<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436747_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad d.d. 16-12-2016, nr. 177861</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening watertoeristenbelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B16.002335</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst van de regeling</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Dronten,</al><al>gelezen het voorstel van het college van 26 november 2016,
                        B16.002335;</al><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de raadscommissie van oktober 2016;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering
                        van watertoeristenbelasting 2017<vet> (Verordening
                            watertoeristenbelasting 2017):</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>vaartuig</onderstreept>: een vaartuig dat is
                                    bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatieve
                                    doeleinden;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>lengte</onderstreept>: de lengte over alles;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>vaste ligplaats</onderstreept>: een ligplaats die
                                    naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college
                                    van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig
                                    afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende
                                    een periode van ten minste een maand;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>etmaal</onderstreept>: een aaneengesloten tijdvak
                                    van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>maand</onderstreept>: een aaneengesloten tijdvak
                                    van 30 etmalen;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>seizoen</onderstreept>: het tijdvak van 1 april
                                    tot en met 31 oktober;</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>schipper</onderstreept>: de gezagvoerder van een
                                    vaartuig of degene die deze vervangt;</al></li><li nr="h."><al><onderstreept>particulier</onderstreept>: een natuurlijk persoon
                                    die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid
                                    biedt tot verblijf</al></li><li nr="i."><al><onderstreept>particulier verhuurde ligplaats of
                                        vaartuig</onderstreept>: een ligplaats die of vaartuig dat
                                    door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het
                                    houden van verblijf tegen een vergoeding in welke vorm dan
                                    ook;</al></li><li nr="j."><al><onderstreept>GBLT</onderstreept>: het openbaar lichaam
                                    Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn te
                                    Zwolle.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘watertoeristenbelasting’ wordt een directe belasting
                            geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in
                            de wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan
                            ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente
                            in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                                bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van
                                ligplaatsen of vaartuigen. .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot
                                verblijf, is belastingplichtig;</al><lijst><li nr="a."><al>de schipper;</al></li><li nr="b."><al>de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of</al></li><li nr="c."><al>degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een
                                        dergelijk vaartuig.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>door degenen die verblijf houden aan boord van:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot
                                            verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen,
                                            van hulpbehoevenden of van bejaarden;</al></li><li nr="b."><al>kano’s, roei en volgboten;</al></li><li nr="c."><al>motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4
                                            meter;</al></li><li nr="d."><al>een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid
                                            in het gemeentelijke watergebied bevindt; </al></li><li nr="e."><al>een vaartuig in directe dienst van het Rijk, de
                                            provincie Flevoland, het waterschap of de gemeente
                                            Dronten;</al></li><li nr="f."><al>een vaartuig dat in eigendom toebehoort aan de
                                            Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij;</al></li><li nr="g."><al>een vaartuig in gebruik voor onderhoud aan de
                                            waterwegen, welk onderhoud in opdracht van het Rijk, de
                                            provincie Flevoland, het waterschap Zuiderzeeland of de
                                            gemeente Dronten wordt uitgevoerd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van
                                    de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft
                                    in de zin van artikel 8, letters, c, d, f, g, h, van voornoemde
                                    wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een
                                    gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder
                                    verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang
                                    Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om de maatstaf van heffing vast te stellen kan de ambtenaar belast
                                met de heffing zoals bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel
                                a, van de gemeentewet de belastingplichtige conform artikel 3 eerste
                                lid, uitnodigen tot het doen van aangifte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aangifte wordt gedaan door het volledig ingevulde uitgereikte
                                aangiftebiljet met de eventueel daarbij gevraagde bescheiden in te
                                leveren of toe te zenden aan de ambtenaar belast met de heffing
                                zoals bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de
                                gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                                belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                                overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal
                                voor een vol etmaal gerekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor particulier verhuurde ligplaatsen of vaartuigen en voor vaste
                                ligplaatsen kan het aantal verblijven als bedoeld in artikel 5 op
                                een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige
                                forfaitair worden vastgesteld, mits er een belastingplichtige als
                                bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen. Bij de forfaitaire
                                vaststelling wordt het aantal verblijven gesteld op het aantal
                                verblijfhoudende personen vermenigvuldigd met het aantal etmalen
                                overeenkomstig het bepaalde in het navolgende in dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde ligplaatsen
                                of vaartuigen en voor vaste ligplaatsen, wordt per ligplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald
                                        op;</al><lijst><li nr="i."><al>2,1 bij een vaartuig met een lengte van 4, doch ten
                                                hoogste 7 meter;</al></li><li nr="ii."><al>2,3 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7,
                                                doch ten hoogste 9 meter;</al></li><li nr="iii."><al>2,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9,
                                                doch ten hoogste 12 meter;</al></li><li nr="iv."><al>2,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12
                                                meter.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen
                                        verblijf is gehouden bepaald op:</al><lijst><li nr="i."><al>16,7 bij een vaartuig met een lengte van 4, doch ten
                                                hoogste 7 meter;</al></li><li nr="ii."><al>18,2 bij een vaartuig met een lengte van 7, doch ten
                                                hoogste 9 meter;</al></li><li nr="iii."><al>18,3 bij een vaartuig met een lengte van 9, doch ten
                                                hoogste 12 meter;</al></li><li nr="iv."><al>18,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12
                                                meter.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opteren voor niet forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6, wordt op een door de
                            belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van
                            heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen en het werkelijk
                            aantal personen dat verblijf heeft gehouden, indien blijkt dat dit
                            aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per persoon per etmaal € 0,95.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het seizoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorlopige aanslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige
                                een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag
                                waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorlopige aanslag kan met inachtneming van het in het eerste
                                lid bepaalde, door een of meer voorlopige aanslagen worden
                                aangevuld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopige aanslagen worden met de aanslag verrekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990,
                                moet de aanslag worden betaald in één termijn die vervalt twee
                                maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging
                                heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische
                                incasso, dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse
                                termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog in het
                                desbetreffende kalenderjaar volle dan wel gedeeltelijke
                                kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal
                                maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. Voor de overige
                                aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel neergelegde
                                hoofdregel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de in lid 2 van dit artikel geldt als restrictie dat het bedrag
                                per afschrijving op het totaalbedrag van het desbetreffende
                                aanslagbiljet niet minder dan € 5,00 bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
                            voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
                            verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te
                            melden aan de heffingsambtenaar van GBLT bedoeld in artikel 232, vierde
                            lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur van GBLT</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven met betrekking
                            tot de heffing en invordering van de watertoeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening watertoeristenbelasting 2016 van 26 november 2015
                                    wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2017, met dien
                                    verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                                    die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>De verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                    watertoeristenbelasting 2017”.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dronten, 24 november 2016.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>D.Petrusma MMC mr. A.B.L. de Jonge</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>