<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR438421_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Geldrop-Mierlo 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2017 nr. 6369</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Geldrop-Mierlo 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet en de bepalingen van titel 4.2 van de Algemene Wet bestuursrecht.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV GM 2016-029829</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Subsidiebeleid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Aan de Algemene Subsidieverordening Geldrop-Mierlo 2017 is de Subsidieregeling 2017-2020 gekoppeld.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Geldrop-Mierlo 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Bijlage 1 RV GM 2016-029829</al><al><vet>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GELDROP- MIERLO 2017</vet></al><al>De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 15 november 2016;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de bepalingen van titel 4.2 van
                        de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>besluit vast te stellen de “Algemene subsidieverordening Geldrop-Mierlo
                        2017;</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al>College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Geldrop-Mierlo;</al></li><li nr="c."><al>Eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele
                                projecten of activiteiten waarvoor het college slechts voor een
                                tevoren bepaalde tijd van maximaal 4 jaar een subsidie
                                verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>Jaarlijkse subsidie: subsidie die per kalenderjaar of voor een
                                bepaald aantal kalenderjaren aan een rechtspersoon wordt verstrekt,
                                waaronder niet een eventuele subsidie in de kosten van huisvesting
                                wordt verstaan;</al></li><li nr="e."><al>Raad: raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;</al></li><li nr="f."><al>Subsidie: een financiële verstrekking zoals bedoeld in artikel 4:21
                                van de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="g."><al>Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de
                                Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door
                            het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke
                            verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als
                            bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Awb (subsidies waarvoor geen
                            wettelijke grondslag nodig is).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is,
                            kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van
                            toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd te beslissen op aanvragen voor subsidies met in
                            achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële
                            middelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling)
                            vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie.
                            Voor zover van toepassing kan hierin tevens worden bepaald welke
                            doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt
                            berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tevens is het college bevoegd nadere regels te stellen over
                            reserveringen en eigen vermogen van de gesubsidieerde
                            rechtspersonen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval kan het college
                            bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betreffende subsidie
                            bepalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan een subsidieplafond verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al>als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het
                                    betrokken jaar is vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking
                                    heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het
                                    betrokken jaar is vastgesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd
                            overeenkomstig het vorige lid wordt gewezen op de mogelijkheid van
                            verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of
                            goedgekeurd wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op
                            de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. In de beschikking tot
                            subsidieverlening wordt hierop gewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvraag tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie op basis van deze verordening wordt verstrekt aan een
                            rechtspersoon. Het college kan in afwijking hiervan bepalen dat
                            subsidieverstrekking aan een natuurlijk persoon mogelijk
                            is<vet>.</vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk of digitaal ingediend bij
                            het college. Voor de aanvraag van subsidies voor een subsidietijdvak
                            langer dan 1 jaar dient gebruik te worden gemaakt van een
                            aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvraag om subsidie voegt de aanvrager de volgende
                            gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                                    aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelen en de resultaten die met de activiteiten worden
                                    nagestreefd en een toelichting hoe de activiteiten daaraan
                                    bijdragen. Daarbij wordt vermeld in welke mate de activiteiten
                                    gericht zijn op de gemeente Geldrop-Mierlo en haar ingezetenen
                                    en op de door de gemeente Geldrop-Mierlo vastgestelde doelen of
                                    beleidsterreinen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze
                                    activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen
                                    aangevraagde subsidies of bijdragen ten behoeve van dezelfde
                                    activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken
                                    daarvan;</al></li><li nr="d."><al>inzicht in de reservepositie van de aanvrager in het jaar van de
                                    aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvrager, zijnde een rechtspersoon, voor de eerste maal een
                            jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de
                            oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de
                            balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het
                            aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het
                            derde en vierde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het
                            nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk
                            voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraagtermijn voor subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk voor 1
                            mei van het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag
                            betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om een eenmalige subsidie kan het gehele jaar door worden
                            ingediend, maar minimaal dertien weken voor aanvang van de
                            activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, al dan niet bij subsidieregeling, van de
                            voorgaande leden af te wijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Verlening van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de te verlenen subsidie een jaarlijkse subsidie betreft tot
                            maximaal € 50.000 per jaar wordt subsidie verleend voor een
                            subsidietijdvak van maximaal 4 jaren;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de te verlenen subsidie een jaarlijkse subsidie betreft van €
                            50.000 per jaar of meer wordt subsidie verleend voor één
                            kalenderjaar;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het besluit tot subsidieverlening geeft het college aan op welke
                            wijze en binnen welke termijn(en) de subsidieontvanger moet aantonen dat
                            de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend zijn verricht en dat is
                            voldaan aan de aan het besluit tot subsidieverlening verbonden
                            verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tevens vermeldt het college in deze beschikking op welke wijze
                            bevoorschotting plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beslistermijn voor subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een jaarlijkse subsidie uiterlijk
                            op 31 december van het jaar waarin de volledige aanvraag is
                            ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13
                            weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd de termijnen als genoemd in lid 1 en 2 te
                            verdagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd om bij subsidieregeling van de termijnen in de
                            leden 1 en 2 af te wijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings- en intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt, naast de in artikel 4:25 tweede lid en artikel 4:35
                            van de Awb bedoelde gevallen, in ieder geval geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager
                                    doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit of zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108 derde lid
                                    van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
                                    heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de
                                    interne markt;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten niet zijn benoemd als activiteiten die voor
                                    subsidie in aanmerking komen op grond van een door het college
                                    vastgestelde subsidieregeling;</al></li><li nr="d."><al>subsidieverstrekking niet past binnen de door de raad
                                    vastgestelde beleidskaders en financiële kaders.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het vorige lid kan het college een aanvraag om subsidie
                            weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet of niet in
                                    overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen
                                    of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar
                                    ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het
                                    oordeel van het college geen waardevolle aanvulling vormen op
                                    het bestaande aanbod van activiteiten in de gemeente
                                    Geldrop-Mierlo;</al></li><li nr="c."><al>niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het
                                    verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt
                                    gevraagd;</al></li><li nr="d."><al>sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet
                                    bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur;</al></li><li nr="e."><al>de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor
                                    subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="f."><al>de aanvraag te laat is ingediend;</al></li><li nr="g."><al>de aanvrager met uitvoering van de activiteiten beoogt winst te
                                    maken;</al></li><li nr="h."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een overwegend
                                    partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming
                                    ten doel hebben;</al></li><li nr="i."><al>de financiële middelen van de aanvrager, met inbegrip van de
                                    subsidie, onvoldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te
                                    voeren;</al></li><li nr="j."><al>de aanvrager de behoefte aan de te subsidiëren activiteiten niet
                                    aannemelijk heeft kunnen maken;</al></li><li nr="k."><al>de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen
                                    ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft of zal
                                    kunnen verkrijgen.</al></li><li nr="l."><al>subsidieverstrekking in strijd zou zijn met enig wettelijk
                                    voorschrift;</al></li><li nr="m."><al>een van de weigeringsgronden als opgenomen in een door het
                                    college vastgestelde subsidieregeling aan de orde is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een verleende subsidie intrekken in het geval en onder
                            de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                            integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een verleende subsidie intrekken en met rente
                            terugvorderen op basis van een besluit van de Europese Commissie of op
                            grond van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Tussentijdse verantwoording bij een subsidietijdvak langer dan één
                            jaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als subsidie is verleend voor een subsidietijdvak langer dan één jaar,
                            kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds overleggen
                            van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de
                            daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op het eerste lid geldt dat deze verplichting in ieder
                            geval wordt opgelegd als subsidie is verleend voor een subsidietijdvak
                            van 4 jaren en de jaarlijkse subsidie € 5.000 of meer is. De
                            verantwoording moet voor 1 mei van het jaar volgend op de eerste twee
                            jaren van het subsidietijdvak worden afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tussentijdse verantwoording kan leiden tot wijziging of intrekking
                            van de beschikking tot subsidieverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, niet
                            of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel zal
                            worden voldaan aan de aan het besluit tot subsidieverlening verbonden
                            verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk
                            over:</al><lijst><li nr="a."><al>beslissingen en procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                    van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend of die zijn
                                    gericht op ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                    verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan het
                                    besluit tot subsidieverlening verbonden verplichtingen niet of
                                    niet geheel zullen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten, voor zover het de vorm van de
                                    rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van
                                    de rechtspersoon betreft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aan de subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de
                            subsidie-ontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37
                            eerste lid Awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot
                            verwezenlijking van het doel van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen verplichtingen die
                            niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de
                            subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking
                            hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde
                            activiteit wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                            handelingen, als bedoeld in artikel 4:71 Awb, indien deze handelingen
                            van invloed zijn op de gesubsidieerde activiteiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidievaststelling wordt schriftelijk of digitaal
                            ingediend bij het college. Voor de aanvraag voor subsidievaststelling
                            voor meerdere jaren dient gebruik te worden gemaakt van een
                            aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieontvanger hoeft geen aanvraag tot subsidievaststelling in te
                            dienen als de jaarlijkse subsidie minder is dan € 5.000 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag tot subsidievaststelling van een subsidie van € 5.000 of
                            meer per jaar dient:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag te bevatten, waaruit blijkt in hoeverre
                                    de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de
                                    verplichtingen is voldaan;</al></li><li nr="b."><al>een financieel verslag of een jaarrekening te bevatten van het
                                    voorgaande kalenderjaar, met daarin in ieder geval een overzicht
                                    van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden
                                    uitgaven en inkomsten;</al></li><li nr="c."><al>een balans te bevatten van het afgelopen kalenderjaar met een
                                    toelichting daarop;</al></li><li nr="d."><al>alle overige gegevens en bescheiden te bevatten die in het
                                    besluit tot subsidieverlening zijn benoemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In aanvulling op het derde lid geldt dat, indien de jaarlijkse subsidie
                            € 50.000 of meer bedraagt bij de aanvraag tot subsidievaststelling
                            tevens een accountantsverklaring moet zijn gevoegd. In het besluit tot
                            subsidieverlening wordt bepaald aan welke eisen de accountantsverklaring
                            dient te voldoen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In aanvulling op het derde lid geldt dat, indien het een meerjarige
                            subsidie betreft, de te overleggen gegevens betrekking moeten hebben op
                            de jaren zoals vermeld in de beschikking tot subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere of minder dan de in dit artikel
                            bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang
                            zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Aanvraagtermijn voor subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag tot subsidievaststelling van een jaarlijkse subsidie van €
                            5.000 of meer dient voor 1 mei van het jaar na afloop van het
                            kalenderjaar of subsidietijdvak waarop de subsidie betrekking heeft, te
                            worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot subsidievaststelling van een eenmalige subsidie dient
                            binnen 13 weken na afloop van de activiteiten waarvoor subsidie is
                            verleend, te worden ingediend. Een aanvraag hoeft alleen te worden
                            ingediend als dit in de beschikking tot subsidieverlening is
                            aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vaststelling van de subsidie en beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies die minder dan € 5.000 per jaar bedragen worden door het
                            college:</al><lijst><li nr="a."><al>direct vastgesteld, of;</al></li><li nr="b."><al>verleend en - tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende
                                    lid – binnen 13 weken na afloop van het subsidietijdvak of nadat
                                    de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve
                                    vastgesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als ingevolge artikel 10 eerste lid de subsidieontvanger verplicht is op
                            de aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                            subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de
                            subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen
                            13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van de volledige
                            aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 13 lid 3 over
                            de vaststelling van de verleende subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan,
                            volgt dat voor de beslissing op de vaststelling een langere termijn
                            nodig is dan de in het eerste en derde lid genoemde termijn, dan bericht
                            het college de subsidieontvanger daarvan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen de in artikel 14
                            genoemde termijn is ontvangen, kan het college de subsidieontvanger
                            schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen
                            deze termijn ingediend dan kan het college overgaan tot ambtshalve
                            vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college is bevoegd de subsidie lager vast te stellen indien de
                            aanvraag tot vaststelling niet of niet tijdig wordt ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Vermogensvorming subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is, voor zover het verstrekken van de subsidie
                            heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor in de volgende gevallen een
                            vergoeding verschuldigd aan het college:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor
                                    verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten
                                    gebruikte of bestemde goederen;</al></li><li nr="b."><al>indien de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk
                                    worden beëindigd;</al></li><li nr="c."><al>indien de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt
                                    ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd;</al></li><li nr="d."><al>indien de rechtspersoon die subsidie ontvangt wordt
                                    ontbonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding wordt bepaald
                            door het college, maar in geval van ontbinding van de rechtspersoon die
                            subsidie ontvangt vervalt het batig saldo van de liquidatierekening -
                            gelimiteerd tot het bedrag dat opgebouwd is met (behulp van)
                            gemeentelijke subsidie - aan de gemeente. De hoogte hiervan wordt dan
                            bepaald op basis van het gemiddelde percentage waarin de gemeente in de
                            vijf voorafgaande jaren heeft bijgedragen in de totale exploitatie van
                            de rechtspersoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een
                            subsidie-aanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die wegens
                            bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te
                            dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van de bepalingen van
                            deze verordening, en van de bepalingen van de op basis van artikel 3
                            vastgestelde subsidieregelingen, voor zover de toepassing van die
                            bepalingen voor de subsidieaanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben
                            die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot
                            de daarmee te dienen belangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                            college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></li><li nr="2."><al>De Algemene Subsidieverordening Gemeente Geldrop-Mierlo 2013 wordt
                                ingetrokken op 1 januari 2017.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening is van toepassing op subsidies die betrekking
                                hebben op het jaar 2017 en verder.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene subsidieverordening
                                Geldrop-Mierlo 2017”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente
                        Geldrop-Mierlo d.d. 19 december 2016.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>G.A.A. van Luijn B.H.M. Link</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>