<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR437931_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Klachtenregeling gemeente Leidschendam-Voorburg 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leidschendam-Voorburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leidschendam-Voorburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-186616.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAnderePeriode%26spd%3d20161201%26epd%3d20170113%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dLeidschendam-Voorburg%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=5&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 2016, 186616</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Klachtenregeling gemeente Leidschendam-Voorburg 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht, titel 9.1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1704157 / 1721539</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Klachtenregeling gemeente Leidschendam-Voorburg, vastgesteld bij raadsbesluit van 27 september 2005.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Klachtenregeling gemeente Leidschendam-Voorburg 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college en de burgemeester van de gemeente
                        Leidschendam-Voorburg;</al><al>ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;</al><al>gezien het voorstel van het college d.d. 8 november 2016, nr. 1704157;</al><al>gelet op titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t e n:</al><al/><al>vast te stellen de volgende regeling: Klachtenregeling gemeente
                        Leidschendam-Voorburg 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPS- EN ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze regeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ambtenaar: een persoon die in dienst is of is geweest van de
                                    Gemeente Leidschendam-Voorburg, inclusief arbeidscontractanten
                                    en buitengewoon opsporingsambtenaren;</al></li><li nr="b."><al>bestuursorgaan: de raad, het college van burgemeester en
                                    wethouders, of de burgemeester;</al></li><li nr="c."><al>gedraging: het in een bepaalde aangelegenheid handelen of
                                    nalaten te handelen;</al></li><li nr="d."><al>klaagschrift: een per brief, daartoe bestemd formulier of e-mail
                                    ingediende klacht;</al></li><li nr="e."><al>klacht: een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een
                                    bestuursorgaan of ambtenaar van de gemeente zich in een bepaalde
                                    aangelegenheid jegens de klager heeft gedragen;</al></li><li nr="f."><al>klachtbehandelaar: de ambtenaar die de klacht feitelijk in
                                    behandeling neemt;</al></li><li nr="g."><al>klager: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een klacht
                                    heeft ingediend;</al></li><li nr="h."><al>leidinggevende: het afdelingshoofd of de teamleider van de
                                    afdeling cq. het team waar de ambtenaar werkzaam is over wiens
                                    gedraging geklaagd wordt, of van de afdeling cq. het team waar
                                    het onderwerp van de klacht onder valt;</al></li><li nr="i."><al>wet: Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepasselijkheid</titel></kop><al>Deze regeling is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>klachten over beleid of beleidsuitvoering;</al></li><li nr="b."><al>klachten die volgens een bijzondere regeling, verordening of
                                    richtlijn worden behandeld;</al></li><li nr="c."><al>klachten over individuele raadsleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Eenieder die uit hoofde van zijn/haar functie kennis draagt van de
                            inhoud van klachten en van voor behandeling van klachten opgestelde
                            documenten, neemt daaromtrent geheimhouding in acht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>KLACHTENBEHANDELING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Informele en formele klachtbehandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een klager zich met een klacht of klaagschrift tot een
                                bestuursorgaan wendt, wordt eerst getracht om in minnelijk overleg
                                met de klager de klacht direct op te lossen of te bespreken. Dit is
                                de informele klachtbehandeling; van toepassing zijn de bepalingen
                                van dit Hoofdstuk van deze regeling. De klacht wordt als afgehandeld
                                beschouwd als de klager tevreden is over de wijze waarop de klacht
                                is afgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de klager niet tevreden is over de wijze van afdoening zoals
                                bedoeld in het eerste lid, vindt de formele behandeling door het
                                bestuursorgaan plaats; van toepassing zijn de bepalingen van
                                Hoofdstukken 3 en 4 van deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mondelinge klachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Mondelinge klachten worden behandeld overeenkomstig de bepalingen
                                van afdeling 9.1.1 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een klager mondeling blijk geeft niet tevreden te zijn over
                                een gedraging van een bestuursorgaan of een ambtenaar, wijst degene
                                tegen wie op dat moment de mondelinge klacht wordt geuit de klager
                                op de mogelijkheid van schriftelijke klachtenbehandeling. Indien de
                                klager daarom verzoekt, stelt de klachtbehandelaar de mondelinge
                                klacht op schrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Klaagschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Klaagschriften worden behandeld overeenkomstig de bepalingen van
                                afdeling 9.1.2 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klager dient zijn klaagschrift in bij het bestuursorgaan, waaraan
                                de gedraging waarover wordt geklaagd, kan worden toegeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een klaagschrift wordt ingediend bij een ander persoon of
                                orgaan, dan wordt het klaagschrift zo spoedig mogelijk doorgezonden
                                naar het juiste bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontvangstbevestiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontvangst van een klaagschrift wordt zo spoedig mogelijk door de
                                klachtbehandelaar bevestigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klachtbehandelaar zendt een afschrift van het klaagschrift
                                aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de leidinggevende als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder
                                        h;</al></li><li nr="b."><al>de persoon of het (lid van het) bestuursorgaan tegen wie de
                                        klacht is gericht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Buiten behandeling laten</titel></kop><al>Een klaagschrift kan buiten behandeling worden gelaten indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de vereisten in artikel 9:4, tweede en derde
                                    lid, van de wet en klager, nadat deze door de klachtbehandelaar
                                    daarop is gewezen, niet binnen veertien dagen de vereiste
                                    gegevens heeft aangevuld; </al></li><li nr="b."><al>het een klacht betreft als bedoeld in artikel 9:8, eerste en
                                    tweede lid van de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Klachtgesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de formele klachtbehandeling plaatsvindt, nodigt de
                                klachtbehandelaar de klager uit voor een gesprek over het
                                klaagschrift.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het klachtgesprek wordt, in aanwezigheid van de klachtbehandelaar,
                                gevoerd:</al><lijst><li nr="-"><al>in geval van een klacht over een ambtenaar, niet zijnde
                                        afdelingshoofd of gemeentesecretaris: door de
                                        direct-leidinggevende;</al></li><li nr="-"><al>in geval van een klacht over een afdelingshoofd: door de
                                        gemeentesecretaris;</al></li><li nr="-"><al>in geval van een klacht over de gemeentesecretaris: door de
                                        burgemeester;</al></li><li nr="-"><al>in geval van een klacht over een wethouder: door de
                                        burgemeester;</al></li><li nr="-"><al>in geval van een klacht over de burgemeester: door de
                                        locoburgemeester;</al></li><li nr="-"><al>in geval van een klacht over een griffiemedewerker: door de
                                        griffier;</al></li><li nr="-"><al>in geval van een klacht over de griffier: door de voorzitter
                                        van de raad;</al></li><li nr="-"><al>in geval van een klacht over de raad: door de voorzitter van
                                        de raad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na afloop van het in het eerste lid bedoelde gesprek, wordt de
                                klager in de gelegenheid gesteld om aan te geven of de klacht naar
                                tevredenheid is afgehandeld of dat deze prijs stelt op verdere
                                behandeling van zijn klaagschrift door de klachtencommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de klager wordt schriftelijk het resultaat van het klachtgesprek
                                bekendgemaakt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>KLACHTENCOMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Instelling klachtencommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een klachtencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de klachtenafhandeling door de klachtencommissie zijn de
                                aanvullende bepalingen van afdeling 9.1.3 van de wet van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Taak</titel></kop><al>De klachtencommissie heeft als taak het adviseren over klaagschriften
                            aan het bestuursorgaan, waaraan de gedraging waarover wordt geklaagd,
                            kan worden toegeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Samenstelling, benoeming en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De klachtencommissie bestaat uit een voorzitter en twee leden, die
                                worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsvervangende leden benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de klachtencommissie maken geen deel
                                uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van een
                                bestuursorgaan van de gemeente Leidschendam-Voorburg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de klachtencommissie worden benoemd
                                voor een termijn van vier jaar. Zij kunnen één keer worden
                                herbenoemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de klachtencommissie kunnen op ieder moment ontslag
                                nemen. Zij doen daarvan schriftelijke mededeling aan het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende leden van de klachtencommissie blijven hun functie
                                vervullen totdat in de opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Secretaris van de klachtencommissie zijn door het college aangewezen
                                ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris van de klachtencommissie is in verband met de
                                voorbereiding van de behandeling van de klacht bevoegd rechtstreeks
                                alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De klachtencommissie komt op afroep door de secretaris bijeen voor
                                het horen en uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel
                                11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de hoorzitting kunnen, naast de klager, worden opgeroepen om te
                                worden gehoord de beklaagde, de onder artikel 9, tweede lid, van
                                deze regeling genoemde persoon, of andere ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat minimaal de
                                voorzitter en één lid van de klachtencommissie aanwezig zijn, mits
                                het derde lid deelneemt aan de beraadslaging achteraf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het houden van een hoorzitting wordt afgezien indien de klager
                                uitdrukkelijk heeft aangegeven niet naar de zitting te komen. In dat
                                geval geeft de klachtencommissie een advies op grond van de
                                stukken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van het horen wordt een zakelijk verslag gemaakt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>OORDEEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Oordeel</titel></kop><al>Na ontvangst van het advies van de klachtencommissie –inclusief een
                            verslag van het horen en eventuele aanbevelingen- geeft het
                            bestuursorgaan een oordeel over de gegrondheid van de klacht. Klager
                            wordt daarvan schriftelijk in kennis gesteld. In deze kennisgeving wordt
                            tevens vermeld bij welke ombudsman de klager eventueel een
                            verzoekschrift kan indienen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>REGISTRATIE EN PUBLICATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Registratie en publicatie</titel></kop><al>Alle ingediende klaagschriften worden geregistreerd en jaarlijks wordt
                            het overzicht daarvan gepubliceerd. Dit overzicht geeft tenminste
                            weer:</al><lijst><li nr="-"><al>het aantal ontvangen klaagschriften;</al></li><li nr="-"><al>de onderwerpen, de behoorlijkheidsnormen en de
                                    organisatieonderdelen, waarop de klaagschriften betrekking
                                    hebben;</al></li><li nr="-"><al>de wijze van afdoening: niet in behandeling genomen klachten,
                                    naar tevredenheid afgedane klachten, gegrond en ongegrond
                                    bevonden klachten en de eventueel daaraan verbonden
                                    conclusies;</al></li><li nr="-"><al>de termijn van afdoening van de klachten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Klachtenregeling Gemeente
                                Leidschendam–Voorburg 2016”</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Klachtenregeling Gemeente Leidschendam-Voorburg wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking op de dag na de dagtekening van het
                                Gemeenteblad waarin deze bekend wordt gemaakt.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Leidschendam-Voorburg van 13 december 2016.</ondertekening><ondertekening>I. De raad van Leidschendam-Voorburg,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. G.A. van Egmond , K. Tigelaar</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>II. Het college van Leidschendam-Voorburg,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester</ondertekening><ondertekening>B.J.D. Huykman K. Tigelaar</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>III. De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>K. Tigelaar</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) zijn de
                    minimumeisen voor de behandeling van klachten opgenomen. Deze Klachtenregeling
                    geeft daaraan invulling middels aanvullende bepalingen.</al><al>In onze gemeente is gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheid om voor de
                    behandeling van een klacht een klachtencommissie in te stellen (art. 9:13 e.v.
                    Awb). Die commissie behandelt en adviseert het betreffende bestuursorgaan over
                    de klacht. Een belangrijk deel van de Klachtenregeling heeft dan ook betrekking
                    op de klachtencommissie.</al><al>In de aanhef van de Klachtenregeling is bepaald dat de bestuursorganen van de
                    gemeente, de raad, het college en de burgemeester, ieder voorzover het hun
                    bevoegdheden betreft, besluiten de regeling vast te stellen. De bevoegdheid om
                    een verordening als deze vast te stellen, is een bevoegdheid van de raad. Het
                    college en de burgemeester hebben deze bevoegdheid niet, maar nemen hierbij wel
                    mede het besluit tot het volgen van deze Klachtenregeling en het instellen van
                    de klachtencommissie. Op deze manier is het mogelijk dat de drie bestuursorganen
                    samen dezelfde Klachtenregeling volgen en een en dezelfde klachtencommissie
                    instellen.</al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>a. Hoofdstuk 9 van de Awb en deze Klachtenregeling zijn ook van toepassing op
                    klachten over een zogenoemde buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: boa). Dat
                    zijn kort gezegd ambtenaren met een speciale bevoegdheid (opsporing van
                    strafbare feiten op basis van bijzondere wetten, toezicht op naleving van
                    verordeningen, een en ander voor zover het strafbare feiten betreft) en die
                    daarvoor een speciale opleiding hebben genoten en officieel zijn beëdigd.</al><al>Voor het dagelijks functioneren van de boa is de werkgever (lees: burgemeester
                    en wethouders) verantwoordelijk. Voor het gebruik van zijn speciale bevoegdheid
                    valt de boa onder het toezicht van de hoofdofficier van justitie en de
                    korpschef. Deze moeten erop toezien dat de boa zijn taak bij de opsporing van
                    strafbare feiten naar behoren vervult en op een juiste wijze gebruik maakt van
                    zijn bevoegdheden.</al><al>Als er een klacht over een boa wordt ingediend, én die klacht heeft betrekking
                    op de uitoefening van bevoegdheden als boa, dan is de werkgever verplicht om
                    direct een afschrift van de klacht aan de hoofdofficier van justitie en de
                    korpschef te zenden, zie artikel 42 van het Besluit buitengewoon
                    opsporingsambtenaar. Op grond van het tweede lid van laatstgenoemd artikel moet
                    de werkgever bij de afhandeling van de klacht het oordeel van de toezichthouder
                    over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van bevoegdheden in
                    acht nemen. Deze bepaling betekent in het licht van hoofdstuk 9 van de Awb dat
                    de werkgever dit oordeel moet laten meewegen bij zijn uiteindelijk oordeel over
                    de klacht.</al><al>d. Het begrip ‘klaagschrift’ wordt ruim opgevat: ook een per e-mail ingediende
                    klacht wordt als klaagschrift in de zin van artikel 9:4 Awb aangemerkt. Indien
                    er twijfels zijn omtrent de herkomst van een e-mail kan een termijn worden
                    gesteld om de gegevens als bedoeld in artikel 9:4, tweede lid, van de Awb aan te
                    vullen.</al><al>e. Hoofdstuk 9 van de Awb kent geen definitie van het begrip klacht. De wetgever
                    acht zo´n definitie onwenselijk, omdat een omschrijving ook een beperking van
                    het klachtrecht kan inhouden. Uitgangspunt is een ruim klachtbegrip. Een
                    klachtprocedure is gericht op het verkrijgen van een rechtens niet-bindend
                    oordeel over het overheidshandelen. Bij een klachtbehandeling wordt, ruimer dan
                    bij de rechtens bindende bezwaarschriftprocedure, bekeken of het betreffende
                    bestuursorgaan zich correct heeft gedragen tegenover de klager. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Toepasselijkheid</vet></al><al>a. Artikel 9:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat
                    een ieder het recht heeft om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een
                    bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te
                    dienen bij dat bestuursorgaan. Uit de Memorie van Toelichting bij dit lid
                    blijkt, dat algemene klachten over beleid of beleidsuitvoering in het algemeen
                    van het bestuursorgaan niet voldoen aan het vereiste van een bepaalde
                    aangelegenheid en dus niet vallen onder het bereik van titel 9.1 (zie (MvT,
                        <cursief>Kamerstukken II</cursief>, 25 837, nr. 3, p. 12). Klachten over
                    beleid worden aldus niet (verder) in behandeling genomen.</al><al>b. Bijvoorbeeld de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (met betrekking
                    tot klachten over zorgaanbieders) of de Klachtenregeling voorkoming en
                    bestrijding ongewenst gedrag gemeente Leidschendam-Voorburg (met betrekking tot
                    ambtenaren).</al><al>c. Dit volgt uit artikel 9:1, tweede lid, van de Awb. De wettelijke bepalingen
                    voor klachtbehandeling zijn niet van toepassing op gedragingen van individuele
                    raadsleden, aangezien deze niet werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van
                    een bestuursorgaan (de raad). Zie in die zin ook onder andere rapport 2011/343
                    van de Nationale ombudsman.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Informele en formele klachtbehandeling</vet></al><al>In alle gevallen wordt eerst geprobeerd om snel en op informele wijze tot een
                    oplossing te komen. Dit gebeurt meestal in een telefonisch gesprek. De ervaring
                    leert dat verreweg de meeste klachten op deze wijze worden opgelost. Tot de
                    informele behandeling behoort ook de mogelijkheid van een klachtgesprek. Indien
                    de klager tevreden is gesteld, is daarmee de klacht afgehandeld. Ook bij een
                    formeel klaagschrift hoeft dan geen verdere procedure te worden gevolgd, een en
                    ander met toepassing van artikel 9:5 Awb. Indien de klager niet tevreden is
                    gesteld, wordt zijn klacht of klaagschrift formeel afgehandeld..</al><al/><al><vet>Artikel 5 Mondelinge klachten</vet></al><al>Uiteraard kunnen burgers hun klachten mondeling uiten; ingevolge artikel 9:2 Awb
                    dient het be­stuursorgaan dergelijke klachten ook op behoorlijke wijze af te
                    doen. Er is geen uniforme regeling te bedenken voor de afhandeling van
                    mondelinge klachten. Klaagt een burger bijvoorbeeld over een administratieve
                    fout in een brief van de gemeente, dan kan de klacht opgelost worden door een
                    tele­foontje van de behandelend ambtenaar. Gaat het om een fout van ernstiger
                    aard, dan ligt het eer­der voor de hand dat het hoofd van de afdeling contact
                    opneemt met de klager. Hier moet men dus naar bevind van zaken handelen. </al><al>Indien de klager niet tevreden is over de mondelinge afhandeling van zijn
                    klacht, dan wordt hij ge­we­zen op de mogelijkheid schriftelijk een klacht in te
                    dienen en zo deze formele procedure te doorlo­pen.</al><al>Het tweede lid geeft de klager de mogelijk­heid de hulp van een
                    klachtbehandelaar in te roepen als hij niet in staat is de klacht op papier te
                    zetten.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Klaagschriften</vet></al><al>In het eerste lid wordt verwezen naar de toepassing van afdeling 9.1.2. van de
                    Awb, opgemerkt dient wel te worden dat dat alleen geldt voor gedragingen
                        <onderstreept>jegens de klager zelf,</onderstreept> zie artikel 9:4, eerste
                    lid, van de Awb. Artikel 9:1 Awb geeft een ieder de mogelijkheid om ook te
                    klagen over de wijze waarop een bestuursor­gaan zich in een bepaalde
                    aangelegenheid <onderstreept>jegens een ander</onderstreept> heeft gedragen; in
                    dat geval zijn de artikelen 9:5 tot en met 9:12 van de Awb echter niet van
                    toepassing (dat betekent dat er bijvoorbeeld geen verplichting is tot het horen
                    van de klager). Het bestuursorgaan dient in dat geval wel zorg te dragen voor
                    een behoorlijke behandeling van de klacht, zie het algemene vereiste in artikel
                    9:2 Awb. In de regel houdt dat een tijdige en inhoudelijke schriftelijke reactie
                    naar aanleiding van de klacht in.</al><al>In het tweede lid is aangegeven bij welk orgaan de klacht moet worden ingediend.
                    In de meeste gevallen zal dat het college van burgemeester en wethouders
                    zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Ontvangstbevestiging</vet></al><al>Artikel 9:6 Awb verplicht het bestuursorgaan tot het zenden van een
                    ontvangstbevestiging aan de klager. Het is een vereiste van behoorlijke
                    klachtenbehandeling dat de ontvangst van het klaag­schrift schriftelijk wordt
                    bevestigd. </al><al>De rechtszekerheid is daarmee gediend, mede omdat het tijd­stip van de ontvangst
                    van de klacht van belang is voor de termijn van afhandeling. Om redenen van
                    doelmatigheid verdient het voorts aanbeveling de verdere procedure in de
                    ontvangstbe­vestiging uit te leggen.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Buiten behandeling laten</vet></al><al>Indien het klaagschrift niet de gegevens vermeldt die nodig zijn voor een goede
                    behandeling, dan wordt deze niet behandeld. Wel krijgt de klager eerst de
                    gelegenheid om binnen veertien dagen de ontbrekende gegevens aan te vullen. Voor
                    het overige wordt verwezen naar artikel 9:8 Awb, waarin de verplichting tot het
                    in behandeling nemen van een klaagschrift in een aantal nader ge­noemde gevallen
                    vervalt.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Klachtgesprek</vet></al><al>Voordat de klachtenadviescommissie begint aan een onderzoek, wordt met de klager
                    in beginsel eerst een zogenaamd klachtgesprek gehouden. Dit klachtgesprek,
                    waarbij de klager dus al wordt gehoord, blijkt in de praktijk een be­langrijke
                    zeef­werking te hebben. Bij dit gesprek is de beklaagde niet aanwezig. Namens
                    hem wordt de direct leidinggevende (de teamleider of het afdelingshoofd)
                    uitgenodigd. De leidinggevende kan namens beklaagde op de klacht reageren en is
                    tevens verantwoordelijk voor het vertalen van het signaal dat van een klacht
                    uitgaat, wanneer die klacht deels of geheel terecht is. Die vertaling kan
                    blijken uit het wijzigen van afdelingsbeleid, het maken of bijstellen van
                    afspraken etc.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Instelling klachtencommissie</vet></al><al>In onze gemeente is gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheid om voor de
                    behandeling van een klacht een klachtencommissie in te stellen (art. 9:13 e.v.
                    Awb). Die commissie behandelt en adviseert het betreffende bestuursorgaan over
                    de klacht. Een belangrijk deel van de Klachtenregeling heeft dan ook betrekking
                    op de klachtencommissie. In de aanhef van de Klachtenregeling is bepaald dat de
                    bestuursorganen van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester, ieder
                    voorzover het hun bevoegdheden betreft, besluiten de regeling vast te stellen.
                    De bevoegdheid om een verordening als deze vast te stellen, is een bevoegdheid
                    van de raad. Het college en de burgemeester hebben deze bevoegdheid niet, maar
                    nemen hierbij wel mede het besluit tot het instellen van de klachtencommissie.
                    Op deze manier is het mogelijk dat de drie bestuursorganen samen een en dezelfde
                    klachtencommissie instellen.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Taak</vet></al><al>Zie ook artikel 9:15, vierde lid, van de Awb, waarin wordt bepaald dat de
                    commissie de taak heeft om een rapport van bevin­din­gen uit te brengen,
                    vergezeld van het advies en eventuele aanbevelingen aan het bestuursor­gaan. Dit
                    rapport bevat ook een verslag van het horen. Het staat de commissie verder vrij
                    om aanbe­velingen te doen in haar rapport over bijvoorbeeld een onjuiste
                    werkwijze van het bestuursorgaan.</al><al>Uiteraard dient de commissie toegang te hebben tot alle stukken die nodig zijn
                    om de klacht op een behoorlijke wijze te behandelen. </al><al>In artikel 9:10 en artikel 9:15 Awb wordt het beginsel van hoor en wederhoor
                    geregeld en hieromtrent is derhalve geen bepaling meer in het reglement
                    opgenomen. De hoorplicht vormt een essentieel on­derdeel van de schriftelijke
                    klachtenprocedure. Het horen is om meerdere redenen van belang. Niet ieder­een
                    is even goed in staat zijn gedachten schriftelijk te formuleren. Daarom moet aan
                    de klager de gele­genheid worden geboden zijn me­ning naar voren te brengen. Het
                    horen dient er ook toe, na­dere informatie ter beschikking te krij­gen. Door het
                    horen van beide partijen kan de mogelijkheid ont­staan naar een oplossing te
                    zoeken voor de problemen die ten grondslag liggen aan het klaag­schrift. In dat
                    verband is van belang dat behalve de beklaagde ook diens direct leidinggevende –
                    de teamleider, of als de afdeling die niet kent, het afdelingshoofd - wordt
                    uitgenodigd voor de hoorzitting.</al><al>Een belangrijke doelstelling van de klachtenprocedure is het herstel van het
                    geschonden ver­trouwen in het bestuur. Door uitwisseling van informatie en
                    weder­zijdse inzichten kan het ver­trou­wen van de klager in het bestuur worden
                    versterkt, ook als hij geen gelijk krijgt. </al><al>Het wordt aan de commissie overgelaten om te beoordelen of het gewenst is de
                    klager en degene op wiens gedraging het klaagschrift betrekking heeft, in
                    elkaars aanwezigheid te horen. Er zijn om­standigheden denkbaar waaronder dat
                    niet goed mogelijk is, met name als de verhoudingen te zeer verstoord zijn.</al><al>Het uitgangspunt is dat partijen wel in elkaars aanwezigheid worden gehoord, dit
                    biedt het voor­deel dat zij direct over en weer op elkaars standpunt kunnen
                    reageren. Ook komt het de waar­heidsvin­ding ten goede.</al><al>Gelet op het belang van het horen, kan daarvan slechts worden afgezien indien de
                    klager heeft ver­klaard daarvan geen gebruik te willen maken. De klager kan
                    schriftelijk of mondeling, waaron­der ook wordt verstaan telefonisch, laten
                    weten dat hij afziet van het recht te worden gehoord. Indien hij dat doet omdat
                    naar zijn tevredenheid aan de klacht tegemoet is gekomen, kan dat lei­den tot
                    toe­passing van artikel 9:5 Awb. </al><al/><al><vet>Artikel 12 Samenstelling, benoeming en vervanging</vet></al><al>De commissie bestaat uit een minimumaantal leden die absoluut onafhankelijk
                    zijn. Zij mogen geen deel uitmaken van of werken onder verantwoordelijkheid van
                    een gemeentelijk bestuursorgaan. Een onafhankelijke commissie is in staat om met
                    de nodige afstand naar een klacht te kijken, daarnaast voelt een klager zich
                    meer serieus genomen als ook het bestuursorgaan zich ten opzichte van een
                    onafhankelijke commissie dient te verantwoorden.</al><al>De commissie kan zelf regelen wie als plaatsvervangend voorzitter optreedt. Het
                    ligt voor de hand dat als de voorzitter is verhinderd, één van de leden als
                    zodanig wordt aangewezen en een plaatsvervangend lid aan de behandeling van de
                    klacht deelneemt.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Zittingsduur</vet></al><al>Gekozen is om de zittingsduur te beperken tot maximaal acht jaar. Na vier jaar
                    kan het college de leden van de commissie herbenoemen.</al><al>In de praktijk wordt voor het moment van aftreden aangeknoopt bij het tijdstip
                    van de gemeenteraadsverkiezingen, maar indien nodig kunnen ook tussentijds leden
                    van de commissie (her) benoemd worden.</al><al>Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Hij kan
                    ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van
                    lopende zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het derde lid is van
                    orde. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie
                    te blijven vervullen.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Oordeel</vet></al><al>Artikel 9:12 Awb bepaalt dat het bestuursorgaan de klager schriftelijk en
                    gemotiveerd in kennis stelt van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht,
                    zijn oordeel daarover alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan
                    verbindt en bij welke ombudsman en binnen welke termijn de klager vervolgens een
                    verzoekschrift kan indienen.</al><al>Uit artikel 9:3 Awb kan worden afgeleid dat tegen een uitspraak over een klacht
                    geen (gewoon) beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld. Een klager die
                    niet tevreden is over de uitspraak op de klacht kan zich nog wel wenden tot een
                    onafhankelijke externe klachtvoorziening. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg
                    is dat met ingang van 1 januari 2017 de ombudsman Den Haag. Daar kan de klager
                    opnieuw klagen over de gedraging. Ook kan hij daar klagen over de wijze waarop
                    het bestuursorgaan de klacht heeft behandeld.</al><al>Een klager die door het bestuursorgaan in het gelijk is gesteld, heeft daarna
                    ook de mogelijkheid een procedure bij de civiele rechter aanhangig te maken. Hij
                    kan dan stellen dat ten opzichte van hem onrechtmatig is gehandeld. Indien hij
                    aantoonbaar schade heeft geleden door de onbehoorlijke gedraging en daarbij de
                    uitspraak van het be­stuursor­gaan - luidende dat het de gedraging on­behoorlijk
                    acht - overlegt, heeft hij een grotere kans dat zijn on­rechtmatige daadsactie
                    succes heeft.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Registratie en publicatie</vet></al><al>Het jaarverslag is bedoeld als instrument voor de evaluatie van het functioneren
                    van het ambtelijk apparaat, waarvoor het gemeentebestuur de
                    eindverantwoordelijkheid draagt. </al><al>Voorts kan uit het jaarverslag blijken dat op een bepaald vlak structurele
                    maatregelen nodig zijn om klachten in de toekomst te voorkomen. Om een
                    jaarverslag uit te kunnen brengen, moeten klachten goed worden
                    geregistreerd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>