<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR435582_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels WMO 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-186352.html">Gemeenteblad: 28 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels WMO 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-03-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beleidsregels WMO 2017
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Inleiding</titel>
          </kop>
          <al>Deze beleidsregels vormen de nadere uitwerking van de Wet Maatschappelijke
                        Ontwikkeling 2015 en de vastgestelde Verordening Wmo 2015. </al>
          <al>De beleidsregels gaan over de maatschappelijke ondersteuning die het college
                        op grond van de verordening aan een bewoner kan bieden ten behoeve van zijn
                        zelfredzaamheid en participatie, voor zover deze in verband met een
                        beperking, chronische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met
                        gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn
                        netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie. Het
                        betreft omschrijving van de maatwerkvoorzieningen maar ook de
                        mantelzorgondersteuning. Daarnaast hebben de beleidsregels betrekking op de
                        andere twee vormen van maatschappelijke ondersteuning, opvang en beschermd
                        wonen.</al>
          <al>Deze beleidsregels zijn ingedeeld in verschillende vormen van
                        maatwerkvoorziening maar ook procedure bepalingen, de wijze van toegang tot
                        een maatwerkvoorziening en kwaliteit en vormgeving van toezichthoudende
                        functie van de gemeente. Deze onderwerpen vormen tegelijk ook de
                        hoofdstukindeling van dit document. Daarbij geldt dat de opbouw van
                        informatie van algemeen naar specifiek gaat. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld
                        in het hoofdstuk ‘Toegang, melding, onderzoek en aanvraag’ informatie staat
                        die voor elke maatwerkvoorziening van toepassing is. Specifieke informatie
                        en afwijzingen hierop, staan benoemd bij de specifieke
                        maatwerkvoorziening.</al>
          <al/>
          <al>In de beleidsregels wordt de uitvoering van het beleid vastgelegd. Daarbij
                        zullen in werkafspraken met de uitvoeringsorganisaties, coöperatie Amaryllis
                        en het Klant Contact Centrum (KCC) van de gemeente, de operationele
                        afspraken worden vastgelegd. Ten aanzien van de afweging en beoordeling in
                        de uitvoering wordt gebruik gemaakt van zowel de beleidsregels als de
                        werkafspraken. Amaryllis en het KCC zijn de opstellers van de uitvoerings-
                        c.q. werkafspraken waarbij de gemeente een toetsende rol heeft.</al>
          <al/>
          <al>Beleidsregels Wmo 2016 gemeente Leeuwarden vinden hun basis in de Algemene
                        wet bestuursrecht (Awb) en zijn net zo bindend als de Verordening Wmo 2015
                        gemeente Leeuwarden. Bij de beoordeling van geschillen is het de rechter die
                        toetst of de gemeente eigen regels, zoals neergelegd in de verordening en
                        beleidsregels wel correct heeft gehanteerd.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>1.1</vet>
            <vet>Het Leeuwarder model</vet>
          </al>
          <al>De gemeente Leeuwarden staat voor de taak om met veel minder financiële
                        middelen vanaf 2015 ondersteuning te bieden aan kwetsbare bewoners met
                        meervoudige problemen die op eigen kracht geen oplossing kunnen vinden en
                        die ondersteuning nodig hebben op het gebied van opvoeden en opgroeien,
                        begeleiding en verzorging in de thuissituatie. </al>
          <al>Om de inhoudelijke taken binnen de financiële kaders uit te voeren, kiezen
                        we er voor om de opgelegde bezuinigingen via het Leeuwarder model in
                        onderlinge samenhang op te pakken. Het model faciliteert als het ware de
                        beweging van complexe of langdurige ondersteuning naar meer informele hulp.
                        Dat moet zich op de korte termijn vertalen in: investeren aan de ‘voorkant’
                        en een verschuiving ‘nieuw voor oud’ om de sociale wijkteams te bekostigen.
                        Op de lange termijn is de verwachting dat dienstverlening dichtbij, eigen
                        netwerk en wijkondersteuning leidt tot efficiëntere en effectievere
                        dienstverlening en reductie van dure specialistische zorg.</al>
          <al>Het Leeuwarder model onderscheidt drie sporen van hulp en
                        ondersteuning:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>zelf- en samenredzaamheid</al></li>
            <li nr="·"><al>basisondersteuning</al></li>
            <li nr="·"><al>aanvullende ondersteuning.</al></li>
          </lijst>
          <al>De idee achter het Leeuwarder model is dat de mate van zelfredzaamheid
                        bepaalt welke hulp- en ondersteuning we willen inzetten. Dit vergt een
                        andere benadering dan voorheen. Niet het model ‘vraag-aanbod’ maar het
                        individueel maatwerk bepaalt of er toegang wordt gegeven voor professionele
                        hulp- en ondersteuning. Waarbij de meest kwetsbaren professioneel geholpen
                        worden en de zelfredzamen in principe op zichzelf of hun netwerk zijn
                        aangewezen. </al>
          <al/>
          <al>Ook geldt dat bij het bieden van ondersteuning meer dan voorheen gekeken
                        wordt naar mogelijkheden om de zelfredzaamheid te vergroten. Wij willen toe
                        naar een situatie waar ondersteuning dicht bij mensen wordt geboden. Wijk-
                        en buurtgericht waar dat kan, stedelijk als dat beter past, regionaal als
                        het effectiever is. We doen dit voor elk van de domeinen: Wmo, Jeugd en
                        Participatie en waar mogelijk zoeken we de samenhang.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Kernbegrippen Wmo</titel>
          </kop>
          <al>Binnen de beleidsregels spelen diverse begrippen een rol. Een aantal worden
                        toegelicht in het hoofdstuk over het afwegingskader. Hieronder een
                        aanvulling daarop (in alfabetische volgorde). Waar het om begrippen gaat die
                        in de wet genoemd worden, betreft het een aanvulling en/of interpretatie van
                        de wettelijke definitie.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Algemene voorziening</vet>
          </al>
          <al>Het aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek
                        naar de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers,
                        toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Beschermd wonen</vet>
          </al>
          <al>De invulling van beschermd wonen bestaat voor nieuwe cliënten uit het
                        aanbieden van een omgeving die ‘bescherming’ biedt aan de cliënt en waar
                        nodig zijn omgeving. Dat betekent dat de volgende voorwaarden zijn
                        gerealiseerd:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Er is een geclusterde setting, dat wil zeggen dat er meerdere
                                cliënten (minimaal 3) op maximaal 100 meter van elkaar wonen met de
                                mogelijkheid om van een gezamenlijke ruimte gebruik te maken</al></li>
            <li nr="·"><al>De mogelijkheid om onplanbare zorg te leveren, binnen afzienbare
                                tijd (snelle respons) en 24 uur per dag; </al></li>
            <li nr="·"><al>Er zijn meerdere contactmomenten op een dag</al></li>
            <li nr="·"><al>De mogelijkheid om op initiatief van de zorgaanbieder ondersteuning
                                in te zetten (signalerende rol zorgaanbieder)</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Budgetplan</al>
          <al>Bij de aanvraag voor een PGB moet een budgetplan ingediend worden. In dit
                        budgetplan geeft de aanvrager aan waarom gekozen wordt voor een PGB in
                        plaats van door de gemeente ingekochte ondersteuning. In het budgetplan
                        geeft de aanvrager aan hoe het budget besteed gaat worden en bij welke
                        zorgaanbieders.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Cliënt</vet>
            <vet>ondersteuning</vet>
          </al>
          <al>In Leeuwarden krijgt de cliëntondersteuning vorm binnen de
                        basisondersteuning, die geboden wordt door de sociale wijkteams en de jeugd-
                        en gezinsteams. </al>
          <al>Belangrijk uitgangspunten hierbij zijn dat de dienstverlening dicht bij de
                        bewoner plaatsvindt, dat de bewoner die centraal staat en dat het gaat om
                        het leveren van maatwerk. Er is keuzevrijheid om voor een andere medewerker
                        van het team te kiezen in geval er problemen ontstaan in de relatie
                        bewoner-professional. </al>
          <al>Wanneer een bewoner twijfelt aan de objectiviteit van de ondersteuning die
                        geboden wordt, zal de sociaal werker daarover met die persoon in gesprek
                        gaan. Wanneer zij er samen niet uitkomen, en de bewoner nog steeds twijfelt
                        aan de objectiviteit, heeft hij of zij recht op ondersteuning van een andere
                        werker. Cliëntondersteuning is een algemene voorziening, waarvoor de
                        gemeente geen eigen bijdrage vraagt: de ondersteuning door de sociale
                        werkers is vrij toegankelijk voor alle bewoners.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Dagbesteding</vet>
          </al>
          <al>Dagbesteding is een zinvolle invulling van de dag die arbeid of school
                        vervangt. Gedurende de dagbesteding wordt gewerkt aan vooraf opgestelde
                        doelstellingen die ontwikkeling van de cliënt bevorderen. Dagbesteding wordt
                        geboden door professionals, eventueel aangevuld met vrijwilligers.
                        Dagbesteding betreft niet ‘algemene’ daginvulling zoals gezelligheid in de
                        woning (gezamenlijk koffiedrinken, activiteit ondernemen). Dagbesteding
                        vindt in principe niet vrijblijvend plaats. Bij deelname aan dagbesteding
                        wordt er op de cliënt ‘gerekend’ door de aanbiedende organisatie.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Informele </vet>
            <vet>hulp</vet>
          </al>
          <al>Onder informele hulp wordt de hulp verstaan die wordt verricht door het
                        sociaal netwerk.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Maatwerkvoorziening</vet>
          </al>
          <al>Een maatwerkvoorziening wordt in de wet als volgt gedefinieerd:</al>
          <al>
            <cursief>‘Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een
                            persoon afgestemd geheel</cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere
                            maatregelen:</cursief>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>
                <cursief>ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen
                                    kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de
                                    mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede
                                    hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere
                                    maatregelen;</cursief>
              </al></li>
            <li nr="·"><al>
                <cursief>ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het
                                    daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere
                                    maatregelen;</cursief>
              </al></li>
            <li nr="·"><al>
                <cursief>ten behoeve van beschermd wonen en opvang.’</cursief>
              </al></li>
          </lijst>
          <al>Een maatwerkvoorziening is pas aan de orde als na onderzoek blijkt dat de
                        persoon als gevolg</al>
          <al>van zijn beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen niet
                        op eigen kracht,</al>
          <al>met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van andere personen uit
                        zijn sociale netwerk of algemene voorzieningen voldoende zelfredzaam is of
                        in staat is tot participatie.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Mantelzorg</vet>
          </al>
          <al>Mantelzorg wordt in de wet als volgt gedefinieerd (Wmo artikel 1.1.1, sub
                        1):</al>
          <al>
            <cursief>‘Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd
                            wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en
                            zorg en overige diensten bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die
                            rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale
                            relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend
                            beroep.’</cursief>
          </al>
          <al>Mantelzorg overstijgt in tijd en/of intensiteit, wanneer het door inwonende
                        partners, kinderen of andere huisgenoten wordt geleverd, het niveau van
                        gebruikelijke hulp.</al>
          <al>Anderzijds kan mantelzorg ook door niet inwonende familieleden of personen
                        uit het netwerk</al>
          <al>van de persoon worden geleverd. Bijvoorbeeld door uitwonende kinderen,
                        vrienden of andere</al>
          <al>personen uit het sociaal netwerk van de persoon.</al>
          <al>De mate waarin mantelzorgers bereid en in staat zijn een deel van deze
                        ondersteuning te bieden, is bepalend voor het aantal uren professionele
                        ondersteuning dat iemand uiteindelijk krijgt. Hierbij speelt de draagkracht
                        van mantelzorgers een rol. Deze is niet voor iedereen gelijk. Voor de ene
                        persoon zal het bieden van één uur ondersteuning per dag het maximum zijn
                        dat hij of zij kan dragen, terwijl voor een ander de grens hoger kan liggen.
                        Deze verschillen worden in belangrijke mate bepaald door de persoonlijke
                        omstandigheden van de mantelzorger (leeftijd, gezinssituatie, eigen
                        gezondheid et cetera). Bij het indicatieproces kan de mantelzorger aangeven
                        welke ondersteuning hij nodig heeft om mantelzorg te kunnen bieden. Het
                        voorgaande geeft aan dat mantelzorg niet gezien kan worden als een soort
                        voorliggende voorziening.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Mantelzorgondersteuning</vet>
          </al>
          <al>Mantelzorgondersteuning betreft de ondersteuning aan de mantelzorger en
                        heeft o.a. de volgende doelstellingen:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>de mantelzorger ondersteunen bij het blijven bieden van
                                mantelzorg;</al></li>
            <li nr="·"><al>de (dreigende) overbelaste mantelzorger te ondersteunen door (deels)
                                taken over te laten nemen door het inzetten van vrijwilligers en/of
                                professionele ondersteuning.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>Mantelzorgwaardering</vet>
          </al>
          <al>Mantelzorgwaardering is de invulling van de gemeente Leeuwarden aan het
                        voormalig, binnen de AWBZ geboden, mantelzorgcompliment.
                        Mantelzorgwaardering wordt niet meer geboden in een financiële
                        tegemoetkoming maar in de vorm van activiteiten zoals voorlichting, inzet
                        van aandachtscoaches en respijtzorg, tenzij de mantelzorger veel kosten moet
                        maken om zijn taak als mantelzorger te vervullen en deze niet zelf gedragen
                        kunnen worden. Het college kan dan tegemoetkomen in de onkosten. Verdere
                        uitwerking staat in hoofdstuk 18.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Opvang</vet>
          </al>
          <al>Maatschappelijke opvang (opvang) is volgens de definitie in de Wmo ‘het
                        tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan
                        personen die, door een of meer problemen, al dan niet gedwongen de
                        thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te
                        handhaven in de samenleving’.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Respijtzorg</vet>
          </al>
          <al>Ter ondersteuning van de mantelzorger kan mantelzorgondersteuning geboden
                        worden door o.a. de inzet van vrijwilligers en/of een maatwerkvoorziening.
                        Het bieden van een maatwerkvoorziening ter ondersteuning van de mantelzorg
                        bijvoorbeeld in de vorm van dagbesteding of kortdurend verblijf noemen we
                        respijtzorg.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Sociaal wijkteam / dorpen</vet>
            <vet>team</vet>
          </al>
          <al>Het sociaal wijkteam / dorpen team is een team van ongeveer 10 fte (fulltime
                        eenheden) waar generalisten met hun specifieke specialisme, alle bewoners
                        van de gemeente Leeuwarden kunnen ondersteunen bij hun vragen en
                        ondersteunen bij onder andere de volgende onderwerpen: werk, bv. hulp bij
                        solliciteren of re-integratie, financiën, opvoeding, gezin, kinderen, wonen,
                        vrije tijd en sport, wet- en regelgeving, vrienden en relaties en zorg,
                        ondersteuning en hulpmiddelen.</al>
          <al>Overal in de beleidsregels waar sociaal wijkteam staat kan ook dorpen team
                        gelezen worden. </al>
          <al>Uitraaskamers</al>
          <al>Een verblijfsruimte waarin een persoon die ten gevolge van een beperking(en)
                        in de vorm van een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoond, zich kan
                        afzonderen of tot rust kan komen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verantwoordelijkheidsladder</vet>
          </al>
          <al>Om gebruik te kunnen maken van Wmo-voorzieningen wordt de
                        verantwoordelijkheidsladder gehanteerd. De verantwoordelijkheidsladder houdt
                        in dat mensen eerst zelf oplossingen moeten zoeken voor de ervaren
                        beperkingen, dan de mogelijkheden van het sociale</al>
          <al>netwerk moeten benutten, waarna vervolgens gekeken wordt naar algemene
                        voorzieningen. Als dat niet afdoende is om te kunnen participeren en
                        zelfredzaam te zijn dan behoren maatwerkvoorzieningen tot de mogelijkheden.
                        Als laatste kan er opvang worden geboden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Z</vet>
            <vet>elfredzaamheid-Matrix
                        (Z</vet>
            <vet>RM</vet>
            <vet>)</vet>
          </al>
          <al>De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) is een meetinstrument om verschillende
                        dimensies van</al>
          <al>zelfredzaamheid overzichtelijk in beeld te brengen.</al>
          <al>De ZRM heeft elf domeinen waarop de mate van zelfredzaamheid wordt
                        beoordeeld. Deze</al>
          <al>domeinen hangen sterk met elkaar samen, maar zijn zo gedefinieerd dat ze
                        elkaar niet of</al>
          <al>nauwelijks overlappen. De domeinen van de ZRM zijn: Financiën, Dagbesteding,
                        Huisvesting,</al>
          <al>Huiselijke relaties, Geestelijke gezondheid, Lichamelijke gezondheid,
                        Verslaving, Activiteiten</al>
          <al>Dagelijks Leven, Sociaal netwerk, Maatschappelijke participatie, en
                        Justitie. Dit zijn de noodzakelijke en niet-overbodige gebieden die in
                        iedere volwassen persoon (in de Nederlandse samenleving) bepalend zijn voor
                        de effectiviteit, productiviteit en kwaliteit van leven.</al>
          <al>De elf domeinen staan in rijen onder elkaar, de vijf antwoordmogelijkheden
                        in kolommen naast elkaar. Zo ontstaat een raamwerk (matrix) met 55 vakken
                        (cellen). Voor iedere cel zijn criteria opgesteld die de
                        antwoordmogelijkheid nader specificeren voor het te beoordelen domein en de
                        beoordelaar ondersteunen bij het waarderen van de zelfredzaamheid op dat
                        domein. Deze criteria helpen de gebruiker te begrijpen wat de ontwikkelaars
                        bijvoorbeeld onder ‘niet zelfredzaam’ op het domein Financiën verstaan
                        (‘onvoldoende inkomsten en/ of spontaan of ongepast uitgeven, groeiende
                        schulden’).</al>
          <al>De uiteindelijke beoordeling bestaat uit 11 keer een score tussen 1 en 5.
                        Een medewerker kanmet de ZRM dus relatief eenvoudig een volledig overzicht
                        krijgen van een complex begrip metdiverse en uiteenlopende facetten dat een
                        belangrijke rol speelt in de mate waarin eenpersoon een productief en
                        kwalitatief goed leven kan leiden: zelfredzaamheid.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Afwegingskader</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>3.1 </vet>
            <vet>Uitvoering van Leeuwarder model</vet>
          </al>
          <al>Het Leeuwarder model onderscheidt drie sporen van hulp en
                        ondersteuning:</al>
          <al>·zelf- en samenredzaamheid</al>
          <al>Zelf doen wat je kunt of een beroep doen op familie of buren. Maar ook
                        vormen van samenwerking in de wijk tussen bewoners die zich bijvoorbeeld
                        verenigen in wijkpanels of wijkcoöperaties. Dit kan zijn zonder tussenkomst
                        van professionals of als daar wel behoefte aan is, in samenwerking met
                        wijkpartners of andere professionals.</al>
          <al>·basisondersteuning</al>
          <al>Naast bewoner bewegen ook professionals zich in de wijk. In het sociaal
                        domein zet de gemeente de wijkteams centraal, die met generalistische
                        sociaal werkers zich richten op alle leefgebieden van de bewoner. De sociaal
                        werkers gaan er op af en werken door middel van signalering, facilitering,
                        activering en waar nodig ondersteuning met als doel het bevorderen van de
                        zelfredzaamheid en sociale cohesie in de wijk.</al>
          <al>·aanvullende ondersteuning.</al>
          <al>Waar nodig zet het wijkteam aanvullende ondersteuning in. De
                        taken/activiteiten van de sociaal werkers zullen in de wijken worden
                        uitgevoerd. Het team vormt een brug naar de bewoners in de wijk,
                        functionarissen en andere professionals. Waar de aanvullende ondersteuning
                        niet effectief op wijkniveau georganiseerd kan worden, verwijst de sociaal
                        werker door naar bovenwijkse georganiseerde zorg- en hulpverlening.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>3.2 </vet>
            <vet>Algemeen afwegingskader</vet>
          </al>
          <al>Als een persoon aanspraak maakt op ondersteuning op basis van de Wmo zal dit
                        verzoek gewogen worden. Het gaat daarbij om een individuele weging, waarbij
                        altijd de volgende elementen betrokken worden. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Eigen mogelijkheden</cursief>
          </al>
          <al>Niet iedere beperking leidt tot verminderde zelfredzaamheid of een
                        participatieprobleem. Door met eigen oplossingen het normale levenspatroon
                        voort te zetten, ontstaat er geen probleem dat om een oplossing vraagt. Dat
                        zou anders kunnen zijn wanneer de beperkingen leiden tot een probleem dat
                        niet met eigen oplossingen of hulp van anderen kan worden opgelost. Om te
                        kunnen bepalen of en welke ondersteuning nodig is, is zorgvuldig onderzoek
                        noodzakelijk. Dat onderzoek richt zich op het geobjectiveerd vaststellen van
                        beperkingen en als gevolg daarvan het al dan niet optreden van verlies van
                        zelfredzaamheid en participatiemogelijkheden.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Financiële mogelijkheden</cursief>
          </al>
          <al>De wet staat niet toe dat slechts op basis van inkomen ondersteuning wordt
                        verleend of geweigerd. Tegelijkertijd biedt het beschikken over financiële
                        middelen de mogelijkheid in eigen oplossingen te voorzien maar mag het geen
                        reden zijn om passende ondersteuning te weigeren. Iemand met veel financiële
                        middelen betaalt veelal ook een hoge eigen bijdrage en betaalt zodoende
                        feitelijk mee aan de oplossing.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Ondersteuning door mantelzorgers en vrijwilligers</cursief>
          </al>
          <al>Wanneer verminderde zelfredzaamheid of een participatieprobleem
                        (gedeeltelijk) kan worden opgelost door een mantelzorger of vrijwilliger,
                        kan aanvullend daarop een algemene of maatwerkvoorziening nodig zijn. Bij
                        het bepalen van de meest passende ondersteuningsvorm wordt nadrukkelijk
                        rekening gehouden met de belangen en belastbaarheid van de mantelzorger of
                        vrijwilliger. Dit is een belangrijk onderwerp dat besproken wordt in het
                        gesprek met de sociaalwerker. Mantelzorg is een vorm van ondersteuning die
                        niet afdwingbaar is door de overheid.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Voorliggende voorzieningen</cursief>
          </al>
          <al>Dit zijn (wettelijke) voorzieningen waar eerst een beroep op kan worden
                        gedaan alvorens een maatwerkvoorziening wordt overwogen:</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Voorliggend op de Wmo is een voorziening/dienst op grond van een
                                andere wettelijke regeling, zoals de wet vervangende Wet langdurige
                                zorg (Wlz), ziektekostenverzekering of het Uitvoeringsinstituut
                                Werknemers Verzekeringen (UWV). Indien dit het geval is, zal er op
                                grond van de Wmo geen voorziening/dienst worden verstrekt.</al></li>
            <li nr="·"><al>Kinderopvang: Reguliere kinderopvang is een algemene voorziening.
                                Indien er problematiek bestaat voor opvang van gezonde kinderen, is
                                dit geen reden voor een maatwerkvoorziening voor deze specifieke
                                activiteit.</al></li>
            <li nr="·"><al>Arbeidsvoorzieningen: op grond van ziektewet, WIA, Wajong en
                                Participatiewet zijn er mogelijkheden voor aangepast werk en/of
                                dagbesteding.</al></li>
          </lijst>
          <al>Het onderscheid van de verschillende wetgevingen Wlz (Wet Langdurige Zorg)
                        en ZVW (Zorgverzekeringswet) is complex en derhalve wordt verwezen naar
                        Handboek Schulinck.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Gebruikelijke hulp</cursief>
          </al>
          <al>Gebruikelijke hulp is hulp die verwacht wordt van huisgenoten, die “normaal”
                        wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is
                        dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben. Dit wordt nader
                        omschreven in ‘hulpmiddel gebruikelijke hulp’ opgesteld door MO-zaak.</al>
          <al>De sociaal werker bepaalt in gesprek met de bewoner op basis van eigen
                        professionaliteit en de input van de bewoner wat gebruikelijk hulp is in de
                        individuele situatie van de bewoner. Indien nodig kan bij het bepalen van de
                        gebruikelijke hulp het document “hulpmiddel gebruikelijke hulp”, die bij
                        iedere sociaal werker bekend is, actief als instrument gebruikt worden.</al>
          <al>Goedkoopst adequate maatwerkvoorziening</al>
          <al>Het college is in voorkomende gevallen slechts gehouden de naar objectieve
                        maatstaven gemeten goedkoopst adequate maatwerkvoorziening te bieden.
                        Maatwerkvoorzieningen die kostenverhogend werken zonder dat zij de
                        maatwerkvoorziening passender maken, komen in principe niet voor toekenning
                        in aanmerking. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Langdurig noodzakelijk</cursief>
          </al>
          <al>Bij het bepalen van de meest passende goedkoopst adequate voorziening, wordt
                        rekening gehouden met de (te verwachten) gebruiksduur en intensiteit van het
                        gebruik. Bij kortdurend of incidenteel gebruik, kan een groter beroep op
                        eigen mogelijkheden of de inzet van voorliggende of algemene voorzieningen
                        worden gedaan. Uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de feitelijke
                        aanwezigheid van eigen mogelijkheden, voorliggende of algemene
                        voorzieningen.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Hoofdverblijf</cursief>
          </al>
          <al>Een maatwerkvoorziening wordt verstrekt door de gemeente waarin bewoner zijn
                        hoofdverblijf heeft. Behalve de woning van bewoner komen in principe geen
                        andere panden in aanmerking voor aanpassingen. Voor zover van toepassing
                        wordt dit bij de nadere omschrijving en afweging van de specifieke
                        maatwerkvoorzieningen benoemd.</al>
          <al>Algemene voorzieningen</al>
          <al>Algemene voorzieningen zijn laagdrempelig toegankelijk. Met de activiteiten
                        of ondersteuning die via deze algemene voorzieningen wordt geboden kan een
                        individuele bewoner (een deel van) zijn participatieproblemen verminderen of
                        zijn zelfredzaamheid verhogen. In deze gevallen is het niet noodzakelijk een
                        maatwerkvoorziening in te zetten of kan volstaan worden met een aanvulling
                        op de algemene voorziening. Er zal altijd op individueel niveau onderzocht
                        worden of bewoner met de algemene voorziening voldoende resultaat kan
                        behalen. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Aanvaardbaar niveau</cursief>
          </al>
          <al>Het streven is om de persoon op het niveau van participatie en
                        zelfredzaamheid te brengen dat bij zijn situatie past. Daarbij zijn met name
                        van belang de situatie van betrokkene voordat hij getroffen werd door zijn
                        beperkingen, alsmede de situatie van personen in vergelijkbare
                        omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie die geen beperkingen
                        hebben. </al>
          <al>De gevraagde ondersteuning moet in een redelijke verhouding staan tot wat de
                        situatie van de bewoner was voor hij ondersteuning nodig had. De compensatie
                        beperkt zich in die zin tot wat noodzakelijk is in het licht van
                        zelfredzaamheid en participatie, en breidt zich niet uit tot wat de persoon
                        noodzakelijk vindt in het kader van smaak, of betekent niet per definitie
                        dat hij alle hobby’s moet kunnen uitoefenen die hij voorheen
                        uitoefende.</al>
          <al>Bij aanvaardbaar niveau gaan we uit van de jurisprudentie zoals deze onder
                        Wmo 2007 is ontwikkeld.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Onderscheid dagbesteding en instrumenten Werk &amp; Inkomen
                        </cursief>
          </al>
          <al>Bij het bepalen of dagbesteding aan de orde is, is het belangrijk te weten
                        of iemand een uitkering heeft. Voor de doelgroep Participatiewet met een
                        loonwaarde minder dan 40 % worden als instrumenten maatschappelijk nuttig
                        werk (inclusief tegenprestatie naar vermogen) en vrijwilligerswerk ingezet.
                        Dit wordt georganiseerd in de wijken (wijkparticipatie) via sociale
                        wijkteams, waarbij verschuiving van taken heeft plaatsgevonden van team
                        Participatie richting de sociale wijkteams. Indien dit passende
                        ondersteuning is, wordt geen dagbesteding vanuit de Wmo verstrekt. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>3.3 </vet>
            <vet>Algemeen gebruikelijke voorzieningen</vet>
          </al>
          <al>Het College verstrekt geen voorziening als aannemelijk is dat de bewoner
                        daar - gelet op zijn omstandigheden - over zou (hebben kunnen) beschikken
                        als hij geen beperkingen zou hebben gehad. Een voorziening is algemeen
                        gebruikelijk als deze:</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>normaal in de handel verkrijgbaar is; en</al></li>
            <li nr="2."><al>niet specifiek is bedoeld voor mensen met beperkingen; en</al></li>
            <li nr="3."><al>niet substantieel duurder is dan vergelijkbare producten.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Drie vragen</cursief>
          </al>
          <al>De drie vragen hebben betrekking op de vraag of de voorziening algemeen
                        gebruikelijk is. De vraag is echter of de voorziening ook voor de persoon
                        als de bewoner algemeen gebruikelijk is. Kort gezegd, valt het volgens
                        geldende maatschappelijke normen binnen het normale bestedingspatroon van de
                        bewoner. Het College beoordeelt de hier bovengenoemde vragen in hun
                        onderlinge samenhang. Het enkele feit dat een voorziening normaal in de
                        handel verkrijgbaar is wil nog niet zeggen dat het naar geldende
                        maatschappelijke normen voor de persoon van de bewoner past binnen zijn
                        normale bestedingspatroon. Andersom kan echter ook.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Niet al te strikt</cursief>
          </al>
          <al>De beoordeling moet niet al te strikt worden gelezen. Het feit dat de
                        bewoner niet zonder meer een fiets met hulpmotor zou aanschaffen betekent
                        niet dat het toch geen algemeen gebruikelijke voorziening voor hem/haar kan
                        zijn. Fietsen met hulpmotor zijn -in principe- algemeen gebruikelijk voor
                        personen die ouder zijn dan 16 jaar. Een fiets met hulpmotor is
                        vergelijkbaar met een brommer, ook qua kosten (CRVB:2010:BN1265).</al>
          <al>Bij een dergelijke beoordeling dient ook gekeken te worden naar het
                        vermijden van een anti-revaliderende situatie. Dat wil zeggen: het
                        versterken of creëren van beperkingen als gevolg van de verstrekking van
                        voorzieningen. En er dient te worden gekeken naar de doelmatigheid van de
                        voorziening: de inzet van een voorziening is passend bij het behalen van het
                        resultaat. </al>
          <al>Ook is het van belang om te realiseren dat een te verstrekken voorziening op
                        de eerste plaats adequaat moet zijn. Zijn meer mogelijkheden adequaat, dan
                        dient gekozen te worden voor de goedkoopste en meest adequate
                        voorziening.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Vervanging</cursief>
          </al>
          <al>Het toepassen van het criterium “algemeen gebruikelijk” kan ook te maken
                        hebben met een reguliere vervanging van zaken. Immers, algemene
                        gebruikelijke voorzieningen worden door personen met en zonder beperkingen
                        vervangen als zij (technisch) zijn afgeschreven. Daaruit kan worden afgeleid
                        dat een onverwachtse noodzakelijke aanschaf of vervanging niet als algemeen
                        gebruikelijk voor de bewoner kan worden beschouwd.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Een onverwachts optredende noodzaak</cursief>
          </al>
          <al>Het zogenaamde calamiteitenprincipe kan een uitzondering vormen op de
                        hoofdregel. Wanneer er sprake is van een plotseling optredende noodzaak tot
                        aanschaf of vervanging van een voorziening en deze zijn oorsprong vindt in
                        de beperkingen van de bewoner, kan dat een omstandigheid zijn waarom een
                        algemeen gebruikelijke voorziening voor deze bewoner toch niet algemeen
                        gebruikelijk is.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Renovatie</cursief>
          </al>
          <al>Renovatie heeft betrekking op het verlenen van voorzieningen die technisch
                        of economisch zijn afgeschreven en onder normale omstandigheden ook
                        vervangen zouden moeten worden (afschrijftermijn). Voorbeelden zijn keukens,
                        sanitair, natte cel, kranen, et cetera. In het Besluit worden de
                        afschrijftermijnen van een aantal voorzieningen genoemd. Het uitgangspunt in
                        ogenschouw genomen dat geen voorzieningen worden verleend die algemeen
                        gebruikelijk zijn voor de persoon als de bewoner, geldt dat, als sprake is
                        van renovatie, (woon-)voorzieningen in beginsel worden geweigerd. Immers,
                        voor personen met en zonder beperkingen geldt dat voorzieningen na verloop
                        van tijd moeten worden vervangen of aangepast aan de eisen van de tijd.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Huishoudelijke apparatuur</cursief>
          </al>
          <al>De aanspraak op een maatwerkvoorziening voor overname van huishoudelijke
                        werkzaamheden bestaat slechts aanvullend op eigen mogelijkheden. Daaronder
                        kunnen algemeen gebruikelijke voorzieningen worden gerekend. Hieruit volgt
                        dat er geen indicatie is als de beperkingen afdoende kunnen worden opgelost
                        met bijvoorbeeld technische hulpmiddelen. Daaronder worden algemeen
                        gebruikelijke huishoudelijke apparatuur verstaan zoals een wasmachine, een
                        droogtrommel, een afwasautomaat of stofzuiger. Als dergelijke apparaten niet
                        aanwezig zijn maar wel een oplossing kunnen bieden voor het probleem, dan
                        gaat de aanschaf van deze hulpmiddelen in beginsel voor op het indiceren van
                        ondersteuning.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Toegang, melding, onderzoek en aanvraag</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>4.1 Inleiding</vet>
          </al>
          <al>De wet schrijft voor dat, zodra een persoon zich meldt met een behoefte aan
                        maatschappelijke ondersteuning, er een onderzoek moet worden uitgevoerd. In
                        dit hoofdstuk wordt uitgewerkt hoe de melding en onderzoek
                        plaatsvinden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>4.2 </vet>
            <vet>Toegang en melding</vet>
          </al>
          <al>Een melding voor ondersteuning kan door of namens de bewoner worden gedaan.
                        De wetgever schrijft niet voor wie allemaal een melding kunnen doen. Het
                        hoeft niet persé te gaan om een vertegenwoordiger van de bewoner, maar het
                        kan ook gaan om bijvoorbeeld de buurvrouw, een arts of een kind. Met een
                        melding maakt de bewoner duidelijk dat hij behoefte heeft aan
                        maatschappelijke ondersteuning. Een bewoner kan zich op diverse manieren
                        melden met een hulpvraag:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>bij het KCC (Klant Contact Centrum), telefonisch of fysiek bij het
                                loket bij het Stadskantoor;</al></li>
            <li nr="·"><al>bij het sociaalwijk team of dorpen team;</al></li>
            <li nr="·"><al>digitaal;</al></li>
            <li nr="·"><al>Bij de aanbieder (opvang en beschermd wonen);</al></li>
          </lijst>
          <al>Voor beschermd wonen geldt dat de aanvraag altijd via het wijkteam (of zoals
                        bij andere gemeente, gebiedsteam genoemd) loopt. Dit betreft het wijkteam
                        (of gebiedsteam) van de gemeente waar iemand woont. </al>
          <al>Nadat de bewoner zich heeft gemeld wordt in eerste instantie door de
                        medewerker die de melding in behandeling neemt bezien of er echt sprake is
                        van een melding, of dat het gaat om een simpele hulpvraag die direct
                        telefonisch of bij het eerste contact kan worden afgedaan. </al>
          <al>Een melding wordt geregistreerd en alleen als de bewoner dat wenst, wordt
                        een bevestiging schriftelijk verstuurd (mail of post).</al>
          <al>Is een bewoner uitgebreid bekend vanwege bijvoorbeeld een recent gesprek en
                        het opstellen van een ondersteuningsplan of betreft het een vervanging van
                        een hulpmiddel vanwege technische mankementen en is de situatie niet
                        gewijzigd, kan dit ook een reden zijn om af te zien van een gesprek. Dit
                        dient altijd in overleg met goedkeuring van de bewoner plaats te
                        vinden.</al>
          <al>Een professionele hulpverlener kan een melding ook rechtstreeks bij het
                        wijk-/gebiedsteam doen. Dit gebeurt altijd in overleg met de bewoner. Dit
                        geldt ook voor beschermd wonen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>4.3 Persoonlijk plan</vet>
          </al>
          <al>Voorafgaand aan dit gesprek bestaat de mogelijkheid om een persoonlijk plan
                        in te dienen. Met dit plan kan de bewoner zelf zijn situatie beschrijven
                        waar de volgende zaken naar voren kunnen komen:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Welke problematiek wordt ervaren in het dagelijks leven;</al></li>
            <li nr="·"><al>Wat zijn de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren;</al></li>
            <li nr="·"><al>Welke mogelijkheden zijn er binnen het sociaal netwerk en welke
                                mogelijkheden en/of algemene voorzieningen zijn al ingezet om het
                                probleem op te lossen of te verminderen;</al></li>
            <li nr="·"><al>De behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger.</al></li>
          </lijst>
          <al>Een persoonlijk plan betekent niet dat wat de bewoner aanvraagt ook wordt
                        toegekend. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Het persoonlijk plan
                        is een omschrijving van de situatie en de mogelijkheden en onmogelijkheden
                        die de bewoner ervaart bij het oplossen van zijn probleem en wordt
                        meegenomen bij het opstellen van het ondersteuningsplan.</al>
          <al>In dit plan zijn dan ook goede mogelijkheden om de omvang en beperkingen van
                        de mantelzorg te benoemen.</al>
          <al>Het persoonlijk plan dient uiterlijk binnen 7 dagen na aanmelding te worden
                        ingediend, maar voordat een aanvraag tot stand is gekomen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>4.4 </vet>
            <vet>Het gesprek</vet>
          </al>
          <al>In het gesprek tussen bewoner en mogelijk zijn mantelzorger of
                        vertegenwoordiger wordt de ondersteuningsbehoefte besproken,
                        geïnventariseerd door de sociaal werker en vastgelegd in een
                        ondersteuningsplan (verslag). </al>
          <al>Aan de hand van de ZRM (zelfredzaamheidsmatrix) en op basis van de
                        verantwoordelijkheidsladder wordt onderzocht welke ondersteuning de bewoner
                        nodig heeft. </al>
          <al>De ZRM geeft een beeld van de zelfredzaamheid van de bewoner op alle
                        leefgebieden. Dit is geen indicatie-instrument, het is ondersteunend aan het
                        bepalen van de maatwerkvoorziening. Met behulp van de
                        verantwoordelijkheidsladder kijkt de sociaal werker eerst naar de
                        mogelijkheden die de bewoner heeft voor het zelf vinden van oplossingen voor
                        de ervaren beperkingen. De volgende stap zijn de mogelijkheden die er zijn
                        in het sociale netwerk van de bewoner. Daarna naar de ondersteuning die kan
                        worden geboden door of vanuit algemene voorzieningen. Als dat niet afdoende
                        is om te kunnen participeren en zelfredzaam te zijn, dan behoren
                        maatwerkvoorzieningen tot de mogelijkheden. Als laatste kan er opvang worden
                        geboden.</al>
          <al>Het gesprek vindt veelal plaats in de thuissituatie van de bewoner. Mocht
                        dit niet wenselijk zijn om welke reden dan ook, kan dit ook op een andere
                        plek plaats vinden.</al>
          <al/>
          <al>De volgende onderwerpen worden besproken tijdens het gesprek (Verordening,
                        artikel 6):</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de bewoner;
                                hierbij moet ook aandacht zijn voor samenvallende activiteiten
                                (samenloop van verschillende soorten zorg).</al></li>
            <li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;</al></li>
            <li nr="c."><al>de mogelijkheden om op eigen kracht en met gebruikelijke hulp, of
                                via algemeen gebruikelijke voorzieningen, de eigen zelfredzaamheid
                                of participatie te handhaven of te verbeteren. Dit om te voorkomen
                                dat bewoner een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; </al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="d."><al>de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit
                                het sociaal netwerk van bewoner te komen tot verbetering van de
                                eigen zelfredzaamheid of participatie, waarbij de gemeente niet een
                                bijdrage verlangt van mantelzorg of sociaal netwerk die ten koste
                                gaat van baan, inkomen of welzijn van de mantelzorger of het sociaal
                                netwerk. Dit om de ondersteuning aan de bewoner te verbeteren door
                                inbedding in de eigen omgeving, mantelzorgers en de eigen omgeving
                                niet te overvragen en te voorkomen dat bewoner een beroep moet doen
                                op een maatwerkvoorziening; </al></li>
            <li nr="e."><al>de (ervaren) belasting van de mantelzorger(s) en het sociale netwerk
                                van de bewoner en de daaruit voortvloeiende behoefte aan maatregelen
                                ter ondersteuning van de mantelzorger(s) en het sociale netwerk van
                                de bewoner. Dit om mantelzorger(s) en het sociale netwerk van de
                                bewoner niet te overvragen; </al></li>
            <li nr="f."><al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening
                                of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te
                                komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie,
                                of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een
                                maatwerkvoorziening;</al></li>
            <li nr="g."><al>de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of
                                door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de
                                Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke
                                gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen,
                                te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning;</al></li>
            <li nr="h."><al>de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken;</al></li>
            <li nr="i."><al>welke bijdragen in de kosten de bewoner conform de Wmo dient te
                                betalen (Wmo artikel 2.1.4), waarbij de cliënt wordt gewezen op de
                                rekenhulp van het CAK;</al></li>
            <li nr="j."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een Pgb,
                                waarbij de bewoner in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht
                                over de gevolgen van die keuze. </al></li>
          </lijst>
          <al>Voor het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de bewoner, in de vorm
                        van het gesprek (‘keukentafelgesprek’), geldt een behandeltijd van maximaal
                        zes weken. In deze periode wordt niet alleen het gesprek gevoerd maar ook
                        gekeken naar allerhande mogelijkheden en voorliggende voorzieningen die een
                        oplossing kunnen zijn voor de beperkingen in de zelfredzaamheid en
                        participatie.</al>
          <al/>
          <al>Voor beschermd wonen geldt dat de zorgaanbieder het onderzoek zelf kan
                        uitvoeren, als de bewoner daar al in behandeling is. Het resultaat dient
                        altijd afgestemd te worden met het wijk-of gebiedsteam. Het wijk- of
                        gebiedsteam dient een eigen oordeel te kunnen geven op basis van de
                        geleverde informatie. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>4.5 </vet>
            <vet>Het verslag </vet>
          </al>
          <al>In de verordening artikel 7, staat dat het gesprek en het vooronderzoek met
                        een verslag afgesloten wordt, waarbij in elk onderdeel de belangrijkste
                        punten kort worden samengevat en mogelijke oplossingen worden benoemd. Dit
                        noemen wij het ondersteuningsplan.</al>
          <al>De bewoner zal dit verslag te allen tijde desgevraagd kunnen ontvangen. Het
                        verslag wordt binnen 20 werkdagen na het gesprek aan de bewoner beschikbaar
                        gesteld. Indien de gestelde termijn niet haalbaar is, wordt de bewoner
                        geïnformeerd over de reden van vertraging.</al>
          <al>De bewoner heeft de mogelijkheid in het verslag correcties en aanvullingen
                        aan te brengen. Deze komen niet in de plaats van het oorspronkelijke
                        verslag, maar worden aan het oorspronkelijke verslag toegevoegd.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>4.6 </vet>
            <vet>Ondersteuningsplan</vet>
          </al>
          <al>Op basis van het vooronderzoek en het gesprek stelt de sociaal werker met de
                        betrokkene een ondersteuningsplan op waarin wordt aangegeven:</al>
          <al> in verband met welke belemmeringen ondersteuning nodig is; hierbij moet ook
                        aandacht zijn voor samenvallende activiteiten (samenloop van verschillende
                        soorten zorg).</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>welke doelstelling er wordt nagestreefd met de ondersteuning;</al></li>
            <li nr="·"><al>op welke wijze deze ondersteuning kan worden vormgegeven;</al></li>
            <li nr="·"><al>welke afspraken er zijn gemaakt met de bewoner;</al></li>
            <li nr="·"><al>indien een maatwerkvoorziening aan de orde is wordt door de sociaal
                                werker een zwaarwegend advies opgesteld welke wordt gebruikt bij de
                                vaststelling en het verstrekken van een maatwerkvoorziening.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Kiest de bewoner voor een Pgb, dan wordt het goedgekeurde budgetplan
                        toegevoegd aan het ondersteuningsplan. Dit budgetplan stel de bewoner zelf
                        op en zo nodig kan de sociaalwerker hierbij ondersteunen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>4.7</vet>
            <vet>Aanvraag</vet>
          </al>
          <al>Na een melding vindt, in principe, altijd een gesprek plaats. Het resultaat
                        van dit gesprek is een ondersteuningsplan waarin de oplossingen en mogelijk
                        de afspraken met bewoner worden benoemd. Een onderdeel van de oplossingen
                        kan een aanvraag voor een maatwerkvoorziening zijn. De informatie uit het
                        ondersteuningsplan wordt meegenomen in de aanvraag, dit betreft een
                        zwaarwegend advies. </al>
          <al>Het zwaarwegend advies wordt besproken met de bewoner. De bewoner ontvangt
                        een afschrift van het zwaarwegend advies, per mail of per post.</al>
          <al>In het zwaarwegend advies wordt opgenomen/beschreven of bewoner wel/niet
                        akkoord is.</al>
          <al>Een handtekening onder het zwaarwegend advies kan en mag, op verzoek van de
                        bewoner. Het is zeer wenselijk om bij niet akkoord, de bewoner te laten
                        tekenen.</al>
          <al>De aanvraag wordt doorgestuurd naar de gemeente en zo nodig, bijvoorbeeld
                        bij een elektrische rolstoel, vindt nog aanvullend onderzoek plaats.</al>
          <al>Voor de toegang tot beschermd wonen zie pagina 29.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Afhandelingstermijn onderzoek</cursief>
          </al>
          <al>De wetgever schrijft voor dat het onderzoek naar aanleiding van de melding
                        moet zijnafgerond door middel van een verslag binnen zes weken na de
                        melding.</al>
          <al>In de Memorie van Toelichting is echter aangegeven dat een zorgvuldig
                        onderzoekuitgangspunt is. Mocht omwille van deze zorgvuldigheid,
                        bijvoorbeeld omdat informatie bijderden moet worden opgevraagd, of omdat er
                        sprake is van een complexe hulpvraag vanuitdiverse domeinen, de termijn van
                        zes weken niet gehaald worden, dan kan de medewerker in</al>
          <al>overleg treden met de bewoner om deze termijn te verlengen. Dit wordt
                        vervolgens schriftelijk bevestigd, onder vermelding van de termijn
                        waarbinnen het onderzoek naar verwachting wel is afgerond.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Beschikking</cursief>
          </al>
          <al>De bewoner ontvangt de beslissing op zijn aanvraag op grond van de Wmo 2015,
                        binnen 2 weken na de aanvraag, schriftelijk in een beschikking. Indien deze
                        termijn overschreden lijkt te worden, zal op grond van de AWB de bewoner
                        schriftelijk geïnformeerd over een verlenging of opschorting van deze
                        termijn.</al>
          <al>De looptijd van de indicatie met uitzondering van hulpmiddelen,
                        vervoersvoorzieningen of woningaanpassingen, betreft in principe maximaal 3
                        jaar. De uitzonderingen zijn niet begrensd qua looptijd.</al>
          <al/>
          <al>In de beschikking van een maatwerkvoorziening zorg in natura (ZIN) wordt in
                        ieder geval vastgelegd:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>wat de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat
                                daarvan is;</al></li>
            <li nr="b."><al>de omvang en activiteiten van de in te zetten voorziening;</al></li>
            <li nr="c."><al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al></li>
            <li nr="d."><al>hoe de voorziening wordt verstrekt (Pgb of ZIN), en indien van
                                toepassing;</al></li>
            <li nr="e."><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn;</al></li>
            <li nr="f."><al>welke verplichtingen de burger heeft in verband met zijn
                                inlichtingenplicht (Wmo artikel 2.3.8).</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een Pgb wordt
                        in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>voor welk resultaat het Pgb kan worden aangewend;</al></li>
            <li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het Pgb;</al></li>
            <li nr="c."><al>wat de hoogte van het Pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li>
            <li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het Pgb is bedoeld,
                                en</al></li>
            <li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het Pgb;</al></li>
            <li nr="f."><al>welke verplichtingen de burger heeft in verband met zijn
                                inlichtingenplicht (Wmo artikel 2.3.8).</al></li>
          </lijst>
          <al>Als sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt de bewoner daarover in
                        de beschikking geïnformeerd.</al>
          <al>Bij een maatwerkvoorziening in natura wordt de vorm en omvang van de
                        maatwerkvoorziening middels iWmo standaard verstuurd. Het digitaal
                        uitwisselen van gegevens tussen gemeente en zorgaanbieders gebeurt via iWMO.
                        Bij een verstrekking in de vorm van Pgb geldt het trekkingsrecht.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Verstrekking van maatwerkvoorziening</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>5.1 </vet>
            <vet>Vormen van een verstrekking</vet>
          </al>
          <al>De maatwerkvoorziening kan in natura of als persoonsgebonden budget worden
                        verstrekt. In dit hoofdstuk worden verschillende verstrekkingsvormen, de
                        criteria met betrekking tot de betrekkingsvormen en de verschillende
                        procedures behandeld.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.2 </vet>
            <vet>Combinatie </vet>
            <vet>zorg i</vet>
            <vet>n natura en
                            Pgb</vet>
          </al>
          <al>De Wmo verplicht ons om cliënten de keuzemogelijkheid te geven tussen een
                        maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura (ZIN) of in de vorm van
                        een Pgb. Een combinatie is ook mogelijk. Het bieden van een combinatie van
                        zorg in natura en Pgb binnen één maatwerkvoorziening, is niet mogelijk. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.3 </vet>
            <vet>Voorziening in natura</vet>
          </al>
          <al>Een voorziening in natura is levering van een maatwerkvoorziening via een
                        door de gemeente gecontracteerde partner. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.4 Pgb</vet>
          </al>
          <al>Met een Pgb kan de cliënt zelf ondersteuning, hulpmiddelen of voorzieningen
                        inkopen. Het voordeel van een Pgb is dat de cliënt zelf de regie voert over
                        zijn eigen ondersteuning. Zo kan hij kiezen voor een aanbieder uit een ander
                        gebied, maar ook voor het financieren van hulp die wordt verleend door het
                        eigen sociale netwerk. Het zelf gekozen ondersteuningsaanbod kan in bepaalde
                        gevallen meer passend en/of goedkoper zijn.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Voorwaarden voor het Pgb</cursief>
          </al>
          <al>In de Wmo 2015 staat dat de gemeente moet beoordelen of een aanvraag voldoet
                        aan een aantal voorwaarden:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>de aanvrager dan wel zijn vertegenwoordiger moet in staat zijn om de
                                aan de Pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren
                                (opstellen budgetplan, opdrachtgever/werkgever kunnen zijn,
                                verantwoord beheer);</al></li>
            <li nr="·"><al>het ondersteuningsaanbod dat met een Pgb wordt ingekocht dient
                                veilig, doeltreffend en cliëntgericht te zijn;</al></li>
            <li nr="·"><al>de cliënt dient de keuze voor een Pgb te motiveren.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Beheer van het Pgb</cursief>
          </al>
          <al>Als er met het Pgb een professionele ondersteuner wordt ingehuurd (een
                        bedrijf of een particuliere hulp, die de hulp beroepsmatig verleent), mag
                        deze ondersteuner niet ook de rol van beheerder op zich nemen. We hechten
                        belang aan een werkgever/werknemer relatie waarbij de Pgb-houder of diens
                        beheerder de ondersteuner aanstuurt. Als een professionele ondersteuner ook
                        beheerder is, is hiervan geen sprake. Als er een informele hulp wordt
                        ingehuurd, staan we wel toe dat de informele ondersteuner ook het PGB
                        beheert. De andere uitzondering betreft hulp bij het huishouden in de vorm
                        van Pgb DAH (Pgb Dienstverlening Aan Huis, zie onderaan dit hoofdstuk). </al>
          <al>In uitzonderingsgevallen is het toegestaan om een beheerder in te schakelen.
                        Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer cliënt vanwege zijn specifieke
                        ondersteuningsvraag zeer veel belang heeft bij een PGB maar het PGB zelf
                        niet kan beheren en ook niemand in het eigen netwerk heeft die het beheer
                        kan doen. In deze gevallen stelt de gemeente in natura een beheerder
                        beschikbaar. De sociaal werker zal eventuele specifieke afspraken over het
                        beheer vastleggen in het ondersteuningsplan. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Welke ondersteuning inkopen met een Pgb</cursief>
          </al>
          <al>Een Pgb is niet mogelijk voor crisishulp of crisisopvang en in principe niet
                        voor beschermd wonen. Voor beschermd wonen wordt in principe geen Pgb
                        verstrekt. Beheer- of bemiddelingskosten mogen niet uit het Pgb worden
                        betaald. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Geen terugwerkende kracht bij een Pgb</cursief>
          </al>
          <al>Een Pgb kan niet met terugwerkende kracht toegekend worden,waarbij artikel
                        11, lid 2 Verordening Wmo 2015 van de gemeente Leeuwarden in acht wordt
                        genomen. In dit artikel staat: het college verstrekt geen Pgb voor zover de
                        aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de
                        indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de
                        ingekochte voorziening noodzakelijk was.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.5 Bestedingsregels Pgb</vet>
          </al>
          <al>De volgende bestedingsregels gelden voor een Pgb in 2016:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Beheerkosten (coördinatie, administratie e.d.) mogen niet uit het
                                Pgb worden betaald. Er zijn enkele uitzonderingen (zie ‘Beheer
                                Pgb’).</al></li>
            <li nr="2."><al>Bemiddelingskosten mogen niet worden betaald vanuit het Pgb. De wet
                                Wmo 2015 laat dit niet toe.</al></li>
            <li nr="3."><al>Bij het overlijden van een budgethouder mag maximaal één gemiddeld
                                maandloon, berekend over de laatste drie gewerkte maanden, als
                                eenmalige uitkering worden verstrekt.</al></li>
            <li nr="4."><al>Het vrij besteedbaar bedrag dat niet verantwoord hoeft te worden
                                betreft alleen de jaarlijks basislidmaatschap kosten Per Saldo
                                (2015: €45,50 per jaar).</al></li>
            <li nr="5."><al>Er mag een éénmalige feestdagen uitkering verstrekt worden van
                                €100,-.</al></li>
            <li nr="6."><al>Er mag maximaal €0,19 reiskosten van de zorgverlener betaald worden
                                op basis van een reisafstand vanaf 6 km (enkele reis) tot maximaal
                                150 km per hulpverlener per keer (retour).</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Overige bestedingsregels</cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>Beste</cursief>
            <cursief>ding van Pgb</cursief>
            <cursief> in het
                            buitenland</cursief>
          </al>
          <al>Het inkopen van ondersteuning in het buitenland is(in
                        aansluiting op ons beleid voor uitkeringsgerechtigden) maximaal 13 weken per
                        kalenderjaar toegestaan. PGB-houders die langer dan 6 weken naar het
                        buitenland gaan en dan hun hulp in het buitenland willen inkopen, moeten
                        toestemming vragen aan het college.</al>
          <al>
            <cursief>Besteding per periode</cursief>
          </al>
          <al>De budgethouder mag, naar zijn of haar behoefte, de ene
                        periode meer hulp inkopen dan de andere periode, zolang het totaal beschikte
                        budget (per kalenderjaar) niet wordt overschreden. Betreffende cliënt is in
                        dit geval wel verplicht om per periode een factuur in te dienen over de
                        werkelijk ontvangen uren hulp. Het afspreken van een vast maandbedrag is in
                        dit geval dus niet toegestaan.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.6 </vet>
            <vet>Trekkingsrecht</vet>
          </al>
          <al>Het Pgb wordt niet rechtstreeks overgemaakt op de rekening van de cliënt.
                        Dit is wettelijk geregeld om misbruik en oneigenlijk gebruik van PGB tegen
                        te gaan. De Sociaal Verzekeringsbank (SVB) doet de betalingen rechtstreeks
                        aan de zorgaanbieder namens het college. Deze regeling, trekkingsrecht
                        geheten, geldt voor alle gemeenten en Pgb budgethouders. </al>
          <al>Trekkingsrecht en de werkwijze voor de uitvoering worden vastgelegd in
                        werkafspraken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.7 Professionele (formele) en niet-professionele
                            (</vet>
            <vet>informele</vet>
            <vet>)</vet>
            <vet> hulp</vet>
          </al>
          <al>Een cliënt die met een Pgb de ondersteuning zelf organiseert kan deze
                        ondersteuning afnemen bij een niet-professionele ofwel informele hulp
                        (bijvoorbeeld een familielid, vriend, bekende of werkstudent) of een
                        professionele hulp (een particuliere hulp, bedrijf of instelling).
                        Professionele hulp is hulp die beroepsmatig wordt verleend. </al>
          <al>Het is toegestaan dat budgethouders samen ondersteuning inkopen met het Pgb.
                        Het ondersteuningsdoel, de aanvraag, afhandeling en verantwoording blijft
                        wel individueel.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Inzet van Pgb voor informele hulp</cursief>
          </al>
          <al>Pgb-informele zorg kan in principe niet worden ingezet voor
                        Thuisondersteuning 3 of Thuisondersteuning 4 en dagbesteding zwaar (beide
                        vormen). Deze vormen van ondersteuning kenmerken zich veelal door
                        multiproblem situatie en vereist een specifieke kwaliteit van
                        medewerkers.</al>
          <al>Aan de hand van de volgende vragen wordt bekeken of met informele hulp het
                        beoogde resultaat behaald kan worden. Dit zijn geen harde criteria.</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Kan de budgethouder zijn keus om een informele hulp in te schakelen
                                goed motiveren?</al></li>
            <li nr="·"><al>Is de informele hulp in staat om de gevraagde hulp te bieden (mag
                                niet te zwaar zijn)?</al></li>
            <li nr="·"><al>Is de kwaliteit van de geboden hulp voldoende geborgd?</al></li>
            <li nr="·"><al>Heeft de informele hulp op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de
                                budgethouder bij zijn besluitvorming om over te gaan tot
                                uitbetaling?</al></li>
            <li nr="·"><al>Wat is omvang van de informele hulp die iemand verleent?</al></li>
            <li nr="·"><al>Wat is de totale belasting van de mantelzorger (gebruikelijke hulp,
                                mantelzorg en werk)?</al></li>
            <li nr="·"><al>Wat is het type hulp, de frequentie van de geboden hulp, de duur van
                                de hulp (tijdelijk of langere periode) en de mate van verplichting?
                                Kan degene die de hulp levert een keer overslaan als hij ziek is of
                                op vakantie wil of is dit niet mogelijk? </al></li>
            <li nr="·"><al>Zijn er mogelijkheden om zorg uit handen te kunnen geven oftewel
                                zijn er algemene voorzieningen beschikbaar?</al></li>
          </lijst>
          <al>Een medewerker van de gemeente kan steekproefsgewijs toetsen of de informele
                        hulp juist is geadviseerd.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.8 </vet>
            <vet>Tarifering Pgb</vet>
          </al>
          <al>De cliënt (dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger) dient in het budgetplan
                        een begroting voor de ondersteuning op te nemen als hij deze via een Pgb wil
                        inkopen. De Pgb tarieven zijn gebaseerd op het maximale ZIN tarief voor de
                        desbetreffende producten. Vervolgens is hier 80% van genomen. </al>
          <al>Het budget voor een Pgb is niet gelijk aan Zorg In Natura omdat een
                        dienstverlener die op basis van een Pgb werkt, lagere kosten heeft
                        (bijvoorbeeld als gevolg van administratieve verplichtingen) en een hogere
                        productiviteit.</al>
          <al>Wanneer de budgethouder een duurdere voorziening wil inkopen dan met het Pgb
                        mogelijk is, dan kan dit, maar betaalt de budgethouder het meerdere zelf. </al>
          <al>Als een informele hulp (mantelzorger) de ondersteuning levert dan geldt een
                        lager uurtarief. Voor een Pgb-informele hulp wordt 60% van het maximale ZIN
                        tarief gehanteerd waarbij het uurtarief niet hoger is dan €20,00. Op deze
                        wijze wordt een onderscheid gemaakt tussen professionele (formele) en
                        niet-professionele (informele) hulp.</al>
          <al>Een informele hulp kan maximaal een fulltime werkweek aan uren declareren.
                        Daar komt bij dat de budgethouder alleen de uren kan declareren van de
                        hulpen waarmee een door de gemeente en de SVB goedgekeurde overeenkomst is
                        gesloten. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.9 </vet>
            <vet>Hulp bij het huishouden P</vet>
            <vet>gb Dienstverlening
                            aan huis (Pgb </vet>
            <vet>DAH)</vet>
          </al>
          <al>Voor hulp bij het huishouden bestaan twee Pgb-vormen, namelijk: een regulier
                        Pgb en een Pgb dienstverlening aan huis (Pgb DAH door zelfstandig gevestigde
                        hulpverlener).</al>
          <al>Zorginstellingen vervullen hierbij een bemiddelende rol, waaronder het bij
                        elkaar brengen van vraag en aanbod en het zorgen voor ziektevervanging. Het
                        tarief voor het Pgb DAH is lager dan voor het reguliere Pgb waarmee hulp bij
                        een professionele ondersteuner kan worden ingekocht.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Procedure bepalingen</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>6.1 </vet>
            <vet>Inlichtingenplicht</vet>
          </al>
          <al>Op grond van de verordening moet cliënt die gegevens die noodzakelijk zijn
                        voor het beoordelen van de aanvraag aan het college verschaffen. </al>
          <al>Hierbij kan gedacht worden aan medische, maar ook aan financiële gegevens.
                        Bij medische gegevens komt het frequent voor dat informatie van de
                        behandelende sector noodzakelijk is. Dit kan – zeker als dit schriftelijk
                        moet - geruime tijd in beslag nemen. Dat werkt vertragend op het opstellen
                        van het ondersteuningsplan en het behandelen van de aanvraag. Ook in dit
                        soort situaties kan met inschakeling van de cliënt vaak sneller over de
                        benodigde gegevens beschikt worden, met name indien de cliënt aangeeft welk
                        (grote) belang hij heeft bij het verstrekken van de gevraagde informatie aan
                        de medische adviseur. Overigens mag het opvragen van medische gegevens bij
                        de behandelende sector uitsluitend plaatsvinden met toestemming van de
                        cliënt. Daarbij dient in de verklaring opgenomen te worden welke adviserende
                        arts de gegevens opvraagt, bij welke behandelaren de gegevens opgevraagd
                        worden, om welke gegevens het gaat en met welk doel.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>6.2 </vet>
            <vet>Advisering</vet>
          </al>
          <al>Artikel 9 van de verordening biedt de basis voor een zorgvuldig onderzoek om
                        te bepalen of er al dan niet sprake is van medische noodzaak. </al>
          <al>Uit de jurisprudentie blijkt dat indien een cliënt geen medewerking verleent
                        de aanvraag afgewezen mag worden op grond van de onmogelijkheid voldoende
                        onderzoek te doen, mits het inderdaad zo is dat zonder dit onderzoek de
                        medische noodzaak niet is vast te stellen. Er zal dus altijd beoordeeld
                        moeten worden of op een andere wijze de medische noodzaak vastgesteld kan
                        worden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>6.3 Bezwaar</vet>
          </al>
          <al>Iedere cliënt heeft het recht als hij het met een beschikking niet eens is,
                        in bezwaar te gaan. De gemeente streeft ernaar, voordat een negatief of
                        afwijkend besluit valt, cliënt in de gelegenheid te stellen hierop te
                        reageren, zodat de kans groot is dat door de gemeente gemaakte eventuele
                        fouten hersteld kunnen worden. Bij een negatieve of afwijkende beschikking
                        geeft het college, bijvoorbeeld door de beschikking langs te brengen en
                        uitleg te geven, een extra contactmoment. Bij het in bezwaar gaan bestaat de
                        mogelijkheid samen nog eens naar het probleem te kijken. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Thuisondersteuning</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>7.1 </vet>
            <vet>Inleiding</vet>
          </al>
          <al>In 2015 hebben we in Leeuwarden de ambulante ondersteuning vorm gegeven in
                        de maatwerkvoorziening Thuisondersteuning. Voor 2016 hebben wij een vijftal
                        vormen van thuisondersteuning. Hierin wordt onderscheid gemaakt in de
                        resultaten en doelen, activiteiten, mate van ziekte inzicht, deskundigheid
                        en de bestaande risico’s op direct handelen.</al>
          <al>Het schematisch overzicht is aan het eind van dit hoofdstuk opgenomen.
                        Hieronder de beschrijving per voorziening.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>7.2 </vet>
            <vet>Afwegingskader</vet>
          </al>
          <al>Het betreft activiteiten gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en
                        participatie ter voorkoming van opname of verwaarlozing van de bewoner en
                        wordt in individueel verband aangeboden. In alle gevallen is er sprake van
                        matige of ernstige beperkingen op de volgend terreinen:</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Zelfredzaamheid</cursief>
          </al>
          <al>Er is sprake van matige beperkingen als zelfstandig nemen van besluiten niet
                        vanzelfsprekend is, bewoner hulp nodig heeft bij het regelen van dagelijkse
                        bezigheden en bij het aanbrengen van dagelijkse routine en structuur, niet
                        goed begrijpt wat anderen zeggen en zichzelf niet begrijpelijk kan
                        maken.</al>
          <al>Er is sprake van zware beperkingen als complexe taken moeten worden
                        overgenomen, het uitvoeren van eenvoudige taken moeilijk gaat, de bewoner
                        niet in staat is zelfstandig problemen op te lossen en/of besluit(en) te
                        nemen, moeite heeft met communiceren en afhankelijk is van regie van anderen
                        voor het voeren van de regie.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Gedragsproblemen</cursief>
          </al>
          <al>Er is sprake van matige beperkingen als er bijsturing en soms gedeeltelijke
                        overname van taken vereist is door een professional omdat de situatie anders
                        verslechtert.</al>
          <al>Er is sprake van zware beperkingen als er ernstige problemen zijn waardoor
                        de veiligheid van klant en/of zijn omgeving in gevaar zijn en er continu
                        professionele bijsturing nodig is. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Psychisch functioneren</cursief>
          </al>
          <al>Er is sprake van matige beperkingen als er regelmatig hulp nodig is vanwege
                        concentratieproblemen en informatieverwerking. Er is sprake van zware
                        beperkingen als volledige overname van de taken door een professional nodig
                        is vanwege ernstige problemen met concentratie, denken, geheugen en
                        waarneming van de omgeving. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Oriëntatie en geheugen</cursief>
          </al>
          <al>Er is sprake van matige beperkingen als er problemen zijn met het herkennen
                        van personen en omgeving, er vaak hulp nodig is bij het uitvoeren van taken
                        en het vasthouden van een dagritme. De situatie zal verslechteren zonder
                        begeleiding. Er is sprake van zware beperkingen als er ernstige problemen
                        zijn met het herkennen van personen en omgeving, als de klant
                        gedesoriënteerd is, taken moeten worden overgenomen en er ondersteuning
                        nodig is bij de dagstructurering. </al>
          <al/>
          <al>Het gaat om intensieve en specialistische begeleiding die nodig is op de
                        hierboven genoemde terreinen (zelfredzaamheid, gedragsproblemen, psychisch
                        functioneren en/of oriëntatie en geheugen). In het geval aanvullende zorg
                        nodig is, bepaalt het sociaal wijkteam de toegang op basis van het volgende
                        afwegingskader:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>bewoner heeft een lage score op de zelfredzaamheidsmatrix op de
                                levensgebieden waarop problemen zijn;</al></li>
            <li nr="·"><al>Er is nauwelijks perspectief op inzet vanuit eigen kracht en/of het
                                netwerk van klant is niet ondersteunend en biedt weinig perspectief
                                voor verbetering;</al></li>
            <li nr="·"><al>Er is sprake van meervoudige zware chronische problematiek waarvoor
                                intensieve begeleiding nodig is en/of;</al></li>
            <li nr="·"><al>Het gaat om (complexe) problematiek die specifieke expertise vraagt
                                (bijvoorbeeld bij psychiatrische stoornissen, verslaving,
                                gedragsproblemen, dementie, zintuiglijke beperkingen) en/of;</al></li>
            <li nr="·"><al>De situatie van de bewoner is zeer instabiel;</al></li>
            <li nr="·"><al>Daarnaast speelt mee in de overweging of er sprake is van inzet van
                                dwang en drang en/of de veiligheid in het geding is en/of sprake is
                                van een crisissituatie.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>7.3</vet>
            <vet> Landelijke inkoop specialistische zorg</vet>
          </al>
          <al>Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 ook verantwoordelijk voor de
                        ondersteuning van cliënten met een zintuiglijke beperking:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>visueel;</al></li>
            <li nr="·"><al>doofblind;</al></li>
            <li nr="·"><al>vroegdoof.</al></li>
          </lijst>
          <al>Een klein deel van deze groep heeft specialistische begeleiding nodig die
                        slechts door enkele aanbieders in Nederland wordt geleverd. Deze behoefte is
                        er omdat deze mensen vaak, naast de zintuiglijke beperking, te maken hebben
                        met andere (vaak verstandelijke en/of psychiatrische) beperkingen.</al>
          <al>Om de continuïteit van zorg te kunnen garanderen voor mensen die van deze
                        vorm van specialistische begeleiding afhankelijk zijn, is door de VNG met
                        een aantal specialistische aanbieders landelijke inkoopafspraken gemaakt.
                        Deze afspraken zijn vastgelegd in een raamovereenkomst. Als onderdeel van de
                        raamovereenkomst zijn per functie afspraken gemaakt voor de levering van
                        hulp en ondersteuning in het Programma van Eisen (PvE). Gemeenten hoeven
                        hierdoor niet afzonderlijk afspraken te maken met deze aanbieders. Er zijn
                        raamovereenkomst gesloten met 8 aanbieders.</al>
          <al>Gemeenten kunnen gebruik maken van de raamovereenkomst door een inwoner van
                        de betreffende groep naar een van de aanbieders toe te leiden waarmee een
                        raamovereenkomst gesloten is. Als de gemeente daarbij verwijst naar de
                        landelijke inkoopafspraken is daarmee de raamovereenkomst tussen gemeente en
                        aanbieder ingeroepen.</al>
          <al>Met de 8 aanbieders zijn afzonderlijke tarieven afgesproken. De tarieven
                        zijn niet breed gepubliceerd. De raamovereenkomst en de programma's van
                        eisen zijn te vinden op vng.nl en invoeringwmo.nl.</al>
          <al>Mensen met een zintuigelijke beperking (ZG)</al>
          <al>Er is sprake van een zintuiglijke beperking bij cliënten die een ernstige
                        visuele of auditievebeperking hebben. De volgende doelgroepen zijn hierbij
                        te onderscheiden:</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Cliënten met een ernstige visuele beperking</cursief>
          </al>
          <al>De cliënt die op grond van een visuele beperking valt onder deze doelgroep
                        heeft een visuele</al>
          <al>beperking die voldoet aan de NOG-richtlijn ‘Visusstoornissen, Revalidatie en
                        Verwijzing’.</al>
          <al>Volgens deze richtlijn is sprake van een visuele beperking als ernstige
                        stoornissen in het</al>
          <al>gezichtsvermogen en/of de visuele perceptie zijn vastgesteld in combinatie
                        met beperkingen in</al>
          <al>het dagelijks functioneren. De cliënt voldoet aan de volgende criteria:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>er is sprake van bijkomende cognitieve, psychosociale en/of
                                psychiatrische problematiek;</al></li>
            <li nr="·"><al>er is sprake van een combinatie van problematiek, zoals cognitieve,
                                psychosociale en/of</al></li>
          </lijst>
          <al>psychiatrische problematiek. Dit leidt tot beperkte compensatiemogelijkheden
                        envervolgens tot een volstrekt ‘nieuwe’ en grotere beperking met nog minder
                        mogelijkheden;</al>
          <al>uit aanvullend onderzoek, diagnostiek en/of dossieronderzoek (onder meer de
                        PAI) blijkt</al>
          <al>·dat de cliënt in aanmerking komt voor Specialistische Begeleiding.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Vroegdove cliënten</cursief>
          </al>
          <al>Doof wil in dit kader zeggen dat de cliënt meer dan 80 decibel (dB)
                        gehoorverlies aan beideoren heeft. Eventuele gehoorresten hebben geen
                        betekenis voor communicatie. Indien eenvolwassene (iets) minder dan 80 dB
                        gehoorverlies heeft en dat verlies selectief hetfrequentiebereik van de
                        spraak bestrijkt is er ook sprake van complete functionele doofheid. Bij
                        vroegdove cliënten dateert de doofheid van vóór het begin van de gesproken
                        normale</al>
          <al>taalontwikkeling. De gesproken taalontwikkeling is niet op gang gekomen of
                        te vroeg gestokt. Er is hierdoor sprake van grote achterstanden in taal,
                        algemene kennis en emotionele ontwikkeling. Daarnaast kan er sprake zijn van
                        bijkomende stoornissen en beperkingen van algemene en specifieke, mentale of
                        fysieke aard.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Doofblinde cliënten</cursief>
          </al>
          <al>Er is sprake van doofblindheid als:</al>
          <al>·er sprake is van een combinatie van verlies van de hoorfunctie (&gt; 35 dB
                        verlies aan hetbeste oor) en</al>
          <al>·verlies van visuele functies (gezichtsscherpte &lt; 0.3 en/of een
                        gezichtsveldbeperking van&lt;30 graden aan het beste oog) met veelal een
                        progressief karakter van beide of één vanbeide zintuigbeperkingen.</al>
          <al>Deze combinatie van beperkingen leidt tot een aanzienlijk verlies van
                        algemene en specifieke mentale of fysieke functies, hetgeen leidt tot
                        belemmeringen in de zelfredzaamheid en participatie.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>7.4 </vet>
            <vet>Praktische Thuisondersteuning</vet>
          </al>
          <al>Praktische Thuisondersteuning is wat betreft de zwaarte en complexiteit
                        gelijk aan de ondersteuning geboden door de sociaalwerker, de
                        Thuisondersteuning 1.</al>
          <al>
            <cursief>Doelgroep</cursief>
          </al>
          <al>Praktische thuisondersteuning wordt ingezet als het nodig is om
                        huishoudelijke taken over te nemen en ondersteuning geboden moet worden. De
                        intensiteit in tijd en/of integraliteit is de basis voor inzet van deze vorm
                        van ondersteuning.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Resultaat</cursief>
          </al>
          <al>Het resultaat van de inzet van het product ‘Praktische Thuisondersteuning’
                        behelst een schoon en leefbaar huis en biedt praktische ondersteuning aan
                        het zelfstandig wonen. Hierbij horen onder andere de volgende werkzaamheden
                        c.q. taken: het maken en houden van afspraken, weekplanning/dagstructuur,
                        dagelijkse/wekelijkse administratie (huishoudboekje) en het opbouwen van een
                        sociaal netwerk. </al>
          <al>Aanvullend bevat deze vorm van ondersteuning huishoudelijke taken zoals
                        schoonmaakwerkzaamheden, verzorging textiel, het zo nodig warm maken of
                        klaarmaken van maaltijden en de verzorging van (gezonde) kinderen.
                        Medewerkers die deze vorm van ondersteuning bieden hebben algemene
                        deskundigheid en verrichten huishoudelijke taken. Het ‘samen op werken’ kan
                        hierbij een doel zijn van de ondersteuning.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>7.5 </vet>
            <vet>Thuisondersteuning </vet>
          </al>
          <al>Thuisondersteuning is een vorm van ondersteuning die aan Leeuwarders met een
                        vraag op het gebied van maatschappelijke zelfredzaamheid wordt geboden.
                        Thuisondersteuning kent een onderscheid tussen thuisondersteuning 1, 2, 3 en
                        4. Het onderscheid is op basis van de zwaarte van de ondersteuning en de
                        benodigde specifieke deskundigheid, niet op basis van de omvang.</al>
          <al>Thuisondersteuning betreft het vermogen om zelfzorghandelingen uit te voeren
                        of regie te voeren over deze zelfzorghandelingen. Verder bevat
                        thuisondersteuning het inzetten of verbeteren van de eigen kracht, het
                        versterken van de sociale omgeving en het aanbrengen van structuur en regie.
                        Maar ook het uitvoeren van praktische vaardigheden, regelen van dagelijks
                        leven en participeren in de samenleving. </al>
          <al>Tot slot is er ook een duidelijke signalerende functie om terugval of
                        escalatie te voorkomen.</al>
          <al>Thuisondersteuning kan ook ingezet worden ter ontlasting van de persoon die
                        gebruikelijke hulp of mantelzorg levert, als er sprake is van (dreigende)
                        overbelasting.</al>
          <al>De volgende taken vallen niet onder de thuisondersteuning: administratieve
                        taken zoals rekeningen betalen en begeleiden bij een bezoek aan huisarts of
                        medisch specialist. Voor deze taken worden cliënten verwezen naar andere
                        voorzieningen zoals vrijwilligers.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Thuisondersteuning 1</vet>
          </al>
          <al>Thuisondersteuning 1 wordt geboden door de sociaalwerker en wordt niet
                        beschikt. De ondersteuning is gericht op het stabiliseren/behouden van
                        zelfstandigheid/zelfstandig wonen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Thuisondersteuning 2</vet>
          </al>
          <al>Thuisondersteuning 2 wordt beschikt en geboden door een medewerker van een
                        zorgaanbieder, een generalist met signalerend vermogen. De ondersteuning is
                        gericht op het stabiliseren, behouden of bevorderen van
                        zelfstandigheid/zelfstandig wonen. Het gaat om activiteiten die gericht zijn
                        op: zelfzorghandelingen uitvoeren, het dagelijks sociaal functioneren,
                        behoud van dag/weekstructuur, regie houden en besluitvoering. De
                        ondersteuning betreft planbare zorg.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Thuisondersteuning 3</vet>
          </al>
          <al>Thuisondersteuning 3 wordt beschikt en geboden door een medewerker van een
                        zorgaanbieder met specifieke deskundigheid. Er wordt hierbij gekeken naar de
                        aandoening van de cliënt en de zwaarte daarvan (psychisch, somatisch, een
                        lichamelijke of verstandelijke beperking). De ondersteuning is gericht op
                        het stabiliseren, behouden of bevorderen van zelfstandigheid/zelfstandig
                        wonen. Het gaat om activiteiten die gericht zijn op: zelfzorghandelingen
                        uitvoeren, het dagelijks sociaal functioneren, behoud van dag/weekstructuur,
                        regie houden en besluitvoering. De ondersteuning is planbare en onplanbare
                        zorg en is op afroep beschikbaar.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Thuisondersteuning 4</vet>
          </al>
          <al>Thuisondersteuning 4 wordt beschikt en geboden door een medewerker van een
                        zorgaanbieder met specifieke deskundigheid. Er wordt hierbij gekeken naar de
                        aandoening van de cliënt en de zwaarte daarvan (psychisch, somatisch, een
                        lichamelijke of verstandelijke beperking). Er is sprake van (ernstige)
                        gedragsproblematiek bij de cliënt. De ondersteuning is gericht op het
                        stabiliseren, behouden of bevorderen van zelfstandigheid/zelfstandig wonen.
                        Het gaat om activiteiten die gericht zijn op: zelfzorghandelingen uitvoeren,
                        het dagelijks sociaal functioneren, behoud van dag/weekstructuur, regie
                        houden en besluitvoering. De ondersteuning is planbare en onplanbare zorg en
                        is op afroep beschikbaar.</al>
          <al>Een schematisch overzicht van deze verschillende vormen van TO is als
                        bijlage bijgevoegd aan deze beleidsregels en is daarmee onderdeel van de
                        beleidsregels (bijlage 1).</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>7.5.1 Doelgroep</cursief>
          </al>
          <al>De cliënt is 18 jaar of ouder en is beperkt in zelfredzaamheid als gevolg
                        van een lichamelijke, zintuiglijke, cognitieve, verstandelijke of
                        psychiatrische beperking of een combinatie daarvan. De cliënt is niet
                        (geheel) in staat om zelfstandig of met behulp van eigen leefomgeving of
                        voorliggende voorzieningen, zich te handhaven. Thuisondersteuning kan voor
                        alle huishoudens met en zonder kinderen worden aangeboden zolang het niet
                        valt onder Transitie Arrangement Jeugd.</al>
          <al>Binnen de thuisondersteuning 3 en 4 geldt tevens onderstaand
                        onderscheid:</al>
          <al>Mensen met een verstandelijke beperking (VG)</al>
          <al>Er is sprake van een verstandelijke beperking als wordt voldaan aan alle
                        drie de voorwaarden:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>De cliënt scoort beneden gemiddeld op een algemene intelligentietest
                                (norm: IQ 70 of lager);</al></li>
            <li nr="·"><al>Er blijvende beperkingen zijn op het gebied van de sociale
                                redzaamheid of participatie</al></li>
            <li nr="·"><al>De situatie voor het 18<sup>e</sup> levensjaar is ontstaan.</al></li>
          </lijst>
          <al>Als sprake is van een IQ tussen 70 en 85, maar er sprake is van ernstige en
                        chronische beperkingen in de sociale redzaamheid of participatie,
                        bijvoorbeeld als gevolg van ernstige gedragsproblemen, is er eveneens sprake
                        van een verstandelijke beperking.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Mensen met een psychiatrische beperking (PSY)</cursief>
          </al>
          <al>Mensen met een psychiatrische aandoening/beperking worden als gevolg van hun
                        aandoening belemmerd in belangrijke levensgebieden als leren, wonen, werken
                        en sociale contacten. Iemand kan gedurende een aantal jaren te maken hebben
                        met een psychiatrische aandoening. Een aantal mensen met een psychiatrische
                        aandoening hebben ondersteuning nodig, anderen periodiek of geheel
                        niet.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Mensen met een somatische beperking (SOM)</cursief>
          </al>
          <al>Deze doelgroep bestaat in hoofdzaak uit 75-plussers, die zowel een
                        psycho-geriatrische of een somatische aandoening hebben die de kwaliteit van
                        het functioneren beperken. Dit beperkt iemand in het optimaal functioneren
                        in vergelijking tot mensen in soortgelijke omstandigheden. Een somatische
                        aandoening kan tijdelijk zijn of chronisch van aard.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Mensen met een lichamelijke beperking (LG)</cursief>
          </al>
          <al>Mensen met een lichamelijke beperking hebben niet de (volledige) beschikking
                        over lichamelijke functies waardoor het uitvoeren van vaardigheden en/ of
                        handelingen wordt beperkt. De beperkingen kunnen zich uiten op drie
                        hoofdgebieden:</al>
          <al>Motorische beperkingen; stoornissen bij het lopen, het gebruik van de
                        armen/handen of het evenwicht.</al>
          <al>Cognitieve beperkingen; stoornissen in het gebruik van taal, verwerking van
                        zintuiglijke informatie, de vaardigheid van handelen.</al>
          <al>Andere functiebeperkingen: zoals, verlaagd bewustzijn, afwijkende
                        lichaamsvormen en uitzonderlijke risico’s zoals b.v. de gevolgen van
                        epilepsie, huidbeschadigingen en hartlongaandoeningen.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Mensen met een psychogeriatrische aandoening (PG)</cursief>
          </al>
          <al>Mensen met een psychogeriatrische aandoening wordt gevormd door een ziekte,
                        aandoening of stoornis in of van de hersenen. Veelal is er een aantasting te
                        zien van onder andere denkvermogen, gevoelsleven, intellect, geheugen al of
                        niet in combinatie met afname van motorische functies en vermindering van
                        sociale zelfredzaamheid.</al>
          <al>Dementie is een verzamelnaam voor een aantal ziekteverschijnselen die
                        allemaal veroorzaakt worden door niet-aangeboren afwijkingen in de
                        hersenen.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>7.5.2 Resultaat</cursief>
          </al>
          <al>Thuisondersteuning 2, 3 en 4 is gericht op het bevorderen, behouden of
                        ondersteunen van de zelfredzaamheid en het voorkomen van verwaarlozing. Ook
                        kan thuisondersteuning worden ingezet ter ontlasting van een (dreigende)
                        overbelasting van de persoon die gebruikelijke hulp of mantelzorg
                        biedt.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>7.5.3 Verstrekking van maatwerkvoorziening</cursief>
          </al>
          <al>Met uitzondering van thuisondersteuning I die door het sociaal wijkteam
                        wordt geboden, kan praktische thuisondersteuning, thuisondersteuning en hulp
                        bij het huishouden in de vorm van zorg in natura (ZIN) of Pgb worden
                        verstrekt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Hulp bij Huishouden</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>8.1 Inleiding</vet>
          </al>
          <al>Voor kwetsbare cliënten en het voorkomen van de inzet van zwaardere en
                        duurdere zorg en ondersteuning wordt hulp bij het huishouden ingezet.
                        Huishoudelijke hulp is een vorm van ondersteuning die ervoor zorgt dat
                        cliënten een huishouden kunnen voeren. Dit houdt in dat zij kunnen wonen in
                        een schoon huis, kunnen beschikken over gewassen, gestreken, opgevouwen of
                        opgehangen kleding en het nuttigen van maaltijden en zo nodig warm of
                        klaarmaken van deze maaltijden. Het doen van de boodschappen is in principe
                        een algemene voorziening.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.2 Afwegingskader hulp bij huishouden</vet>
          </al>
          <al>Het resultaat van hulp bij huishouden is een schoon en leefbaar huis. Taken
                        die onder huishoudelijke hulp vallen: schoonmaakwerkzaamheden, verzorgen
                        textiel en verzorgen van de (brood)maaltijd. Hulp bij huishouden wordt
                        beschikt in uren en minuten, waarbij de ‘Richtlijn Hulp bij Huishouden’
                        opgesteld door het CIZ, het afwegingskader vormt. Op basis van de in deze
                        richtlijn aangegeven normtijden voor de verschillende taken vindt indicering
                        plaats. De richtlijn is als bijlage bijgevoegd en is daarmee onderdeel van
                        de beleidsregels.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.3 Transferpunt</vet>
          </al>
          <al>Aanvullend op de algemene informatie over toegang in hoofdstuk 4, kan via
                        het transferpunt van het ziekenhuis (MCL, Medisch Centrum Leeuwarden)
                        tijdelijke hulp bij het huishouden direct worden aangemeld bij het KCC van
                        de gemeente. Daarna wordt voor een kortdurende periode een beschikking
                        afgegeven voor hulp bij het huishouden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.4 Kwetsbare burgers</vet>
          </al>
          <al>Voor kwetsbare burgers zal de mogelijkheid blijven bestaan om hulp bij het
                        huishouden te ontvangen. Daarom zijn criteria opgesteld. Onderstaande
                        criteria dienen gezien te worden als aandachtsgebieden en niet als harde
                        criteria. </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Een beperkte financiële draagkracht (dit sluit aan bij de reguliere
                                normen voor bijzondere bijstand) </al></li>
            <li nr="b."><al>De mogelijkheid van het hebben van een signalerende functie door het
                                sociaal netwerk.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr=""><al>Het hebben van een sociaalnetwerk heeft te maken met kwetsbaarheid
                                vanwege het risico op o.a. eenzaamheid. Het sociaalnetwerk hoeft
                                niet per definitie ingezet te worden voor huishoudelijke
                                activiteiten. Bovendien is dit mantelzorg en dus niet afdwingbaar.
                                De kwetsbaarheid van een sociaalnetwerk is wel van belang,
                                bijvoorbeeld afstand of wegvallen door ziekte.</al></li>
            <li nr="c."><al>De noodzaak voor de aanwezigheid van een signalerende functie in het
                                huishouden;</al></li>
            <li nr=""><al>Betreft de regiefunctie in het overzicht hebben op zelfstandig wonen
                                en leven in je eigen huis maar ook het voorkomen van zwaardere
                                vormen van ondersteuning.</al></li>
            <li nr="d."><al>De aanwezigheid van persoonlijke verzorging of verpleging in het
                                kader van de zorgverzekeringswet.</al></li>
          </lijst>
          <al>Voor de definiëring van kwetsbaarheid dient minimaal twee van de vier
                        aandachtsgebieden aanwezig te zijn.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.5 Voorliggende voorziening</vet>
          </al>
          <al>Indien buurt-of wijkinitiatieven en/of algemene voorzieningen passend zijn,
                        is dit voorliggend op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.6 Inkomensregeling</vet>
          </al>
          <al>Inwoners met een laag inkomen én met beperkingen kunnen voor
                        schoonmaakwerkzaamheden in enkele gevallen, aanspraak doen op een tijdelijke
                        regeling, in de vorm van een Himmelsjek. Dit wordt verder uitgewerkt in
                        hoofdstuk 17, Inkomensregelingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9.</nr>
            <titel>Persoonlijke verzorging</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>9.1 Inleiding</vet>
          </al>
          <al>Met ingang van 2015 is een klein gedeelte van de voormalige persoonlijke
                        verzorging vanuit de AWBZ overgebracht naar de Wmo. Hierbij geldt altijd dat
                        andere wetgeving voorliggend is, zoals de Zorgverzekeringswet. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>9.2 Doelgroep</vet>
          </al>
          <al>Het betreft hier enkel persoonlijke verzorging voor mensen met een
                        verstandelijke, zintuiglijke of psychiatrische problematiek. Indien er
                        sprake is van de noodzaak voor geneeskundige zorg of een hoog risico, valt
                        de persoonlijke verzorging onder de Zorgverzekeringswet (bijvoorbeeld
                        ouderenzorg).</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>9.3 Resultaat</vet>
          </al>
          <al>De ondersteuning wordt geboden met als doel ondersteuning bij de zelfzorg
                        (wassen, kleden en dergelijke). Doel is het behouden van de aanwezige
                        zelfredzaamheid en ondersteuning en/of overname van de zelfzorg.</al>
          <al>Persoonlijke verzorging bevat onder andere hulp bij het wassen/douchen en
                        aankleden en is gelijk aan de niet medische activiteiten zoals beschreven
                        binnen de voormalige AWBZ.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10.</nr>
            <titel>Dagbesteding</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>10.1 Inleiding</vet>
          </al>
          <al>Een maatwerkvoorziening dagbesteding (licht, middel of zwaar) is gericht op
                        Stabiliseren/behouden of op Bevorderen/verbeteren/ontwikkelen. De
                        dagbesteding draagt bij aan de versterking of het behoud van de
                        zelfredzaamheid en participatie. De cliënt heeft zorg, begeleiding of
                        toezicht nodig passend bij zijn specifieke ondersteuningsvraag. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>10.2 </vet>
            <vet>Doelgroep</vet>
          </al>
          <al>Een cliënt met fysieke, zintuiglijke, verstandelijke beperkingen of met
                        chronische fysieke, psychische of psychosociale problemen kan een beroep
                        doen op de maatwerkvoorziening. </al>
          <al>De cliënt is niet (geheel) in staat om zelfstandig of met behulp van de
                        eigen leefomgeving vorm te geven aan de daginvulling, kan niet (meer) werken
                        of gebruik maken van regulier onderwijs vanwege de beperkingen. De cliënt
                        heeft (gespecialiseerde) begeleiding en/ of toezicht nodig dan de
                        basisvoorzieningen in de wijk op gebied van participatie kan bieden maar kan
                        met enige begeleiding wel tot daginvulling komen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>10.3 </vet>
            <vet>Resultaat</vet>
          </al>
          <al>Dagbesteding draagt tenminste bij aan de versterking of behoud van de
                        zelfredzaamheid en participatie en bevorderd het behoud daarvan. Tevens
                        geldt voor elke vorm van dagbesteding gelden in meer of mindere mate de
                        onderstaande resultaten:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Voorkomen van achteruitgang en het bevorderen van het behoud van
                                (praktische) vaardigheden;</al></li>
            <li nr="·"><al>Het kunnen omgaan met beperkingen;</al></li>
            <li nr="·"><al>Bieden van structuur, activering tot zelfstandige of (zo mogelijk)
                                arbeidsmatige participatie: beschut, begeleid of ondersteund werk,
                                betaald werk, vrijwilligerswerk of deelname aan buurt- en
                                wijkinitiatieven;</al></li>
            <li nr="·"><al>Voorkomen van achteruitgang van sociale-en maatschappelijke
                                participatie en het bevorderen van het behoud daarvan;</al></li>
            <li nr="·"><al>Voorkomen van overbelasting van mantelzorger;</al></li>
            <li nr="·"><al>Signalerende functie met betrekking tot de mogelijke andere
                                ondersteuningsvragen, veiligheidsrisico’s en voorkomen van
                                escalatie.</al></li>
          </lijst>
          <table>
            <tgroup cols="4">
              <colspec colname="col1" colwidth="25*"/>
              <colspec colname="col2" colwidth="25*"/>
              <colspec colname="col3" colwidth="25*"/>
              <colspec colname="col4" colwidth="25*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>Licht</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>Middel</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>
                      <vet>Zwaar</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Behoefte aan structuur</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Dagbesteding met gemiddelde structuur met vrije
                                            daginvulling</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Duidelijk gestructureerde dagbesteding met voorspelbare
                                            daginvulling</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>Strak gestructureerde dagbesteding met vooraf
                                            vastgestelde daginvulling</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Nabijheid begeleiding/ noodzaak acuut
                                                handelen</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Begeleiding aanwezig, maar groepsgericht</al>
                    <al>Geen acuut handelen.</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Begeleiding is aanwezig, groeps-en individugericht.</al>
                    <al>Incidenteel acuut handelen (fysiek/gedrag).</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>Continu toezicht met individuele begeleiding.</al>
                    <al>Regelmatig acuut handelen (fysiek/gedrag)</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Deskundigheid</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Algemene deskundigheid</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemene deskundigheid met aanvullende kennis.</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>Specifieke deskundige.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Doelgroep</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Mix van doelgroepen zo veel als mogelijk.</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Beperkte mix van doelgroepen waar kan.</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>Geen noodzaak voor mix van doelgroepen.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Wijk- en buurtinitatieven</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Intensieve samenwerking</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Samenwerking waar mogelijk</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>Beperkte samenwerking waar mogelijk</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>Omschrijving: stabiliseren/behouden</al>
          <al>Behouden van vaardigheden, meedoen naar vermogen waarbij de nadruk ligt op
                        het stabiliseren en behouden van vaardigheden ten aanzien van de
                        zelfredzaamheid. Er kunnen vanzelfsprekend ook doelstellingen zijn ter
                        verbetering, de nadruk ligt echter op het stabiliseren en behouden.</al>
          <al/>
          <al>Omschrijving: bevorderen/verbeteren/ontwikkelen</al>
          <al>Meedoen naar vermogen, activering naar werk maar ook het verbeteren,
                        aanleren en ontwikkelen van vaardigheden met als doel verbetering van de
                        zelfredzaamheid. Er kunnen vanzelfsprekend ook doelstellingen zijn ter
                        stabilisering en behouden van vaardigheden, de nadruk ligt echter op het
                        bevorderen, verbeteren en ontwikkelen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11.</nr>
            <titel>Kortdurend verblijf</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>11.1 </vet>
            <vet>Inleiding</vet>
          </al>
          <al>Bij kortdurend verblijf gaat het om logeren gedurende maximaal drie etmalen
                        per week gemiddeld, met als doel het overnemen van de zorg ter ontlasting
                        van de gebruikelijke zorg of de mantelzorger. Het verblijf is ter aanvulling
                        op het wonen in de thuissituatie en niet als wonen in een instelling voor
                        het grootste deel van de week. Het gaat dan bijvoorbeeld om persoonlijke
                        zorg en verpleging (uit de Zvw) en de thuisondersteuning of dagbesteding
                        (Wmo). </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>11.2 </vet>
            <vet>Doelgroep </vet>
          </al>
          <al>Cliënten die in aanmerking komen voor kortdurend verblijf:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Hebben chronische complexe problemen door een somatische,
                                zintuiglijke of verstandelijke beperking, een psychische- of
                                cognitieve aandoening.</al></li>
            <li nr="·"><al>Hebben maximaal drie etmalen nodig omdat de andere etmalen door
                                gebruikelijke hulp en/of de mantelzorg worden geboden. (Er kunnen
                                ten behoeve van vakantie van de mantelzorger ook etmalen gespaard
                                worden en achtereenvolgend worden gebruikt als zijnde een opname van
                                bijvoorbeeld drie weken).</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>11.3 </vet>
            <vet>Resultaat </vet>
          </al>
          <al>Het bieden van noodzakelijk ondersteuning en tijdelijk verblijf aan cliënt.
                        Maar ook het ontlasten van mantelzorger(s) en de thuissituatie leefbaar
                        blijft. </al>
          <al>Kortdurend verblijf wordt geboden met en zonder zorg, per dag of per etmaal.
                        Hieronder wordt het onderscheid weergegeven:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Kortdurend verblijf dag zonder zorg: gedurende de dag verblijft de
                                cliënt in een instelling waarbij geen persoonlijke verzorging
                                (vanuit de Wmo) nodig is.</al></li>
            <li nr="·"><al>Kortdurend verblijf dag met zorg: gedurende de dag verblijft de
                                cliënt in een instelling waarbij persoonlijke verzorging (vanuit de
                                Wmo) nodig is.</al></li>
            <li nr="·"><al>Kortdurend verblijf etmaal zonder zorg: gedurende een etmaal (24
                                uur) verblijft de cliënt in een instelling waarbij geen persoonlijke
                                verzorging (vanuit de Wmo) nodig is.</al></li>
            <li nr="·"><al>Kortdurend verblijf etmaal met zorg: gedurende een etmaal (24 uur)
                                verblijft de cliënt in een instelling waarbij persoonlijke
                                verzorging (vanuit de Wmo) nodig is.</al></li>
          </lijst>
          <al>Een cliënt met persoonlijke zorg en verpleging vanuit de ZVW blijft altijd
                        gebruik maken van kortdurend verblijf zonder zorg. Daarbij wordt altijd
                        eerst gekeken of voorliggende mogelijkheden een adequate oplossing bieden.
                        Denk aan: respijthuis, kortdurend eerstelijnsverblijf vanuit
                        Zorgverzekeringswet (aanvullende verzekering) of logeren vanuit indicatie
                        Wet Langdurige Zorg, alarmering of video op afstand, inschakelen van anderen
                        uit het netwerk en inzet van vrijwilligers. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12.</nr>
            <titel>Woonvoorziening</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>12.1 </vet>
            <vet>Algemeen gebruikelijk</vet>
          </al>
          <al>Deze lijst is niet limitatief en dient niet als afwegingskader voor directe
                        afwijzing gebruikt te worden.</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Antisliptegels en/of antislipcoating en losse antislipvoorzieningen
                                (zoals badmat en antislipstickers)</al></li>
            <li nr="·"><al>Automatische deuropeners voor garages</al></li>
            <li nr="·"><al>Bad (verwijderen en/of plaatsen)</al></li>
            <li nr="·"><al>Badplank</al></li>
            <li nr="·"><al>Centrale verwarming</al></li>
            <li nr="·"><al>Douche (ruimte/bak verwijderen en/of plaatsen)</al></li>
            <li nr="·"><al>Douchekop en glijstang, douchescherm</al></li>
            <li nr="·"><al>Drempels tot ca. 6 cm. hoogte eenvoudig aan te passen/ te
                                verwijderen</al></li>
            <li nr="·"><al>Eengreeps-mengkranen</al></li>
            <li nr="·"><al>Eenvoudige handgrepen/standaard muurbeugels niet specifiek bedoeld
                                voor gehandicapten</al></li>
            <li nr="·"><al>Extra bel (aanschaf en plaatsen)</al></li>
            <li nr="·"><al>Herstel/onderhoud van algemeen gebruikelijk woonvoorzieningen</al></li>
            <li nr="·"><al>Hogere huurkosten (b.v. door aanschaf centrale verwarming)</al></li>
            <li nr="·"><al>Kookplaten</al></li>
            <li nr="·"><al>Kantelbare spiegels</al></li>
            <li nr="·"><al>Korfladen in de keuken</al></li>
            <li nr="·"><al>Kosten van aanschaf, installatie en gebruik van telefoon- en
                                internetdiensten</al></li>
            <li nr="·"><al>Screens en zonneschermen (incl. elektrische bediening hiervan)</al></li>
            <li nr="·"><al>Sta-op stoel</al></li>
            <li nr="·"><al>Stangen en elektrische bediening van hoge ramen</al></li>
            <li nr="·"><al>Thermostatische en één-hendel mengkranen</al></li>
            <li nr="·"><al>Trapleuningen (extra)</al></li>
            <li nr="·"><al>Toilet (tweede toilet, hangtoilet, en Sanibroyeurs)</al></li>
            <li nr="·"><al>Verhoogd toilet (6+/10+ cm toilet) en verhoogde toiletbrillen</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>12.2 </vet>
            <vet>Algemeen gebruikelijk bij verhuizingen</vet>
          </al>
          <al>Uitgangspunt is dat de kosten van een verhuizing algemeen gebruikelijk zijn.
                        Bijna iedereen verhuist wel 1 of meerdere keren in zijn leven. Voor de
                        volgende algemeen gebruikelijke verhuizingen wordt dan ook, in principe,
                        geen verhuiskostenvergoeding verstrekt:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Verhuizing van het ouderlijk huis naar een zelfstandige
                                woonruimte;</al></li>
            <li nr="2."><al>Verhuizing als gevolg van trouwen of samenwonen;</al></li>
            <li nr="3."><al>Verhuizing als gevolg van het krijgen van kinderen;</al></li>
            <li nr="4."><al>Verhuizing van senioren (65 jaar en ouder) naar een kleinere woning,
                                omdat volwassen kinderen zelfstandig wonen en het huis te
                                bewerkelijk is geworden.</al></li>
          </lijst>
          <al>Er wordt alleen een verhuiskostenvergoeding in de vorm van een Pgb geboden
                        indien er – vanwege beperkingen die het voeren van een huishouden onmogelijk
                        maken - sprake is van een acute noodzaak tot verhuizen naar een adequate
                        woning of een woning die meer geschikt is om aan te passen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>12.3 </vet>
            <vet>Algemeen gebruikelijk in seniorenwoning en
                            levensloopbestendig wonen</vet>
          </al>
          <al>Een cliënt van een serviceflat of seniorencomplex mag verwachten dat deze
                        woning de mogelijkheid biedt om daar als oudere op adequate wijze te kunnen
                        wonen. Het mag dan ook als algemeen gebruikelijk worden beschouwd dat
                        cliënten van een serviceflat kunnen beschikken over een lift en dat in de
                        gemeenschappelijke ruimten de nodige voorzieningen (zoals een elektrische
                        deuropener) aanwezig zijn. In een serviceflat of seniorencomplex is niet de
                        gemeente op grond van de WMO, maar de woningeigenaar gehouden deze
                        voorzieningen te bieden. </al>
          <al>Algemeen gebruikelijke voorzieningen</al>
          <al>Omdat een seniorenwoning of serviceflat en levensloopbestendige woningen in
                        de praktijk vaak als gelijk worden gezien is hieronder schematisch opgenomen
                        wat soort voorzieningen of welke mogelijkheden voor het plaatsen van
                        voorzieningen beschikbaar zijn.</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colwidth="53*"/>
              <colspec colname="col2" colwidth="47*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Seniorenwoning</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>Levensloopbestendige woning</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Rollator door –en toegankelijk </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>1 natte cel waarin douche en toilet</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Anti slipvloer </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Voldoende ruimte voor draaicirkel rolstoel</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Raamsluiter met hendel </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Geen niveauverschillen</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Thermostaatkraan en glijstang douche </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Thermostaatkraan en glijstang douche</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Geen of kleine niveauverschillen (zoals bij balkon)
                                        </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Anti slipvloer</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Algemene ruimte:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-Geen niveauverschillen</al>
                    <al>-Bereikbaar met lift</al>
                    <al>-Elektrische deuropener</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>De mogelijkheid voor voorzieningen zoals elektrische
                                            deuropener etc.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Wandbeugels in douche/toilet </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Bewoond door</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Wonen ouderen (55+) met veelal beperkingen. </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Door iedereen.</al>
                    <al>Doel: blijven wonen ondanks mogelijk toekomstige
                                            beperkingen.</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>
            <cursief>Aanpassingen in een wooncomplex</cursief>
          </al>
          <al>Woont een cliënt in een wooncomplex, dan kunnen op de persoon gerichte
                        aanpassingen worden aangebracht in de algemene ruimte van dat wooncomplex,
                        om de woning voor de cliënt bereikbaar en toegankelijk te maken.</al>
          <al>De volgende woningaanpassingen kunnen worden verstrekt voor
                        gemeenschappelijke ruimten in een wooncomplex:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Automatische deuropeners;</al></li>
            <li nr="·"><al>Hellingbanen van de openbare weg naar de toegang van het
                                gebouw;</al></li>
            <li nr="·"><al>Extra trapleuningen bij een portiekwoning.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>12.4 </vet>
            <vet>Wanneer een maatwerk woonvoorziening noodzakelijk kan
                            zijn</vet>
          </al>
          <al>Doel van de woonvoorziening is het compenseren van ergonomische beperkingen
                        die iemand ondervindt bij het voeren van een huishouden. Het gaat daarbij om
                        belemmeringen die normale elementaire woonactiviteiten bemoeilijkt of
                        onmogelijk maken zoals:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>het bereiden van eten</al></li>
            <li nr="·"><al>slapen</al></li>
            <li nr="·"><al>lichaamsreiniging</al></li>
            <li nr="·"><al>verzorgen van kinderen (waaronder het veilig kunnen spelen van een
                                kind)</al></li>
          </lijst>
          <al>De daarvoor bestemde ruimten moeten bruikbaar zijn voor de functies waarvoor
                        ze bestemd zijn. Het gebruik van hobby-, werk- of recreatieruimte valt in
                        principe niet onder het normale gebruik van de woning. </al>
          <al/>
          <al>Uitraasruimte</al>
          <al>Een bijzondere woonvoorziening kan worden verstrekt in de vorm van een
                        uitraaskamer. De uitraasruimte kan worden gedefinieerd als:</al>
          <al>‘Een verblijfsruimte waarin een persoon die ten gevolge van een
                        beperking(en) in de vorm van een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag
                        vertoond, zich kan afzonderen of tot rust kan komen.’ Deze ruimte mag niet
                        van buiten af te sluiten zijn.</al>
          <al>Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de kosten van
                        woningaanpassing moet in beginsel sprake zijn van een –hetzij uit een
                        lichamelijke, hetzij uit een geestelijke beperking voortvloeiende-
                        belemmering ten aanzien van (één van) de elementaire woonfuncties, welke in
                        direct verband staat met een lichamelijke functionele beperking. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>12.5 </vet>
            <vet>Afwegingskader woningaanpassing</vet>
          </al>
          <al>Voorwaarden voor het verstrekken van een woningaanpassing zijn:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>de ergonomische belemmeringen mogen niet voorvloeien uit de aard van
                                de gebruikte bouwkundige materialen in de woning;</al></li>
            <li nr="·"><al>de voorziening wordt aan het hoofdverblijf getroffen tenzij het gaat
                                om het bezoekbaar maken van een woning voor een cliënt van een
                                WLZ-instelling; </al></li>
            <li nr="·"><al>de cliënt moet verhuisd zijn naar de voor zijn of haar belemmeringen
                                op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij er vooraf
                                schriftelijk toestemming is verleend. </al></li>
          </lijst>
          <al>Voor het verlenen van een woningaanpassing gelden, boven op de algemeen
                        geformuleerde voorwaarden, nog een aantal extra voorwaarden: </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>de werkzaamheden mogen niet zonder schriftelijke toestemming worden
                                begonnen </al></li>
            <li nr="·"><al>door de gemeente aangewezen personen moeten toegang tot de
                                woonruimte krijgen, inzicht krijgen in de bescheiden en de
                                tekeningen en de aanpassing kunnen controleren </al></li>
            <li nr="·"><al>binnen 15 maanden na toekenning moet de aanpassing gereed gemeld
                                worden.</al></li>
          </lijst>
          <al>Nadat is voldaan aan de voorwaarden en een voorlopige beslissing is
                        uitgereikt op basis van de geraamde kosten kan begonnen worden met de
                        realisering van de aanpassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Woningsanering</cursief>
          </al>
          <al>Inwoners met allergie of COPD/astma kunnen in aanmerking komen voor
                        woningsanering, zoals bijvoorbeeld het vervangen van vloerbedekking. Dit is
                        alleen mogelijk wanneer een arts een duidelijke diagnose heeft gesteld.
                        Andere voorwaarden voor toekenning zijn:</al>
          <al>∙ Hij of zij bij de aanschaf van de oude materialen niet had kunnen weten
                        dat hij longklachten zou</al>
          <al> krijgen of dat deze erger zouden worden;</al>
          <al>∙ De vervanging van het artikel medisch gezien op zeer korte termijn
                        noodzakelijk is. In principe gaat het bij woningsanering om het vervangen
                        van de vloerbedekking in de slaapkamer. De woonkamer kan ook worden
                        gesaneerd, maar alleen als de betreffende inwoner jonger dan vier jaar
                        is.</al>
          <al>∙ Voor het vervangen van gordijnen of behang in de slaap- of woonkamer
                        worden geen saneringskosten</al>
          <al> verstrekt. Het nut hiervan is volgens het Longfonds nauwelijks
                        aantoonbaar.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Woningaanpassingen in natura en bruikleen</cursief>
          </al>
          <al>Woningaanpassingen kunnen in natura worden verstrekt. Voor het verstrekken
                        van hulpmiddelen in natura geldt er een huurovereenkomst met de
                        gecontracteerde aanbieder. In een huurovereenkomst tussen cliënt en
                        hulpmiddelenleverancier, worden rechten en plichten vastgelegd zoals
                        afspraken over onderhoud, reparatie en goed huisvaderschap.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Belang mantelzorgers</cursief>
          </al>
          <al>Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen houdt het
                        college rekening met de belangen van mantelzorgers, zoals bij tilliften en
                        andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten worden.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Afweging verhuizen of woning aanpassen</cursief>
          </al>
          <al>In de afweging tussen een woningaanpassing of een Pgb voor verhuiskosten,
                        worden in ieder geval de volgende punten onderzocht: </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Als ergonomische belemmeringen onvoldoende kunnen worden opgelost
                                door aanpassingen in de eigen woning, dan is verhuizen naar een
                                andere geschiktere woonruimte de enige adequate oplossing.</al></li>
            <li nr="·"><al>Als aanpassing (technisch) mogelijk is dienen de verschillende
                                consequenties - zowel vanuit de gemeente als vanuit de cliënt –
                                afgewogen te worden, tegen onder meer de kosten van de verschillende
                                opties. Dit is geen grond om direct tot een verplichte verhuizing te
                                komen.</al><lijst>
                <li nr="o"><al>Er zijn aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen
                                        aanwezig.</al></li>
                <li nr="o"><al>Vergelijking van aanpassingskosten van de huidige versus de
                                        nieuwe woonruimte.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="·"><al>Aangepaste woning beschikbaar. </al></li>
          </lijst>
          <al>In Leeuwarden wordt, door een systeem van registratie van aangepaste
                        woningen, ernaar gestreefd beschikbare woning zo adequaat mogelijk opnieuw
                        in te zetten.</al>
          <al>·Snelheid waarmee woonprobleem kan worden opgelost. </al>
          <al>In een aantal gevallen kan verhuizing het woonprobleem veel sneller
                        oplossen.</al>
          <al>·Sociale omstandigheden. </al>
          <al>Sociale omstandigheden zullen een rol spelen bij de afweging aanpassen of
                        verhuizen, zoals de nabije aanwezigheid van mantelzorg en afstand tot de
                        verschillende voorzieningen (winkels, ziekenhuis etc.).</al>
          <al>·Integrale afweging van de verschillende categorieën Wmo
                        maatwerkvoorzieningen.</al>
          <al>Afstemming met vervoersvoorzieningen: afstand tot openbaar vervoershaltes,
                        aanwezigheid van voorzieningen, winkels, ziekenhuis etc. </al>
          <al>·Woonlastenconsequenties.</al>
          <al>Een vergelijking maken tussen woonlasten van het aanpassen van de huidige
                        woonruimte versus het verhuizen naar een andere woonruimte. Rekening
                        gehouden kan worden met de (hoogte en de duur) van de te ontvangen
                        huurtoeslag. </al>
          <al>·Is de cliënt eigenaar of huurder van de woning.</al>
          <al>Is de cliënt eigenaar dan heeft een verhuizing andere consequenties dan bij
                        een huurder. Vermogenswinsten of-verliezen dienen worden meegenomen in de
                        overweging. Evenals de mogelijkheid tot hergebruik van de
                        woningaanpassing.</al>
          <al>·Woningmarkt.</al>
          <al>Door externe factoren op de woningmarkt kan een verplichte verkoop van een
                        woning leiden tot een nadelig financieel gevolg voor de cliënt. Een
                        verhuisplicht zou dan kunnen leiden tot een onbillijke situatie. </al>
          <al>De verhuiskostenvergoeding in de vorm van een Pgb is bedoeld voor onder
                        andere de kosten voor een verhuisbedrijf en de kosten voor aanpassing van
                        vloeren, ramen, plafond en muren. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Woonwagens, woonschepen en binnenschepen</cursief>
          </al>
          <al>Een woningaanpassing kan ook worden toegekend aan cliënten die in een
                        woonwagen of op een woonschip of binnenschip wonen. Er gelden in deze
                        gevallen extra voorwaarden in verband met de duurzaamheid van de
                        voorzieningen, namelijk: </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Een woonwagen en een woonschip moeten nog een technische levensduur
                                van tenminste vijf jaar hebben. Ook de stand- en ligplaats moet nog
                                zeker vijf jaar blijven bestaan, behoudens wijzigingen die buiten de
                                invloedsfeer van een cliënt liggen.</al></li>
            <li nr="·"><al>De hoofdcliënt van een woonwagen moet over een bewoningsvergunning
                                beschikken. </al></li>
          </lijst>
          <al>Een voorziening aan een binnenschip kan slechts aan het woongedeelte worden
                        aangebracht en het schip moet geregistreerd zijn en bedrijfsmatig worden
                        gebruikt. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Verhuizing</cursief>
          </al>
          <al>Een Pgb voor een verhuizing (verhuis-en herinrichtingskosten) wordt
                        vastgesteld op basis van de begroting van de cliënt, met een maximum dat
                        afhankelijk is van de grootte van het huishouden dat de woning gaat
                        betrekken (los van niet-gezinsleden of volwassen kinderen die meeverhuizen).
                        De maximale bedragen worden vastgelegd in het Besluit maatschappelijke
                        ondersteuning.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13.</nr>
            <titel>Rolstoelen</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>13.1 Inleiding</vet>
          </al>
          <al>Een maatwerkvoorziening voor een rolstoel kan aan de orde zijn als er sprake
                        is van belemmeringen in het zich verplaatsen in of om de woning. Bij
                        verplaatsingen om de woning gaat het om verplaatsingen in de directe
                        omgeving van de eigen woning: om het huis, naar de buren of bestemmingen in
                        de wijk die op loopafstand liggen. </al>
          <al>In principe zal een rolstoel voor verplaatsing in, om en nabij het huis
                        worden verstrekt als men een dergelijke voorziening voor dagelijks zittend
                        gebruik nodig heeft. Een rolstoel voor incidenteel gebruik valt hier dus
                        niet onder.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>13.2 </vet>
            <vet>Algemeen gebruikelijk</vet>
          </al>
          <al>Er zijn diverse hulpmiddelen die de cliënt behulpzaam kunnen zijn bij het
                        zich verplaatsen in of om de woning. Hierbij valt te denken aan een
                        wandelstok, looprek of een rollator. De kortdurende uitleenservice door een
                        thuiszorgwinkel is ook mogelijk.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>13.3 </vet>
            <vet>Selectie rolstoelen</vet>
          </al>
          <al>Er zijn diverse typen rolstoelen te verkrijgen. Hoewel de selectie van een
                        rolstoel maatwerk is, kan een aantal factoren worden genoemd, dat bij iedere
                        selectie een rol speelt:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>het gebruik (frequentie, duur, doel) </al></li>
            <li nr="·"><al>het gebruikersgebied (binnen, buiten, zowel binnen als buiten) </al></li>
            <li nr="·"><al>de aandrijving (via eigen lichaam, mechanisch, duwen door anderen)
                            </al></li>
            <li nr="·"><al>de zithouding (actief, passief, rust/slaaphouding) </al></li>
            <li nr="·"><al>de meeneembaarheid (inklappen, demonteren) </al></li>
            <li nr="·"><al>de antropometrische gegevens (de lichaamsmaten van de gebruiker)
                            </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>13.4 </vet>
            <vet>Incidenteel rolstoelgebruik</vet>
          </al>
          <al>Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan een rolstoel voor incidenteel
                        gebruik worden verleend indien een cliënt zich in en om de woning (beperkt)
                        lopend kan verplaatsen, maar zich niet lopend kan verplaatsen over de korte
                        vervoersafstanden. Het gaat dan om cliënten die rolstoelafhankelijk zijn.
                        Dat wil zeggen dat er sprake is van een verminderde mobiliteit of
                        uithoudingsvermogen waardoor de loopafstand zeer beperkt is.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>13.5 </vet>
            <vet>Sportrolstoel</vet>
          </al>
          <al>Cliënten die voor de beoefening van hun sport een sportrolstoel nodig
                        hebben, kunnen in aanmerking komen voor een sportrolstoel in de vorm van een
                        persoonsgebonden budget. De hoogte daarvan is vastgelegd in het Besluit
                        maatschappelijke ondersteuning. Daarbij wordt uitgegaan van het niveau van
                        recreatie / breedte sport. De meerkosten van duurdere sportrolstoelen voor
                        sportbeoefening op wedstrijdniveau komen voor rekening van de cliënt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14.</nr>
            <titel>Maatwerkvoorziening lokaal vervoer</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>14.1 </vet>
            <vet>Inleiding</vet>
          </al>
          <al>Het verplaatsen van cliënten om deel te kunnen nemen aan het leven van
                        alledag is van wezenlijk belang om contacten te onderhouden. Het gaat hier
                        om de directe leef- en woonomgeving van de cliënt. Om dit mogelijk te maken
                        voor iedereen, ook voor mensen die zich niet zelfstandig buitenhuis kunnen
                        verplaatsen, heeft de gemeente een lokaal vervoerssysteem. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>14.2 </vet>
            <vet>Kenkerken </vet>
          </al>
          <al>Het lokaal vervoersysteem heeft de volgende kenmerken:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>er mag op jaarbasis 1500 kilometer gereisd worden per cliënt;</al></li>
            <li nr="·"><al>een vervoersgebied 25 km vanuit het woonadres;</al></li>
            <li nr="·"><al>bij een specifieke individuele vervoersbehoefte bestaat de
                                mogelijkheid om de 25 km grens te verhogen of om het aantal
                                kilometer op jaarbasis hoger dan 1500 vast te stellen;</al></li>
            <li nr="·"><al>aansluiting op Valys is gegarandeerd </al></li>
            <li nr="·"><al>systeem is oproep-gestuurd,</al></li>
            <li nr="·"><al>de chauffeur dient in- en uitstaphulp te verlenen; </al></li>
            <li nr="·"><al>de hoogte van de vervoersprijs voor Wmo gerechtigden komt overeen
                                met het openbaar vervoerstarief; </al></li>
            <li nr="·"><al>het systeem moet toegankelijk zijn voor verschillende typen
                                rolstoelen; </al></li>
            <li nr="·"><al>op indicatie mag een begeleider mee, ook de blindengeleidehond mag
                                mee vervoerd worden; </al></li>
            <li nr="·"><al>er is sprake van deur- tot –deur vervoer; </al></li>
            <li nr="·"><al>er kan samen met anderen worden gereisd; </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>14.3 </vet>
            <vet>Indicatie voor collectief vervoer</vet>
          </al>
          <al>Voor het verkrijgen van een vervoerspas waarmee tegen openbaar vervoertarief
                        kan worden gereisd, is een indicatie nodig. Zonder indicatie kan op basis
                        van de huidige overeenkomst met de vervoerder ook van dit systeem gebruik
                        worden gemaakt; er is dan een hoger tarief verschuldigd.</al>
          <al>Medische indicatie voor begeleiding tijdens vervoer</al>
          <al>Wanneer vaststaat dat er een medische indicatie bestaat voor begeleiding
                        tijdens het vervoer, kan een vervoerspas met begeleiding worden verstrekt.
                        De begeleider reist gratis mee. Het moet duidelijk gaan om een begeleider
                        tijdens de taxirit, bijvoorbeeld om mogelijk gevaarlijke situaties (voor
                        chauffeur en overige passagiers) te voorkomen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>14.4 </vet>
            <vet>Uitzonderingen collectief vervoer</vet>
          </al>
          <al>Verplaatsingsgedrag kinderen</al>
          <al>Er bestaat een duidelijke relatie tussen de leeftijd van een cliënt en diens
                        verplaatsingsgedrag. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Kinderen jonger dan 5 jaar hebben in principe geen zelfstandig
                                vervoersbehoefte, omdat de ouders hen kunnen meenemen zonder dat een
                                voorziening hoeft te worden getroffen. </al></li>
            <li nr="·"><al>Kinderen van 5 tot en met 11 jaar hebben in beginsel ook geen
                                zelfstandige vervoersbehoefte, zij worden bijna steeds bij het
                                verplaatsen begeleid door de ouders.</al></li>
            <li nr="·"><al>Kinderen vanaf 12 jaar hebben in principe, evenals volwassenen een
                                zelfstandig verplaatsingsgedrag.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Echtgenoten</cursief>
          </al>
          <al>Voor zover echtgenoten beiden in aanmerking komen voor de tegemoetkoming en
                        de vervoersbehoefte vrijwel geheel samenvalt, wordt het Pgb voor collectief
                        vervoer beperkt tot 1.500 km. Als de behoefte gedeeltelijk samenvalt, zal
                        nader worden bepaald welk deel samenvalt en welk deel voor een aanvullende
                        tegemoetkoming in aanmerking kan komen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Bovenregionaal vervoer</vet>
          </al>
          <al>Het treffen van de vervoersvoorziening buiten de straal van 25 kilometer
                        rondom het woonadres gebeurt slechts wanneer zich de uitzonderingssituatie
                        voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact, dat nodig is om
                        vereenzaming te voorkomen.</al>
          <al>Wanneer cliënten zonder indicatie daarvoor buiten het toegestane
                        vervoersgebied reizen, dan verstrekt de gemeente hierin geen bijdrage aan de
                        cliënt of vervoerder. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>14.5 </vet>
            <vet>Overige vervoersvoorzieningen</vet>
          </al>
          <al>Bij personen waarbij het lokaalvervoer de behoefte niet in voldoende of
                        volledige mate compenseert, zal het college beoordelen of naast of in plaats
                        van deze voorziening een andere voorziening verstrekt moet worden. </al>
          <al/>
          <al>14.5.1 Scootmobielen</al>
          <al>De meest voorkomende individuele vervoersvoorziening is de scootmobiel. Het
                        gaat hier om een vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de
                        korte afstand, in de directe omgeving van de eigen woning en op de iets
                        langere afstand. Deze voorziening kan gecombineerd worden met lokaal
                        vervoer.</al>
          <al/>
          <al>Een scootmobiel wordt met name geïndiceerd wanneer er sprake is van een
                        substantiële vervoersbehoefte in de directe omgeving van de woning. Dit is
                        het geval als de cliënt met een scootmobiel zelf boodschappen kan doen,
                        familie en kennissen kan bezoeken en andere vormen van dagbesteding
                        beschikbaar heeft. Voor deze verplaatsingen is het immers over het algemeen
                        niet mogelijk c.q. onlogisch gebruik te maken van een collectief systeem of
                        taxivervoer. In de gemeente Leeuwarden wordt bij de scootmobiel geen
                        schootskleed verstrekt.</al>
          <al/>
          <al>Bij verstrekking van deze voorziening geldt dat de cliënt:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>zonder begeleider zelf zijn bestemming moet kunnen bepalen en
                                vinden; </al></li>
            <li nr="·"><al>tegen weersinvloeden is bestand gedurende een groot deel van het
                                jaar; </al></li>
            <li nr="·"><al>kan in- en uitstappen en een goede zitbalans heeft; </al></li>
            <li nr="·"><al>het voertuig kan bedienen en besturen. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>De verstrekking van een scootmobiel geschiedt in natura of in de vorm van
                        een persoonsgebonden budget. </al>
          <al>De cliënt die kiest voor zorg in natura huurt in principe het hulpmiddel van
                        de hulpmiddelenleverancier Welzorg. Als het gaat om het herverstrekken van
                        een hulpmiddel kent Welzorg de mogelijkheid van huur en koop. De kosten van
                        service en onderhoud worden door de gemeente betaald. De kosten van het
                        opladen van een scootmobiel worden beschouwd als algemene kosten die de
                        cliënt zelf moet betalen. Er wordt onderzocht of de cliënt hier financieel
                        toe in staat is.</al>
          <al/>
          <al>Kiest een cliënt voor een persoonsgebonden budget (pgb) dan koopt de cliënt
                        zelf het vervoermiddel. De cliënt ontvangt dan een bedrag dat gebaseerd is
                        op de prijs van de goedkoopste, meest geschikte voorziening die in het kader
                        van ZIN verstrekt wordt. Hierbij wordt uitgegaan van de goedkoopste door
                        Welzorg aangeboden scootmobiel, die passend is voor de cliënt. Deze
                        scootmobiel voldoet aan de (wettelijke) kwaliteitseisen en veiligheidseisen.
                        Daarnaast wordt uitgegaan van de verplaatsingsbehoefte van de cliënt. Een
                        scootmobiel is in diverse maximum snelheden leverbaar. Als een voorziening
                        ter vervanging van een fiets of brommer wordt verstrekt, wordt een snelheid
                        van 12 km/uur in beginsel als toereikend beschouwd. Wanneer een scootmobiel
                        van 8 km/uur ook volstaat om in de verplaatsingsbehoefte te voorzien, dan is
                        dit de goedkoopst compenserende voorziening. </al>
          <al/>
          <al>De kosten van service en onderhoud maken onderdeel uit van het toegekende
                        Pgb. De kosten van het opladen van een scootmobiel worden beschouwd als
                        algemene kosten die de cliënt zelf moet betalen. Er wordt onderzocht of de
                        cliënt hier financieel toe in staat is.</al>
          <al/>
          <al>Aan een pgb zijn voorwaarden verbonden. Het Pgb is genoeg voor de goedkoopst
                        geschikte oplossing. Wil een cliënt iets wat duurder is, dan betaalt de
                        cliënt zelf bij. Na het overleggen van de rekening wordt het Pgb op de
                        bankrekening van de cliënt gestort.</al>
          <al/>
          <al>Indien het hulpmiddel zich ten gevolge van verwijtbaar gedrag van de
                        gebruiker in beschadigde of verwaarloosde toestand bevindt, dan worden de
                        kosten voor herstel van het hulpmiddel bij de gebruiker in rekening
                        gebracht. Dit houdt in dat (rij)schade aan het vervoermiddel die door
                        toedoen van de gebruiker is veroorzaakt voor rekening van de gebruiker is.
                        Ook andere schade en storingen aan het vervoermiddel die worden veroorzaakt
                        door nalatigheid van de gebruiker zijn voor rekening. Denk daarbij aan het
                        niet volgens de instructie controleren en onderhouden van het vervoermiddel
                        of het eigenmachtig (laten) uitvoeren van aanpassingen of reparaties.</al>
          <al/>
          <al>14.5.2 Auto </al>
          <al>Bij het verstrekken van voorzieningen die af te leiden zijn van de auto,
                        beoordeelt het college of er sprake is van meerkosten ten opzichte van de
                        periode voordat de beperkingen ontstonden. Alleen dan komt men in aanmerking
                        voor een individuele voorziening. Dit betekent bijvoorbeeld dat, als de
                        beschikbare auto gebruikt kan worden voor vervoer in het kader van deelname
                        aan het leven van alledag, het verlenen van een vervoersvoorziening niet
                        voor de hand ligt. Wel is het mogelijk om, op grond van het
                        verplaatsingsgedrag, naast een beschikbare een auto, een aanvullende
                        voorziening te verlenen als op die wijze de maatschappelijke participatie
                        kan worden gerealiseerd. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>De auto algemeen gebruikelijk</cursief>
          </al>
          <al>Het hanteren van inkomensgrenzen is niet toegestaan. Dit betekent echter
                        niet dat het bezit van een auto niet als algemeen gebruikelijk kan worden
                        aangemerkt. Een auto is algemeen gebruikelijk als de cliënt:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>in bezit is van een auto; en</al></li>
            <li nr="·"><al>die auto gebruikt; en</al></li>
            <li nr="·"><al>daarbij geen problemen ondervindt; en</al></li>
            <li nr="·"><al>de auto nog steeds voorziet in vervoersbehoefte in de leefomgeving
                                van de cliënt.</al></li>
          </lijst>
          <al>In die gevallen is de auto voor de persoon van de cliënt algemeen
                        gebruikelijk omdat er geen sprake is van extra kosten.</al>
          <al/>
          <al>14.5.3 Autoaanpassingen</al>
          <al>Autoaanpassingen zijn erop gericht verplaatsingen mogelijk te maken in de
                        leefomgeving voor cliënten die daarvoor zijn aangewezen op een eigen
                        auto.</al>
          <al>Uitgangspunten bij de beoordeling autoaanpassing</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Is het gebruik van de eigen auto nodig voor het zich verplaatsen
                                binnen de leefomgeving per vervoermiddel én is het collectief
                                (individueel) vervoer geen passende oplossing?</al></li>
            <li nr="·"><al>Is een autoaanpassing de goedkoopst passende oplossing?</al></li>
            <li nr="·"><al>Hoe staat het met de ouderdom en technische staat van de auto?</al></li>
            <li nr="·"><al>Is de cliënt eigenaar en bestuurder van de auto? Onder de eigenaar
                                van de auto kan ook de wettelijk vertegenwoordiger van het kind
                                worden verstaan waar de autoaanpassing voor bestemd is.</al></li>
            <li nr="·"><al>Is een auto ouder dan acht jaar en is er al 75.000 kilometer of meer
                                mee gereden? Dan is een (flinke) aanpassing meestal niet meer
                                verantwoord. Een technische keuring van de auto door een
                                onafhankelijke instantie (bijvoorbeeld de ANWB) is nodig om te
                                kunnen beoordelen of de aanpassing nog verantwoord is met het oog op
                                de technische staat en de verwachte levensduur van de auto. Bij een
                                (flinke) aanpassing moet de auto nog minimaal acht jaar veilig
                                kunnen rijden. Heeft een auto al meer dan 75.000 kilometer gereden
                                gaat het College daar niet van uit. De geldigheidsduur van het
                                rijbewijs wordt ook in ogenschouw genomen.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Algemeen gebruikelijk</cursief>
          </al>
          <al>Sommige autoaanpassingen kunnen algemeen gebruikelijk zijn. Denk
                        bijvoorbeeld aan stuur- en rembekrachtiging, de automatische versnelling of
                        een auto met hoge instap. Voor deze aanpassingen kan geen beroep worden
                        gedaan op de Wmo (vergelijk CRVB:2011:BU7172).</al>
          <al>Vorm van verstrekking autoaanpassing</al>
          <al>De vorm van verstrekking zal in de meeste gevallen bestaan uit een Pgb voor
                        de kosten van aanpassing van de eigen auto. </al>
          <al>De autostoel</al>
          <al>Op dit moment worden bij productie van auto’s al hoge kwaliteitseisen
                        gesteld aan het zitcomfort van autostoelen. Dit betekent dat het in de regel
                        niet meer voorkomt dat een autostoel vervangen zou moeten worden door een
                        betere stoel. Indien cliënt toch geen gebruik kan maken van de bij de auto
                        behorende standaardstoel kan een Pgb worden verstrekt van de
                        aanpaskosten.</al>
          <al>Geen Pgb wordt verstrekt indien:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Een autostoel voornamelijk als doel heeft de zithouding te
                                verbeteren. Deze stoelen zijn ook voor niet-gehandicapten normaal in
                                de handel verkrijgbaar ( bijvoorbeeld de Scheel- stoel).</al></li>
            <li nr="·"><al>De cliënt pas klachten krijgt na het rijden van lange afstanden of
                                lange rijtijden. Allereerst mag er van uit worden gegaan dat hij of
                                zij tijdig pauzeert. Tevens reikt de compensatieplicht van de
                                gemeente zich in principe tot de gemeente Leeuwarden.</al></li>
            <li nr="·"><al>De aanschaf van de autostoel uit preventief oogpunt geschiedt.</al></li>
            <li nr="·"><al>De in de auto aanwezige standaardstoel aan redelijke normen
                                voldoet.</al></li>
            <li nr="·"><al>Cliënt moet bij zijn autokeuze voldoende aandacht hebben besteed aan
                                het zitcomfort.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>14.6 </vet>
            <vet>Pgb lokaal vervoer</vet>
          </al>
          <al>Als een cliënt om medische redenen geen gebruik kan maken van het
                        collectieve vervoer en een ander verplaatsingsmiddel ook onvoldoende
                        compensatie van het mobiliteitsprobleem oplevert, is een Pgb
                        (kilometervergoeding) mogelijk. </al>
          <al>Afhankelijk van het feit of de cliënt al dan niet rolstoel gebonden is, is
                        het Pgb gebaseerd op de kosten van gebruik van een particuliere auto, een
                        normale taxi of rolstoeltaxi.</al>
          <al>Het bedrag is vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning
                        Leeuwarden en is voldoende om op jaarbasis de minimale afstandseis van 1500
                        kilometer af te leggen.</al>
          <al>Pgb lokaal vervoer en gebruik scootmobiel</al>
          <al>Cliënten die collectief vervoer én een scootmobiel in gebruik hebben,
                        ontvangen 50% van het Pgb lokaal vervoer.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15.</nr>
            <titel>Beschermd wonen</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>15.1 </vet>
            <vet>Inleiding</vet>
          </al>
          <al>Vanaf 1 januari 2015 is de centrumgemeente Leeuwarden verantwoordelijk voor
                        het bieden van Beschermd wonen voor de regio Friesland. Deze regionale taak
                        is belegd bij Sociaal Domein Fryslân (SDF). De gemeente Leeuwarden koopt
                        namens de 24 Fries gemeenten beschermd wonen in en draagt zorg voor de
                        toegang en het afgegeven van een beschikking. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Overgangsregime</cursief>
          </al>
          <al>Voor cliënten die voor 1 januari 2015 al een indicatie voor een GGZ C pakket
                        hadden is er sprake van overgangsrecht. Voor cliënten die Zorg in Natura
                        afnemen geldt dat zij voor een periode van vijf jaar hun indicatie behouden.
                        Voor cliënten die gebruikmaken van het PGB geldt dat zij gedurende een
                        periode van één jaar, dit betrof 2015, recht hadden op verzilvering middels
                        PGB. In een herbeoordeling wordt gekeken of een PGB nog past bij de situatie
                        en/of hun indicatie in natura verzilverd kan worden. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>15</vet>
            <vet>.2 Toegang</vet>
          </al>
          <al>Een cliënt wordt aangemeld voor beschermd wonen bij het wijk- of gebiedsteam
                        van de gemeente waar deze persoon woont of stroomt door vanuit een andere
                        opvang of behandelsetting. Het wijk- of gebiedsteam bekijkt samen met de
                        cliënt en een eventuele huidig betrokken aanbieder welke hulpvraag er is en
                        of beschermd wonen noodzakelijk is. Iemand moet hiervoor voldoen aan de
                        criteria voor beschermd wonen. Zie pagina 30.</al>
          <al/>
          <al>Als er sprake is van een noodzaak tot beschermd wonen, vult de sociaal
                        werker van het wijk- of gebiedsteam, eventueel met de zorgaanbieder, een
                        indicatie adviesformulier voor beschermd wonen in. Dit advies wordt getoetst
                        door de gemeente Leeuwarden of een daartoe aangewezen
                        uitvoeringsorganisatie. Deze organisatie geeft een beschikking af waarmee de
                        cliënt formeel toegang tot Beschermd Wonen krijgt.</al>
          <al/>
          <al>Wanneer iemand al in zorg is bij een aanbieder voor beschermd wonen kan de
                        aanbieder ook het indicatie adviesformulier invullen en opsturen. Hierbij is
                        afstemming met het wijk- of gebiedsteam noodzakelijk. </al>
          <al>Beschermd Wonen is een landelijk toegankelijke voorziening, dat betekent dat
                        cliënten in principe te allen tijde gebruik kunnen maken van de voorziening.
                        Uitgangspunt is wel dat cliënten zo veel mogelijk uit de regio Friesland,
                        Groningen of Drenthe komen. Indien de cliënt geen binding met de regio heeft
                        wordt in samenspraak tussen cliënt, zorgaanbieder en de betrokken wijk- of
                        gebiedsteams gezocht naar mogelijkheden om de cliënt te plaatsen in een
                        Beschermde Woonvorm in de regio van herkomst.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>15.3 </vet>
            <vet>Afwegingskader </vet>
          </al>
          <al>
            <cursief>Psychiatrische problematiek</cursief>
          </al>
          <al>Om voor Beschermd wonen in aanmerking te komen, dient aan een aantal
                        criteria te worden voldaan. </al>
          <al>Dit zijn:</al>
          <al>
            <cursief>1.Psychiatrische problematiek</cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>2.Geen voorliggende voorziening beschikbaar</cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>3.Noodzaak tot verblijf in een 24-uurs setting</cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>4.Geclusterde setting</cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>5.Onplanbare zorg</cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>6.Contactmomenten</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>Ad 1.</al>
          <al>Om in aanmerking te komen voor een indicatie beschermd wonen moet een cliënt
                        behoefte hebben aan beschermd wonen vanwege zijn psychiatrische
                        problematiek. Deze problematiek dient vastgesteld te zijn door een daartoe
                        bevoegd deskundige die onafhankelijk van het zorgaanbod een diagnose gesteld
                        heeft die niet ouder is dan twee jaar. </al>
          <al/>
          <al>De cliënt heeft een behoefte aan een beschermde woonvorm en kan niet
                        zelfstandig wonen. </al>
          <al>Er is geen sprake van voorliggende voorziening binnen de Zorgverzekeringsweg
                        (ZVW- behandeling met wonen). Wanneer sprake is van een noodzaak tot
                        behandeling die integraal onderdeel is van het wonen of bij gevaren voor de
                        cliënt en/of zijn omgeving geldt dat er aanspraak bestaat op verblijf vanuit
                        de Zorgverzekeringwet.</al>
          <al/>
          <al>Ad 2.</al>
          <al>Er is geen sprake van een voorliggende voorziening in het kader van de Wet
                        Langdurige Zorg </al>
          <al>(WLZ - verstandelijke of lichamelijke beperking). Voor cliënten met
                        psychiatrische problematiek waarbij sprake is van bijkomende problematiek
                        zoals een verstandelijke beperking en een behoefte aan levenslange
                        beschermende woonomgeving wordt kritisch gekeken naar een mogelijkheid om
                        binnen de Wet langdurige Zorg te verblijven. Voor 2015 geldt dat instroom in
                        de Wet langdurige zorg alleen mogelijk is indien een andere beperking dan de
                        psychische beperking de boventoon voert.</al>
          <al>Daarnaast is er geen sprake van ambulante thuisondersteuning. </al>
          <al/>
          <al>Ad 3.</al>
          <al>De toelating tot beschermd wonen (via centrumgemeente) kan voor nieuwe
                        cliënten alleen nog bestaan uit verblijf in een 24-uurs setting (woning van
                        zorginstelling). Het gaat dan om mensen die (nog) niet in staat zijn of
                        (nog) onvoldoende regie hebben om alle organisatorische en financiële
                        aspecten rondom het huren van een eigen woning te verzorgen. Dit vanuit de
                        persoonlijke problematiek en niet vanuit externe zaken zoals
                        (belasting)schulden of zwarte lijst woningcorporatie e.a. Voorgaande
                        betekent dat geen toelating tot beschermd wonen wordt afgegeven indien de
                        klant in staat is om zelfstandig te blijven wonen, dan wel een
                        uitdrukkelijke wens hiervoor heeft uitgesproken. </al>
          <al/>
          <al>De vraag wordt hier gesteld of er sprake is van een behoefte op het gebied
                        van ambulante ondersteuning of beschermd wonen. Meer specifiek is de vraag
                        als volgt te benaderen: Een cliënt kan zelfstandig wonen (eventueel met
                        ambulante ondersteuning) als hij in staat is zich op de volgende gebieden te
                        handhaven:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Zelfverzorging; kan zichzelf verzorgen (persoonlijke verzorging,
                                hygiëne, lichamelijke en geestelijke gezondheid (inclusief medicatie
                                innemen).</al></li>
            <li nr="b."><al>Financieel redzaam; kan weekbudget (laten) beheren, geld wordt
                                besteed aan voeding of andere noodzakelijke kosten van bestaan.</al></li>
            <li nr="c."><al>Kan een hulpvraag stellen indien hij ondersteuning wenst.</al></li>
            <li nr="d."><al>Kan een hulpvraag uitstellen; bijvoorbeeld naar de volgende dag om
                                het spreekuur te bezoeken/planbare zorg.</al></li>
            <li nr="e."><al>Is sociaal redzaam; is in staat sociale contacten aan te gaan en te
                                begrenzen (niet vereenzamen en geen grensoverschrijdend gedrag en
                                overlast, ook niet van personen uit het netwerk die in de woning
                                komen)</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Ad 4.</al>
          <al>Meerdere cliënten (minimaal 3) wonen op maximaal 100 meter van elkaar wonen
                        met de mogelijkheid om van een gezamenlijke ruimte gebruik te maken.</al>
          <al/>
          <al>Ad 5.</al>
          <al>Cliënten die zorg nodig hebben kunnen 24 uur per dag een beroep doen op de
                        begeleiding. De mogelijkheid om onplanbare zorg te leveren, binnen
                        afzienbare tijd (snelle respons: 15 minuten) en 24 uur per dag;</al>
          <al/>
          <al>Ad 6.</al>
          <al>Er zijn meerdere contactmomenten per dag tussen zorgaanbieder en
                        cliënt.</al>
          <al>Voor cliënten die onder het overgangsrecht vallen en deze verzilveren in de
                        vorm van een PGB geldt een uitzondering voor wat betreft de verzilvering in
                        een verblijfssetting. Zij kunnen hun PGB ook in de thuissituatie
                        verzilveren, als deze situatie zich al voordeed voordat de gemeente
                        verantwoordelijk werd voor de uitvoering van Beschermd wonen.</al>
          <al/>
          <al>Voor cliënten die niet onder het overgangsrecht vallen, kan in
                        uitzonderlijke situaties met een beroep op de hardheidsclausule een
                        uitzondering worden gemaakt voor de verzilvering in een
                        verblijfssetting.</al>
          <al>Argumenten hiervoor kunnen zijn: een ontbrekend zorgaanbod in natura (bij
                        gecontracteerde aanbieder)<vet>, </vet>specifieke cliëntkenmerken zoals
                        leeftijd of burgerlijke staat die wonen in een 24 uurs setting niet passend
                        maken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>15.4 </vet>
            <vet>Verstrekking van voorziening</vet>
          </al>
          <al>Binnen beschermd wonen met verblijf kunnen de volgende producten worden
                        afgenomen:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Beschermd wonen met verblijf (15.4.1)</al></li>
            <li nr="2."><al>Beschermd wonen met verblijf voor eigen rekening (15.4.2)</al></li>
            <li nr="3."><al>Beschermd wonen onder overgangsrecht (15.4.3)</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <cursief>15.4.1 Beschermd wonen met verblijf</cursief>
          </al>
          <al>Onder beschermd wonen met verblijf worden vier diensten geleverd. Dit
                        zijn;</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Beschermd wonen inclusief verblijf (zie voor criteria pagina
                                30).</al></li>
            <li nr="b."><al>Dagbesteding beschermd wonen</al></li>
            <li nr="c."><al>Nazorg beschermd wonen </al></li>
            <li nr="d."><al>Afwezigheidsdag Beschermd wonen </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Ad a. Beschermd wonen inclusief verblijf</cursief>
          </al>
          <al>Bij beschermd wonen met verblijf is er sprake van een viertal pakketten die
                        differentiëren naar zorgzwaarte. De instelling bepaalt in samenspraak met
                        het wijk- of gebiedsteam de inhoud van het pakket: </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Pakket 1: Beschermd wonen met intensieve begeleiding
                            (basis)</cursief>
          </al>
          <al>Deze cliënten hebben vanwege een psychiatrische aandoening intensieve
                        begeleiding nodig. Zij hebben een veilige, weinig eisende en prikkelarme
                        woonomgeving nodig die bescherming, stabiliteit en structuur biedt. De
                        begeleiding is met name gericht op het omgaan met de door de ziekte
                        veroorzaakte ‘defecten’.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Pakket 2: Gestructureerd beschermd wonen met intensieve begeleiding
                            (basis+ PV)</cursief>
          </al>
          <al>Deze cliënten hebben een complexe psychiatrische aandoening en daardoor
                        intensieve begeleiding nodig. Zij hebben een structuur en toezicht biedende
                        beschermende woonomgeving nodig, die deels een besloten karakter kan hebben
                        (gecontroleerde in- en uitgang). Er is ondersteuning van taken op alle
                        levensterreinen nodig inclusief hulp vanwege (somatische)
                        gezondheidsbeperkingen.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Pakket 3: Beschermd wonen met intensieve begeleiding en
                            gedragsregulering (basis + gedrag)</cursief>
          </al>
          <al>Deze cliënten hebben door een complexe psychiatrische aandoening intensieve
                        zorg en intensieve begeleiding nodig. De woonomgeving moet veel structuur,
                        veiligheid en bescherming bieden, deels een besloten karakter
                        (gecontroleerde in- en uitgang). Er is ondersteuning en overname van taken
                        op alle levensterreinen nodig. Cliënten zijn nauwelijks in staat sociale
                        relaties te onderhouden en de dag in te vullen. Tot deelname aan het
                        maatschappelijk leven is men niet in staat, noch geïnteresseerd. Cliënten
                        hebben geen besluitneming - en oplossingsvaardigheden. Initiëren en
                        uitvoeren van eenvoudige en complexe taken moet vaak worden overgenomen. Ze
                        reizen met begeleiding.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Pakket 4: Beschermd wonen met intensieve begeleiding en intensieve
                            verpleging en verzorging (basis + multiproblematiek
                        (VG/LG))</cursief>
          </al>
          <al>De cliënten hebben vanwege een complexe psychiatrische aandoening, in
                        combinatie met een somatische aandoening, lichamelijke handicap of
                        verstandelijke beperking, intensieve begeleiding en zorg nodig. De
                        woonomgeving moet veel structuur, veiligheid en bescherming bieden en zijn
                        aangepast aan de beperkingen van de cliënten (b.v. rolstoelgebruik). Er is
                        veelal overname van taken op alle levensterreinen nodig. De cliënten hebben
                        ten aanzien van hun sociale redzaamheid dagelijks intensieve begeleiding
                        nodig, die voortdurende nabij is, met daarnaast een sterk gestructureerde
                        dagindeling. Cliënten zijn nauwelijks in staat sociale relaties te
                        onderhouden en de dag in te vullen. Tot deelname aan het maatschappelijk
                        leven is men niet in staat, noch geïnteresseerd. Geen besluitnemings- en
                        oplossingsvaardigheden. Initiëren en uitvoeren van eenvoudige en complexe
                        taken moet vaak worden overgenomen. Ze reizen met begeleiding.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Ad b. </cursief>
            <cursief> Dagbesteding beschermd
                        wonen</cursief>
          </al>
          <al>Dagbesteding kan als onderdeel van het beschermd wonen worden geboden.
                        Dagbesteding kan als ‘extra’ worden toegevoegd aan het pakket rondom het
                        wonen. Het tarief voor dagbesteding kan alleen worden toegekend aan de
                        aanbieder van wonen. Invulling van dagbesteding kan indien gewenst elders
                        plaatsvinden. De aanbieder van wonen vervult in dat geval de rol van
                        regisseur en hoofdaannemer.</al>
          <al>Per cliënt kunnen maximaal 6 dagdelen dagbesteding worden toegekend.</al>
          <al>Het tarief voor dagbesteding Beschermd Wonen is inclusief alle kosten van
                        verblijf en verzorging, vervoer en is incl. BTW.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Ad c</cursief>. <cursief>Nazorg Beschermd Wonen</cursief></al>
          <al>Het gaat om de nazorg die in het kader van terugvalpreventie aan cliënten
                        wordt geboden die in een ‘beschermde omgeving’ hebben gewoond en die
                        zelfstandig zijn gaan wonen. In principe ontvangt de cliënt ambulante
                        begeleiding vanuit de WMO (lokale verantwoordelijkheid), maar daarnaast kan
                        gedurende een afgebakende periode - die wordt bepaald door het
                        wijk-/gebiedsteam na samenspraak met de zorgaanbieder Beschermd Wonen - het
                        product nazorg worden geboden. De regie voor het inzetten van deze dienst
                        (inclusief duur en omvang) ligt bij de wijk-/gebiedsteams. </al>
          <al>De nazorg bestaat uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Bereikbaarheid van een vertrouwd aanspreekpunt vanuit de beschermde
                                omgeving die bereikbaar is voor cliënt en andere bij de cliënt
                                betrokken partijen in de ambulante begeleiding</al></li>
            <li nr="·"><al>Het op verzoek van de cliënt leveren van ‘onplanbare zorg’ binnen
                                afzienbare tijd (respons binnen 15 minuten) Het betreft ‘onplanbare
                                zorg’ die niet door de wijk-/ gebiedsteams kan worden geleverd.</al></li>
            <li nr="·"><al>Het signaleren van de behoefte om aanvullende ondersteuning in te
                                zetten en het adviseren van het wijk-/gebiedsteam hierover.</al></li>
          </lijst>
          <al>Doelstelling nazorg:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>het bieden van een zorgvuldige overgang van een beschermde omgeving
                                naar zelfstandig wonen</al></li>
            <li nr="·"><al>het ondersteunen bij en toewerken naar zelfstandig wonen</al></li>
            <li nr="·"><al>het bevorderen van participatie (binnen de wijk/ het gebied) </al></li>
            <li nr="·"><al>het voorkomen van terugval</al></li>
          </lijst>
          <al>Het tarief voor nazorg Beschermd Wonen is inclusief alle kosten, waaronder
                        reis- en verblijfkosten en incl. BTW.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Ad d. </cursief>
            <cursief>Afwezigheidsdag Beschermd
                        Wonen</cursief>
          </al>
          <al>In geval van afwezigheid van een cliënt die beschermd woont, kan de reeds
                        bestaande productcode afwezigheidsdag Beschermd Wonen in rekening worden
                        gebracht. Hierbij geldt een maximum van 14 dagen. In geval van een opname
                        van de cliënt in ziekenhuis of psychiatrische behandelafdeling geldt een
                        maximum van 42 dagen per jaar.</al>
          <al>De afwezigheidsdag is niet bedoeld voor proefverlof. In dat geval kan de
                        zorgaanbieder het regulier tarief per etmaal hanteren. Wel dient de
                        zorgaanbieder de cliënt te voorzien van financiële middelen om te kunnen
                        voorzien in noodzakelijke kosten tijdens het proefverlof bijv. voeding.</al>
          <al>Het tarief voor de afwezigheidsdag Beschermd Wonen is inclusief alle kosten
                        en incl. BTW.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>15.4.2Beschermd wonen met verblijf voor eigen
                        rekening</cursief>
          </al>
          <al>Beschermd wonen met verblijf voor eigen rekening (van cliënt)is een nieuw
                        ontstane vorm van ondersteuning. Omdat de inhoud en waarde van deze nieuwe
                        vorm van ondersteuning nog niet duidelijk vastligt, is besloten om in de
                        vorm van een pilot voor een periode van 1 jaar met een vijftal aanbieders de
                        mogelijkheden voor deze vorm van ondersteuning te verkennen en een zo
                        passend mogelijke invulling te geven. </al>
          <al>Cliënt ontvangt bij doorstroming naar dit perceel een nieuwe beschikking
                        omdat er sprake is van gescheiden wonen en zorg. Door deze scheiding worden
                        alleen de zorgkosten (integraal pakket voor ondersteuning) voor de cliënt,
                        exclusief dagbesteding (zie paragraaf 4) bekostigd.</al>
          <al>Dat gebeurt op basis van de hieronder genoemde dienstenpakketten. </al>
          <al>De ZZP GGZ-C typologie wordt in 2016 ook hier gehandhaafd als methodiek om
                        toegang en financiering vorm te geven. Het scheiden van wonen en zorg
                        betekent daarbij dat we de volgende nieuwe dienstenpakketten ( zie ook
                        bijlage Beschrijving Dienstenpakketten) hanteren:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Zorgdiensten</vet> Beschermd wonen met intensieve begeleiding
                                (basis);</al></li>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Zorgdiensten</vet> Gestructureerd beschermd wonen met
                                intensieve begeleiding (basis+ PV);</al></li>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Zorgdiensten</vet> Beschermd wonen met intensieve begeleiding
                                en gedragsregulering (basis + gedrag);</al></li>
          </lijst>
          <al>Voor ieder van deze dienstenpakketten geldt dat het tarief inclusief alle
                        kosten van het pakket, maar <onderstreept>exclusief</onderstreept> de kosten
                        voor dagbesteding moet worden opgegeven. </al>
          <al>Cliënten betalen zelf een bedrag voor huur en hotelmatige functies (voeding
                        en schoonmaak) De aanbieder brengt voor het aantal etmalen geleverde
                        zorgdienst aan cliënt in rekening. </al>
          <al/>
          <al>15.4.1Beschermd wonen onder overgangsrecht</al>
          <al>Hieronder vallen alle cliënten met een overgangsrecht voor Beschermd wonen
                        zodat de zorg die zij ontvangen gecontinueerd wordt. Het overgangsrecht is
                        gerelateerd aan het feit dat de door de cliënt ontvangen beschikking voor 1
                        januari 2015 is afgegeven door het Zorgkantoor.</al>
          <al>Voor cliënten die vallen onder het overgangsrecht BW geldt dat zij,
                        gedurende de looptijd van het overgangsrecht, recht hebben de zorg zoals zij
                        die geleverd kregen op het moment dat het Zorgkantoor verantwoordelijk was
                        voor de zorginkoop voor Beschermd wonen.</al>
          <al>Zij hebben van het Zorgkantoor een beschikking ontvangen voor 1 januari
                            2015<cursief>.</cursief></al>
          <al>Binnen dit perceel worden de zorgzwaartepakketten 1 t/m 4 gehanteerd zoals
                        beschreven op pagina 31/32.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Verblijf in het buitenland</cursief>
          </al>
          <al>Cliënten die hun indicatie Beschermd wonen verzilveren in de vorm van een
                        PGB en voor een maximale periode van 13 weken per kalenderjaar in het
                        buitenland verblijven, mogen gedurende die periode ondersteuning inkopen in
                        het buitenland. Het budget wordt aangepast aan de tarieven die gehanteerd
                        worden in het land waar men gedurende deze periode verblijft.</al>
          <al>PGB-houders die langer dan 6 weken naar het buitenland gaan en dan hun hulp
                        in het buitenland willen inkopen, moeten toestemming vragen aan het college. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>15</vet>
            <vet>.5 Zorg in natura </vet>
          </al>
          <al>Cliënten hebben toegang tot een voorziening in natura. Een cliënt kan
                        gebruik maken van een maatwerkvoorziening wanneer hij voldoet aan de
                        beschreven criteria. De cliënt neemt 24 uurs verblijf in een setting van de
                        instelling af en ontvangt een all-inclusive pakket: wonen, hotelmatige
                        voorzieningen, vaste lasten, eten/drinken, zorg (begeleiding, persoonlijke
                        verzorging), welzijnsactiviteiten, dagbesteding etcetera. De instellingen
                        die deze zorg bieden, bieden het volledige pakket.</al>
          <al>Instellingen die deze zorg leveren kunnen hun oorsprong hebben in zowel de
                        GGZ, de Maatschappelijke Opvang of een andere achtergrond (sectorvreemd).
                        Daarbij geldt als criterium dat er binnen een instelling die zich primair
                        richt op andere doelgroepen een afgebakende afdeling aanwezig is waar de
                        cliënten met psychiatrische problematiek verblijven in het kader van
                        beschermd wonen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>15.6 Pgb</vet>
          </al>
          <al>Verstrekking in een Persoonsgebonden budget (PGB) is slechts mogelijk
                        wanneer de cliënt kan aantonen dat gebruik van een voorziening in natura
                        niet mogelijk is. Argumenten hiervoor kunnen zijn: een ontbrekend zorgaanbod
                        in natura (bij gecontracteerde aanbieder)<vet>, </vet>specifieke
                        cliëntkenmerken zoals leeftijd of burgerlijke staat die wonen in een 24 uurs
                        setting niet passend maken. Als dit het geval is dan moet dit goed
                        onderbouwd worden aangeven op het indicatie adviesformulier Beschermd Wonen.
                        Hiervoor moet de aanvrager aan bepaalde voorwaarden voldoen. Dit zijn: </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>hij kan zelf of met hulp van zijn netwerk zijn PGB beheren; </al></li>
            <li nr="·"><al>hij kan zelf of met hulp van zijn netwerk zijn belangen behartigen;
                            </al></li>
            <li nr="·"><al>hij kan zelf of met hulp van zijn netwerk de zorginkoop regelen, ook
                                op administratief vlak, waaronder in ieder geval het aangaan van de
                                zorgovereenkomst met de beoogde zorgaanbieder(s) en de afhandeling
                                van de facturatie;</al></li>
            <li nr="·"><al>hij is zelf of met hulp van zijn netwerk in staat een budgetplan op
                                te stellen ter ondersteuning van zijn/haar Pgb aanvraag.</al></li>
            <li nr="·"><al>hij kan zelf of met hulp van zijn netwerk de in te kopen zorg
                                beoordelen op kwaliteit.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Let op: Het netwerk is NIET een zorgaanbieder bij wie de cliënt (een deel
                        van) zijn/haar zorg inkoopt of in wil kopen of een sociaal werker uit een
                        wijk- of gebiedsteam. Een mentor, curator of bewindvoerder wordt wel tot het
                        netwerk gerekend.</al>
          <al/>
          <al>Voor cliënten die vallen onder het overgangsrecht geldt dat de PGB wordt
                        omgezet in Zorg in Natura wanneer de aanbieder is gecontracteerd voor zorg
                        in natura tenzij de cliënt aangeeft zijn PGB te willen behouden. Hij kan dit
                        goed onderbouwd aangeven op het indicatie adviesformulier Beschermd
                        Wonen.</al>
          <al/>
          <al>Bestaande cliënten (instroom na 1 januari 2015) met PGB beschermd wonen
                        kunnen geen informele zorg inkopen. Zij hebben al een budget dat is
                        gebaseerd op professionele zorg. Voor cliënten die nieuw instromen (na 1
                        juli 2016) kan bij uitzondering wel het tarief voor informele zorg
                        gehanteerd worden.</al>
          <al/>
          <al>Cliënten met een PGB beschermd wonen kunnen niet vanuit hun thuis situatie
                        beschermd wonen inkopen. Wel kan bij uitzonderlinge situaties gebruik
                        gemaakt worden van de hardheidsclausule (zie ook pagina 33). </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>15.7 Redenen om geen</vet>
            <vet> Pgb toe te kennen</vet>
          </al>
          <al>In de volgende gevallen wordt geen Pgb toegekend:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Als een cliënt in de schuldsanering zit </al></li>
            <li nr="·"><al>Als onvoldoende is aangetoond dat de cliënt voldoet aan de hiervoor
                                gestelde voorwaarden;</al></li>
            <li nr="·"><al>Als in het verleden sprake is geweest van fraude;</al></li>
            <li nr="·"><al>Als er sprake is van verslaving.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>15.8 </vet>
            <vet>Tarief </vet>
          </al>
          <al>De hoogte van een Pgb kan nooit hoger zijn dan de tarieven die worden
                        afgesproken met zorgaanbieders van Natura Zorg. Het tarief staat in het
                        Uitvoeringsbesluit Wmo 2016. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>15.9 </vet>
            <vet>Eigen Bijdrage </vet>
          </al>
          <al>Voor de maatwerkvoorzieningen, waaronder Beschermd Wonen, geldt dat cliënten
                        een eigen bijdrage betalen. De eigen bijdrage is inkomensafhankelijk en
                        wordt berekend conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2016. Daarbij dient de
                        cliënt altijd minimaal de zak- en kleedgeldnorm uit de Wet Werk en Bijstand
                        te ontvangen. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt wanneer de cliënt,
                        naar het oordeel van het college, verzuimt om waar mogelijk gebruik te maken
                        van wetten en regelingen die het inkomen aanvullen. Wanneer de gemeente de
                        bijdrage van een cliënt om persoonlijke omstandigheden van een cliënt
                        onredelijk vindt kan het college besluiten de bijdrage te verlagen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16.</nr>
            <titel>Opvang</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>16.1 </vet>
            <vet>Inleiding</vet>
          </al>
          <al>De Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang hebben als taak het bieden van
                        tijdelijk en veilig verblijf aan mensen zonder dak boven hun hoofd. De
                        kerntaak van de opvang richt zich op het bieden van een vangnet en een stuk
                        nazorg . Vaak gaat het om kwetsbare cliënten met combinaties van
                        verschillende problematiek. Voor ambulante begeleiding, geboden door
                        Maatschappelijke Opvanginstellingen en vrouwenopvang (Fier Fryslan, Zienn,
                        Limor, Leger des Heils en Zienn) geldt dat de toegang verloopt via de
                        wijkteams in de directe omgeving waar iemand woont. Zij geven een
                        indicatieadvies waarna de gemeente een beschikking afgeeft. Ook een
                        aanbieder waar een cliënt bekend is, kan in afstemming met het wijkteam een
                        advies geven aan de gemeente.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>16.2 </vet>
            <vet>Centrumgemeente versus regio</vet>
          </al>
          <al>De centrumgemeente Leeuwarden krijgt vanuit de Wmo een belangrijke rol bij
                        Opvang, waaronder maatschappelijke- en vrouwenopvang. De uitvoeringstaken
                        rondom opvang zijn onder gebracht bij Sociaal Domein Fryslân. De
                        centrumgemeente Leeuwarden maakt namens de 24 gemeenten afspraken met de
                        aanbieders van opvang over het vangnet wat ze bieden voor de regio
                        Friesland. Leeuwarden werkt nauw samen met de lokale gemeenten met als
                        gezamenlijk doel het verminderen van het aantal daklozen, het zo kort
                        mogelijk verblijven in het vangnet, het zo snel mogelijk weer doorstromen
                        naar een zo zelfstandig mogelijk bestaan en het verminderen van overlast en
                        geweld in afhankelijkheidsrelaties. Dit is beschreven in het document
                        ‘Uitgangspunten voor de financiering van : Opvang, Beschermd wonen en Veilig
                        Thuis 2016’. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>16.3 </vet>
            <vet>Toegang</vet>
          </al>
          <al>De opvangvoorzieningen in de regio zijn van belang voor cliënten die in een
                        (dreigende) situatie van dak- of thuisloosheid verkeren. Cliënten kunnen
                        zich rechtstreeks tot aanbieders wenden om een beroep te doen op de
                        voorzieningen. Een toets op toegang vindt door aanbieders plaats. Voor alle
                        voorzieningen geldt dat ze worden gesubsidieerd door de centrumgemeente
                        Leeuwarden zodat beschikbaarheid en continuïteit gegarandeerd zijn. </al>
          <al/>
          <al>Binnen de opvang kan onderscheid worden gemaakt naar algemene en
                        maatwerkvoorzieningen. De algemene voorzieningen in de gemeente zijn in
                        principe toegankelijk voor iedereen met (dreigende) dak- of thuisloosheid,
                        een lichte toegangstoets wordt door de zorgaanbieders uitgevoerd. De toets
                        bestaat uit het nagaan of de cliënt tot de doelgroep, namelijk (dreigend)
                        dak- of thuisloos, behoort. De algemene voorzieningen zijn voorliggend op
                        maatwerkvoorzieningen. </al>
          <al/>
          <al>Een maatwerkvoorziening is in de wet een individuele voorziening waarop een
                        toets op rechtmatigheid plaatsvindt. In 2016 vindt deze toegangstoets plaats
                        door middel van de intake die door de aanbieders wordt gedaan. Een
                        beschikking wordt afgegeven door de afdeling Sociale Zaken van de gemeente
                        waar een cliënt feitelijk verblijft in een voorziening wanneer de cliënt een
                        participatiewet -uitkering heeft of door de instelling zelf, namens de
                        gemeente, bij een andere vorm van inkomen. Voor maatwerkvoorzieningen geldt
                        een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. </al>
          <al/>
          <al>Landelijk is bepaald dat de voorzieningen van de opvang toegankelijk moet
                        zijn voor iedereen die in Nederland woont. Waarbij de centrumgemeente van
                        aanmelding indien nodig de eerste opvang verzorgt en vervolgens bepaalt, in
                        overleg met de cliënt, in welke plaats een individueel traject het meest
                        kansrijk is. Deze centrumgemeente gaat de opvang verzorgen. De
                        opvanginstellingen in de regio Friesland werken conform de criteria zoals
                        benoemd in de beleidsregels van de handreiking Landelijke toegankelijkheid
                        in de maatschappelijke opvang. In de drie noordelijke provincies is
                        afgesproken dak- of thuislozen onderling niet door te verwijzen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>16.4 </vet>
            <vet>Afwegingskader</vet>
          </al>
          <al>In de kern is de Maatschappelijke opvang bedoeld voor mensen die nergens
                        anders terecht kunnen ( en die gebaat zijn bij tijdelijke ondersteuning voor
                        het zoeken naar een duurzame oplossing op alle leefgebieden (ZRM-domeinen).
                        Het is de taak van alle gemeenten om mogelijke uitval/terugval vroegtijdig
                        te signaleren (preventie). </al>
          <al>Om vast te stellen of en waar een cliënt maatschappelijke opvang kan
                        krijgen, worden de volgende toelatingscriteria, conform de handreiking
                        landelijke toegankelijkheid, gehanteerd:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De cliënt heeft de Nederlandse nationaliteit, of houdt als
                                vreemdeling rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a tot
                                en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000; </al></li>
            <li nr="2."><al>De regio Friesland, Groningen, Assen of Emmen is de regio waarbinnen
                                de opvang van de cliënt het meest kansrijk is. Om te bepalen bij
                                welke regio de kans op een succesvol traject voor de cliënt het
                                grootst is, wordt gekeken naar de volgende feiten en omstandigheden:
                            </al></li>
            <li nr="·"><al>de cliënt heeft gedurende drie jaar voorafgaand aan het moment van
                                aanmelding minimaal twee jaar aantoonbaar zijn of haar hoofdverblijf
                                in de regio gehad. Dit moet blijken uit inschrijving in de
                                gemeentelijke basisadministratie of het bekend en geregistreerd zijn
                                bij zorginstellingen; </al></li>
            <li nr="·"><al>de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk (familie en
                                vrienden); </al></li>
            <li nr="·"><al>bekendheid bij de zorginstellingen of MO-instellingen; </al></li>
            <li nr="·"><al>bekendheid bij de politie; </al></li>
            <li nr="·"><al>geboorteplaats; </al></li>
            <li nr="·"><al>redenen om de cliënt uit zijn oude sociale netwerk te halen. </al></li>
            <li nr="·"><al>de voorkeur van de cliënt: gegronde redenen om tegemoet te komen aan
                                de wens van de cliënt om in een bepaalde gemeente/regio te worden
                                opgevangen.</al></li>
            <li nr="3."><al>De cliënt is niet in staat, zich op eigen kracht, met gebruikelijke
                                hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn
                                sociale netwerk, dan wel met gebruikmaking van de algemene
                                voorzieningen zich te handhaven in de samenleving. Indien de
                                instelling inschat dat de wachttijd tot onwenselijke situaties
                                leidt, heeft de instelling de inspannings- verplichting om een
                                andere passende opvang te zoeken en te zorgen voor een warme
                                overdracht. </al></li>
            <li nr="4."><al>De cliënt heeft geen ondersteuning bij het uitvoeren van alledaagse
                                levensverrichtingen, waaronder persoonlijke verzorging en het
                                verrichten van basale huishoudelijke taken; </al></li>
            <li nr="5."><al>De cliënt heeft geen fysieke of zintuigelijke beperking waardoor de
                                opvangvoorziening niet of onvoldoende toegankelijk is; </al></li>
            <li nr="6."><al>Er bestaat bij aanmelding geen duidelijke indicatie voor dominante
                                verslaving of psychiatrische problematiek die niet door de
                                instelling begeleid kan worden en / of belastend is voor het
                                samenwonen binnen de voorziening; </al></li>
            <li nr="7."><al>De cliënt is niet ernstig verstandelijk beperkt waardoor hij binnen
                                de instelling niet adequaat begeleid kan worden; </al></li>
            <li nr="8."><al>De cliënt gaat akkoord met de huisregels en de verblijfsvoorwaarden
                                van de opvanginstelling waaronder het meewerken aan een
                                zekerheidsstelling voor de betaling van de eigen bijdrage.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>16.5 </vet>
            <vet>Uitzonderingen</vet>
          </al>
          <al>Toegang tot een opvangvoorziening kan worden geweigerd wanneer een cliënt
                        zich (na toegang tot de voorziening) niet houdt aan de huisregels van een
                        voorziening. </al>
          <al>De stichting Fier Fryslân heeft zich vanuit de traditionele anonieme opvang
                        ontwikkeld tot aanbieder van preventie, begeleiding, anonieme opvang en
                        behandeling bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. Daarbij heeft de
                        stichting zich ontwikkeld van een hoofdzakelijk door de gemeente
                        gefinancierde opvanginstelling tot een innovatieve zorgaanbieder met
                        meerdere financieringsstromen, waarvan de gemeentelijke financiering
                        relatief kleiner is geworden. De regio hecht veel waarde aan de groei van
                        Fier Fryslân als innovatief zorgbedrijf met een sterk landelijk imago, dat
                        geworteld is en blijft in onze regio. Vanwege het landelijke karakter van
                        Fier Fryslân geldt eerder genoemde voorwaarde voor regiobinding niet. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>16.6 </vet>
            <vet>Verstrekking van voorziening</vet>
          </al>
          <al>Opvang betreft een voorziening (deels algemeen en deels maatwerk) voor dak-
                        en thuisloze cliënten in nood. De voorziening is voor iedereen in natura
                        toegankelijk die voldoet aan de genoemde criteria. Een persoonsgebonden
                        budget is niet mogelijk gezien het algemene karakter van de
                        voorziening.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>16.7 </vet>
            <vet>Eigen bijdrage </vet>
          </al>
          <al>Cliënten betalen voor het gebruik van algemene voorzieningen in 2016 geen
                        inkomensafhankelijk eigen bijdrage. Voor de algemene voorzieningen kan in
                        2016 door de instelling een bijdrage geheven worden die niet hoger is dan de
                        kostprijs (bijvoorbeeld bijdrage voor maaltijden, beddengoed en
                        huisvestingskosten). </al>
          <al/>
          <al>Voor de maatwerkvoorzieningen geldt dat cliënten wel een
                        inkomensafhankelijke eigen bijdrage betalen. De eigen bijdrage is
                        inkomensafhankelijk en wordt berekend conform het Uitvoeringsbesluit Wmo
                        2016. Daarbij dient de cliënt altijd minimaal de zak- en kleedgeldnorm uit
                        de Participatiewet ontvangen. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt
                        wanneer de cliënt, naar het oordeel van de gemeente, verzuimt om waar
                        mogelijk gebruik te maken van wetten en regelingen die het inkomen
                        aanvullen. Wanneer de gemeente de bijdrage van een cliënt om persoonlijke
                        omstandigheden van een cliënt onredelijk vindt, kan besloten worden de eigen
                        bijdrage te verlagen.</al>
          <al>De bijdrage wordt geïnd door de gemeente waar de cliënt in een voorziening
                        verblijft indien de betreffende cliënt gebruik maakt van een uitkering in
                        het kader van de Participatiewet. Indien de cliënt een andere vorm van
                        inkomsten heeft wordt de bijdrage door de instelling voor
                        maatwerkvoorzieningen, namens de gemeente, voor opvang geïnd. De eigen
                        bijdragen worden overgemaakt naar de instellingen. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17.</nr>
            <titel>Inkomensregelingen</titel>
          </kop>
          <al>Diverse landelijke regelingen zijn per 1 januari 2015 afgeschaft (Wtcg, CER)
                        of beperkt (fiscale aftrek zorgkosten). Hiervoor is de plaats zijn drie
                        gemeentelijke regelingen gekomen:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het compenseren van meerkosten via de AV Frieso (de aanvullende
                                verzekering wordt bedoeld).</al></li>
            <li nr="2."><al>Waar vereist, aanvullende inkomensondersteuning middels de
                                bijzondere bijstand. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>17.2 Himmelsjek</vet>
          </al>
          <al>Inwoners met een laag inkomen én met beperkingen kunnen voor
                        schoonmaakwerkzaamheden in enkele gevallen, aanspraak doen op een tijdelijke
                        regeling, in de vorm van een Himmelsjek Daarbij worden de volgende zaken
                        beoordeeld:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>de hoogte van het inkomen (criteria van de Participatiewet worden
                                gehanteerd);</al></li>
            <li nr="·"><al>de noodzaak om het laten verrichten van schoonmaakwerkzaamheden over
                                te nemen (op basis van beperkingen en gebruikelijke hulp)</al></li>
            <li nr="·"><al>welke schoonmaakwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd (niveau van
                                dienstverlening). </al></li>
          </lijst>
          <al>De inwoners die worden verwezen naar de schoonmaakdienst kunnen gebruik
                        maken van de Himmelsjek. Met de ‘sjek’ kan voor een gereduceerd tarief
                        maximaal 2 uren per week schoonmaakwerk verricht worden. Hierbij betalen
                        inwoners afhankelijk van hun inkomen een financiële bijdrage.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Bijdrage van cliënten</cursief>
          </al>
          <al>De grens van 125% van de wettelijk minimum loon wordt gehanteerd, net als
                        bij de AV Frieso. Cliënten met een inkomen van meer dan 125% van het
                        wettelijk minimum loon betalen € 5,- per uur en minder dan 125% € 1,- per
                        uur . Voor burgers met bijstand, bijzondere bijstand of AV Frieso geldt de
                        bijdrage van €1,00 per uur.</al>
          <al>Voor burgers met een inkomen boven de 125% die aangeven de € 5,- niet te
                        kunnen opbrengen wordt een draagkracht/draaglast berekening gedaan. Op basis
                        van deze uitkomst kan dan alsnog overgegaan worden op de bijdrage van € 1,-
                        per uur (bijvoorbeeld ten gevolge van armoedeval door hogere
                        zorgkosten).</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Invulling Himmelsjek</cursief>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>De Himmelsjek is persoonsgebonden (staat op naam van cliënt of
                                mantelzorger).</al></li>
            <li nr="-"><al>Maximaal 2 uur per week.</al></li>
            <li nr="-"><al>De bijdrage is € 5,- per uur (in 2016) en afhankelijk van inkomen
                                minder (€1,- per uur).</al></li>
            <li nr="-"><al>Kan alleen gebruikt/verzilverd worden bij gecontracteerde
                                aanbieders.</al></li>
            <li nr="-"><al>Financiering vindt achteraf plaats (bijdrage wordt geïnd door
                                aanbieder).</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Bepaling van de doelgroep</cursief>
          </al>
          <al>-Cliënten met herbeoordeling</al>
          <al>Zoals vermeld in de nota Armoedebeleid stelt Leeuwarden de Himmelsjek
                        beschikbaar voor cliënten die naar aanleiding van het gesprek in het project
                        herindicatie geen hulp bij het huishouden meer ontvangen maar verwezen
                        worden naar de schoonmaakdienst.</al>
          <al>-Nieuwe cliënten</al>
          <al>Daarnaast krijgen ook nieuwe cliënten die schoonmaakhulp zelf moeten betalen
                        recht op de Himmelsjek. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Mantelzorgers</cursief>
          </al>
          <al>De cliënt kan zijn of haar Himmelsjek geven aan zijn of haar mantelzorger,
                        hierbij gelden dezelfde voorwaarden (hoge/lage bijdrage, maximaal 2 uur per
                        week en door gecontracteerde aanbieder). Doordat de Himmelsjek
                        persoonsgebonden is, kan deze maar eenmaal worden geïnd. Registratie vindt
                        plaats zowel bij de aanbieder als de gemeente.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18.</nr>
            <titel>Mantelzorgwaardering</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>18.1 </vet>
            <vet>Inleiding</vet>
          </al>
          <al>Met de invoering van de nieuwe WMO is de financiële ondersteuning vervallen
                        die mantelzorgers kregen in de vorm van het mantelzorgcompliment. Gemeentes
                        hebben de beschikking gekregen over dit (voormalig AWBZ-) budget om
                        plaatselijk en passend vorm te geven aan de ondersteuning voor
                        mantelzorgers. Hiermee dienen de mantelzorgers in staat te worden gesteld om
                        hun belangrijke werk kunnen blijven doen. Deze mantelzorgwaardering is
                        enerzijds bedoeld om mantelzorgers te waarderen voor hun inzet en anderzijds
                        om op gezette tijden in contact te kunnen komen met de mantelzorgers in de
                        gemeente, zodat zij, waar nodig, ondersteund kunnen worden. </al>
          <al/>
          <al>Met het decentraliseren van de gelden voor mantelzorgondersteuning doet zich
                        de mogelijkheid voor om op lokaal niveau invulling te geven aan
                        mantelzorgwaardering op een manier die het meest recht doet aan de lokale
                        werkelijkheid, met als doel optimaal aan te sluiten bij de wensen van
                        mantelzorgers.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>18.2 </vet>
            <vet>Toegang</vet>
          </al>
          <al>Er wordt in de regel pas van formele mantelzorg gesproken als er langer dan
                        3 maanden minstens 8 uur per week zorg wordt verleend. Als er korter dan 3
                        maanden minder dan 8 uur zorg wordt verleend, is er nog sprake van zgn.
                        gebruikelijke zorg. Voor mantelzorgondersteuning in de gemeente Leeuwarden
                        worden echter geen toegangseisen of –criteria gesteld, zodat iedereen die
                        informele hulp of mantelzorg biedt aan zijn eigen netwerk van ondersteuning
                        kan worden voorzien. Wel worden de deelnemers geregistreerd om zo enerzijds
                        een beter beeld te krijgen van de (wensen en behoeften van) mantelzorgers in
                        de gemeente en anderzijds om deze mantelzorgers ook in de toekomst te kunnen
                        benaderen om ze van een passend ondersteuningsaanbod te kunnen voorzien. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>18.3 </vet>
            <vet>Ondersteuning in natura</vet>
          </al>
          <al>In het Koersdocument Hervorming Sociaal Domein is vastgelegd dat de nieuwe
                        mantelondersteuning in natura wordt verstrekt en niet langer, zoals dit wel
                        het geval was bij het mantelzorgcompliment, een financiële vorm zal
                        aannemen. Bij waardering in natura valt te denken aan ondersteuning door een
                        sociaal werker of aandachtscoach, training om beter in staat te zijn om
                        kwalitatief goede mantelzorg te kunnen leveren, lotgenotencontact of
                        mantelzorgcafé’s voor het onderhouden en uitbreiden van sociale contacten
                        met gelijkgestemden en het bieden van respijtzorg waardoor de mantelzorger
                        tijd voor zichzelf heeft om tot rust te komen.</al>
          <al/>
          <al>Voor alle vormen van ondersteuning geldt dat de activiteiten gericht zijn op
                        het behouden of herstellen van de balans tussen draagkracht en draaglast van
                        het netwerk. In de keuze voor de best passende methode van ondersteuning
                        gelden de volgende vier uitgangspunten, die verder uitgewerkt zijn in de
                        nota mantelzorg:</al>
          <lijst>
            <li nr="1)"><al>Voorkomen waar mogelijk, genezen waar nodig;</al></li>
            <li nr="2)"><al>In de wijk waar mogelijk, bovenwijks waar nodig;</al></li>
            <li nr="3)"><al>Collectief aanbod waar mogelijk, individueel aanbod waar nodig;</al></li>
            <li nr="4)"><al>Informele hulp waar mogelijk, formele zorg waar nodig.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>In aanvulling op de inhoud van het Koersdocument is in de WMO-verordening
                        opgenomen dat de mantelzorgondersteuning in natura wordt verstrekt tenzij de
                        mantelzorger veel kosten moet maken om zijn mantelzorgtaak te vervullen en
                        deze kosten niet zelf kan dragen. Als een mantelzorger hierdoor onder de
                        bijstandsnorm uitkomt, kan er een aanvraag voor bijzondere bijstand worden
                        gedaan. Bij deze aanvraag zal getoetst worden, rekening houdend met de
                        financiële draagkracht en draaglast van de aanvrager, of de kosten in die
                        zin noodzakelijk en bijzonder zijn dat er een financiële tegemoetkoming
                        verstrekt moet worden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>18.4 </vet>
            <vet>Draagkracht en draaglast van het netwerk</vet>
          </al>
          <al>De verwachting is dat mantelzorgers primair in beeld komen bij de sociale
                        wijkteams vanwege een hulpvraag van hun zorgbehoevende. Naar aanleiding van
                        deze hulpvraag voert de sociaal werker een vraagverhelderingsgesprek. In dit
                        zogenaamde ‘keukentafelgesprek’ bespreekt de sociaal werker hoe het sociale
                        netwerk van de cliënt kan ondersteunen in het oplossen van de
                        ondersteuningsvraag. Mantelzorg wordt expliciet meegenomen als mogelijke
                        oplossing voor deze hulpvraag, rekening houdend met de draagkracht en
                        draaglast van het sociale netwerk dat mantelzorgtaken op zich kan nemen. Om
                        deze mantelzorger(s) optimaal te laten functioneren, wordt er in het
                        ondersteuningsplan ook rekening gehouden met wensen en behoeftes van deze
                        mantelzorger(s). Op deze manier wordt expliciet aandacht en waardering
                        besteed aan de belangrijke functie van de mantelzorger en de mate waarin de
                        mantelzorger in staat is te ondersteunen. Bij het inzetten van het sociaal
                        netwerk mag er niet een bijdrage van mantelzorgers of het sociale netwerk
                        worden verlangd die ten koste gaat van baan, inkomen of welzijn. Ook zal
                        mantelzorg niet als verplichting worden opgelegd aan het sociale netwerk van
                        de cliënt.</al>
          <al/>
          <al>Als blijkt dat het sociale netwerk op dit moment zelfstandig in staat is de
                        gevraagde zorg te verlenen, dan houdt de sociaal werker een vinger aan de
                        pols om te monitoren of de balans tussen draagkracht en draaglast van dit
                        netwerk op termijn niet verstoord wordt. Mocht blijken dat de mantelzorger
                        extra ondersteuning nodig heeft om zijn taken te kunnen blijven doen, dan
                        kan de sociaal werker zelf kortdurende ondersteuning verlenen of ervoor
                        kiezen door te verwijzen naar andere vormen van hulp- of zorgverlening.
                    </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19.</nr>
            <titel>Kwaliteit</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>19.1 Inleiding</vet>
          </al>
          <al>Het gemeentebestuur heeft de taak om toe te zien op de naleving van wat
                        binnen de Wmo is geregeld. Het College van B&amp;W moet daartoe
                        gemeentelijke toezichthouders aanwijzen (art. 6.1. lid 1 Wmo 2015). Het
                        wetsvoorstel laat de organisatie en uitvoering van het toezicht vrij. Binnen
                        de transitiefase had de IGZ nog een taak ten aanzien van het adviseren en
                        rapporteren aan de minister van VWS (art.6.2 lid 1 en 2 Wmo 2015). Dit
                        toezicht komt bovenop de traditionele rechtmatigheidscontrole door de
                        accountant en de monitoring ten behoeve van beleidsontwikkeling en/of
                        financiële verantwoording.</al>
          <al/>
          <al>De reikwijdte van het gemeentelijk toezicht strekt zich uit tot in ieder
                        geval beleidsformulering op de volgende onderdelen:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>De toekenningsprocedure voor maatwerkvoorzieningen;</al></li>
            <li nr="·"><al>De vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget;</al></li>
            <li nr="·"><al>De kwaliteitseisen die worden gesteld aan de in het kader van de Wmo
                                aan te bieden voorzieningen, waaronder de deskundigheid van de
                                beroepskrachten. </al></li>
          </lijst>
          <al>Er zijn binnen de kwaliteit van voorzieningen een aantal minimumeisen
                        geformuleerd (art. 3.1. lid 2 Wmo 2015). Onder leiding van de VNG is eind
                        2014 een landelijk model basisset kwaliteitseisen Wmo-ondersteuning voor
                        zeer kwetsbare cliënten opgesteld. Hiernaast hanteert de gemeente Leeuwarden
                        een eigen kwaliteitskader “Kwaliteitskader Sociaal Domein”, dat in september
                        2016 is vastgesteld. In 2017 is er een uitvoeringsplan kwaliteit.</al>
          <al/>
          <al>De systematiek van open normen binnen kwaliteit brengt met zich mee dat de
                        gemeente in samenspraak met aanbieders zal moeten formuleren in hoeverre het
                        beoogde resultaat, in samenhang met andere vormen van zorg en hulp, wordt
                        bereikt in de individuele relatie met de cliënt. Leeuwarden hanteert deze
                        systematiek in de inkoop voor 2016 binnen het sociale domein door binnen het
                        programma van eisen ten aanzien van onder andere opleidingsniveau van de
                        zorgverleners, de functieomschrijving, het gebruik van
                        kwaliteitsmanagementsystemen en inspraak- en klachtregelingen te stellen. De
                        zelfredzaamheidsmatrix en op cliëntenniveau geformuleerde doelen binnen het
                        door de sociaal werker op de stellen ondersteuningsplan zijn voorbeelden van
                        de concretisering. Tevens is er veel aandacht voor klantervaring en
                        klantbeleving.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>19.2 Toezicht en handhaving</vet>
          </al>
          <al>
            <cursief>De organisatie en uitvoering van het Wmo toezicht</cursief>
          </al>
          <al>Het ministerie van VWS is gestart met het werkprogramma ‘Rechtmatige zorg,
                        aanpak en fraude 2015-2016. Het programmaplan richt zich op het verder
                        voorkomen en aanpakken van onrechtmatigheden in de zorg die ten laste komen
                        van voor de zorg bestemde middelen. Het gaat hierbij om preventie en
                        bestrijding van zowel fouten als fraude.</al>
          <al/>
          <al>Het programmaplan richt zich hiernaast op een gezamenlijke aanpak door de
                        gehele keten, waarbij een ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid
                        hieraan bijdraagt. Voor de gemeente betekent dit dat de gemeente invulling
                        moet gaan geven aan de eigen rol met betrekking tot preventie, controle en
                        handhaving om fouten te voorkomen dan wel om fraudeurs aan te pakken. Het
                        onderscheid tussen fouten en fraude zit in het onbewust of opzettelijk
                        regels overtreden. Bij fouten worden regels als gevolg van onduidelijkheid
                        of vergissingen onbedoeld overtreden. Bij fraude gaat het om opzettelijk en
                        doelbewust in strijd met de regels handelen met het ook op eigen of
                        andermans (financieel) gewin.</al>
          <al/>
          <al>Vanuit de opbrengst van het eerste congres rechtmatige zorg in Den Haag, is
                        bepaald dat gemeenten zich zullen gaan toerusten op het voeren van
                        preventief beleid in het kader van pgb-verstrekkingen én het leveren van
                        input aan een informatiecentrum / expertteam van de VNG. Het expertteam zal
                        vanuit deze input handreikingen opstellen die bepalend zullen zijn voor de
                        wijze waarop Leeuwarden om gaat met toezichthouding binnen de Wmo en Jeugd.
                        Op 29 oktober 2015 is de eerste voortgangsrapportage Rechtmatige zorg
                        opgeleverd. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Leeuwarder toezicht Wmo 2017</cursief>
          </al>
          <al>Leeuwarden kiest voor een onderscheid in de organisatie van de taken van een
                        toezichthoudende ambtenaar. Dit onderscheid bestaat uit een splitsing tussen
                        taken in relatie tot de cliënt én tot de zorgaanbieder. De organisatie van
                        taken zijn bij verschillende organisatieonderdelen belegd:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Cliënt: toezicht op oneigenlijk gebruik van maatwerkvoorzieningen en
                                het persoonsgebonden budget. Deze taak is belegd bij de het team
                                Handhaving van de sector Sociale Zaken. Qua proces zal, voor zover
                                mogelijk, gelijk ingestoken worden met de handhaving zoals die
                                uitgevoerd wordt voor Sociale Zaken. Dit binnen de grenzen van de
                                Algemene wet Bestuursrecht, de Wmo en de Jeugdwet;</al></li>
            <li nr="·"><al>Zorgaanbieder: vaststellen of afspraken contractueel worden
                                nageleefd en controle op kwaliteit in de breedste zin van het woord
                                (professional, aanbieder en bestuurlijk). Binnen bedrijfsvoering is
                                een functionaris benoemd en verantwoordelijk gemaakt voor
                                kwaliteitsmanagement en toezichthouding. Deze persoon dient én
                                uitvoering te geven aan de taken zoals deze voortvloeien uit de
                                toezichthoudende functie als ook het ontvangen en doorspelen van
                                kwaliteit gerelateerde signalen, inzetten van reviews,
                                klantervaringsonderzoeken, visitaties, ketendoorlichting etc. Dit om
                                zo goed mogelijk bij te kunnen dragen aan beleidsevaluatie.
                                Hiernaast ziet deze functionaris toe op de kwaliteit van de geboden
                                ondersteuning. Dit is een continue kwaliteitstoetsing, anders dan de
                                cliënttevredenheid die periodiek wordt onderzocht. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>19.3 Fraude en oneigenlijk gebruik</vet>
          </al>
          <al>In de wet worden gemeenten de mogelijkheid geboden om fraude te bestrijden,
                        door middelvan het expliciet benoemen van de mogelijkheden tot herzien,
                        intrekken en terugvorderen.</al>
          <al>Het verhalen van kosten is mogelijk in de situatie dat:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>de cliënt opzettelijk onvolledige en/of onjuiste gegevens heeft
                                verstrekt;</al></li>
            <li nr="·"><al>de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het
                                persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden voldoet ;</al></li>
            <li nr="·"><al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet
                                of voor een ander doel gebruikt.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Het college gaat in principe altijd van de cliënt en van degene die aan
                        fraude zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de
                        geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het
                        ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. Het moet hier gaan om
                        situaties waarin door een cliënt, zijn vertegenwoordiger (in rechte) of een
                        aanbieder, opzettelijk onjuiste informatie is verstrekt op basis waarvan een
                        onjuiste beslissing tot toekenning van een maatwerkvoorziening of een
                        persoonsgebonden budget is genomen.</al>
          <al/>
          <al>Bij (eerder) geconstateerde fraude zal, bij gegronde redenen voor toekomstig
                        misbruik, ook toekomstige weigering van een persoonsgebonden budget door de
                        gemeente plaatsvinden.</al>
          <al/>
          <al>Binnen het bestrijden van misbruik en fraude zal toezicht in deze kern de
                        volgende taken omvatten:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>het verzamelen van informatie;</al></li>
            <li nr="·"><al>het beoordelen van een individuele situatie;</al></li>
            <li nr="·"><al>het interveniëren;</al></li>
            <li nr="·"><al>het afleggen van werkbezoeken aan cliënten;</al></li>
            <li nr="·"><al>het bestuderen van het dossier;</al></li>
            <li nr="·"><al>het bestuderen van de afspraken die de gemeente (in het kader van de
                                aanbesteding) heeft gemaakt met de zorgaanbieder;</al></li>
            <li nr="·"><al>contacten hebben met de zorgaanbieder om de afspraken en gang van
                                zaken te verifiëren (hoor en wederhoor).</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Uit oogpunt van objectiviteit en professionaliteit zullen de hiervoor
                        genoemde taken worden gescheiden van taken (die zich meer lenen) voor het
                        ontwikkelen van het Wmo-beleid, de inkoop en de toekenning van
                        voorzieningen. De toezichthouder moet zijn werk, weliswaar onder
                        uiteindelijke verantwoordelijkheid van het college, onbevangen kunnen
                        doen.</al>
          <al>Binnen de Wmo zal worden aangesloten bij het beleidsconcept Hoogwaardig
                        handhaven dat ook wordt toegepast bij het toezicht in het kader van de
                        Participatiewet.</al>
          <al/>
          <al>Strafrechtelijk onderzoek is binnen de Wmo 2015 (nog) niet mogelijk.
                        Hiervoor bestaat geen wettelijke grondslag. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>19.4 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en
                            terugvordering</vet>
          </al>
          <al>Het college zal bij geconstateerde fraude op basis van het verstrekken van
                        onjuiste informatie door de cliënt of zijn vertegenwoordiger (in rechte),
                        een besluit tot verstrekking van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden
                        budget geheel ofedeeltelijk intrekken, met de volgende consequenties tot
                        gevolg:</al>
          <al>a.het persoonsgebonden budget of de kostprijs van de maatwerkvoorziening
                        geheel of gedeeltelijkterugvorderen;</al>
          <al>b.de cliënt verplichten de maatwerkvoorziening in te leveren; en</al>
          <al>de cliënt de mogelijkheid te bieden om zijn met het persoonsgebonden budget
                        aangeschafte voorziening in te leveren.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Afzien van terugvordering</cursief>
          </al>
          <al>Er kunnen in individuele situaties dringende redenen zijn op grond waarvan
                        van een terugvorderingsbesluit kan worden afgezien. Die dringende redenen
                        kunnen alleen betrekking hebben op de gevolgen van de terugvordering voor
                        een cliënt en het gezin of op de hoogte van het bedrag. Het moet in het
                        eerste geval gaan om een zodanige bijzondere situatie dat terugvordering
                        leidt tot onaanvaardbare financiële of sociale consequenties voor de cliënt.
                        Lichamelijke en psychische klachten die al enige tijd bestaan en dus niet in
                        het bijzonder het gevolg zijn van het terugvorderingsbesluit worden niet
                        aangemerkt als dringende redenen, evenmin de hoogte van de vordering. </al>
          <al/>
          <al>Omdat het college altijd bevoegd is om het terugvorderingsbeleid vast te
                        stellen, wordt bepaald dat het college uit doelmatigheidsoverwegingen ook
                        afziet van terugvordering wanneer het terug te vorderen bedrag minder
                        bedraagt dan € 25, - . Dit omdat in dat geval de uitvoeringskosten hoger
                        zijn dan het terug te vorderen bedrag.</al>
          <al>Wanneer op grond van dringende redenen wordt afgezien van een
                        terugvorderingsbesluit zal dit in een besluit, geen terugvorderingsbesluit,
                        aan de cliënt kenbaar worden gemaakt. Ook als op grond van het kruimelbedrag
                        wordt afgezien van een terugvorderingsbesluit, wordt de cliënt hier van in
                        kennis gesteld.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Invordering</cursief>
          </al>
          <al>De wijze van invorderen van teruggevorderde bedragen vindt plaats op basis
                        van de vierde tranche van de Awb: bestuursrechtelijke geldschulden. </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Het aflossingsbedrag zoals medegedeeld in het terug- of
                                betalingsbesluit geldt als een opgelegde betalingsverplichting.
                            </al></li>
            <li nr="b."><al>De termijn waarbinnen betaling moet plaatsvinden bedraagt op grond
                                van art. 4:87 van de AwbB zes weken. </al></li>
            <li nr="c."><al>Indien het inkomen daartoe aanleiding geeft wordt de
                                betalingsverplichting gewijzigd vastgesteld. </al></li>
            <li nr="d."><al>Voor zover de schuldenaar beschikt over activa, die nauw samenhangen
                                met de ontstaansgrond van de vordering, wordt teruggevorderd ten
                                laste van deze activa. </al></li>
            <li nr="e."><al>Elk voorstel van de cliënt waarbij het totaal bedrag van de nieuwe
                                vorderingen in beginsel binnen een termijn van 36 maanden betaald
                                wordt, wordt geaccepteerd. </al></li>
            <li nr="f."><al>Deze regel wordt alleen toegepast in de situatie dat er geen andere
                                gemeentelijke aflossing plaatsvindt op een andersoortige vordering
                                Participatiewet of Jeugdwet). Aflossing op vorderingen die ontstaan
                                zijn door uitkeringsfraude binnen de Participatiewet zijn preferent.
                                Dit geldt _alleen_ voor de situatie dat de volledig
                                betalingscapaciteit aan wordt gesproken voor deze
                                uitkeringsvordering. Het aflossen op een vordering ontstaan vanuit
                                de Wmo wordt voor deze duur bevroren.</al></li>
            <li nr="g."><al>Vervolgens wordt zoveel mogelijk ineens teruggevorderd ten laste van
                                het vermogen, waaronder wordt verstaan alle aan de cliënt in
                                eigendom toebehorende roerende en onroerende zaken en
                                vermogensrechten, voor zover deze na aftrek van alle schulden,
                                uitgezonderd de gemeentelijke vorderingen, een bedrag van € 1.500,-
                                te boven gaan. </al></li>
            <li nr="h."><al>De betalingscapaciteit in het toepasselijke inkomen is gelijk aan
                                het gedeelte van het inkomen dat de beslagvrije voet (als basis
                                daarvoor geldt: 90 % van de toepasselijke bijstandsnorm met
                                eventuele gemeentelijke toeslag (inclusief vakantietoeslag)
                                overschrijdt. </al></li>
            <li nr="i."><al>Indien en voor zover geïndiceerd wordt de beslagvrije voet conform
                                artikel 475d, vijfde lid Rv verhoogd. </al></li>
            <li nr="j."><al>Zodra de cliënt aan zijn betalingsverplichting ten aanzien van de
                                terugvordering heeft</al></li>
          </lijst>
          <al>voldaan, meldt het college dit bij het CAK, zodat deze de grondslag van de
                        verschuldigde</al>
          <lijst>
            <li nr="k."><al>eigen bijdrage kan corrigeren. De betaalcapaciteit voor de eigen
                                bijdrage zal namelijk tijdens de aflossing van een vordering
                                geringer zijn.</al></li>
            <li nr="l."><al>Bij de vaststelling van de betalingscapaciteit in het inkomen wordt
                                rekening gehouden met de bijzondere, financiële en persoonlijke
                                omstandigheden van de cliënt.</al></li>
          </lijst>
          <al>Strafrechtelijk onderzoek</al>
          <al>In samenwerking met de Sociale Recherche Fryslan (SRF) zullen werkafspraken
                        gemaakt worden om zo ook de aansluiting met Justitie te creëren. De
                        landelijke aangiftegrenzen zijn bepalend voor de inzet van óf team
                        handhaving of SRF. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>19.5 Klachtenregeling</vet>
          </al>
          <al>De behandeling van klachten in het kader van de WMO is hetzelfde als in
                        2016. Dit betekent dat cliënten met klachten over de WMO-instellingen
                        allereerst contact opnemen met de WMO instelling zelf. WMO-instellingen zijn
                        namelijk wettelijk verplicht een klachtenregeling voor cliënten te
                        implementeren. Mocht dit niet tot een oplossing leiden, dan kan de cliënt
                        zich wenden tot de gemeente. De gemeentelijke klachtenbemiddelaar zal dan
                        proberen een oplossing te vinden. Direct na ontvangst van de klacht wordt er
                        telefonisch contact opgenomen. Soms wordt ook een bemiddelingsgesprek
                        gevoerd. Binnenkomende signalen aan het adres van de klachtenbemiddelaar
                        kunnen ook aan het sociaal wijkteam overgedragen worden voor maximaal
                        leereffect en afwikkeling. Algemene klachten over het WMO-beleid of de
                        beleidsuitvoering van de gemeente kunnen niet door de klachtenbemiddelaar
                        opgelost worden. Deze signalen worden wel doorgegeven aan de
                        beleidsafdeling.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>19.6 Vertrouwenspersoon</vet>
          </al>
          <al>In de Wmo 2015 is vastgesteld dat klachtensysteem en afhandeling (en
                        cliëntondersteuning) geborgd dienen te worden. In de huidige situatie kent
                        de gemeente binnen de Wmo een klachtenfunctionaris. Ook voor 2016 blijft
                        deze klachtenfunctionaris behouden. Voor zowel jeugd als voor Wmo is er een
                        vertrouwenspersoon via Zorgbelang Fryslân georganiseerd. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>19.7 Inspraak en medezeggenschap bij aanbieders </vet>
          </al>
          <al>De medezeggenschap van cliënten is geregeld in de Wet maatschappelijke
                        ondersteuning 2015. De gemeente verplicht aanbieders contractueel de
                        medezeggenschap van cliënten te regelen. Hiernaast vindt de gemeente
                        Leeuwarden het van belang dat de zorginzet alleen tot stand komt met
                        inspraak van de cliënt.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>19.8 Privacy en gegevensverwerking</vet>
          </al>
          <al>In de samenwerking tussen de werkers van de sociale wijkteams, de gemeente
                        Leeuwarden en professionals van andere organisaties is het van belang om de
                        privacy van cliënten goed te borgen. Een goede samenwerking vanuit het
                        principe ‘één huishouden, één plan, één aanpak’ is alleen mogelijk als er op
                        efficiënte en correcte wijze informatie met elkaar wordt gedeeld. </al>
          <al/>
          <al>De gemeente Leeuwarden heeft eind 2015 samen met de coöperatie Amaryllis een
                        privacy en triage kader ontwikkeld om ervoor te zorgen dat de privacy van de
                        cliënt bij een integrale werkwijze goed geborgd is. Dit is op 23 juni 2015
                        door het college vastgesteld (B&amp;W 402152) en daarmee van toepassing
                        verklaard.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>19.9 Meldingen/calamiteiten/escalatie</vet>
          </al>
          <al>Binnen en rondom huishoudens kunnen problemen ontstaan die zodanig escaleren
                        dat er specifieke expertise nodig is of zelfs specifiek ingrijpen
                        noodzakelijk is. Een gezin met problemen krijgt soms hulp van (meerdere)
                        professionals. Wanneer de problematiek complexer wordt en meerdere domeinen
                        omvat, kan het zijn dat de uitdaging meer in het samenwerken zit, dan in het
                        oorspronkelijke probleem van het gezin of de bewoner. Goede samenwerking is
                        cruciaal. Het moet helder zijn wie de regie heeft wanneer problemen groter
                        worden en wanneer opschalen of juist afschalen nodig is. Het op- en
                        afschalen van zorg en ondersteuning behoort tot de taken van de sociaal
                        werker in samenwerking met de expertpool en de ketenpartners. Ten behoeve
                        van situaties die dreigen te escaleren werkt de gemeente Leeuwarden met de
                        Aanpak ter Voorkoming van Escalatie (AVE). Deze aanpak beschrijft onder meer
                        per fase wie operationeel en bestuurlijk verantwoordelijk zijn. De aanpak
                        ter voorkoming van escalatie ordent bestaande systemen en routes tot een
                        totaalaanpak. Een van die bestaande systemen is de meldcode huiselijk geweld
                        en kindermishandeling. Criteria voor escalatie zijn onder andere:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Onoplosbare visie verschillen over de aanpak.</al></li>
            <li nr="·"><al>De verantwoordelijkheid is niet goed belegd.</al></li>
            <li nr="·"><al>De regie wordt niet geaccepteerd (binnen de samenwerking of door het
                                huishouden).</al></li>
            <li nr="·"><al>Er is sprake van ernstig mijdend gedrag bij leden van het
                                huishouden.</al></li>
            <li nr="·"><al>De samenwerking stagneert ernstig.</al></li>
            <li nr="·"><al>De kwaliteit van bepaalde samenwerkingspartijen is onvoldoende.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>De AVE aanpak bestaat uit vier fases.</al>
          <al>De eerste fase (AVE1) richt zich op preventie en het zo vroeg mogelijk
                        signaleren van eventuele risico’s. Professionals zoals hulpverleners en de
                        wijkagent zijn verantwoordelijk voor de professionele signalering en
                        preventie. Maar ook burgers kunnen signalen opvangen en op de juiste plek
                        neerleggen. </al>
          <al>De tweede fase (AVE2) richt zich op enkelvoudige problematiek in een
                        huishouden die wordt opgepakt door het wijkteam, de huisarts of politie. Ook
                        kan er al meervoudige problematiek aanwezig zijn, waardoor er eveneens
                        gespecialiseerde deskundigen nodig zijn. De casusregie ligt bij AVE2 bij
                        iemand uit het wijkteam.</al>
          <al>De derde fase (AVE3) richt zich op complexe problemen op meerdere
                        leefgebieden en de veiligheid van de betreffende persoon of omgeving is in
                        gevaar. Het eigen werkterrein van betrokken professionals wordt overstegen.
                        Hier wordt de processen en de procedures van het Veiligheidshuis gevolgd.
                        Het Veiligheidshuis bepaalt wie de casusregie en de contacten met het gezin
                        heeft.</al>
          <al>De vierde fase (AVE4) richt zich op problemen die zo complex of groot zijn,
                        dat de situatie totaal escaleert. Er is sprake van maatschappelijke onrust
                        en de veiligheid van meerdere mensen zijn in gevaar. Het kan voorkomen dat
                        situaties direct in AVE4 terechtkomen en niet eerder in beeld zijn geweest.
                        De regie ligt bij AVE4 bij de burgemeester. Onder andere het protocol
                        (dreiging) van maatschappelijke onrust wordt gestart. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20.</nr>
            <titel>Slotparagraaf</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>Vaststelling en inwerkingtreding</vet>
          </al>
          <al>Deze beleidsregels zijn vastgesteld in de vergadering van burgemeester en
                        wethouders van Leeuwarden op 25 oktober 2016 en treden in werking op 1
                        januari 2017.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Overgangsrecht</vet>
          </al>
          <al>Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2017 en zijn van
                        toepassing op alle aanvragen die vanaf de datum van inwerkingtreding worden
                        ingediend. De Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Leeuwarden 2016
                        zijn van toepassing op alle aanvragen die vanaf 21 juli 2016 tot 1 januari
                        2017 worden ingediend.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Citeertitel</vet>
          </al>
          <al>Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels Wmo 2017’.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage 1 Overzicht huishoudelijk hulp en thuisondersteuning </titel>
        </kop>
        <table>
          <tgroup cols="7">
            <colspec colname="col1" colwidth="10*"/>
            <colspec colname="col2" colwidth="15*"/>
            <colspec colname="col3" colwidth="15*"/>
            <colspec colname="col4" colwidth="15*"/>
            <colspec colname="col5" colwidth="15*"/>
            <colspec colname="col6" colwidth="15*"/>
            <colspec colname="col7" colwidth="15*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>
                    <vet>Huishoudelijke hulp</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>
                    <vet>Praktische thuisondersteuning</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>
                    <vet>Thuisondersteuning 1</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>
                    <vet>Thuisondersteuning 2</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>
                    <vet>Thuisondersteuning 3</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col7">
                  <al>
                    <vet>Thuisondersteuning 4</vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>Resultaten</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Schoon huis</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Schoon huis, verzorging kinderen en zelfstandig wonen</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Zelfstandig wonen </al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Zelfstandig wonen</al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>Zelfstandig wonen</al>
                </entry>
                <entry colname="col7">
                  <al>Zelfstandig wonen</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>Doelen</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Schone woning</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Schone woning, verzorging van kinderen en
                                        stabiliseren/behouden van zelfstandigheid (wonen)</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Stabiliseren/behouden van zelfstandigheid (wonen) </al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Stabiliseren/behouden/ bevorderen van zelfstandigheid
                                        (wonen)</al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>Stabiliseren/behouden/ bevorderen van zelfstandigheid
                                        (wonen)</al>
                </entry>
                <entry colname="col7">
                  <al>Stabiliseren/behouden/ bevorderen van zelfstandigheid
                                        (wonen)</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>Activiteiten</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Schoonmaken</al>
                  <al>Verzorging textiel</al>
                  <al>Maaltijden</al>
                  <al>Planten en huisdieren</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Schoonmaken</al>
                  <al>Verzorging textiel</al>
                  <al>Maaltijden</al>
                  <al>Planten en huisdieren</al>
                  <al>Verzorging kinderen</al>
                  <al>Praktische ondersteuning</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Basis ondersteuning</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Zelfzorghandelingen uitvoeren</al>
                  <al>Dagelijks sociaal functioneren</al>
                  <al>Behouden van dag/weekstructuur</al>
                  <al>Besluiten voeren en regie houden</al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>Zelfzorghandelingen uitvoeren</al>
                  <al>Dagelijks sociaal functioneren</al>
                  <al>Behouden van dag/weekstructuur</al>
                  <al>Besluiten voeren en regie houden</al>
                </entry>
                <entry colname="col7">
                  <al>Zelfzorghandelingen uitvoeren</al>
                  <al>Dagelijks sociaal functioneren</al>
                  <al>Behouden van dag/weekstructuur</al>
                  <al>Besluiten voeren en regie houden</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>Ziekte inzicht</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Aanwezig</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Aanwezig</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Aanwezig</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Aanwezig of deels aanwezig</al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>Deels tot beperkt aanwezig</al>
                </entry>
                <entry colname="col7">
                  <al>Beperkt tot zeer beperkt aanwezig</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>Risico op direct handelen</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>planbaar</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>planbaar</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Planbaar</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Licht risico</al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>Matig risico</al>
                </entry>
                <entry colname="col7">
                  <al>Ernstig risico</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>Deskundigheid</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Schoonmaak</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Schoonmaak, verzorging kinderen en algemeen deskundig</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Generalist</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Generalist met signalerend vermogen</al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>Specifieke deskundigheid </al>
                </entry>
                <entry colname="col7">
                  <al>Specifieke deskundigheid</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>Doelgroep</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Geen onderscheid</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Geen onderscheid</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Geen onderscheid</al>
                  <al>Van 0 – 100 jaar</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Geen onderscheid</al>
                  <al>Van 18 – 100 jaar</al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>Onderscheid in</al>
                  <al>A: (L)VG</al>
                  <al>B: PSY</al>
                  <al>C: SOM/LG</al>
                  <al>D: PG</al>
                </entry>
                <entry colname="col7">
                  <al>Onderscheid in</al>
                  <al>A: (L)VG</al>
                  <al>B: PSY</al>
                  <al>C: SOM/LG</al>
                  <al>D: PG</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>