<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436740_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad d.d. 21-12-2016, nr. 151519</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerendezaakbelastingen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B16.002324</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt Verordening onroerendezaakbelastingen 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst van de regeling</vet></al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Dronten;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 27 oktober 2016,
                        B16.002324;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet ;</al><al>gezien het advies van de raadscommissie van december 2016;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende-zaakbelastingen 2017<vet> (Verordening OZB 2017):</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus
                            – Tricijn te Zwolle.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor binnen de
                                gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                        woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                        recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen:
                                        gebruikersbelasting; </al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
                                        noemen: eigenarenbelasting. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als
                                        gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven
                                        (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de
                                        belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; </al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene
                                        die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is
                                        bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan
                                        wie die zaak ter beschikking is gesteld. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin
                                van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is
                                vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde
                                die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken
                                is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden
                                toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 2.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet
                                van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de
                                heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                                toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en
                                20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is
                            gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde
                            van: </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                            cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond,
                                            alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                            bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                            gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem
                                            te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor
                                            de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                            daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde
                                            grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                            openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                            bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard,
                                            een en ander met uitzondering van delen van zodanige
                                            onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een
                                            op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen
                                            landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in
                                            artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet
                                            1928, met uitzondering van de daarop voorkomende
                                            gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                            heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen,
                                            die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid
                                            welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het
                                            behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                                            worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar
                                            vervoer per rail, een en ander met inbegrip van
                                            kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden
                                            beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                            publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van
                                            de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                            ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, met uitzondering van de delen van
                                            zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                            afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan
                                            die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf
                                            als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden
                                            gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                            uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                            bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                            onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige
                                            gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn
                                            geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste
                                            van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente,
                                            zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden,
                                            monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en
                                            palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de
                                            gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot
                                            heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met
                                            uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                            dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met
                                            uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                            dienen als woning.</al></li><li nr="n."><al>ongebouwde eigendommen, waarvan de gemeente het genot
                                            heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht;</al></li><li nr="o."><al>gebouwde eigendommen, met inbegrip van de ondergrond,
                                            welke dienen tot huisvesting van een openbare
                                            bibliotheek;</al></li><li nr="p."><al>ongebouwde eigendommen, welke gronden worden gebruikt
                                            voor sport en recreatie, voor zover niet bedrijfsmatig
                                            geëxploiteerd, alsmede de daarbij gebouwde eigendommen
                                            met inbegrip van de ondergrond.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste
                                            lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting
                                            geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het
                                            genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                            recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de
                                            bepaling van de heffingsmaatstaf voor de
                                            gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde
                                            van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak
                                            tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn
                                            aan woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de gebruikersbelasting 0,1547 %;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de eigenarenbelasting</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1658
                                %;</al></lid><lid><lidnr>ii.</lidnr><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2218
                                %.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 5,00 vindt geen invordering plaats.
                                Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op
                                een aanslabiljet verenigde verschuldigde bedragen
                                onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990,
                                moet de aanslag worden betaald in één termijn die vervalt twee
                                maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging
                                heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische
                                incasso, dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse
                                termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog in het
                                desbetreffende kalenderjaar volle dan wel gedeeltelijke
                                kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal
                                maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. Voor de overige
                                aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel neergelegde
                                hoofdregel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de in lid 2 van dit artikel geldt als restrictie dat het bedrag
                                per afschrijving op het totaalbedrag van het desbetreffende
                                aanslagbiljet niet minder dan € 5,00 bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van onroerende-zaakbelastingen wordt geen
                            kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur van GBLT</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven voor de heffing
                            en de invordering van onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening onroerendezaakbelastingen 2016’ van 26 november
                                    2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                                    genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat
                                    zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor
                                    die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening OZB
                                    2017’.</al><al>.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dronten, 15 december 2016.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>D.Petrusma MMC mr. A.B.L. de Jonge</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>