<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436191_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 7 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening forensenbelasting</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 223</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BIS nr.016.015.0023</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet><cursief>Geconsolideerde tekst van de regeling</cursief></vet></al><al>Nr. 016.015.0023</al><al>De raad van de gemeente Twenterand;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;</al><al><vet><cursief>besluit:</cursief></vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting
                            2017</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een
                        gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘”forensenbelasting” wordt een directe belasting geheven van
                        de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben,
                        er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een
                        gemeubileerde woning beschikbaar houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Of iemand in de gemeente
                        hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>vrijstellingen</titel></kop><al>Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een
                        openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een
                        vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt,
                        dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn
                        hoofdverblijf vertoeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de
                            onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de
                            woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen is
                            vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vaststelling van de waarde geschiedt overeenkomstig de regels voor de
                            in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet bedoelde
                            belastingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting bedraagt bij een woz-waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>tot en met € 100.000,-- € 164,00</al></li><li nr="b."><al>of meer dan € 100.000,-- € 246,00. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij
                        wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer
                        dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in
                        artikel 2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van de
                            belastingplichtige de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke
                            termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in
                            het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal
                            termijnen ten minste twee bedraagt en maximaal 7, indien de
                            verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische
                            betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen
                            worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt één maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur van het Gemeentelijk
                            Belastingkantoor Twente</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente kan
                        nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        forensenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Verordening forensenbelasting 2016 van 3 november 2015 wordt ingetrokken
                        met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van
                        de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening forensenbelasting 2017”.
                        Vriezenveen, 8 november 2016</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>drs. R.J.M. Ros ir. C.L. Visser</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>