<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR437660_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie Partcipatiewet, IOAW en IOAZ 2017 Dienst SoZaWe Nw. Fryslân</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlieland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officielebekendmakingen.nl, 29 december
                2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie Partcipatiewet, IOAW en IOAZ 2017 Dienst SoZaWe Nw. Fryslân</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet,art. 35 onder d, IOAZ en IOAW, art. 35 onder d</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 Dienst SoZaWe Nw. Fryslân (zie ook art.12 m.b.t. overgangsrecht).</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegenprestatie Partcipatiewet, IOAW en IOAZ 2017 Dienst SoZaWe Nw. Fryslân</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid
                        Noardwest Fryslân;</al><al/><al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet en
                        artikel 35, onderdeel d van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de Wet inkomensvoorziening
                        oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers;</al><al/><al>besluit vast te stellen de</al><al/><al><vet>Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017 Dienst
                            SoZaWe Nw. Fryslân</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet, de Wet inkomens-voorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht
                                (Awb).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Dienst
                                        Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân;</al></li><li nr="b."><al>Dienst: de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest
                                        Fryslân;</al></li><li nr="c."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="d."><al>IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="e."><al>vrijwillige tegenprestatie: het verrichten van onverplichte
                                        en onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden die naar
                                        het oordeel van het dagelijks bestuur qua omvang
                                        vergelijkbaar is met de verplichte tegenprestatie;</al></li><li nr="f."><al>verplichte tegenprestatie: het verrichten van naar vermogen
                                        door het dagelijks bestuur opgedragen onbeloonde
                                        maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die worden verricht
                                        naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet
                                        leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt;</al></li><li nr="g."><al>mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid,
                                        participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het
                                        opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige
                                        Diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die
                                        rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande
                                        sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van
                                        een hulpverlenend beroep;</al></li><li nr="h."><al>vrijwilligerswerk: werk dat in enig georganiseerd verband,
                                        onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van
                                        anderen of de samenleving.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verslag over beleid</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur doet periodiek, gelijktijdig met de beleidscyclus/
                            jaarrekening aan het algemeen bestuur van de Dienst verslag over de
                            doeltreffendheid van het beleid.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>De tegenprestatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inhoud van een verplichte tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur maakt onderscheid in: </al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige tegenprestatie en </al></li><li nr="b."><al>verplichte tegenprestatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover geen of onvoldoende vrijwillige tegenprestatie wordt
                                verricht kan het dagelijks bestuur onbeloonde maatschappelijk
                                nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als
                                verplichte tegenprestatie voor zover die werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
                                        arbeidsmarkt;</al></li><li nr="b."><al>niet zijn bedoeld als re-integratievoorziening;</al></li><li nr="c."><al>worden verricht naast of in aanvulling op vrijwillige
                                        tegenprestatie;</al></li><li nr="d."><al>worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid;
                                        en</al></li><li nr="e."><al>niet leiden tot verdringing van reguliere arbeid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt de aard, de duur en de omvang van de
                                verplichte tegenprestatie vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijwillige tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bevordert de deelname aan vrijwillige
                                tegenprestatie. Deze kan plaatsvinden middels vrijwilligerswerk of
                                mantelzorg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er is sprake van een vrijwillige tegenprestatie als de te verrichten
                                onverplichte en onbeloonde maatschappelijke activiteiten gedurende
                                gemiddeld acht uren per week plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het opdragen van een verplichte tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan een belanghebbende een verplichte
                                tegenprestatie opdragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het opdragen van een verplichte tegenprestatie houdt het
                                dagelijks bestuur rekening met de volgende factoren:</al><lijst><li nr="a."><al>het vermogen van de belanghebbende om die tegenprestatie te
                                        kunnen verrichten;</al></li><li nr="b."><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van
                                        een belanghebbende worden in aanmerking genomen;</al></li><li nr="c."><al>de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende
                                        worden in overweging genomen;</al></li><li nr="d."><al>als een belanghebbende al onbeloonde maatschappelijke
                                        activiteiten, zoals een vrijwilligerswerk en/ of mantelzorg,
                                        verricht wordt daarmee rekening gehouden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid draagt het dagelijks bestuur geen
                                tegenprestatie op aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de belanghebbende die aantoonbaar een vrijwilligerswerk
                                        verricht dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is
                                        met een verplichte tegenprestatie als bedoeld in deze
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende die aantoonbaar mantelzorg verricht voor
                                        zover het verrichten van die mantelzorg naar het oordeel van
                                        het dagelijks bestuur redelijkerwijs noodzakelijk is en qua
                                        omvang minimaal vergelijkbaar is met een verplichte
                                        tegenprestatie als bedoeld in deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>de alleenstaande ouder met ontheffing als bedoeld in artikel
                                        9a, eerste lid, van de Participatiewet;</al></li><li nr="d."><al>de belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt
                                        is, als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar
                                        arbeidsvermogen;</al></li><li nr="e."><al>de belanghebbende voor wie naar het oordeel van het
                                        dagelijks bestuur het uitvoeren van een tegenprestatie
                                        belemmerend werkt op zijn re-integratie;</al></li><li nr="f."><al>de belanghebbende die, naar het oordeel van het dagelijks
                                        bestuur, aantoonbaar voldoende arbeid in deeltijd verricht.
                                    </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Invulling verplichte tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur geeft de belanghebbende de gelegenheid om zelf
                                op zoek te gaan naar onbeloonde maatschappelijk nuttige
                                werkzaamheden die hij als vrijwillige tegenprestatie kan verrichten.
                                Het dagelijks bestuur stelt hiervoor een redelijke termijn
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur beoordeelt of de werkzaamheden als bedoeld in
                                het eerste lid voldoen aan de voorwaarden als genoemd in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan de gestelde termijn, als bedoeld in het
                                eerste lid, verlengen, indien daarvoor naar het oordeel van het
                                dagelijks bestuur redenen zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belanghebbende niet binnen de in het eerste lid bedoelde
                                termijn onbeloonde werkzaamheden heeft gevonden, dan bepaalt het
                                dagelijks bestuur de invulling van de verplichte
                                tegenprestatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Duur en omvang van een verplichte tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verplichte tegenprestatie wordt opgedragen voor de duur van in
                                eerste instantie twaalf maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de periode als genoemd in het eerste lid wordt de duur verlengd
                                met 12 maanden, nadat het dagelijks bestuur heeft beoordeeld of de
                                omstandigheden en situatie van de belanghebbende onveranderd zijn
                                gebleven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verplichte tegenprestatie wordt opgedragen voor gemiddeld acht
                                uren per week.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt geen verplichte tegenprestatie op
                                indien geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet
                                als verplichte tegenprestatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan werkzaamheden als verplichte
                                tegenprestatie opdragen die zowel binnen als buiten de
                                gemeentegrenzen verricht worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het dagelijks bestuur geen verplichte tegenprestatie opdraagt
                                omdat geen werkzaamheden voorhanden zijn, beoordeelt het dagelijks
                                bestuur binnen zes maanden of op dat moment wel werkzaamheden
                                voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als verplichte
                                tegenprestatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Medewerkingsplicht en/ of afstemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belanghebbende is verplicht alle medewerking te verlenen die
                                redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die een vrijwillige tegenprestatie vervult, is verplicht aan
                                het dagelijks bestuur mededeling te doen van feiten en
                                omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze
                                van invloed kunnen zijn op een op te leggen verplichte
                                tegenprestatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene aan wie bij of krachtens deze verordening een verplichte
                                tegenprestatie is opgelegd, is verplicht aan het dagelijks bestuur
                                mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn
                                op de verplichte tegenprestatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belanghebbende niet aan de verplichting voldoet als
                                bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, verlaagt het dagelijks
                                bestuur de uitkering conform hetgeen is bepaald in de
                                Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                            uitkeringsgerechtigde afwijken van de bepalingen van deze verordening,
                            indien toepassing van de verordening tot onbillijkhed en van overwegende
                            aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Verhouding met eerder vastgestelde verordening</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening houdt met ingang van 1
                            januari 2017 de op 29 januari 2015 door het algemeen bestuur
                            vastgestelde verordening op te bestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie
                            Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017 Dienst SoZaWe Nw. Fryslân.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de
                        Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Het bestuur voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J. Hoekstra-Sikkema,</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Drs. M.J. Jellema</ondertekening><ondertekening>secretaris/directeur</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het dagelijks bestuur is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen
                    een tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct
                    samenhangt met arbeidsinschakeling. Een tegenprestatie kan opgelegd worden aan
                    een belanghebbende van achttien jaar of ouder doch jonger dan de
                    pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag van melding. Dit is vastgelegd in
                    artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De tegenprestatie
                    bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college i.c. het dagelijks
                    bestuur opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te
                    verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot
                    verdringing op de arbeidsmarkt.</al><al/><tussenkop>Onderscheid vrijwillige – en verplichte tegenprestatie</tussenkop><al>In de verordening wordt een onderscheid gemaakt tussen vrijwillige
                    tegenprestatie en verplichte tegenprestatie. Onder vrijwillige tegenprestatie
                    wordt verstaan vrijwilligerswerk of mantelzorg welke qua omvang minimaal
                    vergelijkbaar is met de verplichte tegenprestatie. Voor zover mogelijk wordt de
                    vrijwillige tegenprestatie bevordert ten opzichte van de verplichte
                    tegenprestatie. Hierdoor is het opdragen van een verplichte tegenprestatie
                    veelal niet meer nodig.</al><al/><tussenkop>Verordeningsplicht </tussenkop><al>De Participatiewet, de IOAW en IOAZ legt de verplichting op om bij verordening
                    regels vast te stellen over het opdragen van een tegenprestatie aan mensen met
                    een bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar tot de pensioengerechtigde
                    leeftijd. Het is aan de gemeente i.c. de Dienst om de duur, omvang en inhoud van
                    de tegenprestatie te regelen (zie TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6).</al><al/><tussenkop>Individuele omstandigheden </tussenkop><al>Het dagelijks bestuur bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en
                    de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard,
                    de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij
                    moet het dagelijks bestuur de in deze verordening neergelegde criteria in acht
                    nemen. Als het dagelijks bestuur een tegenprestatie vraagt van belanghebbende,
                    moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden.
                    Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van
                    hem verwacht wordt (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                    ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171).</al><al/><tussenkop>Geen tegenprestatie </tussenkop><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het
                    dagelijks bestuur in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de
                    plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de
                    Participatiewet). </al><al>Er wordt ook geen tegenprestatie opgelegd als de belanghebbende aantoonbaar
                    voldoende vrijwilligerswerk verricht. </al><al>In deze verordening noemen wij het verrichten van zorgtaken, mantelzorg of
                    vrijwilligerswerk ook wel een vrijwillige tegenprestatie. </al><al/><al>De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die
                    volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet
                    werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de
                    Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op
                    een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in
                    artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de
                    Participatiewet).</al><al/><tussenkop>Afstemmen</tussenkop><al>Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt
                    voor het niet nakomen van de verplichte tegenprestatie dat de bijstand kan
                    worden afgestemd overeenkomstig de afstemmingsverordening.</al><al/><tussenkop>Bevoegdheid opdragen tegenprestatie </tussenkop><al>De bevoegdheid van het dagelijks bestuur om een belanghebbende te verplichten
                    naar vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De
                    regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid
                    is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk,
                    arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ook
                    noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten (TK
                    2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 29).</al><al/><tussenkop>Tegenprestatie is geen re-integratievoorziening</tussenkop><al>De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen
                    van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet primair tot
                    doel de re-integratie van een belanghebbende te bevorderen, maar moet worden
                    gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7,
                    p. 49-50). De tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding
                    tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als re-integratievoorziening. Voorts mag
                    een tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van re-integratie
                    inspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt geldt werk boven
                    uitkering.</al><tussenkop> </tussenkop><al/><al> </al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet
                    bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze
                    verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening.</al><al/><tussenkop>Vrijwillige tegenprestatie</tussenkop><al>Dit nieuwe begrip is in deze verordening opgenomen om daarmee een onderscheid te
                    maken tussen het vrijwilligerswerk, mantelzorg of overige onverplichte en
                    onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden en de tegenprestatie die op
                    grond van artikel 9, eerste lid onderdeel c verplicht kan worden opgelegd
                    (verplichte tegenprestatie).</al><al/><tussenkop>Mantelzorg </tussenkop><al>In artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van mantelzorg. Deze
                    begrips-bepaling is gebaseerd op het begrip zoals dat wordt gehanteerd in de Wet
                    maatschappelijke ondersteuning (zie artikel 1, eerste lid, van de Wet
                    maatschappelijke ondersteuning). De mantelzorgachtige activiteiten worden in het
                    kader van deze verordening gelijkgesteld met de definitie van mantelzorg.</al><al/><al>Onder mantelzorg wordt verstaan: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid,
                    participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van
                    jeugdigen en zorg en overige Diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die
                    rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en
                    die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Doorgaans
                    zijn mantelzorgers personen met wie degene die de zorg ontvangt regelmatig
                    contact houdt. De mantelzorger en de persoon die de zorg ontvangt, hoeven niet
                    per se in één huis te wonen.</al><al>Het begrip 'mantelzorg' is van belang omdat artikel 5 van deze verordening
                    bepaalt dat het dagelijks bestuur geen tegenprestatie opdraagt indien een
                    belanghebbende mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar
                    het oordeel van het dagelijks bestuur redelijkerwijs noodzakelijk is.</al><al/><al>Uit kamerstukken met betrekking tot het begrip 'mantelzorg' zoals neergelegd in
                    de Wet maatschappelijke ondersteuning volgt dat de vier belangrijkste kenmerken
                    van mantelzorg zijn:</al><lijst><li nr="•"><al>er is een bestaande sociale relatie tussen de zorgvrager en de
                            zorgverlener; </al></li><li nr="•"><al>mantelzorg wordt niet verricht in een georganiseerd verband; </al></li><li nr="•"><al>het verrichten van mantelzorg is veelal geen bewuste keuze; </al></li><li nr="•"><al>het verlenen van mantelzorg is nooit afdwingbaar. </al></li></lijst><al>Deze kenmerken zijn ontleend aan diverse kamerstukken zoals TK 2004 - 2005, 30 1
                    69, nr. 1 (Notitie "De mantelzorger in beeld") en TK 2005 - 2006, 30 131, nr.
                    C.</al><al/><al>Voor mantelzorg is vereist dat de verleende zorg de gebruikelijke zorg van
                    huisgenoten voor elkaar overstijgt. Het gaat hierbij om hulp die verder gaat dan
                    gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg die
                    partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te
                    bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijke huishouding voeren en op die
                    grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat
                    huishouden.</al><al>Bij mantelzorg, verleend door personen uit de directe omgeving van de zorgvrager
                    en rechtstreeks voortvloeiend uit de sociale relatie, wordt de normale
                    (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en/of intensiteit aanmerkelijk
                    overschreden.</al><al/><tussenkop>Vrijwilligerswerk</tussenkop><al>Zoals uit de definitie blijkt, heeft vrijwilligerswerk een aantal
                    kenmerken:</al><lijst><li nr="-"><al>het is onbetaald,</al></li><li nr="-"><al>het is niet verplicht,</al></li><li nr="-"><al>het komt ten goede van anderen of de samenleving,</al></li><li nr="-"><al>er is een zekere mate van organisatie.</al></li></lijst><al>Deze vier kenmerken van vrijwilligerswerk kunnen elk op een strenge of meer
                    soepele wijze geïnterpreteerd worden. Het vrijwilligerswerk kan in het algemeen
                    belang of in een specifiek maatschappelijk belang zijn, maar daarnaast bestaat
                    ook clubbelang of dat van een cliënt of patiënt.</al><al>Vrijwilligerswerk wordt door veel vrijwilligers niet als werk gezien maar wel
                    als een vorm van verantwoordelijkheid. Veel vrijwilligers krijgen een vorm van
                    beloning. Deze beloning kan een onkostenvergoeding zijn maar ook semi-betaald
                    werken met behoud met behoud van uitkering. </al><al>Voor sommige vrijwilligers geldt vrijwilligerswerk als een offilciele functie,
                    voor anderen is het daarentegen ad hoc of eenmalig.</al><al/><al>Mantelzorg valt buiten de definitie van vrijwilligerswerk. Het vindt plaats in
                    een informele setting, dat wil zeggen in familieverband, vrienden- of
                    kennissenkring. In die zin ontbreekt het georganiseerd verband. Het onverplichte
                    karakter is in de beleving van mantelzorgers vaak evenmin aanwezig, de
                    verplichting wordt op z’n minst sterk gevoeld vanuit morele overwegingen.
                    Overigens noemen veel mantelzorgers hun zorg vaak juist wel
                    vrijwilligerswerk.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2. Verslag over beleid</vet></al><al>Het dagelijks bestuur zendt periodiek (bijvoorbeeld gelijktijdig met de
                    beleidscyclus) aan het algemeen bestuur van de Dienst een verslag over de
                    doeltreffendheid van het beleid inzake het opdragen van de verplichte
                    tegenprestatie</al><al/><al/><al><vet>Artikel 3. Inhoud van de verplichte tegenprestatie</vet></al><al>In dit artikel wordt een onderscheid gemaakt tussen de vrijwillige
                    tegenprestatie en de verplichte tegenprestatie. Voor zover voldoende vrijwillige
                    tegenprestatie wordt verricht wordt geen verplichte tegenprestatie meer
                    opgelegd. </al><al/><al>Het dagelijks bestuur bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en
                    de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard,
                    de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen verplichte
                    tegenprestatie. Hierbij moet het dagelijks bestuur de in deze verordening
                    neergelegde criteria in acht nemen.</al><al/><al>Bij een (vrijwillige of verplichte) tegenprestatie gaat het om activiteiten waar
                    duidelijk geen betaling tegenover staat (er mag bijvoorbeeld geen vacature open
                    staan voor dezelfde of bijna dezelfde activiteiten). De tegenprestatie omvat
                    activiteiten die onder normale bedrijfseconomische omstandigheden niet rendabel
                    zijn om een gezonde bedrijfsvoering op orde te houden en het betreft kortdurende
                    werkzaamheden, beperkt in omvang en duur.</al><al/><al>Het tweede lid stelt voorwaarden ten aanzien van de inhoud van de verplichte
                    tegenprestatie. Het dagelijks bestuur dient maatwerk toe te passen bij het
                    opdragen van een verplichte tegenprestatie. Rekening moet worden gehouden met de
                    individuele omstandigheden van belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding,
                    werkervaring en andere relevante persoonlijke omstandigheden. De werkzaamheden
                    worden immers opgedragen ‘naar vermogen’. Het is dus van belang dat
                    belanghebbende ook in staat is de werkzaamheden te verrichten (zie Rechtbank
                    Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649, ECLI: NL: RBZWB: 2013:
                    BZ5171).</al><al/><al>Als het dagelijks bestuur een verplichte tegenprestatie vraagt van
                    belanghebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten
                    werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke
                    tegenprestatie van hem wordt verwacht (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
                    25-02-2013, nr. 12/3649, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171).</al><al/><tussenkop>Additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden </tussenkop><al>Bepaald is dat de verplichte tegenprestatie onbeloonde maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden betreffen die additioneel van aard zijn. De maatschappelijk
                    nuttige werkzaamheden in het kader van de verplichte tegenprestatie dienen zich
                    te onderscheiden van werkzaamheden die door de reguliere arbeidsmarkt verricht
                    worden. Het onderscheid tussen betaalde en onbetaalde werkzaamheden is
                    afhankelijk van onder meer economische factoren en van keuzes die mede op basis
                    daarvan door het bedrijfsleven en/of de overheid worden gemaakt (TK 2013-2014,
                    33 801, nr. 3, p. 30).</al><al/><tussenkop>Werkzaamheden die kunnen worden ingezet </tussenkop><al>Het dagelijks bestuur kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
                    additioneel van aard zijn, inzetten als verplichte tegenprestatie voor zover die
                    werkzaamheden voldoen aan de in artikel 3, tweede lid, van deze verordening
                    genoemde voorwaarden. Dit betekent dat de als verplichte tegenprestatie in te
                    zetten werkzaamheid:</al><lijst><li nr="a."><al>naar zijn aard niet is gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;</al></li><li nr="b."><al>niet is bedoeld als re-integratievoorziening;</al></li><li nr="c."><al>wordt verricht naast of in aanvulling op vrijwillige
                            tegenprestatie;</al></li><li nr="d."><al>wordt verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en </al></li><li nr="e."><al>niet leidt tot verdringing van reguliere arbeid.</al></li></lijst><al>Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de belangrijkste kenmerken van de
                    tegenprestatie die volgen uit de parlementaire geschiedenis (zie TK 2010-2011,
                    32 815, nr. 3, p. 14). </al><al/><tussenkop>Samenwerking met maatschappelijke organisaties:</tussenkop><al>De Dienst kan voor het werven van maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                    samenwerken met maatschappelijke organisaties zoals: welzijnsinstellingen,
                    vrijwilligerswerkorganisaties, buurthuizen en/ of sportvoorzieningen. Om ervoor
                    te zorgen dat voldoende maatschappelijk nuttige werkzaamheden voorhanden zijn,
                    is het van belang dat contacten worden onderhouden met maatschappelijke
                    organisaties. Een vrijwilligersvacaturebank bij een vrijwilligerscentrale kan
                    een belangrijk hulpmiddel zijn om het aanbod van maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden te bepalen.</al><al/><al><cursief>Verplichte tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing </cursief></al><al>De verplichte tegenprestatie mag niet worden ingezet in het kader van de
                    re-integratie. De verplichte tegenprestatie mag bovendien niet direct gericht
                    zijn op toeleiding naar de arbeidsmarkt en is dan ook niet bedoeld als
                    re-integratie-voorziening. Het betreffen werkzaamheden die worden verricht naast
                    of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet mogen leiden tot verdringing op
                    de arbeidsmarkt. Reguliere werkzaamheden kunnen daarom niet als verplichte
                    tegenprestatie worden ingezet. De verplichte tegenprestatie mag het accepteren
                    van passende arbeid of van re-integratie-inspanningen niet belemmeren. Het
                    uitgangspunt werk boven uitkering staat voorop. Dit volgt uit artikel 9, eerste
                    lid, onderdeel c, van de Participatiewet en de parlementaire geschiedenis (zie
                    TK 2010-2011, 32 815, nr. 3, p. 14).</al><al/><al/><al><vet>Artikel 4. Vrijwillige tegenprestatie</vet></al><al>Door het dagelijks bestuur wordt het verrichten van vrijwilligerswerk
                    (=vrijwillige tegenprestatie) zoveel mogelijk bevordert. Voor zover de
                    belanghebbende voldoende vrijwilligerswerk verricht kan besloten worden geen
                    verplichte tegenprestatie op te leggen. </al><al/><al>Als de omvang van een vrijwillige tegenprestatie (vrijwilligerswerk of
                    mantelzorg) minimaal overeenkomt met die van de verplichte tegenprestatie dan
                    wordt van het opleggen van een verplichte tegenprestatie afgezien.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 5. Het opdragen van een verplichte tegenprestatie</vet></al><al>Het dagelijks bestuur heeft beleidsvrijheid om een tegenprestatie op te leggen.
                    Het dagelijks bestuur bepaalt uiteindelijk of, en zo ja welke tegenprestatie
                    wordt opgedragen. Tegen een besluit tot het opdragen van een tegenprestatie kan
                    bezwaar en beroep worden aangetekend (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 49). </al><al>In het eerste lid is neergelegd dat het dagelijks bestuur in beginsel aan
                    iedereen een verplichte tegenprestatie kan opleggen, ongeacht de afstand tot de
                    arbeidsmarkt. </al><al>Een criterium hierbij is dat de verplichte tegenprestatie het accepteren van
                    passende arbeid of van re-integratie-inspanningen niet mogen belemmeren
                    aangezien werk boven uitkering als uitgangspunt geldt.</al><al/><al>In het tweede lid is neergelegd met welke factoren het dagelijks bestuur
                    rekening moet houden bij het opdragen van een verplichte tegenprestatie. </al><al>Tegenprestatie naar vermogen: de werkzaamheden die als verplichte tegenprestatie
                    ingezet worden, moeten naar vermogen door een belanghebbende verricht kunnen
                    worden. De term 'naar vermogen' heeft betrekking op de mogelijkheden waarover
                    een belanghebbende beschikt om deze werkzaamheden te verrichten. Immers, niet
                    alle onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden kunnen worden opgedragen
                    aan elke uitkeringsgerechtigde (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 30).</al><al><cursief>Persoonlijke situatie en individuele omstandigheden
                        belanghebbende:</cursief> bij het opdragen van de verplichte tegenprestatie
                    houdt het dagelijks bestuur rekening met de persoonlijke situatie en individuele
                    omstandigheden van een belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding en
                    werkervaring (Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                    ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). Tevens wordt rekening gehouden met het fysieke en
                    psychische vermogen van een belanghebbende. Bij het opdragen van de verplichte
                    tegenprestatie dient het dagelijks bestuur maatwerk te leveren. Voorts wordt bij
                    het opdragen van een verplichte tegenprestatie rekening gehouden met praktische
                    omstandigheden zoals reistijd, beschikbaarheid van kinderopvang en/ of
                    belanghebbende al maatschappelijke activiteiten verricht.</al><al><cursief>Persoonlijke wensen en kwaliteiten belanghebbende:</cursief> bij het
                    opdragen van de verplichting tot tegenprestatie houdt het dagelijks bestuur
                    rekening met de persoonlijke wensen en kwaliteiten van belanghebbende. De
                    regering vindt het belangrijk dat een belanghebbende invloed heeft op de keuze
                    van de activiteiten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 47).</al><al>Belanghebbende kan zelf ideeën aandragen voor de als verplichte tegenprestatie
                    te verrichten werkzaamheden. Het dagelijks bestuur beoordeelt de door
                    belanghebbende zelf aangedragen ideeën en kan al dan niet besluiten om het
                    voorstel van belanghebbende over te nemen en die werkzaamheden in te zetten als
                    verplichte tegenprestatie.</al><al>Uiteraard moet die werkzaamheid voldoen aan het bepaalde bij of krachtens
                    artikel 3 van deze verordening en moeten die werkzaamheid beschikbaar zijn. Het
                    dagelijks bestuur is niet gehouden te voldoen aan de wensen van een
                    belanghebbende, maar moet deze wel in de beoordeling meenemen. Als
                    belanghebbende geen voorkeur kenbaar maakt of er geen keuzemogelijkheid is, legt
                    het dagelijks bestuur een werkzaamheid op.</al><al><cursief>Maatschappelijke activiteiten door belanghebbende</cursief>: het
                    dagelijks bestuur houdt er bij het opdragen van de plicht tot tegenprestatie
                    rekening met het eventuele gegeven dat een belanghebbende al maatschappelijk
                    actief is (TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Indien een belanghebbende al een
                    maatschappelijke activiteit (vrijwilligerswerk of mantelzorg) verricht, kan het
                    dagelijks bestuur besluiten deze maatschappelijke activiteit aan te merken als
                    vrijwillige tegenprestatie. Anderzijds kan, als de omvang van de vrijwillige
                    tegenprestatie dermate gering is, het dagelijks bestuur besluiten aanvullend een
                    verplichte tegenprestatie op te leggen.</al><al>Een voorbeeld van maatschappelijke activiteiten kan zijn: de zorg voor een ouder
                    of een gehandicapt kind. Het dagelijks bestuur beoordeelt de maatschappelijke
                    activiteiten en houdt daarbij rekening met de duur en omvang.</al><al/><tussenkop>Geen tegenprestatie </tussenkop><al>In artikel 5, derde lid, is vastgelegd aan welke doelgroepen geen verplichte
                    tegenprestatie wordt opgelegd.</al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het
                    dagelijks bestuur in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de
                    plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de
                    Participatiewet).</al><al>De verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie is niet van toepassing
                    op een belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, als bedoeld
                    in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde
                    lid, van de Participatiewet) De verplichting tot tegenprestatie is eveneens niet
                    van toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing
                    als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9,
                    zevende lid, van de Participatiewet).</al><al/><al>In het derde lid is eveneens bepaald dat geen verplichte tegenprestatie wordt
                    opgedragen indien een belanghebbende aantoonbaar voldoende vrijwilligerswerk of
                    mantelzorg verricht en het dagelijks bestuur het verrichten hiervan
                    redelijkerwijze noodzakelijk vindt. De regering heeft deze mogelijkheid
                    uitdrukkelijk benoemd in de nota van wijziging met betrekking tot de Wet
                    maatregelen WWB (TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Of sprake is van
                    mantelzorg wordt getoetst aan de criteria van het begrip mantelzorg zoals
                    neergelegd in artikel 1 van deze verordening. Verricht een belanghebbende
                    mantelzorg in de zin van deze verordening en is het verrichten van mantelzorg
                    volgens het dagelijks bestuur redelijkerwijs noodzakelijk, dan draagt het
                    dagelijks bestuur een belanghebbende geen verplichte tegenprestatie op.</al><al>Dit geldt ook voor het verrichten van vrijwilligerswerk. Het dagelijks bestuur
                    kan besluiten vrijwilligerswerk aan te merken als een vrijwillige
                    tegenprestatie. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de minimale omvang
                    van die tegenprestatie zoals neergelegd in artikel 4 van deze verordening. De
                    aard van het vrijwilligerswerk speelt hierbij een rol.</al><al>Onder vrijwilligerswerk wordt in het algemeen verstaan: werk dat in enig verband
                    onverplicht en onbetaald wordt verricht, voor anderen of de samenleving
                    (vergelijk TK 2005-2006, 30 334, nr. 1, p. 2).</al><al/><tussenkop>Tegenprestatie is geen re-integratievoorziening</tussenkop><al>Een verplichte tegenprestatie is geen re-integratievoorziening. Voor
                    uitkeringsgerechtigden is het belangrijkste om zelfstandig een inkomen te
                    verdienen. Daarom is hier opgenomen dat geen tegenprestatie wordt opgedragen aan
                    die uitkeringsgerechtigde van wie het uitvoeren van een tegenprestatie zijn
                    re-integratie op de arbeidsmarkt in de weg staat.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 6. Invulling verplichte tegenprestatie</vet></al><al>Het uitgangspunt van de Participatiewet is dat de Dienst mensen aanspreekt op de
                    eigen verantwoordelijkheid. Iedereen is zelf verantwoordelijk voor de regie over
                    zijn/ haar leven. Te snel wordt voorbijgegaan aan wat de klant zelf of met hulp
                    van de directe omgeving kan doen. Het uit handen nemen van problemen werkt
                    meestal averechts op het zelf oplossend vermogen en de eigenwaarde van mensen.
                    De zeggenschap, zelfredzaamheid en eigen kracht van de klant en zijn omgeving
                    vormen voor gemeenten i.c. de Dienst daarom het vertrekpunt bij de wijze en mate
                    van ondersteuning, controle en handhaving.</al><al>Met betrekking tot de invulling van de verplichte tegenprestatie wordt hierbij
                    aangesloten door de klant in eerste instantie zelf te laten zoeken naar
                    geschikte activiteiten. Het dagelijks bestuur spreekt vooraf op basis van
                    maatwerk een termijn af.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 7. Duur en omvang van een verplichte tegenprestatie</vet></al><al>Het dagelijks bestuur bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en
                    de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard,
                    de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen verplichte
                    tegenprestatie. Hierbij moet het dagelijks bestuur de in deze verordening
                    neergelegde criteria in acht nemen. Artikel 7 van deze verordening stelt
                    voorwaarden ten aanzien van de duur en omvang van de verplichte
                    tegenprestatie.</al><al/><tussenkop>Individuele omstandigheden </tussenkop><al>Het dagelijks bestuur beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden van
                    een belanghebbende de omvang en de duur van de verplichte tegenprestatie. De
                    omvang van de werkzaamheden en de duur in de tijd dienen in de regel beperkt te
                    zijn. Dat betekent dat steeds een afweging wordt gemaakt op basis van de
                    situatie in welke mate een tegenprestatie verlangd kan worden (TK 2013-2014, 33
                    801, nr. 30).</al><al/><tussenkop>Maximale duur tegenprestatie</tussenkop><al>De tegenprestatie wordt ingezet voor een maximale duur van twaalf maanden. Uit
                    het onderzoeksrapport "Voor wat hoort wat" blijkt dat bij ongeveer de helft van
                    de gemeenten die de verplichte tegenprestatie uitvoeren de gemiddelde duur
                    korter is dan een half jaar en bij iets minder dan de helft is de gemiddelde
                    duur meer dan een half jaar. Het is van belang dat de duur beperkt is. </al><al>Het tweede lid, regelt dat de duur van het opdragen van een tegenprestatie na
                    een periode van twaalf maanden nogmaals met een periode van twaalf maanden
                    verlengd kan worden.</al><al>Het derde lid, regelt dat de verplichte tegenprestatie wordt ingezet voor een
                    maximaal aantal uren van gemiddeld 8 uren per week.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 8. Geen werkzaamheden voorhanden</vet></al><al>De Participatiewet verplicht gemeenten niet om buiten de eigen gemeentegrens een
                    tegenprestatie te laten verrichten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 51).
                    Desondanks kan het voorkomen dat werkzaamheden, die als een verplichte
                    tegenprestatie kunnen worden voorgedragen, zowel binnen als buiten de
                    gemeentegrenzen voorhanden zijn.</al><al/><al>Indien het dagelijks bestuur geen verplichte tegenprestatie oplegt omdat er
                    zowel binnen als buiten de eigen gemeentegrenzen geen onbeloonde maatschappelijk
                    nuttige werkzaamheden voorhanden zijn, wordt binnen zes maanden een heronderzoek
                    uitgevoerd om te beoordelen of op dat moment wel maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden.</al><al>Ter uitvoering hiervan dient te worden samengewerkt met omliggende
                    gemeenten.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 9. Medewerkingsplicht en/ of afstemming</vet></al><tussenkop>Weigering verplichte tegenprestatie</tussenkop><al>Het dagelijks bestuur dient bij weigering van belanghebbende om de verplichte
                    tegenprestatie te verrichten, op basis van het individuele geval de hoogte en de
                    duur van de op te leggen maatregel te bepalen (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p.
                    29). De hoogte en duur van de verlaging is opgenomen in de
                    Afstemmingsverordening Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 10. Hardheidsclausule</vet></al><al>Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van
                    uitkeringsgerechtigde afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien
                    toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                    leidt.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 11. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 12. Verhouding met eerder vastgestelde verordening</vet></al><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening houdt met ingang van 1 januari 2017
                    de eerder door het algemeen bestuur vastgestelde verordening op te bestaan.
                    Uitzondering hierop is dat als voor 1 januari 2017 op basis van de toen geldende
                    verordening een tegenprestatie aan een belanghebbende is opgelegd de bepalingen
                    van die verordening blijven gelden voor de duur van die tegenprestatie zoals
                    bedoeld in artikel 8, eerste lid.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 13. Citeertitel </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>