<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43818_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies Strijen 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-07-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies Strijen 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=82">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 5</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies Strijen 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Strijen;</al><al>gelezen het voorstel van het Presidium d.d. 19 mei 2008;</al><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de raadscommissies Strijen 2008</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a lid: lid van een raadscommissie;</al><al>b voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger;</al><al>c griffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger; </al><al>d vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><al>a Commissie Maatschappelijke Zaken;</al><al>b Commissie Wonen en Werken;</al><al>c Commissie Algemene Bestuurlijke Aangelegenheden;</al><al>d Commissie Financiën en Economische Zaken</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadscommissie Maatschappelijke Zaken adviseert en overlegt over
                                de volgende onderwerpen:</al><al>a Welzijnsbeleid</al><al>b Jongerenbeleid</al><al>c Gehandicaptenbeleid</al><al>d Ouderenbeleid</al><al>e Monumentenbeleid</al><al>f Volksgezondheid</al><al>g Kunst en Cultuur</al><al>h Onderwijs en basiseducatie</al><al>i Sociale Zaken</al><al>j Maatschappelijke dienstverlening</al><al>k Sportzaken</al><al>l Mediazaken</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De raadscommissie Wonen en Werken adviseert en overlegt over de
                                volgende onderwerpen: </al><al>a Ruimtelijke Ordening/Volkshuisvesting</al><al>b Bouw- en woningtoezicht</al><al>c Huisvestingsbeleid</al><al>d Nutsvoorzieningen</al><al>e Verkeer en vervoer</al><al>f Civieltechniek</al><al>g Waterstaat</al><al>h Milieu</al><al>i Toerisme en recreatie </al><al>j Het horen van degenen die op grond van artikel 23, lid 1onder d
                                van de Wet op de Ruimtelijke Ordening tijdig hun zienswijze met
                                betrekking tot een ontwerp-bestemmingsplan bij de gemeenteraad
                                kenbaar gemaakt hebben </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De raadscommissie Algemene Bestuurlijke Aangelegenheden adviseert
                                en overlegt over de volgende onderwerpen:</al><al>a Algehele bestuurlijke coördinatie</al><al>b Personeel en organisatie</al><al>c Communicatie en voorlichting</al><al>d Openbare orde en (integraal) veiligheidsbeleid</al><al>e Rampenbestrijding</al><al>f Regionale samenwerking</al><al>g Internationale samenwerking</al><al>h Facilitaire zaken</al><al>i Bevolkingszaken</al><al>j Informatisering en automatisering</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De raadscommissie Financiën en Economische zaken adviseert en
                                overlegt over de volgende onderwerpen:</al><al>a Financiën</al><al>b Grondbeleid/Grondzaken</al><al>c Economische zaken</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><al>a het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde,
                                vierde, vijfde of zesde lid genoemde onderwerpen;</al><al>b het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging; </al><al>c voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel
                                2, tweede lid, derde, vierde, vijfde of zesde lid, genoemde
                                onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Hierbij wordt het principe gehanteerd dat over een onderwerp
                                slechts door één commissie integraal advies wordt uitgebracht.
                                Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, kunnen de
                                voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen
                                een gezamenlijke vergadering te beleggen of beslissen dat de
                                raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp
                                behandelt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="A."><al>De raadscommissies Maatschappelijke Zaken, Wonen en Werken
                                        en Financiën en Economische Zaken bestaan uit tenminste één
                                        en maximaal 2 leden per fractie, met dien verstande
                                        dat:</al><lijst><li nr="a."><al>een fractie met drie of meer leden maximaal twee
                                        vertegenwoordigers aanwijst;</al></li><li nr="b."><al>een fractie met minder dan drie leden één vertegenwoordiger
                                        aanwijst.</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>De raadscommissie Algemene Bestuurlijke Aangelegenheden
                                        bestaat uit de voorzitters van alle fracties in de raad
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid, onder A genoemde leden worden door de raad op
                                voordracht van de fracties benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De fracties kunnen zelf beslissen of men vertegenwoordigers voor
                                een commissie aanwijst.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Een lid van de commissies Maatschappelijke Zaken, Wonen en Werken
                                en Financiën en Economische Zaken kan zowel raadslid als
                                niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de
                                Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een
                                raadscommissie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere
                                raadscommissie tenminste een plaatsvervangend lid per fractie, die
                                zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis
                                van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het plaatsvervangend lid
                                voldoet aan de in het vierde lid, genoemde vereisten, met dien
                                verstande dat het plaatsvervangend lid van de commissie Algemene
                                Bestuurlijke Aangelegenheden een raadslid moet zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                                midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De voorzitter is belast met:</al><al>a het leiden van de vergadering;</al><al>b het handhaven van de orde;</al><al>c het doen naleven van deze verordening;</al><al>d hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                vierde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen
                                tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de
                                raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in
                                of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert de griffier.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De griffier is in iedere vergadering aanwezig en heeft daarin een
                                adviserende stem en kan, indien daartoe door de voorzitter
                                uitgenodigd, aan de beraadslagingen deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door de
                                plaatsvervangend griffier. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De voorzitter kan de burgemeester en één of meer wethouders
                                uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de
                                beraadslagingen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de burgemeester of een wethouder bij een vergadering
                                aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij
                                hiertoe een verzoek aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing
                                op het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat
                                de burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering
                                aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gemeentesecretaris</titel></kop><al>De raadscommissie kan het college verzoeken de secretaris aanwezig te
                            laten zijn in de vergadering en deel te laten nemen aan de
                            beraadslagingen als bedoeld in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De raadscommissies vergaderen in beginsel iedere maand. De
                                    vergaderingen van de raadscommissies vangen in beginsel aan om
                                    20.00 uur en vinden plaats in het gemeentehuis. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                    nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk
                                    met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover overleg met de griffier. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                    het tijdstip en de plaats van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                                    voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de
                                    agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging
                                    melding in de openbare kennisgeving, bedoeld in artikel 14.
                                    Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter
                                    inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                    leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden inzage dan wel worden
                                    deze door de griffier in de fractiekamer ter inzage
                                    gelegd..</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging in een huis-aan-huisblad of op de voor
                                    afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                    plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De openbare kennisgeving vermeldt:</al><al>a de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al><al>b de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige
                                    agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;</al><al>c de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als
                                    bedoeld in artikel 17.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                    indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen van de
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten
                                    minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke
                                    oproep is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                                    blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige
                                    burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord
                                    voeren over zowel geagendeerde als niet-geagendeerde
                                    onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><al>a een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                    beroep openstaat of heeft opengestaan;</al><al>b benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                    personen;</al><al>c een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                    uiterlijk om 09.00 uur op de dag van de vergadering aan de
                                    griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                    telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>4 De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>5 Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                    voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als
                                    er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>6 De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de
                                    behandeling van de inbreng van de burger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De ontwerp-notulen van de voorgaande vergadering worden, zo
                                    mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep. De ontwerp-notulen worden op hetzelfde
                                    moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij het begin van de vergadering worden, zo mogelijk, de
                                    notulen van de vorige vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders, de
                                    secretaris en de griffier hebben het recht, een voorstel tot
                                    wijziging van de notulen aan de raadscommissie te doen, indien
                                    de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven
                                    hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering
                                    dient voor de vaststelling van de notulen bij de griffier te
                                    worden ingediend. De leden, de voorzitter en de griffier kunnen
                                    zowel mondeling (tijdens de vergadering) als schriftelijk (vóór
                                    de vergadering) een voorstel tot verandering indienen. De
                                    burgemeester, de wethouders en de secretaris kunnen in beginsel
                                    alleen schriftelijk een voorstel tot verandering indienen.
                                    Indien zij echter zijn uitgenodigd voor de vergadering waarin de
                                    betreffende notulen worden vastgesteld, dan</al><al>kunnen zij ook mondeling een voorstel tot verandering indienen.
                                    Een kopie van het schriftelijke voorstel tot verandering wordt
                                    uitgereikt aan de overige aanwezigen voordat de notulen worden
                                    vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De notulen moeten inhouden:</al><al>a de namen van de voorzitter, de griffier, de burgemeester en
                                    een wethouder, de secretaris en de ter vergadering aanwezige
                                    leden, allen voorzover aanwezig, alsmede van de overige personen
                                    die het woord gevoerd hebben, afzonderlijk wordt vermeld welke
                                    leden afwezig waren.</al><al>b een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al><al>c een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding
                                    van de namen der aanwezigen die het woord voerden;</al><al>d een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding
                                    van de namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun
                                    goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de leden
                                    die zich niet uitgelaten hebben;</al><al>e bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid
                                    van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in
                                    artikel 26 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen
                                    aan de beraadslagingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de
                                    griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een lid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder, de
                                    griffier en de secretaris spreken vanaf hun plaats of van de
                                    spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in
                                    het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats
                                    spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een lid, de burgemeester, een wethouder, de griffier of de
                                    secretaris, voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd
                                    en van hem verkregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het
                                    woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                    ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de
                                    vergadering betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><al>a de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
                                    verordening te herinneren;</al><al>b een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                    spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                    afronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg
                                    geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin
                                    zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                    voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid
                                    dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert,
                                    het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het
                                    voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat
                                    het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter
                                    hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid
                                    bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                                    vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan
                                    de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie
                                    of er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                    opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld,
                                maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier. De
                                notulen worden vervaardigd in een afwijkende kleur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                                raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken
                                van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter
                                en de griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2008</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Op dat tijdstip vervalt de Verordening regelende de instelling, de
                                werking, de samenstelling en de werkwijze van de vaste commissies
                                van advies van de raad van de gemeente Strijen vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 26 maart 2002. </al><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de
                        gemeente Strijen, gehouden op 27 mei 2008</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.A. Bourdrez J.P.M. Klijs</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>