<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR436150_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (Roerendezaakbelastingen) 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-177123.html">Gemeenteblad, 15 december 2016, nummer 177123</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening roerendezaakbelastingen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=221">Gemeentewet, artikel 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16RV000065</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De “Verordening roerendezaakbelastingen 2016”, vastgesteld bij raadsbesluit van 27 januari 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, van de Verordening roerendezaakbelastingen 2017 genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (Roerendezaakbelastingen) 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Baarn </al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 oktober
                                2016;</al></li><li nr="-"><al>gehoord het Debat in de raad d.d. 9 november 2016;</al></li><li nr="-"><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al></li></lijst><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de: </al><al/><al><onderstreept>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN
                        </onderstreept></al><al><onderstreept>BELASTINGEN OP ROERENDE WOON- EN
                            BEDRIJFSRUIMTEN</onderstreept></al><al><onderstreept>(ROERENDEZAAKBELASTINGEN) 2017</onderstreept></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al/><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                                plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><vet>Belastingplicht</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “roerendezaakbelastingen” worden ter zake van binnen
                                de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet krachtens
                                        eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                        gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                        eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        deze ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                                heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of
                                deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is
                                gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><vet>Belastingobject</vet></al><al/><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a. bedoelde ruimte dat blijkens
                                zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer in onderdeel a. bedoelde ruimten of
                                in onderdeel b. bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon
                                in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij
                                elkaar behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a. bedoelde
                                ruimte, van een in onderdeel b. bedoeld gedeelte daarvan of van een
                                in onderdeel c. bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al><vet>Maatstaf van heffing</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                                toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                                worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin
                                deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou
                                kunnen nemen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven
                                in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers
                                van beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien
                                dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid.
                                Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden
                                met de:</al><lijst><li nr="a."><al>aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en
                                        functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                        wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het
                                tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende
                                zaak of gedeelte daarvan waarvoor een omgevingsvergunning in de zin
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is afgegeven en dat
                                door bouw nog niet geschikt is voor gebruik overeenkomstig de
                                beoogde bestemming.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                woonruimte die deel uitmaakt van een op de voet van de
                                Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
                                Natuurschoonwet 1928, bepaald met inachtneming van een
                                vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak
                                van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te
                                vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer
                                noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de
                                woonruimte worden geacht deel uit te maken van die woonruimte.</al></li><li nr="5."><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                                onderdeel d., wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de
                                waarde die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al><vet>Vrijstellingen</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt
                                        geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder
                                        cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede de
                                        ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend
                                        wordt voor de kweek of teelt van gewassen zonder daarbij de
                                        ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                        eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                        waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
                                        zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
                                        wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn
                                        aan te merken;</al></li><li nr="f."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
                                        behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een
                                        en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al><vet>Waardepeildatum</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de
                                waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op die datum
                                verkeert.</al></li><li nr="2."><al>De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar
                                waarvoor de waarde wordt bepaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van
                                het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                        afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                        of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een
                                        andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere
                                        omstandigheid, wordt, in afwijking van het eerste lid, de
                                        waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het begin
                                        van het kalenderjaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al><vet>BELASTINGTARIEVEN</vet></al><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf.
                        Het percentage bedraagt voor de:</al><al/><al>a. gebruikersbelasting 0,3338%</al><lijst><li nr="b."><al>eigenarenbelasting voor roerende zaken die</al><lijst><li nr="1."><al>in hoofdzaak tot woning dienen 0,2528%</al></li><li nr="2."><al>niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,4172%</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="a."><al>gebruikersbelasting 0,3338%</al></li><li nr="b."><al>eigenarenbelasting voor roerende zaken die</al><lijst><li nr="1."><al>in hoofdzaak tot woning dienen 0,2528%</al></li><li nr="2."><al>niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,4172%</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al><vet>Wijze van heffing</vet></al><al/><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al><vet>Termijnen van betaling </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand
                                later. </al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                                leden gestelde termijn of de gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al><vet>NADERE REGELS DOOR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
                        </vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de roerendezaakbelastingen.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al/><al>De “Verordening roerendezaakbelastingen 2016”, vastgesteld bij raadsbesluit
                        van 27 januari 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12,
                        tweede lid, van deze verordening genoemde datum van ingang van heffing, met
                        dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                        zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al><vet>INWERKINGTREDING </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017, of zo dit
                                later is, met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking,
                                en werkt terug tot en met 1 januari 2017.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al><vet>CITEERTITEL </vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening roerendezaakbelastingen
                        2017”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering,</ondertekening><ondertekening>op 23 november 2016.</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>