<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436780_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Twenterand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad9-1-2017</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Twenterand 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Bis nr</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>organisatie ambtelijk apparaat en griffie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Twenterand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Twenterand;</al><al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al><vet><cursief>besluit</cursief></vet>: </al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Financiële verordening gemeente Twenterand 2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                    organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                    afgelegd;</al></li><li nr="-"><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="-"><al>inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en
                                    onttrekkingen van reserves;</al></li><li nr="-"><al>kapitaal: het deelnemen in het vermogen van een derde partij,
                                    zowel in activa als eigen vermogen;</al></li><li nr="-"><al>netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de
                                    geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31
                                    december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt
                                    verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende
                                    schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen
                                    aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen,
                                    leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende
                                    uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en
                                    overlopende activa;</al></li><li nr="-"><al>onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: verschil
                                    tussen de opbrengst onroerende zaakbelasting bij de tarieven die
                                    minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12
                                    van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst
                                    onroerende zaakbelasting.</al></li><li nr="-"><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen
                                    met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in
                                    staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van
                                    een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="-"><al>nota: een beschrijving van het beleid van een bepaald onderwerp.
                                    Beleid is het aangeven van de richting en de middelen waarmee
                                    men gestelde organisatiedoelen wil gaan realiseren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een
                                programma-indeling voor die raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van
                                het college de taakvelden per programma vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma de
                                beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten
                                minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25,
                                tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke
                                onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen
                                van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden
                                geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de
                                programma’s de lasten en baten per programma weergegeven. Het
                                overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de
                                overhead worden in het overzicht van baten en lasten opgenomen. Ook
                                wordt een overzicht van de taakvelden opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende
                                boekjaar weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                                aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de
                                grondexploitatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de
                                totale uitgaven en inkomsten weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt voor 1 juni aan de raad een nota aan met een
                                voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting
                                voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad
                                stelt deze nota voor het zomerreces vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen onder de
                                algemene dekkingsmiddelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                de lasten per programma.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de raad middels de tussentijdse rapportage
                                als ze verwacht, dat de lasten van een programma de geautoriseerde
                                lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een
                                investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen
                                te overschrijden, of de baten van een taakveld of een prioriteit de
                                geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of
                                hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten
                                van het taakveld of de prioriteit, voor het wijzigen van het
                                geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportage in de raad bedoeld in
                                artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van
                                de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de
                                geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een
                                investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een
                                investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan €
                                1.000.000 informeert het college de raad in het voorstel over het
                                effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage (berap)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van de tussentijdse
                                rapportage over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste zeven maanden van het lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportage bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en
                                het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
                                raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar
                                        doelenbomen;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c."><al>het overzicht van de overhead en de geraamde
                                        vennootschapsbelasting;</al></li><li nr="d."><al>het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de
                                        onderdelen a, b en c;</al></li><li nr="e."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                        programma; </al></li><li nr="f."><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en</al></li><li nr="g."><al>de realisatie en raming van de uitputting van de
                                        investeringskredieten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de tussenrapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                                ramingen van de baten en lasten per programma groter dan € 20.000
                                toegelicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college besluit niet over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan €
                                    500.000;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan
                                    € 250.000; en</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van kapitaal aan instellingen en
                                    ondernemingen,</al></li></lijst><al>dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de
                            gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het
                            college te brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven
                                    volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage
                                    afschrijvingsbeleid bij deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Een saldo voor agio of disagio wordt direct ten laste van de
                                    exploitatie gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>onroerende-zaakbelastingen;</al></li><li nr="b."><al>hondenbelasting;</al></li><li nr="c."><al>rioolheffing;</al></li><li nr="d."><al>afvalstoffenheffing; </al></li><li nr="e."><al>toeristenbelasting;</al></li><li nr="f."><al>forensenbelasting,</al></li></lijst><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van 25%
                                van deze openstaande vorderingen die 2 jaar oud zijn en 75% van deze
                                openstaande vorderingen die ouder dan 2 jaar zijn.</al></li><li nr="2."><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid
                            gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de
                            openstaande vorderingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en
                                de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en
                                voorzieningen aan de taakvelden plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves en
                                voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                                een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de reserve; en</al></li><li nr="d."><al>de maximale looptijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de
                                aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering,
                                valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene
                                reserve toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en
                                    heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van
                                    goederen, werken en dienstendie worden geleverd aan
                                    overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel
                                    van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening
                                    worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente
                                    van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor
                                    de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.</al></li><li nr="2."><al>Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                    onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging
                                    van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in
                                    gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee
                                    kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de
                                    compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de
                                    gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toerekening van de overheadkosten worden de
                                    overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten
                                    welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke
                                    uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart
                                    geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de
                                    besteding toegerekend aan die activiteiten.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toerekening van de overheadkosten worden de
                                    overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte
                                    vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart
                                    geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs
                                    van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten
                                    toegerekend.</al></li><li nr="5."><al>Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van
                                    rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht,
                                    en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan
                                    overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten
                                    als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt
                                    uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter
                                    grootte van de geraamde directe kosten van de economische
                                    categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend
                                    personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen,
                                    werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde
                                    directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en
                                    sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.</al></li><li nr="6."><al>Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente
                                    voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld
                                    in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.
                                    Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het
                                    gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde
                                    rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende
                                    leningen, kortlopende leningen en kredieten en het
                                    rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de
                                    voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het achtste en
                                    negende lid.</al></li><li nr="7."><al>Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en
                                    voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als
                                    bedoeld in het zevende lid, wordt vastgesteld op 3%.</al></li><li nr="8."><al>In afwijking van het zevende lid wordt bij een verstrekte lening
                                    voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd
                                    vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening
                                    die voor de financiering van de verstrekte lening is
                                    aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het
                                    debiteurenrisico. Het bepaalde in dit lid is van toepassing
                                    tenzij de raad anders besluit.</al></li><li nr="9."><al>In afwijking van het eerste lid worden bij
                                    vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en
                                    grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd
                                    vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering
                                    worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere
                                    gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde
                                    rentepercentage van de portefeuille leningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente
                                aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie
                                met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale
                                kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek
                                belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of
                                werken wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale
                                kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek
                                belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit,
                                waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt
                                gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college
                                vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang
                                van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld
                                in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale
                                kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, rechten en heffingen.
                                De raad stelt deze vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt in de raadsperiode een nota aan met de kaders voor
                                de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en
                                diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de
                                erfpachten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren
                                en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een
                                besluit voor aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor het beheer van het Treasurystatuut waarin
                            regels worden gegeven inzake de algemene doelstellingen en de te
                            hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie. Het
                            college biedt deze, indien bijstelling nodig is, ter vaststelling aan de
                            raad aan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            lokale heffingen de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het
                            Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de
                                begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte
                                onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en
                                verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;</al></li><li nr="b."><al>de ontwikkeling van de netto schuld als percentage van de
                                        gemeentelijke inkomsten;</al></li><li nr="c."><al>de onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting
                                        als percentage van de inkomsten; en</al></li><li nr="d."><al>de solvabiliteitsratio.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de
                                gemeente wordt aan de hand van het houdbaarheidstekort beoordeeld of
                                de gemeente bij een risicoscenario de schuldverplichtingen in de
                                toekomst kan blijven nakomen zonder dat de uitgaven aan en de
                                investeringen in noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond
                                van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de voortgang van het geplande onderhoud en</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het (eventuele) achterstallig onderhoud.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een
                                onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer
                                voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en
                                de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen,
                                kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een
                                rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde
                                onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van
                                de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele
                                uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een
                                onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te
                                plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke
                                gebouwen. De raad stelt het plan vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het
                            Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken
                                    neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel
                                    16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                    gemeenten op:</al></li><li nr="2."><al>Het college biedt in de raadsperiode een nota grondbeleid aan.
                                    De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed
                                    aan:</al><lijst><li nr="a)"><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;</al></li><li nr="b)"><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c)"><al>het verloop van de grondvoorraad;</al></li><li nr="d)"><al>de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden,
                                    contracten en garanties;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking
                                    tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; </al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen; </al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden; </al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie; </al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen; </al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten
                                    en lasten aan de taakvelden;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van
                                de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden,
                                de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten,
                                de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de vier jaar. Bij afwijkingen
                                in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Financiële verordening gemeente Twenterand 2010 wordt ingetrokken,
                            met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en
                            het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar
                            2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1
                                    januari 2017.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                    gemeente Twenterand 2017.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 20 december
                            2016.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>De griffier, </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>afschrijvingsbeleid bij artikel 9</titel></kop><al><vet>Afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa</vet></al><al>De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven in:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>maximaal 5 jaar: bijdragen aan activa in eigendom van derden;</al></li><li nr="b."><al>maximaal 5 jaar: kosten voor onderzoek en ontwikkeling;</al></li></lijst><al><vet>Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met
                        economisch nut</vet></al><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden
                    niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden
                    altijd geactiveerd.</al><al>Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. </al><al>De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair
                    afgeschreven in:</al><lijst><li nr="a."><al>Rioleringen conform Gemeentelijk RioleringsPlan;</al></li><li nr="b."><al>10 jaar: aanleg tijdelijke terreinwerken; </al></li><li nr="c."><al>40 jaar: nieuwbouw woonruimten en schoolgebouwen;</al></li><li nr="d."><al>40 jaar: nieuwbouw kantoren en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="e."><al>10 jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten en tijdelijke
                            bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="f."><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, en
                            schoolgebouwen;</al></li><li nr="g."><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop kantoren en
                            bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="h."><al>10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="i."><al>10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="j."><al>10 jaar: telefooninstallaties; </al></li><li nr="k."><al>4 jaar: automatiseringsapparatuur;</al></li><li nr="l."><al>10 jaar: kantoormeubilair;</al></li><li nr="m."><al>8 jaar: zware transportmiddelen en schuiten; </al></li><li nr="n."><al>8 jaar: aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen.</al></li></lijst><al><vet>Afschrijvingsbeleid materiele vaste activa met maatschappelijk
                    nut</vet></al><al>De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair
                    afgeschreven in:</al><lijst><li nr="a."><al>maximaal 20 jaar: parken, sportvelden en groenvoorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>maximaal 20 jaar: wegen, pleinen en rotondes;</al></li><li nr="c."><al>maximaal 25 jaar: tunnels, viaducten en bruggen;</al></li><li nr="d."><al>maximaal 20 jaar: geluidswallen; </al></li><li nr="e."><al>20 jaar: openbare verlichting;</al></li><li nr="f."><al>20 jaar: straatmeubilair;</al></li><li nr="g."><al>maximaal 25 jaar: havens, kades, sluizen en waterkeringen;</al></li><li nr="h."><al>maximaal 25 jaar: waterwegen, waterbergingen en walbeschoeiing;</al></li><li nr="i."><al>pompen en gemalen conform Gemeentelijk RioleringsPlan.</al></li></lijst><al>Bovenstaande afschrijvingstermijnen zijn van toepassing tenzij de raad anders
                    heeft besloten.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>