<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436951_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Uden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 22 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Uden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-09-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging van artikel(s): verval art. 1.3, wijziging 1:8, 2:25, 2:78a, 3:5a APV Uden</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 15 december 2016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregel sluitingstijden 2014</al><al>Brabants Alcohol- en Horecasanctiebeleid</al><al>Aanwijzingsbesluit Collectieve Festiviteiten</al><al>Beleidslijn voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 2013</al><al>Aanwijzing gebied ex art. 2.4.8, eerste lid, APV Uden over hinderlijk drankgebruik (vastgesteld 02-07-1996; bekendgemaakt 03-07-1996; in werking 15-07-1996</al><al>Aanwijzingsbesluit cameratoezicht Uden</al><al>Aanwijzingsbesluit cameratoezicht horecaconcentratiegebied Uden 05-10-2016 / Gemeenteblad 2016, 137223</al><al>Aanwijzingsbesluit controle Algemene Plaatselijke Verordening 20-07-2016 / Gemeenteblad 2016, 99444</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Betreft de negende wijziging APV Uden</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Uden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al/><al>gelezen de voorstellen van het College van burgemeester en wethouders
                        van 10 december 2013;</al><al/><al>gelet op de artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t</al><al/><al>vast te stellen de </al><al/><al/><al>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Uden </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bebouwde kom : de bebouwde kom of kommen zoals vastgesteld op
                                    grond van artikel 20a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerk : bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening;</al></li><li nr="c."><al>college : College van burgemeester en wethouders, of indien de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is, is
                                    bedoeld het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van die wet;</al></li><li nr="d."><al>gebouw : gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de
                                    Woningwet;</al></li><li nr="e."><al>handelsreclame : iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="f."><al>melding : melding die in ieder geval naam, adres en
                                    contactgegevens van de melder bevat, en een beschrijving van de
                                    aard en omvang van de activiteit of het voorwerp met het oog
                                    waarop de melding wordt gedaan;</al></li><li nr="g."><al>openbaar water : wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="h."><al>openbare plaats : plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet
                                    openbare manifestaties;</al></li><li nr="i."><al>rechthebbende : degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="j."><al>weg : weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                                ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is,
                                geldt in afwijking van het tweede lid, artikel 3.9 van die wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning of ontheffing kan worden geweigerd in het belang
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de
                                aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de
                                beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke
                                behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van wanordelijkheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en wanordelijkheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, zich onnodig op te dringen of door uitdagend
                                    gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor wanordelijkheden
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                            toeloop van publiek waardoor wanordelijkheden ontstaan
                                            of dreigen te ontstaan; of,</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, </al><al> is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie
                                            zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen
                                            richting te verwijderen.3. Het is verboden zich te
                                            begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die
                                            door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang
                                            van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                            wanordelijkheden zijn afgezet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging
                                    en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                            en,</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt, zal
                                            treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag en daarmee gelijkgestelde dag in de
                                    zin van de Algemene termijnenwet, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de op de werkdag die aan de dag van dat
                                    tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op expliciet
                                    verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze
                                    termijn.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de openbare plaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke
                                    functie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer of onderhoud van de weg; of</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneerniet tenminste een vrije doorgang van 1,50
                                    meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 meter op de rijbaan
                                    voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen en reclameborden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het
                                    eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit
                                    betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of
                                    onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;</al></li><li nr="c."><al>bij het horecabedrijf behorende terrassen als bedoeld in
                                            artikel 2:27; en</al></li><li nr="d."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijk regeling
                                            een vergunning voor het gebruik van de weg is
                                            verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale
                                    wegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van
                                    het college een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te
                                    breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van
                                    de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                    brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een bestuursorgaan of openbaar
                                    lichaam, danwel in zijn opdracht, bij het uitvoeren van zijn
                                    publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de Verordening wegen
                                    Noord-Brabant 2010, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet
                                    of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente
                                    Uden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te
                                    maken of te hebben naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing voor uitwegen die aangelegd
                                    worden of zijn in gebieden die door of in opdracht van de
                                    gemeente woonrijp zijn of worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met het
                                    bestemmingsplan, de beheersverordening, het exploitatieplan of
                                    het voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd
                                    in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van groenvoorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>het behoud van openbare parkeerplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994
                                    of de Wegenverordening Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de openbare plaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is
                                    verplicht deze:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                    herkenningsteken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>te voorzien van een goed werkend muntmechanisme of een hiervoor
                                    structureel vervangbaar goed werkend systeem, en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving
                                    van dat bedrijf.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een
                                    openbare plaats achter te laten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid onder b bepaalde geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan, bluswaterwinplaats of een andere
                                afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                onzichtbaar te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                    voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                    verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                    verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verplichting geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Waterwet, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of het
                                    Provinciaal Waterreglement Noord-Brabant.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bioscoopvoorstellingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>markten als bedoeld in de Marktverordening gemeente Uden en
                                    artikel 5.22 van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet
                                    gelegenheid geven tot dansen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet
                                    openbare manifestaties;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                    verordening;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>sportwedstrijden, niet zijnde free-, cage-, en ultimate fight
                                    evenementen of daarmee vergelijkbare evenementen, en
                                    theatervoorstellingen die plaatsvinden op of in daartoe bestemde
                                    terreinen of gebouwen;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>algemene kermissen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de
                                    Kermisverordening gemeente Uden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een braderie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3
                                    van deze verordening, op de weg;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                    weg;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een feest met kleinschalige activiteiten om vermaak en
                                    ontspanning te bieden op één dag (klein evenement).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen in de
                                    openlucht of 50 personen binnen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het evenement tussen 08.00 uur en 01.00 uur plaatsvindt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08.00 uur dan wel na
                                    23.00 uur, of na 24.00 uur op een avond voorafgaand aan een
                                    zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag en daarmee
                                    gelijkgestelde dag in de zin van de Algemene termijnenwet;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de
                                    hulpdiensten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van
                                    minder dan 10 m2 per object;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de organisator binnen vijf werkdagen voorafgaand aan het
                                    evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen drie dagen na ontvangst van de
                                    melding voorschriften en beperkingen stellen of besluiten het
                                    organiseren van een klein evenement te verbieden, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                    volksgezondheid of het milieu in gevaar komt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>onvoldoende informatie is verstrekt om te kunnen beoordelen of
                                    de situatie zich voordoet onder sub a.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto artikel 148, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen voor evenementen op een
                                    evenemententerrein ten aanzien van de beperking van de duur, het
                                    maximum en de verspreiding.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement, alsook bij de activiteiten
                                genoemd in artikel 2:24, eerste lid, onder a tot en met h, de orde
                                te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt
                                        onder meer verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                        cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.
                                        Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit
                                        bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden; </al></li><li nr="2."><al>Terras: een buiten de lokaliteit van de inrichting liggend
                                        deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan
                                        worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt. </al><al> Het terras maakt onderdeel uit van de inrichting.</al></li><li nr="3."><al>Droge horeca: horecabedrijven die zich uitsluitend of in
                                        hoofdzaak richten op het verstrekken van spijzen en/of
                                        maaltijden en die geen alcoholische dranken
                                        verstrekken.</al></li><li nr="4."><al>Natte horeca, bestaande uit harde of zachte horeca;</al><lijst><li nr="a."><al>Harde horeca: horecabedrijven die zich uitsluitend
                                                of in hoofdzaak richten op het verstrekken van al
                                                dan niet alcoholische dranken voor gebruik ter
                                                plaatse en het ten gehore brengen van levende en/of
                                                mechanische muziek, met uitzondering van
                                                nachtinrichtingen;</al></li><li nr="b."><al>Zachte horeca: horecabedrijven die zich in hoofdzaak
                                                richten op het verstrekken van spijzen en/of
                                                maaltijden en/of het verstrekken van logies.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Nachtinrichting: een als zodanig door de burgemeester
                                        aangewezen horecabedrijf, gelegen in het
                                        horecaconcentratiegebied, als bedoeld in artikel 2:27a.
                                    </al></li><li nr="6."><al>Horecaconcentratiegebied: het gebied waarin gelegen de
                                        horecabedrijven waarvoor de sluitingstijden worden bepaald
                                        op basis van artikel 2:29hierna, te weten; Markt, St.
                                        Janstraat en Birgittinessenstraat t/m nr. 1c.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27a</nr><titel>Nachtinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan op verzoek van de exploitant of degene die
                                    voornemens is als zodanig op te treden het door hem
                                    geëxploiteerde dan wel te exploiteren horecabedrijf tot de
                                    uitoefening waarvan behoort het bedrijfsmatig verstrekken van
                                    alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, toestemming
                                    verlenen deze als nachtinrichting te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toestemming het horecabedrijf als nachtinrichting te
                                    exploiteren wordt geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien vaststaat of met reden te vrezen is dat de
                                            inrichting overlast zal veroorzaken of het woon- of
                                            leefklimaat zal aantasten, dan wel;</al></li><li nr="b."><al>indien aanwijzing als nachtinrichting anderszins in
                                            strijd is met de openbare orde of volksgezondheid dan
                                            wel enig ander tot de huishouding van de gemeente
                                            behorend belang.</al><lijst><li nr="3."><al>De toestemming het horecabedrijf als
                                                  nachtinrichting te exploiteren vervalt, indien de
                                                  exploitatie van die inrichting als nachtinrichting
                                                  wordt gestaakt.</al></li><li nr="4."><al>De toestemming het horecabedrijf als
                                                  nachtinrichting te exploiteren vervalt tevens
                                                  indien de nachtinrichting niet langer door de
                                                  exploitant op wiens verzoek de toestemming is
                                                  verleend, wordt geëxploiteerd.</al></li><li nr="5."><al>Na 03.00 uur mogen geen bezoekers meer tot de
                                                  nachtinrichting toegelaten worden. De toegang tot
                                                  de nachtinrichting moet daartoe vanaf dat tijdstip
                                                  voor inkomende bezoekers gesloten zijn. </al></li><li nr="6."><al>Op de toestemming is paragraaf 4.1.3.3 van de
                                                  Algemene wet bestuursrecht niet van
                                                  toepassing.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28.</nr><titel>Nadere voorwaarden bij sluiting nat horecabedrijf na 02.15
                                    uur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op dagen waarop een nat horecabedrijf op grond van de artikelen
                                    2.29, 2.30a en 2.30b na 02.15 uur geopend mag zijn, dient de
                                    houder van het horecabedrijf zorg te dragen voor de aanwezigheid
                                    van een toezichthouder, vanaf 23.00 uur tot tenminste een half
                                    uur na het sluitingstijdstip, dan wel zoveel langer indien
                                    bijzondere omstandigheden daarom vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dagen waarop een nat horecabedrijf, op grond van de artikelen
                                    2.29, 2.30a en 2.30b na 02.15 uur geopend mag zijn, mogen na
                                    03.00 uur geen bezoekers meer tot het horecabedrijf toegelaten
                                    worden. De toegang tot het horecabedrijf moet daartoe vanaf dat
                                    tijdstip voor inkomende bezoekers gesloten zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthouder is een natuurlijke persoon die in
                                    overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de Wet op de
                                    particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus met
                                    betrekking tot het horecabedrijf belast is met het uitoefenen
                                    van beveiligingswerkzaamheden zoals bedoeld in artikel 1, eerste
                                    lid onder c van de Wet op de particuliere
                                    beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder heeft de taak de overlast voor de directe
                                    omgeving door inkomende en uitgaande bezoekers van de inrichting
                                    te voorkomen en zo nodig, binnen het raam van de door het recht
                                    geboden mogelijkheden, ter zake regulerend op te treden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd voor horeca binnen het
                                    horecaconcentratiegebied</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd voor horeca binnen het
                                    horecaconcentratiegebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een nat horecabedrijf mag voor bezoekers geopend zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>van zondag op maandag, maandag op dinsdag, dinsdag op
                                            woensdag en woensdag op donderdag tussen 08.00 uur en
                                            01.00 uur. </al></li><li nr="b."><al>van donderdag op vrijdag, vrijdag op zaterdag en
                                            zaterdag op zondag tussen 08.00 uur en 03.00 uur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>nachtinrichtingen.</al></li><li nr="b."><al>horecabedrijven die zich uitsluitend richten op het
                                            verschaffen van nachtverblijf.</al></li><li nr="c."><al>horecabedrijven die zich uitsluitend richten op het
                                            verstrekken van ontbijt na nachtverblijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een droog horecabedrijf, mag voor bezoekers geopend zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>van zondag op maandag, maandag op dinsdag, dinsdag op
                                            woensdag en van woensdag op donderdag tussen 08.00 uur
                                            en 02.00 uur. </al></li><li nr="b."><al>van donderdag op vrijdag, van vrijdag op zaterdag en
                                            zaterdag op zondag tussen 08.00 uur en 03.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een nachtinrichting mag voor bezoekers geopend zijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Van maandag op dinsdag, dinsdag op woensdag en van woensdag op
                                    donderdag tussen 08.00 uur en 01.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Van donderdag op vrijdag, vrijdag op zaterdag, zaterdag op
                                    zondag en van zondag op maandag tussen 08.00 uur en 04.30
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het eventueel bij het horecabedrijf, niet zijnde een
                                    nachtinrichting, behorende terras dient, indien sprake is van
                                    een sluitingstijdstip op grond van het eerste lid, sub b. en
                                    derde lid, sub b. van dit artikel of artikel 2.30a, uiterlijk om
                                    02.30 uur actief van bezoekers en servies te worden
                                    ontruimd.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het eventueel bij een nachtinrichting behorend terras dient,
                                    indien sprake is van een sluitingstijdstip op grond van het
                                    vierde lid, sub b. van dit artikel of artikel 2.30a, uiterlijk
                                    om 22.00 uur van het terrasmeubilair te zijn ontruimd. </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29a</nr><titel>Sluitingstijd voor horeca buiten het
                                    horecaconcentratiegebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een nat horecabedrijf mag voor bezoekers geopend zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>Van zondag op maandag, maandag op dinsdag, dinsdag op
                                            woensdag en woensdag op donderdag tussen 08.00 uur en
                                            01.00 uur. </al></li><li nr="b."><al>Van donderdag op vrijdag, vrijdag op zaterdag en
                                            zaterdag op zondag tussen 08.00 uur en 02.15 uur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing ten
                                    aanzien van: </al><lijst><li nr="a."><al>Horecabedrijven die zich uitsluitend richten op het
                                            verschaffen van nachtverblijf</al></li><li nr="b."><al>Horecabedrijven die zich uitsluitend richten op het
                                            verstrekken van ontbijt na nachtverblijf. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een droog horecabedrijf, mag voor bezoekers geopend zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Van zondag op maandag, maandag op dinsdag, dinsdag op
                                            woensdag en woensdag op donderdag tussen 08.00 uur en
                                            02.00 uur.</al></li><li nr="b."><al>Van donderdag op vrijdag, vrijdag op zaterdag, zaterdag
                                            op zondag tussen 08.00 uur en 03.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eventueel bij het horecabedrijf behorende terras dient,
                                    indien sprake is van een sluitingstijdstip op grond van het
                                    eerste lid, sub a. en derde lid, sub a. van dit artikel,
                                    uiterlijk om 01.00 uur te zijn ontruimd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eventueel bij het horecabedrijf behorende terras dient,
                                    indien sprake is van een sluitingstijdstip op grond van het
                                    eerste lid, sub b. en derde lid, sub b. van dit artikel of
                                    artikel 2.30a, uiterlijk om 02.00 uur te zijn ontruimd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2.29 en artikel 2.29a
                                    geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30a</nr><titel>Uitzonderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op de volgende dagen geldt voor alle natte en droge
                                        horecabedrijven, met uitzondering van de nachtinrichtingen,
                                        een sluitingstijd van 03.00 uur, tenzij op grond van artikel
                                        2.29 een later tijdstip geldt:</al></li><li nr=""><al>a.van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tijdens
                                        Carnaval;</al></li></lijst><al>b.van Eerste op Tweede Paasdag;</al><al>c.Koningsnacht (de nacht voorafgaande aan de dag waarop Koningsdag
                                wordt gevierd);</al><al>d.van de dag vóór Hemelvaartsdag op Hemelvaartsdag;</al><al>e.van Hemelvaartsdag op de volgende dag;</al><al>f.van Eerste op Tweede Pinksterdag;</al><al>g.tijdens alle dagen van de jaarlijkse kermis van Volkel (voor
                                horecabedrijven in Volkel), Uden (voor horecabedrijven in het
                                horecaconcentratiegebied) en Odiliapeel (voor horecabedrijven in
                                Odiliapeel), met uitzondering van de laatste kermisavond;</al><al>h.van Eerste op Tweede kerstdag.</al><al>2.Voor nachtinrichtingen geldt op de dagen genoemd onder het vorige
                                lid een sluitingstijdstip van 04.30 uur.</al><al>3.Tijdens de viering van Oud en Nieuw van 31 december op 1 januari
                                wordt de uiterlijke sluitingstijd van alle horecabedrijven
                                vastgesteld op 06.00 uur. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30b</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan, na melding bij deze gemeente, incidenteel
                                    ontheffing verlenen voor het geopend hebben van een
                                    horecabedrijf van zondag op maandag, met uitzondering van de
                                    nachtinrichtingen, en van maandag op dinsdag, dinsdag op
                                    woensdag of woensdag op donderdag tot maximaal 2 uur na
                                    sluitingstijd zoals vastgesteld in artikel 2.29 en 2.29a.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan, na melding bij deze gemeente, incidenteel
                                    ontheffing verlenen voor het geopend hebben van een
                                    horecabedrijf, met uitzondering van de nachtinrichtingen, van
                                    donderdag op vrijdag, vrijdag op zaterdag of zaterdag op zondag
                                    tot maximaal 1 uur na sluitingstijd zoals vastgesteld in artikel
                                    2.29 en 2.29a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan worden
                                    geweigerd en/ of ingetrokken in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in het geval van
                                    bijzondere omstandigheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al><al><vet>Artikel 2:30c Exploitatievergunning
                                    horecabedrijf</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                            vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert deze vergunning indien de
                                            exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het
                                            bestemmingsplan, de beheersverordening, het
                                            exploitatieplan of het voorbereidingsbesluit, of indien
                                            de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met
                                            betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk
                                            drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is
                                            ingediend, is afgegeven. </al></li></lijst><al>3.De burgemeester kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1.8,
                                    de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. </al><al>4.Geen vergunning is vereist voor een horecabedrijf in: </al><al>a.een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
                                    voor zover de activiteiten van de horeca een nevenactiviteit
                                    vormen van de winkelactiviteit</al><al>b.een zorginstelling of ziekenhuis;</al><al>c.een museum;</al><al>d.een bedrijfskantine- of restaurant;</al><al>e.een school of instelling;</al><al>f.een clubhuis of stationsrestauratie.</al><al>5.De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan horecabedrijven die
                                    horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                    Horecawet, indien:</al><al>a.zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van
                                    deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld,
                                    overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan
                                    in of bij de inrichting, dan wel;</al><al>b.de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich
                                    geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of
                                    2:30c, tweede of derde lid.</al><al>6.De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a.</al><al>7.Onverminderd het gestelde in het derde lid kan de burgemeester
                                    de ingebruikneming van de openbare plaats ten behoeve van een of
                                    meer bij een horecabedrijf horende terrassen weigeren: </al><al>a.indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan een openbare
                                    plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van een
                                    openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; </al><al>b.indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van een openbare plaats. </al><al>8.Het bepaalde in het zevende lid geldt niet voor zover de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement
                                    van toepassing is.</al><al>9.Op de vergunning en de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van
                                    de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.</al><al><vet>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten
                                    horecabedrijf</vet></al><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                    gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2.29 en
                                    artikel 2.29a of ingevolge een op grond van artikel 2.30, eerste
                                    lid, genomen besluit en ingevolge de ontheffing op grond van
                                    artikel 2.30, tweede lid, gesloten dient te zijn.</al><al><vet>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven</vet></al><al>1.In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                    als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur
                                    op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al><al>2.De exploitant van een horecabedrijf staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al><al><vet>Artikel 2:33 Ordeverstoring</vet></al><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al><al><vet>Artikel 2:34 Het college als bevoegd
                                    bestuursorgaan</vet></al><al>Indien een horecabedrijf geen voor het publiek openstaand gebouw
                                    of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                    Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel
                                    2.28 tot en met 2.31 op als bevoegd bestuursorgaan. </al><al><cursief>Afdeling 8a Bijzondere bepalingen Drank- en
                                        horecawet</cursief></al><al><vet>Artikel 2.34a Schenk- en sluitingstijden paracommerciële
                                        rechtspersonen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een paracommerciële rechtspersoon dat zich richt op
                                            activiteiten van sportieve aard die passen binnen de
                                            statutaire doelstelling van deze rechtspersoon kan
                                            alcoholhoudende drank verstrekken uitsluitend
                                            verstrekken op:</al></li><li nr="a."><al>maandag tot en met vrijdag van 14.00 tot 24.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>zaterdag van 12.00 tot 22.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>zondag van 12.00 tot 22.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>Een overige paracommerciële rechtspersoon dat zich richt
                                            op activiteiten die passen binnen de statutaire
                                            doelstelling van de desbetreffende rechtspersoon kan
                                            geen alcoholhoudende drank verstrekken voor 12.00 uur en
                                            niet later dan 24.00 uur.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2:34b Niet-toegestane bijeenkomsten bij
                                        paracommerciële rechtspersonen</vet></al><al>Het is niet toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken bij
                                    de in de inrichting van een paracommerciële rechtspersoon te
                                    houden bijeenkomsten:</al><lijst><li nr="a."><al>van persoonlijke aard, zoals bruiloften en
                                            partijen;</al></li><li nr="b."><al>die gericht zijn op personen die niet of niet
                                            rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                            rechtspersoon betrokken zijn.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van
                                aankomst en de dag van vertrek te verstrekken en bij zijn aankomst
                                een geldig reisdocument of een identiteitsbewijs als bedoeld in
                                artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht te overleggen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
                                    lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is
                                    verleend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de
                                    kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                    kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                    bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                    handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de
                                    kansspelen te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed
                                    door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
                                    het bestemmingsplan, de beheersverordening, het exploitatieplan
                                    of het voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><al>Alleen in een hoogdrempelige inrichting zijn maximaal twee
                                kansspelautomaten toegestaan, geheel als bedoeld in de Wet op de
                                kansspelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water te
                                    vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek,
                                    kalk, teer, kleur- of verfstof, of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    het zonder toestemming van de rechthebbende bekrassen of
                                    bekladden van een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44a</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich
                                    te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het
                                    plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien het in het eerste lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in het eerste lid
                                    bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44b</nr><titel>Vermommingen e.d.</titel></kop><al>Ieder die zich gemaskerd, vermomd of op andere wijze onherkenbaar
                                gemaakt op of aan een openbare plaats of op een andere voor publiek
                                al dan niet met enige beperking toegankelijke plaats bevindt, is op
                                eerste vordering van een politieambtenaar verplicht zich
                                onmiddellijk van zijn masker te ontdoen of zich op andere wijze
                                duidelijk herkenbaar te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen speelvelden, wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Noord-Brabant
                                    2010.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                    overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                    hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor
                                    niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of
                                    aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen
                                    onnodig overlast of hinder veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimte wordt in elk geval begrepen: een portaal, telefooncel,
                                wachtlokaal voor het openbaar vervoer, parkeergarage,
                                rijwielstalling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een evenement, markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst
                                of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die
                                    hond aangelijnd is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een
                                    andere door het college aangewezen plaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband
                                    of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                    duidelijk doet kennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod genoemd in het eerste lid onder a geldt niet op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voor de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat
                                    begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt
                                    tot geleidehond of sociale hulphond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vervaardigd is van stevig kunststof, van stevig leer of van
                                    beide stoffen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is
                                    aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet
                                    mogelijk is; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                    afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                    toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef onder c, dient een
                                    hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door
                                    de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting inde zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is
                                    aangegeven, of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee (herkauwende of eenhoevige dieren of
                                varkens) dat zich bevindt in een aan een openbare plaats liggend
                                weiland of terrein dat niet van die openbare plaats is afgescheiden
                                door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat
                                zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die openbare
                                plaats niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan
                                een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw
                                te bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover
                                    dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><al>a.de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen:</al><al>1º dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van
                                zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging;</al><al>2º van een verandering van de onder a, sub 1º , bedoelde
                                adressen;</al><al>3º als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al><al>4º dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                gegaan;</al><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Consumentenvuurwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden gelden niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1,
                                    van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Carbid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden carbid te gebruiken in de openlucht. Onder het
                                    gebruiken van carbid wordt verstaan: het in een bus, container
                                    of opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas
                                    afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en
                                    water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet op tijden waarop het op grond van het
                                    Vuurwerkbesluit is toegestaan consumentenvuurwerk af te steken,
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>daarbij gebruik wordt gemaakt van bussen met een maximale inhoud
                                    van 1 liter dan wel melkbussen met een maximale inhoud van 50
                                    liter;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het afsteken geschiedt buiten de bebouwde kom, en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er geen busdeksels of andere voorwerpen worden gebruikt om weg
                                    te schieten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet
                                    geluidhinder, het Vuurwerkbesluit, de Wet wapens en munitie, de
                                    Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke
                                    stoffen of het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op of
                                aan een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om
                                middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop
                                gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te
                                bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                                bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Verzamelingen van personen in verband met drugs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, aan een verzameling
                                    personen deel te nemen indien deze verzameling van personen
                                    verband houdt met het openlijk gebruik van of de handel in
                                    middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als
                                    bedoeld in het eerste lid, is verplicht op een daartoe strekkend
                                    bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of
                                    zich in de door deze ambtenaar aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74b</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats, op een voor publiek
                                toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw,
                                middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken,
                                toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten
                                behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te
                                hebben.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en overig
                                toezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem
                                aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats
                                indien deze personen het bepaalde in artikelen 2.1 (samenscholing en
                                wanordelijkheden), 2.10 (voorwerpen op of aan de weg in strijd met
                                de publieke functie), 2.11 (aanleggen, beschadigen en veranderen van
                                een weg), 2.16 (openen straatkolken e.d.), 2.47 (hinderlijk gedrag
                                op openbare plaatsen), 2.48 (verboden drankgebruik), 2.49 (verboden
                                gedrag bij of in gebouwen), 2.50 (hinderlijk gedrag in voor het
                                publiek toegankelijke ruimten), 2.73 (bezigen van
                                consumentenvuurwerk), 2.73a (carbidverbod) of 5.34 (verbod
                                afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te
                                stoken) van deze verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid
                                van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek
                                openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van
                                        de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor
                                        een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een
                                        openbare plaats.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien
                                        van de volgende andere plaatsen:</al></li><li nr="a."><al>een evenemententerrein;</al></li><li nr="b."><al>een parkeerterrein,</al></li></lijst><al>in beide gevallen voor zover het terrein voor een ieder toegankelijk
                                is en ongeacht of de rechthebbende maatregelen heeft getroffen voor
                                het betreden van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, aan een
                                    persoon die een of meer strafbare feiten pleegt of openbare orde
                                    verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende
                                    ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de
                                    gemeente op een openbare plaats op te houden;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan, met het oog op de in het eerste lid
                                    genoemde belangen, aan een persoon aan wie eerder een bevel als
                                    bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw een of meer
                                    strafbare feiten pleegt of een openbare orde verstorende
                                    handeling verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste
                                    vier weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op
                                    een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel als genoemd in het tweede lid kan slechts worden
                                    gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende
                                    handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel,
                                    gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
                                    bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt; De
                                    burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van
                                    een bevel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78a</nr><titel>Sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd, indien de openbare orde dit naar
                                    zijn oordeel vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting te
                                    bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde
                                    een horeca-inrichting of seksinrichting - of een bij dat gebouw
                                    behorend erf.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van
                                    een afschrift van zijn bevel op of nabij de toegang van het voor
                                    het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende
                                    erf. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld
                                    afschrift is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid
                                    bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft,
                                    zolang de sluiting van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op en de beheerder van het gebouw of erf
                                    waarvoor een bevel als bedoeld in het eerste lid geldt, verboden
                                    daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven, zolang de
                                    sluiting van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden een gebouw of erf waarvoor een bevel als bedoeld
                                    in het eerste lid geldt, te betreden of daarin te
                                    verblijven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De verboden uit het vierde en vijfde lid gelden niet voor de
                                    personen wier aanwezigheid in het voor het publiek openstaande
                                    gebouw of het bij dat gebouw behorende erf wegens dringende
                                    reden noodzakelijk is.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2
                                        van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan verleent aan ten hoogste een seksinrichting
                                    of escortbedrijf, een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
                                    in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
                                    Bonaire, Saba en Sint Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,
                                    dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                    naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis
                                    ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                    Strafvordering is toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                    417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.’</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5a</nr><titel>Leeftijd en verblijfstitel prostituees</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich
                                    te laten werken die:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij
                                    of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op maandag tot en met donderdag tussen 01.00 en 08.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op vrijdag, zaterdag en zondag tussen 02.00 en 08.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.6, eerste of tweede
                                    lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                    gebieden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, het exploitatieplan, het
                                    voorbereidingsbesluit; of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie in strijd is met het bepaalde in
                                    artikel 3.4, tweede lid;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1.8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid; of,</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder het beheer in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant
                                    daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het
                                    beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer of Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de desbetreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige ruimte: ruimte die op grond van artikel 1
                                        van de Wet geluidhinder wordt aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige ruimte.</al></li><li nr="h."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="i."><al>sluitingstijd: 01.00 uur, danwel de voor desbetreffende
                                        horecabedrijf krachtens deze verordening geldende
                                        sluitingstijd;</al></li><li nr="j."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                                        2.20 van het Besluit en artikel 4.5 van deze verordening
                                        gelden niet voor door het college aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan het
                                        college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                        meer aangewezen gebieden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="4."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting, bedraagt niet meer dan:</al></li></lijst><al><onderstreept>
                                    07</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00</onderstreept><onderstreept>–</onderstreept><onderstreept>19</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00
                                    19</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00</onderstreept><onderstreept>–</onderstreept><onderstreept>
                                    23</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00
                                    </onderstreept><onderstreept>23</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00</onderstreept><onderstreept>–</onderstreept><onderstreept>
                                    sluitingstijd</onderstreept></al><al>LAeq op de gevel van gevoelige gebouwen 75 dB(A) 70 dB(A) 65
                                dB(A)</al><al>LAeq in in- of aanpandige gevoelige gebouwen 60 dB(A) 55 dB(A) 50
                                dB(A)</al><lijst><li nr="5."><al>De geluidswaarden als bedoeld in het vierde lid zijn
                                        inclusief onversterkte muziek. Er wordt geen gevelcorrectie
                                        en muziekstrafcorrectie op de geluidswaarden toegepast.
                                        Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing
                                        gelaten.</al></li><li nr="6."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                        gehore brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit en artikel 4.5 van deze verordening- uiterlijk op de
                                        sluitingstijd te worden beëindigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in een een horeca-, sport- en recreatie-inrichting
                                        toegestaan maximaal vier incidentele festiviteiten per
                                        kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld
                                        in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en
                                        artikel 4.5 van deze verordening niet van toepassing zijn,
                                        mits de houder van de inrichting ten minste één week voor de
                                        aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis
                                        heeft gesteld. Voor alle overigeinrichtingen geldt,
                                        dat maximaal één incidentele festiviteit per kalenderjaar
                                        mag worden gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="3."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></li><li nr="5."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting bedraagt niet meer dan:</al></li></lijst><al><onderstreept>
                                    07</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00</onderstreept><onderstreept>–</onderstreept><onderstreept>19</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00
                                    19</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00</onderstreept><onderstreept>–</onderstreept><onderstreept>
                                    23</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00
                                    </onderstreept><onderstreept>23</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00</onderstreept><onderstreept>–</onderstreept><onderstreept>
                                    sluitingstijd</onderstreept></al><al>LAeq op de gevel van gevoelige gebouwen 75 dB(A) 70 dB(A) 65
                                dB(A)</al><al>LAeq in in- of aanpandige gevoelige gebouwen 60 dB(A) 55 dB(A) 50
                                dB(A)</al><al>6.Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                brengen van muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de
                                artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4.5 van deze
                                verordening - uiterlijk op de sluitingstijd beëindigd. De
                                geluidsnorm is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege muziekcorrectie.
                                Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing
                                gelaten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek binnen
                                        inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder
                                        f en vijfde lid van het Besluit, is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al><al><onderstreept>07</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00–19</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00
                                            19</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00–23</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00
                                            23</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00–07</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>00
                                            uur</onderstreept></al></li></lijst><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40
                                dB(A)</al><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25
                                dB(A)</al><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60
                                dB(A)</al><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45
                                dB(A)</al><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van maximaal zes uur in de week is onversterkte
                                        muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals
                                        orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in horeca-,
                                        sport- en recreatie-inrichtingen en in een andere door het
                                        college aangewezen inrichting gedurende de dag- en
                                        avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in
                                        het eerste lid onder e. Indien versterkte elementen worden
                                        gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele
                                        samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit
                                        van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4.2 of artikel 4.3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit , geluidsapparaten of machines in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet als het langtijdgemiddeld geluidniveau
                                    niet boven het ter plaatse heersende referentieniveau komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer, de Wet
                                    geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het
                                    Wetboek van Strafrecht, de Wet luchtvaart, de Wet openbare
                                    manifestaties of het Vuurwerkbesluit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>Geluidhinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder
                                veroorzaakt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                    stronk uitlopen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                    houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                    ingevolge artikel 4.1, sub a, van de Wet natuurbescherming;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede
                                    van de stam van minimaal 10 centimeter op 130 centimeter hoogte
                                    van het maaiveld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Vergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bomen of boomvormers met een geringere stamomtrek dan 110
                                    centimeter, gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld. In
                                    geval van een boomvormer geldt de stamomtrek van alle stammen
                                    gezamenlijk;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning kan tevens worden geweigerd indien de noodzaak om
                                    te vellen onvoldoende vaststaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door deWet
                                    natuurbescherming.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen; of</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame of
                                    andere uitingen aan te brengen, te maken of te voeren door
                                    middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor
                                    het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat
                                    voor de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                    milieubeheer .</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a,van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd, danwel in de beheersverordening, het
                                    exploitatieplan of het voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen in het
                                    belang van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het onder sub a en b bepaalde te doen in een door het college
                                    aangewezen gebied onder nader te bepalen voorschriften als
                                    vergroting van de straal en vermindering van het aantal
                                    voertuigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden, te verhuren of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen, caravans e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt, zoals
                                    woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen,
                                    aanhangwagen, keetwagen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op vijf achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een openbare plaats;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing voor een bepaalde tijd verlenen van
                                    het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door Provinciale caravan- en
                                    tentenverordening of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing voor een bepaalde tijd
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de verboden ontheffing voor een bepaalde
                                    tijd verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Parkeren van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een fiets of bromfiets te parkeren als daardoor:
                                    a. op de weg de doorgang wordt gehinderd of belemmerd; b. de
                                    veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het
                                    verkeer wordt gehinderd, of c. voor een bewoner of gebruiker van
                                    het gebouw waartegen of waarvoor de fiets of</al><al> bromfiets staat geparkeerd de doorgang wordt belemmerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in belang van de veiligheid en ter voorkoming
                                    van hinder een gebied aanwijzen waarin fietsen of bromfietsen
                                    uitsluitend in een daarvoor bestemde voorziening mogen worden
                                    geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om een fiets of bromfiets in een gebied als
                                    bedoeld in het tweede lid buiten een voor parkeren bestemde
                                    voorziening te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden: a. een fiets of bromfiets te parkeren in door
                                    het college daarvoor aangewezen</al><al> parkeervoorzieningen, langer dan een door het college te
                                    bepalen periode; b. fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een </al><al> kennelijk verwaarloosde toestand verkeren op of aan de weg,
                                    danwel in aangewezen </al><al> parkeervoorzieningen te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften
                                    vrijstelling verlenen van het verbod voor inzamelingen die
                                    gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met
                                    zaterdag tussen 18.00 en 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een standplaats op een algemene kermis als bedoeld in artikel 1,
                                    onder a, van de Kermisverordening gemeente Uden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van zaken een redelijk verzorgingsniveau voor
                                    de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw - al dan niet met enige
                                    beperking - waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante
                                    goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf
                                    een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het
                                    bestemmingsplan, de beheersverordening, het exploitatieplan of
                                    het voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in de daarin geregelde
                                    onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening
                                    ondergrondse infrastructuren gemeente Uden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, deWaterwet, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:25, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, en een bromfiets als
                                    bedoeld in artikel 1, onderdeel e van de Wegenverkeerswet 1994
                                    een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                    trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                    daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                    bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproduktie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang
                                    van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                    milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en
                                    bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister
                                    van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                    hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de woon- en leefomgeving,
                                    of de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de gemeentelijke begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder wordt
                                veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Destructie van dieren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Wet dieren;</al></li><li nr="b."><al>aangifteplichtige: degene die als eigenaar of houder van
                                        dode dieren van soorten die gewoonlijk door de mens worden
                                        gevoed en gehouden, doch niet gegeten en die niet voor
                                        veeteelt worden gehouden, ingevolge de wet verplicht is
                                        daarvan aangifte te doen;</al></li><li nr="c."><al>destructiemateriaal: dode dieren van soorten die gewoonlijk
                                        door de mens worden gevoed en gehouden, doch niet gegeten en
                                        die niet voor veeteelt worden gehouden;</al></li><li nr="d."><al>ondernemer: ondernemer in de zin van de wet;</al></li><li nr="e."><al>gezelschapsdieren: alle dieren van soorten die gewoonlijk
                                        door de mens worden gevoed en gehouden, doch niet gegeten,
                                        en die niet voor veeteelt worden gehouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Voorschriften verwerking door ondernemer</titel></kop><al>Indien tussen de gemeente Uden en de ondernemer een overeenkomst is
                                gesloten over vervoer en de afgifte van destructiemateriaal, wordt
                                voor de voorschriften ingevolge artikel 3.5, tweede lid, van de wet,
                                verwezen naar deze overeenkomst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Aanwijzen verzamelplaatsen</titel></kop><al>Het college wijst één of meerdere verzamelplaatsen aan waar het
                                destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Vervoer en afgifte van destructiemateriaal</titel></kop><al>De aangifteplichtige is gehouden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het
                                destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal te vervoeren naar de
                                bijgelegen verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan of
                                op te laten halen door de ondernemer binnen wiens werkgebied het
                                materiaal zich bevindt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:42</nr><titel>Bewaren van destructiemateriaal</titel></kop><al>De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat het destructiemateriaal
                                tot het moment waarop het wordt opgehaald op een zodanige manier
                                wordt bewaard dat het materiaal niet vrij toegankelijk is voor
                                anderen dan de aangifteplichtige en de ondernemer die het materiaal
                                ophaalt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:43</nr><titel>Begraven of cremeren van gezelschapsdieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om het kadaver van een gezelschapsdier te
                                    begraven of te cremeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 5:41 en 5:42 zijn niet van toepassing als de
                                    ontheffing is verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 en artikel 2:25, derde lid, gegeven voorschriften
                            en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden
                            of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft
                            met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de medewerkers van de cluster Veiligheid van de afdeling
                                Publiekszakenvan de gemeente Uden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de ambtenaren van de politie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordeningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Uden vastgesteld op 21
                                december 2006, evenals de wijzigingen op 14 december 2006 en 21
                                februari 2008, wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Destructieverordening voor de gemeente Uden wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                            verordening, en verkort: APV Uden.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 19 februari 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>