<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436791_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Cliëntenparticipatie Zaanstad 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2017, nr. 10631</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Cliëntenparticipatie Zaanstad 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=150">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=47">Participatiewet, art. 47</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=42">IOAW, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=42">IOAZ, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035362&amp;artikel=2.1.3">Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015, art. 2.1.3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=2.10">Jeugdwet, art. 2.10</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2017-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-06-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/243820</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Cliëntenparticipatie Zaanstad 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zaanstad; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2016,
                        2016/129263; </al><al/><al>Gelet op: </al><lijst><li nr="-"><al>artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet; Artikel 150
                                Gemeentewet</al></li><li nr="-"><al>artikel 47 van de Participatiewet; Artikel 47 Participatiewet </al></li><li nr="-"><al>artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers; Artikel 42 Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                werkloze werknemers</al></li><li nr="-"><al>artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Artikel 42 Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                gewezen zelfstandigen</al></li><li nr="-"><al>artikel 2.1.3, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                                2015; Artikel 2.1.3 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</al></li><li nr="-"><al>artikel 2.10 van de Jeugdwet. Artikel 2.10 Jeugdwet</al><al/></li></lijst><al>overwegende dat:</al><al>het voor personen, als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                        Participatiewet Artikel 7 Participatiewet, en hun vertegenwoordigers
                        mogelijk moet zijn om invloed uit te oefenen op het lokale beleid en de
                        uitvoering van de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning
                        2015;</al><al>cliëntenparticipatie onmisbaar is voor de totstandkoming en uitvoering van
                        beleid waarin de cliënt centraal staat;</al><al/><al>besluit</al><al>vast te stellen de ‘Verordening Cliëntenparticipatie Zaanstad 2017’.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Cliënten: de doelgroep zoals omschreven in de Participatiewet
                                    (artikel 7, eerste lid), de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna:
                                    Ioaw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna: Ioaz), de Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015) en de
                                    Jeugdwet. Dit zijn personen die gebruik maken van het
                                    ondersteuningsaanbod dat de gemeente (en haar opdrachtnemers) op
                                    grond van deze wetten aanbiedt.</al></li><li nr="-"><al>Cliëntenparticipatie: de wijze waarop de gemeente cliënten en
                                    hun vertegenwoordigers, betrokken professionals en organisaties
                                    en anderen die bij de gemeente kenbaar maken dat zij mee willen
                                    denken op basis van hun interesse en betrokkenheid (hierna:
                                    ‘betrokkenen’) betrekt bij beleidsvorming, -uitvoering en
                                    –evaluatie van de gemeente op basis van de Participatiewet, de
                                    Ioaw, de Ioaz, de Wmo 2015 en de Jeugdwet. </al></li><li nr="-"><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Zaanstad.</al></li><li nr="-"><al>Raad: de gemeenteraad van Zaanstad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                            worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet
                            bestuursrecht (hierna: Awb), de Participatiewet, de Ioaw, de Ioaz, de
                            Wmo 2015 en de Jeugdwet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Invulling en doelstelling van cliëntenparticipatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het doel van cliëntenparticipatie is het bevorderen en bewaken van de
                            kwaliteit en integraliteit van beleid en ondersteuningsaanbod van de
                            gemeente op basis van de Participatiewet, de Ioaw, de Ioaz, de Wmo 2015
                            en de Jeugdwet. Doordat cliënten, betrokkenen en vertegenwoordigende
                            organisaties vroegtijdig betrokken worden, de gelegenheid hebben om
                            beleidsvoorstellen te doen en advies te geven ook op het gebeid van
                            vorming, uitvoering en evaluatie van beleid. (Amendement B)</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college organiseert en faciliteert cliëntenparticipatie tijdig en op
                            een passende manier, zodat inbreng vanuit het perspectief van cliënten
                            zichtbaar is in besluitvorming van het college en de raad. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente bepaalt bij elke actie op grond van deze verordening welke
                            cliënten en betrokkenen benaderd worden op basis van hun
                            ervaringsdeskundigheid en/of expertise met betrekking tot het dan
                            voorliggende vraagstuk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt actief informatie met betrekking tot
                            cliëntenparticipatie via gemeentelijke kanalen. Zoals bijvoorbeeld de
                            resultaten van klanttevredenheidsonderzoeken, enquêtes, voornemens voor
                            nieuw beleid, etc. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verstrekt spontaan en op verzoek van cliënten en betrokkenen
                            alle informatie waar zij behoefte aan hebben om te kunnen meedenken,
                            -praten en -doen, tenzij een wettelijk voorschrift de verstrekking
                            daarvan in de weg staat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente bepaalt bij elke actie op grond van deze verordening aan wie
                            en op welke wijze informatie verstrekt wordt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inbreng en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente nodigt cliënten en betrokkenen actief uit om mee te denken,
                            -praten en –doen in trajecten die de gemeente opzet, met inachtneming
                            van artikel 2, lid 3, en om eigen initiatieven te ontplooien en advies
                            uit brengen aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat adviezen, suggesties, wensen, etc. vanuit
                            cliënten en betrokkenen aan de gemeente kunnen worden gegeven via (onder
                            meer) een meldpunt. Dit staat open naast het actief betrekken door de
                            gemeente als bedoeld in artikel 2 en het periodiek overleg als bedoel in
                            artikel 6.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college geeft indieners van adviezen een reactie, waarin het college
                            beargumenteerd aangeeft wat de gemeente met die inbreng doet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college informeert de adviescommissie als bedoeld onder artikel 8,
                            over zijn reacties als bedoeld onder lid 3. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan het begin van elk participatie- en/of inspraaktraject wordt aan de
                            cliënt/doelgroep medegedeeld en vastgelegd wat het verloop van het
                            traject zal zijn en wat er met de resultaten gedaan wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitsluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is geen inbreng mogelijk naar aanleiding van klachten,
                            bezwaarschriften en andere zaken van individuele cliënten. Dit is
                            geregeld in de rechtsmiddelen voor bezwaar en beroep. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ook is geen inbreng mogelijk op financiële besluiten en op het gebied
                            van personeels- en organisatiebeleid. Dit is een taak van
                            respectievelijk de raad en de ondernemingsraad van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Periodiek overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente organiseert een periodiek overleg, met een minimum van 4
                            maal per jaar, tussen de door het college aangewezen wethouders en een
                            vertegenwoordiging van cliënten, betrokkenen en de adviescommissie, met
                            inachtneming van artikel 2, lid 3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agenda voor dit overleg komt tot stand met inbreng van cliënten,
                            betrokkenen, de adviescommissie en de gemeente. Het college zorgt ervoor
                            dat onderwerpen voor de agenda kunnen worden aangeleverd via een
                            meldpunt en bij een ambtenaar die de opdracht heeft dit overleg voor te
                            bereiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is gehouden aan het onderzoeken van de ingediende
                            voorstellen tijdens dit periodieke overleg en het terug rapporteren met
                            betrekking tot de mogelijkheden van uitvoering van deze
                            voorstellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeente kan ook een periodiek overleg organiseren over een specifiek
                            thema of voor een specifieke doelgroep.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beschikbare middelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt middelen ter ondersteuning van cliëntenparticipatie
                            beschikbaar. Hiertoe:</al><lijst><li nr="a."><al>stelt het een budget beschikbaar voor initiatiefnemers, ten
                                    behoeve van het organiseren van activiteiten of het uitbrengen
                                    van adviezen aan de gemeente op het gebied van
                                    cliëntenparticipatie. Het aanvragen van budget moet voor
                                    initiatiefnemers eenvoudig zijn.</al></li><li nr="b."><al>stelt het vergaderruimte op het stadhuis beschikbaar voor
                                    groepen die behoefte hebben aan een ruimte voor overleg in het
                                    kader van cliëntenparticipatie.</al></li><li nr="c."><al>stelt het ambtenaren van de gemeente in de gelegenheid om
                                    overleggen bij te wonen en om toelichting of uitleg te geven als
                                    daar door betrokkenen om wordt verzocht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Rol adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente stelt een adviescommissie in, die tot taak heeft om de
                            gemeente gevraagd en ongevraagd te adviseren over de wijze waarop zij
                            invulling geeft aan artikel 2. De adviescommissie doet dit op basis van
                            eigen expertise en ervaring en op basis van ontwikkelingen die zij rond
                            dit onderwerp signaleert. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Samenstelling adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De adviescommissie bestaat uit ten minste 5 en maximaal 7 leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden nemen deel op basis van vrijwillige inzet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden zijn herkenbaar betrokken bij de doelgroep. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De adviescommissie streeft er in de samenstelling van zijn leden naar
                            zoveel mogelijk een representatieve afspiegeling van de doelgroep te
                            zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van de adviescommissie mogen geen lid zijn van de raad, geen
                            ambtenaar bij de gemeente Zaanstad zijn en niet werkzaam zijn als
                            adviseur van de gemeente op de betreffende beleidsterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Benoeming en ontslag leden adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De adviescommissie werft en selecteert nieuwe leden op basis van een
                            door de adviescommissie en het college gezamenlijk opgesteld
                            profiel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de adviescommissie worden bij de start van de
                            adviescommissie door het college geworven, geselecteerd en zonder
                            voordracht benoemd op basis van een door het college opgesteld profiel.
                        </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college benoemt en ontslaat leden van de adviescommissie op
                            voordracht van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de voordracht weigeren als er ernstige bezwaren bestaan
                            tegen het voorgedragen lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De zittingsduur van de leden is 2 jaar. De zittingsduur kan éénmalig
                            verlengd worden met een periode van maximaal 2 jaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan een lid van de adviescommissie ontslaan als daartegen
                            ernstige bezwaren opkomen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien op enig moment moet worden voorzien in een geheel nieuwe
                            adviescommissie, is lid 2. van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Jaarlijkse evaluatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jaarlijks wordt door de bestuurders van de gemeente en de
                            adviescommissie geëvalueerd of de werkwijze voldoet met het oog op de in
                            artikel 2 genoemde doelstellingen. Eventuele verbeterpunten worden
                            gezamenlijk geformuleerd. De evaluatie wordt ter zienswijze aan de raad
                            voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voor de uitvoering van deze verordening nadere regels
                            vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen, die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze regeling niet voorziet, beslist het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Citeerregel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening Cliëntenparticipatie
                        Zaanstad 2017”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening cliëntenparticipatie inkomensvoorzieningen Zaanstad
                                2015, wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze
                                verordening ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting op de ‘Verordening Cliëntenparticipatie Zaanstad
                        2017’</titel></kop><al/><al>In Zaanstad beslissen inwoners mee over het beleid van de gemeente. Dat geldt
                    ook voor Zaankanters die een beroep doen op ondersteuning. Bijvoorbeeld bij het
                    zoeken naar werk, schulddienstverlening of thuiszorg. </al><al>In 2016 wilde de gemeente de werkwijze rond cliëntenparticipatie vernieuwen,
                    omdat vraagstukken steeds meer verschillende betrokkenen raken en integraal
                    bekeken moeten worden. In de nieuwe aanpak worden mensen die gebruik maken van
                    het ondersteuningsaanbod van de gemeente vanaf het begin bij de beleidsvorming
                    betrokken. De gemeente praat direct met de inwoners die gebruik maken van het
                    ondersteuningsaanbod van de gemeente, met het netwerk dat bij cliënten betrokken
                    is en bijvoorbeeld belangenbehartigers, zelforganisaties en professionals.</al><al>In twee beleidstrajecten ('Visie op Vrijwillige Inzet’ en de ‘Visie op
                    Armoedebeleid’) deed de gemeente ervaring op met directe betrokkenheid van de
                    doelgroep bij het maken van het beleid. Deze visies werden samen met de inwoners
                    die het betrof, inclusief vertegenwoordigers van betrokken organisaties gemaakt.
                    De reacties van betrokkenen bij die processen zijn positief. Zij vinden dat de
                    gemeente, professionals, betrokken organisaties en inwoners elkaar beter leren
                    kennen en beleid en dagelijks leven meer samenvallen. Het resultaat is een
                    beleid dat uitgaat van de kennis, ervaringen en behoeften van de doelgroep en
                    een aanbod dat daarbij aansluit (maatwerk). </al><al>Met de nieuwe werkwijze wil de gemeente ruimte maken om met direct betrokkenen
                    vragen te bespreken en oplossingen te maken. Bijvoorbeeld met inwoners van een
                    verzorgingshuis, hun families, mensen die kampen met schulden, vrijwilligers van
                    de voedselbank, werkgevers, etc. Daar komen oplossingen op maat uit. Het lijkt
                    dan dubbelop om deze oplossingen daarna nog een keer voor te leggen aan een
                    advies- en overlegorgaan namens de doelgroep, die zelf al betrokken is geweest.
                    De gemeente besloot daarom de formele adviesrelatie met de bestaande adviesraden
                    (de Wmo Participatieraad, de Cliëntenraad Werk en Inkomen en de Seniorenraad) te
                    beëindigen en een gelijke inbreng te faciliteren voor alle belanghebbenden:
                    inwoners, hun netwerk, vertegenwoordigende organisaties en de adviesraden. </al><al>In de nieuwe werkwijze hebben de inwoners, vertegenwoordigende organisaties en
                    de adviesraden een gelijkwaardige rol. Zij kunnen op dezelfde manier gebruik
                    maken van ondersteuning door de gemeente voor initiatieven en ideeën die
                    bijdragen aan cliëntenparticipatie. In de Verordening Cliëntenparticipatie
                    Zaanstad 2017 is de werkwijze vastgelegd. </al><al>De huidige status als formeel adviesorgaan en de bijbehorende (financiële)
                    ondersteuning van de adviesraden vervalt om ruimte te creëren voor deze
                    flexibele werkwijze. Voor de adviesraden is voor 2017 een overgangsregeling
                    getroffen. Het college heeft nadere regels bij de verordening vastgesteld,
                    waarmee aan de adviesraden voor één jaar een functioneringsbudget wordt
                    toegekend om hiermee hun rol in de nieuwe werkwijze in te vullen. Gedurende een
                    jaar wordt deze werkwijze door het college periodiek met de adviesraden
                    geëvalueerd. Na een jaar besluit het college op basis van deze evaluaties over
                    het vervolg.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>