<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436770_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 7 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolrechten</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BIS, nr. 016.015.0017</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 016.015.0017</al><al>De raad van de gemeente Twenterand;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van de
                            rioolheffingTwenterand
                        2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>perceel:</al><lijst><li nr="a."><al>de onroerende zaak, bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet
                                        waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>een binnen de gemeente gelegen roerende zaak; </al></li><li nr="c."><al>een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn
                                        indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden
                                        gebruikt;</al></li><li nr="d."><al>een samenstel van twee of meer roerende zaken of in
                                        onderdeel 3 bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
                                        belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de
                                        omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="e."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel 2
                                        bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel 3 bedoeld
                                        gedeelte daarvan of van een in onderdeel 4 bedoeld
                                        samenstel. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="3."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li><li nr="4."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterleidingbedrijf betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een belasting geheven ter bestrijding van
                        de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="1."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater en </al></li><li nr="2."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezameld hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                            verder te noemen: gebruikersbelasting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, wordt als
                            gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan:
                                    degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting is niet verschuldigd ter zake van een perceel dat in
                        zelfstandig gebruik is als:</al><lijst><li nr="1."><al>berging;</al></li><li nr="2."><al>garagebox;</al></li><li nr="3."><al>zelfstandig object in gebruik bij nutsvoorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar
                            het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal kubieke meter water wordt gesteld op het aantal kubieke meter
                            water dat in de laatste aan het begin/einde van het belastingjaar
                            voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is
                            opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode
                            van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                            tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
                            kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet deze voorzien
                            zijn van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de opgepompte hoeveelheid water kan worden
                                    afgelezen, of </al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan
                                    worden afgelezen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enig ander wettelijke
                            bepaling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
                            afvalwater is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 3 bedraagt bij een afgenomen
                            hoeveelheid m3 afvalwater van:</al><lijst><li nr="a."><al>500 kubieke meters of minder € 245,16 </al></li><li nr="b."><al>meer dan 500 kubieke meters, doch niet meer dan 1.000 kubieke meters €
                            245,16 vermeerderd met € 72,67 per volle eenheid van 100 kubieke meters
                            waarmee de hoeveelheid van 500 kubieke meters overschreden wordt;</al></li><li nr="c."><al>meer dan 1.000 kubieke meters, doch niet meer dan 5.000 kubieke meters €
                            577,00 vermeerderd met € 66,18 per volle eenheid van 100 kubieke meters,
                            waarmee de hoeveelheid van 1.000 kubieke meters overschreden wordt;</al></li><li nr="d."><al>meer dan 5.000 kubieke meters, doch niet meer dan 25.000 kubieke meters,
                            € 3.552,00 vermeerderd met € 34,40 per volle eenheid van 100 kubieke
                            meters, waarmee de hoeveelheid van 5.000 kubieke meters overschreden
                            wordt;</al></li><li nr="e."><al>meer dan 25.000 kubieke meters, doch niet meer dan 50.000 kubieke
                            meters, € 10.981,00 vermeerderd met € 23,69 per volle eenheid van 100
                            kubieke meters, waarmee de hoeveelheid van 25.000 kubieke meters
                            overschreden wordt;</al></li><li nr="f."><al>meer dan 50.000 kubieke meters, doch niet meer dan 100.000 kubieke
                            meters, € 17.106,00 vermeerderd met € 16,68 per volle eenheid van 100
                            kubieke meters, waarmee de hoeveelheid van 50.000 kubieke meters
                            overschreden wordt;</al></li><li nr="g."><al>meer dan 100.000 kubieke meters, € 25.928,00 vermeerderd met € 11,84 per
                            volle eenheid van 100 kubieke meters, waarmee de hoeveelheid van 100.000
                            kubieke meters overschreden wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 bedraagt het tarief als bedoeld
                            in artikel 1 a voor commercieel te verhuren recreatie objecten € 61,29
                            per jaar per te verhuren zelfstandige gedeelte(-n).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee kalendermaanden na
                                de op het aanslagbiljet vermelde dagtekening.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van de
                                belastingplichtige de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke
                                termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden
                                in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal
                                termijnen ten minste twee bedraagt en maximaal 10, indien aan het
                                navolgende wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                rioolheffing of andere belastingen moet minder zijn dan €
                                6.500,--;</al></li><li nr="b."><al>de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische
                                betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige
                                kunnen worden afgeschreven. </al></li></lijst><al>De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet
                        en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het eerste lid geldt in geval het totaalbedrag van
                                de aanslag € 50,-- of minder is en zolang de verschuldigde bedragen
                                door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven dat de aanslag moet worden betaald in twee gelijke
                                termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijn één maand
                                later.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend
                        indien en voor zover de belastingaanslag betrekking heeft op de belasting
                        als bedoeld in artikel 6, lid 1, letter b tot en met g en lid 2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur van het Gemeentelijk
                            Belastingkantoor Twente</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente kan
                        nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de
                        rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Verordening rioolheffing 2016 vastgesteld bij raadsbesluit van 3 november
                        2015 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, lid 2, genoemde
                        datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                        blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening rioolheffing
                        2017”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vriezenveen, 8 november 2016</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>drs. R.J.M. Ros ir. C.L. Visser</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>