<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436741_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad d.d. 16-12-2016, nr. 177651</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening parkeerbelastingen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 225</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B16.002315</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt Verordening parkeerbelastingen 2014.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst van de regeling</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Dronten;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 9
                        september 20160, B16.002315;</al><al>gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de raadscommissie van oktober 2016;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering
                        van parkeerbelastingen 2017<vet> (Verordening parkeerbelasting
                            2017):</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>parkeren:</al><al>het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een
                            voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt
                            wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel
                            onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen
                            voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop
                            dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                            verboden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen:</al><al>onder andere hetgeen dat wordt verstaan onder motorvoertuig in het
                            Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) met
                            inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het
                            RVV 1990, alsmede ieder object of toestel dat personen of goederen kan
                            vervoeren;</al></li><li nr="c."><al>houder:</al><al>degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet
                            worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is
                            ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden
                            register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op
                            wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van
                            het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="d."><al>parkeerapparatuur:</al><al>parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeter
                            en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                            parkeerapparatuur wordt verstaan.</al></li><li nr="e."><al>GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor
                            Lococensus – Tricijn te Zwolle.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een
                                    bij, dan wel krachtens deze verordening door het college van
                                    burgemeester en wethouders te bepalen plaats en, tijdstip.</al></li><li nr="b."><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende
                                    vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die
                                    vergunning aangegeven plaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van
                                degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>Degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
                                        heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b."><al>Zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel
                                        2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het
                                        voertuig, met dien verstande dat</al><lijst><li nr="i."><al>Als een voor ten hoogste drie maanden aangegane
                                                huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie
                                                ten tijde van het parkeren ingevolge deze
                                                overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet
                                                de houder maar de huurder wordt aangemerkt als
                                                degene die het voertuig heeft geparkeerd;</al></li><li nr="ii."><al>Als blijkt dat een ander in het kentekenregister had
                                                moeten staan ingeschreven, die ander wordt
                                                aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft
                                                geparkeerd.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven
                                van degene die op de voet van het tweede lid van dit artikel,
                                onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt
                                aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het
                                parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft
                                gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft
                                kunnen voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van
                                degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak
                            zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel
                            uitmakende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij
                                wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt
                                aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen
                                van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met
                                inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders
                                gestelde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij
                                wege van voldoening op aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij
                                aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op
                                het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet
                                    overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het
                                    parkeren.Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt
                                    op de parkeerapparatuur kennisgegeven. Het college van
                                    burgemeester en wethouders geeft omtrent een en ander nadere
                                    regels.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet
                                    overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop
                                    de vergunning wordt verleend.</al></li><li nr="3."><al>Een naheffingsaanslag moet direct worden betaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                            betaling van de belasting bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd
                            geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en
                            wethouders bij openbaar te maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kosten</titel></kop><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting, bedoeld in
                            artikel 2, onderdeel a, bedragen € 50,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur van GBLT</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven met betrekking
                            tot de heffing en invordering van de parkeerbelastingen, met
                            uitzondering van die nadere regels waarin in deze verordening deze
                            expliciet aan het college van burgemeester en wethouders zijn
                            toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening parkeerbelastingen 2016, wordt ingetrokken met
                                    ingang van de in lid 3 genoemde datum van ingang van de heffing,
                                    met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                    belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                    voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>de datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                                    parkeerbelastingen 2017’.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dronten, 24 november 2016.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>D.Petrusma MMC mr. A.B.L. de Jonge</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>TARIEVENTABEL behorende bij de “Verordening parkeerbelastingen
                                2017”</vet></al><al/><al><vet>ONDERDEEL I</vet></al><al/><al><vet>Tarief van de belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a voor het
                                parkeren</vet></al><al>Het tarief voor het parkeren op voor het betaald parkeren aangewezen
                            openbare wegen, weggedeelten, bermen en terreinen, daaronder begrepen
                            parkeerplaatsen bedraagt:</al><al>Voor het seizoen, lopende van 1 april tot en met 30 september van
                            maandag tot en met zondag van 09.00 uur tot 21.00 uur per dag of
                            gedeelte van een dag € 5,00.</al><al/><al><vet>ONDERDEEL II</vet></al><al/><al><vet>Tarief van de belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, voor
                                een parkeervergunning</vet></al><al>Het tarief voor een parkeervergunning, als bedoeld in artikel 2,
                            onderdeel b, voor het seizoen van 1 april tot en met 30 september
                            bedraagt:</al><al>Voor een vergunning voor één voertuig € 40,00.</al><al/><al/><al>Behoort bij raadsbesluit van 24 november 2016,</al><al>D.Petrusma MMC</al><al>griffier .</al></bijlage></regeling></body></cvdr>