<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR435632_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING RIOOLHEFFING 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gmb 2016-184736</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rioolheffing 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit nr. 123/2016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING RIOOLHEFFING 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de Gemeente Nijmegen, bijeen in zijn openbare vergadering van 21
                        december 2016.</al><al>Gelezen het voorstel van:</al><al>burgemeester en wethouders van 15 november 2016, FA20, Nr.16.0010254;</al><al>Gelet op:</al><al>artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende verordening:</al><al/><al>Verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing (Verordening
                        Rioolheffing 2017).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het
                            belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                            van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
                            gemeentelijke riolering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het perceel een onroerende zaak is, wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer van
                            het perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het
                            economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                            onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze
                            voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de
                            Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de
                            heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing
                            van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid,
                            van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt 0,0836%.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting per perceel bedraagt per belastingjaar niet meer dan €
                            8.360,-.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanslag Rioolheffing minder dan € 10,- bedraagt, wordt geen
                            aanslag opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Een verzoek om kwijtschelding wordt getoetst aan de Uitvoeringsregeling
                        Invorderingswet 1990, met dien verstande dat het in artikel 16, lid 1, van
                        die regeling genoemde percentage voor de kosten van bestaan wordt vervangen
                        door 100.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in geval dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                        aanslagen rioolheffing of andere heffingen € 100,- of minder
                                        is, uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de
                                        maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                        vermeld;</al></li><li nr="b."><al>het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                        aanslagen rioolheffing of andere heffingen meer dan € 100,-
                                        is, maar minder dan € 5.000,- in twee gelijke termijnen
                                        waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                                        volgende op de maand die in de dagtekening van het
                                        aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijn een maand
                                        later;</al></li><li nr="c."><al>het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                        aanslagen rioolheffing of andere heffingen € 5.000,- of meer
                                        is, in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                                        vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                        die in de</al></li></lijst></li></lijst><al>dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijn een
                        maand later. </al><lijst><li nr="2."><al>In gevallen bedoeld in het eerste lid onder b geldt in afwijking van
                                het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel
                                van automatische incasso van de betaalrekening van de
                                belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste
                                termijn vervalt op de 26e dag van de maand volgende op de maand die
                                in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens op de 26e dag van elke volgende
                                maand.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de Rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening Rioolheffing 2016', vastgesteld bij raadsbesluit van 16
                        december 2015 en gepubliceerd onder nr. Gmb-2015-124593, wordt ingetrokken
                        met ingang van de in het tweede lid van artikel 13 genoemde datum van ingang
                        van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening Rioolheffing 2017'.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De plaatsvervangend raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>S.E.M. Bruins MA Msc</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>Drs H.M.F. Bruls </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting op de Verordening Rioolheffing 2017</titel></kop><al><vet><cursief>Aanhef</cursief></vet></al><al>De aanhef van de verordening Rioolheffing geeft aan dat de Rioolheffing is
                    gebaseerd op artikel 228a van de Gemeentewet, zowel voor de heffing wegens het
                    hebben van een aansluiting op de gemeentelijke riolering als voor de heffing
                    wegens het afvoeren van water.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In onderdeel a is aangegeven dat onder perceel wordt verstaan een roerende
                        of een onroerende zaak. De reden voor de keuze van de term perceel is
                        gelegen in het feit dat deze term ook wordt gebruikt in de Wet verankering
                        en bekostiging van gemeentelijke watertaken.</al><al>In de meerderheid van de gevallen zal onder het begrip perceel een
                        onroerende zaak vallen. De verordening beoogt echter ook roerende percelen
                        die op de gemeentelijke riolering zijn aangesloten in de heffing te
                        betrekken. Bij roerende percelen die op de gemeentelijke riolering zijn
                        aangesloten kan bijvoorbeeld worden gedacht aan caravans, woonboten en
                        niet-onroerende zomerhuisjes.</al><al>Dat ook een zelfstandig gedeelte van een onroerende of roerende zaak een
                        perceel is hangt samen met het bepaalde in artikel 4. Door een zelfstandig
                        gedeelte ook te omschrijven als een zelfstandig perceel vindt het belastbaar
                        feit plaats per zelfstandig gedeelte.</al><al>In onderdeel b is aangegeven dat onder gemeentelijke riolering in feite alle
                        voorzieningen vallen die worden getroffen ter nakoming van de zorgplichten.
                        De mogelijke voorzieningen zijn legio en bevatten een veel ruimer scala dan
                        het klassieke rioleringsbegrip. Dat toch voor de term gemeentelijke
                        riolering is gekozen hangt samen met de naamgeving die de formele wetgever
                        heeft gekozen voor de heffing: rioolheffing.</al><al>Onderdeel c van dit artikel bepaalt dat onder het begrip water alle
                        verschillende soorten water vallen. In de zorgplichten van artikel 228a
                        worden meerdere waterbegrippen gebruikt die gebaseerd zijn op de herkomst
                        van het water. De definities van de specifieke waterbegrippen zijn opgenomen
                        in de Wet milieubeheer en behoeven in de verordening rioolheffing geen
                        nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Dit artikel is opgenomen om er geen misverstand over te laten bestaan dat de
                        heffing bedoeld is om de kosten van de zorgplichten te verhalen die zijn
                        opgesomd in artikel 228a van de Gemeentewet. Tevens blijkt uit dit artikel
                        dat het gaat om de totale kosten van de beide zorgplichten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>Voor de oude rioolrechten heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 5 maart
                        1980, nr. 19 441, BNB 1980/103 (Rotterdam) beslist dat onder gebruik van de
                        riolering mede het genot van de aansluiting voor de eigenaar kan worden
                        begrepen, nu de aansluiting de gebruikswaarde van het eigendom voor de
                        eigenaar verhoogt. De rioolheffing wordt geheven van de eigenaren. De Hoge
                        Raad heeft in zijn arrest van 15 mei 2009 LJN BD5470 bevestigt dat alle
                        gemeentelijke lasten ter zake op uitsluitend de zakelijk gerechtigden kunnen
                        worden verhaald.</al><al>De belasting wordt geheven van de genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                        beperkt recht van een perceel wegens het hebben van een aansluiting. In dit
                        onderdeel gaat het om een perceel dat direct of indirect is aangesloten op
                        de gemeentelijke riolering. De toevoeging direct of indirect is opgenomen
                        omwille van de duidelijkheid.</al><al>In de verordening Rioolheffing is het begrip aansluiting namelijk verruimd
                        ten opzichte van de Rioolrechten. De termen directe en indirecte bij een
                        aansluiting bewegen mee met deze verruiming van het begrip aansluiting.
                        Indien vanaf een perceel, via welke tussenstap dan ook, water ter nadere
                        verwerking wordt aangeboden aan voorzieningen die door de gemeente worden
                        beheerd is er sprake van een directe of indirecte aansluiting.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>In het tweede lid is geregeld wie als genothebbende krachtens eigendom,
                        bezit of beperkt recht moet worden aangemerkt indien het perceel een
                        onroerende zaak is. De vaststelling van de genothebbende krachtens eigendom,
                        bezit of beperkt recht, geschiedt in het algemeen op grond van de kadastrale
                        registers.</al><al>In de bepaling van het tweede lid is niet aangegeven wie als eigenaar van
                        een perceel, niet zijnde een onroerende zaak, moet worden aangemerkt. Omdat
                        van roerende percelen geen kadastraal register wordt bijgehouden, zal het
                        civiele recht uitkomst moeten bieden. Aansluiting dient te worden gezocht
                        bij het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>In dit artikel is bepaald dat, indien gedeelten van een perceel zelfstandig
                        kunnen worden gebruikt, de rechten ter zake van ieder afzonderlijk gedeelte
                        worden geheven. Bedoeld worden dan gedeelten die ieder als zelfstandige en
                        onafhankelijke eenheid kunnen worden gebruikt (bijvoorbeeld de woning in een
                        flatgebouw). De Hoge Raad oordeelde dat zelfstandige gedeelten die geen
                        directe of indirecte aansluiting op de riolering hebben omdat de sanitaire
                        voorzieningen zich bijvoorbeeld in een gemeenschappelijk deel bevinden niet
                        in de heffing kunnen worden betrokken (Hoge Raad 29 juni 2007, nr. 40932,
                        LJN: BA8046, vng-2320 (Alblasserdam)).</al><al>Wanneer dergelijke gedeelten, die naar indeling zijn bestemd om ieder als
                        afzonderlijk geheel te worden gebruikt, toch gezamenlijk als een geheel
                        worden gebruikt, dan wordt de belasting ter zake van de gezamenlijke
                        gedeelten geheven, waarbij die gezamenlijke gedeelten dan als één perceel
                        worden aangemerkt. Een dergelijk geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij
                        woonhuizen die vroeger in twee of meer zelfstandige gedeelten werden
                        gebruikt, maar nu, zonder dat de indeling is gewijzigd, als één geheel
                        worden gebruikt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer. In de
                        toelichting op de Wet materiële belastingbepalingen Gemeentewet is deze
                        mogelijkheid expliciet toegestaan voor de rioolrechten (Kamerstukken II
                        1989/90, 21591, nr. 3, pag. 66). In een later stadium is dit ook op
                        Kamervragen geantwoord (Kamerstukken II 2005/06, Aanhangsel, nr. 1172).</al><al>In het tweede en derde lid is vastgelegd dat voor het vaststellen van de
                        waarde in het economische verkeer de bepalingen van de Wet waardering
                        onroerende zaken (Wet WOZ) van toepassing zijn. Voor die percelen waar een
                        WOZ-beschikking is vastgesteld kan die waarde worden genomen. Indien geen
                        WOZ-beschikking is genomen dient de waarde te worden vastgesteld aan de hand
                        van de criteria in de Wet WOZ.. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>De belasting is afhankelijk van de waarde in het economisch verkeer. </al><al>In de aanhef van het eerste lid is gekozen voor een percentage van de
                        heffingsmaatstaf. Voor een percentage van de heffingsmaatstaf is gekozen
                        omdat dit aansluit bij de Onroerende-zaakbelastingen.</al><al>In het artikel is tevens een absoluut maximum opgenomen voor de belasting.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar loopt gelijk met het kalenderjaar. Hiervoor is met name
                        gekozen omdat de belasting die van de eigenaar wordt geheven gekoppeld is
                        aan de toestand van het eigendom, bezit of beperkt recht van het perceel aan
                        het begin van het belastingjaar. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Ingevolge artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen
                        worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of
                        op andere wijze. Er is gekozen voor heffing bij wege van aanslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>Op grond van het eerste lid is de belasting verschuldigd bij het begin van
                        het belastingjaar. Blijkens artikel 3 wordt de rioolheffing geheven van
                        degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens
                        eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is
                        aangesloten op de gemeentelijke riolering. De toestand aan het begin van het
                        belastingjaar is dus bepalend. Indien het perceel van eigenaar verwisselt in
                        de loop van het belastingjaar behoeft geen ontheffing te worden verleend.
                        Een nieuw belastbaar feit doet zich immers niet voor. Wel is denkbaar dat de
                        notaris bij overdracht van het eigendom het recht aanmerkt als zakelijke
                        last en naar tijdsgelang verrekend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Er is gekozen voor een kwijtscheldingsnorm van 100% van de normuitkering als
                        bedoeld in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>In dit artikel is een afwijking van de wettelijke betalingstermijn
                        opgenomen. Afhankelijk van de hoogte van het totaal bedrag op het
                        aanslagbiljet gelden verschillende betalingstermijnen. Automatische incasso
                        is mogelijk voor alle bedragen ongeacht de hoogte van de aanslag. Betaling
                        in tien gelijke termijnen is alleen mogelijk in geval van automatische
                        incasso voor bedragen hoger dan € 100,- en lager dan € 5000,-. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders heeft in een regeling
                        gemeentelijke belastingen de </al><al>formele bepalingen over de heffing en invordering vermeld. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>In artikel 13 wordt geregeld dat de oude verordening wordt ingetrokken met
                        ingang van de datum van ingang van de heffing. De oude verordening blijft
                        van toepassing op belastbare feiten die zich </al><al>voor die datum hebben voorgedaan, zodat ook voor die belastbare feiten
                        heffing dus mogelijk blijft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet moet de gemeente het besluit tot
                        het vaststellen, wijzigen of intrekken van belastingverordeningen bekend
                        maken. Bekendmaking geschiedt door middel van publicatie in het
                        Gemeenteblad. In het huis aan huisblad "De Brug" wordt medegedeeld welk
                        besluit is vastgesteld dan wel gewijzigd. De dag van bekendmaking is de dag
                        waarop de uitgave feitelijk verkrijgbaar is. Dit is de datum waarop de tekst
                        van de verordening daadwerkelijk beschikbaar is voor de burger. De datum van
                        ingang van de heffing is vastgelegd in het tweede lid van dit artikel.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>In artikel 15 is in de citeertitel een jaartal genoemd.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>