<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR438607_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tot regeling van de salariëring van de ambtenaren in dienst van de gemeente Ten Boer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 1995, nr. 12</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bezoldigingsverordening 1995</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0001947&amp;artikel=125">Ambtenarenwet, artikel 125</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1995-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1995-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervallen van rechtswege</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tot regeling van de salariëring van de ambtenaren in dienst van de gemeente Ten Boer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Integrale actuele tekst</vet></al><al/><al> Wettelijke grondslag: art. 125 Ambtenarenwet</al><al>Gemeenteblad 1995, nr.12</al><al>Bezoldigingsverordening 1995</al><al/><al><vet>VERORDENING TOT REGELING VAN DE SALARIËRING VAN DE
                                AMBTENAREN IN DIENST VAN DE GEMEENTE TEN BOER</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>ambtenaar: hij, die overeenkomstig de bepalingen van de CAR en
                                    de UWO is aangesteld in vaste of tijdelijke dienst of
                                    overeenkomstig de arbeidsovereenkomstenverordening in dienst is
                                    genomen.</al></li><li nr="2."><al>functie: het geheel van werkzaamheden door de ambtenaar te
                                    verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het
                                    daartoe bevoegde gezag is opgedragen.</al></li><li nr="3."><al>functiewaardering: het door burgemeester en wethouders op een
                                    evenwichtige wijze en naar zwaarte rangordenen van de
                                    functies.</al></li><li nr="4."><al>salaris: het voor de ambtenaar geldende bedrag van het op zijn
                                    functie betrekking hebbende waarderings-/salarisniveau, zoals
                                    vermeld op bijlage II van de CAR.</al></li><li nr="5."><al>maximumsalaris: het hoogste bedrag van een
                                    waarderings-/salarisniveau dat kan worden bereikt door
                                    jaarlijkse salarisverhogingen.</al></li><li nr="6."><al>salarisanciënniteit: de tijd die in aanmerking komt voor de
                                    vaststelling van het salaris van een ambtenaar van 22 jaar en
                                    ouder op een hoger bedrag dan het minimum van het
                                    waarderings/salarisniveau dat op zijn functie betrekking
                                    heeft.</al></li><li nr="7."><al>bezoldiging: het salaris, vermeerderd met de toelagen, bedoeld
                                    onder 8).</al></li><li nr="8."><al>toelagen: alle toelagen, waarop ingevolge of krachtens deze
                                    verordening aanspraak bestaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Indeling der functies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de vaststelling van het salaris wordt rekening gehouden met de
                                aan de hand van de functiewaardering bepaalde en op bijlage A
                                weergegeven indeling van de functies in de
                                waarderings/salarisniveaus zoals vermeld op bijlage II, bijlage IIA
                                en de conversietabel van de CAR.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarderings-/salarisniveaus zoals aangegeven op bijlage A gelden
                                tevens als maximale niveaus.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij indiensttreding of bij het aanvaarden van een nieuwe functie
                                kunnen burgemeester en wethouders een ambtenaar indelen in een lager
                                waarderings-/salarisniveau dan is aangegeven op bijlage A.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Salaris bij aanstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij aanstelling wordt het salaris van een ambtenaar van 22 jaar en
                                ouder vastgesteld op het minimumbedrag van het blijkens bijlage A op
                                zijn functie betrekking hebbende waarderings-/ salarisniveau,
                                behoudens het bepaalde in artikel 4, 3e lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanstelling wordt het salaris van een ambtenaar jonger dan 22
                                jaar vastgesteld op een bedrag, dat op bijlage II van de CAR bij het
                                blijkens bijlage A voor hem geldende waarderings-/ salarisniveau bij
                                zijn leeftijd is aangegeven, behoudens het bepaalde in artikel 4, 3e
                                lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verhoging van het salaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het salaris van een ambtenaar die de leeftijd van 22 jaar heeft
                                bereikt, wordt vastgesteld op het minimumbedrag van het blijkens
                                bijlage A op zijn functie betrekking hebbende waarderings-/
                                salarisniveau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het salaris van een ambtenaar, die daarvoor in aanmerking komt,
                                zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders, wordt verhoogd
                                op de wijze als in het desbetreffende waarderings-/ salarisniveau is
                                aangegeven, naar gelang de ingevolge de artikelen 6, 7, 8 en 9 van
                                deze verordening verworven, dan wel toegekende
                                salarisanciënniteit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                termen aanwezig zijn, kan in afwijking van het bepaalde in artikel
                                3, bij aanstelling van een ambtenaar een hoger salaris worden
                                toegekend, mits daardoor het maximumsalaris verbonden aan het voor
                                hem blijkens bijlage A geldende waarderings-/salarisniveau niet
                                wordt overschreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Diensttijduitloop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtenaar van 22 jaar en ouder wiens functie blijkens bijlage A
                                is ingedeeld in waarderings-/salarisniveau 1 tot en met 4 van
                                bijlage II van de CAR, verkrijgt, nadat hij respectievelijk 5, 7 en
                                9 jaren het maximum-salaris van het desbetreffende
                                waarderings-/salarisniveau heeft genoten, recht op respectievelijk
                                de 1e, 2e en 3e periodieke verhoging van de diensttijduitloop.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtenaar van 22 jaar en ouder wiens functie is ingedeeld in
                                waarderings-/salarisniveau 5 van bijlage II van de CAR, verkrijgt,
                                nadat hij respectievelijk 5 en 7 jaren het maximumsalaris heeft
                                genoten, recht op respectievelijk de 1e en 2e periodieke verhoging
                                van de diensttijduitloop.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voldoende bekwaamheid</titel></kop><al>Bij voldoende bekwaamheid, geschiktheid en dienstijver verwerft de
                            ambtenaar van 22 jaar en ouder een salarisanciënniteit, gelijk aan de
                            tijd, gedurende welke hij als zodanig in de door hem beklede functie is
                            gesalarieerd, onverminderd hetgeen overigens dienaangaande in deze
                            verordening is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Militaire dienst</titel></kop><al>De tijd gedurende welke de ambtenaar krachtens wettelijk voorschrift
                            verlof geniet ter vervulling van militaire of daarvoor in de plaats
                            tredende dienst, wordt in aanmerking genomen voor de vaststelling van de
                            salarisanciënniteit, onverminderd hetgeen overigens dienaangaande in
                            deze verordening is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Buitengewone bekwaamheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en dienstijver kunnen
                                burgemeester en wethouders de salarisanciënniteit van een ambtenaar
                                van 22 jaar en ouder, met inachtneming van het maximumsalaris van
                                het voor hem geldende waarderings-/salarisniveau, vaststellen op een
                                groter tijdvak dan is aangegeven bij artikel 6, dan wel aan een
                                niet-volwassene een hoger salaris toekennen dan overeenkomt met zijn
                                leeftijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het vorige lid kan slechts worden toegepast ten
                                aanzien van een ambtenaar, die gedurende tenminste een jaar
                                werkelijke dienst heeft gedaan in de door hem beklede functie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bevordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bevordering naar een hoger waarderings-/salarisniveau is slechts
                                mogelijk indien de functie een duidelijk aantoonbare verzwaring
                                heeft ondergaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bevordering van een ambtenaar stellen burgemeester en wethouders
                                het aantal periodieke verhogingen in het hogere
                                waarderings-/salarisniveau zodanig vast, dat het salaris tenminste 1
                                periodiek hoger ligt dan het bedroeg in het oude
                                waarderings-/salarisniveau.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Minimum (jeugd)loon</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de vorige artikelen zijn de door de
                            minister van binnenlandse zaken vastgestelde en vast te stellen regelen
                            omtrent het minimumloon en minimumjeugdloon van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Deelbetrekking</titel></kop><al>De ambtenaar die een deelbetrekking bekleedt, geniet een zodanig deel
                            van de volledige bezoldiging als overeenkomt met het aantal gewerkte
                            uren per maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie premie AOW/AWW</titel></kop><al>De regelen welke zijn en zullen worden vastgesteld voor het
                            rijkspersoneel met betrekking tot de compensatie premie Algemene
                            Ouderdomswet en Algemene Weduwen- en Wezenwet zijn van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ingang, uitbetaling en einde van de bezoldiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het genot van de bezoldiging vangt aan met de dag, waarop de
                                aanstelling ingaat. Indien in het besluit van de benoeming geen
                                datum van ingang is bepaald, vangt het genot van de bezoldiging</al><al> aan met de dag, waarop de functie is aanvaard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bezoldiging wordt per maand uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het genot van de bezoldiging eindigt op de dag van ontslag uit de
                                functie of met ingang van de dag na het overlijden van de
                                ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Emolumenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het genot van woning, vuur, licht en water wordt op de
                                bezoldiging een korting toegepast overeenkomstig de regelen, welke
                                terzake voor het personeel in dienst van het rijk zijn of zullen
                                worden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het genot van kost, inwoning en bewoning wordt een korting
                                toegepast overeenkomstig de normen, welke terzake voor soortgelijk
                                personeel in dienst van het rijk zijn of zullen worden
                                vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Toelage onregelmatige dienst.</titel></kop><al>Boven het salaris kan een toelage voor het verrichten van onregelmatige
                            diensten worden toegekend. De onregelmatigheidstoeslag bedraagt f 450,72
                            en wordt met elke generieke salarisverhoging met hetzelfde percentage
                            als de salarisverhoging aangepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Gebroken tijdvakken</titel></kop><al>In gevallen, waarin de bezoldiging of kortingsbedragen moeten worden
                            berekend over een gedeelte van een maand, wordt de bezoldiging of
                            korting per dag vastgesteld door de bezoldiging of korting per maand te
                            delen door het aantal dagen van de desbetreffende kalendermaand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Rijwieltoelage</titel></kop><al>De ambtenaar, aan wie de verplichting wordt opgelegd zijn rijwiel ter
                            beschikking van de dienst te stellen, ontvangt daarvoor een toelage,
                            berekent naar f. 120,- per jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Gladheidsbestrijding</titel></kop><al>De daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren
                            ontvangen een toelage van:</al><lijst><li nr="a."><al>f. 1000,- per winterseizoen indien zij bij gevaar voor gladheid
                                    aan huis gebonden en daarbij verplicht zijn regelmatig- ook 's
                                    nachts - de toestand van wegen, straten, bruggen enz. in
                                    ogenschouw te nemen ( leider gladheidsbestrijdingsploeg I);</al></li><li nr="a1."><al>f. 750,- per winterseizoen indien zij bij gevaar voor gladheid
                                    aan huis gebonden en daarbij verplicht zijn regelmatig - ook 's
                                    nachts - de toestand van wegen, straten, bruggen enz. in
                                    ogenschouw te nemen (leider gladheidsbestrijdingploeg II);</al></li><li nr="b."><al>f. 150,- per winterseizoen indien zij bij gevaar voor gladheid
                                    aan huis gebonden zijn, teneinde, na waarschuwing, deel te
                                    kunnen nemen aan de gladheidsbestrijding;</al></li><li nr="c."><al>één en ander geldt onverminderd het bepaalde in artikel 3.2. van
                                    de CAR en de UWO.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Schadevrij rijden</titel></kop><al>De chauffeur, aan wie regelmatig het gebruik van een vrachtauto of een
                            bestelwagen van de buitendienst van de afdeling openbare werken wordt
                            toevertrouwd, ontvangt, indien aan of door het hem toevertrouwde
                            voertuig geen schade wordt toegebracht, die aan zijn schuld of
                            nalatigheid kan worden geweten, zulks ter beoordeling van burgemeester
                            en wethouders, een premie berekend naar f 150,- per auto per jaar. De
                            chauffeur, aan wie regelmatig het gebruik van de overige op de openbare
                            weg komende voertuigen wordt toevertrouwd ontvangt, eveneens ter
                            beoordeling van burgemeester en wethouders, een dergelijke premie
                            berekend naar f 75,- per voertuig per jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Telefoonkostenvergoeding</titel></kop><al>Aan de in dit artikel, onder c vermelde ambtenaren wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>een vergoeding toegekend van de door hem/haar voor de
                                    privé-telefoonaansluiting verschuldigde aansluitings- en
                                    abonnementskosten van: 100% van de kosten indien zijn/haar
                                    salaris gelijk aan of lager is dan het maximumbedrag van
                                    w.s.-niveau 5 van de bijlage II van de CAR; 50% van die kosten
                                    indien zijn/haar salaris hoger is dan het maximumbedrag van
                                    w.s.-niveau 5, maar niet hoger dan het maximumbedrag van
                                    w.s.-niveau 7 van voornoemde bijlage;</al></li><li nr="b."><al>op declaratiebasis een volledige vergoeding toegekend van de
                                    kosten van de met gebruikmaking van de privé-telefoonaansluiting
                                    gevoerde uitgaande dienstgesprekken;</al></li><li nr="c."><al>de vergoeding is van toepassing op de navolgende functies:</al><lijst><li nr="1."><al>gemeentesecretaris</al></li><li nr="2."><al>loco-secretaris</al></li><li nr="3."><al>hoofd afdeling openbare werken</al></li><li nr="4."><al>technisch hoofdambtenaar</al></li><li nr="5."><al>ambtenaar bouw- en woningtoezicht</al></li><li nr="6."><al>opzichter buitendienst afdeling openbare werken</al></li><li nr="7."><al>voorman sectie grijs buitendienst afdeling openbare
                                            werken</al></li><li nr="8."><al>voorman sectie groen buitendienst afdeling openbare
                                            werken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Billijkheid</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid
                            voorziet, beslissen burgemeester en wethouders zoveel mogelijk met
                            inachtneming van het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding, intrekking anterieure verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening, welke kan worden aangehaald als
                                "Bezoldigingsverordening 1995" treedt in werking op 1 juli 1995</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van het in het eerste lid genoemde tijdstip vervalt de
                                "Bezoldigingsverordening 1981".</al></lid></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>