<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436416_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad d.d. 16-12-2016, nr. 177866</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening forensenbelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 223</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B16.002319</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dronten</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 9
                        september 2016, B16.002319;</al><al>gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de raadscommissie van oktober 2016;</al><al/><al>BESLUIT</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening Verordening op de heffing en
                        invordering van forensenbelasting 2016 (<vet>Verordening forensenbelasting
                            201</vet><vet>7</vet>):</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: Een
                            gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus
                            – Tricijn te Zwolle.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam forensenbelasting wordt een directe belasting geheven van
                            de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te
                            hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun
                            gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de
                            omstandigheden beoordeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een
                        openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een
                        vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt,
                        dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn
                        hoofdverblijf vertoeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de
                            onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de
                            woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt
                            is vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de
                            waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen
                            voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het
                            belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e,
                            van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is
                            vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde in het
                            economisch verkeer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en het derde lid
                            geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de
                            Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van
                            de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt bij een waarde zoals vastgesteld in artikel 4 van deze
                        verordening van:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 26.800,00 of minder: € 132,00;</al></li><li nr="b."><al>meer dan € 26.800,00, doch minder dan € 40.200,00: € 145,00;</al></li><li nr="c."><al>€ 40.200,00 of meer, doch minder dan € 58.000,00: € 295.00;</al></li><li nr="d."><al>€ 58.000,00 of meer, doch minder dan € 98.000,00: € 442,00;</al></li><li nr="e."><al>€ 98.000,00 of meer: € 610,00.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer
                        dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in
                        artikel 2 van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanslag van minder dan € 5,00 wordt niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één
                            aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990,
                            moet de aanslag worden betaald in één termijn die vervalt twee maanden
                            na dagtekening van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft
                            afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso,
                            dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er
                            na de dagtekening van de aanslag nog in het desbetreffende kalenderjaar
                            volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande
                            dat het aantal maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. Voor
                            de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel
                            neergelegde hoofdregel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de in lid 2 van dit artikel geldt als restrictie dat het bedrag per
                            afschrijving op het totaalbedrag van het desbetreffende aanslagbiljet
                            niet minder dan € 5,00 bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur van GBLT</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven met betrekking tot de
                        heffing en de invordering van de forensenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening forensenbelasting 2016, van 26 november 2015, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>De verordening wordt aangehaald als “Verordening forensenbelasting
                                2017”.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dronten, 24 november 2016</ondertekening><ondertekening>de raad van Dronten,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>D.Petrusma MMC mr. A.B.L. de Jonge</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>