<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR435769_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gmb 2016-184630</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit nr. 124/2016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nijmegen, bijeen in de openbare vergadering van 21
                        december 2016;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2016, FA20, nr. 16.0010259;</al><al>gelet op </al><al>artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet;</al><al>Besluit: </al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al>Verordening op de heffing en de invordering van een eenmalig
                        rioolaansluitrecht 2017</al><al>(Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2017)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst
                                bestemde gemeentewater begrepen;</al></li><li nr="b."><al>onder eigendom verstaan een roerende of onroerende zaak;</al></li><li nr="c."><al>onder aansluiting van een eigendom verstaan het leggen door de
                                gemeente van een buisleiding van het in de openbare weg aanwezige
                                afvoerstelsel tot aan het eigendom ten behoeve waarvan de
                                aansluiting geschiedt, ertoe dienende om voor dat eigendom een
                                directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk
                                te maken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam eenmalig rioolaansluitrecht wordt een recht geheven ter zake
                        van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband
                        met het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting van een
                        eigendom op de gemeentelijke riolering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht wordt geheven van de aanvrager van de dienst dan wel van degene
                        voor wie de dienst wordt verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt per eigendom:</al><al>€ 2.713,- bij een rioolaansluiting in een gesloten wegdek (asfalt, beton) </al><al>€ 979,- bij een rioolaansluiting in een niet-gesloten wegdek
                        (klinkerverharding en overige)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>Het recht is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>De aanslagen moeten worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste
                        dag van de maand volgend op de maand vermeld in de dagtekening van het
                        aanslagbiljet. </al><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                        gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van het recht wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders</titel></kop><al>Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven voor de
                        heffing en invordering van het eenmalig rioolaansluitrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De ‘Verordening eenmalig Rioolaansluitrecht 2016’ zoals vastgesteld bij
                        raadsbesluit van 16 december 2015 en gepubliceerd onder nr Gmb-2015-124951,
                        wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid van artikel 11
                        genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.</al><al>2 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening eenmalig
                        rioolaansluitrecht 2017’ .</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus is vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2016. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De plaatsvervangend raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>S.E.M. Bruins MA Msc</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>Drs H.M.F. Bruls </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP DE VERORDENING EENMALIG AANSLUITRECHT</titel></kop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de verordening
                    voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1.</al><tussenkop>Artikel 2 Belastbaar feit</tussenkop><al>Het belastbaar feit is de omschrijving van de activiteit waarvoor de belasting
                    in rekening wordt gebracht. In dit geval dus realisatie van een aansluiting op
                    de gemeentelijke riolering.</al><tussenkop>Artikel 3 Belastingplicht</tussenkop><al>Degene die de belasting moet betalen, is degene die de gemeente vraagt de
                    riolering aan te leggen. In dit geval dus de aanvrager van de dienst. Over het
                    algemeen is dat de eigenaar van het eigendom, maar het kan ook iemand anders
                    zijn. Daarom staat in de omschrijving dat degene voor wie de gemeente de dienst
                    verleent, belastingplichtig kan zijn. Als de aannemer de aanvraag bijvoorbeeld
                    voor de particulier indient, kan de particulier zo toch de belastingplichtige
                    blijven. De aanslag wordt gestuurd naar degene die het meeste belang heeft bij
                    de dienst. </al><al>Een belangrijk element van een heffing gebaseerd op gemeentelijke
                    dienstverlening is dat iemand daadwerkelijk om de dienst vraagt. Dat klinkt in
                    eerste instantie problematischer dan het in de praktijk vaak is. Natuurlijk
                    zitten veel mensen niet te wachten op een gemeentelijke belastingheffing op
                    verzoek, maar de aansluitingsverplichting dwingt in dit geval de aanvraag
                    af.</al><tussenkop>Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief</tussenkop><al>Op grond van artikel 219, tweede lid, van de Gemeentewet kan de gemeente
                    belastingen heffen naar heffingsmaatstaven die zij in de belastingverordening
                    bepaalt. Het bedrag mag niet afhankelijk zijn van inkomen, winst of vermogen. De
                    gemeente mag haar belastingen niet naar draagkracht heffen. Alleen het rijk mag
                    inkomensbeleid voeren. </al><al>Bij het eenmalig rioolaansluitrecht speelt vooral mee dat er geen sprake is van
                    een zuivere belastingheffing, maar van kostenverhaal van gemeentelijke
                    dienstverlening. </al><al>In de verordening wordt een vast bedrag per aansluiting geheven. Dit is een
                    doelmatige en eenvoudige variant. In feite wordt met deze tariefstelling van
                    elke belastingplichtige een vooraf kenbare bijdrage in de kosten gevraagd.</al><tussenkop>Artikel 5 Wijze van heffing</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de gemeente een aanslag verstuurt. De gemeente neemt dus
                    het initiatief voor de belastingheffing door een aanslagbiljet te sturen. </al><tussenkop>Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de gemeente direct na indiending van de aanvraag met het
                    kostenverhaal begint.</al><tussenkop>Artikel 7 Termijnen van betaling</tussenkop><al>Er is gekozen voor een betaling in één termijn. Lid 2 is opgenomen om een aantal
                    uitzonderingen over onder meer feestdagen in de algemene termijnenwet niet van
                    toepassing te verklaren. Dit is voor gemeentelijke belastingen
                    gebruikelijk.</al><tussenkop>Artikel 8 Kwijtschelding</tussenkop><al>Met dit artikel is bepaald dat kwijtschelding van deze belasting niet mogelijk
                    is. Het gaat tenslotte om het verhaal van kosten voor dienstverlening op
                    verzoek. Bovendien leidt deze belasting meestal tot waardevermeerdering van het
                    eigendom van de aanvrager.</al><tussenkop>Artikel 9 Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders </tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat het College van Burgemeester en Wethouders
                    uitvoeringstechnische zaken kan regelen.</al><tussenkop>Artikel 10 Inwerkingtreding </tussenkop><al>Ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet moet de gemeente het besluit tot het
                    vaststellen, wijzigen of intrekken van belastingverordeningen bekend maken.
                    Bekendmaking geschiedt door middel van publicatie in het Gemeenteblad. In het
                    huis aan huisblad "De Brug" wordt medegedeeld welk besluit is vastgesteld dan
                    wel gewijzigd. De dag van bekendmaking is de dag waarop de uitgave feitelijk
                    verkrijgbaar is. Dit is de datum waarop de tekst van de verordening
                    daadwerkelijk beschikbaar is voor de burger. De datum van ingang van de heffing
                    is vastgelegd in het tweede lid van dit artikel.</al><tussenkop>Artikel 11 citeertitel</tussenkop><al>In artikel 11 is in de citeertitel een jaartal genoemd</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>