen. De
                    hoogte van het te verwachten bedrag kan dan opgenomen worden in het
                    projectbudget. </al><al/><al><vet>Artikel 3.7.Herstraat- en degeneratiekosten</vet></al><al>De kosten voor het herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van de openbare
                    ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde (graaf)werkzaamheden
                    worden bij de netbeheerder in rekening gebracht. Zie hiervoor in het bijzonder
                    de Schaderegeling</al><al>Ingravingen die een onderdeel vormt van de nadere regels. Deze regeling is
                    afgeleid van de VNG-richtlijnen op dit gebied.</al><al/><al>In bijzondere gevallen zullen de netbeheerder en het college vooraf vaststellen
                    wat er wordt verstaan onder ‘de oude staat’. Dit zal zeker in die gevallen
                    moeten gelden waar de gemeente streeft naar een vorm van graafrust. Dit kan het
                    geval zijn indien binnen een termijn van bijvoorbeeld vijf jaar na oplevering
                    van een project wederom werkzaamheden in de ondergrond zullen gaan plaatsvinden.
                    Dit wordt niet wenselijk geacht, zodat de term ‘de oude staat’ ruim kan worden
                    geïnterpreteerd. Een gestelde termijn kan als ‘richtgetal’ fungeren, maar ‘de
                    oude staat’ moet altijd per geval worden bekeken. Hetgeen wat onder ‘de oude
                    staat’ wordt verstaan, kan dan als bijzondere voorwaarde bij een
                    instemmingsbesluit of vergunning worden opgenomen.</al><al/><al><vet>4. Overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet> Artikel 4.1. Overgangsbepalingen</vet></al><al>Deze bepaling bevat het overgangsrecht. Aan de netbeheerders van de talloze
                    kabels en leidingen die thans in openbare gronden aanwezig zijn, is in de meeste
                    gevallen – al dan niet privaatrechtelijk dan wel door middel van een vergunning
                    – een ligrecht gegund waaraan diverse voorwaarden verbonden zijn. Om redenen van
                    efficiency en om te voorkomen dat de netbeheerders hoge kosten moeten maken is
                    er voor gekozen de bestaande toestemmingen te beschouwen als een instemming of
                    vergunning in de zin van deze verordening. </al><al>Overigens geldt voor kabels en leidingen die onrechtmatig in de openbare grond
                    liggen hoe dan ook dat een aanvraag moet worden ingediend om een vergunning op
                    grond van deze verordening te kunnen verkrijgen.</al><al/><al>De gemeente zal bij de toepassing van deze bepaling rekening houden met de
                    omstandigheden waaronder in het verleden kabels en leidingen zijn gelegd en met
                    de ouderdom van die kabels en leidingen. Het is voldoende wanneer aannemelijk
                    gemaakt kan worden dat een kabel of leiding destijds rechtmatig is
                    aangelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 4.2. Toezicht op de naleving </vet></al><al>Beoogd wordt één of meer gemeentelijke functionarissen aan te wijzen als
                    toezichthouders. Zij zullen toezicht houden op de naleving van de voorschriften
                    bij of krachtens deze verordening, waaronder ook de verleende vergunningen en
                    instemmingsbesluiten.</al><al/><al><vet>Artikel 4.3. Strafbepaling</vet></al><al>Deze bepaling biedt de mogelijkheid om in voorkomende gevallen strafrechtelijk
                    op te treden. Over het algemeen zal gekozen worden voor bestuursrechtelijke
                    handhavings-instrumenten en vormt de toepassing van strafrechtelijke sancties in
                    beginsel een uiterst handhavingsmiddel.</al><al/><al><vet>Artikel 4.4. Slotbepalingen </vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017. De bekendmaking vindt
                    plaats op de gebruikelijke wijze. Op hetzelfde tijdstip wordt de
                    Telecommunicatieverordening 2002 ingetrokken.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>