<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436234_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde van de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Baarn 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-121128.html">Gemeenteblad, 2 september 2016, nummer 121128</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde van de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Baarn 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=12">Gemeentewet, aritkel 12</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=82">Gemeentewet, artikelen 82 t/m 86</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-09-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15RV000080</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde van de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Baarn 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad
                        van de gemeente Baarn 2015 </al><al/><al>De raad van de gemeente Baarn;</al><al/><al>gelet op de artikelen 16 en 82 t/m 86 van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van het presidium d.d. 15 september 2015;</al><al>besluit vast te stellen </al><al/><al><vet>het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van
                            de raad van de gemeente Baarn 2015:</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>In dit reglement wordt verstaan onder: - Informatie in de Raad: eerste fase
                        in de raadscyclus (beeldvorming); Informatie in de Raad is een commissie
                        zoals bedoeld in artikel 82 van de gemeentewet;</al><lijst><li nr="-"><al>Debat in de Raad: tweede fase in de raadscyclus (oordeelsvorming);
                                Debat in de Raad is een commissie zoals bedoeld in artikel 82 van de
                                gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>Besluit in de Raad: derde fase in de raadscyclus (besluitvorming);
                                officiële vergadering van de gemeenteraad;</al></li><li nr="-"><al>griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;</al></li><li nr="-"><al>steunfractielid: lid van Informatie in de Raad en Debat in de Raad,
                                niet zijnde raadslid;</al></li><li nr="-"><al>voorzitter: voorzitter van Besluit in de Raad of diens
                                plaatsvervanger;</al></li><li nr="-"><al>bespreekstuk: een voorstel op de agenda van Besluit in de Raad
                                waarover door minimaal één deelnemer in Debat in de Raad is
                                aangegeven het voorstel tijdens Besluit in de Raad te willen
                                bespreken;</al></li><li nr="-"><al>hamerstuk: een voorstel op de agenda van Besluit in de Raad waarover
                                in het Debat in de Raad unaniem is aangegeven dat geen verdere
                                bespreking in Besluit in de Raad gewenst is;</al></li><li nr="-"><al>actiepuntenlijst: overzicht met door het college gedane toezeggingen
                                tijdens Informatie in de Raad, Debat in de Raad en Besluit in de
                                Raad en door de raad aangenomen moties;</al></li><li nr="-"><al>amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een
                                ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;</al></li><li nr="-"><al>initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening
                                of ander voorstel;</al></li><li nr="-"><al>jaarplanning: overzicht van door college en raad aangemelde
                                onderwerpen voor de agenda van Informatie in de Raad, Debat in de
                                Raad en Besluit in de Raad;</al></li><li nr="-"><al>motie: verklaring van een raadslid waarmee een oordeel, wens of
                                verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="-"><al>raadsinformatiebrief: schriftelijke informatie van het college aan
                                de raad in het kader van de actieve informatieplicht;</al></li><li nr="-"><al>subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een
                                aanhangig amendement.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 2. De griffier</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier legt, alvorens zijn ambt te aanvaarden dan wel in de
                                eerste vergadering na de aanvaarding, in handen van de voorzitter de
                                volgende eed of belofte af: "Ik zweer (verklaar) dat ik om tot
                                griffier benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder
                                welke naam of voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of
                                beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt
                                te doen of te laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of
                                enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof), dat
                                ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en
                                dat ik mijn plichten als griffier naar eer en geweten zal vervullen.
                                Zo waarlijk helpe mij God almachtig!" ("Dat verklaar en beloof
                                ik!").</al></li><li nr="2."><al>De griffier is aanwezig in Informatie in de Raad, Debat in de Raad,
                                Besluit in de Raad en vergaderingen van het presidium.</al></li><li nr="3."><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad aangewezen plaatsvervanger.</al></li><li nr="4."><al>De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen
                                in Informatie in de Raad, Debat in de Raad en Besluit in de Raad
                                deelnemen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 3. Het presidium </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de
                                fractievoorzitters.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter van de gemeenteraad is voorzitter van het
                                presidium.</al></li><li nr="3."><al>Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid of steunfractielid aan
                                dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.</al></li><li nr="4."><al>Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn
                                vergaderingen.</al></li><li nr="5."><al>Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie
                                en het functioneren van de raad en haar commissies voor zover het
                                niet betreft de taken van de agendacommissie.</al></li><li nr="6."><al>Het presidium streeft naar consensus en stemt slechts bij
                                uitzondering. Bij stemming heeft elke fractievoorzitter één stem in
                                het presidium.</al></li><li nr="7."><al>Het presidium vergadert minstens vier keer per jaar.</al></li><li nr="8."><al>De griffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van het
                                presidium.</al></li><li nr="9."><al>De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 4. De agendacommissie en het vaststellen van de vergaderingen
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er is een agendacommissie die bestaat uit een raadslid vanuit de
                                coalitie en een raadslid vanuit de oppositie.</al></li><li nr="2."><al>De griffier en de secretaris zijn als adviseur aanwezig bij de
                                vergaderingen van de agendacommissie.</al></li><li nr="3."><al>De agendacommissie vergadert één keer per vergadercyclus of zoveel
                                vaker als zij nodig acht.</al></li><li nr="4."><al>De agendacommissie stelt op voordracht van de griffier de
                                conceptagenda’s op van Informatie in de Raad, Debat in de Raad en
                                Besluit in de Raad.</al></li><li nr="5."><al>De jaarplanning is hierbij richtinggevend.</al></li><li nr="6."><al>De leden van de agendacommissie krijgen het mandaat van de raad voor
                                het opstellen van deze conceptagenda’s: zij werken onafhankelijk,
                                neutraal en zonder partijpolitiek belang.</al></li><li nr="7."><al>De agendacommissie stelt de vergaderingen vast als bedoeld in
                                artikel 17, eerste lid, van de Gemeentewet en het volgend lid.</al></li><li nr="8."><al>De agendacommissie besluit op grond van een advies van het college
                                welke betrokkenen door de griffier worden uitgenodigd om de
                                vergadering bij te wonen en worden geattendeerd op de mogelijkheden
                                om hun mening kenbaar te maken tijdens Informatie in de Raad en in
                                te spreken tijdens Debat in de Raad.</al></li><li nr="9."><al>De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de benoeming van een raadslid stelt de voorzitter door middel
                                van loting een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Het eerst
                                aangewezen raadslid is tevens de voorzitter van de commissie.</al></li><li nr="2."><al>De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking
                                hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt
                                vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw
                                benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van
                                een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.</al></li><li nr="3."><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                gebeurt in het laatste Besluit in de Raad in oude samenstelling na
                                de raadsverkiezingen.</al></li><li nr="4."><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden
                                op om in het eerste Besluit in de Raad in nieuwe samenstelling,
                                bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of
                                verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="5."><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op om in
                                de vergadering van Besluit in de Raad waarin over diens toelating
                                wordt beslist de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                leggen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven en benoeming wethouders</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de benoeming van een wethouder stelt de voorzitter door middel
                                van loting een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Het eerst
                                aangewezen raadslid is tevens de voorzitter van de commissie.</al></li><li nr="2."><al>De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de
                                vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde
                                lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens
                                advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien van
                                toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in
                                dit advies.</al></li><li nr="3."><al>Bij de geloofsbrieven zijn eveneens gevoegd een Verklaring Omtrent
                                Gedrag en een verslag van de burgemeester van een gesprek met de te
                                benoemen wethouder over mogelijke risico’s m.b.t. integriteit.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 7. Fracties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de
                                fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen
                                aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in het eerste Besluit in
                                de Raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal
                                voeren.</al></li><li nr="3."><al>De namen van de fractievoorzitters en diens plaatsvervanger worden
                                zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige
                                fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie
                                zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.</al></li><li nr="5."><al>Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3
                                van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van het eerstvolgende
                                Besluit in de Raad na naamswijziging.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdstuk 2. Vergaderingen</vet></al><al/><al><vet>Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen </vet></al><al/><al><vet>Artikel 8. Vergaderfrequentie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad stelt in de regel in Besluit in de Raad in oktober
                                het vergaderschema voor het komend jaar vast.</al><lijst><li nr="·"><al>2. Besluit in de Raad vindt in de regel plaats op de vierde
                                        woensdag van de maand. De vergadering vangt aan om 20.00 uur
                                        en wordt gehouden in het gemeentehuis.</al></li></lijst></li></lijst><al>·3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur
                        bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij
                        er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de
                        agendacommissie.</al><al>·4. In het geval dat om 23:00 uur nog niet alle op de agenda vermelde
                        onderwerpen zijn behandeld, schorst de voorzitter de vergadering, tenzij de
                        meerderheid van de aanwezige leden van oordeel is dat de vergadering moet
                        worden voortgezet. Ingeval van schorsing wordt de betreffende vergadering in
                        principe de volgende dag om 20:00 uur voortgezet.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Oproep en voorlopige agenda </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering een
                                digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende
                                stukken, met uitzondering van de stukken waarop op grond van artikel
                                25, eerste en tweede lid, of artikel 86 van de Gemeentewet
                                geheimhouding is gelegd. 2. Een overzicht van genodigde betrokkenen
                                wordt in een afgeschermde omgeving aan de raads- en
                                steunfractieleden beschikbaar gesteld.</al></li><li nr="3."><al>In de voorlopige agenda van Besluit in de Raad wordt een onderscheid
                                gemaakt tussen bespreekstukken en hamerstukken.</al></li><li nr="4."><al>Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 10, eerste lid,
                                wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo
                                spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de
                                vergadering, aan de raadsleden en steunfractieleden gezonden.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 10. Aanvull ende agenda; vaststellen agenda</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een
                                schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De
                                daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of
                                tweede lid, en/of artikel 86 van de Gemeentewet geheimhouding is
                                opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder
                                berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden en
                                steunfractieleden op verzoek inzage.</al></li><li nr="3."><al>De agenda wordt bij aanvang van de vergadering vastgesteld.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 11. Beschikbaar stellen van stukken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderstukken zijn digitaal beschikbaar en worden op de website
                                van de gemeente geplaatst. 2. Vertrouwelijke stukken worden digitaal
                                in een afgeschermde omgeving aan de raads- en steunfractieleden
                                beschikbaar gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid,
                                artikel 55 of artikel 86 van de Gemeentewet geheimhouding is
                                opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede
                                lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden
                                en steunfractieleden op verzoek inzage.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 12. Openbare kennisgeving </vet></al><al>Vergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging in een
                        nieuwsblad en op de website van de gemeente Baarn. </al><al/><al><vet>Paragraaf 2. Ter vergadering </vet></al><al/><al><vet>Artikel 13. Presentielijst</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van
                                Besluit in de Raad.</al></li><li nr="2."><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de
                                presentielijst. Aan het einde van elk Besluit in de Raad wordt de
                                lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>Bij verhindering melden raadsleden zich voor het begin van Besluit
                                in de Raad af bij de voorzitter via de griffier.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 14. Zitplaatsen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste
                                zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij
                                aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                aangewezen.</al><lijst><li nr="·"><al>2.De raadsfracties zitten in volgorde van grootte van
                                        fractie, tegen de richting van de klok in.</al></li></lijst></li></lijst><al>·3.Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien
                        na overleg in het presidium.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Aantal spreektermijnen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de gemeenteraad in Besluit in de Raad
                                anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord
                                voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Interrupties duren in principe niet langer dan 30 seconden.</al></li><li nr="5."><al>Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een
                                amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel
                                heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat
                                raadslid ingediende.</al></li><li nr="6."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp
                                of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                spreken over een voorstel van orde.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen</vet></al><al>Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad in Besluit in
                        de Raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de
                        beraadslaging.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Voorstellen van orde</vet></al><al>Raadsleden kunnen tijdens Besluit in de Raad mondeling een voorstel van orde
                        betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.</al><al/><al><vet>Paragraaf 3. Stemmingen </vet></al><al/><al><vet>Artikel 18. Stemverklaring </vet></al><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de gemeenteraad in Besluit in
                        de Raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag
                        toelichten.</al><al/><al><vet>Artikel 19. Beslissing </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een
                                onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders
                                beslist.</al></li><li nr="2."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,
                                formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen
                                beslissing.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 20. Stemming; procedure hoofdelijke stemming </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit
                                niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder
                                stemming is aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in
                                Besluit in de Raad aanwezige raadsleden aantekening in het verslag
                                vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of
                                overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te
                                hebben deelgenomen.</al></li><li nr="3."><al>Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de
                                voorzitter daarvan mededeling aan de raad.</al></li><li nr="4."><al>Indien een of meer raadsleden om stemming vragen, geeft iedere
                                fractie in volgorde van groot naar klein aan of zij voor of tegen
                                het voorstel is.</al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam
                                op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij
                                loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op
                                alfabetische volgorde.</al></li><li nr="6."><al>Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige
                                raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet
                                niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor'
                                of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="7."><al>Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan
                                deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft
                                gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan
                                deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
                                gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen
                                verandering in de uitslag van de stemming.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze
                                doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 21. Volgorde stemming over amendementen en moties </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                                eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel
                                zoals het dan luidt in zijn geheel.</al></li><li nr="2."><al>Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het
                                subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat
                                betrekking heeft.</al></li><li nr="3."><al>Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig
                                voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede
                                lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                gestemd.</al></li><li nr="4."><al>Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt
                                eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 22. Stemming over personen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van
                                voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden
                                tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau
                                verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig
                                artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te
                                nemen.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen,
                                voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het
                                stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op
                                één briefje.</al></li><li nr="4."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
                                gemeenteraad in Besluit in de Raad op voorstel van het
                                stembureau.</al><al/></li></lijst><al><vet>Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken </vet></al><al/><al><vet>Artikel 23. Verslag en besluitenlijst </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier draagt zorg voor verslagen (schriftelijk en audio) en
                                besluitenlijsten van Besluit in de Raad.</al></li><li nr="2."><al>Een verslag bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de
                                        raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de
                                        overige personen die het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;</al></li><li nr="c."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                        geweest;</al></li><li nr="d."><al>een woordelijk verslag van het gesprokene met vermelding van
                                        de namen van de sprekers;</al></li><li nr="e."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                        vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                        raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                        de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de
                                        Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het
                                        uitbrengen van hun stem hebben vergist;</al></li><li nr="f."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                        initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                        amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="g."><al>bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de
                                        hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het
                                        bepaalde in artikel 16 door de raad is toegestaan deel te
                                        nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het
                                recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien het
                                verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen
                                gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient 24 uur
                                voor het vaststellen van het verslag bij de griffier te worden
                                ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en
                                griffier.</al></li><li nr="5."><al>Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen
                                niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na Besluit
                                in de Raad openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke
                                wijze.</al></li><li nr="6."><al>Verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente
                                geplaatst.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 24. Ingekomen stukken </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder raadsinformatiebrieven,
                                worden op de Lijst Ingekomen Stukken voor de raad geplaatst die aan
                                de raadsleden en steunfractieleden digitaal beschikbaar wordt
                                gesteld en ter inzage wordt gelegd.</al></li><li nr="2."><al>Na de vaststelling van het verslag stelt de raad op voorstel van de
                                griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.</al></li><li nr="3."><al>Vastgestelde Lijsten Ingekomen Stukken worden ondertekend door de
                                voorzitter en griffier.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 25. Actiepuntenlijst en jaarplanning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier draagt zorg voor de actiepuntenlijst.</al></li><li nr="2."><al>Door het college gedane toezeggingen tijdens Informatie in de Raad,
                                Debat in de Raad en Besluit in de Raad en door de gemeenteraad in
                                Besluit in de Raad aangenomen moties worden op de actiepuntenlijst
                                geplaatst.</al></li><li nr="3."><al>Het college informeert de raad over het nakomen van de toezeggingen
                                door middel van Raadsinformatiebrieven of voortgangsinformatie in de
                                actiepuntenlijst.</al></li><li nr="4."><al>De actiepuntenlijst en jaarplanning worden door de gemeenteraad
                                tijdens Besluit in de Raad vastgesteld.</al></li><li nr="5."><al>Vastgestelde actiepuntenlijsten en jaarplanningen worden ondertekend
                                door de voorzitter en griffier.</al></li></lijst><al/><al><vet>Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen </vet></al><al/><al><vet>Artikel 26. Toepassing reglement op besloten vergaderingen </vet></al><al>Op besloten vergaderingen van Besluit in de Raad is dit reglement van
                        overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten
                        karakter van de vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 27. Verslag besloten vergadering </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Van een besloten vergadering wordt alleen een schriftelijk verslag
                                gemaakt (geen besluitenlijst en audio-verslaglegging).</al></li><li nr="2."><al>Conceptverslagen van besloten vergaderingen van Besluit in de Raad
                                worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden en
                                steunfractieleden ter inzage gelegd bij de griffier. </al><al>3. De leden, de voorzitter, en de griffier hebben het recht een
                                voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien het verslag
                                onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of
                                besloten is. Een voorstel tot verandering dient 24 uur voor het
                                vaststellen van het verslag bij de griffier te worden
                                ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een Besluit in de Raad
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens dit Besluit in de Raad beslist
                                de raad of het vastgestelde verslag openbaar wordt gemaakt. </al><al>5. Als er geen voorstellen tot verandering zijn ingediend, wordt het
                                verslag in de openbare vergadering vastgesteld.</al></li><li nr="6."><al>Als er voorstellen tot verandering zijn ingediend, worden de deuren
                                gesloten en wordt het verslag in een besloten vergadering
                                vastgesteld.</al></li><li nr="7."><al>Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en de
                                griffier.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 28. Opheffing geheimhouding </vet></al><al>Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en
                        derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de
                        geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft
                        opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het
                        desbetreffende orgaan overleg gevoerd.</al><al/><al><vet>Paragraaf 6. Toehoorders en pers </vet></al><al/><al><vet> Artikel 29. Toehoorders en pers </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare
                                vergaderingen van Besluit in de Raad uitsluitend bij op de voor hen
                                bestemde plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                wijze verstoren van de orde is hen verboden.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 30. Geluid- en beeldregistrat ies </vet></al><al>Degenen die van een openbaar Besluit in de Raad geluid- of beeldregistraties
                        willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich
                        naar diens aanwijzingen.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden </vet></al><al/><al><vet>Artikel 31. Amendementen en subamendementen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden dienen amendementen en subamendementen in voor het
                                sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking
                                hebben bij de voorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de
                                voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.</al></li><li nr="2."><al>Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is
                                mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is
                                afgerond.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 32. Moties </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Een motie wordt ingediend bij de behandeling van het
                                agendapunt.</al></li><li nr="3."><al>Een motie over een niet geagendeerd onderwerp wordt ingediend bij de
                                vaststelling van de agenda.</al></li><li nr="4."><al>De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de
                                beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking
                                heeft.</al></li><li nr="5."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen
                                zijn behandeld.</al></li><li nr="6."><al>Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming daarover door de raad is afgerond.</al></li><li nr="7."><al>Raadsleden gaan omzichtig om met moties over niet-geagendeerde
                                onderwerpen, waar het betreft onderwerpen waarover nog geen jaar
                                geleden besluitvorming is geweest of een motie over ingediend
                                is.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 33. Initiatiefvoorstel </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de
                                voorzitter via de griffier.</al></li><li nr="2."><al>Deze voorstellen worden op de agenda van het eerstvolgende Besluit
                                in de Raad geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor al
                                verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van het
                                daaropvolgende Besluit in de Raad geplaatst.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 34. Collegevoorstel </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
                                voorlopige agenda van Besluit in de Raad, kan niet worden
                                ingetrokken zonder toestemming van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden
                                gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 35. Interpellatie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie
                                schriftelijk in bij de voorzitter via de griffier. Het verzoek bevat
                                in ieder geval de te stellen vragen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter brengt via de griffier de inhoud van het verzoek zo
                                spoedig mogelijk ter kennis van de overige raads- en
                                steunfractieleden en de wethouders.</al></li><li nr="3."><al>Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van Besluit in de
                                Raad is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter
                                spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens het
                                eerstvolgende Besluit in de Raad gestemd. In andere gevallen tijdens
                                het daaropvolgende Besluit in de Raad.</al></li><li nr="4."><al>De raad willigt het verzoek tot het houden van een interpellatie in,
                                indien het verzoek wordt gesteund door minimaal vier van de
                                aanwezige raadsleden. 5. De interpellant voert niet vaker dan
                                tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de
                                wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof
                                geeft.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 36. Schriftelijke vragen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de
                                burgemeester in bij de griffier.</al></li><li nr="2."><al>De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de
                                overige raads- en steunfractieleden, het college of de burgemeester
                                en de pers.</al></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden,
                                stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de
                                vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
                                aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.</al></li><li nr="5."><al>Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden
                                door tussenkomst van de griffier aan de vragensteller en in
                                afschrift aan de raadsleden en steunfractieleden en pers
                                toegezonden.</al></li><li nr="6."><al>De antwoorden worden geagendeerd voor het eerstvolgend Besluit in de
                                Raad en de vragensteller kan dan nadere inlichtingen vragen over het
                                door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de
                                raad anders beslist.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 37. Inlichtingen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de
                                artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet
                                schriftelijk in bij de griffier.</al></li><li nr="2."><al>De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter
                                kennis van de overige raadsleden en steunfractieleden, het college
                                of de burgemeester en de pers.</al></li><li nr="3."><al>De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad
                                verschaft, in ieder geval binnen 10 dagen nadat het verzoek is
                                ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Indien de inlichtingen niet binnen deze termijn aan de raad
                                verschaft kunnen worden, stelt het verantwoordelijk lid van het
                                college of de burgemeester de indiener van het verzoek hiervan
                                gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt,
                                waarbinnen de inlichtingen verschaft zullen worden.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 38. Vragenhalfuur </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er is een vragenhalfuur van 20.00 uur tot uiterlijk 20.30 uur, voor
                                het vaststellen van de agenda, tenzij er bij de voorzitter geen
                                vragen zijn ingediend. </al><al>2. In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat het
                                vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter
                                bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.</al></li><li nr="3."><al>Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, dienen
                                tenminste 24 uur voor aanvang van het vragenhalfuur het onderwerp
                                met de vragen in bij de voorzitter, via de griffier.</al></li></lijst><al>4 De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
                        raads- en steunfractieleden, het college of de burgemeester en de pers.</al><lijst><li nr="5."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                overige raadsleden.</al></li><li nr="7."><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></li><li nr="8."><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></li><li nr="9."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></li><li nr="10."><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegelaten.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdstuk 4. Slotbepalingen </vet></al><al/><al><vet>Artikel 39. Uitleg reglement </vet></al><al>In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de
                        toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                        voorzitter.</al><al/><al><vet>Artikel 40. Intrekken oude reglement </vet></al><al>Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de
                        raad van de gemeente Baarn 2011 wordt ingetrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 41. Inwerkingtreding en citeertitel </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op 23 september 2015.</al></li><li nr="2."><al>Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor
                                vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente
                                Baarn 2015.</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Baarn,
                        gehouden op 23 september 2015,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Bij deze toelichting is gebruik gemaakt van de toelichting op het Model
                    Reglement van orde van de VNG 2014. Alleen de artikelen die toelichting behoeven
                    worden behandeld.</al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen </vet></al><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet schrijft
                    dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende
                    raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van
                    de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in
                    jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. De burgemeester heeft het
                    recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de
                    beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de
                    handhaving van de orde in de vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 2. De griffier </vet></al><al>De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 van de Gemeentewet).
                    De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de
                    raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De
                    Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d,
                    eerste lid). In het derde lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met
                    artikel 22 van de Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het vierde lid een
                    bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de
                    beraadslaging.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Het presidium </vet></al><al>Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan
                    de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Het presidium
                    dient voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een
                    ondergeschikte rol te vervullen omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de
                    raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de
                    Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste
                    lid, van de Grondwet). </al><al>Het presidium als zodanig kan niet ook optreden als werkgeverscommissie. De
                    werkgeverscommissie, ingesteld op basis van artikel 83 van de Gemeentewet,
                    bestaat immers enkel uit raadsleden (en dus niet, zoals het presidium, ook de
                    voorzitter van de raad). </al><al>Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar
                    weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch
                    stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de
                    raadsvergaderingen vergroten.</al><al>De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 2,
                    tweede lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet
                    weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De
                    aanwezigheid van de secretaris kan ook gewenst zijn, omdat de secretaris
                    aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die
                    worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het vierde lid
                    kan de secretaris worden uitgenodigd. </al><al/><al><vet>Artikel 4. De agendacommissie en het vaststellen van de vergaderingen
                    </vet></al><al>De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering
                    van Informatie in de Raad, Debat in de Raad en Besluit in de Raad. De
                    agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee
                    bezig houdt en zorgt voor de planning. In een gemeenschappelijke regeling is
                    opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de
                    gemeente in de gemeenschappelijke regeling (artikelen 16 en 18 van de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen). </al><al>De commissie stelt de agenda's voorlopig vast. De definitieve vaststelling van
                    de agenda geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering.</al><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe
                    heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten
                    minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van
                    redenen daarom vraagt. Het zevende lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter
                    in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg
                    pleegt met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij
                    vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op
                    de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het
                    aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de
                    raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde
                    functie.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden </vet></al><al>Vooraf </al><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de
                    benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit
                    benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De
                    benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de
                    Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan
                    de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om
                    als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een
                    ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een
                    uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats
                    en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet
                    aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van
                    de Kieswet). Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid,
                    van de Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen
                    opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie welke de
                    geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als
                    schriftelijk.</al><al/><al>Eerste en tweede lid </al><al>De formulering van het eerste lid benadrukt dat niet de raad maar de voorzitter
                    een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat
                    de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. De door de
                    voorzitter ingestelde commissie kan desgewenst voor de vergadering
                    bijeenkomen.</al><al/><al>Derde lid </al><al>Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de
                    verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak
                    voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen.
                    Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van
                    de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen.</al><al>Dit lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na
                    de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek
                    een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen
                    (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze
                    juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het
                    centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen
                    over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit
                    besluit is van belang om dat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot
                    het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een
                    herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal
                    specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit
                    tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten
                    waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een
                    klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is
                    geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal
                    waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze
                    waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel
                    zijn.</al><al/><al>Vierde en vijfde lid </al><al>Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn
                    leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een
                    nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een
                    raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in
                    nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal
                    hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of
                    verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de
                    toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of
                    verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het
                    raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet
                    vastgelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven en benoeming wethouders </vet></al><al>Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet
                    vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder
                    geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet
                    geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan
                    een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen
                    voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het
                    raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de
                    hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek
                    naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er
                    geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incomptabiliteiten
                    en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden.</al><al>Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De
                    gedragscode politieke ambtsdragers speelt hierbij een rol. Daarnaast wordt een
                    verklaring omtrent het gedrag (VOG) gevraagd. De VOG kent een screeningsprofiel
                    voor politieke ambtsdragers. Bij dit profiel staat de integriteit van de
                    aspirant bestuurder centraal. Het is mogelijk om deze VOG via een spoedprocedure
                    uit te laten voeren.</al><al>Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de
                    geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van
                    de Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van
                    één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een
                    nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico.
                    Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of
                    dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Fracties </vet></al><al>Eerste en tweede lid </al><al>De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In de Gemeentewet
                    in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad
                    vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). Bij de aanvang
                    van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die
                    op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. Is onder een
                    lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                    fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de
                    aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de
                    relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de
                    burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven
                    de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de
                    eerste vergadering de aanduiding mee.</al><al/><al>Vierde lid </al><al>In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten.
                    In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de
                    fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter
                    mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar
                    uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich
                    aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk,
                    bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in
                    een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid.
                    Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen.</al><al>Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke
                    titel worden verkozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het
                    stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet,
                    waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De
                    volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet
                    gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens
                    bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de
                    individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen.
                    De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van
                    fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan.</al><al>Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook
                    niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor
                    ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of
                    zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te
                    veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen
                    heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en
                    splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit
                    over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad
                    is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling
                    is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.</al><al>Dit betekent ook dat:</al><lijst><li nr="-"><al>kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die
                            lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak
                            maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van
                            aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat
                            dergelijke afspraken nietig zijn, vanwege strijd met de Gemeentewet en
                            de Kieswet;</al></li><li nr="-"><al>personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap
                            niet verliezen;</al></li><li nr="-"><al>als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de
                            verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te
                            weren.</al></li></lijst><al>Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische
                    gevolgen hebben, te denken valt aan: fractiefaciliteiten, fractievoorzitterschap
                    dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de
                    raadszaal. </al><al>Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft
                    afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk
                    was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). </al><al/><al>Vijfde lid </al><al>De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit
                    artikel G 3 van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde. Indien de nieuwe
                    fractie wil meedoen aan de eerstvolgende raadsverkiezingen zal dit ook gebeuren.
                    Bij registratie als politieke groepering wordt getoetst aan hoofdstuk G van de
                    Kieswet, waarin staat aangegeven in welke gevallen deze registratie geweigerd
                    wordt. </al><al/><al><vet>Artikel 9. Oproep en voorlopige agenda </vet></al><al>In artikel 19, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de
                    leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering.</al><al>Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat een vastgesteld aantal dagen vóór een
                    vergadering aan de leden een oproep wordt gestuurd, waarin de vergadering wordt
                    aangekondigd. De oproep vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering.
                    Het eerste lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende
                    stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, en artikel
                    86 van de Gemeentewet bedoelde stukken, tegelijkertijd met de oproep aan de
                    leden worden verzonden. De in artikel 25, eerste en tweede lid, en artikel 86
                    bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd.
                    Hier wordt melding van gemaakt op de stukken. </al><al/><al><vet>Artikel 10. Aanvullende agenda; vaststellen agenda </vet></al><al>De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Het versturen
                    van de agenda en stukken is geregeld in artikel 11. Dit is echter een voorlopige
                    agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk
                    zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft
                    op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan er na het verzenden van de
                    schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondgestuurd
                    worden. </al><al/><al>Het derde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de
                    opstelling van de raadsagenda. Raadsleden kunnen ook bij aanvang van de
                    raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of
                    van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval
                    op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda.</al><al>Indien er tijdens Besluit in de Raad een voorstel wordt gedaan om de agenda aan
                    te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende
                    raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de
                    Gemeentewet niet van toepassing. </al><al/><al><vet>Artikel 11. Beschikbaar stellen van stukken </vet></al><al>De stukken worden op elektronische wijze aangeboden door plaatsing op de
                    gemeentesite. </al><al>De stukken worden digitaal beschikbaar gesteld en worden sinds de invoering van
                    het papierloos werken (raadsbesluit 9 mei 2012) niet meer fysiek ter inzage
                    gelegd, uitgezonderd de (geanonimiseerde) Lijst Ingekomen Stukken. Ook worden
                    geen agenda's niet meer in de bibliotheek en de hal gemeentehuis gelegd.</al><al>Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
                    Een document houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of
                    ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet alleen de door
                    de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten
                    komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s,
                    verslag, (concept)adviezen en magneetbanden verkrijgen de status van document in
                    de zin van de Wob. </al><al>Onder de stukken als bedoeld in het derde lid van dit artikel worden verstaan:
                    geheime stukken en de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan in
                    raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende
                    nota’s, etc.). </al><al>Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop voorlopige
                    geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan
                    de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden
                    overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak
                    gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen.</al><al>De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom
                    worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de
                    raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd. Op
                    verzoek van de leden van de raad kan de griffier inzage aan hen verlenen.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Openbare kennisgeving </vet></al><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19,
                    tweede lid en artikel 82 van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van
                    publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (hierna: Awb). Hier wordt expliciet vastgelegd in welke dag-, nieuws- of
                    huis-aan-huisbladen de aankondiging van de vergadering van de raad wordt
                    geplaatst. Indien de kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dan
                    dient er een grondslag te zijn, zie artikel 3:12 juncto 2:14 van de Awb.</al><al>De vergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging in het
                    nieuwsblad Baarnsche Courant en op de website van de gemeente Baarn.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Presentielijst </vet></al><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel
                    20 van de Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De
                    handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat
                    het vergaderquorum bereikt is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast
                    te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.</al><al>De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom
                    zorgt hij voor het bijhouden van de presentielijst en stelt hij samen met de
                    voorzitter deze vast en ondertekent deze. Deze ondertekening dient te waarborgen
                    dat de lijst volledig is en het quorum aanwezig was. </al><al/><al><vet>Artikel 15. Aantal spreektermijnen </vet></al><al>Indien de raad van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging
                    nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat
                    de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn.</al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte
                    reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.</al><al>De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen,
                    maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde
                    onderwerp (artikel 32).</al><al/><al><vet>Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen </vet></al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de
                    Gemeentewet geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de
                    raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de
                    beraadslaging mag deelnemen.</al><al>De raad kan op grond van artikel 2 bepalen dat de griffier, deelneemt aan de
                    beraadslagingen. De burgemeester en de wethouder(s) hebben het recht (het woord
                    te voeren en) deel te nemen aan de beraadslagingen op grond van artikel 21,
                    eerste en tweede, lid van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Voorstellen van orde </vet></al><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van
                    een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel
                    niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                    vergadering voor een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel,
                    dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 33). </al><al/><al><vet>Artikel 18. Stemverklaring </vet></al><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van
                    een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen
                    worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden dat de stemming
                    begint.</al><al/><al><vet>Artikel 19. Beslissing </vet></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert
                    daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het
                    voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel 20. Stemming; procedure hoofdelijke stemming </vet></al><al>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de
                    stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling
                    van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan
                    wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten overvloede wordt
                    hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid, van de Gemeentewet, welke een
                    hoofdelijke stemming verplicht.</al><al>De regeling in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien
                    de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden
                    tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van
                    artikel 28 van de Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht
                    stelling in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar.
                    Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de
                    openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze
                    vertegenwoordigd worden. </al><al>Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te
                    zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het
                    besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken,
                    wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al><al>In het vijfde lid wordt ingegaan op de procedure van hoofdelijke stemming.
                    Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan
                    het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele
                    vergadering. </al><al/><al><vet>Artikel 21. Volgorde stemming over amendementen en moties </vet></al><al>Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen
                    een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de
                    stemming over het onderliggende voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging
                    van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen,
                    nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie
                    over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid
                    niet van toepassing. </al><al/><al><vet>Artikel 22. Stemming over personen </vet></al><al>Artikel 31, eerste lid, van de Gemeentewet geeft aan dat de stemming over
                    personen geheim dient te zijn. Het is mogelijk om met elektronische stemsystemen
                    te werken maar het reglement van orde gaat vooralsnog uit van een stemming door
                    middel van behoorlijk ingevulde stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt niet
                    aangemerkt als een behoorlijk ingevuld stembriefje (Kamerstukken II 1985/86, 19
                    403, nr. 3, blz. 86). In geval van een schriftelijke stemming wordt dan ook geen
                    rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld
                    stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum. De raad oordeelt of een
                    stembriefje behoorlijk is ingevuld. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld
                    stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld.</al><al/><al>Indien raadsleden genomineerd worden voor de functie van wethouder is er sprake
                    van een vrije stemming. Er is geen sprake van een voordracht. De beoogd
                    wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming. Een voorstel tot
                    benoeming gaat hem persoonlijk aan "wanneer hij behoort tot de personen tot wie
                    de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt" (artikel 28,
                    eerste lid, onder a, en derde lid, van de Gemeentewet). Dat is echter in casu
                    niet aan de orde, omdat er ook op een ander persoon kan worden gestemd. De aard
                    van de stemming is derhalve van belang. </al><al>Dit heeft tot gevolg dat raadsleden de mogelijkheid hebben op het stembriefje de
                    naam van de kandidaat die hun voorkeur heeft in te vullen (die van de
                    voorgestelde perso(o)n(en), of die van een ander). Er is in dit geval geen
                    sprake van een voordracht of een anderszins beperkte keuze en aan de stemming
                    mag derhalve ook worden deelgenomen door raadsleden die ter benoeming zijn
                    voorgesteld: zij kunnen immers op het stembriefje een andere naam dan hun eigen
                    naam invullen.</al><al/><al>De wetgever heeft nooit de bedoeling gehad de politieke verhoudingen in de raad
                    te beïnvloeden door middel van een verbod op het meestemmen van de
                    kandidaat-wethouder. Los van de formeel-juridische context pleiten de volgende
                    argumenten nog voor bovenstaande zienswijze:</al><lijst><li nr="-"><al>een democratisch gekozen vertegenwoordiger mag niet te snel het recht op
                            stemming worden ontnomen. Stel: partij X beveelt meneer Janse en meneer
                            Pieterse aan als wethouders. Als deze personen in de raad zitting hebben
                            en niet mee mogen stemmen houdt dit in, dat de partij ineens twee
                            stemmen in de raad minder heeft. Dat is onaanvaardbaar in het licht van
                            de politieke verhoudingen;</al></li><li nr="-"><al>een aanbeveling is geen voordracht. Het spraakgebruik heeft het vaak
                            over voordracht, maar een persoon nomineren als wethouder staat niet
                            gelijk aan een voordracht;</al></li></lijst><al/><al>Tenslotte is het denkbaar dat een kandidaat-wethouder die voor benoeming wordt
                    aanbevolen, uit moreel-politieke overwegingen en om iedere schijn van
                    belangenverstrengeling te vermijden op eigen initiatief afziet van het
                    meestemmen over de benoeming. Alhoewel het uitgangspunt is dat zeer terughoudend
                    moet worden omgegaan met het inperken van het stemrecht van gekozen
                    volksvertegenwoordigers, laat de wet de betrokkenen de ruimte daarin een eigen
                    afweging te maken. </al><al/><al><vet>Artikel 23. Verslag en besluitenlijst </vet></al><al>Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de griffier en de wijze waarop
                    het verslag wordt vastgesteld. Het maken van een verslag is niet verplicht. In
                    de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst
                    openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid, van de Gemeentewet). </al><al>De griffier verleent de ambtelijke ondersteuning van de raad. Daarom is de
                    griffier aangewezen om het verslag op te stellen en deze, tezamen met de
                    voorzitter, te ondertekenen. </al><al>De besluitenlijst dient op zo kort mogelijke termijn te worden gepubliceerd. Dit
                    kan voordat het verslag is vastgesteld aangezien de besluitenlijst 'slechts' een
                    overzicht geeft van (alle) door de raad genomen beslissingen (dus niet alleen
                    besluiten in de zin van de Awb maar ook bijvoorbeeld een afspraak om een
                    werkbezoek af te leggen). Het ligt voor de hand dat het verslag en de
                    besluitenlijst ook op de gemeentelijke website toegankelijk worden gemaakt. Dit
                    wordt weergeven in het zesde lid.</al><al/><al><vet>Artikel 24. Ingekomen stukken </vet></al><al>Over aan de raad gerichte inkomende stukken worden alleen voorstellen gedaan en
                    besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld ter kennisneming, steunen,
                    afwijzen, in behandeling nemen, doorsturen naar een raadscommissie, doorsturen
                    naar het college, etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter
                    buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke
                    discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden
                    voorbereid. De schriftelijke mededelingen van het college aan de raad komen in
                    principe ook bij de raad binnen. De mededelingen zijn dan ook een ingekomen
                    stuk. De raad stelt op voorstel van het de griffier de wijze van afdoening van
                    de ingekomen stukken vast. </al><al/><al><vet>Artikel 25. Actiepuntenlijst en jaarplanning </vet></al><al>De beantwoording van toezeggingen gedaan tijdens Informatie in de Raad over
                    voorstellen die door gaan naar Debat in de Raad vindt indien mogelijk plaats
                    voor Debat in de Raad.</al><al>De beantwoording van toezeggingen van Debat in de Raad over voorstellen die door
                    gaan naar Besluit in de Raad vindt indien mogelijk plaats voor Besluit in de
                    Raad. Tijdens de vergaderingen geven portefeuillehouders aan wanneer
                    beantwoording naar verwachting zal plaatsvinden.</al><al/><al><vet>Artikel 26. Toepassing reglement op besloten vergaderingen </vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige
                    toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan
                    onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van
                    stukken, het recht van amendement, het recht van motie, het maken van het
                    verslag.</al><al>De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het
                    toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de
                    vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor
                    openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die
                    betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad
                    moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de artikelen 25, 55 en 86 van
                    de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al>In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het
                    sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering
                    wordt.</al><al/><al><vet>Artikel 27. Verslag besloten vergadering </vet></al><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van de
                    Gemeentewet. In overeenstemming met de bepaling over het verslag van de
                    raadsvergadering is de griffier ook verantwoordelijk voor het verslag van een
                    besloten vergadering. Dit verslag ligt ter inzage bij de griffier.</al><al/><al><vet>Artikel 28. Opheffing geheimhouding </vet></al><al>In de in het artikel aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid
                    geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan
                    hem behoeven te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86,
                    tweede lid, van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester
                    geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de
                    raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken
                    de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is).
                    In het onderhavige artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen
                    waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.</al><al>Op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet, kan
                    geheimhouding worden opgelegd door het college, de burgemeester en een
                    commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de raad of aan leden van de
                    raad overleggen. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad
                    overgelegde stukken vervalt, indien de raad de oplegging niet in zijn
                    eerstvolgende vergadering die volgens de presentielijst door meer dan de helft
                    van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.</al><al>Als de raad niet van plan is de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, kan het
                    orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met de raad
                    overleg voeren. Deze besloten vergadering kan dan gaan om de vraag waarom de
                    raad de geheimhouding wil opheffen door deze niet te bekrachtigen.</al><al/><al><vet>Artikel 29. Toehoorders en pers </vet></al><al>De hier aangegeven bepalingen worden wat betreft het handhaven van de orde
                    aangevuld door artikel 26 van de Gemeentewet. De voorzitter heeft de bevoegdheid
                    om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken en bij volharding in
                    hun gedrag de toegang te ontzeggen.</al><al/><al><vet>Artikel 30. Geluid- en beeldregistraties </vet></al><al>De vergaderingen worden als regel uitgezonden door RTV Baarn.</al><al>Aangezien de vergaderingen van een de raad in principe openbaar zijn, kunnen
                    radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet
                    het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden
                    worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben
                    een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek
                    slechts van af een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een
                    aanwijzing zijn dat burgers die inspreken niet gefilmd mogen worden, uiteraard
                    in overleg met de insprekers. Mogelijk hebben zij geen probleem met
                    beeldregistraties.</al><al/><al><vet>Artikel 31. Amendementen en subamendementen </vet></al><al>Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit
                    artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan dit
                    artikel. Op basis van artikel 147b van de Gemeentewet is de raad verplicht een
                    amendement te behandelen.</al><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college
                    of op initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een
                    amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit
                    amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een
                    (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig
                    is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee
                    termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere
                    beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn
                    (artikel 15).</al><al>Het is praktisch dat een raadslid aanwezig is voor de behandeling van zijn
                    (sub)amendement. Dit omdat doorgaans een (sub)amendement toegelicht wordt door
                    de indiener. Daar is bepaald dat er alleen wordt beraadslaagd over amendementen
                    en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst
                    getekend hebben. Daar tegenover staat dat het wenselijk geacht wordt om niet
                    zonder meer uit te sluiten dat een eerder ingediend (sub)amendement wordt
                    behandeld in afwezigheid van de indiener. Bijvoorbeeld in geval van ziekte en
                    een ander bereid is gevonden om het (sub) amendement toe te lichten en te
                    verdedigen.</al><al/><al><vet>Artikel 32. Moties </vet></al><al>In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie
                    gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan
                    om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard),
                    het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of
                    om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat
                    op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke
                    betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie
                    gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen
                    van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en
                    college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. </al><al>Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt
                    dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over
                    een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in
                    afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het
                    onderwerp waarop de motie betrekking heeft. </al><al/><al>Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt
                    aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke moties benaderen de in
                    artikel 33 geregelde initiatiefvoorstellen. Dualisering veronderstelt
                    versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de
                    raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te
                    beschikken over adequate instrumenten. Dat wil zeggen dat het voor een effectief
                    gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat ook het individuele raadslid
                    zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. De mogelijkheid om
                    zonder drempelsteun een motie in te dienen staat dan ook ten dienste van een
                    effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad.</al><al/><al>In de Gemeentewet artikel 49 wordt één specifieke motie uitgewerkt. Dit betreft
                    de motie van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder
                    te hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen
                    motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij zelf niet opstapt, dient de raad
                    actie te ondernemen.</al><al/><al>Beantwoording schriftelijke vragen is een vast agendapunt waarbij moties
                    ingediend kunnen worden.</al><al/><al>Over het agenderen van een motie over een niet-geagendeerd onderwerp wordt niet
                    gestemd.</al><al/><al>Raadsleden gaan omzichtig om met moties over niet-geagendeerde onderwerpen, waar
                    het betreft onderwerpen waarover nog geen jaar geleden besluitvorming is geweest
                    of een motie over ingediend is. Zo nodig spreken raadsleden elkaar hierop
                    aan.</al><al/><al><vet>Artikel 33. Initiatiefvoorstel </vet></al><al>Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar
                    raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter
                    behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief
                    toegekend.</al><al>In artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. Het tweede en
                    derde lid van dit artikel bepalen dat de raad regelt op welke wijze een
                    initiatiefvoorstel voor een verordening of beslissing wordt ingediend en
                    behandeld. Daar wordt in deze bepaling uitvoering aan gegeven.</al><al/><al>Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van de
                    vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden inhoudt. Hiervoor
                    dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate
                    instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk
                    dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik
                    daarvan heeft. Het ontbreken van drempelsteun bij het recht van initiatief staat
                    ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de
                    raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld
                    actief deel te nemen aan de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire
                    functie.</al><al/><al>De Gemeentewet maakt onderscheid tussen initiatiefvoorstellen voor verordeningen
                    en overige initiatiefvoorstellen. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel voor
                    een verordening indienen. Een dergelijk voorstel moet aanhangig worden gemaakt
                    door het schriftelijk en ondertekend aan de voorzitter te zenden (art. 147a,
                    eerste lid). De verdere wijze van behandeling moet de raad zelf regelen. De raad
                    moet ook regelen op welke wijze en onder welke voorwaarden overige
                    initiatiefvoorstellen (voorstellen die betrekking hebben op iets anders dan een
                    verordening) in behandeling worden genomen. Ook dit initiatiefrecht komt toe aan
                    individuele raadsleden, hetgeen inhoudt dat geen drempels mogen worden
                    opgeworpen. Wel kan de raad voorzien in een zekere inhoudelijke toets. Daarbij
                    kan worden gedacht aan het beantwoorden van de vraag of het voorstel wel de
                    uitoefening van een raadsbevoegdheid betreft (en niet een collegebevoegdheid). </al><al/><al>Het tweede lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig
                    mogelijk op de agenda plaatst, maar de voorzitter plaatst het voorstel echter
                    niet meer op de agenda, nadat de oproep verzonden is. Dit laat de mogelijkheid
                    onverlet voor het individuele raadslid om op grond van artikel 10, derde lid,
                    het initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen.</al><al>Het is aan de raad om vervolgens te bepalen hoe het initiatiefvoorstel verder
                    wordt behandeld nu het op de agenda staat. </al><al/><al><vet>Artikel 34. Collegevoorstel </vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de
                    enige die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel dat het
                    college heeft voorbereid kan agenderen. Als het college het voorstel heeft
                    voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel
                    kan intrekken indien het college van oordeel is dat verdere behandeling van het
                    voorstel niet wenselijk is (bijvoorbeeld omdat zij een voorstel willen
                    wijzigen). De raad moet hier toestemming voor geven.</al><al/><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander
                    voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een
                    verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor
                    advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken
                    het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De
                    raad bepaalt echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel,
                    dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De raad kan
                    dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan de
                    agendacommissie overlaten.</al><al/><al><vet>Artikel 35. Interpellatie </vet></al><al>Dit artikel stelt nadere regels bij artikel 155 van de Gemeentewet. Het
                    interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het
                    gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over
                    een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester
                    te vragen. Daarvoor is verlof van de raad nodig.</al><al/><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een
                    effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele
                    raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Toestemming
                    van een betekenende minderheid (ondersteuning door 4 leden) volstaat. In een
                    gedualiseerd systeem zijn wethouders geen lid meer van de raad. Toch is het van
                    belang dat zij bij een instrument als de interpellatie ook op de hoogte worden
                    gesteld van de inhoud van het verzoek. Door de toevoeging in het tweede lid
                    wordt hiervoor gezorgd.</al><al/><al><vet>Artikel 36. Schriftelijke vragen </vet></al><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen
                    over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester
                    behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op
                    grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het
                    college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. De
                    verantwoordelijke portefeuillehouder dient de vragensteller gemotiveerd in
                    kennis te stellen, indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan
                    plaatsvinden. Niet de voorzitter, maar het verantwoordelijk collegelid of de
                    burgemeester geeft daarom het antwoord. De raad kan oordelen dat het
                    bijvoorbeeld wenselijk is dat een collegelid of de burgemeester direct kan
                    antwoorden op een vraag. Om die reden is in het zesde lid ingevoegd dat de raad
                    anders kan beslissen.</al><al/><al>In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld
                    nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord
                    heeft gegeven. Alleen de vragensteller kan nadere inlichtingen vragen en er
                    vindt geen debat plaats. Indien de vragensteller van mening is dat de
                    beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het
                    recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het
                    voorstel op de agenda van de raad te krijgen. Ook kan de indiener een motie
                    indienen.</al><al/><al><vet>Artikel 37. Inlichtingen </vet></al><al>In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de
                    inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de
                    raad. Naast een ingewikkelde inrichting van de bestuursbevoegdheden bevat de
                    Gemeentewet ook behoorlijk</al><al>aangescherpte regels over de inlichtingenplicht van het college ten opzichte van
                    de raad. Deze regels beogen de politieke verantwoordelijkheid van het college te
                    activeren en de eindverantwoordelijkheid van de raad te bevestigen. Daar is in
                    de eerste plaats de passieve inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 169,
                    derde lid, van de Gemeentewet. Dat is de klassieke informatieplicht die het
                    college opdraagt de door de raad gevraagde inlichtingen te verstrekken, tenzij
                    het openbare belang zich daartegen verzet. Dit recht om inlichtingen te vragen
                    komt eveneens toe aan individuele raadsleden. Daarmee is een waarborg in het
                    leven geroepen dat een raadsmeerderheid om (partij)politieke redenen
                    belemmeringen opwerpt tegen het vragen van inlichtingen door een raadslid of
                    raadsminderheid. Wel kan de raad via het Reglement van orde op grond van
                    doelmatigheidsoverwegingen een zekere ordening aanbrengen in de wijze waarop het
                    inlichtingenrecht wordt uitgeoefend. De raad gaat immers over de agenda en de
                    vergaderorde. De weigeringsgrond ‘strijd met het openbaar belang’ is wettelijk
                    objectief (‘is’) en algemeen omschreven. De wetgever beoogde daarmee dat een
                    beroep daarop in de praktijk als een hoge uitzondering op de algemene regel zou
                    moeten worden gebruikt. In de praktijk bestaan verschillende wettelijke en
                    politieke figuren om als raad en college met elkaar te communiceren buiten de
                    openbaarheid. De openbaarheid van stukken en vergaderingen bijvoorbeeld kan al
                    dan niet tijdelijk worden opgeheven. Vervolgens kent de gedualiseerde
                    Gemeentewet thans een algemene actieve inlichtingenplicht. Artikel 169, tweede
                    lid, verplicht het college uit eigen beweging de raad alle inlichtingen te
                    verstrekken die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Blijkbaar
                    moet het college permanent nagaan welke informatie de raad behoeft voor een
                    goede taakvervulling. Hier liggen grote politieke risico’s als de raad het
                    college in het ongewisse laat over de aard en omvang van de gewenste informatie.
                    In het geval dat raad en college daarover geen afspraken maken is de kans groot
                    dat het college de raad veiligheidshalve overstelpt met papier. Van controleren
                    komt dan weinig terecht en bovendien zijn we dan weer terug in de cultuur van
                    meeregeren uit het monistische tijdperk. Dezelfde risico’s doen zich voor met
                    betrekking tot in een tweede actieve, meer specifieke inlichtingenplicht.
                    Artikel 169, vierde lid, verplicht het college de raad vooraf te informeren over
                    de voorgenomen uitoefening van een gemeentewettelijke bestuursbevoegdheid als
                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de toepassing
                    daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente of indien raad daarom
                    verzoekt. Het college mag dan niet eerder een besluit nemen dan nadat de raad in
                    de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen.
                    Overigens kent ook deze actieve informatieplicht de nodige vaagheid. Wat is
                    ingrijpend? Het antwoord op deze vraag moet volgens de wetgever worden gevonden
                    in de plaatselijke omstandigheden. Waarschijnlijk heeft de wetgever het oog
                    gehad op substantiële financiële gevolgen van privaatrechtelijke overeenkomsten.
                    Blijkbaar moeten raad en college hier zelf een modus voor vinden. Een andere
                    vraag is nog of ook deze inlichtingenplicht wordt beperkt door de
                    weigeringsgrond van het openbaar belang als bedoeld in het derde lid van de
                    artikelen 169 en 180 van de Gemeentewet. Deze vraag kan bevestigend worden
                    beantwoord op basis van ongeschreven gemeenterecht. Het verstrekken van
                    inlichtingen kan overigens niet via de rechter worden afgedwongen.</al><al/><al><vet>Artikel 38. Vragenhalfuur </vet></al><al>Deze bepaling vormt een invulling van artikel 155, eerste lid, van de
                    Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht</al><al>Bewust is er gekozen voor een algemene regeling van het vragenhalfuur. In een
                    dualistisch stelsel is het echter niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake
                    kundige wethouder aanwezig is. Om die reden en omdat het de herkenbaarheid van
                    de controlerende taak van de raad ten goede komt, kan hiervoor een aparte
                    gelegenheid gecreëerd worden. De drempel om vragen te stellen wordt verlaagd en
                    de media-aandacht voor de lokale politiek kan worden vergroot. In het
                    vragenhalfuur krijgt de raad de mogelijkheid over vooraf ingebrachte onderwerpen
                    (leden van) het college aan de tand te voelen.</al><al/><al>Het karakter van het vragenhalf uur verschilt dan ook van het recht van
                    interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder
                    politiek karakter. Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen
                    over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde
                    onderwerpen aan de orde komt.</al><al>Raadsleden vragen daarmee leden van het college zich te verantwoorden voor het
                    door hen gevoerde bestuur. Het vragenhalfuur kan bijvoorbeeld voorafgaand aan de
                    raadsvergadering worden gehouden. Wel is het voor de herkenbaarheid voor de
                    burgers raadzaam om het vragenhalfuur op een vast tijdstip te houden.</al><al>In het derde lid is een aanmeldingstermijn voor vragen opgenomen vanwege het
                    feit dat wethouders moeten worden uitgenodigd om antwoord te kunnen geven op de
                    vragen van raadsleden.</al><al>Het vragenhalfuur is geplaatst voor het vaststellen van de agenda zodat de raad
                    nog een mogelijkheid heeft om naar aanleiding van de beantwoording een motie in
                    te dienen over een niet geagendeerd onderwerp.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>