<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436743_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad d.d. 29-12-2016, nr. 188130</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reclamebelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 227</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B16.002329</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt Marktgeldverordening 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst van de regeling</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Dronten,</al><al>gelezen het voorstel van het college van 9 september 2016,
                        B16.002329</al><al>gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de raadscommissie van oktober 2016;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en
                        invordering van reclamebelasting 2017(<vet>Verordening
                            reclamebelasting 2017</vet>):</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Openbare aankondiging: een openbare aankondiging in letters,
                                    symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar van de
                                    openbare weg.</al></li><li nr="b."><al>Onroerende zaak: elk afzonderlijk WOZ-object, afgebakend op
                                    grond van artikel 16 van de Wet waardering onroerende
                                    zaken;</al></li><li nr="c."><al>Jaar: een kalenderjaar.</al></li><li nr="d."><al>GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor
                                    Lococensus – Tricijn te Zwolle.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader
                            aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een directe
                            belasting geheven voor het hebben van een openbare aankondiging dat
                            zichtbaar is vanaf de openbare weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de
                                niet-woning waarop en/of waarbij één of meer openbare aankondigingen
                                worden aangetroffen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder niet-woning wordt verstaan de onroerende zaak die niet
                                volledig dienstbaar is aan woondoeleinden, conform artikel 220a, lid
                                2 van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare
                            aankondigingen:</al><lijst><li nr="a."><al>Met een openbare aankondiging door publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun
                                    publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="b."><al>Die uitsluitend dient ten behoeve van de regulering van het
                                    verkeer over openbare land- en waterwegen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de
                            onroerende zaakbelasting zoals die voor het belastingobject voor het
                            belastingjaar is vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt 0,255 % van de WOZ-waarde van de onroerende zaak
                            waarop en/of waarbij één of meer openbare aankondigingen worden
                            aangetroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                aanvangt, is de heffing verschuldigd voor zoveel
                                driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle etmalen resteren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                                driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van
                                belastingplicht nog volle etmalen overblijven, tenzij blijkt dat het
                                bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Indien de belastingplicht eindigt na dagtekening van het
                                aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing
                                indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Een aanslag van minder dan € 5,00 wordt niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Voor de toepassing van het vijfde lid wordt het totaal van de op
                                één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990,
                                moet de aanslag worden betaald in één termijn die vervalt twee
                                maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging
                                heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische
                                incasso, dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse
                                termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog in het
                                desbetreffende kalenderjaar volle dan wel gedeeltelijke
                                kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal
                                maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. Voor de overige
                                aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel neergelegde
                                hoofdregel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de in lid 2 van dit artikel geldt als restrictie dat het bedrag
                                per afschrijving op het totaalbedrag van het desbetreffende
                                aanslagbiljet niet minder dan € 5,00 bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels door het Gemeenschappelijk belastingkantoor
                                Lococensus-Tricijn</titel></kop><al>Het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn kan nadere
                            regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reclamebelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening Reclamebelasting 2016’ van 26 november 2015,
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                    datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>De verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                    Reclamebelasting 2017”.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dronten, 24 november 2016</ondertekening><ondertekening>de raad van Dronten,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>D.Petrusma MMC mr. A.B.L. de Jonge</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>